Een verjaardagsfuifje

30 april, 2008, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

Ik had uiteraard willen werken deze namiddag maar mijn oog viel op een prachtige affiche: om halftwee, vandaag, was er acrobatische opera: dit kon ik lezen maar om de locatie te achterhalen had ik Frank nodig. Het bleek in één van de prachtige concertzalen op onze school door te gaan.

Het een opvoering van de leerlingen van onze dramaschool, maar dat was nergens aan te merken: het was tip-top niveau! Ik moet er nog van bekomen.

Alleen de kostuums tegenover het decor hadden al mijn volle aandacht. Hoe doen ze het: al die diverse kleuren, patronen en motieven, vlakken, attributen, juwelen, lichtspelingen en ornamenten kunnen ze zo combineren dat het niet overdadig, noch kitscherig wordt. Ze kunnen het echt. Ik heb in China top niveau gezien en dit zowel in decors, in de modewereld, in meubel- en interieurkunst als in lay-out. In de juweelkunst blijf ik op mijn honger zitten.

Maar vlug terug naar mijn namiddag. Een onzichtbaar opgesteld orkest begeleidt elke oogopslag, elke handeling met Chinese “ketelmuziek”. Zonder dat je iets van de tekst begrijpt laat deze combinatie je wel weten waar het over gaat. Dat de rode baard een slechterik is, het zwart gemaquilleerde gezichtje een goede, dat weten we wel intussen maar toch is er nog heel veel dat wij niet weten: alles heeft zijn symboliek. Daarenboven is er geen lipje dat ongecontroleerd of zonder bedoeling pruilt, geen oogje dat zomaar rolt, geen vingertje dat ooit spastisch doet. Nochtans wordt er gepruild en gerold! En niet alleen met de ogen! Over mekaar, onder mekaar, over en onder een stoel of een tafel… Ze doen een heel scala bewegingen op één been, ik bedenk dat ik niet eens normaal op één been kan staan. Laat staan met ingewikkelde hoeden en pruiken op , op hoge plateauschoenen, in kledij waar je geen zicht op krijgt…en er dan nog bij zingen. Alles even adembenemend. Alles zo Chinees, wat is dit toch een andere cultuur, bedenk ik me voor de zoveelste maal… gelukkig en… laat het zo blijven.

Het slotoptreden waarbij vijf bont geschminkte mannen, gehuld in prachtige kostuums waar zes vlaggen op de rugzijde bevestigd zijn , gooien met stokken, begeleid door muziek die nog in mijn hersenpan nazindert is heel erg impressionant.

Ik weet even met mijn ergernis geen blijf wanneer alle spelers op het einde op het podium komen. Ze staan op een rij, ze applaudisseren zelf een beetje maar niemand in de zaal geeft een applaus terug: elk is bezig met zijn ding. Er wordt weggegaan, getelefoneerd, gepraat met de buur, alle leerkrachten worden tot op het podium begeleidt en ze feliciteren elke leerling en de fotosessie wordt op touw gezet. Ook dit is China…en ook dit moet ik aanvaarden…

Als ik buiten kom om vier uur zit de hemel inktzwart. Ik ren naar huis voor het onweer uitbreekt: een mooie gelegenheid om mij op het bloggen te storten. Al mogen dit soort aanleidingen wel uitblijven: na de hittegolf van twee weken geleden hadden we het hier terug fris en geregeld regen, hoe anders als vorig jaar! In mijn optimisme van het mooie weer stuurde ik sommige kledngstukken echt wel te vroeg naar België, zo zie je: het verhaal over het vel van de beer verkopen voor hij geschoten is, is ook een Chinees verhaal!

Gisteren waren we voor de eerste keer uitgenodigd op een échte party op hoog niveau. De dekaan van de pedagogische faculteit werd zestig jaar en gaf een feest. We ontmoetten hem en zijn vrouw een maand geleden bij een gemeenschappelijke vriend, een Indische professor. We hadden toen een goed contact, zijn vrouw, dertien jaar jonger als hij, zag ik later terug in het badhuis en dat was een leuke gebeurtenis.

Wij waren nu, samen met onze Indische vriend, de enige buitenlanders. Naar Chinese gewoonte werden we pas de avond vooraf op de hoogte gebracht.

