GE-WERKT, GE-BAALD, VERWERKT
Het is inmiddels anderhalve week geleden dat ik nog geblogd heb. Tijd dus voor mijn verhaal, want als je denkt dat we hier nu lekker kunnen genieten van een rustgevende routine: niets is minder waar…
(Inmiddels las ik een recentie over een boek van Rudi Vranckx: men hoonde hem omdat hij teveel uitroeptekens gebruikt!!! Ik werd bloedrood en neem me voor er vanaf nu minder te gebruiken!)
Ik ben er wel in geslaagd om heel veel te schilderen en daar erg van te genieten al krijg ik weerstand uit onverwachte hoek: mijn benen. Ze staan ’s avonds pijnlijk hard en dik. Het is een feit dat het Noorden erg kwistig omgaat met het zoutvat, heb ik daardoor last? Mis ik mijn goede stoel en ezel? Zit ik nog te gespannen achter de ezel door al dat nieuw? Moet ik eindelijk maar eens de stap durven zetten en gaan zwemmen? Elke dag vertrek ik met mijn splinternieuw zwempak, mijn laatste aankoop in Belgie, in mijn handtas naar mijn werk met het voornemen ’s avonds naar het badhuis te gaan. Het ligt op 10 minuten stappen van mijn atelier. Maar ik, sommige mensen zullen me niet geloven, zie ertegen op om in mijn blootje tussen anderen te lopen: ze staren me nu al zo aan! Nochtans zijn vrouwen en mannen hier voor de meeste activiteiten gescheiden. Daarenboven ben ik bang van dat eentalig Chinees: Frank kan niet bij me zijn om te tolken. Maar… ik moét erheen…ik hoor er de heerlijkste verhalen over.
Intussen probeer ik vooral geregeld te fietsen. De wegen liggen bijna overal vrij en zoals de sneeuw geluidloos verdween, zo verdwenen de rode lantaarns: jammer, ik mis ze erg. In het weekend verkenden we de woonbuurt dichtst bij onze universiteit. Levendig en echt Chinees. Dit is een groot voordeel van in een streek te zitten waar geen buitenlanders leven: niets is in functie van een buitenlander gedaan, wat er is is voor de lokale bevolking: geen twijfel. Charmant is het hier niet, nu zeker niet met al die smeltende sneeuw, en toch oogt het niet troosteloos. Daarvoor schijnt de zon hier te vaak, daarvoor is er teveel activiteit op de straat, daarvoor lachen de mensen te makkelijk, is het aanbod op de markt te exotisch. Gelukkig want sommige, niet zo veel buurten zijn echt grauw en écht vuil. We eten zelfs in een stalletje op de openluchtmarkt en dit was dan wel proper, niet echt de plaats waar je netheid verwacht.
De woonblokken met al die verschillende kleuren ramen zijn toch ook wel humoristisch: elk verbouwd op zijn manier, wit, groen en veel blauw glas, volle ruiten, kleine ruiten, maakt niet uit.
In een bakkerij, Holiland, een Chinese keten, kunnen we zowaar een koffietje drinken en een lekker taartje eten. Dat doet mij ontzettend veel plezier, vooral omdat we zicht op de straat hebben: het lijkt wel ‘echt’. Al is het duidelijk dat Chinezen hier geen nood aan hebben. Restaurants zitten steeds tjokvol maar in de zeldzame cafetaria’s of theehuizen zie je geen mens.
Niet eens zo ver van bij ons heb je één van de twee attracties van Shenyang: een prachtig park met een begraafplaats van een Qing keizer uit de vroege zeventiende eeuw. Doorheen dat park fietsen we naar huis, het is inderdaad heel erg mooi. Deze zomer moeten we hier eens komen picknicken en dan ook maar het grafmonument bezoeken.
Zo glijden we een nieuwe week in. De dinsdag ga ik ’s morgens lekker fietsen maar de donderdag valt het dik tegen. Ik voel plots een ontzettende buikpijn die ik niet kan duiden, begin te transpireren en krijg tegelijk erg koud. Trager fietsen en kalm blijven in de hoop thuis te geraken, helpt niet. Ik ga zitten op de eerste drempel die ik tegen kom. Mensen staren me erg aan, maar niemand durft deze lijkbleke vreemdeling helpen. Heel erg benauwd kreeg ik het daarvan, vooral omdat ik voelde dat ik ijskoud kreeg. Ik moest iets doen, terwijl ik nog kon. Ik liet een taxi stoppen: neen, de fiets kon er niet in. Ik liet hem achter, haalde mijn briefje boven met ons adres, gelukkig had ik dat bij! Terwijl hij reed keek hij constant opzij: ik zag er niet echt goed uit. Frank zag me aankomen met de taxi en deed gewoon verder met zijn xin yi, toen ik hem vroeg de taxi te betalen antwoordde hij dat hij geen geld bij zich had en deed nog rustig verder. Zieker kon ik me toch niet meer voelen, in die zin maakte het niet uit… mister Bean op zijn best. Mijn bed verwarmde mij niet, een hete douche evenmin. Dan maar mijn wonderdrankje proberen: een hete chocolademelk en dà t deed me erg goed. Ik ging toch maar werken, nog wat flauw en overstuur door de reacties van de mensen. Het middagmaal sloeg ik over maar ’s avonds ging ik mee naar het restaurant met Frank en onze buur: wat afleiding zou goed doen, dà cht ik.
