mijn honger naar cultuur was groot
Ik had hen hier in Shanghai en mijn echtgenoot verwittigd: mijn honger naar cultuur was groot. De respons blijft niet uit. Frank en ik gaan naar het Shanghai Art Museum: het vroegere gebouw van de koloniale paardenrenbaan. Als je op het dak zit kun je de situatie van weleer een heel klein beetje voorstellen: de paarden die rond dit park liepen, dat destijds aan de rand van de stad lag en nu midden in het centrum.
Er loopt een tentoonstelling van Lin Ximing: een Chinees kunstenaar van 82 jaar. Ik vond deze overzichtstentoonstelling bijzonder interessant. Ik krijg veel de vraag of Chinese traditionele kunst niet te stereotiep is. Deze tentoonstelling bevestigt het antwoord dat ik steeds geef: als de kunst gemaakt is op een éigen manier, vanuit eerlijke eigen emoties en met kennis van die traditionele technieken en de toeschouwer zich openstelt voor de leefwereld van de kunstenaar en goed kijkt, voelt hij dat het goed zit. Het probleem is vaak dat wij zo gebrainwashed zijn met normen van wat hedendaagse kunst moet zijn dat we vastzitten.
Wat die man telkens opnieuw doet met zijn traditionele technieken is verbluffend. Er zijn schilderijen met de vlotte inktstreken, minimalistisch en direct zoals we de traditionele schilderkunst op zijn best kennen: ontzettend knap. Maar nog meer onder de indruk ben ik van zijn gedurfd zetten van grote massieve zwarte inktvlekken, dit zijn bergen of bergketens, of het logge lijf van een paard, een stier of een haan, of een dak van een huis, of gigantisch uitvergrootte vissenkoppen. Ze stààn er als een abstracte vorm.
Als massieve vorm, zonder zintuigen schildert hij ook mensen. Erg gedurfd.
Op andere schilderijen sta ik verbluft van zijn speelse onderbroken lijnenspel: het lijken de olijfbomen van Van Gogh wel!
Enkele werken vertederen mij uitermate omdat ze zo eerlijk zoekend, op het randje van onhandig door een virtuoos, geschilderd zijn. De badende naakten vergeet ik nooit.
Het is de eerste keer dat ik een overzichttentoonstelling van een Chinees schilder te zien krijg en dit geeft me een ander boeiend aspect: hoe werkte de man zich doorheen al die turbulente tijden van China, de laatste eeuw? Jawel, zijn werk van de jaren ’60 is soms een traditioneel landschap maar vaak geëngageerd werk: stoere arbeiders aan het werk, lachende boerenvrouwen aan het werk en met een boekje in de hand: werken en tegelijk als volwassene leren lezen…In de jaren ’60 werkte hij veel met papierknipsels: ik zag tot deze tentoonstelling nooit revolutionaire papierknipsels!
De man heeft ontzettend veel gewerkt. Tja, ook nu voel ik me gesteund: een kunstenaar moet veel werken, dat is een feit.
Een verdieping hoger hangt het werk van een hedendaags Chinees kunstenaar die gigantisch vergrote koppen schildert van mijnwerkers. Hijzelf was zelf ook mijnwerker. Deze schilderijen zijn ontzettend knap! Ik heb spijt dat ik de cataloog niet kocht maar het gewicht van de cataloog van vorig kunstenaar dat we al meesjouwden, weerhield me. Nu weet ik niet eens zijn naam meer. Erg jammer, het was hoogstaand! Je ruikt het harde mijnleven doorheen zijn verf.
In een deel van de bovenverdieping hangt het werk van een ander Chinees kunstenaar die hier permanent hangt. Een man die blijkbaar veel reisde:interessant. In de andere zalen zien we het werk van een Frans fotograaf, en een Japanner. Maar we zien ze eigenlijk niet meer: we zijn uitgeteld. Jammer, want Jan vertelde later dat die wel erg knap waren.
