vier beroemde boeken
Vandaag de ‘moeilijke’ klas international business. Heb het over een andere boeg gegooid: oefening om de theorie van vorige week toe te passen, ‘en dien het maar in met jullie naam erop’.Algemene consternatie! Na verbetering blijkt dat 20% een acceptabel deel van de oplossing kan geven, 20% wat nonsens opschrijven of afschrijven, en 60% procent een leeg blad afgeeft. Bovendien is een kwart van de klas ongewettigd afwezig. Na die oefening het huiswerk van vorige keer laten oplossen door de drie studenten met het beste resultaat. Daarna blijft er nog een halfuurtje over van mijn twee lesuren, dus maar één enkel centraal punt aangepakt en uitgelegd; vorige week zelfde punt terug aanpakken en door henzelf laten afwerken, daarna toepassing als huiswerk. Veel zullen ze op die manier niet bijleren, maar allicht toch iets. Eén van de studentes wil me uitleggen dat haar naam veranderd is, bovendien komt ze afwisselend in de ochtend – en namiddagklas; allemaal goed en wel, maar het brave kind wil me dit in het Chinees opsolferen! Wanneer ik aandring op Engels wordt er een klasgenote als tolk bijgeroepen! En deze studente krijgt in juni na vier jaar studies haar diploma als bachelor in de Engelse taal; ook in de andere klas ‘international business’ noteerde ik al dat enkele studenten totaal op niets reageren, ook niet wanneer ik ze aanspreek; je kan in deze afdeling dus afstuderen zonder een deftige zin Engels te begrijpen of te kunnen spreken. In mijn klassen van derdejaars heb ik niet die ervaring, op één of ander manier dienen deze vierdejaars ‘keuzevakken’ als vuilbak; blij dat ik er volgend semester vanaf ben, maar niet echt goed voor het Chinese onderwijs. Ik neem me voor de zaak met de decaan te gaan doorpraten.
In de marketing klas heb ik ook opgekeken: een studente moest uitleggen hoe ze een Chinese MP-3 speler aan de man/vrouw zou brengen. Eén van de medestudenten stelde dat ze liever een beter Japans toestel kocht; daarop begonnen ze te discussiëren over de plicht van Chinese jongeren om de ontwikkeling van het land te steunen door lokale producten te kopen. Dat idee van ‘we moeten het land steunen’ kom je heel de tijd tegen!
Vanavond toevallig op Eddie gebotst die opnieuw de vier schoonheden uit zijn klas heeft opgetrommeld om een hotpot te gaan eten en blij is dat ik wil meegaan. We moeten een kwartiertje stappen naar een restaurantje buiten de campus en de temperatuur is sinds vandaag echt ‘ijzig’; mijn oren zijn zowat afgevroren wanneer we in het restaurant komen; zoals vorige keer draait het gesprek rond het vergelijken van de culturen: hoe leven jonge mensen in de USA en Europa, hoe zijn de familierelaties, enz., enz. Mijn tafelbuur is erg geïnteresseerd in Chinese cultuur; ze kent de ‘vier beroemde boeken’, waaronder de ‘Droom van de Rode Kamer’ en ‘De Reis naar het Westen’. Heeft ze die ook gelezen? Nee, alleen gezien op televisie! Wij van onze kant leggen hun uit hoe ze een T-dansant moeten organiseren om wat variatie te brengen in het saaie campusleven. De hotpot voor zes man, inclusief enkele grote flessen bier, kost ons bijna negen euro!
expo-interview
Het expo-interview is inderdaad op de plaatselijke televisie geweest. De partijsecretaris is de enige die me heeft gezien. (Jammer dat het zo sullig was; hopelijk hebben ze er toch enkele zinvolle stukjes kunnen uithalen)
De dichte mist van gisteren is nationaal nieuws! In de hele provincie zijn de autosnelwegen voor alle verkeer afgesloten geweest. Een oude man is in Shenyang in de mist verdwaald en verdronken, een voetganger is doodgerden. Moest ik zo nodig er met de fiets op uittrekken…
Een kille mistige Vlaamse herfstdag.
