ZAI JIAN SHENYANG, NI HAO TIBET!
Wat zijn het inderdaad nog drukke dagen geweest! Ik heb onder andere mijn panelen al de basislagen gegeven zodat ik bij aankomst direct terug aan de slag kan. Alhoewel, ik kon de eerste drie basislagen geven maar de twee afwerkingslagen (jawel: daar staan al VIJF lagen op voor ik begin!) jammer genoeg niet. Het zoeken naar de juiste verf was weer een avontuur zonder happy end! Alleen verven te vinden waarbij je telkens twee of drie potten hebt: zelf vloeimiddel en droogmiddel toe te voegen, en dan nog niet de gekende samenstelling; daar ik geen risico’s neem betreffende mijn werk zie ik dat niet zitten. Ik hoop dat we een manier vinden om verf te mogen meebrengen… zal niet eenvoudig zijn.
Gisteren op de valreep nog een heel interessant gesprek gehad. Toen ik hier zei: toen jullie het communisme hadden, gingen alle ogen rondom mij groot open staan. ‘dat hebben wij nooit gehad’ was de reactie. En toen legden ze me uit dat de ideeën van Marx waren: eerst socialisme en later wanneer de maatschappij erg ontwikkeld is, communisme; hier gaat men nu voor het socialisme, weliswaar ‘op zijn Chinees’. Ze vonden het onbegrijpelijk dat ik daar een vergissing over maakte. Ik zei hen dat in het Westen daar nauwelijks een onderscheid tussen gemaakt wordt en die termen vaak door elkaar gehaald werden. Onbegrijpelijk voor hen, ik heb het nu ook wel echt begrepen. Ze hebben gelijk, dat was dom.
Verder was het de week van afscheid nemen: afscheid van ons barbecuestel dicht bij de universiteit tussen het vele, vele mooie jonge volk waar we zo graag zaten, afscheid van het andere rustige terras iets verderop waar we heengingen als we even teveel mensen gehad hadden, afscheid nemen van de vele collega’s en medestudenten Chinees die niet meer terugkomen en die je ook nooit meer zal horen en zien spijts de beloftes,…
En de week van nog één en ander regelen, ja zelfs het bezoek van een vereniging die op zes september naar mijn galerie in Tielrode wil komen (komt dat even goed uit! Ik zal ervoor wat langer in Belgie blijven. Ik twijfelde de laatste dagen over wanneer ik zou terugkomen omdat het hier ook zo leuk is maar dit maakte mijn beslissing makkelijker) ,opruimen en pakken.
De dagen werden hier iets te heet, we haalden 36°! De avonden buiten waren heerlijk maar dit is een uitzonderlijk jaar: véél te droog, véél te warm voor juni. Maar Shenyang koelt al af alleen al bij het besef dat wij het verlaten: het regent vandaag!
Over twee uur vertrekken we naar Peking. Ik kreeg nog een klein cadeautje: Frank is nog naar de les. Ik vind dit handig, zo kan ik nog wat hollen en rennen en organiseren op mijn manier! In Peking gaan we wat galerijen bezoeken en zondag stappen we op de hoogste trein ter wereld, die ons gedurende 48 uren boven de toppen van 5000 meter zal laten zweven! Ik kijk er erg naar uit! De aquareldoos in aanslag.
Ja, we verlaten dit mooie avontuur om een heel ander te beleven. We hopen dat het meevalt, zo reizen in een jeep met chauffeur en gids. Niet écht onze stijl maar het kon blijkbaar niet anders. Dit en de overdaad aan spirit en religie , daar ben ik een béétje bang van. Ik hoop dat ik geen indigestie krijg, teveel van iets is niet echt mijn ding. Maar, beloofd: als ik aankom zal ik eens goed met mijn hoofd en schouders schudden, loslaten wat ik hier beleefde en hart en hoofd openstellen voor alles wat ik daar ontmoet, zie, ruik, beleef… (nietwaar, JCL? Sorry, inside grapje…ik wil ermee zeggen: werkende, reizende, slapende, gelukkige, treurende, fietsende, zieke, kokende, dansende, zoekende, rustige vrienden: ik denk aan jullie en neem je mee in mijn hartje)
Tot in Tibet. Ik ga Kuifje achterna!
Of ik nu royaliste geworden ben?
