Over Duvel, Chimay, Japans ‘Rood Geluk’ en…de mannen
Dinsdag 25 maart
We vragen Wilson, de Chinese leraar, om samen te dineren. Er is zoveel waar ik nog met hem wil over praten! En… ik wil hem eens Belgisch bier laten proeven! Hij twijfelt over het bijzondere van ons bier: kàn het zo anders zijn als het Chinese? Als ik zeg dat hun sterkste bier, het Qingdao bier fluitjeswater is in vergelijking met het onze zie ik hem denken: ‘ze overdrijft!’ maar één slokje Duvel en het is gebeurd! Kriek vindt hij maar niets. Hij vertelde ons dat een Amerikaanse leraar een tijd geleden verweet aan de Chinese studenten dat ze eten als varkens. Dit heeft mateloos gechokeerd, uiteraard. Hij heeft het proberen recht trekken door te zeggen dat hij dat zei om hen te helpen voor het geval ze naar een westers land komen, dat ze beter hun eetgewoonten aanpassen. Ik voelde me werkelijk beschaamd in zijn plaats. Wanneer gaan wij, Westerlingen eens ophouden met onze normen als enige juiste op te dringen? Had hij hoogstens gezegd dat wij hun eetgewoonten vreemd vinden, of soms grappig of zo anders… Wilson zei dat deze uitspraak rondliep als een vuur. Dit verklaart misschien wel waarom op een gegeven moment het inderdaad leek alsof de Chinese collega’s niet zo graag de tafel meer deelden met ons! We voelden een zekere gereserveerdheid en vroegen ons al af of wij soms teveel praten. Want dat doen we wel: we zijn steeds de laatsten om af te ruimen, de poetsvrouwen wachten ons elke dag boos kijkend aan. (Chinezen eten heel erg rap en verdwijnen vliegensvlug om…hun middagdutje te kunnen doen. Iedereen doet dit hier. Niet onverstandig!)De BBC staat op als Wilson in ons appartement binnenkomt. Er loopt net een tendentieus programma over China, zo eentje waar alleen problemen gebracht en becommentarieerd worden:boeren worden onteigend en vinden dat ze te weinig geld krijgen, ze dreigen ermee gewelddadig verzet te plegen; dit wordt voorgesteld, niet als de uitzondering, maar de algemene regel; dat de nieuwe gebouwen juist moeten dienen om de streek een beter leven te bezorgen, komt evenmin uit de verf. We kijken ernaar en hij lacht er hoofdschuddend om. Ook onze zorg omdat de bijbel hier teveel zou gebruikt worden lacht hij weg, hij zegt dat de Chinezen dat vermakelijk vinden, vooral omdat Jezus zegt er te zijn voor alle mensen maar dat er geen Chinees aan te pas komt. Dat vind ik wel een leuke! Zijn vriendin heeft het juist afgemaakt en is naar Amerika vertrokken om te studeren (ze heeft daar familie) . Het is haar bedoeling niet meer terug te keren. Hijzelf denkt eraan in Amerika heel hard te gaan werken voor enkele jaren want met het geld dat je daar verdient heb je hier achteraf een mooi leven. Binnen komen in Amerika is geen probleem, zegt hij, je zegt gewoon dat je lid bent van de Falungong of van een dissidentengroep. Als wij hem zeggen dat hij daar wel een veel hardere en minder gewaardeerde job zal hebben als hier, kan hem dat niet schelen. Hij gelooft ons niet echt als wij zeggen dat het leven voor de laagste klasse mensen in het Westen ook hard is. Hij meent alles te weten van het Westen. ‘vroeger’ zo legt hij uit ‘maakte men ons wijs dat er zelfs honger was in het Westen maar de beelden die ik zie op internet zijn voor mij beelden van landen met melk en honing!’ Een beetje tevergeefs legt Frank uit dat maar 20 % van de bevolking in de niet-socialistische wereld in die welgestelde landen leeft. En zelfs daar is het niet allemaal goud, maar dat zie je zelden op internet. Waar vind je beelden van de Bronx in Newyork en ons Molenbeek en Anderlecht? Toch zegt Wilson: ‘de meeste jongeren zouden hier wellicht kiezen voor kapitalisme ook al willen onze ouders terug naar de tijd van Mao’ (het gemak waarop dit laatste gezegd wordt treft mij nog steeds). Maar dat hij in Amerika graag even die grote som wil gaan verdienen, daar is hij zeker van; en dat kan ik nog begrijpen, het is realistischer daar even te willen werken om terug te komen dan zoals zijn vriendin te denken dat zich daar vestigen als immigrant een prachtig leven zou garanderen. Hij houdt ervan om zo te praten, wij idem dito en we nemen afscheid op zijn Vlaams: we spoelen alles door met een laatste