We eten in een vrij sjiek, groot restaurant: we zitten er alleen. Frank en onze buur zijn druk aan het praten, ik word afgeleid door een man die aan de tafel achter ons plaatsnam: het lijkt alsof hij aan onze jassen prutst. Ik pols vraag Frank waar zijn portefeuille zit: bij hem. Goed, in mijn jas zit er ook niets dus, geen zorgen maken. Het gepruts van de man houdt aan, nu wriemelt hij danig met een rood plastiek zakje. Ik vraag me afwezig af hoe hij dat doet: eten, praten en wriemelen aan een zakje. Nu pas merk ik dat hij alleen aan de tafel zit en praat met de zaakvoerders (ik denk dat ze iets met de zaak te maken hebben) en niet eet. Ik begin door te hebben dat er iets niet klopt: te laat: hij rent het restaurant uit en ik begrijp dat hij ‘een vangst deed’ maar welke? Natuurlijk: mijn handtas! Die hing onder mijn jas, hij haalde die eronderuit, stak die in dat plastiek zakje en verdween, zomaar! Die handtas mocht duidelijk de mijne niet blijven: het is dezelfde die ik in Londen in de luchthaven vergat bij de douanecontrole. Maar daar riepen ze me terug, hier echter roepen wij en tevergeefs natuurlijk. Ik ben ervan overtuigd dat ‘de eigenaars van het restaurant’ meespeelden. Ze lachen ons uit als we roepen dat er een dief is, versperren zelfs een beetje de weg en blijven maar vragen of er een gsm inzit en hoevéél geld erin zit: dit is echt het enige wat hen interesseert. En dat we zo’n kabaal maken voor 70 euro vinden ze helemaal om te gieren. Verslagen gaan we, Frank althans, verder eten. Beetje per beetje dringt het me door: ai: mijn gevoerde, zachte rode lederen handschoentjes waar ik zo trots en blij mee was zitten erin, oef: geen kredietkaart of paspoort, ai: wel mijn bloedgroepkaart (waarom ONTHOU ik dat soort dingen niet eenvoudig? ), oef: mijn mooie kleine adressenboekje die ik zowel om zijn inhoud als zijn look koester haalde ik er net uit, ai: mijn badpak!!! (Daar gaat mijn bezoek aan het badhuis?) En o, ai: mijn splinternieuwe digitale camera, dit is echt pijnlijk! Na inslikken van mijn tranen voel ik me al zo blij dat we al de foto’s van onze reis door het zuiden en die van hier net brandden op cd: stel je voor dat we dat niet gedaan hadden, Shenyang zou te klein zijn, zelfs China!
We doen aangifte in het politiebureau. Om dit mee te maken zou je je handtas laten stelen! Van 22 uur tot 23u30 word ik ondervraagd. Mijn verhaal wordt vertaald, de man schrijft Chinese karakters, zelfs ons adres in Belgie wordt vertaald, ook mijn naam! Wat kunnen ze daar mee aanvangen? Ze vissen naar een beschrijving van de man. Ik ben al opgelucht als ze mijn humor verstaan als ik zeg dat het enige wat ik kan zeggen is dat hij zwart haar heeft. Ik krijg bijna de slappe lach als de discussie over de breedte van mijn handtas niet ophoudt: ik zeg dat ze 35 cm breed is. De agent vraagt, met zijn vingers wijd open: twee handbreedten? Ik zeg: ja, zo’n 35 cm. Dus. Hij schrijft neer 40 cm want zijn twee handen overspannen 40 cm. maar stelt de vraag opnieuw: ik moet kost wat kost bevestigen of ze nu twee handen breed is of 35 cm en telkens ik iets antwoord om ervan af te zijn begint hij opnieuw over de handen en de centimeters. Ze zullen zoeken en me verwittigen als ze iets vinden. Heel erg lief van hen! De spreekwoordelijke naald in de hooiberg doet het hier, maar iedereen doet alsof ze nog nooit van een naald of een hooiberg hoorden.
Wie blogde er dat China zo veilig is? Ik voel me een illusie armer: toen ik hier twintig jaar geleden was had ik totaal tegenovergestelde ervaringen. Men had ons nu verwittigd uit te kijken op bussen enzo maar ik besteedde er niet veel aandacht aan. Enkele maanden geleden stond Shenyang in rep en roer omdat hier enkele taxichauffeurs vermoord zijn. Ze zetten grote ogen op als ik vertel dat dat in de States bijvoorbeeld al lang geen nieuws meer haalt.
Enfin, de dag sluit voor mij dus zoals hij begon: in brute pech. Ik lees tot 01 uur en ‘het meisje met de parel’ om mijn gedachten af te leiden.
Na een slapeloze nacht wordt ik strijdvaardig wakker: met alle Chinezen maar niet met… .Ik heb nog een bikini en vanavond GA ik naar het badhuis en ik laat me daar verwennen zoveel als ze willen: ik zal op alles ‘shi’, ‘dui’, ‘hao’ antwoordden. Ik heb al door dat dat bevestigende woorden zijn, elk wel in een andere context te gebruiken maar dat zal me niet uitmaken: ik zal ze alledrie uitroepen tot er één op zijn juiste plaats valt.
