Over Duvel, Chimay, Japans ‘Rood Geluk’ en…de mannen
Dinsdag 25 maart
We vragen Wilson, de Chinese leraar, om samen te dineren. Er is zoveel waar ik nog met hem wil over praten! En… ik wil hem eens Belgisch bier laten proeven! Hij twijfelt over het bijzondere van ons bier: kàn het zo anders zijn als het Chinese? Als ik zeg dat hun sterkste bier, het Qingdao bier fluitjeswater is in vergelijking met het onze zie ik hem denken: ‘ze overdrijft!’ maar één slokje Duvel en het is gebeurd! Kriek vindt hij maar niets. Hij vertelde ons dat een Amerikaanse leraar een tijd geleden verweet aan de Chinese studenten dat ze eten als varkens. Dit heeft mateloos gechokeerd, uiteraard. Hij heeft het proberen recht trekken door te zeggen dat hij dat zei om hen te helpen voor het geval ze naar een westers land komen, dat ze beter hun eetgewoonten aanpassen. Ik voelde me werkelijk beschaamd in zijn plaats. Wanneer gaan wij, Westerlingen eens ophouden met onze normen als enige juiste op te dringen? Had hij hoogstens gezegd dat wij hun eetgewoonten vreemd vinden, of soms grappig of zo anders… Wilson zei dat deze uitspraak rondliep als een vuur. Dit verklaart misschien wel waarom op een gegeven moment het inderdaad leek alsof de Chinese collega’s niet zo graag de tafel meer deelden met ons! We voelden een zekere gereserveerdheid en vroegen ons al af of wij soms teveel praten. Want dat doen we wel: we zijn steeds de laatsten om af te ruimen, de poetsvrouwen wachten ons elke dag boos kijkend aan. (Chinezen eten heel erg rap en verdwijnen vliegensvlug om…hun middagdutje te kunnen doen. Iedereen doet dit hier. Niet onverstandig!)De BBC staat op als Wilson in ons appartement binnenkomt. Er loopt net een tendentieus programma over China, zo eentje waar alleen problemen gebracht en becommentarieerd worden:boeren worden onteigend en vinden dat ze te weinig geld krijgen, ze dreigen ermee gewelddadig verzet te plegen; dit wordt voorgesteld, niet als de uitzondering, maar de algemene regel; dat de nieuwe gebouwen juist moeten dienen om de streek een beter leven te bezorgen, komt evenmin uit de verf. We kijken ernaar en hij lacht er hoofdschuddend om. Ook onze zorg omdat de bijbel hier teveel zou gebruikt worden lacht hij weg, hij zegt dat de Chinezen dat vermakelijk vinden, vooral omdat Jezus zegt er te zijn voor alle mensen maar dat er geen Chinees aan te pas komt. Dat vind ik wel een leuke! Zijn vriendin heeft het juist afgemaakt en is naar Amerika vertrokken om te studeren (ze heeft daar familie) . Het is haar bedoeling niet meer terug te keren. Hijzelf denkt eraan in Amerika heel hard te gaan werken voor enkele jaren want met het geld dat je daar verdient heb je hier achteraf een mooi leven. Binnen komen in Amerika is geen probleem, zegt hij, je zegt gewoon dat je lid bent van de Falungong of van een dissidentengroep. Als wij hem zeggen dat hij daar wel een veel hardere en minder gewaardeerde job zal hebben als hier, kan hem dat niet schelen. Hij gelooft ons niet echt als wij zeggen dat het leven voor de laagste klasse mensen in het Westen ook hard is. Hij meent alles te weten van het Westen. ‘vroeger’ zo legt hij uit ‘maakte men ons wijs dat er zelfs honger was in het Westen maar de beelden die ik zie op internet zijn voor mij beelden van landen met melk en honing!’ Een beetje tevergeefs legt Frank uit dat maar 20 % van de bevolking in de niet-socialistische wereld in die welgestelde landen leeft. En zelfs daar is het niet allemaal goud, maar dat zie je zelden op internet. Waar vind je beelden van de Bronx in Newyork en ons Molenbeek en Anderlecht? Toch zegt Wilson: ‘de meeste jongeren zouden hier wellicht kiezen voor kapitalisme ook al willen onze ouders terug naar de tijd van Mao’ (het gemak waarop dit laatste gezegd wordt treft mij nog steeds). Maar dat hij in Amerika graag even die grote som wil gaan verdienen, daar is hij zeker van; en dat kan ik nog begrijpen, het is realistischer daar even te willen werken om terug te komen dan zoals zijn vriendin te denken dat zich daar vestigen als immigrant een prachtig leven zou garanderen. Hij houdt ervan om zo te praten, wij idem dito en we nemen afscheid op zijn Vlaams: we spoelen alles door met een laatste Chimay… we zullen allen goed slapen! Donderdag 27 maart Onze buur klopt op de deur, het is al 22uur. Omdat het blijkbaar niet anders kan groeten we hem met: ‘good evening MISTER Tsuchyia’ (als hij het over zijn en onze vriendin heeft gaat het over MISS Sato…). Hij brengt ons een typische ‘sweet’ van Japan die een vriendin net meebracht: Japans ‘rood geluk’ Het is een erg zoet meel- en waterachtig goedje, wit en rood. Er zullen beslist ook rode bonen inzitten. Wij willen zijn vriendin danken. Hij haalt haar erbij. Een prachtige vrouw van rond de dertig in jeans en witte trui. Ze staat minstens vijf keer te buigen in de deuropening. Ik begin ook al tot ik besef wat ik aan het doen ben, ik schakel vlug over op ‘mezelf’, stap naar haar toe en schud haar de hand. Frank zie ik nog buigen in mijn ooghoeken. Met die kleine schuifelende stapjes komt ze binnen! België weet ze niet liggen, dan maar de kaart boven halen. Haar ogen beginnen te blinken: haar zus woont in Parijs. Ze bezocht haar reeds drie keer: de Eiffeltoren, het Louvre, een grote rivier –ja, de Seine,… ze kent enkele woorden Français. De demonstratie met gesticuleren erop en eraan volgt: bonjour, ça vas, c’est bon, excusez-moi: hierbij baant ze zich schuifelend doorheen een onzichtbare mensenmassa… Het schuifelen versnelt als we haar een Vodka aanbieden: weg is ze! Jammer toch dat ik geen tijd heb om naar Japan te gaan! Temeer omdat Sato me nog eens schreef dat ze me uitnodigt en met me wil rondtrekken. Ik moét er iets op vinden… Vanmiddag aten we trouwens met onze Japanse bovenbuur, een nog gekker madameke. Ik ken ze al sinds september maar waag me niet aan haar naam. Zij is altijd breedlachend en knikkend, altijd lief, altijd buitengewoon gehaast, mét kleine stapjes… bij alles wat je zegt antwoordt ze enthousiast ‘OOO!!!’ ze is getrouwd met een oudere man, heeft twee tieners. Man en tieners leven in Japan, zij geeft hier les sinds september. Ze wil enkele jaren blijven. Af en toe komen man en één van de kinderen, soms eens allen samen voor enkele weken logeren en dan volgen ze Chinese les. Zijzelf spreekt geen Chinees en tien woorden Engels maar kent net als ik de taal van de intuitie en het gesticuleren dus we begrijpen mekaar!Grappige mensen om mee om te gaan. Niettegenstaande de vele anti-Japanse films die je hier op televisie ziet volgen vrij veel leerlingen Japans. Mister Tsuchiya vertelde dat hij zo goed onthaald werd door collega’s en door de leerlingen. Dat ze feestjes opzetten voor hem. Als we luidop bedenken dat dit niet binnen de Engelse groep gebeurt zegt hij dat dit wellicht komt omdat die groep veel groter is maar misschien ook omdat velen in Japan studeerden en die cultuur misschien minder afschrikt als de onze omdat ze die wat beter kennen. Misschien. En zo interessant, het verandert mijn kijk op de wereld enorm. Vrijdag 28 maart We delen de tafel met drie chinese vrouwen, o.a. de huidige lerares Chinees van Frank die ik niet kende en twee mannen, Frank en Wilson. Voor mij is het moment aangebroken om onze humor te lanceren. Daar ga ik:‘Een familie wacht in de ziekenhuiskamer op bericht van een dokter over hun nonkel die een ernstig hersenletsel opliep. Het ziet er niet goed uit. De familie is bedrukt en treurig. De dokter komt binnen en zegt dat er enige hoop is indien ze mogen hersenen inplanten van iemand anders maar dat dit een dure kwestie is: ze moeten de hersenen zelf betalen. Een man vraagt hoeveel die dan kosten. De dokter antwoordt: ‘die van een man 20.000 yuan, die van een vrouw 500 yuan’. (een niet te verwaarlozen detail en eigenlijk dé grootste grap zo zal je begrijpen: Frank onderbreekt me en zegt dat het omgekeerd is!) Niettegenstaande het verdriet in de familie zie je de mannen hun lach onderdrukken, de vrouwen rood aanlopen. Na een tijdje waagt een man zich: ‘hoe komt het dokter dat de hersenen van een man duurder zijn?’ de vrouwen schieten hem af met hun blik. De dokter antwoordt: ‘omdat die van een man ongebruikt zijn en dus zo goed als nieuw’’. Vanaf nu ben ik miss populair hoor, bij de vrouwen! Ze vinden het super! Enfin, we hebben hartelijk gelachen en Frank maant me aan tot zwijgen als ik hem wijs op hetgeen ik grappigst vond!
