Kerstmis op zijn Chinees
De zondagse sneeuw ligt er nog altijd. Alleen in de blakende middagzon smelt er een klein beetje weg, maar de temperatuur geraakt ook overdag niet meer boven nul.
Deze week is er klaarheid gekomen in het verdere lesprogramma: diegenen die me van in het begin voorspelden dat er na Kerstmis geen les meer geven wordt, kregen gelijk! Op 26 december moeten mijn punten binnen zijn. De week tussen kerstmis en Nieuwjaar is er wel klas, maar geen les meer. Dat betekent het hele kerstweekend de testen van de week ervoor verbeteren en puntentabellen uitrekenen. Dat heet waarschijnlijk Kerstmis op zijn Chinees? Het voordeel is dat ik zo nog twee volle weken aan 100% de Chiense lessen kan bijwonen, inclusief de examens. Een week minder les betekent nog maar eens het programma dooreen gooien om er de belangrijkste dingen nog door te jagen. Evident is dat niet, zowel voor marketing als international business is het tempo serieus gedaald sinds ik de studenten zelf laat werken; maar plezant is het wel; ze keken wel raar op toen ik ze de eerste keer een stuk theorie liet uitzoeken en op het bord schrijven; dat is zeker geen lesmethode ‘op zijn Chinees’. Gisteren en vandaag kwamen enkele studenten van de klas ‘Europa’ me vroegen of ik volgend semester aan hen niet verder les kon geven; mijn vertelsels over het oude continent openen een onbekende wereld voor hen.Vandaag hebben we uitgerekend met hoeveel het nettoloon van een Europese universitair in China zou overeenkomen, rekening houdend met de prijsverschillen – het was niet eens zoveel meer dan dat van een ervaren Chinese professor. De faculteit heeft me nu ook uitgenodigd om deel te nemen aan nep-interviews voor studenten die werk geen zoeken in de bedrijfswereld… benieuwd wat het wordt.
Deze week brachten vooral de wandelingen naar of van de refter met Wang Bonestaak Jiang en de middaggesprekken met Xiaodan wat couleur locale; Yang Xue dook een paar keer ’s avonds op, maar die kent de kunst om bijna altijd op ongelegen momenten te verschijnen; van mijn tweedaagse ochtendlijke leraar wushu pikte ik intussen de Chinese naam voor zowat alle onderdelen van het lichaam op.
De Chinese klassen verlopen niet zoals het hoort: mijn niveau Chinees luisteren is slecht en loopt altijd maar verder achter bij de klasgenoten; het lukt me niet een aan normaal tempo op een bandje ingesproken zin buiten de context te verstaan; zorgwekkend; proberen een CD of een MP3 te vinden met de tekst en dan maar elke dag op mijn eentje luisteren?
Woensdagavond het dineetje bij onze bejaarde Japanse collega Sato, als dank voor mijn mosselfestijn. Nu, ze heeft er meteen een kleine party van gemaakt; we zijn met zijn zevenen en ze kookt sukiaki; die sukiaki lijkt goed op onze hutsepot (overigens deze week ook in het Chinese restaurant hier nog een soort lekkere hutsepot gegeten); maar de Japanners zetten gewoon een kom kokend water op tafel en gooien er dan de fijngesneden groenten en vlees beetje bij beetje in; iedereen moet er met zijn stokjes maar uitvissen wat gaar is; voor de goede smaak kiepert Sato er regelmatig een scheut donkere soyasaus in en een overdosis suiker; ge kunt denken dat ik er van gegeten heb.Het is arbeidsintensief maar lijkt niet moeilijk. Verder werden er kleverige rijstballen gekruid met één of ander Japans poeder geserveerd, stukjes ‘pomelo’- een grote zoete pompelmoes, en tussendoor een bakje aardbeien (ik vergat haar te vragen wat dat in de winter hier wel kost). Sato zelf spreekt heel slecht Engels maar mijn Britse collega Jennifer praat het meeste van de avond vol ; zij en een andere collega Russ voeren hun privé-oorlogje met het bestuur van de faculteit over de gebruikte inefficiënte pedagogische methoden; ze hebben natuurlijk gelijk, die studenten worden hier in de regel nog behandeld als kinderen en leren niet om zelf te denken of initiatieven te nemen; maar ze hebben zich zo erg vastgebeten in het onderwerp dat ze meer vijanden dan vooruitgang maken. De jonge Japanse Meigumi was er ook; ze zat naar mij te kijken en vroeg plots waarom ik me niet omgekleed had vóór het eten (ik had nog mijn werkkledij aan, ttz deftig pak met das); ik antwoordde al schertsend dat ik me nooit omkleed, waarop ze in alle ernst vroeg of ik zo ook ging slapen. Ik bemerkte nu pas dat zijzelf in een soort pyjama rondliep. Ted, onze Filippijnse collega die met vrouw en vier kinderen aan de andere kant van de stad woont, miste door het etentje zijn laatste bus en wilde gaan 4 euro uitgeven voor een taxi- vier euro is een pak geld voor een Filipino; hij is dan maar bij mij op de sofa blijven slapen.