Om 17.15 uur worden we aan ons appartement opgehaald door een bus, in werkelijkheid betekent dit 17.10. Ik ren vanuit mijn atelier naar die bus. Ik had me wel een beetje opgekleed, ’s morgens maar wanneer ik de anderen op de bus zie sla ik in paniek. Zo opgedirkt, zijn de dames en heren! Had ik toch mijn hakjes aangetrokken in de plaats van deze laarsjes, zit mijn haar intussen niet teveel in de war, waarom heb ik in godsnaam dit onnozel jeansjasje aan, zal ons geschenkje wel gepast zijn? Ik leerde intussen dat wijn, thee, fruit en bloemen gepaste geschenken zijn en opteerde voor een goede Pu-er thee daar men uitdrukkelijk vroeg geen alcohol mee te brengen. Maar de prijs van Pu-er thee ligt tussen de twee euro en de honderd euro, voor dezelfde hoeveelheid. Ik bedacht: te goedkoop is beledigend maar te duur brengt misschien in verlegenheid en koos dus voor een middenweg maar ik heb al spijt van mijn beslissing. Ik pakte de thee in op mijn manier: in een leuk papiertje met een strik omheen en een kaartje eraan: dit is zeer westers. Chinezen pakken niet in: het geschenk moet zichtbaar zijn. Nu, onze gastheer was erg gecharmeerd met die persoonlijke toets, zo bleek later.

De anderen hebben geen geschenken bij: de geschenken werden vooraf gegeven, daarenboven had men geld verzameld.

We rijden meer dan een uur naar een kant van de stad waar we nog niet waren. Jawel, dit kan nog! Het feest blijkt door te gaan in… nu komt het: ‘verjaardagsstad’! Een immens etablissement met veel feestzalen waar alleen verjaardagen gevierd worden. Onze zaal is knap Chinees ingericht, al hoeven die twee dikke namaakbomen vol romantische roze bloesems niet echt voor mij, zonder was de zaal beslist stijlvoller geweest. De takken en de bloesems rijken over het hele gewelf, hangen tot in je haren als je rechtstaat, sfeer geeft het, dat wel.

We worden hartelijk ontvangen door de vrouw van professor Sun, ze zegt ronduit aan Frank dat ze zich mijn naam goed herinnert maar de zijne niet (welke Chinees onthoudt nu Lieve?) en geeft me bijna een echte knuffel: wauw! Uitzonderlijk in dit land en als ik eentje krijg durf ik met moeite terug te knuffelen, bang mijn knuffelpartner in twee te breken, zo fragiel voelen de meeste meisjes aan.

Ze nodigt ons uit aan haar tafel.De sfeer is gemoedelijk en warm vinden we. Al blijf ik het betreuren dat men hier geen aperitief-tijd kent. Het is wel waar dat die tijd bij ons soms moeilijk is als je niemand kent op het feest, dan loop je wat verloren en àls je wel iemand leert kennen vindt je het vaak jammer dat die persoon dan later aan een andere tafel blijkt te zitten. Wat dat betreft is het wel geruststellend dat je onmiddellijk een plaats toegewezen krijgt aan tafel waar iedereen onmiddellijk met iedereen begint te praten. Maar de aperitieftijd kan bij ons een goed moment zijn voor een speech. Hier worden alle heerlijke gerechten – wel vijftien deze keer – tezamen op tafel gezet en dan beginnen de speeches! Dit wel voor een uur! Vrienden en collega’s komen aan het woord, wij worden uitdrukkelijk verwelkomd, leerlingen zetten hun jarige prof verbaal in de bloemen en als laatste komt zijn vrouw speechen: ze wordt erg emotioneel terwijl ze praat. (later zegt onze Indische vriend dat hij vindt dat er zoweinig vanuit het hart komt bij de Chinezen, zo weinig emoties?) Intussen staat het eten af te koelen en loopt het water langs je kin van ernaar te kijken… gelaten moet je het aanschouwen.

Alles lijkt erop dat het zo geregeld is om vooral te zien hoeveel en hoe goed de geserveerde gerechten zijn, hoe duur…niets wijst erop dat het de bedoeling is ervan te éten! Na het speechen, het is intussen al na zevenen, wordt er echt niet langer dan vijf minuten rustig gegeten: daarna begint, net zoals bij de huwelijksfeesten en de zakelijke diners die we al meemaakten, het heen en weer geloop om met elkaar te toosten.

Eten doe je niet, drinken des te meer. Halverwege het ‘eten’ wordt een gigantische taart binnengebracht. Die wordt gesneden door het koppel, tenminste de aanzet, en worden borden taart tussen de gerechten geplaatst. Zo komt het dat ik taart eet in een bord vol zoetzure saus met stokjes waar de broccoli en restjes mosselen nog aanhangen, want ik eet wél, wij eten wel! Eten de chinezen niet omdat ze tegen dit uur al gegeten hebben , de meeste mensen eten hier rond 17 uur, of omdat het onbeleefd is, ik weet het niet, wij eten.

En drinken doen we ook. Een maal accepteer ik zelfs ad fundum te drinken maar ik ben meteen gevangen: de man vraagt onmiddellijk een tweede ad fundum want dat is pas degene die geluk brengt. O nee! Al snel is de helft van de zaal ladderzat. Mijn tafelgenoot, een man van drie uur vliegen van hier en de eerste Chinees met handen als kolenschoppen die ik zie, ze passen trouwens bij zijn grote lichaam, sprak aan het begin van de avond Engels maar al snel niet meer. Als ik iets vraag krijgt hij er alleen nog ‘I’m full’ uit en als Frank naar het toilet is ‘ni shi hen piaoliang’( ‘ge zijt een snelle’, westvlaams voor knappe): hij mag mijn buur blijven.

