Lieve geveld maar Frank schrijft voor twee… misschien wat lang maar hopelijk interessant
Schande over mij, meer dan een maand niets meer laten horen of lezen. Maar ik genoot zelf van Lieve haar kleurrijke verhalen. We zitten hier niet stil, elke dag brengt boeiende gebeurtenissen, ‘dat moet zeker op de blog’, maar aan het schrijven geraken is nog wat anders. Zou het verbeteren van honderden opstellen van mijn studenten al mijn eigen schrijfenergie soms opzuigen?
Oktober stond hier helemaal in het teken van het vijfjaarlijkse partijcongres. Dat is een heel belangrijke gebeurtenis, het politieke programma voor de komende vijf jaar werd vastgelegd en de topfiguren die het moeten uitvoeren benoemd. Behalve de feestelijke activiteiten voor de opening van dat congres – we woonden er één bij, Lieve schreef erover- is het hier de ene partijvergadering na de andere. We staan verbaasd dat er hier op de universiteit zoveel leden van de partij rondlopen; elke dag komen we wel een van onze kennissen tegen die op de middag naar een vergadering van zijn afdeling moet. Vóór het congres begon werden de leden zo te zien gebriefd over de belangrijkste rapporten; na het congres werden er op plaatselijk vlak verkiezingen gehouden voor de kernploeg die het programma zal bekend maken en lokaal uitvoeren. Verder komen we niet veel te weten over de inhoud van de vergaderingen, zoals in elke politieke partij worden de leden geacht diskreet te zijn over de interne keuken.
Maar we geven het niet op…de Chinese pers publiceert alle rapporten. Het programma is in een notedop samen te vatten: ‘ontwikkeling op wetenschappelijke basis van een harmonieuze maatschappij’. De huidige president Hu Jintao blijft nog vijf jaar president en gaat dan op pensioen. Het merendeel van het negenkoppige kernkabinet zit in een gelijkaardige situatie. Dus zijn er nu al een reeks jongeren – prille vijftigers- verkozen in het politiek buro om binnen vijf jaar het roer over te nemen; twee daarvan, waaronder de gouverneur van onze provincie, zijn de favorieten om in 2012 partijleider te worden.
Het rapport met het programma lezen valt niet mee: tientallen bladzijden droge tekst over hoe ze van China een welvarend, milieubewust en sociaal rechtvaardig land willen maken. Maar het wordt wel degelijk uitgevoerd, met plannen die tien en twintig jaar vooruit kijken, en aan een snelheid waar onze mond van openvalt. Als je daarna de pers leest over de vaudeville in België waar politici zondebokken zoeken voor werkloosheid en dalende inkomens, vandaag de Walen, morgen de Chinezen of de Polen…en daarom het land willen laten springen, waar Vlaamse industriëlen omwille van de lieve winsten en om verlost te geraken van de Waalse syndikalisten de nationale solidariteit willen kelderen, …tja, dan denk je toch dat die vermaledijde Chinese communisten het niet zo slecht doen. Hier is het de uitgesproken bedoeling dat de rijkere provincies de armere financieel en materieel bijstaan; waarom zou die solidariteit niet in Belgie en in Europa kunnen?
