druk
Dat heb je met een litteraire echtgenote: het is zo gemakkelijk het werk aan haar over te laten! De maand mei is voorbij en ik heb sinds half april niets meer zelf gepubliceerd!
Ik heb het wel druk: wil ik ooit nog Chinees kunnen praten dan moet ik het nú intensief leren, veel vrije tijd blijft er zo niet over. Het zelf lesgeven valt wel mee, nog slechts acht uurtjes per week en binnen twee weken zit alles erop.
Vorige vrijdag organiseerde ik interviews van mijn eerstejaars Frans: veel van hen willen leraar worden; waarom? omdat leraars niet hard moeten werken en veel vrije tijd hebben! Wat de leraars hier aan de universiteit betreft, kan ik hen eigenlijk geen ongelijk geven. Ik vroeg de leerlingen ook naar het beroep van hun ouders en het soort woning dat ze betrekken. Bij de eerste vijfentwintig zitten vooral bedienden en leraars, verder ook nog wat directeurs, enkele zelfstandigen en arbeiders, er is maar één echte boerenzoon bij, alhoewel de boeren nog altijd 60% van de bevolking uitmaken. Alle studenten beschrijven de woning van hun ouders als OK. Blijkbaar is er geen enkele die problemen heeft om zijn of haar studies te betalen.
Het voorbije weekend was dé schooluitstap van het semester. Het ministerie voorziet dat de universiteiten ofwel een premie aan hun buitenlandse leerkrachten moeten betalen, ofwel zelf uitstapjes organiseren. Zoals vorige keer komen maar ongeveer de helft van de leerkrachten opzetten, en opnieuw hebben de afwezigen ongelijk. Zaterdagmorgen om zeven uur trekken we er welgemutst met ons busje op uit. Zeven leerkrachten plus twee echtgenotes en één klein kind, in totaal zes nationaliteiten. We zijn door de school omkaderd zoals het hoort: Zhao, de vriendelijke maar uitsluitend Chinees sprekende groepsleider, tevens schatbewaarder, Lake, onze 25-jarige Engelstalige begeleidster, Lina, de gids van het reisbureau, en de chauffeur Lin.
De rit voert ons een kleine vijf uur en een dikke vierhonderd kilometer verder, naar Shanhaiguan. We rijden langs de autostrade Shenyang-Beijing, die zit ook in het weekend behoorlijk vol met zwaar overladen vrachtwagens; naast ons loopt het nieuwe TGV-spoor.
De eerste helft van het traject is vlak, maisvelden en Canadapopulieren; zijn we in West-Vlaanderen? Wakker worden! Plots zijn er alleen nog rijstvelden, rechthoekige spiegels met stoppeltjes op. De boeren zijn nog bezig met de laatste plantjes uit te zetten. Hoe krijgen ze dat terrein toch zo vlak? Al die velden staan precies evenveel onder water, in al die kleine kanaaltjes stroomt evenveel water. Duizendjarige rijstcultuur… We rijden voorbij Panjin, één van mijn leerlingen bracht me een zak van de bekende plaatselijke rijst. Panjin heeft de belangrijkste ‘wetlands’ (moerassen) van China. Vele kilometers rijden we door plassen en rietvelden. Daarna zien we in de verte heuvels; die komen stilaan dichter bij de weg. De boerendorpen zien er hier allemaal nog ongeveer hetzelfde uit als bij ons in Shenyang. De boeren wonene in tamelijk ruime bungalows met een ommuurd erfje rond. De dorpen die ‘rijk’ geworden zijn, vallen op; verloren tussen de opeengepakte bungalows staat hier en daar een kast van een villa. Bizar contrast…
Shanhaiguan betekent de afsluiting van zee en bergen. Op deze plaats komen de bergen tot op een kilometer of vijf van de Bohai zee. We verlaten er onze provincie Liaoning en Noordoost China; Shanhaiguan is het eerste plaatsje in de provincie Hebei en dat is officieel Noord China. In het verleden moesten barbaarse nomaden en andere soorten invallers uit het Noordoosten langs deze doorgang richting Beijing oprukken. De Ming-dynastie liet hier in de veertiende eeuw de Lange Muur doortrekken tot in zee en dat is ook nu nog een bezoekje waard.
