IK STINKEN? EN DIT OP WEG NAAR EEN TROUWFEEST?!
Totnogtoe maakten we nog geen Chinees trouwfeest mee: dit weekend hadden we er twee! Eentje zaterdag- en ééntje zondagvoormiddag.Dit mag je heel erg letterlijk nemen: het feest begint om 9u58 en eindigt om 12 uur. Gedurende deze twee uur en twee minuten gebeurt er ontzettend veel, je hebt er geen idee van hoéveel, en voor die tijd heeft het bruidspaar er al een hele ceremonie opzitten: Chinezen zijn nu eenmaal mensen van het ochtendgloren!Om halfzeven gaat de aanstaande bruidegom naar het huis van de toekomstige schoonouders waar de bruid op het bed zit. De man klopt aan de deur, de ouders laten hem niet binnen: hij moet bedelen, op zijn knieën zitten en vragen beantwoorden: zal hij wel een goede man zijn? Zal hij helpen met de vaat? Helpen in het huishouden? Hoe zal hij omgaan met de kinderen? Men maakt het hem lastig al zou de familie hem liefst het huis insleuren want hij heeft beslist een goede baan, een auto, hoogstwaarschijnlijk een eigen appartement en daar gaat het in werkelijk nog het meest om, anders had hij niet eens kans van dochterlief…Maar kom, we spelen het spel en hij mag het huis in.
Ten aanzien van de bruid moet hij nog even door de knieën gaan en vragen of zij het ziet zitten. Ze werden gekoppeld door vrienden, en daarna gaat alles meestal erg vlug maar ze vinden toch dat ze intussen wat verliefd op mekaar zijn anders dus antwoordt ze positief. (Gekoppeld worden betekent niet dat je verplichtingen hebt want er wordt à volonte ‘af-gemaakt’ , een ander uitgeprobeerd) Hij mag nu naast haar komen zitten. De nabije vrienden en familie eromheen. Op het bed zit niet alleen de bruid maar ligt een groot hart, gemaakt uit muntstukken om hen geluk te brengen. Nu voederen ze mekaar met noedels.
Daarna rijden ze naar het appartement van hun toekomst om het die vrienden- en familiekring te laten zien. Een nogal ongemakkelijk gegeven daar de twee woningen best aan de andere kant van de stad kunnen liggen. En met een beetje pech ligt de feestzaal nog eens aan een andere kant van de stad. Dit ongemak hadden onze eerste trouwertjes waardoor files verhinderden dat ze op 2 minuten voor tien arriveerden. Jammer, 9.58 klinkt in het Chinees ongeveer hetzelfde als een gelukwens, die zijn ze dus al kwijt. Wij arriveren mooi op tijd, om 9u30. Eenmaal we de straat vinden is de feestzaal makkelijk te herkennen want aan de ingang staat zoals steeds bij een trouwerij, een enorme opgeblazen, rode boogvorm.Daarenboven staat aan de ingang een levensgrote foto van het paar: we herkennen Sukie nauwelijks, zo opgedirkt is ze. De feestzaal zit al meer dan halfvol. De secretaris van de school, Wang (de man besefte niet hoe makkelijk te onthouden ik zijn naam vind) komt ons tegemoet om ons wat uit onze onwennigheid te helpen en te zeggen dat we bij hen mogen zitten. Hij deelt de tafel, eigenlijk de eretafel, onder andere met Fang, de directeur van onze school. Het meisje dat trouwt is mijn lieve Sukie die me enkele weken terug toegewezen werd als vertaalster. Toen vertelde Fang me dat Sukie als een dochter is voor hem, vandaar zijn aanwezigheid. Wang geeft ons een rood omslagje dat hij aan de ingang meegenomen had voor ons: in die rode omslagjes moet je geld steken en er een wens op schrijven. Daar we ons al wat geïnformeerd hadden naar protocol wist ik dat . Enthousiast als een echte chinees, dacht ik, stopte ik daar geld in. Voor de hele tafel was nu duidelijk dat ik geen Chinees ben, mocht er nog twijfel geweest zijn. Ik plooide de biljetjes verkeerd. De traditie vraagt dat je ze in drie vouwt op een nette manier. Ik was al zo blij geweest dat ik wist dat we geen 250 kuai mochten geven, ook geen 400 of 450. Waarom is niet duidelijk maar soms is het omdat het getal op zich ongeluk betekent maar soms is het omdat de uitspraak van het getal slecht klinkt en dus ongeluk brengt… ingewikkeld, hoor. (op een begrafenis wordt ook geld gegeven. Zowat dezelfde som wordt dan geschonken in een wit omslagje)Voor ons staan sigaretten, snoepjes, nootjes, cola en sprite en een doos met een fles sterke drank: we mogen ons bedienen, al hebben we van de doos geen kans: die verdwijnt onopgemerkt. Er is plaats voor 200 man.
Het bruidspaar komt eraan met een grote sjieke zwarte taxi waarop bloemstukken en bloemen bevestigd zijn.Bij uitstappen knalt vuurwerk. Dit is voor hen reeds de derde maal: voor de huizen was dit ook het geval. Ook knallers die schitterende gekleurde papiersnippers in de lucht schieten en de omgeving veranderen in een impressionistisch schilderij, worden afgeschoten. Intussen vertrappelen mensen massa’s ballonnen.
Geen duiven, dit maal. Wel wordt het koppel bestrooid met bloemblaadjes en glittertjes. Sukie ziet er uiteraard stralend mooi uit! Maar heel erg gespannen.
In de zaal staat een grote boog van bloemen. Sukie gaat ervoor staan met haar vader, de bruid in de zaal. De bruid gaat Sukie halen. Onder de bloemenboog worden veel foto’s genomen, dit gaat gepaard met luide muziek met een enorm ‘Dallas-gehalte’. Op het podium staat trouwens “Wedding”, in het Engels. Het paar schrijdt de zaal binnen, via de rode loper met links en rechts bloemstukken op fluoverlichte pilaren. Op het podium hangen lichtjes en ‘love’ in neon, zoveel als je wil. De ceremoniemeester roept boven de muziek door een microfoon bemoedigende woorden en instructies: hij is deel van de sfeermakers.
Het paar staat op het podium. Met een gigantische vlam moeten ze een toren van kaarsjes aansteken die ook op dat podium staat.
Koelbloedig moeten ze een grote fles champagne leeggieten over glaasjes die zo opgesteld staan zodat de drank van het ene glaasje in het andere druppelt. (ik kwijl al bij het zien van de champagne en zie het helemaal zitten daarvan te genieten. Maar het is me nog steeds een raadsel wat er met die glaasjes gebeurd is.)
Ze ontvangen uit de hand van afgevaardigden van de burgemeester een trouwboekje, ze geven mekaar een ring, (gelukkig! In sommige gevallen krijgt de man een polshorloge in de plaats van een ring, stel je voor). Bijna constant worden zeepbellen de eter in geblazen.Vader, en schoonvader geven elk een speech. Ze drinken, de armen in elkaar omstrengeld een glas rode wijn in één keer leeg. En dan een heel mooi gebaar: ze gaan voor hun ouders staan en maken drie maal een diepe buiging. Erg ontroerend, vind ik dat.
Daarna worden de VIP’s opgenoemd. In dit geval is dat Fang en nog wat andere directeurs van firma’s en instellingen, een Ierse dame van 67 jaar die naar China kwam voor deze bruiloft (Sukie leerde haar kennen toen ze in Leuven studeerde) én deze twee Belgen. Fang zelf wordt uitgenodigd een speech te geven. Nu gebeurt eindelijk het kleine wonder waar ik naar uitkeek: dit mooie lieve meisje ontspant eindelijk! Zelfs haar man, van wie ik nog geen enkele tederheid naar haar toe zag, ontdooit bij de woorden van Fang. Fang vraagt hem dankbaar te zijn voor deze prachtige bloem die hij reeds van haar kindertijd kent en waar hij heel erg van houdt. (of zo iets). Sukie bedankt de Ierse dame en ons: ze hoopt dat we vrienden blijven. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het ook hoop. Nadat snoepjes de zaal ingegooid worden, worden heerlijke schotels met eten op tafel gezet (nét niet gegooid): vijftien schotels per tafel van tien personen, de één OP de ander gestapeld. Allemaal lekkers: eend natuurlijk, krabben, bijzondere groenten, langoustines, zoete rijst, raviolis, kip, heerlijke vis, alle soorten bospaddestoelen…en vier gehaktballen, dat is namelijk een typisch huwelijksgerecht, en hier moéten het viér vleesballen zijn.