Alles sneeuwwit deze morgen!
De hele dag blijft een fijne poedersneeuw vallen.
Het was te denken, gisteren op de terugweg steeg de temperatuur tot 8 graden en begon het te regenen.
Vandaag op televisie programma’s rond AIDS; er wordt ingegaan op het bloedschandaal in de provincie Henan dat enkele jaren terug aan tienduizenden Chinezen het leven koste, ik hoor dertigduizend vermelden maar ben niet zeker van het cijfer; interview met een hulpverlener die werkt met AIDS-wezen: er zijn er al 76.000 en tegen 2010 verwacht hij er 200.000. De Standaard titelt ‘Chinese politie ontvoert AIDS-actievoerder’; de politie heeft vorige vrijdag een dissidente AIDS-dokter meegenomen voor ondervraging; dat China grootschalige acties rond AIDS onderneemt staat NIET in het artikel.
Vandaag in Noord-Korea geweest… of toch ongeveer.
Om zeven uur vertrekken we met een minibus op de uitstap voor buitenlandse leraars, betaald en georganiseerd door de faculteit, een contractueel voordeel. De tocht brengt ons een goede 200 km verder, naar de stad Dandong, aan de Yalu rivier, de grens met Noord-Korea. Het is een mooie tocht door heuvelachtig landschap, een beetje de Ardennen. We beklimmen een sensationeel stukje Lange Muur vlakbij de grens –weinig mensen weten dat de Ming-dynastie in de zestiende eeuw de muur probeerde door te trekken helemaal naar het Oosten, maar ze is er wel degelijk, 15 km van Dandong; boven op de Heuvel van de Tijger ligt Korea aan onze voeten.
In Dandong zelf bezoeken we de brug over de Yalu, die de Amerikanen in 1950 bombardeerden; het is een Japanse brug, gebouwd in het begin van de 20ste eeuw toen Japan Korea koloniseerde en begon wegen aan te leggen om China te kunnen binnenvallen. De brug is nooit hersteld, er werd een nieuwe spoorwegbrug naast gelegd en de oude brug is een toeristisch monument. Het meccano-geval lijkt erg op de Scheldebrug van Temse, maar dan twee keer langer, de Yalu heeft ook veel weg van de Schelde. In de stad is er een groot museum over de Korea oorlog; hier zijn uitvoerige onderschriften in het Engels, jammer dat we niet wat meer tijd hebben om het grondig te bezoeken; het museum geeft een heel goed overzicht van het verloop van de oorlog; het beeld van de Amerikaanse rol in deze oorlog is erg negatief, ongerechtvaardigde agressie, marteling van burgers en krijgsgevangen, precies het omgekeerde van wat ik altijd op school leerde over de Amerikanen – en ook de Belgen- die ‘de democratie gingen verdedigen’. Het is confronterend, maar als je ziet waarom de Amerikanen vandaag in Irak en Afghanistan uitspoken, dan wordt het al gemakkelijker te begrijpen hoe tijdens de Koreaanse oorlog de vork echt in de steel zat. De tentoonstelling eindigt op een groot prachtig diorama in de stijl van de slag van Waterloo.