Op het dakterras van dit hoge gebouw gaan we eten. Ik krijg hier helemaal een kick! Zowel van het uitzicht over de wolkenkrabbers als van de architectuur van dit terras. In al de trendy gebouwen van Shanghai zie je de allerknapste constructies en combinaties! Top! Hier combineerde men dit oude gebouw met een stijlvolle trendy glazen gaanderij rond een patio. Van op het terras rond die gaanderij heb je dan een schitterend zicht op de stad. En de weergoden zijn met ons: al regende het: we kunnen eten in de zon.
We moeten ons haasten om nog op tijd het museum van Stedelijke Planning te bezoeken: wou Frank zien, en ik zeg daar ook niet neen tegen. Maar het valt niet zo mee. Indrukwekkend van concept, overdonderend, zoals we al in andere steden zagen maar niet echt informatief – de essentie verdrinkt in te veel details. Een hoogstandje van techniek vind je in een ruimte waar een virtual reality show getoond wordt. Je zoeft er over de stad, je zoeft er over de snelwegen alsof je in een wagen zit aan topsnelheid maar dan laten ze die wagen bijna tegen een andere rijden zodat je echt je hoofd moet afwenden , je zoeft over het water: van er nu over te schrijven alleen word ik alweer misselijk! De show toont wat er is en wat nog bijgebouwd wordt: nog grootse plannen!
De beneden verdieping is mijn ding: in houten kasten met schuifpanelen, lekker retro, kun je oude naast nieuwe foto’s van de stad bekijken. Oef, hier kom ik tot rust.
Hier in dit gebouw loopt ook een tentoonstelling van impressionisten met De Provence als thema. Dit konden we gelukkig ontwijken want hier in China de Provence zien zou me helemaal verwarren: kàn er echt niet bij!
We wandelen nog wat door een deel van de oude stad. Hier ben ik helemaal verwonderd dat ik deze toestand nog vind in Shanghai! Werkelijk Shanghai zoals ik het twintig jaar geleden vond! Ik kan mijn ogen haast niet geloven: en dat pal in het centrum vlak naast het oude deel dat inmiddels een supertoeristische attractie geworden is… Daarenboven begint het te regenen: de donkere lucht met in de verte wel een heldere lucht geeft een zeer bijzondere sfeer. Kleine lage huisjes, vol mensen binnen en buiten, tussen de huisjes gangetjes waar rommel staat maar waar ook gekookt wordt…dit is nog het oude Shanghai met de slechtste en de kleinste behuizing van heel China.
Ik kocht een tof kijkboek over de woonsituatie in Shanghai: een jonge man fotografeerde gedurende jaren het interieur van tweehonderd mensen en vroeg hen ook een kleine commentaar op hun leven. De woonsituatie is zoals voorspelbaar erg uiteenlopend. Een werkloze man woont zelfs op een sofa OP het terrasje van zijn zus! Veel gezinnen hebben een éénkamerwoonst, leven, koken, slapen in één ruimte van 3 op 3 meter met twee, drie mensen tot en met een migrantengezin met vier kinderen. Een lokale tandarts leeft én werkt in zo een ruimte, met wat hij van de armere Chinezen verdient is niets groter te betalen..Daartegenover staan super-deluxe interieurs met een badkuip in empirestijl midden het salon van de presidenten van privé-firma’s. Blijkbaar is dat hier een hype want het komt verschillende keren voor. Ook de middenklassen (professoren en dergelijke) hangen heel veel geld aan fancy interieurs in nieuwe appartementen die met Europese flats kunnen concurreren. Vele klagen dat ze veel te veel moeten werken wat wellicht zo is maar het verliest kracht omdat er ook veel zijn die klagen omdat ze sowieso moeten werken. Ik vraag me af welk antwoord de mensen zouden geven bij ons om kort te beschrijven wat ze van het leven vinden: interessant ideetje, maar of het resultaat een waarde heeft is een vraag, toch vond ik het boeiend omdat zoveel diverse mensen aan het woord komen.
Het is moeilijk om in Shanghai een taxi te pakken te krijgen, stel je voor maar het is zo: je hebt tijd nodig om er een te vinden. Al een beetje in wanhoop omdat we te laat zullen komen op ‘het’ trouwfeest vinden we er toch één. We zijn net op tijd voor het spektakel in de schouwburg, ‘Het Lyceum’: het onderwerp is een Mongools huwelijk.