Dit begin van de muur noemen de Chinezen Lao Long Tou, de kop van de oude draak.
Voor onze critische Westerlingen valt het begin van het bezoek nogal tegen. Het laatste stukje van de muur, op vlak terrein, is door boeren in nood van stenen en door de tand des tijds volledig verdwenen, wat we te zien krijgen is een reconstructie. De legerkazerne vlak bij zee is door buitenlandse legers van acht naties (waaronder Belgen) in 1900 verwoest; ook die is nieuw herbouwd. Alleen het laatste bruggenhoofd in zee is gedeeltelijk met de oorspronkelijke rotsblokken herbouwd. Gelukkig zijn er vandaag niet te veel Chinese bezoekers en ook de commerçanten zijn aan de luie kant, we kunnen rustig rondkijken. Onze jeugdige begeleidster laat zich verleiden tot een toertje per draagstoel, zo één waar de bruid mee naar het dorp van haar toekomstige echtgenoot gevoerd werd; de dragers hebben er te veel plezier in haar te laten schommelen, ze komt er groen uit.
De ommuurde vestigingstad Shanhaiguan is interessanter. De wallen zijn wel beschadigd, maar staan er nog. Shanhaiguan is door de Ming gebouwd achter de eerste officële poort in de Lange Muur.
Hier moesten de buitenlanders destijds hun ‘paspoort’ en ‘visa’ tonen voor ze het Chinese keizerrijk binnen mochten. We stappen in hun voetspoor: je moet langs verschillende sassen in bijkomende muren voor je aan de echte poort komt; geen sprake van per verrassing binnen te vallen! Boven de poort staat een wachttoren met 68 luiken voor schutters. Binnenin kan je het veertiende-eeuws bord nog zien: Tian Xia Di Yi Guan, vrij vertaald ‘de eerste poort naar de beschaving’. Deze toren is nog origineel Ming, maar werd tien jaar geleden heel zwaar ‘gerestaureerd; vergeleken met de oude foto’s bijna onherkenbaar. We wandelen nog een eindje bovenop de Muur die hier tegelijk als stadswal dient.
We logeren vannacht enkele kilometers verder, in de grote haven- en industriestad Qinhuangdao. Ook die stad is zo te zien ondertussen volledig vernieuwd, allemaal brede lanen en moderne gebouwen. Het reisbureau heeft ons geboekt in wat er uitziet als een heel chiek hotel, op enkele passen van het Weststrand.Vanop de twaalfde verdieping hebben we uitzicht op een heel groot overdekt sportstadium en een gigantisch park-plein. Tegenover het hotel is er nog maar eens een dolfinarium en een ‘onderwater’ aquarium. Het ‘hotel van de Chinese nucleaire industrie’ geeft beetje bij beetje zijn geheimen vrij: het geld was zo te zien op vóór het gebouw af was; sommige verdiepingen zijn niet afgewerkt. Ook de gangen en kamers zijn minimalistisch afgewerkt, zeg maar gewoon witgepleisterd. In de kamer kon er geen spiegel meer af. De ontwerper van de badkamers had ook wel speciale ideeën: de afloop van de douche is juist in het midden vóór het toilet; gezellig op het WC met je voeten in het water.
Op de tweeentwintigste verdieping is er een soort kroon, een draaiend restaurant, een bar? We gaan ’s avonds eens stiekem kijken en vinden er één grote donkere lege ruimte, nog geen minuut later staan er twee Chinese bewakers met zaklampen om ons vriendelijk maar beslist terug te leiden.
Het vlakke gouden zandstrand van Qinhuangdao compenseert veel; we gaan er ‘s avonds wandelen; er wordt op dit late uur nog gebarbecued, gedronken en het onvermijdelijke vuurwerk afgestoken. En er zitten vooral veel romantische koppels zoals wij…maar dan iets jonger. We trekken er ook ’s morgens om halfzeven op uit. Er liggen veel kleine vissersboten, sommige niet meer dan vlotten met een motortje op. Hier en daar een ingegraven hutje; opslagplaats of zouden de vissers hier verblijven? Ei zo na laten we ons verleiden op dit vroege uur in het koude water te springen; de monding van een open riool doet ons van gedacht veranderen. Heel in de verte zien we ook nog vakantie(?) woningen. Zou dat al het beroemde strand van Beidahe kunnen zijn, waar de regering vroeger elke zomer in conclaaf bijeenkwam?