Dacht je dat we nu eindelijk rustig konden eten, in het luttele uurtje dat ons nog rest? De muziek blijft loeihard en nu komt de een na de ander naar onze tafel om te klinken. Dus telkens stoppen met eten, rechtstaan en klinken. Het bruidspaar is er nog veel erger aan toe: zij kunnen gewoonweg niét eten en daarenboven moet de bruid drie maal omgekleed worden! Dit geloof je nu toch niet? Van een witte jurk in een roze jurk, van de roze in de lichtblauwe. Het had erger gekund: ze zou ook nog in een traditionele rode qipai gemogen hebben.
Wit!
Rood!
Blauw!
En ondertussen begroeten ze persoonlijk de ene genodigde na de andere: de bruid biedt élke aanwezige een sigaret aan, de bruidegom steekt die dan aan, intussen wordt het rode enveloppeke afgegeven. Als genodigde mag je een beetje spelen met die sigaret en de bruid een beetje plagen. (dat is eens wat anders dan spelen met een sigaar, nietwaar?) Daarna krijgt elke genodigde nog een klein geschenkje: een poppetje van anderhalve cm groot of een stoffen symbool van dubbel geluk. En wij maar proberen eten intussen! Uiteraard nadat we ons best deden de sigarettensmaak te verdringen.
Het koppeltje is nog de ronde aan het doen, als de eersten al massaal het feest verlaten: hun schotels niet een derde opgegeten! Ze zijn ook nog de ronde aan het doen, als het podium al afgebroken wordt! Zelfs als tafels nog ‘rustig?’ aan het eten zijn en ze nog steeds genodigden groeten,worden de stoelen al gestapeld!
Juist begonnen met eten, de stoelen worden al weggezet!
Het podium wordt al afgebroken, maar niets kan deze dames verstoren.
Onze tafelgenoten wensen ons verder genieten van het eten, verontschuldigen zich en… gaan. Het lijkt ons midden in de maaltijd! Uit pure fatsoenlijkheid gaan wij ook… totaal overstressed… zo passend bij dit land: alles moet SNEL gaan…Ik ben een beetje opgelucht als ik toch mensen zakjes zie vullen voordat deze gigantische hoeveelheden lekker eten de vuilnisbelt op gaan
We zijn al blij dat we de volgende dag terug naar een trouwfeest mogen zodat we kunnen vergelijken.
Hallucinante zondagmorgen in Shenyang
We rijden erheen op de fiets, ook al is het heel ver weg en vroeg in de morgen, en had ik een slechte nacht. Gisterenavond ontving ik weerom zorgelijk nieuws. Betreffende de gezondheid van een dierbare vriendin, nu. Al ben ik erg geschrokken, ik ben die vrienden heel erg dankbaar dat ze me uitleggen wat er gebeurt. Hun uitleg maakt me rustig. Ik zou me heel erg ver weg voelen indien ze dit niet deden. Dank, ik treur nu, maak me zorgen maar zal me morgen herpakken en positief aan je denken, ik weet dat je dat wil. Het fietsen doet me goed. Ik kan zelfs lachen om de agent die ons aan het kruispunt tegen houdt en ons uitlegt dat in China, gestopt wordt aan rode lichten en men om beurt mag doorrijden. En dat hij zal zeggen ‘OK’ als wij doormogen. Dat is natuurlijk het enige woord dat ik in heel zijn tirade echt versta. Maar als het zo ver is zegt ie geen ‘ok’ maar: ‘stank you’ en wuift en lacht breeduit.
Het scenario is inderdaad hetzelfde maar van alles nog méér.
Chiquere zaal, Minstens 350 gasten, geen bloemenboog maar een dubbelde bloemenboog, geen levensgrote foto maar een film van het bruidspaar, niet alleen de trouwertjes stappen door de boog maar ook de ouders en schoonouders dit op nog luidere Dallasmuziek (dit zou nu écht iets zijn voor mijn broer en schoonzus, terwijl ik me tevergeefs voorstel dat mijn zus en schoonbroer dat zouden moeten doen, zeker niet als dit ernstig zou moeten! Waarmee ik wil zeggen dat niet iedereen dit leuk moet vindt, denk ik. De ouders zien er ook ongemakkelijk uit), op het podium nog meer LOVE, niet de ouders worden drie maal gegroet maar de hele zaal, kortom: het showgehalte is werkelijk TE hoog, maar het koppeltje speelt het spel ontspannen en vol charme: het ligt hén wel. (tussen haakjes, er werd ons vertrouwelijk toegefluisterd dat het koppel dit gelag misschien wel voor een gunstprijsje kreeg… het meisje is politieagent …het is altijd goed in die kringen vrienden te hebben)
Romantisch?
Ook hier worden de Belgen als VIP gasten vernoemd, we kennen het bruidspaar helemaal niet. Maar wel de zus van de bruidegom, die getrouwd is met een collega van Frank. We hoorden het reeds vertellen: buitenlanders hebben op uw trouwfeest staat heel erg goed. Nu begrijpen we waarom: een meerwaarde voor de show.
Niet iedereen apprecieert de schallende luidsprekers!
Ons lijkt de tijd tussen twee minuten voor tien en twaalf nu ietsje comfortabeler: om halfelf kunnen we reeds beginnen aan de vis, eend, het varken, en meer lekkers. Het is halftwaalf en we hebben er een ontbijt en een feestelijke lunch opzitten.
Ook hier zullen we niet verhongeren, maar waar is de alkohol verdwenen?
We gaan in de Starbucks, koffieshop, bekomen van al dat geweld, van al dat gejaag. We kunnen lachend concluderen dat we nu wel weten wat trouwerijen in de stad zijn en het niet echt meer hoeft! Ik had meer affectie met het bruidsfeest op het platteland dat we in januari meemaakten: dit duurde drie dagen!
Zwervend door de stad fietsen we terug, worden opnieuw verrast. Op honderd meter van de belangrijkste winkelstraat stoten we op een hele wijk appartementen waar men net alle deuren, ramen, en ander recupereerbaars uithaalde: klaar nu voor de sloop. Frank schat dat het om 2.000 gezinnen gaat. Een hallucinant beeld: die uitgeklede flats, de één na de ander. Ertussen puin, afval en hier en daar, jawel, nog enkele bewoners die voor de deur, pardon geen deur meer, op straat zitten computer-film kijken of wat spullen proberen verkopen. Hun bedden staan ook op straat. Dit lijkt op een protestactie. Hier komt een nieuwe mega shopping mall.
Ghost city
Maar nog grotere ontsteltenis als we even een zijweg nemen, even weg van een grote boulevard, en in een sloppenwijk terecht komen. Het woord is bijna te goed voor wat we zien: een beeld dat je niet vaak ziet in China, dat moet wel gezegd. Huisjes zonder verdiep van voor de oorlog, met daartegenaan koten van slechts drie vierkante meter waar mensen in wonen. Dit terwijl die appartementen die daar ontmanteld werden, éven verderop, er nog redelijk goed uitzagen. Nog verderop zien we bergen prei en Chinese kool langs de straten liggen, op paardenkarren, op camionetten, overal. Het heeft deze week voor het eerst gevroren, de boeren oogsten de groenten vóór ze vastvriezen, de bevolking doet zijn wintervoorraden op. De kool of prei wordt voor de hele winter gestapeld op de terrassen, de daken of desnoods voor de deur. Met de koude temperaturen hier is geen diepvries nodig! Dertig jaar geleden was dit ongeveer het enige eten dat in de winter te krijgen was, het verandert nu wel heel snel.