Achteraf voelen we ons voor onze 28 euro per persoon wel belazerd. Jawel, de kostuums waren mooi, maar het spektakel was te schools. Er zaten twee, misschien drie choreografisch sterke scènes in: waarom niet meer? Jan viel zelfs in slaap. Alle begrip. We troosten ons met een biertje op een terras. Weerom een erg trendy zaak waar een biertje minstens vier euro kost maar het is ook hier erg knap en gezellig zitten.
KUNST IN EEN OUD FABRIEKSPAND
We brengen de dag samen door in een oud fabriekscomplex in Moganshan straat, waar een honderdtal galerieën die hedendaagse kunst brengen gehuisvest zijn en waar ook kunstenaars hun atelier hebben; het is gelegen naast de Suzhou rivier. Gisteren was het er nog erg alternatief, vandaag al veel meer trendy en morgen te fancy zodat de doorsnee kunstenaars er al niet meer zullen kunnen huizen omdat het te duur wordt… Ze weten het al: sommige zijn al gaan lopen en hebben reeds een ander pand gekraakt… Jammer.
Samen, met zijn vieren, hedendaagse Chinese kunst bezoeken, in galerieën, lijkt ons erg interessant. Het is het ook. Mekaars reacties zien, merken wat een ander knap vindt is reuzeboeiend. Ik verwittigde Jan en Arlette: veel commentaar mogen ze van mij niet verwachten: ik ben absoluut niet iemand die oordeelt, noch veroordeelt, daarenboven begeef ik me zo graag op de grens tussen kitsch en kunst dat het verwarrend kan overkomen. Ook omdat ik een kunstwerk nooit bind aan een bepaald interieur. Het omgekeerde is eerder waar: ik fantaseer vaak over hoe een eigenlijk lelijk of kitscherig werk perfect zou staan in een totaal ander interieur, bijvoorbeeld een designinterieur. Of hoe een lelijk werk fantastisch zou kunnen worden door een andere presentatie rond het werk, of hoe een lelijk interieur supertof zou kunnen worden door de aanwezigheid van een tegenpool…Dat vind ik zo’n leuk spel, zo veel spannender dan de vaak veel te voorspelbare combinaties die ik om me heen zie en zo ‘de norm’ zijn. Het is een spel dat ik me in galerieën meer permitteer dan in een museum. Een museum is ernstig, daar denk ik niet aan een interieur, dat mag haast ook bijna niet meer! Maar galerieën zijn zo zalig menselijk! Het is een genot dat ikzelf slechts enkele jaren geleden herontdekte na jaren galerieën vermeden te hebben en alleen te kijken naar kunst in musea… Ik was vergeten hoe menselijk kunst kan zijn en mag zijn… Hier, net als in onze galerieën, zie ik veel menselijke én daarenboven Chinese kunst. Jawel, Chinees. Zoals ik ooit schreef: 18 jaar geleden hield ik een toespraak in een academie, hier in Shanghai waarin ik vroeg om niet te blijven steken in het na-apen van Westerse kunst en een eigen, Chinese taal te ontwikkelen, gebaseerd op hun ontzettend knappe gave om met weinig lijnen op een virtuoze vlotte manier veel te vertellen. Ja, het moest kunnen, los van de bekende traditionele schilderkunst of net wel als toen maar in het nu, dacht ik toen. Jawel, het kan: ik zie het vandaag. Er is na-aperij, natuurlijk maar er is ook veel eigenheid, veel kracht, veel gezond zoeken te zien, vond ik. Ik geniet erg en kan niet oordelen. Op het eind van de dag, tijdens een etentje in een Chinees restaurant maken we een balans op van wat ons bijbleef: ook dit is leuk om met zijn vieren te kunnen doen. Het liep vrij gelijk, al houdt Jan meer van kunst die iets decadent heeft, zeg ik het juist, Jan? Een confrontatie die ik niet meer zo expliciet wil voeren via kunst,( jawel, ik zei expliciet want o ja, mijn opengebarsten bolsters logen er ook niet om…) Ben ik een softie geworden? Ik denk het niet. Ikzelf zag dat misschien niet iets teveel in onze Belgische musea, hoe erg ik ook van hedendaags hou, enkele jaren terug had ik te vaak het gevoel dat het bijna één van de normen voor kunst was: als het niet choqueerde, decadent was, pornografisch was kwam het geen museum binnen. Onder andere als reactie daarop schilder ik nu zoals ik nu schilder. Ah, wat is het een zalig ding om over te denken, wat zou een maatschappij zijn zonder kunst…
En in dit restaurant krijgen we tijd om te denken en te praten: volledig tegen de gewoonten in brengt men hier schotel na schotel…
Zoals overal in Shanghai zitten we tussen veel buitenlanders.