Of ik nu royaliste geworden ben? Ik heb me in de eerste plaats natuurlijk dik geamuseerd! Maar ik moet zeggen: het is wel interessant te leven in een land dat helemaal op het Oosten gericht is. Ja, natuurlijk vinden ze hier Amerika wel belangrijk, dat wel, maar wie weet iets af van Europa? Dat speelt niet mee. België? Ligt wellicht ergens in Rusland. O, naast Frankrijk? Dàt zegt al wat meer. België is zo klein en trouwens we zijn al jaren aan het investeren in Europa. Daarenboven worden ‘etnische verschillen’ zo misbruikt. En, helpen moeten we toch, is het Wallonie niet zijn, dan zal het Portugal of Polen zijn… Ja, wat mij betreft zijn er al grenzen genoeg en als het koningshuis helpt voorkomen dat er nog een grens bijkomt… tja, zo dan maar…
Als je in het buitenland bent krijgt àlles andere proporties: een telefoontje, een brief, als je op de televisie wat hoort over Europa of België, en ja, als je veel vlaggen ziet hangen kijk je of de jouwe erbij hangt, grappig is dat. We gaan er misschien zelfs één schenken aan de universiteit: er hangen er hier veel aan de ingang, de onze niet… en vanaf nu moet men toch weten dat we niet in Rusland liggen, …
Toen we naar Filip reden zagen we nog iets wat me uitermate choqueerde: een vrouw ontweek een man die de straat te voet overstak en viel door het manoeuvre: ze viel lelijk op haar gezicht, bloedde. Noch de man, noch de vele omstanders hielpen! Ik had al spijt dat ik niet uit de taxi sprong maar goed, bij het achteruitkijken zag ik toch enige beweging komen. We vroegen uitleg aan de vriend van Frank: die vertelde dat dit tien jaar geleden nog erger was: enkele jaren na de opendeurpolitiek waren mensen erg op geld gericht. Zo ontstonden mistoestanden als: iémand als schuldige aanwijzen bij een ongeluk om er geld uit te slaan; mensen werden bang om te helpen. Maar dat de nieuwe regering, daarmee bedoelen ze de regering die sinds vier jaar aan de macht is ook daar aan werkt: hulp verlenen maakt immers deel uit van een ‘harmonische’ maatschappij.. Oef. Het lijkt er toch op dat er echt bewust over veel nagedacht wordt, en je ziet inderdaad overal initiatieven. Zo zagen we eens op een dag aan elke bushalte studenten staan die de wachtenden aan het motiveren waren een rij te vormen om op de bus te stappen in plaats van duwen en trekken. Ik kon mijn ogen niet geloven: de mensen gingen in een rij staan. Maar, niet teveel illusie hoor, zo’n dingen zijn een werk van lange adem: nooit geen rijen aan de bus meer gezien, sinds die dag. Maar in het treinstation staan ze met honderden (duizenden?)netjes in de rij te wachten om een biljet te kopen; we hebben het ook uitgetest: we schatten dat het zowat een uur zou duren om besteld te worden; resultaat: precies tien minuten!
En toch is mijn bewondering steeds groter voor dit land: ze zijn echt dapper bezig met van alles, en dit terwijl ze met zo ongelooflijk velen zijn en er inderdaad érg veel te doen is! Je moet het maar doen! Toen we acht jaar geleden door China reisden hadden we er geen idee van hoe China zou evolueren. Met wat we nu horen, en meemaken hebben we er toch vertrouwen in. Geef ze nog eens twintig jaar en er zal weer veel veranderd zijn… Natuurlijk zijn er grote problemen als milieuproblemen maar daar zijn velen voor verantwoordelijk. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat landen die uit de armoede breken in het Westen als een bedreiging aanschouwd worden. Ik denk dat het omgekeerde veel gevaarlijker is.
Verder wordt het nieuws hier natuurlijk gedomineerd door die zaak van slavernij in de steenovens– het land staat op zijn kop- door de overstromingen en door de instorting van een belangrijke brug waar een schip tegengevaren is.. Allemaal erge dingen!
De week was warm. Ja, Shenyang is heerlijk vanaf mei: steeds zon, warm overdag nog koel in de nacht, een briesje, geen insecten, zuiderse sfeer… we genieten nu met volle teugen, al wordt het op het randje, 35°: het werkritme is al even zuiders.
Elke avond fietsen we naar een terrasje of eens naar een tuin van een groot hotel waar dan barbecue en allerlei gegeten wordt met kannen bier van twee liter! Grote vrij sjieke hotels stellen hun tuinen blijkbaar open voor ‘kleine’ middenstanders: het ene tentje na het andere is opgetrokken. Je bedient je waar je wil. Dit leidt wel tot wat hektische toestanden, daar er geen bediening aan tafel is en die tuinen populair zijn: wat dàt betekent in China kun je je al voorstellen! Vrijdag ging Frank alleen op stap met zijn vriend Yang, die uiteindelijk dronken was en zingend in de taxi zat: spijtig dat ik dat miste; tegen dronken mensen kan ik niet maar Yang, die moet nog leuker als anders geweest zijn! Maar een mens kan niet alles hebben: ik zwom totdat mijn vermoeidheid van de dag het zwembad liet overlopen en ik frisser als het water was, en liet me dan wellicht voor de laatste keer nog eens goed masseren. Blijbaar heb ik ze daar inmiddels allemaal een keertje gehad want ik had weer ‘O my God’ En content dat die was. Hij zei dat hij ‘happy’ was me te zien. 22jaar: ‘I boy:you woman, I like woman.’ Om je een kriek te lachen, op mijn leeftijd maar het is een babbelaar en een speelvogel; ik zei dat hij minder zot moest zijn en meer masseren wat hij prompt deed met de woorden: ‘not happy…’ waarop ik kon zeggen: ‘I: happy…’ Maar na het masseren zei hij toch dat hij toch ook happy was. Hij is de enige die totnogtoe hier twee woorden Engels kent.
Verder is onze huisraad aangevuld met een broodmes, een messenslijper en een groot systeem om plastiek tonnen met drinkbaar water op te zetten: je hebt dan steeds betrouwbaar gekoeld en heet water. (het kraantjeswater drinken we alleen gekookt, en er wordt ook teveel aan de waterleidingen gewerkt om er ons veilig bij te voelen). Nu kun je hier koopjes doen: alle collega’s die weggaan ‘verkopen’ hun spullen of geven ze weg. We zijn voor vele redenen blij dat we niet bij hen horen!