Niemand wordt echter vervelend en de karaoke die volgt blijft er leuk bij. Zoals we al eerder meemaakten: ook deze intellectuelen zingen ongecomplexeerd een lied over Mao, over Mao en zijn liefde voor de minderheden nota bene, gewoon tussen de moderne stuf door. Velen zingen, ook de gastheer kan er wat van en de anderen luisteren of luisteren niet en staan overal te praten, het is allemaal eender. Onze ook al wat dronken Indische vriend wil kusjes uitdelen. Chinezen gruwelen ervan: ik bied mijn wang aan voor drie kussen: zijn hele wereld ziet er ineens beter uit! Intussen blijven de gerechten bijna onaangeroerd op de tafels staan! Een koffietijd zou toch ook handig zijn, niet?

Of wij ook wat willen zingen voor hen? Het moest ervan komen… we beperken ons tot een speechke – gedeeltelijk in het Chinees- wat in dank afgenomen wordt. Dit feest duurt wel heerlijk lang naar Chinese normen: tot halftien!

Onderweg stopt de bus: mannen moeten plassen. Een professor, die jaren in Amerika studeerde, vraagt ons bij hoog en bij laag vrienden te blijven en dat hij ons eens bij hem thuis zal uitnodigen en zelf voor ons koken, maar gezien zijn erg benevelde toestand relativeer ik deze woorden ook zeer snel.

De voorbije weken waren voor mij ontzettend verhelderend. Ik las twee boeken van twintig jaar oud en dat was bijzonder interessant! Over het eerste boek geschreven door de Chinese intellectueel die minachting had voor de boeren en zo opkeek naar het westen had ik het eerder. In dezelfde periode schreef Carolijn Visser haar dagboek: ze reisde door het Chinese platteland terwijl Tien An Men plaatsvond: 1989, één jaar nadat ikzelf het land een beetje doorkruiste. Zij had toen het gevoel dat ze hier geschiedenis beleefde omdat de Chinese intellectuelen eindelijk duidelijk maakten dat ze naar Westerse normen met een Westerse politiek wilden leven. Ik heb het gevoel nú geschiedenis mee te maken: de Chinese intellectueel die zich veel vragen stelt over het Westen en China zelf erg is gaan waarderen. Wie had dit toen kunnen denken?

Door dit boek te lezen kwam mijn eigen reis me voor de ogen en werd duidelijk dat Tien An Men wel degelijk veel veranderde: China heeft er rekening mee gehouden, wat men ook moge beweren. Dit past bij het beeld dat wij hier opdeden van China: het is absoluut niet zo dat men geen rekening houdt met de opmerkingen van de burgers, ze houden met alles rekening maar willen het traag veranderen, doen alles om chaos te vermijden. En ik denk dat we dat alleen maar kunnen toejuichen, er is geen keuze, zoveel mensen samen! Nu ik hier woon ben ik blijer als ooit dat Tien An Men niet afliep zoals de Westerlingen en de opstandelingen zelf toen wilden.

Ook nu vertelde onze dekaan ons dat de leerlingen het demonstreren tegen Carrefour moeten afbouwen, veel studeren en proberen slimmer zijn dan de rest van de wereld… met andere woorden: haat niet beantwoorden met haat? Onverstandige reacties niet beantwoorden met onverstandige reacties? En de tijd nuttiger gebruiken om slimmer te worden? Of interpreteren we het weerom als ‘de mond snoeren’?

Interessant is ook te lezen in wat Visser zich destijds ergerde, al staat ze wel voor veel open en dat ergeren, daar heeft iedereen die hier komt last van. Zo verwijt ze te Chinezen teveel geduld, een te afwachtende houding. Dat zet ze in een historische context. Ik zie het recentelijk in een etnische context: ze zijn erg geduldig en heel weinig agressief. Tot voor kort staarde ik me blind en ergerde ik me in hun ongedisciplineerd rijgedrag, maar sinds kort concentreer ik me op hun gebrek aan agressie in het verkeer en hun verdraagzaamheid. Dingen passeren hier zonder dat de één de ander de huid vol schelt: men wacht even af, men laat de overtreder gewoonweg door, of men doet zelf een stap opzij… een gevolg van onderdanigheid? Een gevolg van intelligent omgaan met heel veel medebewoners? Ik weet het niet, maar ook hier kunnen we iets van leren. Het is enorm moeilijk het positieve te zien van iemand waar je altijd negatief over hoorde, bedenk ik.