OOG IN OOG MET EEN OUDE LIEFDE
De vlucht verloopt naadloos. Bij aankomst in de luchthaven hebben we de keuze: gaan we met de bus naar de stad? De metro en bus? Een taxi? Of de sneltrein: een attractie op zich: het is een zwevende trein –klinkt erg akelig, zo zonder wielen- die in zeven minuten tijd een afstand van 35 kilometer aflegt aan 430 kilometer per uur maximum snelheid. Ik vraag Frank of mijn tong vanachter in mijn mondholte zal komen te hangen en dan daar voor eeuwig zal blijven of wat het effect is van dit geweld. Het antwoord is: geen effect: je merkt het niet. Omdat ik hem weer eens niet geloof kies ik voor het bewijsmateriaal. Zoals steeds heeft hij gelijk: je merkt het niet. Erger: in de treincoupe kun je de snelheid digitaal aflezen. Wanneer die aangeeft dat je al 250 rijdt geloof je dàt ding weer niet! Je verliest alle referenties van snelheid net zoals ik straks tussen de wolkenkrabbers mijn verhoudingen van hoogtes zal verliezen. Ik wil een foto waar ik onder het cijfer poseer wanneer hij 430 kilometer aangeeft. Frank knoeit even met het toestel, moet nog eens proberen: het gaat moeilijk want jawel: op dat moment schudt de trein toch even maar dat moment is zo voorbij: we nemen al gas terug om op tijd te kunnen stoppen. Zeven minuten en we staan 35 kilometer verder.
Siemens ontwierp dit geweld maar de Duitse regering had het geld niet om het uit te werken: de Chinezen zijn de enige totnogtoe die het hebben.
We nemen nog een metro tot de wijk waar we verwacht worden bij Jan en Arlette. Dat we nu ondergronds het centrum binnenrijden is de tol die ik moet betalen voor mijn zweefavontuur… Als ik uit de grond kom stappen herinner ik me meteen waarom ik destijds verliefd was op deze jongen: hij had prachtige platanen en hij heeft ze nog: knappe, groene , oude platanen! Frank stapt in stevige pas naar het adres waar hijzelf enkele maanden geleden verbleef: ik moet aan de teugels trekken: laat me kijken, laat me genieten, laat mij ruiken! Groen en bloemen: het is duidelijk dat deze stad een stuk zuidelijker gelegen is dan ons Shenyang en dat hij oud is: een kronkelend stratenplan, in tegenstelling tot de brede, rechte lanen van onze stad. Jan en Arlette gaan meteen twijfelen aan mijn toerekenvatbaarheid (wij kennen mekaar alleen van mailen) als ik vertel dat ik de lucht zuiver vind. Toch is het zo: je hebt hier natuurlijk net als bij ons, de stadspollutie en er is ook veel afbraakstof maar hier heb je het vocht, de regen die het stof laat liggen en er is niet het zand van de woestijn dat nu heviger dan ooit door Shenyang waait. Zo komt het dat je zelfs je normen van frisse lucht gaat verleggen…
Nog voor we kennismaken blijf ik hangen aan het beeld van hun straat. Een cliché beeld waar ik moet naar kijken: enerzijds hun woonwijk die bestaan uit tien, twaalf blokken van 35 verdiepingen hoog, met knap groen ertussen, goed bewaakt en aan de overkant lage, oude huizen in Shanghaistijl met ervoor stalletjes en kraampjes met fruit en allerlei. Eigenlijk ben ik blij dit te zien: ik hoorde zo veel verhalen over Shanghai dat zo veranderd is dat ik hier dit beeld niet eens meer verwachtte. Maar het is duidelijk: achterom zijn de bulldozers al aan het werk…