En nu Frank het contract ondertekende om nog een jaar gratis te blijven werken, en dat ze tevreden zijn over zijn inzet kreeg ik officieel te horen van de onderdirecteur dat we nu ‘pengyous’ (vrienden) zijn: echte… Ik moet er nog zien achter te komen wat dat betekent in China. Is dat iets op zijn Amerikaans? We vragen het ons af maar in elk geval is het schattig.
Zaterdagmorgen volgden we een deel van een studiewekeend voor leerkrachten Engels. Er kwamen ook buitenlanders praten. De pedagogische tips leken ons nogal evident, klonken de Chinese leerkrachten wel goed in de oren maar ze maakten toch de verzuchting: mooi, tenzij je 60 leerlingen hebt… Maar ik was onder de indruk van de Chinese spreker die ik hoorde: hij hamerde erin dat je moet luisteren naar je leerkracht, het belangrijk is te lezen, luisteren, studeren maar dat het allerbelangrijkste is dat je gedachten in jouzelf gemaakt worden, dat jijzelf nooit mag ophouden met een eigen mening vormen.Jaja, China, weet je wel… Het weekend was een initiatief van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken; verbijsterend waar die Amerikanen hier allemaal geld insteken; de consul in Shenyang kwam het zaakje situeren: alles is goed om de wereld beter de ‘Amerikaanse waarden’ te leren kennen.
Verder hoorden we ook dat de leeftijd eigenlijk het enige verschil is tussen leerkracht en leerling: dat beiden continu moeten leren. En, dat je duidelijk moet kiezen welk Engels je praat: Amerikaans, Australisch of Brits…Dat is dan wel waar maar maak het onderscheid eens, indien je de taal niet kent. Ik kan het al nauwelijks maken. Wel concludeerde ik dat ik dé beste leerkracht hier, een Britse, niet begrijp!
Zondag tijd voor een luie dag: aan de vijver ontbijten en heel traagjes vanwege de hitte, gaan fietsen: we volgen eens de oever van het riviertje, dat door de stad zigzagt, in de richting van de buiten. Het blijkt een goede keuze te zijn! Er loopt een pad langs, de rivier wordt niet téveel als riool of afvalberg gebruikt, er staan knappe bomen langs, we komen nauwelijks iemand tegen, maar wel ontdekken we een grote vijver waar tientallen mannen (wellicht van een werf in de buurt) in hun blootje aan het baden zijn, kortom: een leuke, ontspannende fietstocht.
Om zes uur hebben we een afscheidsfeestje bij mijn Japanse ateliergenote die nog nauwelijks in het atelier durfde komen sinds ik er ben, Sato. Iedereen is er, ze heeft de allerheerlijkste Japanse hapjes gemaakt én als verassing een verjaardagstaart voor Jim, de enige die hier volgend jaar ook blijft, gekocht. Jim vraagt aan Sato: ‘I’m 39 now, Sato is this old?’ Sato antwoordt: ‘Yes, Yes…’ Jim’s ebbenhouten ogen rollen als bollen en Sato herpakt zich snel op haar manier: ‘yes, yes, no old’.Zij is er zelf 67. Onze Russische collega Natalya uit Irkoetsk zingt melancholische liederen en roemt de ‘Siberische mannen ‘ – Jim is namelijk nog vrijgezel en iedereen wil haar wel koppelen. Het wordt een avond met veel babbelen en gieren want die Jim is toch een nummer, hoor! Zo vertelt ze welk beeld zij en alle anderen hier op de universiteit van mij hadden, voor ik aankwam, voortgaande op Frank en op wat hij vertelde van me. In elk geval: een hardwerkende kunstenares maar wel een héél ander type als ik: oud, lelijker en vooral:ze zijn verwonderd dat ik niet met statistieken en zoveel slimme gegevens als Frank afkom! Ze hebben er nog plezier om, iedereen praatte erover na aankomst! Tja, ze zijn niet de enige die plezier hebben in hoe-tegenpolen-mekaar-toch-vinden. En af en toe mekaar niet vinden. Nu, we maakten natuurlijk al één en ander mee in ons huwelijk maar wat we nu weer samen beleven is toch ook niet evident. Dan ben je misschien toch op minder gebieden tegenpool dan je denkt! Tenslotte waren we en zijn we hier erg afgewezen op elkaar. Zo babbelen en lachen ben ik niet meer gewoon: ik kom blij, maar met spijt van dit afscheid, en doodmoe thuis.
En daar lees ik dan dat onze vriend, Patrick gestorven is. De hele week liep ik rond met dat enorme dubbele, onbeschrijfelijke gevoel: erg gelukkig voor wat we meemaken, elk ogenblik en tegelijk elk ogenblik verdrietig omdat ik wist dat hij aan het sterven was. Erg confronterend. Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat hij en zijn vrouw zo’n ongelooflijke mensen zijn die mij stééds blij maakten… vanaf nu zal ik de wolken weer anders bekijken, ik zal vooral hun glinsterende, witte rand zien…
Het worden nog drukke dagen voor we donderdag vertrekken. Maar we hebben onze treinticketten naar Peking al in handen, dat is ook al iets. (grapje, Tibet is natuurlijk ook volledig geregeld: anders kom je er niet in…)
EEN PRINSELIJKE ONTMOETING!
