Herinneringen
Zonder dat Frank het beseft legt hij een CD op die ik nog niet durfde spelen omdat ze teveel herinneringen aan mijn tentoonstellingstijd oproept. Dit is een tijd geweest waarin veel gebeurde zowel op professioneel en persoonlijk vlak als met mijn familie, en ik kon niet inschatten of ik er al klaar voor was om daaraan terug te denken. Want daaraan denken is de confrontatie met een heel andere tijd dan dit lanterfanten op ons eentje in China… Te meer omdat ik eigenlijk zou moeten en willen werken wil ik er in december 2008 terug staan met een tentoonstelling én dat is wat ik wil. Maar die muziek die me toen steeds erg blij en energiek maakte, maakt ook nu warm en krachtig.
In en om de universiteit herbegint het leven. Frank stelt me voor aan allerlei mensen en hun reaktie, net als die van de mensen op straat waarmee we praten, verwondert me erg: het eerste dat ze zeggen is dat ze me mooi vinden, erg mooi zelfs! Ik begrijp dat eigenlijk niet goed, laten we eerlijk wezen: mooi? Ik sta daar met al mijn kilo’s en rimpels tegenover veel jongers, veel slankers en veel strakkers. Ik vraag Frank of dit een standaardzinnetje is. Hij zegt van niet en begrijpt het ook niet… al herpakt hij zich nét op tijd, nadat hij dat gezegd heeft!
We zijn klaar voor een nieuwe 40 kilometer! Frank gaat me tonen waar ik een schilderswinkel zou kunnen vinden zodat ik weet wat er te krijgen is.
Het anderhalf uur dat we inschatten om naar de winkel te fietsen worden meer dan vier uur: de stad is in lentesfeer en lijkt open te barsten! Wat een sfeer! De vele gesloten ijzeren poorten die me de indruk gaven troosteloze lege woonblokken af te sluiten, gaan open. Inboedels vliegen de straat op, ramen worden gelapt, matten geklopt… achter die poorten blijken restaurantjes en winkeltjes te schuilen. Al waren er wel constant verkooppunten op straat te zien van allerlei spullen: nu zijn ze talrijker en vrolijker. Ik kàn daar eenvoudigweg niet altijd aan weerstaan, zeker niet aan die straat vol oud ijzer!
Dan ontdekken we nog een oude site. Een tempel, en voor die tempel staan 12 prachtige bronzen beelden van de Qing-keizers van China. Ik vind het grappig dat Frank verstomd staat van zichzelf dat hij dat nog niet ontdekte! De bronzen beelden zijn nauwelijks zichtbaar van de ambiance die zich errond afspeelt: een artisanale markt. Zo zie je het niet vaak meer! Er worden figuren gegoten en geblazen uit bruine suiker, er zijn rode papierknipsels, geplooide papierfiguren, gegraveerde holle eieren (van Mao, Che tot blote madammen), veel snoep en veel barbeque-tentjes. Kort nadat we daar eindelijk weg kunnen gaan, vallen we op een park waar allerlei andere activiteiten doorgaan: samen dansen, kaarten, praten… en rechttegenover staat er een… spikslinternieuwe Zwitserse chalet! De naam? Ik durf ‘m niet uitspreken! Te gek. Er wordt afternoonkoffie aangeboden: 2 voor de prijs van 1. Ik babbel met de Chinese gerante: Ellen (elk jong ding heeft hier minstens twee namen: een Chinese en een Engelse). Een schatje. Het feit dat ze erg goed Engels praat, me aanbiedt met haar uit te gaan of haar te bellen als ik om het even wat wil weten is erg prettig. Haar Zwitserse baas begon deze tent duidelijk met de bedoeling de vreemdelingen van Michelin en BMW aan te trekken, die hier in de buurt wonen. Ze bieden kaasfondu aan, aan westerse prijzen (inportproduct, wat wil je…) en…nu komt het: organiseren fuiven waar volgens haar zowel Westerlingen als Chinezen op af komen. Ze belooft me, ons, ook uit te nodigen. Lach niet: ik zal komen, denk ik! Kwestie, een sociaal leven op te bouwen waar ik eens wat meer dan ‘ni hao’ kan zeggen. We verlaten ‘Heidi’ met een relativerende glimlach… we hadden niet eens door dat in de chalet nauwelijks een echte balk te vinden was: alles trompe l’oeil!