Ah, hét badhuis! Poepsjieke bedoening. Als je er binnen komt roepen vier mensen tegelijk met hoge luide stem ‘huanying nin’ (dat doet men ook in bepaalde winkels, erg grappig, het betekent ‘welkom’ maar nu ik hier zo alleen sta is het voor mij bijna een reden rechtsomkeer te maken van het verschieten). Terwijl ze me gesticulerend uitleggen dat ik mijn schoenen moet uitdoen en moet afgeven staan er zes anderen te giechelen. Bemoedigend! Enfin, ik ben vandaag na gisteren, door niets tegen te houden. Een vrouw toont me mijn kastje, staat naast me en blijft staan als ik me uitkleed, jawel ze doet zelfs mijn bikini dicht! Maar ik moét me, uiteraard eerst gaan douchen. Eerste blunder: daar sta ik in bikini tussen blote madammen. Maar sommigen hebben medelijden met me en komen vragen of ze me kunnen helpen: dit is voor je haar, dit is zeep, dit is conditionner. Voor ik in het zwembad ga vragen ze me of dit een badpak is. ‘ja’ zeg ik ‘een bikini’: grappig hoe dat woord door de gang van de ene mond naar de andere doorechoot, maar voor ze me kunnen tegenhouden ben ik al aan het zwemmen en door niets te stoppen, een half uur lang. Dat doet goed. Al moet ik natuurlijk zeggen dat dit verwende nest de wolken boven het zwembad van haar vrienden mist waar ze wekelijks kon gaan zwemmen, zich een beetje stoort aan de chloorgeur en meer en meer onder water gaat zwemmen om de keiharde muziek niet te horen. Daarenboven zwem ik zoals ik Engels praat: ik heb het nergens geleerd maar ik doé het: niet echt verzorgd dus. De badmeester volgt me baantje na baantje maar als hij na tien baantjes doorheeft dat ik absoluut geen aanstalten maak om op te houden kapt hij.
Na het douchen ga ik op ontdekking en vind de droge en de natte sauna. Heerlijk! Totnogtoe is mijn badhuis ervaring beperkt tot eentje in Boedapest, dit vond ik toen eveneens zalig, maar nu ben ik definitief verkocht , denk ik. Ik ga op zoek naar een handdoek en zie zo’n tien vrouwen liggen die door dames in bikini, notabene, afgewreven worden: ‘of ik dat ook wil?’ Mijn hele Chinese vocabulaire wordt boven gehaald: shi, dui, yao, hao.: ’30 kuai’ ‘maakt niet uit: doe maar meisjes!’ (ik ben net voor zo’n 650 euro, alles samen, bestolen, en vandaag ga ik die hele som uitgeven aan de zotste dingen, zou ik willen zeggen!) Met een harde washand word ik aan alle kanten afgewreven. Dat is ongelooflijk leuk! Ze vragen me of ik ‘dat’ van 128 yuan ook wil. Aan de wand hangen zeven borden met allerlei uitleg: dat van 128 yuan is het voorlaatste dure. Ze begrijpen er niets van als ik zeg ‘shi, yao, dui, hao’ en denken dat ik niet begrijp dat ik zal moeten betalen. Ik moet van de tafel, ze neemt mijn hand, iedereen kijkt geamuseerd toe, en gaat voor het plakkaat staan. Nog grotere verwarring als ze begrijpt dat ik niet alleen geen Chinees praat maar het ook niet lees en toch ‘ja’ zeg. De manager wordt opgebeld. Die blijkt ook geen Engels te kunnen maar snapt dat ik ‘het’ –wat het ook is- wil. Ik krijg een zalige van kop tot teen massage. Mijn haren worden zelfs meegemasseerd, ze trekken eraan, wrijven eraan, zalig: en zo gaat het overal verder, dit terwijl er op mijn gezicht een maskertje ligt en aan de geur te bepalen: op mijn ogen komkommer.
Ik krijg een witte bermuda en jas om en mag naar boven. Op deze etage zijn mannen en vrouwen. Ik vind er de rustzaal: heel erg sjiek. Er staan grote witte zetel-bedden, vooraan wordt discreet een film gedraaid voor wie wil. Een jonge man, een manager, komt me welkom heten: hij praat begot, Engels! Hij zal me rondleiden. De fitnesszaal, de karaokebar met restaurant, de leeszaal: alles gigantisch groot, duister en mooi. Hij toont me de mogelijkheden van verwennerij: ook hier kun je je laten masseren. Ik vraag wat het verschil met beneden is. Hij beweert dat het hier beter is… Je kan kiezen tussen hoofd-, nek-, buik-, benen-, voeten- of totale massage. En die heb je ook in veel soorten. Hij lacht ongemakkelijk als ik de verschillen vraag. Hij zal het me volgende keer uitleggen. De massages gaan door in de grote relaxzaal met zetels, of in kamers waar slechts vier, verwarmde bedden staan (als je je na middernacht laat masseren mag je de hele nacht blijven liggen), of in een privekamer.
Ik laat in de relaxkamer mijn voeten verzorgen. Naast me wordt een man gemasseerd door een meisje. Ik heb begrepen dat ik kan kiezen tussen een vrouw of een man, als ik hier een massage wil. Maar hier blijf je dus gekleed, beneden –in de gescheiden ruimte-was het naakt en voor wat ik zie: een andere soort massage.
Veel mensen blijven hier de hele nacht liggen en dit kan ik nu best begrijpen. Alleen en alleen uit echtelijke verplichting stap ik om 22u30 op. Ik betaalde 280 yuan (zo’n 25 euro) , de aankoop van een badmuts en een sjaaltje inbegrepen. Ze zullen me nog vaak terugzien!
De dag erop, zaterdag, beleven we terug een leuke dag. We ontvingen een bericht dat er een pakje toegekomen is en dat moeten we afhalen in een postkantoor. Een postkantoor aan de andere kant van de stad gelegen. Mooi uitgangspunt voor een uitstap! We fietsen, natuurlijk: het is erg warm vandaag: de eerste dag zonder jas.
Onderweg koop ik me langs de straat een handtas, niet lelijker dan die die me gestolen is (5euro!). Dat is al opgelost.