ONDER ANDERE OVER TIBET
We zijn net (14 maart en intussen een week geleden.) ‘over de brug noedels’ gaan eten met Wangfan. Overheerlijke eiernoedels. Ja, dat heb je als je geregeld thuis eens Westers eet kun je het plaatselijke dan toch ook weer waarderen. Een beetje afwisselen is niet dom. “Er was ooit een man die ver van huis, aan de overkant van de brug logeerde om te studeren omdat hij wou deelnemen aan het belangrijkste examen, uitgeschreven door de keizer. Zijn vrouw vond dat hij niet goed at en wou hem eten brengen maar ze had het zelf zo druk. Koken én het eten naar de overkant van de brug brengen, daar had ze geen tijd voor. Zo kwam ze tot de geniale uitvinding van de noedels: ze deed ze in een pot, overgoot die met kokend water, liep ermee over de brug en tegen dat ze aankwam waren ze gaar en nog niet koud.” Wangfan is zo’n lief meisje! Ze is net haar oma kwijt en vader, 47 jaar, heeft pas diabetes. En dit in een vrij suikerloos land. (geldt niet meer voor de aankomende generatie:winkels puilen nu uit van softdrinks en koekjes). Zo zie je… er speelt veel mee: stress, vetten…Ze vertelde dat ze vijftien dagen met de hele familie nieuwjaar vierden (hier nog ‘actueel’: pas een maand geleden) : 50 familieleden want haar oma had elf kinderen. Vreemd toch als je bedenkt dat de volgende generatie niet eens een tante en een nonkel zal hebben! Kun je je dat voorstellen? Wat een dappere maatregel toch! De gevolgen zullen toch wel enorm zijn: kinderen die door zes volwassenen gekoesterd worden als een parel. Ik weet niet hoeveel plezier we zullen beleven aan die generatie… Ik genoot vandaag nog na van onze fietstocht gisteren. Die drie mannen en die vrouw die zaten te muciseren op erhu’s en tegen ons zeiden: ‘kom, zet u maar een beetje bij ons’ en dan gewoon doorgingen met spelen. Zalig. (al heb ik nooit door of ze experimenteren of echt spelen.) En dit in een park in een echt typisch Chinees paviljoentje waar we toevallig opkwamen. We leken wel in een film verzeild! Een andere vrouw gaf me wat popcorn. De muziekanten gaven haar een sneer: ‘zij krijgt iets omdat ze buitenlander is en wij niets?’ Of toen ik wat kocht op de antiekmarkt. Ik bood wat af. De man verzuchtte: ‘goed, al verdien ik er een beetje weinig aan’. Daar moest ik, en alle omstaanders, intussen waren dit er al véél, hard om lachen. Hij hield mijn briefje van 100 kwai tegen het licht om het op echtheid te controleren. Algemeen gegier toen ik de vier briefjes van 10 kwai die hij me teruggaf ook tegen het licht hield!Het zijn momenten die ik echt koester en waar ik mijn valies beslist mee zal vullen als ik terugkom! Wat die vele omstaanders betreft: dit is al veel veranderd bij vroeger: dit scenario gebeurt eigenlijk nog zelden. Vanmiddag hoorde we een collega vertellen dat het haar 300 euro kost om te leren autorijden. Geen verdere kosten voor het rijbewijs, indien ze slaagt. Maar ze kan nauwelijks oefenen tijdens de les want voor elk manoevre moet ze lang aanschuiven. Tot mijn opluchting is ze nog niet onmiddellijk van plan een auto te kopen. We hebben het nog even over het rijgedrag van de Shenyangers. Beteuterd zegt ze: ‘onder leider Mao was dat zo niet’ waarop Frank lakoniek zegt ‘ja, dan waren er ook nog nauwelijks auto’s’ maar ze wijst hem terecht: ‘ik bedoel dat dit te maken heeft met een mentaliteit. Ik schaam me ervoor’. Bij ons zitten ook twee Fillipino’s en we zijn het eens over één voordeel hier: men rijdt gelukkig niet hard, in vergelijking met hun land bijvoorbeeld waar ze de chaos nog veel groter vinden. Dit klopt: men rijdt vrij traag én erg alert. Gelukkig. Waar las Frank nog onlangs dat vele ontwikkelingslanden jaloers zijn op China om ‘maar’ hun problemen te hebben?
Heb deze week in de gang vol studenten en leerkrachten een fles water over het hoofd van een Franse collega gekieperd! Ik probeerde de jongen een compliment te geven dat hij Engels sprak, niet veel Franstaligen doen dat. Hij beweerde van wel, maar natuurlijk niet die van mijn generatie… Ik vroeg hem of hij me probeerde te vertellen dat ik oud was; zei hij zo flegmatiek als kan: ‘mais naturellement!’ Een uitspraak die hem nog lang zal heugen want hij had pech: ik had mijn wapens in de hand: een volle kan water, in één beweging over zijn hoofd geledigd. De Chinezen wisten niet wat ze zagen en nog minder toen hij prompt begon te wenen, deed althans overtuigend goed alsof. Frank was al bang dat hij een vriend minder had, toen ik het hem vertelde!
En ik wou dat ik een vriend minder had! Niet deze guitige Fransman hoor, bijlange niet maar wel onze Canadees. De maat is overgelopen toen hij me vrijdagmiddag gegroette met: “Two more houres to kill and I can go home” Leef zo! Dit nadat we ’s middags samen aten en hij de hele tijd afgaf op China. Vandaag was het ook weer van dat. Hij praatte op zo’n manier over het eten dat al mijn smaakpapillen bevroren. Ik zei hem dat het eten niet zijn probleem was maar dat ik hem aanraadde eens voor een paar maanden terug naar Canada te gaan. Hij schrok maar gaf me gelijk. Hij zei dat hij elk land waar hij langer dan zes jaar verblijft niet meer kan uitstaan. En dat hij nu werkelijk China haat. Ik heb hem fijntjes gevraagd of hij zich toch herinnert dat hij met een Chinese getrouwd is… ik kan me niet voorstellen dat deze dame veel repect voelt thuis. De namiddag met een andere Belgische kennis als vorige week, ook met een Chinese echtgenote en net terug van zes maanden verblijf in België, doorgebracht: erg verfrissend en welkom. Hij vertelde reuzeblij te zijn terug naar China te kunnen komen! Hij miste zelfs de chaos! En eigenlijk kunnen we ons dat voorstellen. En hij miste het eten. Wat leuk! Ook wij zijn intussen over onze ‘eetlustdip’ heen en genieten weer volop van de Chinese tafel. Ook zijn bewondering voor de aanpak van de sneeuwcatastrofe in het Zuiden, deze winter kon hij niet onder stoelen of banken steken. Het doet deugd terug het positieve te horen! En natuurlijk kwam ook nu het gespreksonderwerp van de week aan bod: Tibet.Hij, even ter informatie: een man die boedhisme als geloof heeft, is net als wij, onder de indruk van wat we allemaal in de Westerse pers lezen. Dit is zo onwaarschijnlijk dat het moeilijk is erop te reageren. Wat ben ik ongelooflijk blij dat ik Tibet bezocht en de dingen zelf zag! Anders zou ik niet weten wie of wat ik zou moeten geloven: de westerse informatie is zo unisono eenzijdig dat ik ook al de neiging zou hebben iedere afwijkende klok ongeloofwaardig te vinden. Maar ik reisde er met mijn ogen open. En alleen dat was genoeg, dat kan ik je verzekeren, om te begrijpen hoe het in elkaar zit. Ik wil graag op een rij zetten wat ik er zàg. Ik wil graag proberen de essentie te vatten. Het allerverhelderendste en het essentiële om de problemen te begrijpen, was het inzien mét wié wij en dus ook journalisten kunnen praten, met andere woorden: wie bij machte is Engels te spreken én wie Chinees kan. Hun opinie bepaalt ons beeld maar de vraag is dan: wie zijn zij? Zijn zij de stem van de mensen? En van wie? Met wie kan je praten in het Engels? Alleen Tibetanen die op jeugdige leeftijd illegaal de grens over gesmokkeld worden om in Indië boedhisme te gaan studeren in de scholen van de Daila Lama, spreken goed Engels. (Meestal is dat de oudste van een gezin. Zoals bij ons vroeger elk gezin een priester moest voortbrengen, zo is dit nu nog traditie in Tibet: in een klooster in Tibet zelf treden of naar de scholen van de Daila Lama in Indië gaan) Die teruggekeerde Tibetanen komen dan systematisch in de toeristische sector terecht. Wie praat Chinees? Alle Tibetanen die enkele jaren konden studeren. Integenstelling met wat men in het Westen denkt of suggereert als men het over een gebrek aan respect voor de cultuur heeft, is het lager onderwijs wel degelijk in het Tibetaans. Chinees leert men pas als tweede taal en zover komen de meeste Tibetanen niet: onder het regime van de Daila Lama was er behalve voor de monniken geen onderwijs en dit zit nog in de mentaliteit van de Tibetanen. Pas na ’59 met Mao begon men hier onderwijs op te zetten. Maar ook voor Mao lag Tibet ver en was dit een moeilijke klus. Maar we kunnen wel zeggen dat nu meer dan 90% van de jongeren een lagere schoolopeleiding krijgt en zowat 70% van de Tibetanen kan lezen en schrijven. Hoeveel verder studeren tot ze het Chinees onder de knie krijgen is niet duidelijk maar het zijn vooral stedelingen die in de commercie willen terechtkomen en zich bedreigd voelen door de commerciëler ingestelde Han of Hui Chinezen. De anderen zijn de nomaden en het gewone volk Het gewone volk moet alleen gewoon gelovig zijn. De heilige schriften lezen mogen ze niet, ze verstaan dat toch niet; ze moeten alleen bidden, hun lot aanvaarden en offeren aan de goden en vooral aan de kloosters. De nomaden, daar heb ik het nog over. Maar de stem van deze mensen horen we niet. Uit de mond van die Engelssprekende Tibetanen hoorden we de klank van hun opvoeding bij de dalai lama: racistische haat betreffende alles wat de Chinezen aanging. Zowel de haat als hun geloof trof ons door hun extremisme. Onze gids bijvoorbeeld kan gerust de eerste geweest zijn die een Han of een moslim Chinees vermoord heeft: hij was er helemaal klaar voor. De chauffeur, die geen Engels kon, dus niet in Indie studeerde, had het ook niet voor de Chinezen, maar had die gevaarlijke haat niet in zijn lichaam; hij had tien jaar in het Chinese leger gewerkt en met zijn spaargeld een jeep voor de toeristen gekocht. Hij was vooral gefrustreerd omdat hij door zijn taalbeperkingen de Chinezen nodig heeft om te kunnen werken, en daardoor een stuk van het toeristische manna verliest .