In de namiddag trek ik er toch met de fiets op uit, in een poging om nog maar eens iets nieuws te ontdekken, deze keer noordwest.Door een groot industrieterrein gereden via een zesvaksbaan en uiteindelijk toch in een bewoonde kern geraakt, de mist is zo dik dat er niet veel van te zien valt, er lijkt wel ook een soort hogeschool te zijn (iets audiovisueel).Op de terugweg het uithangbord van een fabriek ontcijferd: glasfabriek! Stoute schoenen aantrekken en binnen! Het is maar een atelier, geen echte glasfabriek; de ingenieur van dienst leidt me rond in de afdelingen dubbele beglazing, veiligheidsglas en gelaagd glas; klein met nogal wat nieuwe machines, alles ‘made in China’; fabrieken in China werken ook op zondag; hier is wel wat volk te zien, maar veel glas loopt er niet door de machines; de dubbele beglazing wordt aan een slakkengangetje geproduceerd, vergeleken met Glaverbel in Zeebrugge is het een fiets tegen een GTI ; maar ze produceren wel driedubbel superisolerend glas voor uitvoer naar Rusland;volgens de verantwoordelijke werken er meer dan 100 mensen in dit bedrijf, dat zoals de meerderheid van de KMO’s in China vandaag een bvba is; nadat ik enkele frasen in het Chinees gedebiteerd heb is de ingenieur niet meer te stoppen; omdat ik tamelijk goed weet waarover hij het heeft kan ik er hier en daar toch iets van maken. De echte glasfabriek van Shenyang ligt zowat twintig minuten van hier, per auto dan; mocht ik er ooit geraken per fiets dan zal ik dáár wel niet zomaar kunnen binnen stappen, de fabriek zit namelijk in de glasholding van Qinhuangdao, een van de technologische topbedrijven in de Chinese glassector, die hun technologie heel secuur afschermen voor nieuwsgierige buitenlanders.
Wanneer ik buitenkom is de nacht aan het vallen, de zichtbaarheid is minder dan 20 meter; niet ideaal als fietser op een snelle baan met zowel zestigtonners als onverlichte tractoren; de terugweg naar de hoofdweg lijkt eindeloos; eenmaal daar ken ik de weg zoals mijn binnenzak, en zelfs zo is de ingang van de universiteit moeilijk te vinden; de enorme helverlichte letters aan de ingang zijn zo goed als onzichtbaar van de overkant van de baan; op de campus zelf is het bijna vooruitgaan op de tast.
international business
Gisteren het geplande bezoek gehad van twee studentes die uitleg wilden over de cursus international business. Eigenlijk was het niet dat wat hen interesseerde. Ze doen in januari ook mee aan het ingangsexamen voor de licenties in de afdeling ‘tolk en vertaling voor zaken Engels’ en moeten daarvoor een cursus ‘international business’ studeren van een andere universiteit! Die wordt gedoceerd aan studenten in business management. Ik sakker in mezelf dat niemand van de verantwoordelijken het de moeite vond me dat te vertellen, het lag toch voor de hand met het boek te werken dat de studenten moeten kennen voor het ingangsexamen. Het boek is even moeilijk geschreven en Amerikaans diepblauw liberaal als mijn boek, geen haar beter dus ikzelf moet er geen spijt van hebben dat ik het miste! Die twee studenten lopen er hopeloos in verloren; vooral van het financiële hoofdstuk begrijpen ze geen snars. Ik begin het hun wat uit te leggen, maar geef het ook zelf al snel op. Zeg nu zelf: de berekening van de Amerikaanse belastingsaanslag van een Amerikaans bedrijf dat buitenlandse winsten repatrieert, compleet met takskredieten enzovoorts; echt essentiële kennis voor een Chinese aspirant licentiaat tolk-vertaler! Het geval is een illustratie van wat van Chinese studenten nog veel te veel verwacht wordt: dingen van buiten leren en dan kunnen debiteren. Van deze twee studentes verneem ik dat ze les krijgen van onze decaan, die deze week van zijn voeten gemaakt heeft omdat….inderdaad, het merendeel van de studenten niet naar hem luisteren maar met iets anders bezig zijn; ze zijn wat verontwaardigd, de decaan weet heel goed dat ze wel wat anders te doen hebben dan naar hem luisteren! Ze bevestigen me ook dat de studenten volgens niveau per klas ingedeeld worden; mijn grootste klas ‘international business’, waar ik zoveel problemen mee heb, is niet toevallig de zwakste. Intussen heb ik van collega’s vernomen wat er gebeurt wanneer een student buist op een vak: herexamen op het einde van het jaar; is dat ook weer een buis, dan is er een globaal herexamen op het einde van de studies voor alle mislukte vakken, maar daar komt de oorspronkelijke leraar niet meer in tussen; zijn diploma missen is voor een student uitzonderlijk.