In het park worden we gelokt door muziek. Waarempel: een groep mannen speelt er Chinese muziek: prachtig, opwindend ook, meeslepend… Knap! Hun mimiek is zalig. Ah, was ik maar Breugel, ik zou hier stof voor ontelbare schilderijen hebben (ja, heb ik nu ook, maar het is niet dit. Sorry, maatjes, ik zeg niet wat het wél is). Er wordt ook door een groep mannen en vrouwen gedanst. Geen vrije dans, iets wat wij wellicht volksdans zouden noemen. Gelijke pasjes, sjaaltje laten draaien op zo’n danige manier dat het wel een plat vlak lijkt… Dit is China!
We moeten de post voor sluitingstijd halen. Ik was dit helemaal vergeten: een tijd geleden ontving ik een mail van een studente aan de academie van Gent die kunstenaars in het buitenland zocht om mee te werken aan haar eindwerk: we zouden iets toegestuurd krijgen en daar mogen we iets, om het even wat, mee doen en terugsturen. Ik zei natuurlijk: ja. En hier krijg ik mijn stuk: blijkt de top van een houten klomp te zijn. Het meisje vraagt in een brief te schrijven wat ik dacht toen ik dat opendeed. Dat zal niets lyrisch zijn: ‘ai, had ze het maar gevuld met Belgische chocolade!’. Neen, dat ging door mijn hoofd maar nog veel andere wél lyrische bedenkingen: ik zag meteen wat ik er ga mee aanvangen.
We zijn in de buurt van de Carrefour en de Pizzahut. Ik ben in het stadium dat ik nog niet voorbij de Carrefour kan zonder er binnen te springen om een stokbroodje te kopen (en bij deze:een paar… jawel… lederen handschoenen! Yep!!! Laat de uitroeptekens maar komen) , maar ik ben reeds in het stadium dat we de pizzahut laten voor wat het is: we gaan Chinees eten in een zéér bijzonder etablissement. Een gigantische overdekte tuin, vol exotische bomen en planten en overal of privé-kamers om met een groep in intimiteit te eten (niet ongewoon in China) en ruimten als een restaurant. Men brouwt hier zelf bier. We moeten ons eten gaan uitkiezen: de schotels staan uitgestald. Net als in een ander restaurant zie je op de schotel de ingredienten mooi geschikt maar tegen dat ze bij jou gepresenteerd worden is het één mengeling waarvan je niet meer het verband begrijpt met de schotel die je koos. Maar het is superlekker. En attractief! Sommige obers , zij die je ontvangen, zijn gekleed als elfjes, de obers die opdienen doen dat op rolschaatsen. We amuseren ons tot mijn ogen vallen op een jonge vrouw die er erg moe uitziet. Ik denk dat de mensen die hier in de horeca werken of in privé zaken érg veel uren moeten kloppen. Daarenboven laat ze een mooie schotel vallen, door de onhandigheid van een client, dat zà g ik, die daar maar blijft over zaniken. Even later loopt ze huilend weg: zou ze echt haar ontslag gekregen hebben? Jammer dat ik geen Chinees praat!
Frank dacht dat de enige hoeveelheid waarin je bier kon bestellen een kan van anderhalve liter was. Met dit in onze kuiten beginnen we om 22 uur aan onze fietstocht terug, voor een uur. Na tien minuten moet ik stoppen omdat ik een flauwte krijg: je zou van minder. Een stukje chocolade (jawel, ik moest m’n hunkering naar de Belgische chocolade toch compenseren in mijn Carrefour) helpt me er bovenop. Het is een leuke tocht.
Zondag wordt het bloggen voor mij, lessen voorbereiden voor Frank. Als onderbreking fietsen we anderhalf uur de andere kant van de unief uit. Ook hier worden hele dorpswijken gesloopt en rijzen de nieuwe als paddestoelen uit de grond. Je went gewoon niet aan dit beeld: dit moet je maar doen, als land.
Eergisteren praatte ik met een jonge man die Engels praat en die ik al eerder eens ontmoette. Hij legde me uit dat er wel degelijk veel gediscussieerd wordt over het dichten van de welvaartskloof. Hij zei dat China uit gaat van volgende gedachte: laat sommige mensen maar rijk worden: zij zullen dan helpen de armen rijker maken. Maar de man maakte ook de bedenking dat een rijke éénmaal rijk niet meer aan die arme denkt, dat dat een probleem is. Maar, zo zei hij, China is zich dat nu bewust en denkt na. Zo lost men wel degelijk het probleem van de leegstand van de nieuwbouw op door zelf die appartementen op te kopen en voor een heel erg lage prijs aan de armen te verhuren. Hij verschoot zich blauw als ik zei dat er in de States heel erg arme mensen wonen. Dat wist hij niet. Het werd een erg interessant gesprek. Ik hoop dat we mekaar nog eens ontmoeten: we wisselden adressen.
De avond verliep thuis met een echte Vlaams Lieve-soepje als avondmaal en een kommetje Frank-rijstpap, overgoten met een fles Belgisch Pax-bier, en… bloggen.
Woensdag 21 maart: Lente!
Terwijl de sneeuwbergen dag na dag wegsmelten hangt hier onmiskenbaar de lente in de lucht. Het dorre gras op de stukken gazon die vrijkomen is al afgebrand en ik speur elke dag naar de eerste groene sprietjes. De studentinnen hebben de rokken uit de mottenballen gehaald, Lieve is niet meer de enige om hier fancy rond te lopen. En mijn 32-jarige ongetrouwde vriend Yang weet me in zijn woordenboek-Engels te vertellen dat ‘springtime is a good season for love’.