Dit is een essentieel gegeven gezien elke toerist, elke journalist vooral met deze mensen kan praten.
Wat nu in Tibet gebeurt is het werk van extreme fundamentalisten.
Chinezen trekken naar overal in de wereld waar ze commerciële mogelijkheden zien. Tibet lonkt uiteraard: gezien zijn tekort aan commercie (Tibetanen moeten teveel bidden, echt waar) en gezien het nu eindelijk gemakkelijk bereikbaar is (de gloednieuwe trein is de eerste gemakkelijke en goedkope toegangsweg, een niet te onderschatten gegeven).
Mààr gezien China zo immens groot is en het massatoerisme in Tibet nog vrij recent is verloopt veel met tussenpersonen. En dat dit vaak mank loopt hoeft geen tekeningetje. Zo betaalden wij in onze hele reis op voorhand aan een bureel in Peking die ons geld zou naar Lhasa zenden; daar bleek de reis door een Chinees reisbureau uitbesteed aan twee Tibetaanse zelfstandigen. De betaling tussen de twee Chinese partijen liep fout. Raad eens op wie de Chinees in Lhasa die zich hier de dupe van voelde, zich afreageerde? Op ons -dom van haar-, én op die Tibetanen die constant voor ons werkten maar hun geld niet kregen voor zij het zelf zouden krijgen van de andere Chinezen. En zoiets wordt door mensen die al racistisch zijn, natuurlijk niet gezien in een context van grootschaligheid van een land, technische mankementen, onervarendheid of wat dan ook! Alle begrip maar niet bevorderlijk voor de goede verstandhouding. Dit zijn ‘futiliteiten’ die je overkomen op een reis waar je alleen over praat in clichés of die je net héél diep doen nadenken over oorzaken, context en gevolgen. Is het gezond te verklaren dat het zelfs de schuld van de Chinezen was dat Lhasa ratten had en aids? Aldus onze gids en chauffeur? Dat de Chinezen hun cultuur afnemen? Elk land dat ik ooit bezocht veranderde immens na de intrede van… de televisie én… de toeristen; laat staan Tibet waar een generatie geleden nog een meerderheid nomaden was. Daar heb je geen Chinees voor nodig! Daarenboven was het duidelijk dat de Chinezen veel doen om de vervolging van de godsdienst gedurende de Culturele Revolutie, door Tibetaanse Rode Gardes notabene, recht te trekken en te tonen dat ze de cultuur nu respecteren: tot en met het herbouwen van met bladgoud belegde kloosters en tempels, geld dat toch wel beter aan de bestrijding van armoede kon besteed worden. Maar dit doen de Chinezen toch maar. China steekt énorm veel geld in het land. In hun kloosters, ook al staan er nog heel veel, in wegen, in telecommunicatie en electriciteitsnetten, in het onderwijs en de gezondheidszorg die de dalai lama overbodig vond… Feit is dat China alles doet om de eenheid van het land te bewaren en absoluut ook niet anders kan! Als ze Tibet laten vallen dan vind men ook wel argumenten om de andere 53 minderheden af te splitsen.. (als Vlaanderen splitst wil ik West-Vlaanderen wel niet meer bij Antwerpen, hoor! Ai, probleempje: de meeste van mijn vrienden zijn Antwerpenaars! Hoe is dàt mogelijk?) Die eenheid bewaren doen ze zowel in Tibet als bij andere probleemstreken mét een charmeoffensief: wat in het westen ook gesuggereerd wordt: China gedraagt zich niet als ‘in de middeleeuwen’ (om maar de eerste uitdrukking te gebruiken die in me opkomt) en weet ook dat een andere houding niets oplevert. Trouwens dit strookt met alles wat we zien: er wordt hier erg veel rekening gehouden met elk probleem apart, zowel op kleinschalig gebied (een boerderijtje dat blijft staan tussen appartementen) als op grootschalig gebied, zoalang de belangen van het socialistische land niet in gedrang komen. Dit is natuurlijk essentieel. Dat de dalai lama het daar vooral moeilijk mee heeft zegt hij zelf. Over vele onderwerpen spreekt hij dubbele taal maar hierover is hij duidelijk. Hij sympatiseerde steeds met Amerika, al zestig jaar. Hij vond het jammer dat ze de oorlog in Vietnam verloren en weigerde kritiek te leveren op de inval in IrakHij wil niet scheiden van China, zegt hij letterlijk. Maar hij is een communistenhater in hart en nieren. Hij wil het socialisme in China weg .Of dat voor China goed zou zijn en of de meerderheid van de Chinezen dat willen , daar heeft hij het niet over. Uiteraard niet: hij beheerde zijn land onder de principes van het feodaal systeem, met lijfeigenen die werkten in functie van het klooster en blijft nog altijd herhalen dat het oude Tibet zo een gelukzalige maatschappij was.
Hij zegt duidelijk dat indien de kapitalistische regering van Taiwan baas zou worden in Peking hij geen probleem heeft met China. Ikzelf mag dan géén politiek beestje zijn, me niet willen aansluiten bij de één of de ander partij: ik denk wel hard na over de wereld en je kent mijn mening over kapitalisme voor een land met meer dan één miljard Chinezen. En ik mag niet bedenken wat er met dit land zou gebeuren indien het zijn sociaal denken zou laten vallen. Maar goed, daar ligt die man niet van wakker.
Onvergetelijk was ook de extreme armoede en vuilheid van de mensen. Ook al wilden wij de Tibetaanse keuken leren kennen, onze fanatieke gids bracht ons alleen naar Chinese restaurants. Een niet te verwaarlozen detail. Het dagelijks rondjes lopen met de bidmolen voor uren, het biddend kruipen over de grond: je vraagt je inderdaad af of ze toch niet beter wat minder zouden bidden en wat meer zouden aanpakken. Uiteraard had ik willen praten met de nomaden en het gewone volk. De meesten kregen van de regering, China dus, een bijna gratis huis. Of zij ontevreden zijn? Het is een vraag. Wil deze generatie anno 2008 nog puur nomadisch leven? (de jonge nomaden rijden rond in op hun motor met een walkman op de oren, én kijken televisie in de tent!) Als we hierover praten met onze studenten of met de vrouw van onze vriend die perfect Nederlands praat (ze studeerde in België, is een verstandige dame) zijn ze geschokt van de haat die sommige Tibetanen koesteren tegenover de andere Chinezen. Dit wisten ze écht niet. De vrouw vraagt zich luidop af ‘waarom? China doet zoveel voor Tibet, pompt er zoveel ontwikkelingshulp in, soms tot ongenoegen van arme mensen in andere provincies die zich achtergesteld voelen. Nog onbegrijpender kijkt ze als ik antwoord: ‘ze zijn bang hun cultuur te verliezen door de Chinezen, zeggen ze’. Ze antwoordt: ‘maar hun cultuur wordt hier net zo bewonderd. Overal zie je Tibetaanse kledij en bidspullen in de winkel. Ook ik vind dat zo prachtig en voel me er zoals vele Chinezen tot aangetrokken. Vernietigen? Waarom zouden we dat doen? Er zijn zoveel diverse minderheden en zoveel verschillende volkeren in China! Die worden allemaal aanvaard. En voor elk wordt naar oplossingen voor hun problemen gezocht. Ook voor Tibet. China doet er zoveel voor!’ (ook dit was de reaktie van de Chinese leraar waar we meest mee praten en die ons telkens verrast met zijn wereldkennis. Haalt hij die niet van internet, dan haalt hij ze van het praten met buitenlanders. Beiden doet hij even intens) Betreft de alom tegenwoordige controle rond Tibet, wat weet ik daar echt van? Ik weet dat wij veel poeha gemaakt hebben rond het tonen van onze dia’s over Tibet: zoveel mogelijk affiches gehangen, zoveel mogelijk mensen uitgenodigd…ons afvragend wie de spion zou zijn. Resultaat: hetzelfde als bij elke andere activiteit: nauwelijks Chinezen, meestal buitenlanders. Wie er was van Chinezen waren de enkele studenten waar we een goed contact mee hadden en die leraar waar ik het eerder over had. Ja, zelfs ik was verwonderd.
De vraag viel vanmiddag waarom China inderdaad niet massaal de journalisten binnenlaat in Tibet zoals de Duitse minister van buitenlandse zaken deze week vroeg. (heeft hij dat ook al gevraagd in verband met Guantanamo?) De vraag is: welk belang zou China daarbij hebben? Vorige week stuurde een Chinese privé-persoon een videoclipje naar CNN: Tibetanen die stenen gooiden naar een politie vrachtwagen, daarna van de betogers die vluchten voor de vrachtwagen; wat is getoond op CNN? Het deel waar de politie achter de Tibetanen aanreed… ( de man die het filmpje maakte diende wel klacht in).
