NET VOOR WE CHINA VERLATEN…
Maandag ( intussen al twee weken geleden) heb ik een keertje geen zin om te werken! Ik slaap lang, ontbijt lui, zit lang aan de pc met mijn Standaardje, en neem een taxi naar de Metro, om slaapzakken te kopen. Ik zag er enkele weken terug hangen. Maar ze zijn er niet meer! Uit frustratie gooi ik me op zeven flessen wijn, champagne, Duvel, Ciney, Leffe en belgische pralines ! We zullen de feestdagen zo wel doorkomen! Jim, onze zwarte Amerikaanse, nodigde ons uit voor kerstavond. Ter ere van haar koop ik me een diadeem met twee grote teddybeerstof-hertekoppen op! Die zal ik warempel opzetten op kerstavond, kwestie van het feel-home gevoel van een Amerikaanse tegemoet te komen… Als ik uit de Metro komt ligt alles ondegesneeuwd! Met ‘slechts’ vier auto-ongelukken op mijn netvlies geraak ik behouden thuis. Dinsdagmorgen vallen we achterover van de schoonheid bij het openen van het gordijn. Het ontbijttafeltje kijkt uit op de kruinen van treurwilgen. Gezien de zon hier meestal schijnt kunnen we genieten van een fascinerend lichtspel in de hangende takken, en in de zomer wordt mijn blik gevangen door het oplichten van de blaadjes. Maar nu worden we verrast door hangende ijspegels, de hele kamer kleurt er wit van. Het heeft gesneeuwd en sneeuw en ijskristallen zijn rond de takken gevroren. Ik stel Frank voor snel te ontbijten, een keertje een Chinese les te verzuimen en een ochtendwandeling in het Beilinpark te maken. De taxichauffeur is een wakkere kerel die het een superidee vindt van ons dat we naar het park gaan. En maar commentaar geven en vragen stellen! En hij kan er niet over zwijgen hoe mooi dat hij me vindt. Welgekomen, want de jaartjes komen er te snel en te zichtbaar bij, vind ik, zéker zo ’s morgens vroeg!Het is er werkelijk sprookjesachtig! Het is nog maar goed acht uur, maar actieve gepensioneerden hebben toch reeds kris kras paadjes en lapjes grond sneeuwvrij gemaakt om ingetogen taiji te kunnen beoefenen.Een grote groep mensen is al aan het dansen. Ook nu wordt ons duidelijk waarom er op zondagnamiddag zo weinig schaatsers zijn: China heeft het van de vroege vogels, dat hadden we kunnen weten. Ik waan me in een film: de vijver ligt in tegenlicht, badend in grijzen en witten, tientallen mensen schaatsen er erover in stilte, allen rondjes in dezelfde richting volgend. Knap! Zaterdagmorgen belt Joy me op om samen een koffie te drinken. Ik die dit totnogtoe steeds weigerde, roep nu ‘ja’ voor ze haar zin kan afmaken. Trouwens, we moesten de stad toch in om die slaapzakken te kopen. Ook even té enthousiast stelt Frank voor dat ik alleen ga en hij wel schoonmaakt. Dankzij Joy is deze koop een meevaller: ze brengt me meteen naar de juiste plaats. Maar we zijn beiden geen shoppers: een ‘echte’ koffieklets in de Starbucks lonkt ons het meest. Ook Joy, net als Rebecca, is een ongelooflijk ‘normale’ vrouw. Dat doet me nu zo’n deugd! Eindelijk eens gewoon, ongedwongen praten, mekaar een arm geven, giechelen, ons opwinden over iets en het dan snel relativeren, lachen, vertellen… honderduit: hier keken we beiden al erg lang naar uit! Ook zij zegt zelf dat vele Chinese getrouwde vrouwen vooral over geld, verdienen, hoeveel dit of dat kost, hoe fantastisch de man verdient… kunnen praten. Zij vraagt me uit over het sociaal stelsel in mijn land, over belastingen, over verkiezingen, over de werksituaties, over reizen… om hier alleen de serieuze onderwerpen luidop te noemen. Kun je je dat voorstellen, ik ben hier bijna een jaar en dit is de eerste keer dat ik écht ging shoppen en écht ging koffiekletsen? De