Ervaren collega’s proberen mijn enthousiasme wel wat te dempen; het is nog maar een graad of zeven overdag en het kan terug kouder; volgens hen is de winter pas begin mei definitief voorbij; ik voel het alleszins nu al kriebelen.
Vorige week was er even sensatie toen we plots verzocht werden in een andere kamer van ons ‘hotel’ te gaan verblijven, we mochten geen water meer gebruiken in de keuken of badkamer wegens overstrooming van het onderliggende appartement. Maar dit zou China niet zijn indien ze niet binnen de 24 uur, en dan nog op een zaterdag, de loodgieter zouden optrommelen om met een mechanische veer het rioleringsstelsel te komen ontstoppen. Onze onderburen, een Chinees koppel dat onlangs naar elders vertrok, had de riolering verstopt met frituurolie! Na één nachtje op verplaatsing konden we al terug naar ons appartement.
Met Lieve verken ik nu terug verder de stad per fiets; wat haar, en ook mij bij een tweede onderzoek, vooral opvalt is de enorme leegstand van appartementen in nieuwe blokken; en dan daartussen nog die overblijvende oude krottenwijken, zonder het minste comfort; schokkend gevolg van de hervormingen en de markteconomie; er wordt veel meer gebouwd dan vroeger, maar de promotoren die nu vrij zijn om te doen wat ze willen denken dat luxe-appartementen meer zullen opbrengen dan kleine woningen voor minder begoeden, dus…De oudere flatgebouwen zijn ook wel bizar: de mensen woonden vroeger in appartementen van hun bedrijf en hebben die voor een appel en een ei kunnen kopen, zodat het bedrijf de onderhoudskosten niet meer moest ophoesten. Iedereen is dan maar op eigen houtje zijn appartement beginnen moderniseren, met plastic ramen, met staalramen, met alu ramen, met brons, blauw en groen glas….de tussenliggende bakstenen gevels die gemeenschappelijk zijn brokkelen intussen af, je kan je wel inbeelden hoe zo een ‘lappengevel’ er uitziet! Enfin, er is op het gebied van urbanizatie nog wel wat werk aan de winkel, … zoals trouwens op bijna alle andere gebieden! Je kan de TV niet opzetten of één of andere politicus of verantwoordelijke komt uitleggen wat hier moet veranderen, wat daar moet verbeteren, enz. , enz. dit alles om wat zij ‘een harmonieuze maatschappij’ te verwezenlijken. En het verschil tussen Chinese en Belgische politici is dat de eersten gewoonlijk wél doen wat ze zeggen…,al laten ze wel eens een steek vallen. Deze week las ik nog dat de meeste universiteiten zo goed als failliet zijn. De regering besliste enkele jaren terug dat er veel meer studenten moesten komen, maar gaf niet genoeg subsidies voor de nieuwe gebouwen; gevolg: de universiteiten zitten tot over hun oren in de schuld bij de banken….in afwachting van een nieuwe regeringsbeslissing om de subsidies te verhogen.
De universiteit hier draait intussen alweer op volle toeren, met een semester van maar dertien weken effectief les moet dat wel….Les geven in franse conversatie valt nogal mee, mijn Chinese collega kwam één keer kijken of ik me wel verstaanbaar kon maken, en dat was het. De studenten –gastjes van 19-20 jaar- werken beter mee dan ik dacht. De beste gesprekken zijn natuurlijk tijdens de pauzes, dan schrapen ze alle kennis bijeen om persoonlijke vragen te kunnen stellen. Het is overduidelijk de eerste keer dat ze zelf iets serieus moeten/mogen vertellen in het Frans. Ook de les management valt goed mee; dat zijn studenten die ik vorig semester moest bezig houden met marketing, we kennen mekaar al en management is toch ook wel interessanter; ik laat ze een schaduw stadsbestuur van Shenyang of een bestuur van de universiteit vormen en dat vinden ze wel plezant en motiverend. Mijn eigen lievelingsvak, Europese aardrijkskunde en geschiedenis, is daarentegen een ramp: telkens twee klassen samen, zestig leerlingen , een verduisterde ruimte om kaarten te kunnen projecteren , een ultrakort programma van maar negen lessen – daar kan je niet veel in sappige dingen in vertellen- , en studenten die volop aan eindwerk en werkzoeken bezig zijn; op de achterste rijen lijkt het soms een luidruchtig café ; dat ze niet opletten als het hun niet interesseert, tot daar toe, maar ze mochten toch wel stil genoeg zijn zodat de eerste rijen iets kunnen verstaan zonder dat ik hoef te schreeuwen! Misschien zet ik volgende keer gewoon de helft aan de deur…
In de Chinese les zie ik echt af; mijn klasgenoten zijn Koreanen, één Japanse en twee Russen. Die zijn allemaal zó weg met het Chinees. Ik ben de enige ‘dubbelaar’ en de helft van de lessen mis ik wegens zelf van dienst. Elke dag knokken en aanklampen zolang het duurt.
