Een propvolle week
Aan het werk…als leraar Engels. Gisterenmiddag was er eindelijk volk aanwezig op de faculteit. … Maar niet mijn coordinator, die liet me telefonisch het uurrooster weten. Acht uur ‘Engels opstel’ bovenop vier uur Franse conversatie; er is een cursus maar wanneer die te krijgen is? Ik ga goeiedag zeggen bij de dekaan en kaart het probleem aan; een leraar zonder cursus of begeleiding zo maar in een nieuw vak storten? Hij lacht dat hij in mij wel een ontdekkingsreiziger ziet , maar geeft me ook een aantal ideeën voor de aanpak van de klas. En of ik misschien in plaats van talen geen Europese cultuur kan geven? Waarom niet, indien ze me tijdig verwittigen zodat ik kan voorbereiden is geen uitdaging me te gek. En ben ik misschien geen cultuurmens?In de late namiddag staat mijn telefoon niet stil: twee oproepen van collega’s die hetzelfde vak geven en moeten coordineren; zit de sterke hand van de dekaan erachter? Veel kom ik niet te weten, de cursus zou nieuw zijn en zolang we die niet hebben moeten we de studenten maar bezighouden met onze eigen inspiratie. Mijn noodplan om hen een dagbladartikel te laten samenvatten en bespreken wordt ter plekke aanvaard. In de late namiddag nog een telefoontje van mijn afdelingschef: of ik toch wel weet dat er morgenvroeg om 8 uur les marketing is? Bedankt voor de informatie! Gelukkig heb ik nog ergens een lesvoorbereiding quasi kant en klaar liggen, dat wordt net geen slapeloze nacht.Dat maakt dus alles samen 14 uur per week, alles in de voormiddag. Elke namiddag vrij, het oogt goed, maar… ik had zoveel mogelijk lessen in de namiddag gevraagd, om ’s morgens zelf Chinees te kunnen volgen. Vier uren les op maandagmorgen met een gebrekkige voorbereiding; ik maak me er niet meer echt zenuwachtig om, tenslotte heb al een jaar ervaring als leraar, ik ben al een oude rot in het vak! In de marketing les moeten de leerlingen discussieren over ‘marketing in een socialistisch land’, het is nogal hoog gegrepen maar moeizaam komen er toch relevante ideeën uit. De Engelse les is wat bizarrer: om me de beschikking te geven over de modernste technieken, gaat twee van de vier klassen door in het internetlokaal: de leerlingen zitten in een individuele hokjes, elk met met een computer; voor wie het systeem goed kent biedt het ongetwijfeld veel mogelijkheden maar ik verlies met de technicus van dienst al een zee van tijd om een simpel tekstje van mijn flash memory op het scherm van de studenten te krijgen. Vanop mijn plaats zie ik de kruin van de studenten op de eerste rij, niets meer. Probeer zo maar iets interactiefs te doen! Dan maar al pratend tussen de rijen lopen en ‘over de schutting’ kijken. Als ik niet oppas wordt dit een vervelende bedoening: met de micro opdrachten geven en dan de studenten in hun computerhokje laten schrijven, op papier! De dekaan waarschuwde me daar al voor; afwisseling zoeken wordt de leuze. Het grootste werk aan die kursus schijnt het verbeteren van al die teksten te zijn; mijn vroegere collega Jennifer suggereert alles eerst door de leerlingen zelf te laten verbeteren en er dan enkele uit te pikken; het proberen waard! Klap op de vuurpijl: geen enkele leraar weet wanneer de cursus komt, maar alle studenten hebben hem al! Ik ga de faculteitssecretaris opzoeken, tot mijn verrassing haalt hij een exemplaar uit de hoek; ‘juist toegekomen, ons eerste exemplaar is voor u’. Op het eerste zicht is het een degelijke leidraad met practische oefeningen en voorbeelden; deze week bestuderen en volgende maandag ga ik ermee aan de slag. Intussen weet ik ook naar welke geheimzinnige conferentie de voltallige staf van de faculteit de vorige dagen was; de dekaan vertelde me zonder omwegen dat ze vier dagen naar de bergen trokken, het was heel prettig. Incentive