Tijd voor de wintervoorraad
Ja, hier fietsen is stééds iets beleven of over iets verwonderd zijn. Enkele weken geleden in Belgie, vroeg ik me soms af of we nog wel dingen zouden beleven om te bloggen, maar blijkbaar was dit het laatste waar ik me zorgen moest om maken! Ik ben weerom heel blij dat ik màg bloggen, op deze manier kan ik alles verwerken. In België schrok ik ervan toen ik hoorde wie en hoeveel mensen de blog lezen. Ook mensen die ik niet ken. Leuk is dat, dankjewel, maar ik probeer daar niet aan te denken om faalangst te vermijden en schrijf verder met mijn oorspronkelijk uitgangspunt: dit zijn mijn brieven naar vrienden en familie waar ik graag onze avonturen mee deel…en leuk als velen er iets aan hebben! Laat maar wat weten op de rubriek reacties: integenstelling met onze vorige blog komen uw reakties niet meteen op de blog en kunnen we ze vooraf lezen.
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)Geboren op een fiets
Blijkbaar forceerde ik mijn benen heel erg bij al dat trappenlopen: pijnlijke onderbenen ontstoken enkels: ik kon niet meer stappen, noch fietsen, noch zwemmen. Met dergelijke kuiten moet je maar eens proberen door te zakken om op zijn Chinees naar het toilet te gaan! Onmogelijk, ik weet er nu alles van!Maar ik had geen tijd voor pijn. Tot woensdag 16 uur schilderde ik aan mijn opdracht en om 19 uur stapte ik in een taxi: het werk moest nú afgegeven worden! Ik was trots dat ik het én haalde én blij ben met het resultaat. Reden om te vieren, vinden we. We eten in “Het Patatje”, een gerenommeerd restaurant. Niet alleen opmerkelijk omdat aardappelen een beetje uitzonderlijk zijn, in China maar omdat, hou je vast, het een koosnaampje is voor mij, van Frank! We eten er heerlijke kleine patatjes met ernaast een schotel rauwkost, ook uitzonderlijk, en een schotel soep met garnalen en courgette. Ik moet zeggen dat het eten me nu na terugkomst hier (té) lekker smaakt. Zelfs in de allerkleinste restaurantjes van de universiteit eten we de lekkerste schotels. In het begin vond ik het Noorden te zout maar intussen weet ik dat het goed is voor mij en daarenboven wen je aan de zoute smaak. Wellicht speelt het feit dat Frank steeds beter de menukaart kan lezen ook mee: de variatie is nu groter. Op donderdag nam ik een vrije dag. Tijd om naar de kapper te gaan. Ik doe teken ‘knippen’ en de man knipt: zonder te bespreken wat of hoe…makkelijk is dat. Tijd om eens languit te shoppen in Legou: het Chinese grootwarenhuis met een schitterende afdeling voedingswaren. Ik wil eigenlijk àl dat lekkers uittesten.
Op een bankje buiten voor het grootwarenhuis geniet ik van mijn picknickje, uiteraard tussen het lawaai van de toeterende auto’s en tientallen andere mensen.
Er komt bruusk een eind aan mijn goed humeur als ik merk dat mijn fiets gestolen is! En dit in de parkeergarage voor fietsers mét een toezichter! Achteraf gezien was ik de dief nog dankbaar ook: het gaf me de mogelijkheid me eens goed boos te maken op die toezichter en dat kon ik gebruiken om al mijn frustraties en verdriet die ik de laatste dagen in me had omwille van de zorgen voor die zieke vriend, te spuwen. Ik liet me gaan als een kwade Chinese en die zien er boos uit als ze eenmaal beginnen, hoor! Ik deed niet voor ze onder. Maar kun je je voorstellen: terwijl ik me stond boos te maken tegen die man liep een andere de garage uit met twee fietsen! En hij liet dat zomaar gebeuren…voor mij een reden om te herbeginnen met boos zijn. Zo, ik was het kwijt en ging opgelucht… een nieuwe fiets kopen! Zo eenvoudig kan het leven zijn. Daarenboven had ik dubbel geluk: ik had nog 500 kwai (50 euro) bij me, genoeg voor een fiets en ik vond een verkoper die Duits sprak. De jongen studeerde jaren in Hannover. Hij hielp me erg want ik wist wat ik wou: én een boodschappenmandje vooraan, én brede banden, én een spatbord en draagrekje achteraan, én een hoog stuur, en versnellingen… geen enkele fiets bleek al die eigenschappen samen te hebben maar men nam het hoge stuur van de ene fiets enzovoort tot ik MIJN fiets had! Frank was bij thuiskomst stikjaloers want hij had dat ook gewild maar niet bekomen…’s Avonds drinken we zelfs een glaasje wijn op m’n zieke vriend : het nieuws was uiteindelijk minder slecht dan we vreesden.
Vrijdagnamiddag konden we een feest volgen van onze faculteit, ter ere van het vijfjaarlijkse congres van de communistische partij. Ik vroeg een leraar wie eigenlijk lid is van de partij. Hij legde me uit dat het vrij staat lid of geen lid te zijn maar dat het wel een eer is lid te mogen zijn. Je moet een aanbeveling krijgen. Er waren optredens van leerlingen, per klas of enkele klassen samen. Ook leraars traden op. En er was een aparte groep met enkel leerkrachten en leerlingen die lid van de partij zijn. Het was een prototype politiek feest: veel groepen die kwamen zingen, veel uniformen, en ook hier weer het gekende fenomeen: veel discipline op het podium, minder in de zaal, noch naast het podium waar de groepen voor het volgende optreden klaar staan: ze babbelden en lachten, sprongen heen en weer TOT het sein gegeven werd dat het hun beurt was en dan is het ongelooflijk hoe zo een grote groep zich organiseert. Ze zongen liederen over het vaderland, de partij, de geschiedenis; over voorzitter Mao en het oosten dat rood is; en over vrede, vriendschap en samenwerking in de wereld. Zaterdag en zondag heb ik echt het gevoel op een fiets geboren te zijn. Zaterdag belanden we op hét vogeleiland, op twee uur rijden van bij ons. We wilden hier al eerder komen maar toen fietsten we door dorpen waar we te veel bleven hangen, kijken, genieten en geraakten we er niet op tijd. Nu vlamden we recht op ons doel af: alleen langs de grote wegen. Twee uren langs banen van acht vakken. Er was niet veel bebouwing langs wat me wel de kans gaf eens écht te fietsen en naar niets te moeten omzien. Jammer van het stof van de vrachtwagens maar toch leuk!Dit eiland is gloednieuw aangelegd met de bedoeling veel volk een mooie, luxueuze ontspanningsdag te geven. (nu was er niemand) Drie euro ingang is niet weinig voor een Chinees. Maar die zijn duidelijk nodig om de prachtige schommelbanken en -bedden aan de rand van de rivier, de prieeltjes, uitkijkhutten, en de vele mooie paden te betalen.

Inrichten kunnen ze hier wel, het is sjiek. Een beetje minder artificieel had ik toffer gevonden.. Erg veel vogels zagen we niet. Jawel, een gigantische gier. Wat een beest! Maar hij was wellicht de vleugels geknipt want hij bleef ter plaatse zitten. Een soort arend idem; die kwamen ze aan het eind van de namiddag gewoon pakken om hem op te sluiten! We keken ook naar een papegaaienshow. Daar werd me meteen duidelijk waarom er hier niet veel vogels zijn: tijdens de show staat K3 muziek loeiluid. Ik wou dat ik ook kon vliegen!
Maar wat er niet ging van lopen was een slang! Jawel, we zagen een slang in Shenyang! Of toch tenminste een grote adder: gifgroen en geel en wel 45 cm lang. Ik zal vervolgens uitkijken voor ik me nog eens in het gras neerzet.