Beslist een plaats om terug te komen, de zoveelste! Als we ooit eens tijd hebben… maar goed met de nieuwe TGV sta je op twee uur van Shenyang in Qinhuangdao.
Na een vroeg ontbijt terug de baan op, naar Jiaoshan oftwel de Jiao berg. Die is een goede vijfhonderd meter hoog maar begint op zeeniveau en is behoorlijk steil. De voet van de berg begint op nauwelijks twee kilometer van de stadswallen van Shanhaiguan. Je klimt de Jiaoberg op langs de gerestaureerde Muur, die bijna recht naar de top loopt.
Een vermoeiende onderneming, soms zijn er trappen, maar soms ook niet; dan moet je over een hellend vlak omhoog, gelukkig hebben ze er hier en daar al een leuning aangezet. Zoals verwacht zijn er niet te veel Chinezen die deze hachelijke tocht tegelijk met ons aanvangen. De laatste tijd hedden we veel regen en bliksem, maar nu is de zon stevig beginnen schijnen. Halverwege moeten we via een wachttoren passeren; geen trap, je moet met een ladder tegen de muur omhoog; vermits er geen alternatief lijkt te zijn, krijgen we iedereen toch naar boven! Moeten we toch wel met een gelijksoortige ladder aan de andere kant naar beneden! Er helpt geen lievemoederen aan, ik denk niet dat de Chinezen ons met de helicopter zullen komen halen hierboven.
Voorbij de toren is de Muur niet meer hersteld, ze wordt ook smaller en we klimmen omhoog tussen de brokken puin; slechts hier en daar ligt er nog een tegel; één voor ééén vallen onze teamgenoten af, je kan hier namelijk afslaan een een hooggelegen klooster gaan bezoeken. Het laatste stuk naar de top is echt klauteren op wat meer een rotspad is dan een muur. Lieve schreef vorige keer dat we een weinig bewandeld stuk van de Muur gingen bezoeken, dat is hier wel letterlijk zo! We geraken stilaan in tijdnood, er is maar 2,5 uur uitgetrokken voor het bezoek, en uiteindelijk maken alleen mijn Amerikaanse collega Nolan en ik het tot de top. Het is een fantastisch zicht: het traject van de muur naar beneden, de draak die door de vlakte kronkelt en heel ver aan de kust de versterkte burcht van de drakenkop. Aan de andere kant het begin van een bergketen, diepe valleien, stuwmeren.
Het traject van de Muur is daar niet meer te volgen op een gerestaureerd stukje na dat aan Lego blokjes doet denken. Terug naar beneden hollen om Lieve te gaan helpen; die heeft ondertussen zichzelf overwonnen en is alleen al aan de gevaarlijke afdaling begonnen. Proficiat! We dalen nog een eindje tot zo ongeveer aan het klooster. Daar vinden we de Chinese bezoekers. Die vinden zweten op de Muur maar niets en laten zich met de kabellift tot hier brengen! Wij gebruiken het toestel om naar beneden te gaan, voor Lieve die geen liften gewoon is een griezelige bedoening; van de schrik zingt ze uit volle borst; buiten mezelf en de vogeltjes heeft er niemand last van; ik moet toegeven, ik zit er ook liever in naar boven dan naar beneden!Het is al goed twaalf uur wanneer wij aan ons busje komen, er wacht ons weer eens een uitgebreide maaltijd met vis en schaaldieren; dan vijf uren rijden, onderweg nog een ijsje en wat vers fruit, en dan opnieuw gaan eten, deze keer in het Koreaans restaurant in onze school. Op Chinese uitstappen aan eten en drinken geen gebrek! ’s Avonds voel ik de maag- en darmkrampen opkomen. De rest van mijn nachtelijke tribulaties bespaar ik u! Na 23 jaar rondhotsen in China dan toch voor het eerst geveld door het Chinese eten! De maandag sleur ik me als een schotelvod naar de les…
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)Eindelijk een deftige reeks foto’s!!