De prins en zijn gemalin zijn vandaag in China, in Shenyang. Het zou ons een raar gevoel gegeven hebben te weten dat in deze stad één en ander rond ons land gebeurde en wij er niet bij waren, te meer omdat je het aantal landgenoten die hier wonen wel op één hand kan tellen, minder zelfs: er zijn er drie. En dat begreep Stijn, de directeur van Bekaert Shenyang. Hij nodigde ons uit toen het lint voor de uitbreiding van de fabriek door Zijne Prinselijke Hoogheid zou doorgeknipt worden… sympathiek van hem. Ik bedoel zowel van Stijn, die ons uitnodigde als van prins Filip die kwam knippen.
De vestimentaire problemen, mijn mooie spullen hangen in Tielrode, werden op zijn Lieve’s opgelost: de rok van vier jaar oud die al twee maal ‘verbouwd’ werd (ingekort, jaren later: tekeningen op geschilderd met bleekwater om vlekken te camoufleren) en het excentrieke tenue van Corakemperman dat ik regelmatig draag om achter mijn schildersezel te zitten, werden nog maar eens bovengehaald, de tippen van mijn rode schoenen werden bijgeschilderd met olieverf, gezien ik hier nergens rode schoensmeer vind, de rode handtas waar ik al spijt van had dat ik ze mee bracht gezien ik hier toch nooit ‘deftige’ afspraken heb, glorieerde meer dan ooit: tenslotte komt Filip uit een familie waar de ‘saccoche’ door de geschiedenis heen héél belangrijk is.
Professor Flank kon genieten van zijn vaders kostuum dat hij meebracht om les te geven en zijn das van destijds toen hij bij Glaverbel werkte… ja, ik voelde enige nostalgie naar die tijd want ik geef het toe: ik was er toen ook af en toe graag bij om te floreren en zijn pr-madammeke te zijn, eens rond te hangen in die sferen, ‘streken’ te kunnen hebben, zoals Frank dat lachend noemde…
De rit naar de andere kant in de stad verliep véél vlotter dan verwacht: de chauffeur was weerom zo’n cowboy die zich werkelijk overal door en langs schoot en waarbij je best niet voor je keek … We waren een uur te vroeg, zo sta je vààk op de foto! Het was meteen plezier geblazen want als met een natuurlijke stroom kwamen we bij een Westvlaming en een Limburger terecht. Dat was leuk, nu kon ik zelfs Westvlaams praten!
De prins arriveerde zonder zijn Mathilde -zij ging naar een of ander weeshuis- een klein uur te laat. Net als wij mocht hij het boek ondertekenen. Daarna mocht hij vooraan zitten samen met de leiders van provincie en stad, topfiguren van Bekaert, Vincent Van Quickenborn en de ambassadeur. Wat mij opviel was dat Filip de enige was die zijn hand boven zijn ogen hield, om de verblinding door de spots die op hen gericht waren af te weren, en heel aandachtig alles en iedereen in de zaal bekeek. Ja, hij detecteerde tussen de vele Chinezen zelfs deze onderdaan: ik kreeg een warme glimlach en knikje.
Verder kwam hij zeer ontspannen en betrokken bij het gebeuren over. Knappe man, trouwens.
Met een tiental kregen ze witte handschoentjes aan, assistentie van twee mooie Chinese dames, en mochten ze de schaar hanteren om het lint te verknippen onder luid geknal van vuurwerk: we zijn in China, nietwaar. De handschoentjes lieten iedereen hartelijk lachen. Na de wandeling door de nieuwe fabriek vertrok het prinselijk gezelschap naar nog maar eens een banket.Wij mochten blijven op het Bekaert buffet: Belgisch geïnspireerd met aardappelpuree, geloof het of niet, naast de kreeftjes en veel andere lekkernijen smaakte dit me het meest.
Dat Frank verleid was door de gebakjes met chocolade zal niemand verwonderen…
Ik heb enkele mensen ontmoet die geïnteresseerd bleken in mijn schilderijen. Zou leuk zijn, indien er een vervolg aan komt.
Bij thuiskomst werden we geconfronteerd met een grove vorm van afzetterij. De DAD Deutscher Adressendienst uit Hamburg, schreef in april een misleidende brief om nog verder opgenomen te worden in ‘het register van Belgische websites’; mijn vriendin die op ons huis let, ondertekende die brief. Nu volgde de rekening: 958 euro. We zijn er allen even niet goed van. Ik kan het niet laten om via deze weg de praktijk aan te klagen.
’s Avonds herinnert de Shenyang televisie ons nog even aan het leukere deel van de dag… we zien zelfs Mathilde.
HALLUCINANT, IK MOET ER NOG EENS OVER SCHRIJVEN!