namiddag eindigt toch erg Chinees: de gerante vraagt ons mee te doen aan een koffieproef en is zo opgewonden gelukkig als ik positief antwoord. Ze komt met kopjes en koffiekannetjes bij ons zitten, tevreden als een kind! Vraagt bij het afscheid of we nu vriendinnen zijn… Joy brengt me naar een restaurant waar ik afgesproken ben met de buur van mijn atelier, Paul en zijn vrouw, en Frank. (die heb ik deze namiddag nog een beetje getergd door een berichtje te sturen dat ik een lekkere chocoladetaart aan het eten was: dat was een schot in de roos! Kwestie dat ik hem ook eens naar deze plaats breng, denk ik) Na een gezellig etentje nam ons gezelschap de taxi terug, wij wandelden nog wat door de winkelstraten, hier in dit deel van de stad. De kerstverlichting zorgt voor de nodige sfeer! Jawel, kerstverlichting, kerstbomen, versiering, zoveel en zo inventief als je maar wil: als het maar glittert, groots, reuze en kleurrijk is. Met een totaal van zes auto-ongelukken langs de baan vandaag , vonden wij in peis en vre onze thuishaven. Bijna traditiegetrouw gaan we op zondag langs bij onze schoenmaker die ons met open lach ontvangt. Ik had weer een moeilijk probleem op te lossen voor hem: hij straalde! Uit sympathie met een islamiet waar Frank de vorige keer ook al stond mee te praten toen we bij de schoenmaker wachtten, gaan we wat eten bij die man. Zijn restaurant was proper, lekker en goedkoop, zei hij. Om binnen te komen moesten we via een raam! Zijn ‘restaurant’ bleek een kamer van een appartement te zijn die afgesloten is van de rest van het gebouw. Dus we moesten een trapje op met vijf treden die voor dat raam gezet was, en dan aan de binnenkant weer zo vijf treden af! Daar stond één tafel in dat kamertje, en een grote oven, dat wel. Proper? Tja, afhankelijk van wat je verwacht… er was stromend water, het werkvlak was inderdaad proper, het eten in orde. Wist de man, 62 jaar, ons toch wel te vertellen zeker dat hij in het jaar ‘64 in Moskou gewoond had! Bezocht er alle musea, houdt van kunst. Drie jaar later kwam hij terug naar China: midden de culturele revolutie. Jammer dat je dan niet nog beter chinees kunt, van zo’n mensen zou ik alles willen weten! Hij woont graag in China, dat is duidelijk.Ook bijna gewoontegetrouw gaan we schaatsen. Ik val vandaag twee maal, ik voel het: ik sta niet vast op mijn voeten. Toch voelen we ons heel blij met de dag, na een sterke slok uit de zakfles, ik denk soms echt aan alles, fietsen we monter terug: we voelen ons leven, hoor! Maandag, het is weer zover: bestolen!!!Als ik even water ga halen in een bureau verder op, sluit ik mijn atelier niet echt: deur op een kiertje. Bij het terugwandelen denk ik te zien dat een man binnengaat. Jawel, daar staat hij! Ik vraag hem wat hij in mijn bureau doet. Ik ben bang want ik zie hem onder zijn jas foefelen en denk dat hij een hamer of een bijl grijpt (dat is het wapen hier). Ik realiseer me pas nadat hij me opzij duwt en het hazenpad kiest dat hij mijn handtas aan het wegmoffelen was. Te laat ren ik hem achterna, te laat begin ik te gillen. (daar voel ik me erg boos op mezelf voor, want ik ben ooit in het lieve Brugge erg fout behandeld en nam me sindsdien voor te gillen als er me ooit nog iets zou overkomen).De hele school staat in rep en roer! Men blijkt erg geschokt dat dit op school gebeurd is maar als ik verder luister: zo uitzonderlijk is dit niet, tegenwoordig. Maar het feit dat het geen man van buitenaf was (hij was te goed gekleed) maar waarschijnlijk een student doet pijn. Mijn beschrijving van de man beantwoordt aan die van vele leerkrachten