We hadden een verhelderend gesprek met onze buurman, een Amerikaan. Ook al weet ik stilaan hoe vele Amerikanen denken , ik was er van in de war. Wat choqueerde me meest? Hij begon met ons te vertellen dat hij dit aan niemand hier vertelt maar dat hij niet van de Chinezen moet hebben, dat Tibet moet onafhankelijk worden, dat het jammer is dat Tien An Men niet lukte, dat hij de regering minacht. Later had hij het over de schande van al die buitenlanders die Amerika haten maar er wel heengaan om van Amerika te profiteren. Jammer toch dat ik teveel fatsoen had, of te gechoqueerd was om te vragen wat hij hier doet? We weten dat hij hier is omdat hij het in zijn land niet meer ‘uithield’ wat dit ook moge betekenen, hij werkt hier veel want hij wil veel geld verdienen, legt de ene Chinese na de andere op de rug want een Amerikaanse moet hij niet hebben…gesproken van twee maten en twee gewichten. Hij vindt het een bewijs van dictatuur dat de leerlingen hun mening niet durven zeggen in de klas. Als wij aanhalen dat de twaalf Amerikanen die wij een jaar geleden bij ons thuis ontvingen, omwille van mekaar niet durfden zeggen of ze nu republikein dan wel democraat waren zag hij de gelijkenis niet. (het feit alleen al dat zoveel Chinezen ons vragen waarom we terug naar België gaan en waarom we niet eenvoudigweg hier blijven wijst toch niet zo echt op een onderdrukt volk.) Helemaal moeilijk werd het toen hij vertelde dat Amerika het nu moeilijk heeft omdat het teveel energie en geld stopt in ‘andere volkeren hulp gaan bieden’. Hij was erg gechoqueerd dat wij het daar niet mee eens waren.

Zijn zus was aanwezig in de torens toen hét gebeurde, dus heel Afghanistan mag verder gebombardeerd worden. Dat Amerika de felgezochte man in Afghanistan zelf gesteund, gecreëerd en gebruikt heeft in het verleden negeerde hij compleet. Verder is het Gods wil dat Afrika arm is, en aids is de schuld van hun losbandig leven. Amen en daarmee werd ons gesprek zowat afgerond. Dat ontgoocheld me nog het meest, dat veel geloof gebaseerd is op een eigen superieur of uitverkoren gevoel ‘ik heb het goed omdat ik dat verdien’. Daar heb ik het enorm moeilijk mee. Iedereen verdient brood of rijst en als ik me dankbaar voel omdat ik het goed heb, ben ik niet dankbaar omdat ik uitverkoren ben maar omdat ik wens dat anderen het ook zijn… ik dacht dat dit vroeger ook de inhoud van mijn dankgebedjes was, niet dus… Amen en we beloofden vrienden te blijven en binnenkort samen een glas te drinken…

Op CNN zag ik een interview met een bekende Chinese basketter die in Amerika speelt. Men vroeg hem wat hij vond van China. Hij antwoordde dat het een groot land is met veel mensen en dat men zelf moet komen kijken. En zo wat timide met een lief lachje voegde hij eraan toe: ‘there is big fun in China’. Ik was al verwonderd dat men dat uitzond op de CNN! Maar direct erna herpakte men zich: na het interview toonde men beelden van tijdens de opname: hoe de jongen bij die vraag naar zijn begeleider gekeken had en gevraagd had de uitzending even te onderbreken… ja, de jongen was bij deze terug goed belachelijk gemaakt, iedereen tevreden. Dat die gast misschien heel erg op zijn woorden moet letten omdat hij , als hij het verkeerde antwoord geeft zijn populariteit in Amerika aan zijn neus voorbij ziet gaan, is wellicht niet aan de orde…

Vorige zondag was het mijn bedoeling ‘coq au vin’ te maken, kwestie van onze keuken te leren kennen aan een bevriend Chinees-Libanees-Canadees koppel! Maar gezien de wijn veel te zoet was, ik de tomatenpuree door zoete ketchup moest vervangen en spek door ham, en geen laurierblad noch tijm of kruidnagel had werd mijn gerecht ‘zoete groene draak op Chinese wijn’. Frank vond het erg lekker! De vrienden apprecieerden mijn chocolademousse, met een zakje als basis, het meest, al vond Frank dat uiteraard ook niet te versmaden! Ik ondervond ook dat dit vuur gemaakt is om snel en op een hoog vuur te wokken: aan mijn stoofvlees met appelmoes die ik nog wou voorstellen aan andere vrienden waag ik me niet meer. Ik moest mijn Chinese draak tussendoor drie maal van pot veranderen omdat hij aanbrandde…

Ik hoop dat het morgen, op 1 mei, mooi weer is: er zal beslist veel sfeer zijn in de parken. ’s Avonds gaan we met onze Japanse buur Japans eten. Ik ben benieuwd want daar heb ik ontzettend weinig ervaring mee. Vrijdagavond gaan we uit met onze landgenoot en mijn Chinese vriendin Rebecca die nu ver weg woont en die ik zo mis en zaterdag, je gelooft het nooit, zijn we thuis bij lerares Bonestaak uitgenodigd om onze Tibet-foto’s te tonen: eindelijk toch gelukt om bij een Chinees binnen te geraken! Het is hier dus een beetje heel erg druk momenteel.. maar een drukte op zijn Chinees, zo las ik ergens: ze zijn druk, ze doen druk en tegelijk relax. En zo voel ik het voor mezelf ook aan…

Carrefour op een kruispunt?