Vorige week hebben we onze fotos over Tibet getoond, op een scherm in een klaslokaal. Men had ons dat al van verschillende kanten gevraagd, maar op de bewuste dag bleken de meeste van onze Chinese of buitenlandse vrienden en collega’s wel iets anders te doen te hebben. Gelukkig was onze vrouwelijke Russische collega er, met een ‘Napoleon’, een lekkere Russische taart. De afwezigen hadden om meer dan één reden ongelijk! Ons groepje werd ook uit onverwachte hoek aangevuld: 10 studenten sinologie uit Gent die hier aan een concurrerende universiteit voor vier maanden hun Chinees komen perfectioneren. Nadien gingen we met hen en ons Chinees vriendinnetje Wang Fan uit eten; ze kloegen namelijk dat ze te weinig kans kregen om echte Chinese specialieiten te gaan proeven en daar zou Wang Fan dus wel eens voor zorgen. Pech! De kleinere restaurants in onze buurt hadden geen ronde tafel vrij voor dertien personen. We trekken er per taxi op uit naar een groter restaurant waar Lieve en ik ooit eens goed onthaald werden. In zo een degelijk restaurant moet je beneden bestellen; daar liggen alle etenswaren in indrukwekkende rijen uitgestald. Geen sinecure om voor 13 personen een menu samen te stellen, zeker wanneer velen vegetariërs zijn, want in de meeste groenteschotels wordt er toch wat vlees verwerkt. In China eet het hele gezelschap aan dezelfde schotels, er zijn geen individuele gerechten; wanneer je met een kleine groep bent, bestelt iedereen om beurt een gerecht, dat dan gedeeld wordt; voor grotere groepen bestelt de gastheer -uw nederige dienaar kreeg deze eer toegewezen- evenveel schotels als er eters zijn , plus één extra.
De eetzaal boven hield een verrassing in petto: vandaag was het hier ‘Culturele Revolutie’ avond. We hadden al gehoord dat sommige restaurants daar goede zaken mee deden, maar nu zaten we er midden in! De zaal versierd met een reuzefoto van Mao, de muren bedekt met posters van de Culturele Revolutie, op het podium liederen, toneel en dansen van de Culturele Revolutie compleet met rode wachters en al. Een hoogtepunt was het optreden van een imitator van toenmalig eerste minister Zhou En-lai. Het publiek zong en danste enthousiast mee; de meeste zijn vijftigers, die zijn misschien zelf nog rode wachters geweest; ze klappen met hun houten lepels, op het platteland aten ze destijds met houten lepels.
De ‘Belgische vrienden’ worden ook hartelijk welkom geheten en verzocht op het podium een staaltje te komen geven van onze traditionele zang- en danscultuur; hoe we ons samen met onze dappere jonge kompanen uit deze hachelijke positie konden redden verzwijg ik liever, maar de Chinezen konden er wel mee lachen. Wij ook! Op het einde van de avond komt ook de weerstand tegen de Japanse bezetters in de wereldoorlog aan bod, de ‘slechten’ worden door heel de zaal uitgejouwd en de lepels dienen deze keer als projectielen.
Achteraf proberen we bij enkele van onze Chinese vrienden te achterhalen hoe het kan dat de bij ons verguisde Mao hier zo populair is en zelfs de Culturele Revolutie blijkbaar niet eens zo gevoelig ligt. Ze verstaan ons eerst niet goed. Dat Mao de held van China is is toch voor iedereen evident? Zeker voor de ouderen, de jongeren weten eigenlijk niet zo veel meer van hem en zien hem stilaan als een figuur uit de geschiedenisboeken. De Culturele Revolutie is wat ingewikkelder: Lerares Bonestaak is er erg tegen, haar vader was destijds prof aan de unief en moest met een narrenkap paraderen; volgens haar zijn de bezoekers van het restaurant mensen die de geschiedenis niet kennen – een twijfelachtige redenering gezien hun leeftijd. Ons vriendinnetje Wang Fan zegt hetzelfde, maar moet nadien toegeven dat zijzelf met haar 21 jaar, zoals alle andere jongeren, eigenlijk niets weet over die periode. Zoals gewoonlijk komt onze Chinese collega Wilson met het meest plausibele antwoord; de Culturele Revolutie was niet goed want door te veel met politiek bezig te zijn werd de economische ontwikkeling vertraagd; intellectuelen en leidende figuren werden bekritiseerd en geraakten in moeilijkheden, maar alles bijeen waren er daar in die tijd niet veel van; voor de gewone boer, arbeider of jongere was de Culturele Revolutie dikwijls een boeiende periode waarin er meer naar hen geluisterd werd dan anders. Zijn vrouwelijke collega aan tafel is het met hem eens: vroeger bekeek zij ons nauwelijks en nu is ze plots enthousiast.Nog een weetje uit de buitenlandse pers over de jongeren die nu gepromoveerd zijn – in de regering: zij zijn van de generatie die destijds de roodgardisten leverde en hebben waarschijnlijk actief meegedaan, in tegenstelling tot de oudere leiders van tien jaar terug, die zelf eerder slachtoffer geweest waren.