Toch nog even met cijfertjes goochelen: vorig schooljaar studeerden er 4,13 miljoen Chinezen af aan de universiteiten en hogescholen, hun aantal nam toe met 750.000 en dat was de negende opeenvolgende toename. Blijkt nu dat een derde daarvan geen job gevonden heeft op zijn niveau.
Vrijdagavond met Yang gaan eten in een wat beter Chinees restaurant in het noordelijk deel van de campus – dat is het deel dat bij het begin van het schooljaar nog niet 100% af was; de handelszaken zijn over het algemeen iets beter dan in onze ‘oude’ zuidelijke campus; voor het eerst sinds mijn verblijf hier een winterse fondue, een ‘hotpot’ gegeten en overgoten met een 70 cl fles bier; voor een hotpot krijg je hier dunne plakjes varkens-, runds- of schapenvlees, in combinatie met bevroren toufu , allerlei soorten groene bladgroenten en een soort brede platte doorschijnende noedels die er als repen vet uitzien. Het gaf een gevoel alsof het weekend begon!
Deze week nog drie primeurs: de eerste platte band en de eerste buspech.
Dat van die platte band is een soort mirakel, dat het nog niet eerder gebeurde bedoel ik; gelukkig voor mij was het vlak bij huis, ik moest niet eens afstappen; voor de herstelling moest ik wel een kwartier stappen naar de noordelijke poort van de unief waar de stoep op de hoek van de straat gedeeld wordt een paar eetstalletjes, een schoenenhersteller en een fietshersteller; het karweitje neemt tien minuten in beslag en kost me 0,2 euro;. Wat daar van wrakken staat om hersteld te worden! Een student komt toe met een BMX met uitgerafeld zadel, zonder voorste rem en met de versnellingen voor- en achteraan kapot: zijn achterrem werkt ook niet meer en dat is net één probleempje te veel; wat olie op de verroeste kabel en hop, weer weg!
Op de bus heb ik al iedere keer gedacht dat het amechtige vehikel op het punt stond de geest te geven, terwijl we schokkend en krakend in beweging kwamen; maar deze keer is het dus zover! ‘Che huai le!’ Dat versta zelfs ik. Op één of andere manier moeten pannes hier geprogrammeerd zijn, want een vervangingsbus staat onmiddellijk klaar! Ik heb te vroeg victorie gekraaid, een straat of twee verder lopen we vast in de zaterdagavond verkeersknoop en staat ons sardienenblik een half uur stil op een kruispunt; dicht bijeen is gelukkig warm, dat helpt op deze kille winterdag.
En de derde primeur? In één van de buurtwinkels een potje met iets vaalwit gevonden en het opschrift: ‘Sweet mayonnaise’. Eén dezer dagen bereid ik me een echte schotel frieten met mayonnaise!
Zaterdag onverwacht met Yang naar het stedelijk museum op de grote markt gegaan. De planning was zondag maar om één of andere reden wil hij vandaag, tenminste wanneer zijn gepland rendez-vous met een nieuwe potentiële vriendin niet doorgaat. Om halfnegen belt hij op: rendez-vous mislukt, we gaan naar het museum. Na een dik uur bussen komen we er in de menigte terecht; vandaag is de ingang gratis, want er blijkt een grote speciale tentoonstelling voor de zeventigste verjaardag van de Lange Mars te zijn; alles is in het Chinees en ik moet het stellen met de onvolledige en moeilijk te begrijpen commentaren van Yang; maar de foto’s, data en plannetjes zijn interessant. We zijn nog maar goed binnen of de plaatselijke televisie heeft al opgemerkt dat er een vreemde eend in de bijt zit; interview dus; ze verrassen me met hun vragen: mijn commentaar op de expo (heu, ik begin er pas aan), hoe ik hier terecht kwam (heu, toevallig..) , of België ook een lange mars gekend heeft ( heu, nee, wij kregen onze onafhankelijkheid na een mini-revolutie…; ik had bijna gezegd operette-revolutie maar dat zouden de Chinezen allicht niet begrepen hebben); benieuwd of mijn TV-optreden volgende week reacties van Chinese collega’s zal losmaken. De rol van Mao in de Lange Mars wordt dik in de verf gezet; nu, het is ook indrukwekkend; toen de Lange Mars in de nazomer van 1934 in Zuidoost China begon zaten de communisten militair totaal in de verdrukking, na zes maanden was hun leger ei zo na uitgeroeid; toen kwam Mao aan de leiding te staan en hij wist het onmogelijke te realiseren: een succesvolle aftocht met hergroepering van alle krachten in een afgelegen streek in Noordwest China. Op een groot scherm wordt getoond hoe de communisten drie maanden lang rondjes draaiden in de buurt van de stad Zunyi, langs alle kanten omsingeld door vijandige troepen die hen maar niet konden te pakken krijgen; uiteindelijk wisten ze te ontsnappen; indien Mao geen superleider was, dan moet hij een onwaarschijnlijke gelukzak geweest zijn. De episode van Zunyi was het keerpunt in de geschiedenis, daarna zouden de communisten alleen maar aan vertrouwen winnen tot de eindoverwinning in 1949.De Chinezen die uit de expo komen zijn zwaar onder de indruk, ook Yang vertelt me enthousiast wat voor een fantastische kerel die Mao wel was.