Uiteindelijk vinden we de schilderswinkels. Het blijkt mee te vallen: wat ik nodig heb vind ik, wat ze niet hebben heb ik mee. Oef! En het kriebelt helemaal als ik tussen dat gerief loop!
We rijden verder door ‘de computerstraat’: niet te doen! Een miljoen computers!
Dan maar terugfietsen. Op het gemak, met veel stops want het rondkijken houdt niet op. Ik denk dat ik nog gek word op deze stad! Alleen die éne zelfde verzuchting: jammer dat we aan de verkeerde kant van de stad wonen! De ambiance ligt duidelijk in het Zuiden van de stad.
Naast de kick van de schilderswinkels, de lentesfeer in de stad, Heidi, moet ik weer erkennen dat mijn adrinaline ook extra vloeit omdat ik me weer als de vis in het water voel op mijn fiets!
Ook al is die véél te klein, en niets in vergelijking met mijn Koga Myata-fiets: dit is fun! Ik schoot me vandaag over een baan bestaande uit 12 vakken, jawel: 12! Ik ben haast beter dan de Chinezen: de chauffeurs stoppen van het verschieten en voor ze dàt doen?… En foeteren dat ik doe, in het westvlaams natuurlijk, tegen al die in tegenovergestelde richting op mijn vak komt aanrijden, en tegen al de voetgangers op het fietspad, en tegen de auto’s die op het fietspad parkeren én rijden (ook al staat er een hekken tussen baan en fietspad). De “Yeps” “hoys” “andekants” “kiektekeworjeloptalstubliefts” en “hoilas” vliegen om hun oren. Niemand heeft licht (ik bracht er mee uit Belgie, made in China): fietsen noch bromfietsen, de auto’s af en toe. Die bromfietsen zijn geniaal: ze zijn geluidsloos omdat ze op electriciteit rijden: zalig! Het nadeel: je hoort ze niet afkomen. Iedereen rijdt dus waar ie wil maar het voordeel van dit verhaal is dat er weinig stress is om iets verkeerd te doen! Ik hoop dat er ons nooit iets overkomt.
Daarenboven is de temperatuur echt ideaal om te fietsen: nu 5° en droog.
We genieten nog van een straatmarkt, in het donker: kraampjes waar je vindt wat je in de winkels niet vindt (bijvoorbeeld een lamp met klem die ik nog nodig had om te schilderen) en die vertederend overleven tussen de wolkenkrabbers met gekleurde neonverlichting. Binnenspringen in het grootwarenhuis waarvan men zei aan Frank dat ze er ‘alles’ hebben: een soort Macro. Het is waar: hier vinden we alles, maar die ligt echt ver van ons af. Met de rugzak vol, de fietsmanden vol, ik hoop dat die lichte fietsjes al dat gewicht aankunnen, gaan we ertegenaan voor zo’n 15 km. Pas om 21u30 thuis en op de pc werken tot o1 uur. Terug niet goed slapen: de hele nacht door ontwerpen in mijn hoofd…
DE BARENSWEEEN BEGINNEN
Eindelijk dé zaken eens serieus aanpakken -ik ben een krak in het uitstellen- en mijn schildermateriaal uitpakken! Een beetje bang om te ontdekken wat ik niet mee heb, want intussen heb ik toch begrepen dat het niet zo eenvoudig is om aan materiaal te geraken. Zelfs de kleinste dingen die wij kopen in Belgie met ‘made in China’ vind je hier niet… Maar ik onderschat mezelf: ik heb destijds een goede verhuis op touw gezet, oef.