Als ik rond me kijk in de wereld dan zie ik dat het principe van verdeel en heers een oorlogsstrategie is, zonder meer. China kan het zich niet permitteren Tibet te laten vallen. Waar zou dit eindigen? Als alle minoriteiten apart gaan blijft 90% van de bevolking over op minder dan de helft van het oppervlak, met zo goed als geen bodemrijkdommen. Uiteraard is dat een uitgelezen gelegenheid voor het Westen om het nu, met de Olympische spelen nog eens echt te proberen, ook al heeft niemand ooit Tibet als een onafhankelijk land erkend. Enfin, ontgoocheling alom bij de Chinese vrienden: ze waren zo graag eens op bezoek gegaan naar Tibet maar nu hoeft het even niet.En dat zij niet alle informatie krijgen? Daar hebben ze ook een realistische kijk op: dit zou mensen te onrustig maken, daar heeft dit land met zijn vele inwoners geen baat bij. Wat we hier zien is dat de Chinezen inderdaad afwachten hoe relevant iets is voor ze het tonen. De onlusten in het westen van China werden hier getoond maar met enkele dagen vertraging, toen het blijkbaar voorbij was. De vraag is gewoonweg hoe komt het toch dat het westen een deel van een land steunt dat pleit voor ‘kerk en staat één’ , waar onderwijs en medische verzorging voor de leiders nooit belangrijk waren, waar de religie fanatiek is, waar het welzijn van de algemene bevolking niet telt, een streek dat de laatste 800 jaar altijd formeel bij China behoord heeft, waarvan de oude bestuursvorm feodalisme is waarvan niet gezegd wordt dat het in de toekomst anders zou zijn, waarvan men niet wil zien dat televisie, toerisme en ‘de’ tijd mensen anders maken, waar over de opleiding van de extremisten in de religieuze scholen over de grens niet gepraat wordt? Hoe komt dit? Vele in het westen zijn verblind door de charme van het boedhisme, tenminste van het beeld ervan dat we in het Westen krijgen. Anderen willen de positie van China niet zien. Anderen fixeren zich alleen op één aspect waarvoor gestreden wordt en zien het algemeen beeld niet meer. Anderen streven bewust naar een verzwakking van China. Leerlingen vragen ons of het probleem in het westen is dat ze ook teweinig informatie krijgen over China, net zoals China er te weinig krijgt over het Westen. Al vindt de doorsnee Chinees dat ze informatie genoeg krijgen, waar wij het niet mee eens zijn, natuurlijk. We moeten hen uitleggen dat in onze landen het omgekeerde het probleem is: er is een teveel aan informatie, mensen worden er soms gevoelloos door of schermen zich af omdat ze het niet meer aan kunnen. Daarenboven is het nieuws vaak door media in één richting geduwd. Ook dit weten velen maar toch kunnen ze er niet goed mee om. Enfin, voordeel: nu weet iedereen zowel Tibet als Belgie op de landkaart liggen: we zagen net Leterme op de Chinese televisie! Hiphiphoera! Hoeveel van de Shenyangers zullen nu gezegd hebben: ‘ah, dat is het land van die leraar en zijn kunstenaresse!’? Ik las vorige week in een Belgische krant dat er een speeltuin of toestellentuin voor bejaarden geintroduceerd was? Een ideetje dat van hieruit tot bij ons overvloog? Er is een leerling van een kunstschool die haar eindwerk over mij maakte. Ze stuurde me het resultaat door. In een ondertitel schreef ze een fout die me wel beviel: ‘Lieve in levende lijven’ : ik wou dat het waar was! Had ik er maar meer, ik zou ze kunnen gebruiken! Wat valt er veel te beleven in deze grote wereld… en intussen maar schilderen! Ik werkte net een schilderij af dat mijn hart enorm warm maakt! Ik heb er met een enorm plezier aan gewerkt en kijk er nu ook echt graag naar. Ik dacht om na dit schilderij even een break nodig te hebben maar het tegendeel is waar: ze geeft me zin om direct weer een ander aan te pakken. Leuk is dat! Ik heb, om af te sluiten, nog een onwaarschijnlijk verhaal over de sexuele voorlichting in dit land. Het is eenvoudig: er is er geen. Het is slechts vijf jaar geleden dat onze Chinese vriendin een vriendin had die na twee jaar huwelijk naar de dokter trok omdat ze nog steeds niet zwanger was. Bij het eerste onderzoek werd de penibele situatie duidelijk: het koppeltje had helemaal nog niet door dat ze daarvoor iets moesten doén! En zeggen dat Frank volgende week in zijn lessen Europese cultuur zal praten over dé jaren zestig! Hij zal niet weten waar eerst beginnen!
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)Alsof we hier al maanden terug zijn…
Vrijdag 29/2/2008
Vele oude vrienden en kennissen deze week tegen het lijf gelopen. Kevin, derdejaarsstudent, organisator van de ‘English corner’: Er komt voorlopig geen nieuwe corner, want hij en al zijn klasgenoten bereiden zich koortsachtig voor op de TEM-8, het beslissende nationale examen Engels waarin je moét slagen indien je ooit leraar wil worden. Normaal mogen alleen de vierdejaars daaraan deelnemen, maar onze school vond een achterpoortje zodat de derdejaars nu ook meedoen en zo twee in plaats van één kans krijgen. Kevin ging dit verlof niet naar huis, hij werkte de hele tijd en verdiende 700 euro (zowat zeven gemiddelde maandlonen, niet slecht voor een jobstudent!). Daarmee kocht hij zich het nieuwst topmodel GSM voor 500 euro(!) , waarop hij prompt het toestel verloor. Stemming in mineur. Vivian, ook derdejaars en ons (Lieve’s en mijn) favorietje, komt ons een groot ‘Russisch ‘ brood brengen, speciaal meegebracht uit het verre noorden, uit de half-Russische stad Harbin; een buitenlandse vriend van haar kreeg die opdracht; het ding kost 2,5 euro, maar er is geen sprake van dat we mogen betalen. Ze heeft uit de vuilbakken van een papierknipselwedstrijd ook nog een en ander voor ons meegebracht; Chinezen vinden die knipsels ‘gewoon’, maar ze dacht dat het ons misschien kon interesseren? Echt ongelooflijk wat die knippers presteren! En dat ze zoiets ‘gewoon’ in de vuilbak kieperen. Zij heeft met het geld van klussen iets verstandiger geweest dan Kevin: ze kocht een digitale Canon camera voor 170 euro; ook weer via een buitenlandse vriend, rechtstreeks uit Japan. Het gerucht gaat hier dat de Japanners hun eerste keuze producten in Japan zelf verkopen, de tweede keuze naar Europa en Amerika sturen, en de derde keuze naar China. Ik weet uit eigen professionele ervaring in een Japans bedrijf dat deze redenering perfect kan kloppen; maar toch… volgens mij worden alle Canon camera’s gewoon in China gemaakt, ook diegene die je in Japan koopt. Vivian is bij haar bezoek aan ons appartement vergezeld van een jaargenote die zich prompt voorstelt als één van mijn leerlingen – ik had niet eens haar gezicht herkend, maar heb een goed excuus ‘nog maar één les samen gehad’. Het kind leert niet voor lerares maar voor tolk en is zoals alle anderen in deze klas beter bespraakt dan de kandidaat leraren. Ze geeft Lieve prompt een lezing over methodes om te vermageren en spelt mij en passant ook wat levenswijsheid op de mouw; ze heeft niet direct een gebrek aan zelfvertrouwen… In de refter ontmoeten we Wilson, een echt bijzondere Chinees. Het is volgens mij de enige hier die weet en begrijpt wat er buiten China omgaat. Hij laat geen enkele gelegenheid voorbijgaan om buitenlanders gedetailleerd uit te vragen . We vallen achterover van zijn vragen over onze reis in Nieuw-Zeeland en Australië. Wat hij allemaal al weet over die landen! Ook mijn goede vriend Yang was al van de partij; zoals bijna altijd, met een gezamenlijk diner. Ja, hij gaat echt trouwen binnenkort, op 10 mei al. Hij is 33 zijn verloofde 30. Het feest is op anderhalf uur sporen van Shenyang, in een klein stadje. Daar baten zijn schoonouders verschillende apotheken uit, en schoonmoeder organiseert het hele scenario. Er zullen meer dan 200 aanwezigen zijn. We worden uitgenodigd, en mochten Lieve’s zus en nicht dan ook al hier zijn, nog twee meer is geen probleem. Er wordt gezorgd voor een hotel de avond voordien zodat we ’s morgens monter en fris kunnen meedoen. Zal er op zijn trouw ook zo verkwistend met eten omgesprongen worden als we reeds tweemaal moesten vaststellen? Yang weet het niet, schoonmama regelt en betaalt alles. Maar we mogen wel blijven zitten en eten zolang we willen, zegt hij; ze zullen ons niet buiten kijken zoals bij vorige gelegenheden gebeurde. De meeste van Yang’s vrienden en collega’s komen niet (niet uitgenodigd?). Hijzelf bekostigt een tweede mini-trouwfeest voor hen in Shenyang. Ook zijn moeder komt niet, die woont 400 km de andere richting uit,ze is 66 en weduwe en ziet dergelijke grote verplaatsingen niet meer zitten, want problemen met een knie. Er komt dus nog een derde , deze keer echt intiem feest in zijn geboorteplaats. Normaal worden de meeste kosten van een bruiloft gedragen door de ouders van de bruidegom, maar Yang’s moeder is arm. Dus betaalt schoonmama alles, naar schatting 4000 euro. Yang zelf geeft haar wel een soort bruidsschat van 2000 euro, waarvan hij 1500 euro moet lenen van vrienden. Schoonmoeder geeft hem in ruil daarvoor bruidskleren en een deel van de nieuwe meubelen. Zijn leningen hoopt Yang terug te betalen met het geld dat hij als geschenk gaat krijgen van de genodigden op de bruiloft. Schoonmama financiert ook het appartement voor haar dochter en echtgenoot; zonder appartement kan iemand die zich respecteert hier vandaag de dag immers niet meer trouwen. Dat appartement bestaat voorlopig nog alleen maar en in een gapende bouwput, het is pas af in 2009. Het kersverse echtpaar moet dus tijdelijk een appartementje huren, helemaal aan de andere kant van de stad. Er zijn namelijk bussen van zowel haar werk als van zijn werk die vanuit deze wijk vertrekken; één uur rijden, enkele rit. Nu, Yang moet maar drie dagen per week naar school ,dat valt mee; als ‘jong’ leraar moet hij maar vijf uur les geven per week en voor de rest thesisstudenten begeleiden. Dit semester geeft hij naast ‘microgolven’ ook weer twee uur ‘technisch Engels’; Lieve proest het bijna uit maar slikt haar reactie in! Na meer dan een jaar slagen die twee er nog altijd niet in voor elkaar verstaanbare zinnen in het Engels uit te brengen; ik moet constant tolken tussen het ‘Engels’ van Yang en het ‘Engels’ van Lieve. Yang’s aanstaande werkt bij de watermaatschappij. Ik vraag waarom ze niet in de zaak van haar ouders werkt en veel geld verdient. Dat kan niet, ze heeft een universitair diploma dus dat werk is beneden haar niveau. Apothekers hier zijn geen universitair niveau, mits een