De permanente tentoonstelling van het museum nog bezoeken is te veel ineens, en we hebben honger; dus maar naar het restaurant voor een laat middageten; in de buurt is een bekend etablissement: ‘Xiao Du Dou’ ofwel ‘De kleine patat’; we krijgen er inderdaad in de schil gekookte patatjes te eten in een kruidig bouillon met wat groenten (lekker!) , verder een soepje met magen en ingewanden van schapen (in heel kleine snippertjes gesneden, als je niet goed kijkt weet je niet wat het is), en een schotel die ‘suan cai’ noemt, letterlijk ‘zuurkool’ en dat is het ook.
Ik ben wat verrast door de eerste vochtige winterdag, en alhoewel het vandaag warmer is dan de rest van de week, koel ik op straat volledig af. Yang blijft maar rondslenteren. Het meisje waarmee hij een afspraakje miste werkt in de Landbouwbank in het centrum en is vandaag van dienst; wij dwalen alle filialen van de Landbouwbank af maar vinden ze niet; hij probeert te bellen, maar geen antwoord; Yang wordt om langsom zenuwachtiger: ‘Ze antwoordt niet, ze reageert niet op mijn SMS, ze wil me niet…’.
Aan de rand van de grote markt staat een massa volk, er loopt politie en brandweer rond. De brandweer is bezig met het opblazen van een reusachtig kussen in een afgezet stuk straat; op het dak van een flatgebouw van zes verdiepingen het silhouet van een vrouw; omstanders geven commentaar: Om het marktplein verder te moderniseren wordt een reeks redelijk nieuwe flatgebouwen afgebroken; de inwoners zijn niet tevreden over de ontvangen vergoeding; naar het schijnt hebben sommigen veel gekregen en anderen te weinig; de jonge vrouw is gescheiden en moet alleen haar kind opvoeden; ze weigert het pand te verlaten; water, elektriciteit en gas zijn al afgesloten; ten einde raad is ze op het dak gekropen en dreigt ze naar beneden te springen.
Uiteindelijk trekken we naar huis maar onderweg moet er nog afgestapt worden in een supermarkt waar ze goede wollen lange onderbroeken verkopen voor de winter; die dingen zijn niet meer wat ze twintig jaar geleden waren (ik reisde toen veel met de nachttrein in China en had uitvoerig de gelegenheid om het attribuut te bestuderen); nu is dat echte design, in de afdeling ‘branded products’; de spullen zijn ook zo dik als een wollen trui; ik begin schrik te hebben dat mijn eigen ouderwets model niet tegen een lange winter zal bestand zijn! De prijs is ook niet mis, tussen 15 en 20 euro, terwijl mijn makker 150 euro per maand verdient.
Van het oponthoud in het warenhuis geprofiteerd om in het Belgian café een koffie te drinken en een voorraad taartjes in te slaan. Yang weet me te zeggen dat de diensters van dat café 70 euro per maand verdienen – overuren inbegrepen.