We gaan varen op de Yalu rivier, we varen recht naar de Koreaanse oever en dan rakelings langs de Koreaanse vissers- en andere boten die daar voor anker liggen. Hier en daar zwaait een Koreaanse visser, we zouden bijna kunnen overstappen op hun boot, (of zij op de onze). We gaan niet aan land, maar zijn wel degelijk in Noord-Korea geweest!
In Dandong verkopen de toeristenstalletjes Noord-Koreaans geld, postzegels, munten en andere Koreaanse spullen. Dandong is één van de belangrijkste wegen langswaar China en Noord-Korea goederen uitwisselen. Dandong zelf is zoals alle Chinese steden herbouwd in de hoogte, met enkele prominente woon- en kantoortorens; van de Koreaanse stad aan de overkant steekt zo goed als geen gebouw boven de bomen uit, we zien wel een pretpark met een reuzenrad staan.De boten langs de oever zijn verwaarloosd, veel van hout en de rest verroest. ’s Avonds is het contrast naar het schijnt heel frappant: de Chinezen voor wie niet genoeg licht kan branden, hun helft van de brug is zelfs met lichten gedecoreerd; de Koreaanse stad waar bij gebrek aan elektriciteit nauwelijks een lampje brandt. Toen ik de eerste keer naar Korea ging in 1988 was dat land nog meer ontwikkeld dan China; achttien jaar later hebben de ineenstorting van de Koreaanse handelsrelaties met de Sovjet-Unie en de Chinese politiek van opening de situatie omgekeerd. Vandaag kijken de Chinezen neer op de ‘arme buren’.
We ontmoeten twee Italiaanse journalisten die net terug zijn uit Noord-Korea: vergeleken met hun vorige bezoeken is de bevolking er na de kerntest veel enthousiaster en zelfzekerder, zeggen ze.
Onderweg nog wat gesproken met onze gids, Charles, de administratieve verantwoordelijke voor de buitenlandse leerkrachten; hij is pas vorig jaar getrouwd, en zijn vrouw moet nog drie jaar studeren voor haar masters; ze studeert aan een eersteklas universiteit in Beijing; om de twee maanden trekt hij er voor een weekend naartoe. Zo gaat dat hier in China.
Chinese les gevolgd en mooie klasfoto’s gekregen van een Koreaanse studente
Nog maar eens Chinese les gevolgd en mooie klasfoto’s gekregen van een Koreaanse studente. Met nog zes weken les voor de boeg begint de klas een hechte groep te worden, er wordt ook nauwelijks nog een woord Engels gesproken. De oudere leerlingen willen zo snel mogelijk een goed niveau Chinees halen, de jonge gasten zitten meestal te spelen of komen niet, de leraressen trekken zich van die groep zo goed als niets aan; een drietal Koreaanse jonge meisjes spijbelen regelmatig; hun ouders steken ze op de schoolbus, maar aangekomen op de campus gaan ze zich verstoppen.
Vandaag doorgepraat over het bijzonder zwakke niveau van sommige vierdejaars van de ‘international business’ met Guo, mijn directe baas. Hij voelt meteen nattigheid en komt met het verhaal naar boven: er zijn drie categorieën vierdejaars; de beste van het nationaal ingangsexamen gaan voor leraar; de tweede categorie mag wel Engels komen studeren aan deze school, maar kan niet voor leraar gaan; de derde groep heeft geen nationaal ingangsexamen afgelegd maar een privé examen (ik interpreteer dat ze hun toegang tot de unief gewoon gekocht hebben); in ‘international business’ heb ik één klas van groep twee en één klas van groep drie. De Chinese leraars die het systeem kennen geven die klas blijkbaar op, maar, zo vertelt Guo ‘aan buitenlandse leraars vertellen we dat niet want wij willen de zwakkere klassen gelijke kansen geven’. Amai! Bij de derdejaars stelt dat probleem zich niet, want het systeem is veranderd en zonder nationaal examen geraak je er niet meer in. Ik vraag hem maar meteen hoeveel ik er volgens hem mag/moet buizen: hij suggereert 10, maximum 15%. Intussen is ook beslist dat de lessen tot 30 december lopen, maar volgens Guo dient de laatste les alleen om eventueel nog een test te geven of bepaalde onderwerpen te herhalen. Bedankt voor de inlichtingen!