simpel examen kan je hier een apotheek beginnen. We hebben de hele avond over zijn trouw, zijn moeder, zijn schoonmoeder gepraat; maar over zijn verloofde weten we nog altijd zo goed als niets; hij is al acht maand verloofd maar we kregen ze nog niet te zien; hij spreekt er nooit spontaan over. Bestaat verliefdheid dan echt niet in China? Geen toeval dat al die Chinezen ons tweeën zo ‘superromantisch’ vinden omdat we soms eens hand in hand over straat lopen. Vanavond in het restaurant zaten we aan tafel met twee onbekende studentinnen. Lieve spoorde me aan om met hen een gesprek te beginnen, in het Chinees uiteraard. Ze studeerden rechten, de ene komt helemaal uit het zuiden van het land ‘Ik had zin om een ander stuk van China te zien’. Het gesprek verloopt vlotter dan verwacht. Sinds mijn terugkeer ben ik begonnen veel systematischer Chinees te spreken, ook aan de telefoon, ook met het Engelstalig administratief personeel. Elementaire conversaties beginnen goed te gaan en vandaag kreeg ik voort het eerst een compliment van de secretaris van onze faculteit. Ik slaagde er ook in op mijn eentje een ton water te bestellen , Lieve’s camera in garantie gerepareerd te krijgen, en uit te vissen hoelang haar kaart voor het zwembad nog geldig is. Bemoedigend alhoewel het licht aan het einde van de tunnel nog oneindig ver weg schijnt. Volgende week herbeginnen de lessen Chinees, ik ga nu meer tijd hebben om er heen te gaan, en begin met volle moed aan het hoogste niveau ‘elementair Chinees’. Vergeleken bij mijn schildpadden vooruitgang zijn de hazensprongen van Lieve verbluffend. Zij vraagt gewoon hier en daar wat een woord betekent, en hop, daar schudt ze eenvoudige maar courante zinnen met perfect lokaal accent uit de mouw; applaus van alle Chinezen; en ze verstaat ALLES, meer dan ik! Intuïtie, wat dacht je. Ik heb de indruk dat hier op de campus dit semester veel prijzen gestegen zijn. Dat is ook wat de kranten schrijven; de inflatie bedroeg 7,5% in januari, heel hoog voor China. En het zijn vooral de voedingsproducten die in prijs stijgen: het varkensvlees was al zo duur, daar komen nu de catastrofale sneeuwstormen in Zuid-China bij; die hebben lelijk in de landbouw huisgehouden en in sommige streken kan het herstel jaren duren. Wel merkwaardig zijn de energieprijzen; die zijn nog bijna niet gestegen! China vindt nog altijd 90 van zijn energiebehoeften in eigen bodem (de steenkolen en de in het westen vermaledijde stuwdammen) en de energiebedrijven moeten hun verlies op de ingevoerde olie maar recupereren door winsten op de binnenlandse producten; het loopt niet altijd vlot maar tot nu toe is de Chinese consument gespaard gebleven van de hoge energiekosten die de rest van de wereld teisteren. 15 maartAl drie weken lente, al drie weken klas. De lente hier is ‘echt’. Stralende zon, één keer een dagje bewolkt, en zo voorspelbaar. Iedere dag komt er een graadje bij, namiddagen tot 15-20°, ’s nachts koud. Ongelooflijk dat onze vijver nog altijd bevroren ligt! Hier en daar zijn er al wat frivole kledingstukken te zien. Jammer dat het hier zoveel waait. We konden van heel de tijd nog geen enkele lange fietstocht maken in het weekend. Ik heb met volle moed de Chinese lessen hernomen, liefst 19 uur per week; dat alles dank zij een gunstig lesrooster, maar tien uur per week en bijna altijd in de namiddag.Het resultaat: nog veel drukker bezig dan vorig semester, met lessen volgen, voorbereiden en Chinees studeren! Maar goed, voor het eerst sinds twee jaar heb ik het gevoel dat mijn Chinees echt verbetert. Chinees is nog moeilijker dan eerst gedacht! Ze hebben weinig woorden die bovendien weinig verschillen in uitspraak maar met honderd één verschillende karakters geschreven worden; wanneer je er daar eindelijk een serieus aantal van onder de knie hebt, oef, ik ben er bijna!, dan blijkt dat de Chinezen ondanks hun gebrek aan grammatica wel degelijk duizend nuances proberen uit te drukken: zinnen worden lang en complex, met subtiele combinaties van bijna synoniemen en opstapelingen van voorzetsels, bijwoorden en tussenvoegsels; oei oei, wat staat me nog te wachten? Onze nieuwe klastitularis is een ervaren leerkracht met buitenlandse ervaring; ze wil er een ‘experimentele klas’ van maken; ze doet echt haar best en voor het eerst in twee jaar voel ik me niet de domste leerling van de klas. Nu, er mocht wel iets veranderen in onze school; iedereen wil zo snel mogelijk in een zo hoog mogelijke klas terecht komen; in mijn klas zitten leerlingen die vorig semester een klas hoger zaten; ze konden niet mee, leerden niets en beginnen nu gewoon opnieuw een trapje lager. De lerares en de leerlingen bekijken me als een curiosum: wat komt die oude hier in ’s hemelsnaam doen? Ik mag geen vraag verkeerd beantwoorden of onze lerares komt vergoelijkend op de proppen met ‘Ja, als je ouder wordt , wordt je geheugen nu eenmaal slechter’. Echt een aanmoediging! Mijn vroegere lerares Bonestaak loopt hier ook rond. Vergis ik me of probeert ze me te ontlopen? Voor het kerstverlof had ze bij hoog en bij laag beloofd dat ze ons na het verlof direct zou uitnodigen bij haar thuis om onze foto’s te komen tonen. Nu niets meer! Wat zit daar toch achter? Bij een Chinees aan huis uitgenodigd worden is zowat mission impossible. Waarom zijn ze daar toch zo bang voor? Mysterie. Einde 2006 stuurde ik mijn kandidatuur als vrijwilliger voor de Olympische Spelen in Beijing. Er kwam nog altijd geen antwoord. Deze week vroeg ik een studente om het eens voor mij uit te zoeken op een Chinese website (die kan mijn ouderwetse westerse computer niet lezen). Ja, het is nog niet te laat, de laatste groep vrijwilligers wordt pas in mei geselecteerd. En tot einde maart kan je nog je kandidatuur stellen! Ik probeerde het meteen, misschien is mijn eerste aanvraag wel verloren; prompt kreeg ik een antwoord: aanvraag ongeldig, je zit al in onze computer! Is er dus toch nog hoop op de Spelen voor mij? Mijn studente gaf me ook een telefoonnummer in Beijing; volgende week trek ik mijn stoute schoenen aan en telefoneer in het Chinees. Vandaag zag ik op de BBC overigens beelden van de onlusten in Lhasa: blijkbaar heeft de Dalai Lama wereldwijd aan zijn sympathisanten gevraagd om deze week overal demonstraties te houden; in Lhasa gaat het zo te zien om kleine groepjes goed voorbereide guerrilla’s: snelle brandstichtingen van Chinese winkels, hotels en zelf een moskee, en passant enkele auto’s en brommers vernietigen; toch tien Chinese burgers (Han en moslims) omgekomen in de vlammen. Niet echt een vreedzaam protest van de Tibetanen. (een paar dagen later loopt het dodental op tot 13, de rellen waren grootschaliger dan ik eerst dacht; de beelden tonen de hoofdstraten van het oude centrum, de winkeltjes van Han of moslims stuk voor stuk met kapotte ruiten of uitgebrand; er werd zelfs brand gesticht in een moskee. De invloed van het extreme boeddhisme in Tibet en de ambitie van fundamentalistische monniken om het land opnieuw te controleren doet me echt wel huiveren; de Dalai Lama mag dan nog op de Westerse TV zeggen dat hij tegen geweld is, iedereen die iets van Tibet afweet twijfelt er geen ogenblik aan dat hij de echte leider van de onlusten is ). Zoals gewoonlijk kiest de BBC partij tegen China; er is niets te tonen dat tegen China kan gebruikt worden, dus wordt maar gesuggereerd dat de beelden misschien gekuist zijn, dat de politie wel geweld zal gebruikt hebben en waarschijnlijk wel Tibetaanse slachtoffers zal gemaakt hebben. De Chinese daarentegen media melden dat de politie opdracht had gekregen geen geweld buiten traangas en waterkanonnen te gebruiken. De voorbije weekends niet veel gedaan. Zaterdag poetsen en veel tijd steken in het voorbereiden van lessen. Maar elke zondag trekken we erop uit met de fiets. De openlucht groentemarkt in een buitenwijk, Lieve’s vaste meester schoenmaker in openlucht, die alles wat kapot is – schoenen, tassen, riemen – voor haar terug aaneen naait, onze moslim, ons sympathiek één-tafel moslimrestaurantje met helaas bijna oneetbare gerechten – vorige week werden we getrakteerd op soep van schapeningewanden; kortom het echte leven in Shenyang. Nog maar goed terug uit de zo georganiseerde Nieuw-Zeeland en Australië, of we zijn al opnieuw volledig geïntegreerd in het verkeer zonder regels van Shenyang. We rijden de hele stad door naar de antiekmarkt in het zuiden, en keren terug via het riviertje dat helemaal door de stad kronkelt, een omweg van zowat 20 km; dat riviertje vormt de groene long van Shenyang, er zijn ontelbare parken en parkjes langs de oever, en in deze frisse lentemaand zit alles al vol met gepensioneerden. De lessen Europese cultuur vragen veel voorbereiding, maar de leerlingen schijnen het prettig te vinden. Ik laat hen nu ook vragen opstellen voor de les van twee weken verder. “Hebben jullie slangen in België?” “Wat is de betekenis van de zonnebloemen van Fan Gao?(rara, wie is dat?) “ “Waarom lacht de Mona Lisa?” “Waarom gingen de Beatles uit mekaar?” De studenten weten even weinig over Europa als de gemiddelde Europeaan over China. Gebrek aan belangstelling voor de buitenwereld? Gebrek aan informatie over de buitenwereld? Confucianistische mentaliteit van afwachten tot kennis ingelepeld wordt? Ik gaf hen als tussendoortje uitleg over het Paasfeest, vanwaar komen uitdrukkingen zoals judasgeld, judaskus of “zijn handen in onschuld wassen”? En waarom is er sprake van paaseieren en paashazen? (beiden zijn vruchtbaarheidssymbolen van de oude Kelten, die met Pasen het begin van de lente vierden; zo leer ik zelf ook nog eens iets bij) Deze week kwam ik ook meer te weten over de censuur op het internet. Voor mijn les kom ik via Google heel dikwijls terecht op wikipedia sites. Helaas in China ontoegankelijk! Waarom, dat weet niemand. Schreef wikipedia iets over onafhankelijkheid van Taiwan of Tibet misschien? Nu goed, ik stelde zelf vast dat het omzeilen van die zogenaamde censuur spotgemakkelijk is; je gaat gewoon naar een proxy server adres, en vandaar schakel je door naar om het even wat; de verbinding is ietsje trager en dat is het. Ik las ook nog een artikel waarin uitgelegd werd dat alle belangrijke bedrijven tegenwoordig hun communicatie over een VPN net sturen (Virtual private network); dat is een soort eigen kanaal op het internet en dat kan geen enkele censuur filteren.