’s Middags hadden we genoten van een ‘malatang’ (soort heel pikante soep) in een migranten buurt, ’s avonds aten we in een groter restaurant waar het publiek de iets welgesteldere arbeider was. We werden er goed onthaald: onze buren boden ons zelfs raviolis aan toen ze zagen dat ik die van hen bekeek! De zondagmorgen wou ik vroeg op de fiets omdat ik de brocantemarkt wou bezoeken. Wat hadden horen vertellen dat er een grote wijk in de buurt van de brocantemarkt zal platgelegd worden. Dit betekent dat de mensen deze week veel van hun hebben en houden op straat verkochten. Jammer dat ik geen tijd had om te komen maar ik verwacht dat dit zijn gevolgen op de markt zal hebben. Inderdaad, het werd een zalige voormiddag snuisteren, afbieden, discussiëren, kopen…
Op de middag eten we een kippebil met koek op een rond volkspleintje tussen een massa ‘oude’(zoals wij?) mensen. Ze zaten te kaarten, te babbelen, allerlei. Ze bekeken ons niet eens teveel. Tot er ééntje begint vragen te stellen, dan is het voorbij met de rust. Maar Frank geniet ervan om zo zijn Chinees te oefenen. Overigens nog steeds een frustrerende ervaring, vindt hij. Maar het is waar: ze hebben echt teveel chi’s, shi’s, si’s, shi’s, shie’s, schie’s, sie’s e, sjie’s en sji’s die op mekaar lijken. Ze begrijpen mekaar soms niet! Verderop belanden we in een groot park vol activiteit. De ene zanger, of zangeres naast de andere, muziekanten alom, een waar feest! Een massa mensen rond elke persoon die iets te brengen heeft. Veel buitenlanders zag men hier nog niet: dit is duidelijk. Ik kan soms zelf mijn ogen niet geloven dat ik hiertussen sta! Zalige momenten zijn dat!
Om 17 uur is het nu al stikdonker. Tijd om naar huis te ‘vlammen’. Als we thuiskomen staat op ons gezicht te lezen dat we hetzelfde denken: hoe we deze fietstocht weer overleefden? Vooral het laatste eind, vanaf zo’n acht kilometer van ons huis is op zo een korte tijd een ware hel geworden. Soms kon ik gewoon niet anders dan pal in het midden van een achtvaksbaan tussen vrachtwagens, taxi’s en andere zottekes heen, te fietsen. Verstand op nul, en flexibel gedrag aanmeten, dat is dan de boodschap. We hopen dat Shenyang nu snel het voorbeeld volgt van Peking en Shanghai waar men reeds besefte dat énige vorm van discipline levensnoodzakelijk is. Trouwens het is opvallend hoeveel meer botsingen we nu zien in enkele maanden tijd. Maar we hebben hoop want we zagen voor de eerste keer een verkeersbord met verboden te toeteren op en een ander dat de automobilisten wilde laten voorrang geven aan voetgangers op het zebrapad.. Dit is in voornoemde steden al overal de regel, maar hier nog dode letter. Weer doe ik dan in gedachte mijn hoedje af voor de dappere man die de één-kind-per-gezin politiek invoerde. Een perfecte avond om thuis bloemkool met varkensvlees en aardappeltjes te eten: even op zijn Vlaamsch terug met de voetjes op de wereld komen!We halen de video ‘zeven jaren in Tibet’ boven. Met Brad Pitt. Ik hoopte op mooie beelden die me terug in die prachtige streek zouden brengen. Tevergeefs. Maar wat een zwakke film. Al was hij consequent: als je Tibet alleen bekijkt vanuit de ogen van de rijkste monniken en adel, hun godsdienst –het kruipen over de grond gedurende dagen inbegrepen- alleen romantisch afbeeldt en de duizenden arme Tibetanen totaal negeert, kun een beeld geven zoals in de film. Tibet was en is werkelijk niet het land met die comfortabele huizen, niet het dansen op kerstmis (?) op Westerse muziek, electriciteit in alle woningen met platenspelers… Tibet was bloedarm, een land met moeilijke levensomstandigheden maar ook een land waar teveel mensen achterlijk en arm gehouden werden. Komt het beeld in de film overeen met het boek van Harrer, wat treurig zou zijn voor een man die daar zeven jaar geleefd heeft, of is het in het beste geval een oppervlakkige film? Woensdag morgen heb ik voor de eerste maal in heel erg lange tijd de moed om om zes uur uit bed te springen en te fietsen. Daarna heb ik dan nog eens meer energie als anders. Frank fietste mee. De tocht op zich valt ook mee zolang het niet zal regenen. Ik genoot heel erg van de drie dorpen waar we doorheen fietsten: voor de huizen staan torenhoge bakken waarin oranje gele maïs te drogen ligt. Prachtig! Wat hou ik van die dorpen! De zon lachte ons knalrood ‘goedemorgen’ toe. Hoe Frank deze tocht ontdekte is me een raadsel, ingewikkeld maar hij vond het toch maar weer! Dat de laatste vijf kilometer via die helse baan moet, nemen we er maar bij.De grootste motivatie om te fietsen is nu mijn strijd tegen de kou. Het is hier inmiddels maar zeven graden meer. Ik bevries in mijn atelier. En ik hoor hier steeds maar praten van mogelijks –20, over enkele maanden. Dit is dus 27 graden kouder als nu?! Daarom ga ik meer buiten bewegen: om graad per graad aan die kou te wennen , om mijn bloed te doen stromen: het zal nodig zijn! Natuurlijk zal het beteren als men de verwarming opzet. Deze weken kunnen misschien wel de hardste zijn voor mij, stilzittende schilder. Nog twee weken op de tanden bijten en dan wordt de verwarming opgezet, hoop ik. Maar ook vandaag won ik de strijd: ik kwam bevroren van mijn werk en in de plaats van rillend naar huis te fietsen ben ik gaan zwemmen met daarna afwisselend hete en koude douches. SOMS kan ik best wel dapper zijn… Gisteren en vanmorgen praatten we veel met een leerling van Frank. Wat mag die man zich toch gelukkig prijzen aan zo’n gasten te kunnen lesgeven! Ik zou zelf bijna weer zin krijgen in lesgeven! Al is deze meid wel dé crème! Intelligent, charmant, expressief, geïnteresseerd in alles, pittig, nuchter, vol dromen én humoristisch. Je kunt niet beschrijven hoe grappig die mensen zijn om mee om te gaan, tenminste zij die contact zoeken. Ik geniet, we genieten, daar mateloos van en heb nu al spijt dit ooit te moeten achterlaten. Dit meisje gaat morgen voor een wedstrijd een spreekbeurt voordragen, in Harbin, hier 600 kilometer vandaan. China draait op deelnemen aan wedstrijden en examens om verderop te geraken of om een papiertje meer in de hand te hebben. Ze is geselecteerd via een examen op internet. Dertig uitverkorenen mogen naar Harbin, daarvan mogen er tien naar de Nationale finale in Peking. Vreemd is dat. Ik begrijp de bedoeling nog niet goed. Ze heeft er in elk geval keihard voor gewerkt. Enfin, ze wist me te vertellen dat ze voor Frank ‘so much love’ voelen!
Naar de duizend heuvels
De vrije week naar aanleiding van de Nationale feestdag, zit er bijna op; de laatste dagen kon ik niet verder werken: het werk moest drogen. Dus besloten we hals-over-kop ook even op vakantie te gaan: vrijdagmorgen vlug een valiesje pakken en op de middag sprongen we de taxi in naar de bushalte aan het station: op het spitsuur een rit van bijna een uur! Maar daar hadden we geluk: de bus naar AN SHAN stond klaar: een rit van anderhalf uur, voor een kleine 100 kilometer. (het kost al een goed half uur om de stad uit te rijden). In An Shan weer geluk: de stadsbus naar Qian Shan stond weer klaar: een rit van een goed half uur voor 30 kilometer. Dus drie en een half uur later stonden we voor Qian (duizend) Shan (bergen): ‘de duizend heuvels’ van China, ooit liep ik door de duizend heuvels van Rwanda… Er was even wat paniek: de hele week genoten wij ‘s middags van picknickjes aan de vijver van onze school omdat het nog steeds heel erg warm was: rond 27 graden. Daar Qian Shan slechts 100 kilometer verderop ligt, pakte ik zeer optimistisch ons rugzakje in. Op het laatste moment toch nog een warme trui meegenomen…en net nog twee parapluutjes meegeritst: we kwamen aan in de gietende regen! Aan de bushalte stonden ronselaars voor een hotel: door de weersomstandigheden gingen we erop in en kwamen in een sjiek ogend hotel terecht: het stond er misschien vier jaar, maar de kamers waren al behoorlijk uitgeleefd en vooral vuil, vrij ongewoon in dergelijke hotels. Wellicht was dit hotel geen succes omwille van zijn ligging: om er te geraken liep je door het dorpje en dan over een aardeweg: toen we buiten kwamen geraakten we nauwelijks terug in dat dorpje; in die korte tijd was het slijkpad al een kleine beek geworden. Het was een nieuw maar bescheiden authentiek dorpje dat me deed denken aan de buiten achter onze unief, in vervlogen tijden (lees, enkele maanden geleden). Huizen met plat dak, gelijkvloerse, rond een binnenkoertje, sober en toch charmant: luifels, gekleurde vlaggetjes en slierten door de zon gebleekte lampionnen maken het wat vrolijker. Voor we aan de ingang van het natuurpark kwamen was het al vijf uur en dus bijna donker. We kochten toch nog een ticket want we hadden begrepen dat het de volgende dag nog geldig zou zijn. Maar eenvoudig bleek dat niet: daar ik niets van identiteitspapieren bij had -zou ik toch beter wel bijhebben in de toekomst – wilden ze ons dat ticket eerst niet geven; om misbruiken tegen te gaan is aan dergelijk ticket een hele administratie verbonden: naar een ander bureau gaan, alles noteren, stempelen en nog eens stempelen en ons op het hart drukken dat we terug aan dat bureau moesten staan voor 19 uur. En ’s anderendaags voor het binnengaan grondige inspectie. Niet onterecht zo bleek, men bood ons in het dorpje ‘gerecupereerde’ tiketten aan.