25 april, 2008, een bijdrage van Frank | Comments (2)

Deze week had ik vier klasverantwoordelijken uitgenodigd voor een gesprek over de slechte resultaten van de test ‘Europese cultuur’. Om 6 uur, om samen te eten. Ze zijn er goed op tijd, en hebben al gegeten – de Chinese tijd voor avondeten is vijf uur en dus houden ze het niet langer uit. We trekken toch maar naar het restaurant en bestellen een paar schotels, tenslotte heb ik nog niets in de maag!Die test leert me weer wat bij. Om te beginnen de teksten met materiaal die ik via internet verspreidde: ze drukten er maar één per slaapzaal af! Natuurlijk konden ze zo niet studeren. En de test was met open boek, dwz voor de meeste zonder boek; enkelen probeerden de teksten ook door te geven op de test, waarop ik hen beschuldigde van samenwerken! Ze geven ook toe dat ze niets voorbereid hadden, ze dachten dat ze de antwoorden ter plaatse wel in mijn tekst zouden vinden. Resultaat: geen tijd genoeg om alle vragen te beantwoorden. Niet te verwonderen dat de resultaten zwak waren. De inhoud van het vak vinden ze goed, de meerderheid vind het interessant, maar een aantal studenten heeft geen interesse, aldus de klasverantwoordelijken. Hoezo geen interesse? Dit was toch een keuzevak? Dat wel, maar de keuze was beperkt tot twee mogelijkheden! Om de cursus niet te zwaar te maken begin ik mijn les gewoonlijk met een of ander typisch stukje muziek, deze week Peter Mafei ‘Du allein’. Ik legde hen uit dat het een populaire slow dans is, ze kennen het begrip helemaal niet. Maar in één van de klassen is er toch een moedige dame die onverwachts ingaat op mijn wel heel overmoedige aanbod om de dans met een vrijwilliger voor te doen. Ik bespaar u de details van mijn ‘voorstelling’, maar succes had het! De klasverantwoordelijken zijn akkoord dat het moeilijk is tweemaal 45 minuten geconcentreerd te luisteren naar dingen die voor hen heel vreemd zijn – ze weten alleen iets af van Amerikaanse of Britse cultuur. Er moeten rustpunten in de les ingebouwd worden. Ze vinden echter dat we in plaats van naar muziek te luisteren beter iets uit de actualiteit zouden bespreken. Deze week uiteraard Tibet en de boycot van Carrefour.We ronden het gesprek af en ik wil de rekening gaan betalen. Voor de zoveelste keer zijn de Chineesjes me te vlug afgeweest. Die boycot van Carrefour is het gespreksonderwerp van de week, zowel bij studenten als leraars. In onze stad hebben tijdens het weekend demonstraties voor de deur van een Carrefour plaatsgevonden, voor zover ik begrijp wel niet erg massaal. Maar het schijnt dat de omzetcijfers dalen en in Dalian zou zelfs een vestiging gesloten zijn. Waarom Carrefour boycotten? Er wordt gezegd – niemand kon het me bevestigen- dat de grootste aandeelhouder van Carrefour de dalai lama geld zou gegeven hebben. De Chinezen zijn echter het meest verontwaardigd over een incident in Parijs: een Chinese rolstoelatlete met de Olympische toorts werd door demonstranten aangevallen, en de politie kwam laattijdig tussen; het meisje moest de toorts zelf verdedigen. Eigenaardig, ik zag die scène noch op BBC, noch op CNN; het zoveelste geval van eenzijdige media? De Franse president probeert naar het schijnt olie op de golven te gooien, maar de Parijse gemeenteraad gooit diezelfde olie op het vuur: de dalai uitroepen tot ereburger van Parijs. Een slag in het gezicht of beter gezegd een dolk in de rug van 1,3 miljard Chinezen, die dachten dat de Fransen en de Duitsers – over hen maken ze zich nu ook grote zorgen-, meer betrouwbare partners dan de Amerikanen waren. Ze verstaan die houding niet van de Fransen. Frankrijk, hét culturele centrum van Europa, het land van de Verlichting, van Voltaire die ooit