De fietstocht die ik deze week ontdekte? Weg is ie! Gedaan ermee… Vanmorgen wilden Frank en ik naar het Noordoosten fietsen , naar Qi Ban Shan: dit is een groot meer met bergen eromheen, jaja, we hebben hier ook bergen in het vlakke Shenyang! Eigenlijk prijzen wij, fietsers, ons erg gelukkig dat we in een vlakke streek wonen, stel je voor dat we in een bergstreek terechtkwamen , dit is echt niets voor ons maar toch, zo eens een bergje tussendoor, dat lijkt ons wat. We vertrekken vrij vroeg want we schatten dat we minstens twee uren fietsen nodig zullen hebben om er te komen. Apetrots toon ik Frank mijn vondst van deze week , de weg doorheen de maïsvelden , om zo de werken achter de unief te vermijden. Het begint goed, hij is onder de indruk tot plots bijna op het eind van ‘mijn’ route, als barricade een berg aarde midden op de route ligt. Wij klauteren over de aarde en het is snel duidelijk: daar is men een brede baan aan het aanleggen. Dag leuk ochtendfietstochtje… Wij fietsen dapper verder richting noordoosten: eerst langs een brede gloednieuwe zesvaksbaan, met aan de zijkant voetpaden met bomen, met ernaast struiken die geometrisch in golvende vlakken aangelegd zijn en waarachter dan nog eens minstens acht rijen bomen staan: zo ziet elke nieuwe baan er tegenwoordig uit. Frank zag deze baan aanleggen toen hij hier pas woonde. Deze baan loopt door glooiende velden, heeft nog niet teveel verkeer daar de universiteits- en woningblokken die erlangs moeten komen nu pas zullen gezet worden. Eigenlijk hoopte Frank dat die baan al doorliep tot aan het meer en de bergen: zo staat ze al op een actueel stadsplan We wilden eens van katoen geven vandaag: rechtdoor fietsen tot aan ons doel zonder ons te laten afleiden. Maar aan de spoorweg hield de baan op: de werken waren nog volop bezig. (later bleek dat alleen het deel om de spoorweg te overbruggen nog niet af is, verder loopt ze al door) Dan maar via de kleine baantjes: zo zullen we toch dorpjes tegen komen, dat vinden we toch leuker… Zo dàchten we. Maar dat was buiten het plan van China gerekend: alle dorpjes, op een half dorp na zijn over een afstand van 20 kilometer al verdwenen. Het Noordelijke platteland van Shenyang is uitgeroepen tot nieuw Shenyang. Zo praat men in Temse over de werken van ex-Boelwerf ook: nieuw Temse. Alleen, daar zat geen visie achter en bouwt een privé-promotor er maar op los zoals hij wilt en hier zit een totaal plan achter. Nog een klein detail: daar gaat het over 0,8 vierkante kilometer en hier blijkt het over minstens 100 vierkante kilometer te gaan! Temse had plots dynamiek, Temse was half ingeslapen na het failliet van de Boelwerf, en Shenyang heeft die dynamiek nu beslist ook! Meer dan ons lief is, meer dan we al vermoeden! Die werken die achter onze unief starten, lopen kilométers door en wij beseffen dat na vandaag pas helemaal! Onze unief staat er ook nog maar vier jaar en is dus deel van dat plan. Het euforisch gevoel dat wij aan een stadsrand woonden was totaal fout:wij leven midden een bouwwerf, een gigantisch plan: het platteland moet naar de steden komen, de migranten die al naar de stad kwamen die moeten niet terug maar er vrouw en kinderen bijhalen en hier officieel kunnen wonen, en alle Chinezen moeten universitaire studies kunnen halen: dus moet men universiteiten bouwen. Meer dan ooit: we hadden écht beter aan om het even welke kant maar een andere kant van de stad gewoond, àl is dit beleven werkelijk een ervaring! Eigenlijk moet je dit meegemaakt hebben om te weten wat er écht in China gebeurt!
We ontdekken langs deze straat een rij gigantisch grote panelen waar al de plannen op uitgetekend staan , waar computertekeningen op te zien zijn van hoe het er zal uitzien, wat er allemaal komt. En ik kan je verzekeren: we staan aan de grond genageld.
Met alle gevolgen vandien: het enige mooie dat we op deze 30 kilometer tegen komen is nog een half dorp. Tijd voor een praatje met een bewoner, wat zou hij vinden van deze situatie? Of hij representatief is, het zal wel niet maar HIJ had het groot lot gewonnen: 64 jaar, boer, en supertevreden over de som geld dat hij kreeg voor zijn land. Nu mag hij nog even in zijn huis wonen, een tof huis met erfje, zo leek het me, maar begin volgend jaar mag hij naar een nieuw appartement in de buurt en daar is hij heel blij mee. Toegegeven: een timing waar je kan inkomen voor die man! Al strookt het niet met mijn nostalgisch gevoel van afbreken van oud en vervangen door blokken: de mensen die wij totnogtoe spraken zijn niet treurig om wat gebeurt. Nu moet ik ook toegeven: de nieuwbouwappartementen stoten me tegen de borst omdat ze allemaal hetzelfde zijn maar men vergat niet om er groen, erkers, banken, schaduwplekjes, binnentuintjes, speelplaatsjes, gymparkjes in te lassen… Tja, ze kunnen ook niet anders dan hoog bouwen: er zijn nu eenmaal veel chinezen! Ik moest denken aan de manier waarop Nederland zijn woonprobleem oploste in de jaren ’80: voor de voorsteden opteerde men ook voor monotonie in de plaats van voor de Belgische kakofonie, of diversiteit, afhankelijk van je eigen voorkeur. Of onze oplossing om veel mensen aan de kust te laten wonen getuigde wel van diversiteit maar is ook de oplossing niet echt . Maar de ‘Nederlandse monotonie’ 200 keer uitvergroot zien!