Gezien het late uur, werden we getrakteerd op een romantische nachtwandeling in de bergen, alleen: geen onbelangrijk detail in China! Deze bergen staan vol kloosters en pagodes: we bezochten er nog enkele. Sfeervol maar niets in vergelijking met een klein kloostertje waar we een beetje toevallig terechtkwamen: we hadden een flink eind moeten klimmen om er te geraken. Het leek geenszins op een klooster: het leek een huis uit de oude films met een erf. Een vrouw was er bezig groenten aan het pekelen. Ik vroeg of ik mocht ‘kanikan’… (kijken dus): dan liet ze me binnen en naast het woonvertrek toonde ze een tempeltje. Zijzelf was een bijzonder knappe vrouw van rond de vijftig. Ze bleek een taoistische non te zijn: toen ik vroeg een foto te nemen kleedde ze zich vlug zoals het hoort: haar vestje en hoedje had ze uitgedaan om te werken. Het was een prachtig hoofddeksel: open bovenaan en daar zit dan een dotje door: ook de mannen lopen zo en dat is pas knap!
Maar daar woonde ze alleen met een man, haar zoon, denk ik. Het bed was een kang: een stenen bed waar de verwarming onderdoor loopt zodat je lekker warm ligt. De terugblik op dat erf vergeet ik nooit: het was donker rondom, in het huisje was wat verlichting, het erfje was laag ommuurd, aan palen en balken hingen kalebassen en andere groenten te drogen… dit beeld was alles waard! Ik was zodanig in sfeer dat ik genoot, echt waar genoot, van een echt Chinees ontbijt. Totnogtoe is me dat in mijn hele leven, tijdens al mijn China-reizen nog nooit overkomen: we aten zhou: zeer gaar gekookte rijst in water, met een schotel pikant gepekelde groenten en een variatie op mantou: een soort cake. 
Om halfnegen startten we onze bergwandeling, tot 17 uur. Maar gezien het aan die kant van het reservaat bergen zijn vol kloosters en het geen berg is maar de ene kam na de andere, duizend dus als je het mag geloven, wordt je via trappen steil op en af geleid van de ene piek naar de andere. Het is helemaal niet eenvoudig: soms zijn de treden een kap in een rotswand en moet je je dus zo steil omhoog trekken.
Ook moesten we ons af en toe tussen een rotsspleet wringen over een lengte van enkele meters: gelukkig had mijn claustrofobie niet veel tijd om te bestaan en was het einde van de spleet snel in zicht. Een rotsspleet was zo smal dat we ons tegen een wand moesten leggen en zo in zijpas verder stappen! 
Maar welk een landschap ontplooide zich voor ons: van mooi, naar mooier naar prachtig naar adembenemend! Dit laatste vooral omdat we het geluk hadden dat het begon te regenen. Jawel, geluk ook al hadden we geen regenjas, ook al zat de schrik er in dat mijn aquarelpapier zou nat worden (We waren hier werkelijk niet op voorzien. Maar natuurlijk stond daar direct een mevrouw van die instant-regenjasjes te verkopen, je bent in China of je bent er niet.): ik genoot met volle teugen van de sfeer. Witte wolken hingen als aangezogen vóór die typisch Chinese rotsformaties. Elke seconde werd het nog meer een Chinees schilderij. Ook de mist speelde een prachtig spel vol mystiek, vol melancholie: schitterend!
Ik moést schilderen! Een man aan een verkoopstandje gaf me wat plaats onder een afdakje waar ik net een zeer mooi beeld had. Hij was ongelooflijk lief voor me. Er kwam nog een man bij die in beate bewondering viel voor mijn werk; terwijl ik nog bezig was zei hij tegen Frank dat hij het absoluut wou kopen. Hij haalde al geld boven.Honderd kuai, tien euro. Maar het werd echt aandoenlijk: hij kocht warm water voor thee aan het verkoopstandje voor me om me op te warmen, het was inmiddels erg fris, maar toen ik na het schilderen een armbandje kocht bij de verkoper, gewoon om mijn dank te uiten, betaalde ‘mijn bewonderaar’ dat ook. Ik aanvaarde dat niet en toen hij doorhad dat ik dacht dat hij dat deed opdat hij mijn schilderij toch zou kunnen kopen ging hij heel snel lopen, het geld weigerend! Jeetje, ik was geroerd. Ik kon hem nog naroepen dat het me speet en dat ik hem bedankte. Ik vergeet zijn blik nooit: hij zag mijn schilderij echt graag. We bleven maar trappen lopen en ‘o’ en ‘ah’ roepen, ik althans, Frank is zoals je weet ingetogener! Chinezen roepen geen ‘o’ of ‘ah’ maar tateren de hele tijd luidop. En klagen dat ze doen: ‘ik ben doodmoe’ ‘het zweet gutst van me’. Het is opvallend hoe slecht de fysiek van de jongeren is. Op de sportdag werd er 1.200 meter in ploeg gelopen. Sommige gasten werden nog voor het einde van de eerste ronde van 400 meter al gedràgen! Er zouden beter terug meer fietsers zijn. Hun grootouders waren landwerkers, fietsten, sjouwden: het verschil is duidelijk. Ik had al van ver op een top iets oranje fluorescerend gezien: bleken dat vijf grote stenen boeddha beelden, gericht naar de bergen aan de overkant waar de grootste tempel staat: men had de granieten beelden aangekleed met een fluo cape! De monnik die bij die beelden stond wierook stond te stoken bood ons een appel aan.
De tocht splitste: rechtstreeks naar beneden of een ander pad dat leidt naar de duizend vogels… niet aangeraden voor zwangere vrouwen, kinderen of oudere mensen. Gezien wij écht bij geen van de drie groepen horen weten we wat kiezen. Al ben ik er niet gerust in: er is niet veel volk meer te bespeuren en het begint te duisteren. Maar Frank verzekert me dat alles in orde is. Ik weet dat mijn moeder nu pas héél erg ongerust zou worden! We dalen ongelooflijk veel trappen af, waren wij echt zo hoog gekomen? Tussen twee bergdalen had men een gigantisch net gespannen en op die manier worden diverse vogelsoorten in gevangenschap gehouden: goed idee en erg natuurlijk ware het niet dat we een boom ontdekken vol dikke, volgroeide perziken! Plastiek, niet te geloven! De eendensoorten, die met lange lepelvormige bek vond ik mooist. Jawel, we waren voor het donker uit het park. Oef! Voor we naar de officiële uitgang gingen genoten we van een biertje en een zakje pindanootjes. Lieve verkopers, ze gaven ons stokjes om onze pindanootjes mee op te eten en vroegen of we misschien niet met stokjes konden eten toen we die weigerden. Verder vroegen ze wat ons zo vaak gevraagd wordt: hoeveel we verdienen! Het wandelen naar de uitgang verliep terug heel romantisch, onder de paraplu, in het donker, met hier en daar wat verlichting langs het pad, tussen de bomen in herfsttinten. Al moet gezegd dat er niet zoveel herfsttinten; de meeste bomen zijn van die typische ‘Chinese’ naaldbomen in parapluvorm. Een knap stuk natuur, niet eens ‘zo’ veraf, we komen terug.