die aan het werk waren op de diverse etages: hij klopte aan alle deuren die half open stonden, iedereen werkt met deur open. Als er iemand was deed ie alsof ie iemand zocht…Het kost me weer een halve dag politiebureau. De politieman is al sinds gisterenavond acht uur aan het werk met diefstallen opnemen. Het is nu middag. Ik betrap me op een domme reflex: ik erger me als de man mijn Belgische straatnaam in het Chinees wil. Tja, stel je voor dat een Chinees in België zijn straatnaam in het Chinees opgeeft? Hoe diep zit die reactie toch… De volgende dag vindt de security van de school mijn handtas terug in een ander gebouw zonder telefoon, zonder geld en zonder deditale camera…ze denken de dief te hebben. Dezelfde avond ga ik met spijt een nieuwe camera kopen met de hulp van Rebecca. Weet je, in China ontmoet je één slechte mens om er meteen twintig engeltjes voor in de plaats te krijgen! Hoeveel mensen lief waren, me hulp aanboden… er zijn geen woorden voor. Goed dat we Rebecca bij hadden: de verkoopster legt uit als ze op 20 dec terugkomt er een speciale kortingsdag in het shoppingscentrum is en er veel korting is en er gratis gegeven wordt. Rebecca biedt prompt aan dat zij terugkomt voor mij. Blijkt dat ze dan nog eens korting zal krijgen omdat ze iemand kent die in de winkel werkt. Dit is nu de derde identieke camera die ik koop sinds ik in China ben en telkens is hij goedkoper. Ik vind het wel leuk dat het scherm nu groter is en de grotere breedhoek zal straks op reis van pas komen! Maar laat dit nu toch de laatste keer zijn dat ik bestolen wordt aub? (zou een t-shirt met ‘uitverkocht’ erop helpen?) Ik word wel moe van alle verhalen over diefstal. Ja, China is een land met heel veel mensen, kleine problemen bestaan hier niet. Moet je maar eens uitrekenen: indien er hier één leerling per klas zou zijn die wegjat hoeveel dieven er hier dan rondlopen… met schaamte raadt men me aan ‘beter voor mijn spullen te zorgen’. Maar ze weten met hun verleden nog veel beter als ik, dat het daar niet om gaat. Ik ben erg triest als ik bedenk hoe vrij ik me hier voelde twintig jaar geleden. En nu ik hier informeer en hoor dat dié tijd op de koop toe niet zo slecht ervaren wordt zoals bij ons steeds ingelepeld wordt voel ik nog meer spijt: ze verliezen een enorme vrijheid door de mogelijkheid meer geld te kunnen hebben als een ander. Overal waar de mogelijkheid bestaat grote kloven te creëren tussen rijk en arm kom je in deze situatie terecht. Je mag zoveel blauw op straat, in universiteiten, in woonwijken zetten als je wil.
Ook de jonge collega-leerkrachten hier begrijpen dit. Ze zeggen: we moeten blijven gelovenin het socialisme want dit is de enige weg voor China. En we moeten steeds weer oplossingen proberen vinden voor nieuwe problemen. ‘The gap’ proberen dichten, is één ervan.Ook al is het in deze tijden waar consumptie zo opgedrongen wordt niet makkelijk dit aan jongeren te onderwijzen.
Ik schreef eerder over het juiste boek op het juiste moment: net nu herlas ik (zeer interessant om Chinese boeken te herlezen, nu ik hier woon) ‘Dagboek van een Chinees meisje’. Ma Yan en Pierre Haski, twee Fransen publiceerden het dagboek van een islamitisch meisje dat in een onherberzaam gebied leeft: in het autonome gewest Ningxia, in het noordwesten van China.Zes jaar geleden was ze zo arm dat ze haar studies moest stoppen, de jongens in het gezin kregen voorrang..Daar Ma Yan tot een minderheid behoort mag haar familie meerdere kinderen hebben. (Maar of dat verstandig is? De lapjes grond zijn zowiezo te klein en de woestijn neemt het dorp in.)