schreef ‘Verpletter de bedriegers’ – (hij bedoelde de geestelijken) , van de Franse revolutie die de kloosters onteigende en de monniken aan het werk zette. Hoe kunnen een aantal Franse politiekers zo dom of kwaadwillig zijn een door de CIA gefinancierde fundamentalistische geestelijke achterna te lopen, met argumenten zoals ‘Tibet onafhankelijk’ die op geen enkele historische basis gesteund zijn? Ik vraag het me eerlijk gezegd ook af. De studenten denken dat Westerse politici zo reageren uitafgunst op de Chinese successen, net nu de Westerse economie in de problemen zit en China nodig heeft. En dat men China zijn communistisch systeem niet gunt dringt nu ook wel tot hen door.  Diegenen die in het Westen die anti-Chinese propaganda aanwakkeren zouden intussen wel eens mogen nadenken over de resultaten van hun acties. De Chinezen staan als één man achter hun regering, en hebben met de Carrefour zaak duidelijk de smaak te pakken. Ha, het Westen wil ons vernederen? We zullen hén eens een lesje leren. Benieuwd wie het laatst zal lachen. Dit is totaal iets anders dan in het Chinese boek van 1988 ‘Er is maar één zon’ dat Lieve juist herlezen heeftIn die periode waren veel jonge Chinezen er van overtuigd dat China achterlijk was, het Westen op alle gebieden superieur en de achterstand nooit in te halen tenzij het westerse maatschappij – en cultuurmodel gekopieerd werden. Dat werd twintig jaar terug geschreven door een Chinees, uitgegeven in Peking en gretig vertaald in het Westen. Die opvattingen zal je nu niet meer horen of lezen. Hedendaagse Chinezen zijn zeer zelfbewuste mensen aan het worden, China krijgt met de dag meer zelfvertrouwen in zijn eigen ontwikkelingsmodel, begrijpt met de dag duidelijker dat het een andere weg dan het Westen opgaat, en waar de zwakke en leugenachtige punten van de Westerse maatschappij zitten. De gebeurtenissen van de voorbije maand hebben er die lessen nog eens extra ingestampt , met dank aan de dalai en zijn supporters. Leugens keren zich uiteindelijk tegen de leugenaar.Vandaag las ik nog een verhelderende toespraak van de Europese handelscommissaris Mandelson die naar China vertrekt met een heel belangrijke delegatie. Kort samengevat: Natuurlijk hebben wij Europeanen de wijsheid in pacht, maar spijtig genoeg zijn we verplicht met de Chinezen samen te werken als we verder onze boterham willen verdienen en om ons milieu te redden. Jammer genoeg is de tijd voorbij dat we hen onze wet konden opleggen, we hebben geen andere keuze dan diplomatie. De verstandige Mandelson is vanzelsprekend tegen acties rond de Spelen. Als uitsmijter enkele ideeën die de Duitse kanselier Merkel deze week lanceerde. Die dame vind dat het voedselprobleem in de wereld veroorzaakt wordt door de Indiërs en de Chinezen die te veel eten. Stel je voor, in India wordt er nu al over TWEE maaltijden per dag gesproken. Het wordt tijd dat de Indiërs en Chinezen begrijpen dat de Duitsers recht hebben op voldoende akkers in de wereld om biofuel te produceren, daar is Merkel voorstander van, zodat ze verder met hun Mercedessen kunnen rijden wanneer petroleum schaars wordt.  Naschrift van Lieve:We zien China alle problemen meemaken die wij meegemaakt hebben de laatste vijftig jaar, waarom hen geen opbouwend advies geven en helpen in de plaats van tegen te werken? Chinezen deden niet liever dan kijken hoe het buitenland dingen aanpakte maar door de houding van het westen zit het gevaar erin, bij de burgers althans, dat ze zich gaan afkeren.Pas nu, door het herlezen van dit boek, en erover na te denken hoe China praatte en dacht toe ik hier voor het eerst was in de jaren tachtig en te zien hoe men zich nu opstelt , snap je hoe snel dingen kunnen keren.