We beginnen hier ook wat familiair te worden met de nieuwe gezichten:
een nieuwe Russische lerares, ze heeft nog geen woord gesproken; een nieuwe Amerikaan, Dan, die er des te meer spreekt, Lieve noemt hem mr. Populair; hij was in Amerika accountant, kandidaat in de Chinese geschiedenis, sprak voor de kost tektsen in op radio en tv-spots, en had ook nog een eigen wushu school. Nog maar een die het beu is ginderachter en hier zijn toekomst komt zoeken. Op de businessschool zijn ook wat nieuwelingen, onder andere een nog tamelijk jonge Amerikaanse juridische adviseur met exotisch bloed; benieuwd wat die zijn motivatie is om hier te komen. Bij de nieuwe studenten zit in de laagste klas een 70-jarige Japanner, je moet het maar doen! Hij spreekt goed Engels en volgt nu samen met mij en de Amerikaan Dan om halfzeven ’s morgens de trainingen xin yi liu he quan van onze nachtwaker; het wordt hier stilaan een echte sportclub zo ’s morgens in de lobby. Dan, zelf wu shu leraar, beweert dat het heel moeilijk is xin yi te leren, er zijn bijna geen leraars en geen clubs. Voor wie niet weet wat xin yi is: het is naar het schijnt de enige Chinese gevechtstechniek met de blote hand die ooit echt in oorlogsomstandigheden gebruikt is; het komt er op neer dat je snel op de tegenstander afloopt, en hem lijf aan lijf bewerkt met alles wat je hebt: voeten, knieën, heupen, handen, ellebogen, schouders, hoofd; de bewegingen zijn geïnspireerd op verschillende dieren, stel je maar voor: de kippenpas, de kat die haar gezicht wast, de apenstijl enz.; er hangt natuurlijk een hele theorie aan vast, die van de zes harmonieën, drie inwendige (gevoel, verstand, kracht) en drie uitwendige (voet-hand; schouder-heup, knie-elleboog; anders zou het niet oosters ziin…).
Bij de nieuwelingen zit ook een 27-jarige Koreaanse specialist Engelse litteratuur, die hoopt alsnog geneeskunde te studeren en aangetrokken is doordat de Chinese universiteiten veel goedkoper zijn dan de Koreaanse; en verder een Amerikaans meisje, vooraan in de dertig, die met een Chinese vriendin een café wil beginnen dat op de buitenlanders gericht is… ik heb haar nog niet verteld dat er hier zo al twee in de onmiddelijke omgeving van de unief hun deuren hebben moeten sluiten.
Rare vogels, ….maar niet echt typisch; de meerderheid van de studenten hier komen uit buitenlandse sinologiefaculteiten en willen zich hier gewoon vervolmaken.Ik heb op mijn zestigste ook ontdekt wat een ‘lijmstok’ betekent. Lieve had wat brieven verstuurd, die allemaal terugkwamen wegens te weinig gefrankeerd. De brieven die ze zelf kreeg , deden er dan weer oneindig lang over, de adressen waren allemaal in potlood vertaald op de omslag. Geen nood, Lieve heeft voor alles een oplossing: je laat etiketten in het Chinees schrijven, drukt die een aantal keren af, en stuurt ze op naar alle mensen die zouden willen schrijven; ondergetekende kreeg het vriendelijke verzoek om in het postkantoor – op de campus!- te gaan uitvissen hoeveel er nu op die brieven moest. Enkel vriendelijke dames sloegen prompt aan het wegen en berekenen en leverden me uiteindelijk de stapel noodzakelijke zegels af… zonder lijm op de achterzijde. Ze schoven me een blik lijm toe en een eetstokje en na een snelkursus in het gebruik van de ‘lijmstok’ kon ik aan het werk… China in de eenentwintigste eeuw…en toch zullen ze er komen.
EINDELIJK: LIEVE ‘HELEMAAL’ ALLEEN OP STAP!
Van fietsen kwam nog niets in huis, dit weekend: nog teveel ijs. Zaterdag verkenden we eindelijk eens de campus in volle glorie: ik was erg onder de indruk van de bibliotheek waar Frank reeds over schreef in zijn blog, en van het bezoek aan de kunstafdeling van de school waar ik een kunstenaar ontmoette die net een prachtig schilderij aan het maken was. Jammer dat we mekaar niet konden begrijpen. Het was leuk dat ik hem mijn website kon tonen. Het is misschien jammer dat ik mijn atelier niet in dit gebouw heb maar ik ben er toch niet treurig om: hier spreekt niemand Engels, waar ik zit wel want daar huist de afdeling buitenlandse talen en daarenboven hou ik daar wel van mijn privacy.
Zondag ontdekten we weerom antiek- en brocantemarkten: één in openlucht: erg tof, en één overdekt: allemaal piepkleine winkeltjes samen in één pand. Minstens 130! Dit werd snuisteren en genieten en wel100 keer antwoorden dat we van Belgie zijn: neen, veel vreemdelingen lopen hier niet rond in Shenyang!
Verder kookte Frank vrijdagavond superheerlijke mosseltjes (één schoonheidsfoutje: hij serveerde er rijst bij…) en de andere avonden keken we DVD filmen die we konden uitlenen in de bilbliotheek: zaterdagavond genoten we van Camille Claudel (wat een treurig leven: te passioneel, te jong…), zondagavond van ‘the Syrian bride’ (wat een realiteit! En wat een zus…). De volgende DVD waar mijn ogen opvielen wordt ‘het meisje met de parel’ maar eerst het boek lezen dat ik net voor ik naar China kwam kocht…Luxe dat je kunt kiezen in welke taal je de ondertitels wil! Zondagavond heb ik eens gekookt: dit voor de eerste maal sinds ik in China ben! Ik zal het hier echt afleren!
Het aanbod in alle shops van de universiteit is echt amusant: je ziet duidelijk dat dit een school is voor toekomstige leerkrachten, en de studenten dus vooral meisjes zijn! Al denk ik eerder aan pubertjes tussen de 8 en 12 jaar dan aan hogeschool studentes, als ik de spullen zie! Zo komt het dat er nu in ons appartement een zitkussen in de vorm van een berenkop ligt, ik rondloop op mijn werk met mouwbeschermers waar varkentjes opstaan, er in de keuken en badkamer een knalblauw vuilnisbakje staat… ik voel me waarlijk weer erg jong!