We gaan eten in het ‘Boerenerf’: blijkbaar vindt men dat hier ook een aantrekkelijke naam. Als we in het donker buiten, in de regen en in de kou, onder een luifel weliswaar, willen zitten begrijpen ze er niets van en komen wel drie maal vragen of we toch niet binnen willen. Maar de stoofschotel verwarmt ons; het lijkt echt: aardappelen met boontjes en soepvlees: net wat ik nodig had. De maissoep met pindanoten smaakt heel erg zoet, spek naar Frank zijn bek!
De kok gaat de bus tegenhouden als hij hoort dat we nog naar huis willen: lief is dat.
De rit verloopt moeizamer, we komen pas na 22uur aan, vertrokken om 18u15. meer pech met aansluitingen. Daarenboven probeerden we nu de trein: het was heel erg druk gezien de vakantie ten einde loopt.Deze keer geen genummerde zitplaatsen, we moeten wachten tot de eerste halte voor er iets vrijkomt. Maar ik stoorde me er niet aan: ik heb een fantastisch leesboek bij: Snow Flower, gekregen van een vriendin net voor ik naar China kwam: over het China, tweede helft van de negentiende eeuw. Dààr kan ik zo van genieten: een roman lezen over het land waar je reist! Het mag zich dan afspelen in zeer treurige tijden waar voeten van vrouwen ingebonden werden, waar meisjes totaal waardeloos zijn, waar het feodaal systeem zegeviert, opium geliefd is… zoveel detail worden zo levendig! Bedankt hoor, Leen!
Wat me bij aankomst opvalt is de slechet lucht op onze universiteit: elke morgen kom ik hier wakker door een slechte lucht: de geur begint rond vijf uur, neemt wel af rond de middag. We slapen nu zelfs met het raam dicht. Maar bij het opstaan heb ik erge last van allergisch geprikkel in mijn neus en niezen. De ene nacht in de bergen had ik dat niet. We vermoeden sterk dat hier ergens afval verbrand wordt. Dit choqueert me erg: dit tussen al de mensen? Ik wil daar meer over weten, dit maakt me erg bezorgd.
Zondag was ik helemaal klaar om me weer op te sluiten in mijn atelier. Al moest ik er zowat heen strompelen, de zes kilometer trappen eisen hun tol. Ik waggel een beetje als een vrouw met ingebonden voeten deed, zeker als ze pech had en haar voeten niet op de perfecte manier ingebonden werden, toen ze zes jaar was. (wist je dat ze die voetjes echt braken om de tenen te kunnen overplooien? En dit om de man te behagen, hij kikte op ingepakte voetjes, het ideaal was zéven centimeter! Geef mij dan maar een aantal kilo’s siliconen: ontstekingsgevaar of niet, kankerverwekkend of niet. Rustig maar: grapje!)
Intussen is het hier ook koud geworden: zestien graden minder als vier dagen geleden. Het doet me denken aan net een jaar terug: toen waren er verkiezingen geweest in Belgie… ik weet dat ik die dag in mijn bikini in mijn tuin (wat was het daar stil!) in Tielrode lag te genieten van mijn eerste vrije weekend, van de warmte van de zon en van de mooie herinneringen aan mijn tentoonstelling in Ekeren, én van een flesje champagne!
Vandaag werd het genieten van werk, even fietsen ( het verkeer langs onze hoofdstraat wordt zienderogen DRUKKER), groentjes kopen in de straat –het aanbod is zalig -, kaarsjes aansteken thuis en cocoonen in ons stil (goddank) appartementje met een Vlaams soepje gevolgd door een mix van boschampignons, sojascheuten, sjalotjes en veel koriander, geserveerd met een zacht gekookt eitje en aardappel én een glaasje Chinese rode wijn (we hebben eindelijk een goede gevonden)… ik geniet, ik huil (ik kreeg een bericht van een vriend die zich zware zorgen maakt over zijn gezondheid), ik geniet…
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)
Veel te vertellen!
En jawel, het werden erg spannende, interessante, drukke én leerrijke dagen. En het is weer eens bewezen: ik werk goed hoor, met adrenalineopstootjes! Ik vloog van meeting naar ezel, van meeting naar banket, naar ezel…
Dat deze belangrijke meeting van alle kunstschooldirecties en de pers nu net hier in Shenyang, in mijn school doorgaat is even geluk hebben!
Sukie, de tolk die me toegewezen werd is een schatje! Ze trouwt over enkele weken, uiteraard mekaar gevonden dankzij bemiddeling van vrienden, ze is 26 jaar en heeft er nog nooit over nagedacht of ze kinderen wil of niet. (zou het artikel over het grote aantal misvormingen bij baby’s door de hoge leeftijd van de moeder dan toch kloppen?) Dit even tussendoor, veelzeggend over de Chinese jeugd. O ja, ze studeerde in Leuven! Dit geeft me een prettig gevoel: eens een Chineesje die onze mentaliteit wat kent, doet goed: ik kan me laten gaan! Sukie had geen ervaring als tolk maar ze is een natuurtalent! Ze werd als vanzelfsprekend mijn persoonlijke assistente. Ze begreep heel snel wat ik als kunstenaar belangrijke informatie vond: ik kon haar meetings laten volgen, gaan schilderen en achteraf gaf ze me een synthese. Gesproken van efficiënt werken! (nu volgt een synthese van de meeting voor de geïnteresseerden, het slot duid ik aan met: EINDE THEORIE) Een eregast praatte over het belang van kunstonderwijs. Hij zei net hetzelfde als wat ik 20 jaar geleden in een brief schreef aan minister Coens toen hij de uren plastische opvoeding halveerde: dat een minimale vorm van kunstonderwijs in elk onderwijs noodzakelijk is. Dat het een levensnoodzakelijke tegenpool is voor de overmaat aan televisie en computer waar de jongeren aan verslaafd zijn; dat statistieken bewijzen dat vandalisme in scholen waar kunst onderwezen wordt lager ligt dan in scholen waar dit ontbreekt; dat een maatschappij creatieve mensen broodnodig heeft. Daarenboven zei hij dat kunst leidt naar de goede weg en je los maakt van massaconsumptie en massagedrag.Ik was bij mijn bezoek aan China in 1987 erg gecharmeerd door ‘de kinderpaleizen’: jongeren konden en kunnen er gratis alle vormen van kunst konden beoefenen maar nu hoor ik dat de keerzijde van dit verhaal is dat het platteland hier uiteraard niet kon van genieten: er moet meer geïnvesteerd worden in het platteland op gebied van kunst en cultuur. Verder was ik blij bevestigd te zien wat ik destijds ook in een betoog aan de academie van Sjanghai zei: Chinezen slagen er wonderwel in om alle westerse invloeden te kanaliseren in een typische Chinese beeldtaal. Dat is inderdaad zowel in de mode, de design, de schilderkunst, de filmkunst enzomeer te zien. Nu heet dat: globalisering is noodzakelijk maar je mag je identiteit niet verliezen. OK!Er wordt genoten van de voordelen van de opendeur politiek: voor ’87 moest men zich vooral baseren op reproducties.Wat ik grappig vond: teveel jongeren studeren nu kunst. Ze zien filmsterren en grote kunstenaars heel erg rijk worden en het is vaak niet meer dé kunst die de drijfveer geworden is maar de centen die het opbrengt. Daarom stelt men voor het ingangsexamen moeilijker te maken. In alle basisscholen daarentegen,moet een kunstgevoel bij elke mens ontwikkeld worden. In het algemeen is het een foute beslissing alleen de intelligentste te onderwijzen maar eigenlijk mogen alleen de besten artiest worden. Momenteel studeren nog 220.000 jongeren, kunst: veel te veel want de regering kan niet zoveel kunstenaars in dienst nemen! 