Zondagse fietsuitstap op 20 mei: plastieken-kommetjes-kleuren-kalligrafie: een immobiliënkantoor annex interimbureau in een dorp.
Een tof dorp vlak bij Shenyang; rijhuisjes en lokaal transport.
20 mei: lentewind in Shenyang; zo erg is het gelukkig niet overal.
Zo zien veel van de woonwijken eruit; gebouwd in de jaren 70 en 80.
20 mei: ontvangst door doofstomme protestanten.
Lenteavond aan de achterpoort van de unief.
De week van één mei is de trouwweek; natuurlijke pose voor de foto aan het strand van Dalian.
2 mei: ons ‘hotel’ aan het strand van Dalian.
3 mei:op de wandeldijk van Dalian; tussen het electronisch geweld nog wat houten nostalgie.
Dalian, 3 mei: rollen in bollen.
3 mei: overal huwelijken! In een roes van gekleurde papierslingers.
Shanghai 2 mei: hoog, hoger, hoogst. We drinken koffie in de vierde hoogste toren van de wereld – de Jin Mao toren- , maar hiernaast groeit alweer een hogere!
Eén mei in Shanghai. Er zijn wel degelijk nog oude buurten.
Eén mei: ook voetgangers worden in etages over de kruispunten gestuurd.
31 april: Eindelijk kunnen terrassen! Puur genieten!
Dit was vroeger het terras van de koloniale paardenwedrennen. Vandaag opnieuw duur en vooral ‘grote neuzen’.
Zicht vanuit onze slaapkamer in het appartement van vrienden , 32 hooog in Shanghai.
28 April: deze snelheidsduivelin maakt Shanghai onveilig aan 430 km/uur; voor wie het niet gelooft staat het boven haar hoofd geschreven! Lieve in de enige magnetische zweeftrein ter wereld.
Shenyang 27 april: studenten herdenken de verjaardag van de vier mei beweging 1919 met een wedstrijd voor koren.
De leraarscantine van onze universiteit; hier eten we elke middag. Elke dag ruime keuze uit hetzelfde. Lieve betaalt 60 eurocent, Franks’ gesubsidieerde maaltijd kost 15 cent.
Lieve aan de kantine in april; intussen staat alles hier in bloei en lopen er ganzen en eenden rond!
Er wordt ook gewerkt! Lieve in haar atelier. Rara, wat schildert ze?
Een bijdrage van Frank, van Lieve | Commentaar (0)PUCCINI IN CHINA
Onze smeekbede om ons ervan op de hoogte te brengen indien er één of andere activiteit op de universiteit gebeurt werpt vruchten af. We vonden het vervelend dat we nooit van iets weten maar de Chinese collega’s legden uit dat ze er niet aan denken dit aan ons te melden omdat ze dat zelf als een karwei ervaren als ze naar activiteiten moéten en het niet in hun hoofd opkwam dat wij dat net leuk vinden… Zo vernemen we dat er maandag om 14 uur opera gezongen wordt in de faculteit muziek: op hoog niveau, want er is zelfs een Italiaanse muzikant. Een reden om het penseel te laten vallen. Bij het eerste lied gaan mijn nekharen al rechtstaan: Puccini! Prachtig gezongen… Je schrikt van de zware stem die uit zo’n slanke persoon kan komen…
Er is een pianist en een zanger(es). Geen opvoering . Maar de zang is echt mooi en de kledij van de zangeressen spreekt tot de verbeelding: Sisi-jurken , sommige zelfs met hoepel. Maar als sommige dames bij het weggaan hun rok optillen en je langebroekspijpen met gyms eronder te zien krijgt knap je wel even af…
Na zo’n mooi optreden schilder ik verder in zachtere kleuren als ervoor.