trips vermomd als symposia zijn courant. Een verantwoordelijke van de faculteit vertelde dat hij deze zomer tweemaal ‘op seminarie’ ging, naar Xian en Nanjing, twee toeristische toppers. Het doet me denken aan mijn tijd bij Glaverbel, toen de Chinezen massaal op onderhandelings- of studiereis naar Europa kwamen. Ooit had ik het geluk dat de ze een machine uit Griekenland wilden kopen; dat leverde een week ‘onderhandelen’ onder de Griekse zon op. Gisteravond ontmoette ik nog andere nieuwe buren: een Amerikaanse familie met twee tienerkinderen. Ze hebben eigenlijk vier kinderen, maar één zit al aan de unief in Amerika en een andere volgt Chinese les aan de andere kant van China. De man is professor aan de universiteit van Pennsylvania, en komt voor de derde keer in tien jaar een semester les geven aan onze school; meer afwezigheid staat zijn universiteit niet toe. Iedere keer brengt hij vrouw en kinderen mee, ze houden van China. Ik zou wel graag meer over hun motivatie weten, doch de man is van de zwijgzame soort, wat ruimschoots gecompenseerd wordt door zijn vrouw die me een lezing geeft over de evolutie van de verschillende markten en supermarkten in Shenyang sinds tien jaar. Zij kookt ook graag en bracht een oventje mee. Dat ziet er goed uit voor Lieve, na onze Russische collega nu ook al een Amerikaanse met een oven, allebei keukenprinsessen en allebei nodigen ze me uit om er te komen van genieten… nadat Lieve aangekomen is. Voorlopig kan ik nog elke avond alleen mijn bol noedels gaan opeten. Maar de Amerikanen kopen wel mijn oude fiets; nu kan ik een sportmodel kopen, Lieve zal me niet zo gemakkelijk meer uit de wielen rijden. Zaterdag 1 september Nog geen tien dagen hier en alweer druk, druk… Mijnex-collega Jennifer indachtig heb ik de studenten Engels opstel in de klas een tekst doen schrijven, en daarna vier studenten gevraagd om samen met me te verbeteren. Een ideetje dat op zijn minst nog moet bijgeschaafd worden.Ik ben al twee halve dagen kwijt, inclusief werk tot middernacht, en heb nog maar twee van de vier klassen kunnen verbeteren. Het discussieren met de studenten en het nazien van hun vereteringswerk en het geven van punten op een opstel vragen tijd. Het voordeel is dat je zo de studenten wel beter leert kennen; en ze vonden het zelf prettig. De actiefste leerling tot nu toe, speelde vorig jaar in de toneelwedstrijd in vreemde talen de rol van Assepoester en viel ons toen al op. Lieve ging haar feliciteren en dat weet ze nog. Het kind is nogal stevig gebouwd, ik weet nu waarom; ze was ooit geselecteerd om topathlete kogelstoten te worden, maar koos op aandringen van haar ouders voor de universiteit. Ze is naast klasverantwoordelijke ook kandidaat vrijwilliger voor de Olympische Spelen in Shenyang, en wordt met haar sportachtergrond zo goed als zeker gekozen. Er is ook een groepje vrijwilligers dat naar Beijing mag, maar van die selectie hoorde ze te laat! Zo gaat dat in China, zegt ze. Je hebt voor alles relaties nodig, anders kom je niet eens te weten dat er iets interessant staat te gebeuren. De leerlingen moesten in de klas een krantenartikel samenvatten en hun eigen opinie geven. Het artikel pleit ervoor studenten niet langer als kinderen te behandelen en hen meer vrijheid te geven , om op kot te wonen of te trouwen bijvoorbeeld. Hoe denk je dat Chinese studenten van 21-22 jaar daarop reageren? Een kleine meerderheid van wat ik al verbeterde vind het maar best dat ze nog niet volwassen moeten zijn! Met een week vertraging ben ik ook te weten gekomen dat drie van de vier klassen een ECHT examen hebben. Het dagelijks werk is maar een klein deel van hun punten, het is helemaal niet belangrijk alles te verbeteren. De nieuwe suggestie van mijn coordinator is enkele werken gewoon in de