Leerkrachten en leerlingen moeten dezelfde droom hebben, ze moeten zowel kennis als emoties uitwisselen. Dit betekent niet dat elk zijn mening niet moet vormen. Het doorgeven van passie is erg belangrijk.Het was mij al opgevallen in de academie van deze unief dat de leerkrachten meestal producerende kunstenaars zijn en hier in de school een eigen atelier hebben. Nu blijkt dat indien ze een werk verkopen één derde van de verkoop naar de school gaat, één derde naar de studenten en één derde naar de kunstenaar. De man besloot met: ‘Het leven is erg kort. Vaak tekort om kennis te kunnen delen daarom moet een goede leerkracht gekoesterd worden. Leerkrachten zijn goede mensen. Tot slot: vriendschappen tussen kunstenaars zijn vaak uniek omdat ze het diepste uitwisselen: hun kunst!’Hij betreurt het dat de vriendschap verminderd is bij vroeger… Een zeker meneer Feng vertelde ook dat tussen 1999 en 2003 de regering het hoger onderwijs voor iedereen probeerde open te stellen. Dit had gigantische resultaten maar de structuur was niet aangepast: te weinig leerkrachten, dus veel te grote klassen, te weinig computers, te laag niveau, teveel afgestudeerden die uiteindelijk geen werk vinden… In 2003 maakte men het ingangsexamen moeilijker .(EINDE THEORIE) De laatste dag werd ik uitgenodigd aan de eretafel voor de afscheidslunch. Wat een ervaring! Na het opdienen van de gerechten –allen tegelijk – , worden speeches gegeven: de gerechten staan naar je te lachen, te lonken , en … af te koelen. Dan wordt er getoost: iedereen staat recht, tikt met elkaar, en omdat je niet met de mensen veraf kan tikken tik je enkele keren met je glas op de glazen tafel en drink je ZO dat je je glas lijkt te ondersteunen op je linkerhand. Elegant! Je dacht nu eindelijk te kunnen eten? Fout! Neen neen, daar je hier geen receptie hebt om met iedereen een beetje te praten en contacten te leggen, gebeurt dat TIJDENS het eten: na het toosten loopt iedereen naar iedereen om zich voor te stellen, én naamkaartjes uit te wisselen: elk op zijn beurt een kaartje geven met beide handen! Ik weet niet wat ik zie. Ik wou zo graag eten! Maar al snel begrijp ook ik dat er belangrijkere zaken zijn in het leven: de mensen rondom mij zijn van de pers, uit Peking dan nog wel. En ze zijn erg geïnteresseerd in mij als ze horen dat ik eventueel zou tentoonstellen in hun stad: tijd voor kaartjes, Dejonghe! (het wordt hoogtijd dat ik Chinese laat drukken). Mag ik nu eindelijk eten? Sukie vindt van niet: ik moet eens gaan praten met de dame van Unesco. Als een ‘echte’ stap ik op haar af en zeg dat ik haar speech erg interessant vond. Ze wou me gisteren al contacteren, zegt ze maar nu is ze het met me eens: eerst eten en dan mekaar opzoeken? Eindelijk een ‘normale’ Chinees!Ik veeg mijn handen aan het warme doekje: ai, het ziet blauw: als geheugensteuntje schreef ik in mijn handpalm. De inkt blijkt niet waterproof…
Het middendeel van de tafel draait als een carrousel. Sukie legde me uit dat je maar in één richting mag draaien, maar anderen draaien wel constant in twee richtingen met als gevolg dat ik bijna de hele tijd dezelfde schotels voor me heb. Maar geen nood: lekker zijn ze!
Ik vroeg mijn buurman, directeur van de opera in Sjanghai, wat hij vond van ‘de show’ gisteravond. Ik had er erg van genoten: we kregen top optredens. Allerlei: zowel Westerse opera, Chinese opera, Chinese acrobatie, toneel, moderne dans zeer Oosters ogend (prachtig!), klassieke muziek… Ik voelde me onvoorstelbaar verwend. Maar zijn opmerking was wellicht terecht: het toonde teveel wat de leerkrachten konden, hij had liever meer leerlingen aan het werk gezien. ‘maar’ zo zei hij ‘ze hebben wel erg begaafde leerkrachten!’ Dat was het minste wat je er kon aan toevoegen: zo hoogstaand! Ook hij vond de moderne dans het beste, die werd wel alleen door leerlingen uitgevoerd.
Wat me bij optredens telkens opvalt is dat Chinezen echt niet graag applaudisseren. Bij de laatste klank stappen ze het af. Daarentegen applaudisseren ze of roepen ze wel midden een act indien ze iets knap vinden.

Met spijt omdat ik niet meer tijd doorbracht met deze mensen ga ik terug schilderen: kon ik maar twee levens tegelijk leven, of drie? In de gang ontmoet ik Fan, de dekaan van Frank zijn faculteit. Ik ben erg blij hem terug te zien, het is wederkerig. En het doet me deugd dat ik die man blijkbaar al van bij het eerste contact goed inschatte: Sukie vertelt dat ze hem ‘nonkel Fan’ noemen: hij is zowel door leerlingen als leerkrachten geliefd. Ik had nooit echt het voorrecht een school te hebben waar we de directie als een nonkel ervaren…Hij vertelt me dat Sukie ‘een dochter is voor hem’. Als ik antwoord: ‘een dochter voor mij!’ zien we het probleem… ik heb vooral binnenpretjes omdat het komisch toneelstukje gisteren over een man ging die ontdekte dat zijn zoon zijn zoon niet bleek…(een gewaagd onderwerp in een school?) Ik vraag Sukie of ze broers of zussen heeft. Haar antwoord is prachtig: ze kijkt me aan alsof ik een domme vraag stel en zegt: ‘Ja, natuurlijk: veel. Of bedoel je biologisch?’ We gaan de stress wegzwemmen: voor de eerste maal terug naar het badhuis. Ik volg Nolan zijn raad: vanaf nu ben ik een Russin, en ik begrijp helemaal geen Chinees. Kwestie van hier wat met rust gelaten te worden en wat minder geconfronteerd te worden met het willen verkopen van dure behandelingen. (Belgen zijn RIJK dus…) maar gezien ik meestal vergeet te liegen zal het niet lang duren voor ik door de mand val, dat weet ik nu al!Het zwemmen gaat moeizaam: drie maanden geen sport eist zijn tol. Zaterdag, mijn nonkel wordt begraven. Ik ben erg blij dat ik hem nog kon bezoeken, het was steeds een beminnelijk, waardige man. Iemand waarvan je als kind een beetje schrikt als hij een grapje met je uithaalde. We reden ooit door het donker met de wagen, ik was een jaar of zes. Hij vroeg me of ik gemerkt had dat de verkeerstekens hun licht opzetten als wij eraan kwamen. Van hem moést ik dat wel geloven, ook al wist ik allang dat die reflecteerden door ons licht! Dag nonkel, ik denk met warmte aan jou terug. Moed voor tante, na 60 jaar afscheid moeten nemen, dat moet wat zijn… Op zondag gaan we fietsen. We rijden richting lijstenmakers om eens te kijken wat hier aangeboden wordt: Er valt misschien wel wat mee te doen. Deze winkels lijken me beter dan wat ik in Peking zag!
Het is weer wennen, hier fietsen! Vooral het feit dat ik constant moet opletten, niet eens mag wegdromen vind ik lastigst. Maar toch is het puur genieten: zonnebril op, een beetje bloot want het is nog lekker warm, en maar speed geven. Ik hoor roepen ‘wow, cool!’. Daarenboven heb ik al navolging: in de unief rijdt er nog een meisje op een mannen mountainbike-koersfiets als de mijne! Ik heb gelanceerd…
We hadden gehoord dat in de stad een bureelgebouw van 22 verdiepingen in zes seconden naar beneden gehaald werd, deze week. Per toeval kwamen we er langs. Wat een puinhoop! Op de puinhoop waren zes kranen in de weer. Hallucinant. We belanden aan de rivier waar we destijds een picknick hadden met Yang. Maar wat we nu zien tart werkelijk alle verbeelding! We zagen al veel in China maar dit?! Toen we hier vier maanden geleden waren lag er langs het water een kilometerlange chique wandelboulevard, maximum twee jaar oud? Wat blijkt? Weg boulevard: back to nature! In de plaats ligt er een onverhard pad, tussen grasvlaktes alsof het gras er al eeuwig groeit, en aan de kant zijn rietkragen aangelegd. Mogen we veronderstellen dat de boulevard zonder vergunning werd aangelegd en dat het ministerie van milieu even langskwam? Hier moeten we echt het fijne van weten! 