Nadat ik een beetje bekomen ben van rondlopen in een appartement op 31 hoog, sjiek en groot, – wat een contrast met ons sober wonen in Shenyang, ik voel me eentje van den buiten die naar den stad komt-, bekijk ik goed mijn gastheer en gastvrouw: de mailtjes krijgen een gezicht: Jan en Arlette! Het klikt. Al snel drinken we thee, uit elk een verschillende kop, (leuk ideetje: ze kochten allerlei verschillende theekoppen die samen op een kast staan en een knap groepje vormen) en praten honderduit en echt interessant Allen hebben we dezelfde taal (kun je je voorstellen dat ik daar van geniet: Jan en Arlette hun oren tuiten een week later nog na) een beetje letterlijk en figuurlijk: we zijn allen in China gaan wonen en werken voor een kortere tijd, met open mind, oren en ogen. Maar er zijn twee grote verschillen: Eén: Frank werkt in het onderwijs, Jan start hier zijn eigen firma en werkt met de belangrijke firma’s van deze bizarre maatschappij. Twee: wij werken in een omgeving die Chinezer dan Chinees is in dit land en zij werken in dé stad die altijd al meer Westers dan Chinees geweest is: Shanghai: hier floreerden de hoeren, hier was opium de kwaal, hier zat destijds het buitenlands kapitaal en hadden de buitenlanders hun eigen wetten; nu is het buitenlands kapitaal terug… samen met veel, heel veel Chinees kapitaal. Het contrast is gigantisch, bescheidenheid is een onbestaand begrip (je kunt momenteel ‘de beurs voor miljonairs’ bezoeken), en de concurrentie kent nauwelijks regels. Kortom een andere ervaring als die van Frank, al heeft ook hij zijn ervaring met het zakenleven van zijn vroegere bezoeken en werken met Chinezen: het hedendaagse China mag dan veel veranderd zijn: hun manier van aanpakken blijkt vaak dezelfde als destijds… Enfin, wie in Shanghai zit kent China zeker niet, wie alleen in het Noorden verblijft evenmin. Daarom is dit gesprek en uitwisselen van gedachten de tijd zo waard.
Arlette roept bij de jonge Chinezen hetzelfde beeld op als ik:
‘O, dàt deden onze ouders ook: fietsen noemt dat!’: haar terras op het 31ste is getooid met hortensia’s en ander fleurig, in het fietsmandje voorop hierheen gebracht.
We gaan even de stad in, Frank en ik. Hij neemt me mee naar het park waar het museum voor Hedendaagse kunst staat. Een prachtig park. Of het écht architecturaal prachtig is kan ik eigenlijk niet zeggen: ik lette daar niet zo op omdat ik genoot van het groen: ik was vergeten hoe groen groen kan zijn! En hoeveel soorten groen er bestaan! Het is dan ook nog zo ontworpen dat sommige paadjes echt onder struiken en bomen door lopen: net wat ik nodig had!
Een hele groep mannen en vooral vrouwen die zacht en lief staan praten in het park? Dàt kan alleen zijn om hun zoon of dochter te verpatsen! Jawel, het is waar: het is zo’n bijeenkomst waar ouders hun grootste goed aanbevelen of de juiste partij voor hun ‘goed’ zoeken… en jawel, de norm wordt bepaald door de grootte van de bankrekening of het aantal vierkante meter van de woning… Gelukkig dat we weten dat die arrangementen niet zo bindend zijn als in andere landen waar echt gearrangeerd wordt en vaak geen weg terug is.
In het museum wordt net een tijdelijke tentoonstelling opgebouwd. Terwijl we naar het dakterras gaan, op zoek naar de cafetaria kunnen we een glimp opvangen: hedendaagse Amerikaanse kunst, ziet er erg goed uit.
Dat vergeef ik Shenyang nooit, en ik zal niet ophouden met erover te sakkeren: waarom heeft het geen mogelijkheid om buiten te eten of er begot een koffietje, laat het een theetje zijn, te drinken! Op het dakterras met zicht op het park geniet ik van een Martini, Frank van een advokaatje… het leven lacht.