Woensdagavond gaan we naar een popconcert op de universiteit. Er treden drie vampen op, en onafhankelijk van mekaar: twee jongens. Ze blijken allen studenten of ex-studenten te zijn maar hebben het vergebracht in de muziekwereld. Bij een jongen gaat de zaal helemaal uit de bol. “Hij lacht zo mooi”, zegt het studentje van en naast Frank. Hij heeft hoge scores gehaald in de Chinese “Idool-versie”. De zaal zat tjokvol, zes van zijn studenten hadden ons zien staan: ze kwamen ons halen, kropen zelf met zes op vier stoelen en lieten ons zitten. En schatjes dat het zijn: ik ben erg blij voor Frank dat hij hen volgend jaar terugheeft! Maar hij moet er toch eens zien achter te komen in welke mate ze hier leren om buitenlanders te vleien: ‘You so artistic’ en ‘we admire you so much’ vliegt me weer om de oren. Staks geloof ik nooit nog een compliment! Dit is teveel van het goede…
Verder gaat het hier vooral om decibels en effecten: draaiende lampen, rook, zeepbellen uit een machine geblazen, uitdagende pasjes met minirokken en hakken en smachtende pop…
De climax van de avond is voor mij de metamorfose bij het laatste lied. Die wordt opgedragen aan de ouders van de zangers die in de zaal zitten. Die vampen van daarnet zijn eensklaps lieve kindjes die huilend op het podium over en met hun Mmamma en Ppappa praten (in het Chinees wordt die ‘m’ en die ‘p’ erg geaccentueerd)…
Tjonge, als ik gisteren Puccini hoorde kreeg ik last van hoogwater, ik weet dat mijn vadertje dat ook zo graag hoort, daarenboven: deze zomer ging ik naar ‘madame Butterfly’. Mijn vader had gezegd: jij gaat zeker huilen. Alleen al daardoor zat ik te huilen en zal ik voor de rest van mijn leven huilen als ik Puccini hoor… Hier was het kitchgehalte té hoog en toch moest ik slikken.
Dit senario heb je haast na elk optreden, zie je ook vaak op televisie op het eind van een show: dan gaan die sterren plots heel erg emotioneel doen, wenen, in mekaars armen snikkend allerlei zeggen en gaat de helft van de zaal meedrijven op een tranenrivier…
Dit hebben we dus ook weer meegemaakt…
En overmorgen vertrekken we op reis voor twee dagen. De uitstap wordt door de unief georganiseerd voor de buitenlandse leerkrachten. We gaan een stuk van De Lange Muur bewandelen, dat niet zo gekend is en we gaan naar het strand…
Ik kreeg deze week een spreuk te lezen: ‘dat een zwerm ongeluksvogels over je hoofd vliegt kun je niet vermijden. Je kunt wel voorkomen dat ze nesten in je haar bouwen.’ Ik kreeg er rillingen van. Ook al kende ik porties pech: ik zié alleen de geluksvogels en voelde me beter nadat ik de spreuk herschrijf: “kijk naar de lucht met opgegeven hoofd, als een zwerm geluksvogels over je hoofd vliegt wees dankbaar en laat ze warme nesten bouwen in je haar.” Wat je doet met woorden en vooral hoé je tegenover de dingen aankijkt is eigenlijk je eigen keuze. Dit leerde ik door te kijken hoe mensen oud worden en door mijn ‘leraars’: “I have no ennemies. I have no friends. I have but teachers…” (JCL*)
Ik kijk uit naar het weekend! Het zal ook goed doen want we werkten erg hard, de laatste weken, je zou het haast vergeten! (daarenboven: ik denk dat we dé oplossing vonden om makkelijker een fotootje mee te geven!)
ENTHOUSIAST ONTHAAL DOOR DOOFSTOMME PROTESTANTEN
Ook al schijnt de zon niet voluit en waait het hard: we gaan toch fietsen: de bedoeling was om het vogeleiland te verkennen, aan de andere kant van de stad: twee uur fietsen.
Shenyang oogt qua landschap zo Vlaams dat we zowaar staan kijken op de velden vlak achter onze unief: ze hebben ze onder water gezet en planten er nu rijst op: dit lijkt ons het laatste wat we hier verwachten!