De laatste zes kilometer van onze fietstocht is al ‘afgewerkt’. Daar staan al enkele splinternieuwe universiteiten, langs de brede nieuwe lanen, daar vinden we een nieuw kanaal mét een wandelpad, dat wij zalig als fietspad kunnen gebruiken , want hier loopt nu nog erg weinig volk. Een raar zicht eigenlijk, want het pad is al lang af: er groeit al hoog onkruid tussen de tegeltjes, de mooie nieuwe straatlantaarns zijn zelfs al kapot, en er zijn nog geen mensen!
Het is een verademing om aan het ‘natuurlijk ogend’ meer te komen: eindelijk eens een grillige vorm, oude bomen, ‘echte’ natuur. Een meer dat er kwam, na de bouw van een stuwdam, in 1967, in de tijd van Mao nog.
Mede dankzij de steeds aanwezige zon in Shenyang, het is bloedheet vandaag, oogt het meer erg zuiders. We beslissen eromheen te rijden. Hier moeten we eens twee dagen komen en in de bergen om het meer gaan wandelen. Wat een prettig idee dat wij hier een berg VOL bomen hebben!
Maar ook tijdens onze fietstocht vallen we enkele keren achterover. Blijkbaar is men enkele jaren terug gaan denken dat dit meer een toeristische topper kon worden en is men rond dit meer allerlei attracties gaan bouwen: grotten gaan inrichten als een spookkasteel, rond de grotten dan natuurlijk minstens vijf hotels en restaurants: opgegeven, nauwelijks een kat te zien.
Hotels her en der: veel te groot en te chique: nauwelijks leven te zien. Een ‘schaakcomplex’: er zijn geen woorden voor: een GIGANTISCH groot gebouw langs een heuvelwand gebouwd met een gigantisch marmeren trappenhal waar geen eind aan komt, wel zes grote schaaksalons en om het gebouw een gigantisch park waar alles in functie van schaken staat, er is zelfs een kabellift naar een top van een heuvel waar een schaakbord pronkt: nergens een klant te zien. Mongoolse yourtes: ook één of ander hotelproject… desolaat. Aan dit soort megaprojecten die totaal fout ingeschat zijn is noch kop noch staart aan te krijgen: speculatie van individuelen? Hoogmoedswaanzin van enkelingen of van de regering? Nu is men er nog een gigantische stad, volledig in oude stijl aan het bouwen om er te filmen: een ‘ShenyangWood’.
Heuvel af, heuvel op in de brandende zon, ik heb er hoofdpijn van maar vind het zo’n mooie fietstocht dat ik het negeer. We vinden een terrasje op onze maat: eenvoudig, zicht op het meer, sympatiek ingericht met rode lampionnen onder de luifel: we eten er een niet-verkapte, grote superlekkere, verse vis met aubergines en fijne paddestoeltjes. Het is hier werkelijk zalig zitten.
We hadden gedacht om de fietsen in een taxi te dumpen en zo thuis te vinden , maar we zien het terugfietsen nu wel weer zitten en komen hoofdschuddend thuis: we hebben werkelijk het gevoel dat we een stuk geschiedenis meemaken in China: dit moet je meegemaakt hebben! En indien je China twintig jaar geleden bezocht, heeft het nog veel meer betekenis. Dit is niet voor te stellen…
Ik ben al blij dat men intussen begreep, zo lazen we, dat men het openbaar vervoer moet stimuleren en het autorijden niet moet aanmoedigen, ook al zijn de wegen gebouwd in proporties gericht op de realiteit en de toekomst: men is al bezig een metro aan het bouwen, die zal tot aan onze universiteit en nog wat verder lopen. Goede zaak! Kijk, dapper zijn die Chinezen wel… je moet het allemaal maar doen!
Het afvoerputje verstopt zowaar, na ons douchen: die vrachtwagens veroorzaken mateloos veel stof. Daarenboven is de bezorgdheid groot als we na het verdwijnen van het mooie bruine stoflaagje ontdekken dat we rood als kreeften staan…
Maar het was weer fijn te ontdekken in eigen stad, zo ergens lang blijven is toch wel leuk! En nu bereiden we ons voor op woensdag: afspraak met onze Filip en Mathilde, even samen gaan lunchen…
PERNOD STINKT…
Het weekend heeft mij blijkbaar opgeladen: voor het eerst sinds lange tijd spring ik dinsdagmorgen uit mijn bed om 6U30 en… ga fietsen! Dat ik zo vroeg uit mijn bed geraak is goed nieuws maar dat ik op mijn eentje onbekende paden tussen de velden durf verkennen betekent pas wat! Maar ik heb geen keuze meer: wil ik fietsen dan moet ik een nieuw traject vinden. Tussen mijn kleinkunst CD-reeks zit het lied van Louis Neefs over de natuur die staal en beton wordt: hoe reëel is dit beeld rondom ons. En natuurlijk verlies ik mijn weg. Mijn semi mountainbike komt me nu goed van pas: ik rij tussen de maïsvelden , af en toe rijdt ik me vast, één keer kwam ik op een verlaten begraafplaats uit: de graven lagen open, de kistjes (kleine want er zaten ooit urnen in) her en der verspreid in het veld… Maar ik amuseer me: mijn velden zijn bevredigend, een opgegeven weg tussen mooie oude bomen maakt gelukkig. Uiteindelijk kom ik toch weer tussen een werf, dus vrachtwagens terecht, en vind ik pas mijn ontbijttafel na een goed uur terug maar dat deert niet: fietsen maakt helemaal blij, dit is echt zo. Toch nog een andere energie dan het zwemmen, bijvoorbeeld. Het aspect open lucht is zo nodig.