DE KERS OP DE TAART: verhelderende gesprekken
Na meer dan een jaar China, hebben we een elementaire fout begaan. We waren, inmiddels twee weken geleden (wat gaat de tijd snel) uitgenodigd bij Joy (Chinese) en Michael (Canadees-Libanees) om halfzes. Naar Vlaamse beleefdheid kwamen we een kwartier te laat. Joy was al in paniek: blijkt dat we tenlaatste om 5.20u hadden moeten aankomen, om Chinees te zijn. Dit weten we nu ook weer.We hadden het met hen over ons terugkeren naar Belgie. Ik vertelde hen dat ik bang was voor het terugzien van mijn huis. Toen ik in juli binnenkwam viel België en mijn hele interieur op mijn hoofd. Het land overdonderde me omdat de ruimten te krap waren, de straten te smal en alles te divers (al die verschillende bomen en huizen!) En ook al is ons huis twintig keer groter dan onze leefruimte nu, dit viel ook op mijn hoofd: teveel spullen en te gekleurd behang. Hier is alles en overal wit. Joy had er een leuke reaktie op. Haar mama richtte haar appartement opnieuw in en Joy vond dat het er wat modern uit mocht zien en ging op zoek naar gekleurde muurverf. Niet makkelijk te vinden en érg duur. Ze vond mooi oker en sienna er en ging aan het werk. Mama vond het veel te donker maar haar opmering: ‘dit is geen kleur voor de binnenkant van een huis: zo schilder je gevels!’ vond ik grappig. Joy vertelde dat ze Chinezen veel te conservatief vindt. Op hun nieuwjaarsfeest kwam ze aanzetten met een overheerlijke tabouleh en diverse sandwiches, kwestie van eens iets anders dan de traditionele Chinese gerechten te eten. Ze moest er als een leurster meerondlopen. Ze vloog bijna op haar nonkels schoot van blijheid dat hij wou proéven. De Chinezen hier in het noordoosten appreciëren ook niet echt goede kwaliteit. Michael bood de familie een glaasje dure Canadese whiskey aan; ze kieperden het naar Chinese traditie in één slok naar binnen. Iedereen koopt hier ook goedkope thee; in de theewinkels kan je heel dure theesoorten vinden, soms 100 euro voor 100 gram (!) maar zoiets koop je alleen wanneer je een belangrijke persoon, waar je iets van gedaan wil krijgen een cadeautje wil geven! Ook met haar cadeautjes voor de familie had Joy geen geluk: ze kocht rode sokken van puur wol: natuurlijke materialen zijn hier erg uitzonderlijk in China. Droegen ze toch hun synthetische sokken liever zeker? Die waren tenminste fél rood! Als het hier maar blinkt en er duur uitziet. Zo met het interieur, (het roze en glitterend interieur bij schoondochter, vindt mama wel mooi), zo met de kledij, met de wagens. Ze voelt zich een vreemde eend in de bijt, bij moeder en schoonzus. Van dat laatste kan ik ook meepraten… foei, Lieve. Het verhaal van de GSM en dure auto’s bevestigt ze ook: jonge mensen gaan bijklussen, verdienen geld en kopen dan de allerduurste gsm omdat ie hét nieuwste en duurste model is, ook al weten ze dat hij straks goedkoper wordt. Mensen die het zich kunnen veroorloven kopen een mega wagen… maar ’s avonds durven ze de wagen nergens laten staan want… ze hebben geen verzekering tegen diefstal. Eén van haar kennissen kocht een dure nieuwe wagen, maar geen van hen kon rijden… ze moesten het allemaal met die nieuwe auto leren, en dat in het zo al onmogelijke verkeer van Shenyang. Gesproken van glitteren: vele sjieke wagens hebben hier onder of op –ik kijk daar niet écht goed naar- hun achterste bumper een reeks ingebouwde gekleurde lampjes die als een kermisattraktie aan en uit zoeven. Bij Michael, aten we teveel van zijn overheerlijke hummus, aten teveel pizza (het chinees eten smaakt ons nog niet écht na Australië, hoe raar). Hij bereidde de deeg met… een broodmachine! Jawel, sinds pas hier te koop! Frank wil er hem meteen één aanschaffen maar ons appartement is veel te klein, daarenboven resten ons maar vier maanden meer én daarenboven bracht zijn studente, weer een megagroot Russisch brood voor ons mee! Daar deed ze enorm veel moeite voor: dit zijn de Chineesjes! Hun liefde en genegenheid en zotte reakties zitten ons om de hals als een warme sjaal! Een sjaal hebben we soms echt nodig, soms helemaal niet: de temperatuur varieert van nul in de nacht tot plus zes of zestien, tijdens de dag. Het vervelende is dat je binnen het verschil niet ziet. Intussen weet ik ook hoe lang mijn lichaam kan werken zonder sport:niet lang! Vlak na aankomst gooide ik me op mijn schilderen: elf uur per dag, dagen aaneen. De paniek voor mijn tentoonstelling in december benam me even de slaap en de adem. Daarom moest en wou ik nu iets in een adem afwerken, om me af te reageren . En om te zwemmen had ik nog geen energie, ik was eruit door het reizen. Na vijf dagen had ik al prijs: mijn hele hoofd deed pijn van een geblokkeerde hals.Me dan toch maar richting badhuis gesleurd. De welkomskreten en aanrakingen (omhelzen doet men hier niet, wel zachtjes je arm beroeren) waren aangrijpend! De ogen van de meisjes in de kleedkamer begonnen echt te stralen, ik kreeg er meteen een energiebooster van! En het leven van de badmeester had weer zin: daar verscheen zijn grootste uitdaging (hij zag beslist ook dat er twee kilo meer binnenkwam, ai!). Na een warme gelukkig nieuwjaar en ons ronduit vragen hoeveel ons reis koste, was hij er helemaal klaar voor! Tevergeefs probeerde Frank uit te leggen dat ik nog wat moe was en wat gewoon wou zwemmen. De man liep elke lengte met me mee: de benen niet goed, de armen niet goed, dan weer eens enthousiast teken doen dat het allemaal héél goed was om me moed te geven en om een seconde later door te gaan: de hoogte van mijn hoofd niet goed, de handen niet goed, de coordinatie niet goed… Help! Maar het was inderdaad weer heerlijk. Intussen staan we een week verder (9.3.08) en bemoeit de andere badmeester zich nu ook al met mij. Ik was soms blij dat hij er was: hij leek me niet eens op te merken en dan kon ik tenminste eens ongestoord zwemmen. Maar nu vertelde hij aan iedereen dat ik zo hard gewerkt heb om zo goed te kunnen zwemmen, dat ik een voorbeeld ben. (Dat is hier werkelijk niet moeilijk: er is nauwelijks iemand die zwemt! Chinezen vinden het water veel te koud, en blijven dus aan de kant hangen. Als ik uitleg dat het heerlijk is, dat ze er gewoon moeten inspringen, zeggen ze lachend ‘cultuurverschil. Wij kunnen dat niet’)Enfin, deze badmeester gaat zich met mijn rugslag moeien! Zo zal ik uiteindelijk nog alles kunnen! Wat een mens op zijn ouwe dag nog allemaal kan leren…wie had dit gedacht? Het is wel erg lang geleden dat ik me nog eens liet masseren. Ik vermeed het me te laten verwennen o.a. om in juli niet teveel spijt te hebben dat ik dit ook moet loslaten. Maar wat een dom argument, bedacht ik. Gelukkig, want het was overheerlijk. Ik had zelfs eens een tedere masseur. Ik begon al te denken dat de chinezekes allemaal van snel en vooruit waren! Het was een schatje. Maar die nek van me vond hij maar ‘pu hao’, hij heeft gelijk, ze zit vast. En aan mijn reaktie toen hij drukte op mijn grote teen voelde hij dat ik slecht slaap… geen geheimen voor deze jongen… Maar komt het door het masseren of niet: ik voelde me de volgende dag als op wolkjes lopen, zo ontspannen. Ik ontmoette onder de douche in het badhuis een chinese vrouw die eerst in Europa maar nu in NewYork woont. Ze is getrouwd met een Amerikaans advokaat. Ze klaagt dat het leven zo ongelooflijk duur geworden is in de States. Ze zou terug willen komen naar Shenyang maar dit kan natuurlijk niet. Het tempo in het Westen vindt ze veel te hoog. Al werken mensen hier ook hard, ze zijn niet zo gestressed bezig.Ze vertelde dat het drie jaar geleden was dat ze Shenyang bezocht en dat het zo veranderd is, ze vond haar ouders met moeite terug: de mensen verhuisden twee maal in drie jaar! Het is best grappig om de reakties van de mensen te zien als we vertellen dat we terug naar België komen. Sommigen begrijpen echt niet waarom we niet gewoon blijven. Een vrouw die enkele jaren in Londen woonde had werkelijk medelijden met ons: dat land waar het constant regent en de mensen steeds nors kijken was haar niet bevallen. Het IS waar: het valt me elke dag op in de universiteit, in de gangen hoeveel ik hier hoor lachen. Anderen hebben het over hoe ze het hier soms ook beu zijn. Dan hebben mensen het vooral over de ruwe manieren van de mensen in de straat en het gemis aan verfijndheid en cultuur. En het gespuw. In Peking krijg je er nu een boete voor, als je dit doet (ik zal moeten opletten dus). Maar er zijn al mensen in opstand gekomen omdat ze niet weten waarom ze zich moeten aanpassen aan de normen van het Westen, waarom hun normen en gewoonten de verkeerde zouden zijn. Toen Michael zei dat hij het erg vond dat de Chinezen eigenlijk niet veranderd zijn in honderden jaren, vroeg ik