De voorbije maand was culinair. Op de campus begon een jonge Chinees zomaar een Italiaans restaurant. Zonder mozzarella, parmezaan of mascarpone weliswaar, maar de tiramisú smaakt als echte – of zouden we die smaak al vergeten zijn? Juist ten noorden van de campus, aan de rand van het vroegere dorp, een reeks nieuwe restaurants, waaronder een luxueuze Chinees, een westers ingericht barbecue restaurant en een design fastfood geval met reuzenscherm en schommelstoelen; de snelle verstedelijking en verburgerlijking van onze buurt is verbijsterend! Vanavond lieten we ons verleiden tot nog maar eens een bekend ravioli restaurant waar we voorbijreden; 16 soorten raviolis, waaronder de exclusieve raviolis met garnalen en zeekomkommers, een soort vieze reuzenslakken die in kleine stukjes gehakt best meevallen.
Gisteren ‘soirée francophone’, Lieve was niet tegen te houden, ook al had ze de hele dag in bed gelegen, met koorts, geveld door de Chinese ‘gan mao’ oftewel griepachtige verkoudheid. Het evenement ging door in een nieuw Frans restaurant, de Dartagnan, met een Franse patron, in een straat waar we nog weinig kwamen; er is daar ook een belangrijke moslimgemeenschap met eigen moskee, een markt, restaurants enz., zeker stof voor verdere verkenning. De Dartagnan zat behoorlijk vol, op een gegeven moment stonden we samen met twee Algerijnse meisjes die hier handel komen studeren, een Kameroenese student en een van de Centraal-Afrikaanse Republiek, plus een franstalige Canadees. Nog zelden zo een bont gezelschap gezien, want ook echte Fransen, Chinezen, Zwitsers enz. ontbraken niet op het appel. De onvermijdelijke Fransen van Michelin waren er natuurlijk, maar ook kleinere firma’s; al ooit gehoord van een firma die schilden bouwt om tunnels te boren? Die laten hun machines voor heel de wereld nu in Shenyang fabriceren, in samenwerking met een lokaal staatsbedrijf. Algemene teneur van de avond : we vinden het tof in Shenyang te wonen, het is hier écht Chinees.
Rond tien uur begon iedereen honger te krijgen, de wachttijden voor voedsel werden onoverzichtelijk lang en wij trokken naar andere oorden; om vast te stellen dat bijna alle restaurants intussen gesloten waren; we konden alleen nog bij een Koreaan terecht, eten aan een tafeltje van 40 cm hoog, gelukkig hadden ze eronder een put in de vloer uitgespaard zodat we met onze voeten weg konden!Over Koreanen gesproken, we wandelden vorige week door onze lokale Koreaanse wijk en trokken ook daar een restaurant binnen. Gevoelige zielen en hondenliefhebbers slaan best de rest van deze paragraaf over. Koreanen zijn namelijk verzot op honden, en na veel aarzelen hebben we ons gewaagd aan stoofvlees op zijn Koreaans; Lieve vond dat het wat van konijn weg had, ik dacht eerder aan kalfsvlees.We vragen ons met stijgende paniek af wat er gaat gebeuren eens we terug in België zijn en we bij gebrek aan goedkope restaurants weer elke dag ons eigen potje moeten koken…
Het winteroffensief twee weken geleden duurde maar enkele dagen, en nu profiteren we van het frisse maar overwegend zonnige weer,om elke vrije dag te gaan fietsen. De andere topic waar veel van onze fietstochten rond draaien is natuurlijk de bouw. Voor wie het niet wist, ik begon ooit mijn loopbaan als bouwkundige. Op TV had ik gezien hoe de ingenieurs de faraonische tempels in Egypte moesten verplaatsen wegens het stijgende water van de Assoean-stuwdam, en zulke werken trokken me wel aan, dus maar bouwkunde gestudeerd. Natuurlijk kreeg ik nooit de kans aan zulke prestigieuze projecten mee te werken. De ‘hoogtepunten’ van mijn carrière waren bruggen en bruggetjes in Libië, grote hallen op het vliegveld en een telecommunicatietoren in Bagdad; de laatste twee zijn allang vakkundig weggebombardeerd door de Amerikanen.