We fietsen terug naar een park dat we vanmiddag vonden. Frank had er gelezen dat er om zes uur een open lucht operaatje zou zijn. Het park terug vinden in het donker was niet makkelijk, maar hij vond het. Die man zijn oriëntatievermogen is historisch. Het optreden was spek naar mijn bek! Zalig! Volks maar toch hoogstaande traditionele opera. Maar wat ik er leuk aan vond: voor het optreden zongen enkele artiesten zonder maquillage. Die opgedirkte operapoppen werden plots mensen van vlees en bloed: vaak jong in jeansjasje…Hoe graag ik hun opera ook hoor, het gehalte ‘kattengejank’ in de zang, en het gehalte ‘pottendeksel-gekletter’ in de muziek blijft toch nog aanwezig voor mijn westerse oortjes!
We zijn de enige vreemdelingen. Het publiek is verder aan de oudere kant. Wel erg enthousiast. En wat houden die oudere mannen nog steeds van een petje! Ik heb de indruk dat sommigen liefst nog een Mao pakje zouden dragen, indien ze de kans hadden.

Al is het al laat en donker: onze voordeur lonkt nog niet. We houden halt aan een kleine theewinkel en kopen er groene thee (6 euro voor 100 gram, en dit is absoluut nog de duurste niet). De verkopers vinden het een beetje spijtig dat we het tv programma onderbreken: damesvoetbal, erg populair hier.Zouden we nu toch eens binnengaan in de bruine kroeg waar we voorbijfietsen? De enige dat we kennen, totnogtoe! Warempel, het interieur ziet er echt uit! Jammer dat het Guiness bier alleen bestaat op het uithangbord. Al is het aanbod niet klein: allerlei whisky’s, Amaretto… en niet te geloven: er zit volk binnen: Chinezen. Dat is een beeld dat wij niet kennen in Shenyang: Chinezen die op café gaan!Onder de indruk van steeds opnieuw zoveel verrssingen, ,fietsen we blij de stilte van onze universiteit binnen.
Maandag omarm ik de onwaarschijnlijke stilte van mijn atelier. Het is vakantie: bijna iedereen is naar huis. Daarenboven was er vorige week tussen mijn persoonlijke drukte van meeting en werk hier op school de sfeer van twee sportdagen. Dit maakte van de hele universiteit een gekkenhuis! Wat een ambiance! Vanuit mijn atelier hoorde ik het geroep, het applaus, de luidsprekers waar constant aanmoedigende muziek kwam of van die muziek met een hoog Hollywood-gehalte om een climax van iets aan te duiden… ik weet er alles van, zonder ik er maar iets zag van sport: het horen alleen was voldoende. En de vakantie in petto en opgehitst door twee dagen sporten: ik kan je verzekeren: ik viel niet in slaap achter mijn ezel! Wie dacht dat China een land vol discipline was: vergeet dat nu voor eens en altijd! Jawel, op de Olympische spelen zal je weer de meest gedisciplineerde shows zien maar owee, wat staat dat ik contrast met het dagelijkse leven!

Het is nu zo stil, er is zoveel gebeurd in zo een korte tijd, dat ik me erg sentimenteel voel: het vermijden van bepaalde muziek is aangeraden. Boccelli vliegt even opzij. Ik denk nu ook vrij veel in termen van ‘vorig jaar omstreeks deze tijd’: de herinneringen aan mijn twee grote tentoonstellingen en alles wat dat meebracht, het vijf maanden zonder Frank zijn die al in China zat, komen om de hoek kijken en ze zullen me beslist nog sterk begeleiden de komende maanden! Wat een tijd was dit! Maar sindsdien is het niet echt gestopt… ah, ik ben er dankbaar voor! En tegelijk voel ik me een beetje home-sick. Alleen al het idee hoe graag ik thuis, in Tielrode, ben maar hoe blij ik me hier ook voel maakt me week: ik weet nu al dat hier weggaan ook geen deugd zal doen. Zoals een vriend schreef: de tol die de reiziger moet betalen? Ik heb het gevoel van teveel liefde gekregen, vorige maand, in Belgie. Als dat geen luxegevoel is! De buurt achter de unief is erg veranderd in die paar maanden. Of ik daar nu ECHT stond op te wachten of niet is de vraag: maar er is nu een supermarkt van vier verdiepingen, én een pizza-tent én jawel, een cafetaria met tafeltjes aan het raam! Als je nu denkt dat dit mijn home-sick-gevoel wegneemt ben je fout; het tegendeel is eerder waar: ‘kon ik me maar aan dat tafeltje ‘flokken’ met die of met die’ steekt de kop op. (voor de niet-West-Vlamingen: ‘flokken’ is iets heel plezant, iets warms, maar vrij fatsoenlijk, hoor!) Nu ben ik natuurlijk heel erg afgewezen op mijn Frank. En gelukkig valt dat mee! Oef! Gisterenavond gingen we in die buurt eten. Neen, geen pizza, we kozen voor de goeie ouwe, getrouwe Chinees. Na het etentje waren mensen aan het dansen op de straat. Traditionele dans, begeleid door drie muzikantinstrumenten: een schelle trompet, een Chinese trommel en twee pottendeksels De dansers houden in de ene hand een felgekleurde roze of groene waaier die wat fladdert, en in de andere hand een rood doekje. Ze maken allerlei pasjes die er makkelijk uitzien maar moeilijk zijn, zwaaien met die waaiers, draaien de doekjes op de vingertoppen tot ze helemaal vlak zijn. Een oude man komt heel enthousiast zijn kunnen voor ons demonstreren; en echt mooi ventje, met sloffen en pet natuurlijk, al is het een oranje pet. Wat mij opvalt vanavond is het respect waarmee de jonge toeschouwers antwoorden als de oudere dansers hen iets vragen. Ze antwoorden vol respect en liefdevol: “ja, je doet het goed, ja, je bent echt de beste…”Dit is een volksvermaak dat je vaak ziet. Men profiteert van de laatste warme dagen, dit is duidelijk. Het feit dat men tegenwoordig de torenwoningen in allemaal afzonderlijk ommuurde wijken samen zet is eigenlijk niet slecht. Het schept niet alleen stille oases in de drukke stad maar ook mogelijkheid tot wijksferen als deze. Deze week werd ik bijna opgesloten in het gebouw waar ik werk! Ik had rond vijf uur wel de huisbewaarder luid horen roepen ( Wat? Dat weet ik niet, dus werk rustig verder). Het is vakantie en hij sluit het gebouw om vijf uur, zo bleek. Hij schrok evenveel als ik van hem toen hij me daar om zeven uur, in het donker op de gang aantrof. Sindsdien komt hij me elke avond vragen hoelang ik nog wil werken: ik zet dan mijn grote uurwerk op het tijdstip van het einde van mijn werkdag. We begrijpen mekaar. Nog enkele dagen en mijn grote opdracht zit erop. Ik heb me er ontzettend mee geamuseerd, het was een uitdaging! Ik had de vlijt van een echt West-Vlaming en alle Chinezen samen! Het resultaat maakt me gelukkig.
Enkele achterstallige foto’s
Het onverwachte Japans-Amerikaanse welkomstcomité voor Lieve

Er is toch nog platteland in onze buurt!
‘Grafmonument’ voor een migrant?
Dit wordt de groene long van Nieuw Noord Shenyang
Maanfeest buffet voor buitenlandse leraars. Raad de vijf nationaliteiten!
‘Festival’ op de universiteit, maar geen publiek!
Westvlamingen op bezoek. Een der laatste kansen om te barbecuen?
De herfst begint. Lotusbloemen in het zaad
