of hij dat erg vond, dat ik eigenlijk wel blij ben dat het geen zoveelste kloon Amerikanen geworden zijn. Dat beaamde hij maar zijn argument dat sommige dingen na jaren hier wonen je tegen steken kan ik ook begrijpen. Aan het spuwen onder de tafel in het restaurant wen ik nooit! Daarentegen vond ik het gênant dat een lerares zich deze week geschrokken voor me verontschuldigde: ze zat met de deur open haar plasje te doen. Ik had willen zeggen: maar dat doen jullie gewoon graag zo, ik wéét dat, doe maar, meisje. Intussen, we zijn tien maart, vond Frank dat ik maar beter niet meer ‘zhu ni xin nian kuai le’ (gelukkig nieuwjaar) wens. Hij heeft gelijk. Jammer, ik kon het net zo goed en wanneer zal ik dit nog ooit eens kunnen uitspreken? De man die de lange spies met mini appeltjes in suiker en eventueel in chocolade gedompeld verkoopt –héérlijk- vond het nochtans best leuk dat ik hem dit wenste. Hij is ook een mallerd. Lacht zo breed als ie kan als ik mijn ‘sjacolie’ vraag en roept dan luid als grap: ‘1 kost 1kwai, 2 kost 2 kwai, 3 kost 3 kwai…’ het niveau van mijn conversaties hier is niet zo hoog, begrijp je wel. Daarentegen sta ik paf van Frank zijn Chinees! Ik dacht dat ie alles zou vergeten zijn op reis maar het tegendeel is waar. Hij praat het nu vlot en met veel meer zelfvertrouwen. Zondag op de antiekmarkt kwam ik buiten met een punthoofd. Het zien van al die toffe dingen, niet weten wat je zal kiezen, ons afvragen of we wel iets zullen kopen, en het afdingen –soms tot minder dan een derde van de prijs- is overrompelend. Maar het is die kunstenaar-antiekverkoper die me de genadeslag gaf. Toen hij hoorde dat ik kunstenaar was gaf hij me twee antieke kopjes uit de Qingdynastie gratis! Kun je dat nu geloven? Ik was er helemaal het noorden van kwijt! Prachtige kopjes! Dit terwijl anderen je waardeloze spullen verkopen of namaakantiek voor hoge sommen…Naar en terug van de antiekmarkt fietsen was weer een feest. Het weer is nu plots erg zacht. Wel 16 graden. Allerlei, vaak leuke reakties kleuren de tocht. Zo sloeg een man zich echt lachend op de billen toen hij me zag afkomen. Grappig! Ook de stop aan mijn bloemenverkoopster was heugelijk. We kunnen niets zeggen tegen elkaar maar zijn steeds zo blij elkaar te zien. Nu ‘vroeg’ ik haar waar ik wierook kon kopen. Ging ze met me mee op stap, onze armen in elkaar gehaakt. Verderop, in de kleine winkeltjes, verkopen ze wierook. Maar het winkeltje was dicht. Dan maar op het raam kloppen. Maar gezien dit raam, dat tegelijk als deur functioneert mits je vijf treden op en af gaat, moeilijk te openen was konden we via twee buren verder en achterom via de donkere gore gang in de wierookwinkel komen. Zo zag ik eens hoe die mensen leven. Triestig. Ze slapen in hun kleine winkelruimte en koken gemeenschappelijk in die donkere gang en ruimte erachter. Ja, de woonnormen zijn veel veranderd, deze blokken zullen er wellicht ook niet lang meer staan. Alhoewel dat vaak een moeilijk probleem is gezien veel van die blokken enkele jaren door de eigenaars aangekocht werden. Zo kon ik huiswaarts met bloemen en wierook. Daarenboven ontmoette ik vandaag een franse restauranthouder die voor mij brood wil bakken in een houtoven, heerlijk brood. Het kost me wel drie euro voor 600 gram maar ik ben er heel blij om. Eigenlijk zouden we nog een tijdje moeten blijven: we beginnen nu pas goed onze draai te vinden. Zo gaat dat wellicht: het kost je minstens twee jaar voor je een vreemde maatschappij door hebt, denken we. En vandaag, dinsdag, werd ik tijdens het werk gestoord door een ongekend geluid. Bleek het een… ‘trekker’ te zijn! Jawel, men heeft hier dé trekker ontdekt. Ik kon mijn ogen niet geloven! De gang in de school blinkt als nooit tevoren. Het zorgt er wel voor dat de poetsvrouw die vroeger totaal geluidloos met een zwabber te werk ging en daardoor zelf bijna oploste tot onzichtbaar nu plots prominent aanwezig is: ze slaat de zwabber hard tegen de vloer bij elke beweging. En jawel, drie dagen later zie ik ze staan in de winkel: trekkers in alle formaten. Donderdag intussen: wat ooit moest gebeuren is gebeurt: een catastofe bij de kapper! Ik zag het aankomen: het papje dat hij op het uitgegroeide deel smeerde was hoogpurper. Maar natuurlijk ontbrak het me aan Chinees om te vragen welk kleur dit zou worden dus wachtte ik af. Het resultaat kon je erg artistiek noemen: het uitgegroeide deel was nu knal oranje, dit tegenover mijn bruine lange haar. Ze kleurden het vier keer opnieuw en de catastofe is nog niet weggewerkt, mijn hoofdhuid is zowat verschroeid. Ze durfden niet echt vragen te betalen maar toch vroeg ik hoeveel het was. Ze herhaalden de eerder afgesproken prijs. Ik zei dat ik zestig percent van die prijs zou betalen. Ze lachten een beetje en zeiden dat ik volgende keer gratis mag gaan. Vanmiddag praatte ik met ons vriendinneke die enkele maanden geleden huwde. Toen Frank vroeg hoe het met haar en haar huwelijk gaat, antwoordde ze zonder omwegen: ‘We leven als vrienden bij elkaar, niet als een echtpaar’. Gesproken van directheid, toch uitzonderlijk, hoor. Ik vroeg of ze een te romantisch beeld had voor haar huwelijk. Ze bevestigde dat ze inderdaad gedroomd had van een man die ging shoppen met haar, lief zou zijn, bloemen zou kopen én ze beaamde vooral dat ze overtuigd was dat ze een ander soort relatie zou hebben als die van haar ouders. Met nog veel minder realiteitszin als wij zijn ze overtuigd dat ze alles beter en anders zullen en kunnen doen dan hun ouders. Alles evolueert zo snel in China en hun houvast voor de toekomst is wat ze zien op de televisie, zonder enige vorm van realiteit. Al is hun houding best wel dubieus: ze hebben het over romantiek maar zijn berekend en uit op ‘the pocket’ van de partner als nooit tevoren…Daarenboven gaf ze me toe dat ze een probleem heeft: ze koopt teveel en kan er niet aan doen. Nu kocht ze schoenen van 2000 kwai! Dit is 200 euro. Gezien ze in het buitenland studeerde, in België, verdient ze misschien 6000 kwai… laten we hopen dat dit een reaktie is van iemand die voor het eerst eigen geld verdient? Ik had ook een hoogstinteressant gesprek met mijn Canadese buur. Hij heeft het geregeld nodig om bij ‘mama’ te komen uithuilen. Hij woont nu zes jaar in China, is met een Chinese getrouwd maar is China grondig beu. Maar wil beslist niet meer terug naar Canada. Zijn droomstad is Boedapest. Wat hem meest tegenvalt van de Chinezen zijn hun manieren. Het gekende verhaal. En opnieuw zeg ik dat ik dat wel begrijp maar dat ik anderzijds blij ben dat ze hun identiteit houden. Maar het werd pas helemaal interessant als we het over liefdadigheidsgeld hadden. Hij beschuldigde de Chinezen ervan dat ze niet géven en dat het geld dat er is voor grote projecten te danken is aan het buitenland. Toen ik zei dat de Chinezen tijd moeten krijgen om dergelijke dingen te leren omdat dit een nieuw fenomeen is in China, begreep hij me niet. In China was er 30 jaar lang geen sprake van liefdadigheid, in de geest van het socialisme was dat niet nodig. En daar er geen rijken en geen armen waren kon dit ook niet. Zo zijn er zoveel nieuwe fenomenen waar Chinezen moeten leren mee omgaan. En ja, we kunnen doemdenken en zeggen dat ze geen interesse hebben voor het milieu, de vrijheid van meningsuiting, de vakbonden, de doodstraf enz., of zelfs dat er onwil is van de overheid is; maar je kan ook afwachten en zien hoe alles sneller dan verwacht toch op de dagorde komt. Ik ben overtuigd dat de berichtgeving van de westerse media niét klopt: die partijcomités en parlementen hier zitten niet vol met goedbetaalde jaknikkers; ik ben overtuigd van het omgekeerde: hier wordt wél degelijk voortdurend gedebateerd over de in te slane weg naar een betere toekomst. Ik vind het trouwens hilarisch deze kritiek te horen vanuit een maatschappij die honderden miljoenen dollars stopt in een strijd tussen twee personen van éénzelfde partij, in een land waar er maar twee partijen bestaan die niet eens veel van mekaar verschillen en waar je zelden een serieus debat hoort: men valt zelfs Irak binnen zonder akkoord van het eigen volk, of van het buitenland. Het is waar dat de toon hier optimistisch en wellicht te positief is. Maar klonk het anders in onze jaren zestig? Hier beleven we de jaren zestig, zo lijkt me. Ook hier moeten we het voordeel van de twijfel geven aan de Chinezen en vertouwen hebben in hun sociale denken. Bizar te zien met hoeveel minachting men in het Westen praat over ‘het China dat niet meer socialistisch is’. Ik ben daar ver van zeker van, ik geloof dat er aan de top nog heel veel in die zin gedacht wordt en in die functie naar oplossingen gezocht wordt. Ik gebruik mijn ogen, mijn oren en mijn