Het dagboek wordt gepubliceerd in ‘Libération’ in Frankrijk. Een aantal Fransen zijn zo geroerd dat ze geld voor het onderwijs storten dat daarna door Pierre Haski en enkele andere Fransen ginds afgegeven wordt.
Ik praat over dat boek met Wilson, de knappe Chinese leerkracht: die man is echt van alles op de hoogte, zowel over binnen- als buitenland. Ik vraag hem waarom mensen daar honger moeten lijden. Hij legt me uit dat het een erg onherbergzaam gebied is. Daarenboven is de streek verslecht sinds het toegelaten is meer geld te verdienen: mensen plukken overdadig een beschermd kruid dat erosie tegen houdt, maar dat heel duur kan verkocht worden op de zwarte markt. Het aanmoedigen bomen te planten is niet aantrekkelijk: ook al geeft de staat er geld voor: het stukje land brengt nu meer op, een boom neemt plaats in.
Deze streek hoort tot een minderheid, de Hui. China helpt nu arm gebied per arm gebied:het begon in het zuiden van het land en helpt momenteel het noordoosten van het land en zo schuift het op. China is arm en moet het zo aanpakken: probleem per probleem. Wat mij toch schokt in het boek:Pierre Haski ontleedt de situatie en is uiteraard kritisch tegenover de Chinese regering (zie onder andere hoofdstuk: De Staat blijft in gebreke). Daarenboven legt hij kritisch de relatie uit tussen de islamieten en het socialisme.Pierre ontmoet er Hong Yang: een islamiet met veel invloed in de streek en die het ambt van vice-president van het plaatselijke parlement bekleedt.Maar dat die man voor tien miljoen yuan, geld gedeeltelijk afkomstig van de Arabische wereld, een mausoleum laat bouwen voor zijn voorouders in dat arme gebied, gebruikt hij alleen als voorbeeld van hoe tolerant Chinezen geworden zijn. Ook het met marmer beklede huis en al het geld dat hij geeft aan dertig scholen maar ook aan de bouw van honderden moskeeën wordt gemeld vrij van enige kritiek. Dit terwijl hij daar staat met een bedragje van een paar nobele Fransen om een tiental kinderen te kunnen laten studeren…Voor sommige dingen ben ik duidelijk te dom om ze te begrijpen! Ik lijk midden in mijn boek beland als ik donderdagavond naar een geld-inzamel-avond-voor-arme-studenten ga. Ik dacht dat studenten spulletjes per opbod zouden verkopen om wat centen te verzamelen. Maar het blijkt een erg officiële verkoop te zijn: alle leerkrachten, de hele directiestaf is er aanwezig en er wordt veel geld per opbod neergeteld! Er worden zelfs Leuvense kanten zakdoekjes (“600 jaar KUL”) geveild. Mijn buurvrouw laat diplomatisch verstaan hoe spijtig het is dat ik geen art-work van mij aanbood. Ik snap het meteen, ze ziet het in mijn ogen en zegt dat ze het nog kan regelen. Ik ren naar mijn appartement en kom bijna op het eind van de verkoop terug. Zij neemt de touwtjes in handen en vertelt de zaal hoe mijn aquarel hier belandt is. Ik krijg een daverend applaus van de zaal waarvoor ik me doodschaam: waarom had ik dit niet eerder begrepen? Dan had ik deze aquarel mooi laten inlijsten! Maar iedereen had meteen in de ogen van Fan, de directeur van Frank, gezien dat hij dit werkje wou. Men liet het vrij snel gaan want Fan had al erg veel geld geboden aan andere dingen die avond. Achteraf kwamen twee mensen mij uitleggen dat het niet was omdat ze het niet wilden maar omdat ze Fan dat moesten gunnen. Ik blij dat ik ‘iets’ deed en… blij dat het bij Fan hangt: ik mag de man erg graag. (mijn aanbod om het in te lijsten sloeg hij af) Het weekend verloopt kalmpjes: we nemen onze aanloop tot de feestdagen en… onze