Hier in China beleef ik mijn tweede jeugd. Wat hier aan bouwprojecten gerealiseerd wordt is een première, nergens en nooit vertoond. En we zitten er met onze neus op. De uitbreiding van onze campus is zo goed als af, in minder dan zes maanden. Waar op één mei nog een dorp stond, zijn nu al de eerste appartementen van een nieuwe stadswijk bewoond; de nieuwe lagere school werkt al! Een fabriek voor gesofistikeerde GSM’s – bestemd voor de uitvoer – is op 1 November een eindje verder opgestart. Ook de hoofdwegen voor Nieuw Noord Shenyang liggen er intussen al, brede lanen kompleet met wegmarkeringen, de groene zone er rond is in aanleg, overal zijn er bouwwerven, alleen het verkeer mankeert nog.
We fietsen van bij ons bijna een uur door de nieuwe zone en velden waar voor de laatste keer de maïs geoogst werd, voor we op boerendorp botsen dat in een valleitje verscholen ligt; nog niet gevonden door de sloophamer? Lieve is er meteen verliefd op.. Ze was niet tegen te houden en fietste door elke verhard én onverhard wegeltje dat het dorp rijk was. Hoe enthousiast ze daarbij wordt moet ik je niet vertellen, zeker nu elke binnenkoer volgestouwd ligt met kolen en prei en bakken gele maïs die in fel contrast staan met de knalgroene of hoogblauwe ramen en luiken van de boerenwoningen.
De dorpsbewoners moeten lachen bij dat soort ‘lawaai’ (vreemdelingen), op een mannenfiets dan nog! Goed voor hen dat hier geen dorpscafeetjes zijn of Lieve maakte hun dorp nog onveiliger. Ook haar ‘koeienboerderij’, nu gelegen vlakbij de oprukkende flatgebouwen, heeft het op wonderbaarlijke wijze tot nog toe overleefd.
Met de nieuwe wegen kunnen we er nu wel helemaal rond rijden; achter de pittoreske ‘boeren’ingang bevindt zich een veel groter bedrijf dan we dachten, wellicht worden de onderhandelingen over de onteigeningsvergoeding hard gespeeld.Lieve kon haar ogen niet geloven. Humor ten top voor haar toen ze de koeien net uit lieten wat voor een hallucinant zicht zorgde, die koeien langs een muur van flatgebouwen en kranen.
Stilaan krijgen we ook meer kansen om met de Chinezen te discussiëren over hun land. Met mijn oude vriend Yang en met Bonestaak had ik het elk apart over de Olympische Spelen. In een Amerikaanse krant las ik dat er veel westerse organisaties clandestien militanten willen sturen om in Beijing te komen protesteren: voor Falungong, voor de afsplitsing van Tibet en Oost-Turkestan, tegen Chinese investeringen in Birma of Soedan, voor meer ‘democratie’ op zijn westers, enz. enz.; de krant verlekkerde zich nu al op de foto’s en video’s van Chinese politiemannen die buitenlandse demonstranten hardhandig aanpakken. Yang en Bonestaak reageren bijna identiek. Die Olympische spelen zijn de trots van elke Chinees; we zullen de wereld laten zien wat we kunnen. De Spelen zijn er om de vriendschap tussen de volkeren te bevorderen; buitenlanders moeten dat feest niet komen verbrodden door zich te moeien met dingen die hen niet aangaan; doen ze het toch dan zal onze politie dat varkentje wel wassen, wees gerust. Yang voegt er wel aan toe dat men een alternatief zou moeten vinden voor de éénpartijstaat; één partij die altijd aan de macht is, wordt niet genoeg gecontroleerd, fouten worden niet snel en grondig genoeg rechtgetrokken. Bonestaak is partijlid; ze geeft zelf toe dat ze van politiek weinig afweet – ik heb al ondervonden dat het klopt – maar is partijlid uit een gevoel van vage solidariteit. Xiao Dan, een andere vriendin-collega, is ook lid; als jongere is ze enthousiast toegetreden; ze zegt dat ze er vooral leerde een eerlijke en goede persoon te zijn maar nu ze de veertig nadert vraagt ze zich af of ze dit zonder de partij ook niet gekund had. Ann, een Chinese vrouw van 42 jaar, die in Londen en Toronto studeerde, en hier een familiebedrijf in industriële verfwaren runt samen met haar broer, is overtuigd dat China socialistisch moet blijven, dat het Westen zich niet mag opdringen. Rare ‘kapitalisten’, die Chinezen.