We wandelen door de straat met boekenwinkels en schilderwinkels: bij eerste kennismaking vind ik ook hier mijn gerief niet: het is het land van inkt en waterverf. De olieverf die ik zie is minderwaardig. Gelukkig ligt er bij Jan en Arlette een pakje voor me klaar met spullen uit Belgie die iemand voor me meebracht! Daar kon ik nu echt op de hedendaagse techniek van mailen en veel goodwill van een goede winkel en mensen die ik niet eens ken, rekenen! Oef…
De stad charmeert als stad mét zijn prachtige wolkenkrabbers en hoogbouw en zijn laagbouw, al dan niet gerestaureerd maar er is de typische Shanghai laagbouw. Oude dingen om je heen maken leefbaar, zachter. Ik heb de combinatie nodig: een wind die me op de toekomst wijst en tegelijk een bries met een verhaal uit het verleden, niet als een curiosum of als een museum maar waar nog in geleefd wordt, dat gekoesterd wordt. Shanghai heeft het nog, weinig maar het is er en het zal er blijven, denk ik. Dat doet me goed om zien.
In tegenstelling met onze stad kun je hier perfect functioneren zonder een woord Chinees te spreken. Alles tweetalig, als het al niet eentalig Engels is. Dit is Shanghai steeds geweest: een metropool. Maar het is natuurlijk waar dat de kloof tussen die Westerse-Chinese wereld en het echte-China gigantisch is. Je betaalt al snel voor een koffie 5 euro, terwijl een gewone Chinees die 200 euro per maand verdient al tevreden mag zijn. Ik geniet van deze stad als vakantieverblijf maar ben ook erg blij dat we hier niet terechtgekomen zijn voor een jaar of langer.
Om zeven uur haasten we ons naar ‘huis’: een avondje met Jan en Arlette en een koppel, hij uit Engeland, zij uit Frankrijk. Ze woonden net jaren eerst in Indonesie en daarna in Japan en sinds drie jaar in China. Mevrouw went niet aan China, Japan vond ze heerlijk. Ik moest vreselijk lachen toen ze vertelde dat ze het hoog tijd vond om Japan te verlaten toen ze merkte dat haar man die er zaken deed, op een gegeven moment buigingen maakte terwijl hij telefoneerde! We bedachten welk signaal ons hier zal aangeven wanneer wij China moeten verlaten:iemand zei: als je begint te spuwen bijvoorbeeld. Dat ik dat al doe verzwegen we… Het werd een prettige avond vol verhalen over allerlei wereldervaringen maar ook omdat de kookkunst van Arlette ons waarlijk deugd deed; ze kookte Belgisch: kaastoastjes en gevulde champignonhoedjes als aperitiefhapjes, ik was het bestaan ervan haast vergeten, en een coq au vin ‘à la chinoise’. We genieten een beetje verdwaasd ons afvragend hoe wijzelf zullen koken als we terug in Belgie zijn: hier, met ons éne kookplaatje en de weinige ingrediënten die wij in onze buurt vinden eten wij vrij Chinees…
WE MISSEN DE ZANGWEDSTRIJD NIET
Het werd een drukke dag, net zoals het hoort vlak voor een reis: nog hard werken, wassen, poetsen, en koffers pakken. Moeilijke koffers want normalerwijze mogen we in Shanghai 28 graden verwachten maar ook hier speelt het weer een bizar spelletje: de kennissen van Frank die ons verwachten mailden dat het is er slechts 12 graden is en het zou er regenen… Daarenboven willen we na ons stadsbezoek enkele dagen naar zee wat eigenlijk ook een andere kofferinhoud vraagt. En het pakken moet snel gaan want ik wil DE zangwedstrijd niet missen!