reis!Maandag, kerstavond, werken we allebei nog. Om zes uur worden we verwacht op het feest van Jim en Ed, in een restaurant, samen met dertig andere mensen. Bij het passeren van de balie in ons appartement werden me twee kerstkaarten afgegeven: één van ‘mijn’ Brigitte en één van onze 85 jarige Maria: gesproken van timing! Dank je wel! (en jawel hoor, Maggy, dat van jou bereikte ons ook al!) We vieren met hele wereld het feest van het Licht: mensen met alle tinten, uit alle werelddelen. Welliswaar met enige vertraging want vandaag kwam de scheiding van Ed voor de rechtbank. En dat dit slecht verliep was duidelijk toen Bo, de jonge Chinese zwangere vriendin van Ed wegstormde toen de eerste gasten binnenkwamen. Ed was een aangeslagen, gesloten boek. Jim, die nauwelijks Chinees praat maar half China én alle buitenlanders als vriend heeft, kwam pas om zeven uur de zaal in met een GIGANTISCHE échte kalkoen, ze had die besteld in één of ander sjiek restaurant: hoe speelt ze het klaar? ‘Teveel problemen met het verkeer’ was een officiële reden voor het telaat komen, maar de problemen op de rechtbank waren de oorzaak, zij was er als getuige. Ze vertelde me dat de Chinese vrouw van Ed weigert te scheiden voor ze alle eigendom, hij runde hier een eigen school met haar, en alle centen van Ed in handen heeft… Maar wij als gasten hadden geen last van de zorgen, ze werden goed weggemoffeld in een net zo’n dikke jas met een gigantische sjerp als het buikje van Bo. Hoe pijnlijk en hoe dom toch…Jim was zoals steeds weer het zotteke van de bende, één en al attentie voor iedereen en op zijn Amerikaans, veel vragen stellen maar nooit naar het antwoord luisteren! Wat een brok energie! Als ik haar vraag of ze nooit moe is zegt ze: ‘altijd’. En natuurlijk gaat ze door het lint voor mijn diadeem! Wat had je gedacht! Het ‘multiculturele’ feest verloopt multicultureel: de kalkoen vliegt daar tussen tientallen Chinese gerechten op tafel. Na de eerste “oh’s” en “ah’s” kijkt niemand er nog naar om. Het spreekt vanzelf dat we moeten uitleggen waarom en wanneer er bij ons kalkoen verschijnt maar al gauw gaan lichtjes branden: dat kennen ze inderdaad uit de film van mister Bean.Mijn mister Bean snijdt de kalkoen. Dàt heeft wel bijval: een Chinese dokter wil haar beroep eer aandoen en neemt het mes graag over. Verder wordt bier en wijn gemixt zoals ik destijds een Geuze met grenadine mengde. De vergelijking gaat in die zin op dat de goedkope Chinese wijn smaakt naar te zoet fruitsap. Het bier doorstaat de vergelijking niét. Men kan met dit bier ad fundum gaan zonder er meteen mee onder tafel te vallen. Frank roept zijn Chinese vriend echter halt toe als hij een echte Australische wijn in één geut achterover wil slaan. De man weet werkelijk niet waarover Frank het heeft als Frank uitlegt dit te degusteren…ervan te g-e-n-i-e-t-e-n…Ook het telefoontje dat ik tussendoor krijg past perfect: hier wordt constant gebeld. Een telefoontje uit Belgie van Brigitte. Is dat niet heerlijk. Al zegt ze dat ik een beetje tipsy klink… misschien heeft ze wel gelijk.Onze Russische buurvrouw steelt een deel ook de show met haar prachtige cake en haar prachtig uiterlijk: ze is zestig jaar maar oogt als een vrouw van 44. Iedereen vraagt zich af hoe wij twee communiceren: maar haar Chinees en Russisch en mijn Chinees en Russisch doen het perfect samen! Ik versta haar SPASIBA BOLTSJOI alsof het West-Vlaams is! En zij voelt zich blijkbaar maar goed in ons gezelschap. Ze doet hier niet anders dan wenen en bellen met haar schoondochter, al zeven jaar! De volgende dag wil ik haar danken met twee Chinese aquarellen van bloemen, voor haar cake, maar ik keer huiswaarts met een fles Russische cognac en twee Chinese sculptuurtjes. Frank amuseert zich zoals ik haar kan imiteren: rond, bol, gesticulerend zegt ze: “wo gei ni, ni shi wo pengyou” ‘ik geef het u, jullie zijn mijn vrienden!”