De minirok aan, ik heb intussen begrepen dat dit de beste outfit voor mij is om met mijn been over die mannenfietsbuis te kunnen zwaaien, mijn knellende broeken belemmeren die zwaai of ben ik misschien niet zo erg lenig?, en daarenboven zouden de broekspijpen in het tandwiel draaien. En de fiets op, op zoek naar pittoreske delen van de stad waar ik antiek, spullen met rimpels, verhalen én mijn verhaal kan vinden. Dat is wat anders dan broodroosters en vergieten zoeken!
Maar het valt ontzettend mee! Frank brengt me 15 kilometer verderop naar een schitterend historisch stadsdeel. Ik wist niet dat we dat hier hadden, en al vertelde hij dat al: ik had het me niet zo tof voorgesteld! Met een prachtig oud paleis, alles erop en eraan: gele dakpannen, veel knappe, voorgebouwen,… een oude site dat onmiddellijk doet denken aan dé Verboden stad. Moet ik zeker eens bezoeken. En het aanbod in de winkeltjes erom heen zorgen ervoor dat ik ‘s nachts niet kan slapen-niettegenstaande de 30 kilometer in de kuiten- en om vijf uur opsta om te schetsen. Goed zo!
ONGELUKJE MET DE BUS: KAN HET ANDERS?!
Zoals elke chauffeur is ook deze een zotje. Ik probeer daar niet over na te denken maar frons even mijn wenkbrauwen als ik uit het raam kijkend zie dat we rechts, jawel, een ander bus aan het inhalen zijn op volle snelheid, én dat de mensen in die andere bus stééds dichter bij me komen: touché! Hij graait de rechter voorspiegel van de sjieke bus mee. Ik vraag me verdwaasd af of dat hier zomaar kan, niemand reageert, de bus rijdt op volle snelheid verder. Maar een uur later blijkt deze maatschappij toch normaal te zijn: we worden tegengehouden door de politie, de andere bus komt eraan rijden, er volgt een heftige discussie tussen de chauffeurs maar ook tussen onze chauffeur en enkele passagiers van onze bus, proccesverbalen worden uitgeschreven én de chauffeur wordt steeds bleker en grauwer: oef…
Het landschap krijgt terug mijn volle aandacht, en je gelooft het nooit: halverwege de tocht ligt er sneeuw! Wat staat ons te wachten in Shenyang?!
Na een dutje krijg ik een beeld te zien die ik nooit vergeet. Ik open mijn ogen en zie in een eindeloze donkerte twee, verlichte rode lampionnen! Puur poëzie.
Het regent in Shenyang. Uitzonderlijk, ik had hier totnogtoe slechts zonnige dagen.
Rond 21 uur komen we thuis. Ik word erg aangenaam verrast door mailtjes die me vertellen dat de foto’s op de blog leuk zijn (ik vind het zowiezo leuk als ik opmerkingen,tips of raad over de blog krijg: doen!), een skype-telefoontje met Brigitte, een prachtige ‘ouderwetse’ brief van een tante EN… een cadeautje per post aangekomen uit Belgie! Als dat allemaal geen verwennerij is EN op een perfect moment! Bedankt allemaal!
BEETJE BALEN
Een deel van deze stad werd door Mao ondergraven met geheime gangen, twee verdiepingen, toen hij een inval van Rusland vreesde. Die gangen zijn intussen omgebouwd tot winkelgaanderijen. Zo zijn er ook in Shenyang, vertelt Frank. Daar je dit ook eens moet meemaken wagen we er ons in maar houden het er natuurlijk niet lang uit: massa’s mensen, massa’s producten dicht op elkaar’gepresenteerd’.