Chimay… we zullen allen goed slapen! Donderdag 27 maart Onze buur klopt op de deur, het is al 22uur. Omdat het blijkbaar niet anders kan groeten we hem met: ‘good evening MISTER Tsuchyia’ (als hij het over zijn en onze vriendin heeft gaat het over MISS Sato…). Hij brengt ons een typische ‘sweet’ van Japan die een vriendin net meebracht: Japans ‘rood geluk’ Het is een erg zoet meel- en waterachtig goedje, wit en rood. Er zullen beslist ook rode bonen inzitten. Wij willen zijn vriendin danken. Hij haalt haar erbij. Een prachtige vrouw van rond de dertig in jeans en witte trui. Ze staat minstens vijf keer te buigen in de deuropening. Ik begin ook al tot ik besef wat ik aan het doen ben, ik schakel vlug over op ‘mezelf’, stap naar haar toe en schud haar de hand. Frank zie ik nog buigen in mijn ooghoeken. Met die kleine schuifelende stapjes komt ze binnen! België weet ze niet liggen, dan maar de kaart boven halen. Haar ogen beginnen te blinken: haar zus woont in Parijs. Ze bezocht haar reeds drie keer: de Eiffeltoren, het Louvre, een grote rivier –ja, de Seine,… ze kent enkele woorden Français. De demonstratie met gesticuleren erop en eraan volgt: bonjour, ça vas, c’est bon, excusez-moi: hierbij baant ze zich schuifelend doorheen een onzichtbare mensenmassa… Het schuifelen versnelt als we haar een Vodka aanbieden: weg is ze! Jammer toch dat ik geen tijd heb om naar Japan te gaan! Temeer omdat Sato me nog eens schreef dat ze me uitnodigt en met me wil rondtrekken. Ik moét er iets op vinden… Vanmiddag aten we trouwens met onze Japanse bovenbuur, een nog gekker madameke. Ik ken ze al sinds september maar waag me niet aan haar naam. Zij is altijd breedlachend en knikkend, altijd lief, altijd buitengewoon gehaast, mét kleine stapjes… bij alles wat je zegt antwoordt ze enthousiast ‘OOO!!!’ ze is getrouwd met een oudere man, heeft twee tieners. Man en tieners leven in Japan, zij geeft hier les sinds september. Ze wil enkele jaren blijven. Af en toe komen man en één van de kinderen, soms eens allen samen voor enkele weken logeren en dan volgen ze Chinese les. Zijzelf spreekt geen Chinees en tien woorden Engels maar kent net als ik de taal van de intuitie en het gesticuleren dus we begrijpen mekaar!Grappige mensen om mee om te gaan. Niettegenstaande de vele anti-Japanse films die je hier op televisie ziet volgen vrij veel leerlingen Japans. Mister Tsuchiya vertelde dat hij zo goed onthaald werd door collega’s en door de leerlingen. Dat ze feestjes opzetten voor hem. Als we luidop bedenken dat dit niet binnen de Engelse groep gebeurt zegt hij dat dit wellicht komt omdat die groep veel groter is maar misschien ook omdat velen in Japan studeerden en die cultuur misschien minder afschrikt als de onze omdat ze die wat beter kennen. Misschien. En zo interessant, het verandert mijn kijk op de wereld enorm. Vrijdag 28 maart We delen de tafel met drie chinese vrouwen, o.a. de huidige lerares Chinees van Frank die ik niet kende en twee mannen, Frank en Wilson. Voor mij is het moment aangebroken om onze humor te lanceren. Daar ga ik:‘Een familie wacht in de ziekenhuiskamer op bericht van een dokter over hun nonkel die een ernstig hersenletsel opliep. Het ziet er niet goed uit. De familie is bedrukt en treurig. De dokter komt binnen en zegt dat er enige hoop is indien ze mogen hersenen inplanten van iemand anders maar dat dit een dure kwestie is: ze moeten de hersenen zelf betalen. Een man vraagt hoeveel die dan kosten. De dokter antwoordt: ‘die van een man 20.000 yuan, die van een vrouw 500 yuan’. (een niet te verwaarlozen detail en eigenlijk dé grootste grap zo zal je begrijpen: Frank onderbreekt me en zegt dat het omgekeerd is!) Niettegenstaande het verdriet in de familie zie je de mannen hun lach onderdrukken, de vrouwen rood aanlopen. Na een tijdje waagt een man zich: ‘hoe komt het dokter dat de hersenen van een man duurder zijn?’ de vrouwen schieten hem af met hun blik. De dokter antwoordt: ‘omdat die van een man ongebruikt zijn en dus zo goed als nieuw’’. Vanaf nu ben ik miss populair hoor, bij de vrouwen! Ze vinden het super! Enfin, we hebben hartelijk gelachen en Frank maant me aan tot zwijgen als ik hem wijs op hetgeen ik grappigst vond!