Om 18u30 snellen we erheen, een half uur te laat. Maar dat blijkt geen probleem te zijn: de optredens gaan door in een mega grote zaal, niet ver van ons appartement trouwens, met een mega groot podium en een mega grote ruimte voor het publiek: mega breed, mega hoog, mega diep. Wat meteen opvalt is het mega groot contrast tussen de discipline op het podium en de chaos van het publiek. Er wordt binnen en buiten gelopen, gelukkig: zo valt ons te laat komen niet op, luid gebabbeld onder mekaar, gelachen -af en toe om wat er op het podium gebeurt – , men wordt ongegeneerd opgebeld of men telefoneert zelf luid en krachtig…
De vele, vele groepen tellen telkens wel 100 zangers en zangeressen. Elke groep mag twee liederen brengen. Terwijl een groep zingt komt een andere groep vrij onopvallend binnen en stelt zich links naast het podium paraat op. De groep die zong verdwijnt rechts van het podium en tegelijk komt de nieuwe groep op het podium: telkens honderd zangers die wellicht niet eens zovaak konden oefenen op dit podium schuiven onzichtbaar op hun plaats, dit in een minimum van tijd. Tijdens het anderhalf uur dat wij bleven zagen we minstens tien groepen doorschuiven, zingen, doorschuiven… Het contrast tussen de orde ginds en de wanorde waartussen we zitten is echt enorm. Daarenboven hebben de meeste groepen hun supporters mee: na het zingen schieten her en der trossen GSM-lichtjes aan als zwaailichtjes, worden spandoeken ontvouwen er wordt er vooral luid gegild.
Het gezang is aandoenlijk Chinees, met als uitzondering de groep die ik hoorde oefenen: Beethovens Ode an die Freude klinkt ook vreugdevol in het Chinees en o zo vertrouwd. Sommige groepen kleden zich erg trendy: een rij allen in witte plastieken bustierjurkjes met witte lange handschoenen , de volgende rij hetzelfde maar groen, de rij hogerop geel, de rij een trede hoger blauw. Alle zangers staan netjes rechtop, handen naast het lichaam te zingen. Wanneer de linker helft van de zangers perfect gechronometreerd tegelijk hun bovenlichaam een beetje links overhelt, tegelijk hun linker hand tot schouderhoogte omhoog brengt dit terwijl de rechter helft van het podium rechts overhelt en de rechterarm omhoog welt de gedachte die me hier zovaak overvalt terug in me op: ben ik toch een gelukzak dit allemaal te mogen beleven! These ese China! Uitzonderlijk tooide een groep zich in traditionele kledij. Zij voeren ook een grappig spel op, tijdens het lied met jagers en konijnen. Andere groepen besteedden heel veel centen aan hun outfit en verschijnen in kleurrijke, lange suitekledij. Maar de jeans en t-shirts, al dan niet met een knipperend rood lichtje zoals ik op mijn fiets gebruik, op hun borst gespeld –zie je het voor je: zo’n honderd stuks en geen één batterijtje dat er de brui aan geeft – ontbreken ook niet. Een groep treedt eenvoudigweg op in allen hetzelfde trainingspak.
We verlaten de zaal voor het einde want de maag knort en we moeten verder inpakken en vroeg gaan slapen: morgen om vijf uur staan we op en vliegen we naar Shanghai: ik kijk er erg naar uit, het is voor mij als het weerzien met een oude geliefde: zal hij veel van zijn haren verloren zijn? Een bolle buik hebben en hangende schouders? Of een grijze haardos die hem alleen charmanter maakt? Zullen we net als toen niet uitverteld raken of kijken we na de schok van het weerzien mekaar sprakeloos aan zonder verder te weten wat vertellen aan mekaar?
Enkele foto’s
Door de traagheid van de lijn is het posten van fotos nog altijd heel moeizaam. Wie ons aan een snellere truc kan helpen wordt beloond met veel meer interessante beelden…
Zicht vanuit het atelier van Lieve. Op de achtergrond het ‘Witte Huis’, een business school opgezet samen met een Texaanse universiteit.
Zicht op een dorpje vlak bij ons… intussen al afgebroken.
De grote baan aan de ingang van de unief.
In het gebouw rechts werken we.
Een zeldzame idyllische straat met bomen… intussen al afgesloten voor uitbreiding van de unief.
De Belgische patisserie- cafetaria… ook alweer failliet.
Lieve’s hospitaal.
Een bijdrage van Frank, van Lieve | Commentaar (0)