Mijn Franse studenten zijn stilaan zover gevorderd dat de besten een echt gesprek aankunnen. Vorige week had ik een onderwerp gevonden dat hen aansprak. ‘Le couple idéal’. Wat daar allemaal uitkwam! Vrouwen moeten het huishouden doen en mannen geld verdienen. Ik wil trouwen met een man die geld heeft, een huis en een auto, en dan een meid nemen en hele dagen televisie kijken of gaan shoppen. Mijn man moet veel geld verdienen, me helpen bij het huishouden, met mij gaan shoppen, op reis gaan, enz. Ik wil trouwen met een piloot, want mijn vader zegt dat piloten een goede partij zijn. Of ze het allemaal meenden betwijfel ik, maar bij sommigen leek het wel echt. Gelukkig waren er ook veel in de klas die tegen die standpunten protesteerden. Vrouwen en mannen moeten gelijk zijn, vrouwen moeten ook geld verdienen. Een huwelijk moet op liefde gebaseerd zijn, niet alleen op het bezit van een huis en een wagen. Wil je trouwen met een buitenlander? Nee, ik kan wel verliefd worden maar trouwen niet, want de culturele verschillen zijn te groot. Ja, als hij maar geld genoeg heeft.
In de Engelse klas is het schrijven van formele brieven afgewerkt; we zijn nu bezig met de echte opstellen. De eerste reeks, rond vrije onderwerpen en een viertal voorgestelde thema’s , was ontgoochelend. Enkelen schreven hun opstel gewoon af van het internet. Een behoorlijk aantal haalde ideeën van het internet, zonder eigen inbreng. Ik vind die gasten van 21-22 jaar soms wel heel onrijp; misschien omdat ik zo weinig contact hebt met jongeren van die leeftijd bij ons? Zeg nu zelf: Wat leerde China van Europa? Moderne ‘Europese’ architectuur en fastfood! Jawel! Beschouwingen bij een schilderij van Munch: Geen enkel eigen idee, gewoon een artikel van het internet geparafraseerd Hoe veranderde het leven in Shenyang in de laatste tien jaar? Mensen hebben meer auto’s en besteden meer aandacht aan een gezond dieet. Rond het laatste onderwerp waren er wél betere ideeën: het milieu is veel beter, de economie moderner, de mensen rijker en de sociale kloof veel groter, maar daar wordt aan gewerkt. Voor- en nadelen van het Chinese onderwijs: Te veel blokwerk, niet gericht op toepassing in het echte leven; maar door dat vele blokken zijn de Chinezen wel kampioen in internationale intelligentiewedstrijden; en er studeren te veel jongeren af, de concurrentie voor een job is te groot.