klas te verbeteren tot lering van de anderen…In de vierde klas moet ik wel zien zelf genoeg testen te geven, dat zijn er namelijk die wel Engels studeren maar geen leraar willen worden, dus die moeten geen examen afleggen; bizar. Elke dag kom je hier wel weer iets te weten. Drie van mijn vier klassen gaan nu ook door in het internet lokaal; mooi uitgerust met computers, DVD speler, en andere snufjes, alles netjes met menus in het Chinees en een Chinees sprekende technicus die het de tweede dag al na vijf minuten opgeeft. De studenten vertellen me na de klas dat ze verwachten dat ik die snufjes gebruik, geen ouderwets gepraat of geschrijf op het bord meer (er is trouwens geen bord!); tja, wie gaat me dat aanleren? Gelukkig is er collega Lili die belooft me volgende week te helpen.Naast het gevecht met de nieuwe kursus was het de week van nieuwelingen ontmoeten, en oude gezichten terugzien. De nieuwelingen: Nog een Amerikaanse leraar ontmoet, die niet op de campus woont, en een Japanner die onze buurman wordt. Het ziet er een vlotte kerel uit, ik kijk er naar uit eens met hem te gaan eten. En een jonge Fransman, blijven plakken aan een Chinees meisje en nu op zoek naar werk; heeft nog nooit voor een klas gestaan maar komt in het zwart zes uur per week les geven aan onze faculteit, het officiele quota buitenlandse leraars zit vol. Verder bij een barbecue op een terrasje buiten de unief een groepje leraars ontmoet van de Technische Hogeschool en de Liaoning universiteit die allebei op een boogscheut liggen. Ondermeer een gepensioneerde Canadees- naamkaartje achtergelaten, benieuwd of hij reageert- en ja, een Antwerpenaar! 36 jaar, ex-journalist, ook al met een Chinees liefje, hangt hier al een paar jaar rond als leraar maar wil in de business gaan om meer te verdienen; komt daarom aan onze school Chinees studeren; een wonder dat ik hem vorig jaar niet tegen het lijf liep. Mijn nieuwe privé-leraar Chinees; de vorige lerares is afgestudeerd als licentiate in de klassieke litteratuur, voor zover hij weet heeft ze nog geen werk; hij studeert dit jaar af; de perspectieven voor licentiaten in de litteratuur zijn zwak. De oude gezichten: Mijn Chinese vriend Yang, 32, leraar electronica en ongehuwd. Hij ging deze zomer niet terug naar zijn geboortestad, want te druk bezig met onderzoek naar een electronisch toestel waarmee hij eventueel een eigen zaak wil starten. Dacht ik, tot we samen gaan eten. Na een tijdje komt het eruit. Hij heeft drie maanden geleden, tussen de vele dates eindelijk de ware gevonden; is intussen al op bezoek geweest bij de toekomstige schoonouders die verschillende apotheken hebben in een stadje op 50 kilometer; schoonmama heeft voor hen een appartement gekocht, iets meer dan 100 vierkante meter, niet te ver van het centrum, voor 45.000 euro. Misschien trouwen ze al op één januari, alleen, het huis is nog niet af, om precies te zijn, de oude gebouwen op het terrein zijn juist afgebroken; hij weet ook nog niet op welke verdieping hij zal zitten. Tja, ze laten er hier letterlijk en figuurlijk geen gras over groeien. ane, mijn coordinatrice van het departement heeft inderdaad haar best gedaan om mij zoals gevraagd alleen ’s morgens les te laten geven! Het vergt wat moed om haar te zeggen dat het juist omgekeerd moest. Als troost biedt ze me een peer aan. Ik had me voorgenomen de Franse conversatie dit jaar wat moeilijker te maken; bij het weerzien blijkt hun nivaeu lager dan ik me herinnerde; mijn verhaal over onze reis in Tibet is te hoog gegrepen. Links en rechts op de campus ontmoet ik ook nog andere leerlingen van vorig jaar ; ze gaan dit jaar afstuderen als kandidaat en beginnen aan werk te denken; hooguit één uit tien wil meedoen aan het ingangsexamen voor de licenties; de plaatsen aan de befaamde universiteit in Beijing en dergelijke zijn geteld, en een licentie volgen aan onze lager gekwoteerde school is de tijd (drie jaar) en het schoolgeld (3.500 euro voor drie jaar, vooraf te betalen), niet waard. Onze huisbewaarder Chang, mijn gelegenheidstrainer Xin Yi Liu He Quan, is intussen 63, een stuk voorbij de wettelijke pensoenleeftijd; ik moet hem toch eens in mijn beste Chinees vragen waarom hij nog verder werkt. Het duurt een week voor ik de moed heb om de training te hernemen. 