. Kerstdag verloopt gezellig hektisch! Eerlijkheidshalve, had het thuis, rustig onder de kerstboom met de kinderen en mijn ouders verlopen, dan was ik ook blij geweest. Maar we zijn in China, wie had ooit gedacht dat ik hier kerstmis zou vieren? Het is Frank zijn tweede kerstdag hier. Vorig jaar hield ik op kerstmis mijn tentoonstelling in Brugge open ‘om enkele verloren zielen te amuseren’: ik had honderden bezoekers! ’s Morgens geeft Frank nog examen, daarna gaan we op boodschap. Mijn inbreng in het feest vanavond is nét mijn niveau: boodschappen doen -niet te onderschatten, hoor- vier kilogram aardappelen schillen en koken op één fornuis wetende dat je maar één kookpotje hebt en ze stampen en Frank mag rijstpap maken: de dag kan niet stuk. Maar het schillen gebeurt onder minstens vier paar ogen: de hele tijd komen studenten binnen en buiten met een geschenkje voor hun leraar, en ze blijven zo graag wat praten! Ze brengen ons de liefste dingen: van hun lievelingsflesje melk, tot een appel, tot een prachtig setje eetstokjes: het meisje springt letterlijk een gat in de lucht als ze ziet dat ik er erg blij mee ben. Ze weten niet wat ze zien als ik die vier kilogram aardappelen ook nog ga stampen. (waar Jenifer hier ooit die stamper kocht die ze ons naliet is een raadsel want dit is nu echt iets wat Chinezen niet doen). Ik wil perse ook cadeautjes uitdelen,vanavond. Ik doe niet liever. Zo maak ik op de valreep nog snel twintig pakjes. Om zes uur zijn we net klaar voor het feest: terug bij de familie Akerman: in hun appartementje maar nu met twintig mensen! Dit is echt een onvoorstelbaar gegeven, hoor! Afgezien dat ze daar iedereen kunnen laten zitten en eten aan een tafel is het onvoorstelbaar dat ze in haar keuken, groter als de onze maar ook één kookplaat kookt voor al deze mensen: soep en massa’s brauni’s inbegrepen! Er zijn deze avond vooral jonge mensen. De reaktie als ik met mijn diadeem binnenkom is werkelijk een schot in de roos! Bijna een avondvullend programma: iedereen wil met mij op foto, iedereen wil die diadeem op en met iemand op foto. Ik geniet nog meest van Lake: de secretaresse van de school die onverwachts binnenkomt om iets te vragen. Dit is een erg toffe meid die erg gevat kan reageren. Zo eentje waarvan je niet mag denken dat je er binnenkort afscheid moet van nemen. Maar Kathy, een Chinese studente die de hele avond letterlijk aan me hangt kan ook tellen. Een schatje. Ik moet wel erg lachen als zij achterover valt van het verschieten en ook nog van de honger als de schotels van tafel verdwijnen. Ik had haar nochtans proberen tonen hoe wij ons bord vullen: van alles een klein beetje en je later nog één keertje bedienen, als je wil. Ik zag haar zeer raar kijken als ik alles samen op een bord schikte. Ik vertelde ook dat wij ons bord rustig uiteten zonder al té veel praten of zonder constant het eten te onderbreken om te toosten. Wij toosten en praten het meest voor het eten en na het eten. Maar ze had het niet gevat: ze nam steeds maar van iets een klein beetje met lange tussenpozen, met het idee dat alles de hele avond bleef staan. Tussendoor vroeg ze fijntjes of ik dat lekker vond, die geprakte