Wat hadden we een fijn weekend met Jan en Arlette! Vrijdag boodschappen gaan doen in functie van hét ontvangen van mensen… dat alleen al! En dan een héél weekend honderduit kunnen kletsen (met eens iemand anders dan mijn Frank) in mijn eigen taal, stel je voor. Daarenboven hadden we de toppers van-te-bezoeken-in-Shenyang zelf nog niet bezocht: er was zoveel anders te doen, daarenboven zouden we dat wel nog kunnen doen met bezoekers, daarenboven vond ik dat leuk te weten dat er nog verborgen parels waren… En het zijn ‘verborgen parels’ hier in het verre niet-toeristische Noorden! Ons paleis van de Qing dynastie is echt mooi. Uiteraard het kleine broertje van De Verboden Stad maar wel echt het broertje, hoor. Knap! Het bezoek aan het graf van de keizer in ons prachtig Beilin Park maakt me ook erg blij. Niet veel volk en een architecturaal concept dat ik niet kende: ik moet dringend eens de Ming graven in Peking bezoeken.
Maar hier is het contrast tussen al die kleurrijke, rijkelijke gebouwen met tirlantijntjes voor de tombe en de tombe zelf zo verrassend: de tombe is een gigantisch grote, grijze, sobere halve bol (bijna halve bol) bezet met adobe, erbovenop staat één oude boom. Prachtig.
Bij de toppers van het weekend hoorden het etentje bovenop de roterende TV-toren, het tonen van ons campusleven, inclusief BBQ tussen de studenten, inclusief ontbijten aan de lotusvijver ( Jan en Arlette vielen achterover van het kleine van ons appartementje en snappen niet hoe we het kunnen… al vonden ze het al wat ruimer ogend bij daglicht! Tja, raar maar wij vinden het nog steeds ‘plezant’ en gelukkig heb ik mijn werk en werkruimte, natuurlijk), en het eten in de straten van Shenyang. Ook zij ervaarden dat je hier veel meer aangestaard wordt of de mensen spontaner beginnen praten met je.
Ik zit nu te schrijven aan de lotusvijver: dichtbij hoor ik weer eens geknal en gespetter van vuurwerk. Deze week lieten ze ook knallen: bleek de inhuldiging te zijn van een klein roeibootje in de vijver! Alle redenen zijn werkelijk goed om te knallen! (daarnet kwam even een jongen met me praten en hij vond dat ik raar rook! Slik! Ik ben een Pernootje aan het drinken, zalig, maar de geur werd niet echt gewaardeerd!)
Jan eindigde zijn weekend in het badhuis, op mijn aanraden natuurlijk. Hij genoot van een massage mét olie en was daar zo enthousiast over dat ik, na een warm afscheid hetzelfde deed. De olie was prima en de man me er weer eentje! Hij masseerde mijn schouders zodanig stevig dat ik me afvroeg of ik de volgende dag nog wel zou kunnen schilderen. Hij stelde me de hele tijd vragen, waarbij hij dan het haar dat voor mijn gezicht viel door op mijn buik te liggen, wegnam, dat vond ik wel lief, en afwezig antwoordde ik steeds: pu dong (ik begrijp het niet). Tot hij plots zei dat er iets ‘hen piaolang’ (mooi) was: ‘aha, wo dong!’ (ik begrijp het!) Hij moest hier heel erg om lachen. Hij had het over mijn neus, natuurlijk, mijn ogen en dan… hij verloor ermee alle geloofwaardigheid: mijn billen. Tja…mooi? Laten we zeggen: bij deze maar bij geen enkele Chinese…dàt beslist. Na de massage kwam de man die me vorige keer masseerde teleurgesteld vragen waarom ik hém niet teruggevraagd had. Ik had met hem te doen, zo sip keek ie, ik kon niet uitleggen dat ik zo een nieuwsgierige bees ben…
De leerlingen buitenlandse talen speelden deze week toneel: in het Russisch, Japans, Engels en Frans, (Frank zijn studenten) Ik lachte me een kriek! Vooral de persiflage op Assepoester was schitterend! Normaliter krijg ik rillingen van dit verhaal maar het bevatte zo’n gezonde dosis zelfspot! De Chinese meisjes hier op de campus zijn heel erg met hun uiterlijk bezig en dit kwam pittig aan bod, alsook een sneer naar de Olympische spelen waar heel China van in de ban is. En blijkbaar is mijn aanwezigheid erg gewaardeerd want sindsdien wordt ik veel meer gegroet en toegelachen op de campus… Ik vind het jammer dat ik niet makkelijker te weten kom dat hier iets gebeurt: er is geen infodesk ofzo.
Na het werk, voor een zwempartij ging ik even een stuk fruit eten op een bankje. Natuurlijk komt dan iemand bij je zitten die Engels wou praten. Een lief meisje en wat ze me allemaal vroeg intrigeerde me. Ze was er erg van geroerd, verontwaardigd, te horen dat kinderen bij ons niet zo makkelijk voor hun ouders zorgen. Ze vertelde mij dat er hier na het overlijden van een ouder minstens een week gepalaverd wordt tussen kinderen, tantes, nonkels en buren wat er nu verder gaat gebeuren met de andere ouder. Ze vroeg me of dit een gevolg van een individualistische maatschappij is.