We wijzen de Chinezen erop dat ze de toestand in Frankrijk (en Duistland) niet mogen overdrijven omdat het tenslotte Amerika is dat de dalai lama financiert, en omdat daarenboven maar een klein deeltje van de Fransen zo onverstandig is. Ze krijgen een overtrokken beeld omdat elk handjevol demonstranten steeds uitgebreid in beeld komt terwijl al die mensen vinden dat het buitenland zich niet moet mengen in deze aangelegenheden of dat de Chinezen misschien toch geen ongelijk hebben gewoon niet aan bod komen. Die wetenschap troost hen maar matig; ze zijn er ook door ontgoocheld: zij dachten dat vrije pers betekende vrijheid om de waarheid te zeggen, niet vrijheid om te liegen en eenzijdige informatie geven zo veel je kan. Ze dachten dat democratie en Vrije pers iets anders was. Ik had nooit gedacht om van zo nabij geschiedenis mee te maken, maar hier wordt geschiedenis geschreven, indien het Westen het niet verstandiger gaat aanpakken.

Twee mussen maken de lente niet

23 april, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Kaarsrecht , houterig en met zijn schattig gezichtje dat altijd ernstig staat, komt hij naar me toe als ik thuis kom van mijn werk: hij zestien jaar, Chinees van Dalian,  woont in ons gebouw met zijn moeder –die ik allang niet meer zag- omdat hij in deze school piano komt studeren. Een prototype van een geniale muzikant, een erg rare vogel. Spreekt perfect Engels. Ik heb hem al lang in mijn hart gesloten, hij weet het. Naar mij komt hij toe, van Frank gaat hij lopen…

‘je moet oppassen voor je gezondheid’ is het eerste wat hij kaarsrecht en ernstig zegt

‘ik weet het, het is plots koud geworden’ ik kijk ervoor uit niet te lachen

‘neen, het regent en vocht is niet goed’

‘je hebt gelijk. Pas jij goed op jezelf? Waar is je mama?’

‘ze is hier niet meer’

‘ben je hier alleen? Red je het wel?’

‘ik heb een wasmachine’

‘ben je niet eenzaam?’

‘nooit’

‘je bent een flinke jongen. Je hebt je muziek’: zijn ogen gaan fonkelen.

‘yes, thank You’

Hij zegt dat hij Limoen heet, maar ik denk dat dit een grapje is, hij heeft nog nooit opgekeken als ik hem bij die naam onverwachts roep…(Chinezen zijn zo lief voor ons dat ze een andere naam uitvinden om ons te sparen. Kun je je voorstellen dat wij ons plots Sheila, Jamila, Yenting ofzo gaan noemen om onze buitenlandse gesprekspartner te sparen?)

Eigenlijk kwam ik net terug van een refter, vlakbij. Frank ging uit eten met enkele klasverantwoordelijken om de slechte resultaten te bespreken. Daarom ging ik naar die refter: het eten ligt er uitgestald, ik kan bestellen zonder menu. Ik ga naar het kraampje van ‘ons vriendinneke’: ook een levendige, zotte dame, steeds klaar voor een grap.

‘dit moet je nemen, dit is lekker’ Handig.

Het zijn vier soorten ‘spagettislierten’: dunne knalgele, één centimeter dikke vlezige, anderhalve centimeter brede glazige, en ‘gewone’. Er is koriander en fijngesnipperde komkommer doorheen gemengd, met wat vinaigrette en olie. Heel lekker, jammer dat het koud geserveerd wordt.

Ze komt even bij me zitten en waagt een conversatie met me. Ze weet goed dat ik geen Chinees praat toch sla ik niet in paniek en zij ook niet, een vrij uitzonderlijke situatie!

‘waar is uwe man?’

‘ja, waar? Ik weet het niet’

‘ah, je weet het niet. Gisteren ben je gaan zwemmen.’

‘hoe weet jij dat?’

‘ik weet dat. En je fietst ook veel’

‘ja, dat maakt me sterk(laatste woord uitgedrukt met gebarentaal). Zwem en fiets jij ook?’

‘neen, ik ben sterk (zelfde gebaar) van hier te werken.’

‘jaja, en fietsen doe jij ook niet: je hebt een brommer!’ algemeen gelach.

‘waar is je man?’ verdorie, wat nu?

‘jij zit op zijn stoel, jij bent nu mijn man’ Ik brei die zin aan mekaar alléén maar omdat ik enkel deze woorden ken maar het wordt een goede grap: ze vertelt hem overal rond!

En om eerlijk te zijn, niet alleen het feit dat ik het eten hier zie staan was de reden om te komen maar zij: ik had nood aan een lach. (De temperatuur is van dertig graden naar dertien gevallen en vanmorgen slechts drie graden! Dit in drie dagen tijd) En een lach kan je hier makkelijk vinden. Er lopen zoveel mensen rond, als je er honderd ziet, en dat zie je steeds, is er wel altijd eentje tussen waar je een streek of een grap mee kunt uithalen of ik weet intussen waar ik moet gaan om die te vinden… alles bij de hand!

…Behalve ‘een goede maat’ om dan eens in mijn eigen taal ‘gewoon’ te kunnen tegen doen bij hen thuis (na een ochtendlijk zwempartijtje en bij het ontbijtje,voorbeeld?)of bij een koffietje in de Brusselse koninginnegalerij, of bij een glas champagne –een pintje is ook goed – op de Brugsche, of Rijselse markt – die van Antwerpen als het niet anders kan -, of bij een etentje ergens in Gistel, Gent of Holland, of bij een rood wijntje in een zalige antiekwinkel, of bij een Ali-etentje in de Ardennen, of bij een kampvuur in onze tuin en te prààààten over onze koetjes en kalfjes! Dat gemis flitst op zo’n dagen door mijn hoofd. Maar wat ik wel verrijkend vind om te weten voor mezelf: ik kan missen zonder pijn te hebben. Had ik niet verwacht.