Even verderop zien we volk aan de enige kerk met een kruis op het dak die we hier in de buurt opmerkten. Op de rem: ik wil dat zien. Meteen komt daar een menigte, zo’n vijftig man, op ons af die ons met open armen, letterlijk, ontvangt: ze beginnen enthousiast in de handen te klappen. Frank, die atheïst is, kiest bijna het hazenpad, zo slaat hij in paniek, hij ziet zich al opgesloten in een klooster… Maar ik wil meer weten: hoeveel Christenen zijn er hier? Wie is de priester? Hoeveel missen zijn er en hoe lang duren ze… We gaan in de kerk zitten: de groep blijkt doofstom, sommige mensen zijn ook een beetje ‘eenvoudig’: als we een foto willen nemen willen ze alle vijftig mee op de foto en alle vijftig willen ze aan mijn arm hangen. Wat we intussen begrepen is dat vele mensen in de stad niet meer opkijken van een vreemdeling maar er zijn er nog heel veel die dat eigenlijk voor het eerst in hun leven in het echt van dichtbij zien! De pratende woordvoerder vraagt of we in Jezus geloven. Mijn gevoel voor diplomatie steekt de kop op: hij niet, ik wel. Maar dat gaf niet: Jezus houdt van ons allebei, we zijn beiden welkom. We weigeren het eten, aanvaarden een koffie en een zakje heerlijke kersen. Met de belofte dat ik eens terugkom om een dienst, die twee uren duurt, bij te wonen nemen we afscheid van deze protestanten: doordat de priester zijn vrouw voorstelde, begrepen we dit: bevalt me al veel meer…Deze kerk is één van de twee in Shenyang die speciale missen voor gehandicapten organiseren.
Langs de weg ligt een dood varken. Gelukkig voor ons reukorgaan ligt er nog niet lang maar het zal er beslist nog lang blijven liggen.
Wat die grote neus van ons betreft, de Chinezen kunnen er niet over zwijgen: dit kleinnood , in ons geval grootnood dus, wordt verwend: her en der komen we in walmen heerlijke geuren terecht: bloeiende seringen, of bomen met heerlijke witte bloemen erin, ik weet de naam niet maar feit is dat ik ze eerst ruik en dan zie, niet omgekeerd. Zalig.
Ik weet niet goed wat me overkomt vandaag: Frank ontdekte een weg van het noordwesten van de stad naar het noordoosten, via de buiten; er is zelfs nauwelijks verkeer op is, dit uren aan een stuk! Het is werkelijk héérlijk fietsen! Ik kan zelfs midden in een pad, open en bloot, boven op een heuvel, links ligt een gigantisch veld, rechts een bos met dunne boompjes, een plasje doen, zonder dat één Chinees me ziet!
Op die heuvel vinden we een kleine begraafplaats, iets hoogst zeldzaam hier. De overledenen zijn moslims, die en sommige andere minderheden worden begraven, de Han-Chinezen worden allemaal verast.
We doorkruisen ook dorpen met allerlei uitstraling. Rustige dorpen, maar toch levendig, in tegenstelling met de dorpen waar we vorige maanden doorfietsten: het ene dorpen was toen te hektisch omdat er een drukke baan doorheen liep, in het andere leek alsof nooit iemand thuis was in de huisjes met lage muurtjes omheen de erfjes.
Het eerste dorp waar we doorrijden heeft een hoofdstraat met lage huisjes in de rij, gewoon zonder erfjes, met straatverkoop, geen afval voor de deuren, een park waar één en ander gebeurt, wijken met woonblokken waartussen nette moestuintjes liggen, plaatselijke winkels…
Hier moet ik nu toch drie emailbordjes kunnen vinden om onder mijn plantjes te zetten, van die echt geëmailleerde, made in China! Maar neen, hier begrijp ik dat geëmailleerde bordjes ‘out’ zijn en ik moet mee met mijn tijd, vind ik: ik koop drie plastieken kommetjes (bordjes vind je sowieso niet in China, had ik al moeten weten): een knalgroen, een knalroze, een knalrood: wat kleur in huis kan geen kwaad zeker? Dit is een prachtig dorp. Ah, de week was wat moeilijker, het appartement wat klein voor ons twee maar nu voelen we ons helemaal herleven!
Aan een piepklein rijhuisje staat een schoolbord buiten: mijn ogen vallen erop: elke zin die erop geschreven staat lacht je toe in een andere fel plastieken-kommetjes-kleur. Frank ontleedt de inhoud: het biedt appartementen te koop aan: de prijzen variëren tussen 150 en 300 euro per vierkante meter èn tegelijk biedt hetzelfde bureau ook jobs aan: een ober en een chauffeur kunnen 60 euro per maand verdienen.