Zaterdagavond, drie dames collega’s nemen de uitnodiging voor een koffieklets met taartjes gretig aan. Ik moet zelf niet veel vertellen en krijg ze niet buiten voor half elf, in China een meer dan onchristelijk uur; maar het avondje heeft toch enkele ideeën opgebracht om mijn lesproblemen aan te pakken, ondermeer het gevleugelde woord:’Als leraar is het eerste waar je moet aan denken: hoe kan ikzelf minder doen in de klas’.
in Zimbabwe een handelszaak
De werkweek zit er bijna op, morgen nog één klas Europa, een sinecure. De lessen International Business beginnen me meer en meer te verontrusten. In de twee klassen is een grote fracties zonder meer met iets anders bezig, er zijn ook nog enkele studenten die gewoon niet komen. Frustrerend! De uitleg van Guorui maandag troost me maar half, maar wat te doen? Het is al goed dat deze cursus volgend semester wegvalt, ik moet het maar vijf weken meer volhouden! Ik moet meer weten over hoe de studenten het zien. Na de voormiddagklas komt een studente af met een reeks specialistische vragen over internationale financiën: afspraak vrijdagnamiddag. Na de namiddagklas komt een andere vertellen over haar plannen om in Afrika te gaan werken: meteen uitgenodigd om vanavond samen te eten.
Bij de lunch partijsecretaris Ren tegen het lijf gelopen; hij neemt zowaar mijn hand vast om te bezweren dat hij ook erg geschokt is door mijn informatie over de Mao-Hitler poster van vorige week; ‘Wat een onwetendheid, hoe kan je nu twee zo totaal verschillende historische personages vergelijken’. Hij kijkt er echt ongelukkig bij, alhoewel, misschien is dat wel inbeelding, hij lijkt altijd wel wat bedremmeld. Jammer dat hij er niet bij zegt of ze ook iets gaan doen aan de onwetendheid, maar de omstandigheden zijn er niet naar om een grote discussie te beginnen.
Vanmiddag nog maar eens met Xiao Dong, een vlotte en nieuwsgierige lerares Engels, gegeten. Ze belooft dat ze Lieve en mij zal uitnodigen bij haar thuis om te proeven van de gerechten die haar man, een geroutineerde amateurkok, klaarmaakt; wanneer Lieve hier zal zijn wordt het hopelijk inderdaad gemakkelijker om bij Chinezen thuis binnen te geraken…
De buitenlandse leraars klagen zoals gewoonlijk over het zwakke pedagogische systeem hier, het wordt wat eentonig maar ik probeer er het positieve uit te halen voor mijn lessen Frans volgend semester; om de schotel wat te kruiden komt daar nu het groeiend ongenoegen bij over onze kabeltelevisie: we vragen al maanden zonder resultaat om die te repareren – veel meer dan gedaanten in de sneeuw komt er niet op het scherm; de andere gebouwen op de campus hebben wel correcte televisie!
De enige die niet echt klaagt is Nolan, de belangrijkste van ons allemaal; hij is gestuurd en betaald door het Amerikaanse ministerie om de Chinezen te helpen met het moderniseren van hun pedagogische methoden; hij was gedurende het weekend op een internationaal seminarie in het Zuiden van China, is de enige van ons die volgend semester les mag geven aan de licentiaatstudenten – wij zitten allemaal in de kandidaturen -, en gaat tegen juni een interuniversitair symposium over opleiding Engels organiseren; alles bovenop zijn twaalf uren les. Ambitieus voor een gast van juist 26 jaar!
Om zes uur stipt klopt Liu Qianhui, alias Lynn, op mijn deur. Nou die meid weet van aanpakken! Ze heeft zich piekfijn opgedoft en geeft me meteen een pakje chocolade (made in Europe) en een zakje biscuits (European style) cadeau! (Hoe ze allemaal zo vlug te weten komen waar mijn zwakke plek ligt is een raadsel!). We trekken naar het restaurant en ze suggereert langs haar neus weg het ‘international restaurant’, het enige dat een categorietje duurder is dan de rest (de maaltijd voor twee zal me de exorbitante som van 4,4 euro kosten). In het restaurant botsen we op een jonge Canadese collega, die mee aan tafel schuift; zo gaat dat hier, je weet wel met hoeveel je vertrekt maar nooit met hoeveel je eindigt aan tafel. Ik heb het gevoel dat onze Canadees, zelf maar 27 jaar, erg onder de indruk is van Lynn; bij het vertrek zegt hij uitdrukkelijk ‘maybe we find a chance to meet again’; ik weet dat hij op zoek is naar een liefje. Het verhaal van Lynn is ook niet mis: haar ouders zijn boeren, die hun land laten