Bij de vrije onderwerpen zat al even weinig interessants: mijn familie, mijn jeugd, mijn huisdier, mijn kotmaten; Chinese gewoonten, Chinees eten, mijn lievelingsgerecht. Twee of drie studenten bespraken het nut van mondeling Engels of de milieuvervuiling, spijtig genoeg stonden hun teksten vol algemeenheden. Eén had het over zijn toekomst, één enkele over de werking van de Verenigde Naties.En één studente verzoette mijn dag met een artikel over chocolade; één van de Chinezen die de lekkernij ontdekt hebben en eraan verslingerd geraakt? De rayon chocolade en pralines (merk BELGIAN) in de supermarkten groeit hier zienderogen! Voor de chocolade hoeven we ook al niet terug te keren, maar ze tippen toch nog niet aan de overheerlijke die wij onlangs ontvingen, daarenboven missen we onze ‘matinettes’ en ‘muizenstrontjes’ wel,… we komen terug.
We hebben nu ook een ‘English corner’, één keer per week anderhalf uur. Daar zit je als buitenlander inderdaad ‘gecornered’. Vijf buitenlanders tussen 150 Chinese eerstejaarsstudenten, die al minstens zes jaar Engels geleerd hebben en het verbazingwekkend goed spreken. Een speciale ervaring van ‘aap in de zoo’ of ‘clown in het circus’, maar goed, het publiek is enthousiast en de laatste keer mocht ik zelfs handtekeningen weggeven! Verontrustender is de samenstelling van de groep buitenlanders. Buiten mijzelf vermoed ik sterk dat de vier anderen stuk voor stuk clandestiene missionarissen van één of andere evangelische sekte zijn? Worden gewone leraars niet uitgenodigd of hebben zij onvoldoende belangstelling? Het is alleszins angstwekkend wanneer zo een eerstejaars je vraagt of de bijbel lezen de beste weg is om Engels te leren; of wanneer je zo een buitenlander hoort zeggen: “Wanneer ik een probleem niet zelf kan oplossen, dan bid ik” Of als ik nog naïef zou denken dat het alleen om bidden gaat: wanneer ik praat over de Amerikaanse overheersingpolitiek zegt een student spontaan dat hun aanwezige leraar daar zeker niet mee akkoord is; missionering schouder aan schouder met Amerikaanse politieke propaganda. Van een andere collega weet ik dat de clandestiene missionarissen studenten om allerlei redenen bij hen thuis uitnodigen, soms zelfs koken, en dan bijbels cadeau geven; elke week houden ze privé kerkdiensten. Ik sprak er deze week met Bonestaak over en die zei dat ze het wist, ze had er trouwens al aan gedacht zelf eens een religieuze dienst bij te wonen. De communistische partij is van politiek veranderd, ze bestrijden de godsdienst niet meer, de erkende kerken worden beschermd. Maar blijkbaar wordt niet-erkende sekten ook niet veel meer in de weg gelegd zolang ze niet Falungong noemen; beseffen ze niet welke invloed dat op de jeugd heeft?
Deze week kreeg ik nog een ander staaltje van de Chinese maatschappij. Een studente was afwezig en had ook geen huiswerk gemaakt. De klasverantwoordelijke kwam me het probleem uitleggen. Arme familie, enig kind, vader overleden, grootouders onlangs overleden, de moeder licht mentaal gehandicapt, leeft van de openbare onderstand en is nu opgenomen voor een kankeroperatie. De studente moet voor haar zorgen, maar heeft geen officieel verlof gekregen, want dan moet ze wegens langdurige afwezigheid haar jaar overdoen. Ze hebben niet het geld om de operatie te betalen, de ziekteverzekering die ze heeft betaalt maar een klein deel van de kosten. De universiteit heeft daarom een gift gedaan, en ook bij de studenten en leerlingen is er een geldinzameling gebeurd voor het gezin. Voor arme mensen is dit een typisch geval: bij grote medische kosten hebben ze geen of onvoldoende verzekering; ze vallen terug op giften of leningen van familie en kennissen, of op steuncampagnes in werkkring, wijk en via lokale media. Oplossingen op zijn Chinees. Ik moet wel veel werken als leraar, maar het is echt een fantastische manier om een land te leren kennen…
Een bijdrage van Frank | Commentaar (1)