pompoen en aardappelen. Grappig! Maar ze zal meteen begrepen hebben waarom wij eten met vork en mes, denk ik! De Japanse jongen naast me, at al even onbehouwen. Nu ik hem, Sato, het Japanse gezin in het gebouw en mijn Japanse buur leerde kennen zou ik toch graag eens naar Japan gaan. ik ben erg nieuwsgierig geworden om het daar ook eens te zien: geen vergelijk met China, dat is een feit. De bijzonder warme avond wordt afgerond met een fles Franse cognac! Niet mis! Het fijne van ons uurverschil is dat ik hier midden in de nacht nog Belgie kan opbellen. Ik vind het reuze om na al deze ervaringen de vertrouwde stem van mijn moeder, vader en Sylvie te horen: zij begonnen aan hun feest. En ik ben blij dat mijn neefje en zijn vrouw, Sylvie dus, bij mijn ouders zijn. Het neemt mijn schuldgevoel een beetje weg, vooral nu ik weet dat mijn moeder het moeilijk heeft: haar broer is stervend. Natuurlijk werkt dit op haar al doet ze altijd wel stoer hoor, met haar meter vijftig! Ik blijf hen dankbaar dat zij niets doen om ons schuldig te laten voelen. Knap van hen. Ze gunnen ons dit ontzettend. Woensdag hoop ik het gewicht in evenwicht te houden met een zwempartij: ik weet dat mijn leraar terug is, na zijn appendix operatie. Joy wil voor me vertalen. En het wonder gebeurt: zijn uitleg en het voorbeeld van Joy die ongelooflijk mooi zwemt doet me HET begrijpen! Ik vat het! Eindelijk snap ik helemaal dat ik armen of benen moet bewegen, niet armen én benen, en wanneer ik onder water en wanneer ik boven water moet komen! Aan de beweging van armen en benen is nog wat werk maar ik voel me dolgelukkig! Zo gelukkig dat ik 46 lengtes zwem, 1.380 meter! Dat ik foute gewoontes nog kon afleren op mijn ouwe dag: mijn ‘laoshi’ (leraar) is een wonderboy! Ook woensdagavond is het hier de zoete inval. Nu van volwassenen. Net op de zwaarste avond van Frank zijn carriére als leraar: en dit in een appartementje waar de pc die hij nodig heeft in de living staat. Hij moet al zijn punten morgenochtend afgeven. Voor de Chinezen gaat het werk hier normaal door, kerst is geen speciale vrije dag voor hen. Gewoon ‘een blijde dag’ zo noemen ze het. En ook excuseert Frank zich met nadruk aan zijn collega Amerikaanse en Japanse leerkrachten, dat hij druk bezig is: men zit hier goed en blijft zitten tot middernacht: tot het moment dat Frank het uitvloekt dat hij mag herbeginnen: maakte een gigantische fout bij het (niet)saven van zijn bestanden. Maar we hebben allen terug ons babbeltje en ons Cognacje gehad, een mooi moment dus om afscheid te nemen. Ik schenk er hém nog vlug eentje in: hij moet nog minstens een uur verdergaan. De volgende dagen verlopen in functie van onze nakende reis waar ik nu eindelijk mag over vertellen, er eerder over beginnen had weinig zin. Maar we vertrekken morgen naar Nieuw Zeeland! Een maand Nieuw Zeeland, daarna twee weken Australië. Ik kan het niet geloven! En, het meest ongelooflijke komt nu: we vliegen gratis! Velen zeggen jaloers op me te zijn maar ik ben jaloers op mezelf! Deze zomer zei ik Frank dat ik ervan droomde naar Nieuw Zeeland te gaan. Hij vond dat we dat dan maar een keertje moesten uitpluizen. Al had hij wel snel door dat ik er wellicht vanuit ging dat Nieuw Zeeland hier ongeveer in onze tuin ligt en niet besefte dat het van hieruit nog dertien uren vliegen is. Hij had gelijk. Maar toch, dertien uur is nog de 23 uur niet dat het vliegen is vanuit België. Zo dachten we ook dat het goedkoper zou zijn vanuit China als vanuit Brussel en daarenboven hoopte hij te kunnen