Vanavond met Xiao Ma nog maar eens hotpot gaan eten. Xiao Ma studeert dit jaar af als master in lichamelijke opvoeding. Enkele weken gelden hebben we samen zijn CV opgesteld voor een jobbeurs in Nanjing, want hij spreekt heel vlot Engels en wil een job in een firma. Hij is niet gegaan want er is van alles gebeurd. Een oude familievriend met goede relaties heeft ervoor gezorgd dat hij de keuze heeft tussen twee jobs als assistent aan de universiteit, één in Kanton en éen in Urumqi, de hoofdstad van de Westelijke regio Xinjiang. Zijn ouders, boeren en traditionele Hui moslims uit Xinjiang, willen hem absoluut in hun eigen streek hebben;hij zou dringend moeten gaan voor het definitieve interview met de unief. Maar hijzelf ziet zich niet fungeren als leraar lichamelijke opvoeding! Hij is maar in die richting terechtgekomen door het toelatingssysteem gebaseerd op zijn resultaten in het ingangsexamen voor de universiteit. Zijn interesse is nog altijd werken in een firma waar hij zijn talenkennis kan gebruiken.. Daarbij is hij onverwachts smoorverliefd geworden op een studente, die volgend jaar moet afstuderen. Zij is van Heilongjiang en denkt er niet aan met hem naar Xinjiang te gaan, ze wil naar een grote stad zoals Kanton. Er is geen schijn van kans dat zijn ouders deze relatie gaan aanvaarden: de Hui moslims vormen een minderheid van 20 miljoen, verspreid over China, en kunnen als groep maar standhouden door een traditie van inteelt; een huwelijk met een niet-Hui is onbespreekbaar! Xiao Ma staat voor belangrijke beslissingen. .. hij vloekt op de traditie van gehoorzaamheid aan zijn ouders, die hem met de paplepel is ingegeven.
Nog wat uitbollen met slechts één les vandaag.
Ja, de presentaties over België zijn intussen voorbij. Eén student nam het nogal licht op, hij dacht dat België 102 miljoen inwoners had en nog altijd de Belgische Frank gebruikte; een andere studente daarentegen had alles heel nauwgezet uitgezocht, tot en met de namen van de provincies en de betekenis van de nationale vlag. Frieten met mayonaise, mosselen? Grote onbekenden. Maar er was wel een foto van Manneken Pis!
Bij de lunch een lang gesprek met Xiao Dan over verschillen in de maatschappij. Iedereen is al weg uit de refter maar zij heeft deze keer alle tijd – echt on-Chinees. We belanden uiteindelijk bij geboortebeperking: Ze heeft een dochtertje in de lagere school en zou een tweede nog wel zien zitten maar het kan niet; een tweede kind betekent niet alleen boetes; aan deze universiteit wordt je zonder pardon ontslagen. Ze begrijpt wel dat het niet anders kan, China kán niet méér mensen voeden. Tegen 2010 bereikt het aantal arbeidskrachten echter zijn maximum, daarna zal China rap in een situatie komen met veel ouderen en te weinig werkende jongeren; de regering begint nu al met haar politiek bij te sturen: twee ouders die zelf enig kind zijn en nog enkele andere voorwaarden vervullen, krijgen nu wel al toelating om een tweede kind te hebben.
Vandaag zijn de voorlopige resultaten van een Wereldbankstudie bekend gemaakt: in de periode 2001-2003 ging het levensniveau in China gemiddeld met bijna 10% per jaar vooruit, maar de 10% armste Chinezen gingen er met 2,5% op achteruit. In de jaren 90 was de Chinese theorie: ‘Als het water stijgt gaan alle boten omhoog’, maar dat blijkt dus niet meer te kloppen. Er wordt verwacht dat de regering in deze studie nieuwe argumenten vindt om een meer radicale politiek van herverdeling door te voeren. Het armoedeprobleem situeert zich in vele gevallen bij werklozen, zieken, onteigende boeren…gevallen die kunnen opgevangen worden door een betere sociale zekerheid.
Het laatste nieuwsje voor vandaag: mijn weblog is terug vrijgegeven! Gedurende meer dan twee weken was elke site met ‘blog’ in het adres hier geblokkeerd, Wang mag weten waarom, maar voilà, ineens opgelost, niets meer aan de hand!