Eergisteren kwam een jongen aankloppen in mijn atelier: of ik ‘the wife of Flank ‘ was en dat hij me moest spreken. Wat moet je daarvan denken? Het bleek hetzelfde verhaal: hij wou Engels oefenen. Het speet me echt dit te moeten weigeren, het zijn zo’n lieverds, als ze zo met je praten. Hij is afkomstig van Dalian waar wij enkele weken geleden waren. Ginds in de universiteit is hij geweigerd omdat hij te weinig punten haalde op het ingangsexamen, maar met die score kon hij hier wel binnen. Hij bewondert Frank mateloos. Gaf ook een beeld van Frank waarvan Frank denkt de jongen hem verwart met een andere leraar maar dat denk ik niet: als hij zelf heel erg opgewonden doet zegt hij ‘manzou’ en dat betekent: rustig maar. En ‘clever’ dat hij Frank vindt… wij bewonderen hem allemaal zo! ‘ik ook’ zeg ik dan.
De jongen heeft het moeilijk met Shenyang: te koud in de winter, nu te warm. Ja, gisteren was het de eerste dag dat het zweet constant uit me gutste!
Ik was ook wel geëxciteerd want ik toonde mijn hele schilderijen reeks aan Nolan, een Amerikaan die ik erg graag mag. Een mooie, interessante ladykiller van 26 jaar. Jammer genoeg gaat ook hij weg! Ik vroeg hem hoeveel vrouwentranen de straten van Shenyang zullen vullen. Ik vermoed véél. Hij was de enige aan wie ik mijn werk toon en met wie ik goed over kunst kan praten.
Terwijl we midden een heel goede babbel zaten kwam lieve Sato binnen: ze bracht een uitnodiging voor een afscheidsetentje. Ik reageerde zo afwezig! Later op de dag belde ik haar op en werd geconfronteerd met een staaltje Japanse tics, die de Chinezen ook hebben, en die ik thuis bij mijn Oost-Europese poetsvrouw ook ondervond: een voor ons verwarrend gebruik van Yes en No. Ik zei: ‘Sato, we zaten zo midden in een discussie dat ik niet echt beleefd was voor jou’ ‘Yes, Yes’ Meer zweet van onder mijn oksels: Sato is boos! ‘ben je boos?’ ‘Yes, Yes. I’m not angry’ Oef! Het verschil tussen ‘she’ en ‘he’ is blijkbaar ook een erg moeilijk iets. In het Chinees is daar een verklaring voor: gesproken is er geen onderscheid tussen hij of zij, in de geschreven taal wel. Raar. Enfin, het gesprek met Sato eindigde met drie maal ‘sorry, sorry, sorry’: zei zij! Ik zeg: ‘no,no Sato: i’m sorry’ ‘yes, yes’ zegt ze…
Ik hoop dat we naar haar afscheidsfeestje kunnen gaan, het is de dag voor ons vertrek naar Tibet, over twee weken. Al die buitenlanders blijven hier officieel tot eind juli: tot dan worden ze betaald. Niet betaald worden, zoals Frank heeft zo zijn voordelen!
Daar alle buitenlanders vertrekken, liep ik vandaag eens alle appartementen af: indien we willen verhuizen heb ik nu eerste keuze. Er zijn een aantal appartementen met een dubbel zo grote keuken. En toch twijfel ik of we het doen, eigenlijk zijn we het hier nu wel gewoon en je gelooft het nooit: van het uitzicht door ons keukenraam wordt ik zo blij en dat heeft geen enkel ander appartement: ik zie er de zon opkomen en in de verte de jonge mensen voorbij de vijver naar de klassen wandelen: een energiek beeld, elke morgen.
Toch was het even erg balen deze week: op een ochtend werd ik om vier uur wakker van een stank die me een misselijk gevoel in mijn maag gaf. Dit is echter niet de eerste keer. Een chemische ongezonde geur. Na wat rondvraag vermoed ik dat het een fabrieksschouwtje vlakbij is, die ’s avonds of ’s morgens vroeg clandestien verbrandt. Gebeurde vroeger vaker, zei men. Vind ik heel naar! Het deed me denken aan hoe wij twintig jaar geleden met dat soort zaken omgingen. We hadden een winkel en verbrandden karton in de tuin en vonden dat ook maar flauw dat buren daarover zanikten. Of Frank maakte het nog nog geen twintig jaar geleden mee dat de fabriek twee soorten olie had: één te gebruiken als er inspectie kwam en de andere dagelijks… Positief is dat je weet dat dit soort toestanden niet lang meer kunnen duren: er wordt werkelijk heel veel gepraat over milieu en hygiëne. Geef de Chinezen tijd, maar ik zal helpen aan het karretje duwen: ik ga me verder informeren en volgend schooljaar eventueel een petitie tegen dat fabriekje opzetten. Dat is toch een steentje bijdragen, niet?
Ik ontvang hier zelfs postkaartjes! Al eentje uit Turkije gekregen, nu eentje uit Corsica: bedankt, dit is leuk!











