Het wordt een goedgevulde dag.
’s Morgens al direct bericht dat ik bij de directeur van de administratie moet komen; de politie zit achter me aan wegens illegaal werk in een middelbare school hier enkele kilometers verder; ze hebben mijn naam en paspoortnummer! Is mijn paspoort dan toch voor andere doeleinden gebruikt dan voor het dedouaneren van twee kisten? Hoe gaat dit aflopen?
Deze voormiddag nog maar eens Chinees examen; het examen spraakkunst van gisteren heb ik maar laten vallen, zonder voorbereiding is dat toch hopeloos, maar vandaag moet de test ‘gesproken Chinees’ toch wel gaan? Wel, 60% van het examen is schriftelijk, en tot mijn frustratie kan ik me van veel courante karakters zonder geheugensteun onmogelijk herinneren hoe ze te schrijven. Mijn perspectieven om naar volgend semester naar een hogere klas over te gaan smelten weg.
In de namiddag vieren de buitenlandse studenten hun kerst- en nieuwjaarsfeest – vanaf deze week beginnen ze weg te trekken ook al is er nog twee weken les. Het is een uitgelaten bende jongeren die eigen variété-nummers brengen, sommige in het Chinees, sommigen in hun eigen taal; Alina, de Russische vamp uit onze klas, zingt een romantisch Koreaans liedje en een Indische klasgenoot waagt zich wiegende dansbewegingen. Ik mag/moet naast de decaan op de eerste rij gaan zitten. Daarna worden er per klas baozi (ravioli’s, dumplings) gemaakt in het restaurant (in het chinees: bao baozi); je moet eerst bolletjes deeg maken, die dan uitrollen tot ronde pannenkoekjes die je vult en toeplooit op een artistieke manier; om alles af te werken rol je het nog extra in de bloem; die laatste was er te veel aan, het loopt uit in een algemene wedstrijd bloem gooien. Tegen dat iedereen goed wit ziet zijn de baozi al klaargestoomd. Nu pas kom ik te weten dat we daarbij nog een soort banket voorgeschoteld krijgen; een beetje een raar uur, om drie uur in de namiddag!
Ik ban nog maar goed terug op mijn kamer of daar staat Yang ,al; hij komt anders nooit zo vroeg maar altijd even onverwachts; hij ziet het wel zitten om mee te gaan naar de Japanse culinaire activiteit, in China is het niet zo erg jezelf uit te nodigen; om half zes komt Jim die ook al een uitnodiging versierd heeft, me al halen. Die ‘demonstratie Japans koken’ blijkt de officiële viering van 10 jaar Japans taleninstituut! De zaal zit afgeladen vol met honderden studenten en leraars; er staan maar twee Japanse gerechtjes op het programma, voor de rest is het nog maar eens een volledig Chinees banket! Een paar studenten aan een ronde tafel worden verzocht wat dichter bij mekaar te gaan zitten zodat we erbij kunnen; eten is er zoals gewoonlijk toch veel te veel. Er wordt heel wat gespeecht, gezongen en gedeclameerd, en de zaak wordt alsmaar emotioneler! Uitbundige studenten nodigen de leraars uit met hen te toasten in de stijl van ‘Op onze teergeliefde leraar’. Op die manier is lesgeven wel plezant! De laatstejaars worden officieel gehuldigd, de tranen vloeien langs alle kanten, er wordt gezongen van ‘Beste leraar, wij houden zo van u’ ‘Wij mogen het vertrouwen van onze leraars nooit beschamen’ en de decaan komt vertellen dat hij zoiets nog in geen dertig jaar heeft meegemaakt. Ik had vroeger al horen zeggen dat de stemming in de Japanse taalafdeling helemaal anders was dan in de Engelse afdeling! Dag en nacht!
Is me dat een dag geweest!
Ondertussen wordt altijd maar duidelijk dat mijn eigen leerlingen er niet veel van terecht gebracht hebben op hun examens, of anders gezegd, dat ik hen niet erg veel heb kunnen bijbrengen. Confronterend na dit Japanse gebeuren. Ze hebben daarbij niet alleen de juiste natwoorden van mekaar afgeschreven, maar ook de fouten. Ik weet niet goed wet er mee aan te vangen; moet ik er nu een aantal buizen of niet? Heeft het zin laatstejaars nog in problemen te brengen? Of derdejaars? In het Chinese universiteitssysteem kan je virtueel niet meer buizen eens je door het ingangsexamen geraakt, en dat voel je wel erg aan het gebrek aan inspanningen van de studenten.