Daarenboven vermoed ik sterk dat ik hier ingeschreven ben als student! Gisterenmiddag moest ik naar het politiebureau voor een pasfoto: een formaliteit die elke nieuweling meemaakt. Maar de andere volwassenen werden naar het bureau gebracht per taxi terwijl ik in een bus vol buitenlandse studenten gedropt werd. Na veel denken vermoeden we dat men niet goed kon uitleggen wat ik hier kwam doen en me dus wellicht inschreef als student.
Het werd een interessant uitstapje! Zo kon ik eens rondvragen wat de motivatie is van al die Russen, Koreanen, Amerikanen, Indiers, enz… om hier te komen studeren. Voor het Amerikaanse meisje is het de bedoeling om hier een koffiehuis te beginnen, en voor alle anderen die ik aansprak gaat het erom dé belangrijkste wereldtaal te kunnen… Tja, eigenlijk wel raar om te beseffen dat je de wereld vanuit een heel andere windrichting kunt bekijken!
In het politiebureau –gelegen aan de andere kant van de stad- verliep alles vlot en éénmaal buiten had ik geen zin om direct terug te gaan. Als ik nu eens op mijn eentje ging shoppen in de Metro, waar ze dat lekkere brood hebben… (ons diepvriesvak is vrij groot). Dom van me dat ik het stadsplan niet meenam! Ik informeer bij de studenten of ze weten waar de Metro ligt. Foute gok want de Metro is vooral gekend voor zijn echt westerse producten als goudakaas, mozarellakaas, belgisch bier enz… en daar hebben de oosterse studenten weinig boodschap aan. Maar ze willen me persé helpen! Minstens vijf studenten beginnen druk te gsmmen. En ja hoor: in chinese karakters schrijven ze iets neer wat Metro zou moeten betekenen. (interessant om weten is dat chinezen geen enkel westers woord overnemen. Zo zie je hier ontzettend veel Mc Donalds, met dé gekende M gigantisch groot bovenop het gebouw maar vraag je aan een taxichauffeur je naar een Mc D te brengen: dat kent hij niet. Je moet het chinese woord kennen: mai de lon)
Het adres van de universiteit heb ik ook op papier, in het chinees: zo moet het lukken! Ze roepen zelfs een taxi voor me, steken me erin en daar ga ik, uitgewuifd door zo’n twintig jongeren die weten dat dit mijn eerste uitstapje is!!! Zowaar: de man zet me af aan de Metro, nota bene in het chinees: mai de long: jawel: als je het niet goed uitspreekt droppen ze je in de Mac Donalds!!!
Enfin, ik geniet mateloos van het snuisteren én kopen zonder ‘controleurke’ in mijn kielzog! Zes broden en zes flessen wijn, zijn mijn grootste uitspattingen! Alhoewel: ik koop zelfs boter: thuis gebruik ik nooit boter op mijn brood!
Als een echte betaal ik, valt ook al mee, stap ik de taxi in, toon mijn briefje en word ik braaf voor de deur gedropt. Zo eenvoudig is dat!
In mijn overmoed ging ik deze morgen om 6uur30 (er is dan al volop daglicht) voor de eerste maal fietsen, op mijn eentje, voor mijn werkdag begint (thuis had ik deze prachtige gewoonte). Maar dit verliep iets minder florissant! Om te beginnen reed ik buiten via de verkeerde poort waardoor ik meteen al mijn weg kwijt was. Ik wou op de buiten fietsen, en moest daarvoor de noordpoort nemen. Ik nam de westpoort en kwam dus op de drukke baan terecht. Geen nood, dacht Lieve, even rechtsaf: liep telkens dood. Derde keer meer geluk: en maar fietsen tot ik besefte dat ik noch geld, pas, of adres bijhad! Gelukkig had ik die ochtend bij het wakker worden ons adres eens een paar keer luid opgezegd als oefening: shi fan daxue: normal university (shiefan betekent ‘eten’… Ik hoor geen verschil, laat staan dat ik het anders uitspreek).
Enfin, na de ontdekking van een Designschool, het zien van een oud paartje die samen hun ochtendoefening deed (achterstevoren lopen met piepkleine pasjes), genieten van de zuivere vrieslucht (wat een letterlijke verademing in deze stofferige stad), het gevolgd worden door een auto met een viezerikje in, arriveerde ik 45 minuten later weer thuis. Ik vond het lastig, meer dan een week immobiliteit voel je al en die fiets is toch maar zozo, maar toch was het zalig: vanaf nu probeer ik dat om de twee dagen te doen: dat is het moment waarop Frank zijn soort taiqi doet, beneden met de huisbewaarder. Leuke organisatie! Na een zalige douche en een ontbijtje zijn we klaar voor een mooie werkdag. Wat is het toch leuk dat de zon hier zoveel schijnt!
’s Middags in het restaurant en ’s avonds als we door de campus wandelen worden we aangeproken over het feit dat ik heelhuids thuiskwam, gisterenavond: zo’n uitstapje samen breekt duidelijk het ijs (wat kunnen uitspraken plots letterlijk klinken! Al is er intussen veel ijs verdwenen, het moet gezegd).
gele koorts
Lieve is hier intussen al bijna twee maanden; verbijsterend hoe snel ze zich hier aanpast, het is bijna alsof we hier altijd al woonden; voor mij is het een déjà -vu of eerder een déjà -vécu gevoel; China is een land dat je vastpakt en niet meer loslaat; de ‘gele koorts’ besmet ongeveer iedereen die hier voet aan de grond zet.