Een straatventer biedt ons gratis een koek aan. Uit sympathie kopen we er vier, ze baden in het vet. Nochtans, zo verzekert hij ons, is wordt je van dit vet niet dik en daarenboven: zie eens hoe netjes mijn karretje eruit ziet…
Een ander dorp steelt dan weer mijn hart omdat het vol oude bomen staat.
Verderop, weer wat kilometers erbij, waag ik me in de steegjes vol kleine huisjes die achter de huizen aan de straatkant liggen. Dat vraagt moed want dan ben je echt een voyeur, en Chinezen zijn vrij trots: hun huizen zijn erg arm en dit tonen ze niet graag. Vreemd om van die steegjes op de buiten te vinden: ik waan me in hartje Shanghai.
Helemaal onbeschrijfelijk is het dorp waar men besliste dat landbouwgronden en grote erven die ooit moestuintjes waren en waar wellicht vee op stond niet meer genoeg opbrengen en die ruimten nu ‘volgestapeld’ liggen met recuperatie materiaal. Minstens tot aan hun voordeur: bergen flessen bij de één, bergen afvalhout bij de ander, bergen vodden, metaal, papier, noem maar op…Af en toe een veldje druivenranken, een strookje akker vol uien…
Er staat een stevige bries en dat de velden rond dit dorp uitbundig ‘versierd’ zijn met de gekleurde plastiek zakjes, wapperend in de struiken, de bomen, de stengels op het veld is hier te verwachten.
Gelukkig eten we in het eerste restaurantje dat we tegen komen dat er een beetje doenbaar uitziet, gelukkig, want andere waar ik me durf in wagen komen we niet meer tegen. Trouwens, de schort en de zwarte nagelriemen van onze kok geven me ook de raad om alleen goed gekookte gerechten te vragen.
Eigenlijk zou ik liefst naar huis fietsen want ik heb nu al het gevoel dat ik op reis was: ver van Shenyang. Zoveel gezien, geroken, gehoord. Maar het vogeleiland ligt nu nog op ‘slechts een half uurtje’ fietsen… Al snel verandert de sfeer en komen we in de stad terecht: een stad die we ook niet kennen. Dit deel van de stad is zo anders. En ik die dacht Shenyang intussen te kennen… De oostkant van Shenyang is twintig kilometer ver uitgeroepen tot recreatiezone: niet voor niets. Toffe buurten met oude bomen, een rivier waar je kunt langsfietsen door een echt bospark (waarom wonen wij niet in dit deel?), een meer met rondom een vlonder zodat je langs het water kunt kuieren en veel bankjes om bijvoorbeeld kersen van de protestanten op te eten.
Pas om 17 uur, we zijn zes uur onderweg geweest komen we aan het vogeleiland, het grootste eiland in de Hun rivier die langs de stad loopt. Het is inmiddels gesloten maar dat hadden we verwacht. We komen terug: het lonkt.
Nu fietsen we terug in twee uur. Ik voel me heel erg moe maar gelukkig niet zo dat ik zonder kracht zit. Het wordt om halfzeven donker wat gevaarlijk is op de buiten: geen verlichting van de straat, vaak onverharde wegen met diepe putten of stenen, en verblind worden door auto’s met grote lichten die zigzaggend putten proberen te vermijden , net als wijzelf. Bovenop de wind, worden we het laatste half uur getrakteerd op een regenbui. Frank stelt zich even de vraag waarmee we bezig zijn, maar tegelijk geniet hij hier zo van! Nat tot op de huid, het is gelukkig niet te koud, 16 graden, strompelen we ons appartement in. Ik dacht me direct in mijn bed te ploffen maar de hete douche en het slaatje hielpen me erdoor: bloggen om deze heerlijke dag nooit meer te vergeten…
Dalian
Dalian, 700 km van Shanghai, 4OO km van Shenyang:
zeelucht doet zo goed na het stof van Shenyang.
terug in het zuiden van de stad: oever van Hun rivier: overkant:
Olympisch voetbalstadium.
dansen als planken, aan de oever van de Hun rivier.
Een bijdrage van Frank, van Lieve | Commentaar (0)






