grijze cellen zoveel als ik kan en ik zie dat hier gedacht wordt aan het vinden van oplossingen voor zoveel mogelijk mensen. Neem aan de behuizing. Ja, de megabouwprojecten zijn vaak het werk van speculanten, en ja, de regering is nu aan het uitzoeken hoe ze die massa’s overbebouwing , veel te ruim en veel te duur, toch in handen van de gewone mensen kunnen krijgen. In rijke landen worden mensen dakloos omdat ze hun afbetalingen niet meer aankunnen of omdat de prijzen van de huizen de pan uitswingen; welke alleenstaande kan zich nog een woning permitteren in Gent of Brugge? Een oplossing ligt niet voor de hand met een massale bevolking, en midden in een soort economische revolutie. Mijn buur is ook gechokeerd dat zijn studenten met moeite het verschil weten tussen Praag en Rome. Ik vertel hem dat in Europa veel mensen niet weten of wij nu in China of Japan wonen en niet eens beseffen welk een gigantisch verschil er is tussen die twee landen. Laat staan dat we daar in het westen beseffen welk een verschil er tussen Noord- en Zuid-China bestaat, weten wat 4000 km verschil betekent, laat staan dat we enkele namen van de belangrijkste steden kunnen opnoemen? Wat weten wij van de Mingdynastie? Maar wij zijn gechokeerd omdat de studenten zo weinig weten van de Renaissance…Stof voor enkele schilderijen? Ik vind dit allemaal fantastisch om te bedenken en om hierover te discusieren. Mijn buur ook, zoveel is wel duidelijk. Maar ik moet hem diets maken dat ik niet kan denken aan mijn kleuren én praten over de wereld, in het Engels daarenboven! We moeten verder praten tussen pot en pint. Oei, daar legde ik mijn vingers in DE open wonde: wat mist hij mateloos een cafeetje, zo ééntje net om de hoek waar je bekenden ontmoet, gezellig kan kletsen, of alleen je pintje kan drinken en een krantje lezen! Zo kunnen we in een mateloos wederzijds begrip afscheid nemen, mijn buur en ik. Al begrijp ik hem dat hij het hier na zes jaar beu is, ik weet al lang dat ik het overal na zes jaar beu zou zijn! Ik heb steeds geweten dat ik niet voor altijd weg wil van roots. Reizen, avonturieren om te leren, oja, verhuizen, neen. (denk ik toch… zeg nooit nooit) Als een kers op de taart, bij al deze bedenkingen van de voorbije week, komt een zeer verhelderend gesprek met de directeur van Frank, Fang, de man die het Westen verschillende malen bezocht, de man die de wereld echt kent, van elk probleem onmiddellijk de essentie snapt. Ik zeg dat ik, wij, hem willen uitnodigen op een vriendschappelijk, informeel etentje omdat we hem een toffe gast vinden en eens losjes over van alles en nog wat willen praten, voor we terug naar België komen, dat hij de man is om eens ongedwongen mee te keuvelen, dat ik zijn alertheid erg waardeer. Onmiddellijk stelt hij voor dat ‘zij’ (lees het héle directiecomiteé en superofficieel) ONS zal uitnodigen in het beste restaurant op het einde van het semester. Weg, verdwenen de man die de essentie steeds snapt! Ik protesteer hevig maar hij smeekt me haast het hem op de Chinese manier te laten doen. Ik wil uitschreeuwen: maar ik wil het zo graag eens op onze ongedwongen manier, maar ik bezwijk voor zijn ontwapende overtuigingskracht. Wat ik wil KAN niet, in China, zoveel is duidelijk: zoiets kunnen de Chinezen niet. Ook al kunnen we op momenten als nu erg tof met mekaar omgaan: hij geniet ervan, ik geniet ervan. Dat zegt ie ook. Raar, toch! Hij geeft me het antwoord, we begonnen het al te vermoeden: Chinezen gaan niet om met vrienden, alleen met familie. (VANDAAR dat er geen café’s zijn, natuurlijk.). Ik vertel Fang dat we ons heel erg welkom voelen door hem maar dat ik me afvraag of de collega’s ook blij zijn met de aanwezigheid van buitenlandse collega’s omdat ze soms erg terughoudend reageren. Hij zegt dat dit te maken heeft met hun gêne Engels te spreken. Zij zijn zelf leerkrachten Engels maar beseffen dat hun Engels niet goed is. En, zo zegt hij… Chinezen zijn ook erg conservatief. Hijzelf is overtuigd van de noodzaak van reizen, studeren in het buitenland, aantrekken van buitenlandse leerkrachten: verschillende volkeren moeten mekaar zo goed mogelijk moeten leren kennen. (De Fang die blauw uitslaat als ik hem uitnodig! Hoe is het mogelijk?) Ons geprek rolt gezellig over van het ene onderwerp in het andere: we hebben het over Tibet, over de problemen van een land met zo’n grote bevolking, over de milleuproblemen… Ik hou me in te vragen waarom hij met een wagen naar de school komt, hij woont hier amper een kilometer vandaan. Maar goed, zoals zoveel moet ook dit zijn plaats krijgen: de wagen was steeds het symbool van de man met de hoge functie. Al is het relatief bij hem: hij woont in de universiteit in een appartement, één van die prachtige nieuwbouw huizen met tuintjes kan hij zich niet veroorloven. Ik vraag me af wie daar dan wel zal kunnen wonen… één van de vele vragen die ik hem graag had gesteld, tussen pot en pint. Maar ik moet me er bij neerleggen: het zal er nooit van komen, niet bij hem, niet bij al die andere Chinezen die ooit beloofden ons eens uit te nodigen en stuk voor stuk de stilte induiken als een uitnodiging concreet zou moeten worden. Ik reageer mijn frustratie af op onze Belgische vriend, Michel. Voor de eerste keer koken we voor iemand op ons piepklein appartementje. Ik wil eens iemand ontvangen op mijn manier. Dat kost me natuurlijk een rit van een uur naar de winkel met buitenlandse producten, de Metro. Maar ik heb het er graag voor over! Het wordt werkelijk een ontspannen avond: alle drie herkennen we ‘het’ zonder te moeten uitleggen wàt we herkennen. Pas na jaren begint het écht tot ons door te dringen wat hier zo anders is. Dat rustig tafelen waar van het ene onderwerp uit en in het andere vloeit zoals we van champagne teugje per teugje overschakelen naar rode wijn en van rode wijn bijna ongemerkt in de vodka belanden. Glaasje per glaasje, eentje én nog eentje ‘for on the road’. ( per fiets 500 meter verderop, wel te verstaan)… en waarbij genoten wordt van dat eerste glaasje tot het laatste glaasje, op het gemak. Waar alles zijn eigen plaats krijgt: het soepje, het slaatje met witloof (jawel, nu OOK voor het eerst gevonden in Shenyang! Sorry, Brusselaars, het was Hollands witloof! Net als de Gouda kaas dat ik erdoor gemengd heb. Bij de eerste hap keken we spontaan in mekaars ogen: lékker!), het stukje zalm met de pasta en de paddestoelen, de chocolademousse (een van de laatste zakjes die ik meebracht uit Belgie) , het koffietje…We hebben dus nu begrepen dat het er bij de Chinezen wellicht alleen zo aan toe gaat in familiekring op nieuwjaar. Maar dan met tussendoor minstens tien keer, een toost en een ad fundem. En met alle schotels tegelijk op tafel, soep, zoet, hoofdmaaltijd en dit blijft dan uren staan: men eet, men praat, men eet na een uur weer eens verder… op deze manier zien we het soms gebeuren ook op restaurant als familie samen zit. Daarentegen gaat het er op trouwfeesten veel hektischer aan toe, zoals we weten! En bij zakendiners is het genieten helemaal afwezig… Ja, het begint ons ietsje duidelijker te worden. Maar tijdens het weekend begrepen we dan wel weer dat het niet zo is dat er hier géén vrienden zijn. Je ontmoet ze alleen helemaal anders als op onze manier, namelijk… in het park! Tenminste als je ouder bent. Daar keuvelt je naar hartelust, discussieer je , kaart je samen, danst met elkaar of op je eentje, ‘pluim’ je met elkaar (een spel waarbij wel tien mensen in een cirkel staan en waarbij men een trosje gekleurde pluimen die aan een verende bol bevestigt zijn van de een naar de ander schopt, zonder dat de veren de grond raken) en musiceer je. Natuurlijk, de winter veegde er alle sporen van weg maar nu komt dit leven uit de grond zoals bij jullie de krokkussen nu verschijnen, zo stel ik me voor. En als je jong bent dan zit je achter een computer in een computerhuis of ga je met vrienden naar KTV’s waar karaoke gebeurt, en naar de badhuizen, daar wordt ook veel gepraat. Of naar een restaurant natuurlijk, duizenden zijn er in Shenyang maar dààr gebeurt alles hektischer, voila, dat is het…De lente komt eraan: we hadden een heerlijke fietsdag! We fietsten constant zonder verkeer, langs de rivier, die door de stad loopt. Eigenlijk is de hele oever bijna één park. Rust, actieve of keuvelende mensen, een Chinees paviljoentje, een knappe pagode… het was een dag waarop ik me diep gelukkig voelde en dacht: dit is werkelijk een hoogtepunt van een dag! Dit is genieten! Frank sluit hem af in maxeur: hij bereidt heerlijke zoete mosselen. Je vindt ze niet zo vaak maar als hij er iemand mee ziet staan langs de straat kan hij er niet aan weerstaan. Zalig!
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)