rekenen op de gratis punten die hij nog tegoed had van in de tijd dat hij voor de firma vaak vloog. Eenmaal in Belgie, bleek alles een misrekening te zijn. De prijs vanuit Shanghai of Brussel is dezelfde. Hij had nét geen punten genoeg voor twee gratis tickets, een ticket kopen dat past bij het gratis ticket zou ons meer kosten dan twee nieuwe: het idee vloog in de diepvries en in september vertrok ie zonder verdere plannen terug naar China, terwijl ik nog een paar weken in Belgie bleef. Op een dag mailde hij me:”ik nam een beslissing zonder overleg met jou: ik ontving een mail vanuit Sint Niklaas: ze kunnen ons twee gratis tickets bezorgen. Ik boekte meteen voor ze zich bedenken!” Ik ging prompt een grote bos bloemen kopen en snelde me naar het reisbureau. Daar ze me alleen kennen via mail, vroegen ze zich af wie de vrouw met de bloemen was. Ik kon dolgelukkig zeggen: ‘ik ben degenen die nieuwjaar gaat vieren in NieuwZeeland!’ Wat ik vermoedde gebeurde: daar wij nu goede clienten bij hen zijn, hebben zij hun schouders onder deze zaak gezet. Gesproken van service!Opgewonden en na een slapeloze nacht belde ik mijn ma: ‘weet je waar ik nieuwjaar vier?’ het hoopvolle, pijnlijke antwoord achtervogt me nog steeds:’in België, kom je naar België?’ ai, ai, maar zoals steeds reageerde ze supersportief. Zo komt het dat we dat morgenochtend om zeven uur vertrekken voor anderhalve maand. (Men heeft niet vrij op kerstdag maar ‘springfestival’ duurt des te langer: twee maanden verlof.) Al hebben we vanavond nog eerst een diner, aangeboden door de school. Jeetje… Ik HOOP dat we kunnen vertrekken, want terwijl ik schrijf is het net nu grote vlokken beginnen sneeuwen. Frank probeerde net een taxi te reserveren maar geen maatschappij wil zich met dit weer engageren…om nog maar te zwijgen over problemen op de luchthaven van Shenyang.Totnogtoe viel de kou en het weer hier echt mee. Steeds rond de min vier, en tot de min elf: draaglijk. Maar de komende weken zou het tot min twintig gaan, dan zitten wij in rond de achttien graden. Later in Australië, mogen we veertig graden verwachten: zal dat een klap geven als we van ginder hier in min tien zullen landen! We vertrekken met elk een rugzak, vrij onvoorbereid. We weten niet eens echt goed hoe we de reis aan pakken. Trekken? Auto huren en uitstappen? We hadden het te druk om het uit te pluizen. In elk geval: we hebben veel tijd, we zijn heel weinig gepakt, hebben een slaapzakje en een slaapmatje mee… de trekkingschoenen staan klaar: alles is mogelijk. En af en toe, als we de kans hebben zullen we bloggen , voor zij die geinteresseerd zijn in een totaal ander verhaal! Nu verlaten we China, je gelooft het niet, met spijt maar én uitkijkend naar dat andere! Mijn verjaardag op dertig januari hoop ik erg origineel te vieren: hangend in de lucht tussen NieuwZeeland en Australië. En op 16 februari zijn we terug in China…Op oud/nieuw drinken we letterlijk aan de andere kant van de wereld, op jullie aller gezondheid een glas! (en ik heb vrienden voor wie ‘op jullie gezondheid’ zeer veel betekent: Ik denk aan jullie!)
Een bijdrage van Lieve | Comments (3)3 Responses to “NET VOOR WE CHINA VERLATEN…”
Leave a Reply

hé lieveke en frank,
goede reis gewenst hé,toi toi toi , we duimen voor jullie,
voet tegen voet weldra.
Prachtig verhaal. Ik benijd jullie. Hoop jullie ooit eens te mogen ontmoeten. Mogelijk in China.
Hallo Frank en Lievetje,
Nieuw Zeeland en Australië, de droom van elke vlaming: een zeer goede reis gewenst en n’zalig 2008.
Maggie en Johan