6.30H tot 7.30H is vroeg, en om 7.55H moet ik in de klas zijn; niet veel tijd voor douchen, omkleden , eten en hollen, liefst zonder mijn papieren te vergeten. Mijn Amerikaanse buurman Dan, 36 jaar en fanatiek beoefenaar van Chinese krijgskunsten geeft om geld te verdienen dit semester twee volledige uurroosters les in drie scholen. Dan aanvaardt voor het eerst in een half jaar om samen te gaaan eten; waarom wordt me snel duidelijk; hij stond op het punt te trouwen en een huis te komen, was begonnen met de formaliteiten en heeft het vorige week afgemaakt; of hij ooit nog terug naar Amerika trekt weet hij niet. We praten over Tibet, hij heeft in Amerika veel over Tibet gelezen, heeft een vriendin die de dalai lama persoonlijk kent en is voorstander van onafhankelijkheid; ik probeer uit te leggen dat er ook wel argumenten voor het Chinese standpunt zijn, maar hij heeft geen zin in een discussie. Jim, mijn zwarte Amerikaanse vriendin arriveerde pas donderdag. Ze geeft nu les in een andere faculteit, de Amerikaanse school voor internationale handel, en begint een week na ons; we lopen mekaar tegen het lijf en trekken meteen samen op restaurant (ja lezer, het wordt eentonig, al die restaurants; ik heb dan ook juist geteld nog maar één keer zelf gekookt- rijstpap natuurlijk) ; ze is niets veranderd en tatert er nog altijd op los; en ze roddelt; over onze Amerikaanse collega Ed, die zoals zij van faculteit veranderd is; hij heeft in het geheim al maandenlang een verhouding met een Chinese licenciaatsstudente, een vriendin van haar die Lieve en ik ook kennen – wij vermoedden inderdaad niets-, en zou willen trouwen; hij is 55 en al twee keer getrouwd, zij 28; maar zijn huidige Chinese vrouw die met hem een privé-school opgestart heeft op 60 kilometer van hier, wil van geen echtscheiding weten. Mooi en Meedogenloos in China? Mijn lerares Chinees van vorig jaar, Bonestaak, valt me bijna in de armen; ik twijfel of ik de Chinese conventies opzij mag zetten en haar drie kussen geven, maar houd het toch maar bij een slap handje. Ze springt gezwind achteraan op mijn (Lieve’s) fiets – veel verschil maakt het niet uit- en we rijden naar de leraarskantine. Een andere oude kennis, Wilson, een Chinees leraar Engels, is er ook. Ze zijn erg geïnteresseerd in onze reis naar Tibet, en schrikken wanneer ik vertel dat niet alle Tibetanen even enthoesiast zijn over de Chinese regering; het wordt een levendige discussie waarbij Bonestaak toch als lid van de Partij uit de hoek komt. Ik moet haar en/of Wilson absoluut een interview afnemen, om antwoorden te krijgen op de vele concrete vragen over het dagelijkse leven die me in België gesteld werden. Vandaag zaterdagnamiddag gewerkt voor Lieve: onderlagen schilderen; op haar schilderijen ligt evenveel verf van mij als van haar! Het gaat goed maar ik moet nog minstens twee keer terug om alles af te krijgen voor ze aankomt op 19 september. Dan kan ze meteen met de echte ‘productie’ starten.Zondagmorgen naar het museum van Zhang Xueliang, een lokale politicus die in de jaren 30 een nationale held werd. Vorig jaar ben ik er niet geraakt en ik weet niet zeker of het Lieve interesseert. Bonestaak heeft aangeboden om de Chinese uitleg te vertalen; Bob en Gretchen, mijn Amerikaanse bovenburen, gaan ook mee.