bewerken door een oom en hier ergens in Shenyang op een bouwwerf werken, hij als bouwvakker zij als kokkin; ze zijn een stukje van die fameuze vlottende arbeidsmassa van 130 miljoen binnenlandse gastarbeiders.Ze verdienen samen iets van een 300 euro per maand, dat is zoveel als Wang Jiang Bonestaak die al tien jaar les geeft waarvan drie jaar aan de unief, op haar eentje verdient. Wanneer het te koud wordt valt de bouw stil en dan kunnen ze naar huis, zonder loon. Ze hebben drie kinderen, twee meisjes aan de universiteit en een zoon van twintig die zijn studies opgegeven heeft en voorlopig ook als bouwvakker werkt. Lynn kan alleen maar studeren dankzij een lening van de universiteit. Vorige week kwam hier plots een Chinees opdagen die in Zimbabwe een handelszaak heeft; hij kwam een tolk zoeken om hem te helpen goederen aan te kopen, Lynn stelde zich kandidaat en werd geselecteerd; zo simpel is dat; haar Engels is niet eens zo goed, maar allicht kan die Chinees dat niet controleren, en persoonlijkheid heeft ze wel; ze vindt van zichzelf dat ze uitdagingen moet aangaan; en ze volgt tenslotte een cursus ‘international business’ gegeven door een gereputeerde buitenlandse leraar! Dus vertrekken einde februari. En de studies dan? Wel Lynn ‘onderhandelt’ met de faculteit om daar een mouw aan te passen zodat ze toch nog deze zomer haar kandidaatsdiploma kan halen – in China kan veel ‘onderhandeld’ worden. Het brave kind is nog nooit verder dan Shenyang geweest en beseft nu pas waaraan ze begonnen is, ze zit vol vooroordelen over Afrika en verwart Zimbabwe met Zuid-Afrika. De Canadees en ik stellen haar gerust: nee, ze zal niet neergeschoten worden door een boze zwarte zoals ze gezien heeft in Amerikaanse misdaadfilms, Chinezen worden niet vermoord in Zimbabwe, Afrikanen zijn vriendelijke mensen en ze kan er goede vrienden maken indien ze zich wil openstellen. Dat laatste wordt wel wat moeilijk, de Chinezen in Afrika leven in een gesloten gemeenschap, gratis kost en inwoon is voorzien in hun contract, en van haar loon van 300 euro per maand zal ze wel niet veel willen uitgeven aan uitstapjes in Harare. We proberen haar nog wat elementaire kennis over zwart Afrika en Zimbabwe mee te geven en verzekeren haar dat faalangst in die situatie normaal is, het overkwam ons allebei telkens we aan iets nieuws moesten beginnen en zeker bij onze eerste opdracht in het buitenland; het voordeel aan dergelijke opdrachten is dat je gewoon niet mag falen, de enige optie is lukken. Haar contract is anderhalf jaar, zonder terugkeer naar China. Ze zit nog het meest in met haar ouders. Die Chinese jongeren hebben allemaal ongelofelijk veel over voor hun ouders; Confucius is hier nog springlevend; haar grote droom is veel geld verdienen zodat haar ouders in een mooi huis comfortabel kunnen leven. Ik zie bij ons niet veel jongeren zoiets zeggen. Na een tijdje lijkt ze gerustgesteld en ontspant en kan ik haar wat vragen stellen over de klas: ja de stof is moeilijk, maar zij verstaat het ,op af en toe een moeilijke term na, en daarvoor bestaan woordenboeken. Bij de studenten die niet opletten zitten er volgens haar veel luieriken; eenmaal door het ingangsexamen doen ze niets meer omdat je in het Chinese systeem bijna niet kan mislukken; resultaten of verworven kennis interesseert hen weinig; sommigen weten al van bij het begin van hun studies dat hen een goeie job wacht; hun rijke vader kan geld en politieke vrienden daar wel voor zorgen; de duizendjarige Confucianistische traditie van bureaucraten en rijke klassen die voor mekaar zorgen; ja het kan wel zijn dat president Hu Jintao dat wil veranderen, maar China heeft nog een lange weg te gaan (ik moet ineens aan Mao denken, die ook al zijn tanden brak op een Kulturele Revolutie). Volgens haar hebben die studenten die te weinig werken een te laag niveau Engels, die kunnen dus niet mee met mijn les zelfs indien ze zouden willen.
’s Avonds krijg ik nog een telefoontje van haar, het gesprek heeft haar gerustgesteld, de bezorgde jonge vrouw van daarstraks is terug een giechelende bakvis geworden. Wat mij betreft blijft de verwarring: ja ik heb een groepje goede studenten die erg geïnteresseerd zijn in wat ik vertel, maar wat in ’s hemelsnaam met de anderen? Opgeven?