Dit weekend bezochten we samen de universitaire bibliotheek , een slakvormig gebouw met vijf verdiepingen en een mooie overdekte binnentuin met vijver, met leeszalen, computerzalen, studiezalen, honderden (duizenden) studenten in stilte aan het werk; over het niveau van de boekenkeuze kunnenwe natuurlijk niet oordelen, maar je ademt hier letterlijk het intellectueel potentieel van de Chinese massa. Er is ook een afdeling CD’s en DVD; die kan je hier gratis in een apart hokje komen beluisteren/bekijken; leraars mogen ze ook enkele dagen mee naar huis nemen. We snuisteren wat in de catalogi en besluiten ons dit weekend te tracteren op ‘The Syrian Bride’ en ‘Camille Claudel’. Wij bekijken de films met Engelse onderschriften, studenten die dat niet verstaan kunnen Chinese onderschriften kiezen.
Op onze verkenning door de universiteit trekken we zaterdagnamiddag maar meteen naar het departement schone kunsten. De directeur van het departement buitenlandse betrekkingen zou ons daar introduceren, maar heeft zijn collega nog niet kunnen bereiken. Dus ongeduldig als we zijn dan maar zelf proberen…We stappen lukraak een lokaal binnen waar we lawaai horen, leggen uit dat Lieve artiste is en eens komt kijken. Prompt brengt men ons naar het atelier van een beroemde leraar/schilder. Hartelijk onthaal, we krijgen een catalogus van zijn werken –moderne olieverfschilderijen van hoog niveau volgens Lieve-, bekijken het werk van Lieve op internet, en mogen ook meteen inkopen gaan doen in het winkeltje van de faculteit; veel meer dan het hoogstnoodzakelijke om te depanneren is er niet, maar voor de tube verf en enkele borstels die Lieve meeneemt hoeven we zelfs niets te betalen! Benieuwd hoe het verdere contact ‘tussen artiesten’ zal evolueren.
We trekken in het weekend ook opnieuw naar de stad, veiligheidshalve niet per fiets deze keer, maar per taxi – busritten naar de andere kant duren echt te lang, met de taxi is het al 40 minuten – kostprijs 3-4 euro enkel. De rijweg is intussen overal vrijgemaakt van sneeuw en nu begint men de sneeuwbergen op de bermen op te scheppen (kwestie van afvoerputjes en goten vrij te krijgen tegen de dooi). Ze voeren de sneeuw weg met open vrachtwagens; raar zicht, camions sneeuw in de stad. De fietspaden en voetpaden zijn nog ver van overal ijsvrij, dat lijkt niet de eerste prioriteit te zijn…De mannen met bulldozers die de sneeuw wegduwden waren blijkbaar ook niet altijd geknipt voor de taak, nood breekt wet; op sommige plaatsen zijn de borduren uit de grond gerukt; vooral op onze campus is de ravage belangrijk. Aan ons logementsgebouw heeft de bull de schelpvormige granieten platen rond één van de ingangszuilen kapot gereden; vervelend voor één van de meest prestigieuze gebouwen van de campus; de snelheid (of traagheid) waarmee dat zal gerepareerd worden is wordt een test.
Op 45 kilometer van hier is een kolenmijn ondergestroomd, 20 doden en negen vermisten. Ik las dat in de Standaard, het stond ook wel in de Chinese pers maar ik hoorde er nog niet van spreken hier. De mijn is één van de gevaarlijkste van China, ze is meer dan 100 jaar oud. In 1931, tijdens het oude regime, gebeurde hier de grootste Chinese mijnramp ooit, met wel 3000 doden.
De eerste schoolweek zit erop
De eerste schoolweek zit erop, voor mij weinig aktief want twee derden viel weg door de sneeuw. De lessen Chinees zijn ook herbegonnen, ik zit nu in de één hogere klas, mijn klasmaten zijn ofwel terug naar huis of studeren twee en zelfs drie klassen hoger. Geen nood, er zijn massa’s nieuwe studenten aangekomen: Russen, Koreanen, Indiers, het kan niet op, iedereen wil komen Chinees studeren. Onze directeur kwam juist terug van Libanon, deze zomer mogen we de Libanezen verwachten voor zomercursussen …
Lieve is beginnen schilderen, de faculteit legt haar echt in de watten, mooi atelier en alle bijbehorende service…blijkbaar stellen ze mijn gratis prestaties hier toch wel op prijs.
Het Chinese parlement begon aan zijn jaarlijkse voltallige vergadering en onze provincie – Liaoning- heeft een nieuwe gouverneur. Provinciegouverneur, het klinkt in België als een sinecure, zeker sinds Stevaert, maar in China is het een heel serieuze job, zo ongeveer als eersteminister zijn van een land met 40 tot 50 miljoen mensen. De man heeft al aangekondigd dat de krottenwijken van de provincie versneld zullen afgebroken worden; de bewoners krijgen gratis een nieuw appartement met hetzelfde oppervlak, bijkomende oppervlakte zullen ze 60 euro per meter moeten betalen. Die krottenwijken zijn oude buurten vooral in de rand van grootsteden, met waterleiding en sanitair op de hoek van de straat in plaats van in de huizen, en soms nog met aarden wegen. Gezinnen met meer dan één werkloze krijgen voorrang voor tewerkstelling door overheid: binnen de 20 dagen worden ze een job toegewezen. En er is natuurlijk ook een plan om de de verouderde industrieën van de provincie nog sneller te moderniseren.
Verder gaat de provincie al haar normaaluniversiteiten in navolging van de nationale normaaluniversiteiten gratis maken; volgend jaar dus nog wat duizenden studenten meer op onze campus; geen wonder dat ze hier in alle hoeken en kanten nog aan het bijbouwen zijn!