Een bijdrage van Frank | Commentaar (1)Spannende dagen…
Terug in Shenyang, precies één jaar na de eerste keer; het begint meteen spannend…
in april kreeg ik het lesprogramma voor dit schooljaar: veertien uur per week, marketing, internationale handel en Franse conversatie. Goed zo.
Midden in onze Tibet-reis kwam een korte e-mail: alle economische vakken geschrapt; in de plaats komt ‘Engels schrijven’. Op mijn protest dat dit geen gebruikt maakt van mijn belangrijkste kennis kwam het ‘geruststellende’ antwoord: ‘t’ zal wel gaan’.
Hier zit ik nu sinds vrijdagmorgen. Op het bureel van de faculteit is niemand aanwezig, de volledige staf is naar een ‘conferentie’. Op de administratie denkt men dat er morgen zondag, één dag voor de lessen beginnen, wel iemand moet aanwezig zijn die me kan vertellen wat mijn uurrooster is en lesboeken meegeven. Laat ons hopen. Voor de klas staan met een onbekend vak, zonder leerboek noch voorbereiding, spannend ja, maar efficient? Tenzij ze me helemaal niet meer verwachten natuurlijk, dan wordt het echt leuk; misschien had ik toch wel mijn aankomst per e-mail moeten bevestigen…
Op één na zijn al mijn oude buitenlandse collega’s weg: van de universiteit of uit ons logement. In de plaats: een Amerikaans gezin van vier, een Japans ditto, een Russische en een Japanse vrouw; op onze verdieping staan twee van de vier appartementen leeg. Ik volg Lieve’s goede raad: ga je als ancien voorstellen aan de nieuwelingen en bied je hulp aan.
Bij de eerste deur heb ik al succes: een wat oudere dame in kimono doet open, dat zal wel de Japanse zijn; ik probeer tevergeefs Engels en haal dan maar mijn beste Chinees boven, en ja, ze antwoordt in gebrekkig, dus voor mij verstaanbaar Chinees. Galina is bij nader toezien een Russin, uit Irkoetsk. Ze heeft in de jaren 80 nog in Syrië gewerkt, maar nu, na haar pensioen als lerares op 55, komt ze niet rond met 80 euro per maand waarvan twee derden naar huishuur gaat; daarom geeft ze al zes jaar les in China. Ze bleef de hele zomer in Shenyang en gaat nooit op restaurant; de reden moet ik niet vragen, sparen voor de oude dag is de leuze. Ze heeft één zoon en een kleinkind, maar daarop moet ze niet rekenen voor steun; sinds twee jaar heeft hij een eigen reisbureau dat volgens haar schoondochter niet genoeg opbrengt voor henzelf. De situatie in Rusland is nog altijd katastrofaal, maar Putin heeft al heel veel gedaan om de achteruitgang te stoppen en langzaam uit het dal te klimmen, aldus Galina. Kon hij maar nog eens vier jaar president blijven. Ze heeft in Shenyang heel weinig contacten en blijft maar herhalen hoe tof ze het vindt dat ik haar opzocht. En nu komt het: eind augustus krijgt ze van een Duitse die terug naar Europa keert een échte oven cadeau; dat opent perspectieven voor Lieve’s brood en mijn cakes! Alleen vraag ik me af hoe ze dat stuk in haar keuken, die even klein is als de onze, moet gaan installeren.
Enkele uren later krijg ik ook respons aan een andere deur. Ik denk eerst dat het Chinezen op doortocht zijn, maar het is een gezin van vier Japanners; het oudste meisje is al bijna een tiener, de vader hoorde ik vanmiddag vlot Chinees spreken; het is mama die hier les komt geven; deze keer heb ik minder geluk,ze bedanken me vriendelijk maar ik geraak niet voorbij de deur, ook niet wanneer ik verwijs naar onze uitstekende relaties met Sato, de Japanse van vorig jaar. Gaan die Japanners hier met vier wonen in een flatje dat voor ons twee eigenlijk klein is?
Van de studenten Chinees heb ik ook al twee anciens ontmoet: een jonge Rus en een Indiër. Die Indiër heeft al een MBA diploma maar daar kan je bij hem thuis de kasseien mee leggen; hij hoopt dat de kennis van het Chinees de poorten naar een goedbetaalde job zal openen. De twee Indiers die vorig jaar in mijn klas zaten werken intussen allebei in de toeristische sector: Chinezen opvangen die naar India komen.