Bovengronds voelen we ons iets beter, alhoewel: daar zou je willen onder de grond kruipen van de keiluide herrie: reclame door megafoons, ‘muziek’ wordt alom op je afgevuurd. We vluchten naar rustiger buurten maar die zijn zo stofferig en grauw. Dit lijkt me Brussel wel een beetje: een stad met heel veel aparte gezichten, wat ik niet persé pejoratief ervaar, Brussel is mijn grote liefde… al hoor je me dàt nu niet zeggen over Harbin… ik verlang terug naar huis, ja, ik bedoel Shenyang.
China Daily
Na het ontbijt kruip ik weer in mijn bed, tot de middag: zo moe ben ik. Frank gaat op busticket-jacht. Niet makkelijk want het verlof is vandaag gedaan. Hij krijgt er te pakken voor overmorgen.
Ik ga alleen ontbijten in een French café dat ik gisteren zag. Blijkt een EXUBERANTE uitspatting te zijn: een ontbijtje bestaande uit een échte Italiaanse chocolademelk en een donker broodje met krokante korst (!!!) en met kaas kost me 11 euro, dààr komt Frank nooit overheen (en neen, ik heb het niet over het feit dat ik alleen zit te genieten van chocolade) maar ik laat niet van genieten met volle, zuinige teugen! Vooral de ligging en de uitstraling van de zaak verleidden me: groot raam, gelegen in de ambiance van wandelende mensen, een engelstalige krant (de China Daily) om te lezen… ik waan me in mijn favoriete café in de Koninginnegalerij in Brussel. Ik hoop dat ik zo’n uitlaatklep binnen ‘handbereik’ in Shenyang heb… Als toerist baal ik van dergelijke zaken, ze zijn mijn blik niet waardig maar nu ik hier woon voor een tijdje tussen allemaal mensen waar ik geen woord kan mee spreken, lijk ik dat anders te bekijken. Frank is niet alleen onthutst over de prijs maar ook omdat ik al aan de babbel zit. Nochtans doet het mij zo’n deugd eens te kunnen praten met iemand anders! Met de Chinezen kom ik nog niet ver, en dit is dan ook werkelijk een heerlijk zotte italiaan! Hij strandde drie jaar geleden in Harbin-ook al is hij minstens 65: dat het de hormonen waren die hem hier brachten was overduidelijk- kwam al snel in het ziekenhuis terecht door ademnood van de kou weliswaar, het was MIN 25° ,bleef toch en begon deze zaak! Zalig!
We nemen de bus naar een ander groot park waar ook ijsculpturen staan. Dit park is veel commercieler als gisteren (30 euro entree/2pers), overal knalluide westerse muziek en de sculpturen zijn niet verfijnd maar indrukwekkend door hun formaat. Tempels, kerken, pagodes, paleizen, draken, paarden… op minstens waren grote. Maar hier hebben we absoluut het gevoel tussen ruines te lopen: de helft is ingestort, niets intact. We paaien ons op de atrakties waar het nomaal gezien wellicht aanschuiven is en die ons eigenlijk ook niet interesseren. We glijden in een soort autoband van glijbanen, prettig, ik geef het toe, Frank skiet, we glijden over ijs op een glijstoeltje, wagen ons op de speciale ijsfietsen…
Maar het mooiste van deze dag is de oversteek naar de stad tevoet OVER de bevroren Song Hua! Ik zweet van de schrik, best eng zo in het donker maar knap! Gelukkig hoor ik het ijs maar één keer kraken! Niemand zou ons komen redden: we lopen hier alleen. Het romantisch beeld van het verlichte Harbin wordt versterkt door het vuurwerk (jawel, het geknal gaat maar door). Ik haal toch opgelucht adem als we er zonder natte voeten aankomen…
We laten ons na een te zoute maaltijd verleiden tot een flan maar dat blijkt pas goed fout: die blijkt gemengd met gezouten vis!
In onze hotel-oven, het is 28° op onze kamer, kijken we naar een bekende en toepasselijke film over de gevolgen van klimaatsveranderingen: ijs op Antartica zakt ineen en een tsunami overspoelt New York…