Terug in Shenyang, wat is direct opvallende verschil met België? België is properder, meer gereglementeerd en gedisciplineerd. Kortom, meer rijkdom voor minder mensen.Vanavond ben ik op een terrasje gaan eten en viel het me op hoe druk en luidruchtig de Chinezen zijn; of moet/mag ik zeggen spontaner, levendiger? En natuurlijk is er de onvergelijkbaar snelle verandering; ik bezocht het bouwproject Nieuw Temse en zag na een jaar met moeite verandering; het stukje verbindingsweg van 200 meter voor fietsers langs de Durme in Waasmunster ligt er vijf jaar na de beslissing nog altijd niet en met de uitvoering van het ‘superdringend’ project van de nieuwe Scheldebrug is al evenmin begonnen.
Vandaag tegen wil en dank dus geen lesvoorbereiding, maar wel een verkenningstocht in de buurt. Het plan om op een oppervlakte van 200 km²- een Nieuw Noord Shenyang te bouwen wordt in ijltempo gerealiseerd; ter vergelijking, dat is 250 keer het naar Belgische normen gigantische Nieuw Temse project op de terreinen van de vroeger zeescheepswerf: alles afbreken, een nieuw maas van hoofdwegen aanleggen, en dan maar woonsteden en industriezones bouwen om ter meest. Onze buurt, de ‘universiteitsstad’ heeft ondermeer recht op twee musea, een vijfsterrenhotel en een shoppingcenter. Een twintigtal grote publiciteitsborden langs de omheining van de campus tonen het publiek plannen en maquettes. Ik fiets wat kriskras rond, en noteer dat de koeienboerderij en de steenbakkerij dicht bij ons samen met enkele kleine fabriekjes nog altijd stand houden in al dat geweld. Het afbraakvirus heeft intussen wel al de volgende dorpen deerlijk aangetast; veel van de huizen daar zijn/waren zo goed als nieuw! Bulldozers trekken het spoor voor de nieuwe wegen; de collectoren van de riolering gaan het traagst vooruit; sommige sleuven liggen al meer dan drie maanden open; goed om mijn fietstochtje in een cross country te veranderen.
De hoofdweg die vorig jaar in september nog niet eens af was begint al aardig vol te lopen met vrachtwagens. Langs het noorden en oosten is onze universiteit, een jaar geleden nog op de buiten, nu volledig omringd door nieuwe stad in opbouw. Jammer voor Lieve’s fietsambities, er is geen doorkomen voor een ochtendlijke tocht meer bij; mijn laatste hoop is dwars door het ‘kleine’ industrieterrein in het westen te rijden en daar hopelijk het platteland terug te vinden.
Op de unief wordt het nieuwe seizoen voorbereid; de studenten komen aan. Het onderhoud van de plantsoenen is volop bezig.De bruingedroogde en bruingevroren winterse grasvelden liggen er onwaarschijnlijk groen bij. Er komen voor het eerst dit jaar grasmaaiers aan te pas.
In de vijver bloeien de laatste lotussen. Rondom staan nieuwe bankjes. Gedaan met vechten voor een plaatsje! Na een kwartiertje heb ik zoals gewoonlijk gezelschap: een boekhouder uit Shenzhen die door zijn firma naar Liaoning gestuurd is. In Shenzhen, de vitrine van het buitenlands kapitalisme kon hij zijn plan trekken in het Chinees, maar hier in het ‘achtergebleven’ noordoosten ontdekte hij de noodzaak van vreemde talen; aan onze universiteit kan hij elk weekend Engels komen studeren, hij moet er zich dan wel honderd kilometer voor verplaatsen. Hij is de eerste Chinees die klaagt over het gebrek aan vrijheid; zijn Engels en mijn Chinees zijn helaas te slecht om uit te vinden wat hij precies bedoelt; volgende week meer?
Het wordt een zwoele avond, regen op komst? De ramen staan open, krekels sjirpen, vuurwerk knalt. Het gebrom van het verkeer is me nooit zo sterk opgevallen,of is het intussen toch alweer erger geworden?
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)