Maar dàt zegt vooral veel over de kwaliteit van mijn vrienden…of ik ze nu hoor/lees of niet (liefst en leukst als ik ze wel lees, natuurlijk!) omdat ze te druk bezig zijn of niet graag schrijven, ze zijn er… wat een rijkdom.

En nu ik net wil afsluiten zie ik voor mijn neus, in de treurwilgen twee musjes die hét doen! Ik kreeg nooit eerder de kans musjes ‘het’ te zien doen. Er zitten hier veel mussen, als dit iets zegt over de vervuiling, ziet het er niet slecht uit. Oei, ze doen het drie maal na mekaar. Bij de laatste keer geeft ze toch te kennen dat het nu genoeg is…

Net nu ook komt Frank binnen met… een nieuwjaarskaart (lag ergens verloren in het secretariaat!) van Herman en Miche. Voor alle duidelijkheid: de link tussen musjes en de situatie slaat daarom niet op Frank, OOK niet op die leuke postzegel waar een meisje op staat dat glimlachend slapend over een typmachine ligt waar hartjes uit wegvliegen…maar waar slaat het dan wel op, hé Herman? (en zeggen dat ik net over onze Ardennen weekendjes blogde, en jullie schrijven er ook over… ! )

En nu ga ik beter in alle ernst werken… alhoewel? Zo ernstig gaat het er ook niet aan toe, maar hierover vertel ik lekker niets…

OVER JASMIJNGEUREN EN BIJNA-BLOTE MEISJES

21 april, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Ik zal je niet lang in spanning laten, ik begin maar met het bijna-bloot. Vrijdagavond in het zwembad liepen daar vijf, lange slanke Russische deernes. Meer buitenlanders?! Dat was al een bezienswaardigheid op zich, laat staan hun textiel dat we nog nauwelijks textiel konden noemen. Ze liepen daar met enkele vierkante cm vastgehouden met touwtjes. Ikzelf had net mijn badpak met billetjes dat ik hier ooit kocht niet aan, het contrast zou groot geweest zijn. (om geen fantasie op hol te laten slaan:ik droeg een ander badpak). Geef mij toch maar de fleurige bikinitjes van de Chinezekes: een groot, kleurrijk bovenstuk reikend tot aan de buik en eronder een broekje met een heel kort zwierig rokje eraan: dit is hier de mode en daar staan ze zo schattig mee. Het leukste komt: in de douche- en saunaruimte waar alle vrouwen naakt rondlopen voelden de dames zich te beschaamd om hun alles-verhullende textiel uit te doen…Trouwens deze meisjes merkte ik gisterennacht voor het eerst op in onze universiteit: ze hielden me vorige nacht uit mijn slaap: tot één uur in de nacht stonden ze te roepen en te gillen door hun raam dat zich op een afstand van tien meter van het onze bevindt. Er studeren veel Russen in onze universiteit en die logeren in ons gebouw. Eerlijk, ik vind dit niet de sympathiekste bewoners: ze drinken veel, zijn luidruchtig en gedragen zich vrij hautain. Behalve als je er individueel mee praat, dan vallen ze wel mee.  Frank en ik hebben eens onze tijd genomen om dat badhuis echt te verkennen. Meestal begeef ik me van douche naar zwemmen, van zwemmen naar douche/sauna. En soms laat ik me in bermuda en bloesje steken om me in het gemeenschappelijk gedeelte te laten masseren, in een aparte kamer, dat wel. (laatst had ik een jonge man die me trots liet zien dat hij borsthaar had! Ik kwam niet bij van het lachen maar besefte inderdaad nogal laat dat dit voor deze haarloze mensen vrij ongewoon moet zijn!) Dat er hier veel meer te doen was had ik wel al gezien maar nooit echt goed bekeken.We beslissen om de zelfbediening eens te testen. Grote zaal, vrij intiem verlicht, rotan tafeltjes en stoelen, in het midden een groot podium waar na 21 uur flashy optredens zijn, al dan niet schaars gekleed. We bedienen ons van allerlei, van noedels tot allerlei groenten en vleessoorten (nekken en koppen ontbreken natuurlijk niet) tot taartjes. Jammer dat we wat laat zijn: er wordt hier gegeten tussen 17 en 20 uur: het eten is al koud om 19.30u, ook al staat het op chauffe-plats, onverwarmde… Om 21 uur zegt men dat we moeten weggaan of bijbetalen: het optreden begint. We gaan.

Dat hier ook een gemeenschappelijke sauna voor mannen en vrouwen is, je houdt er je pakje aan, wist ik niet. Het is een prachtige ruimte vol rieten matten, er wordt Chinees schaak gespeeld,de sfeer zit er goed, echt oosters. Voor de ruimte staan zowaar tafeltjes en stoeltjes om thee te drinken. Ik smeed plannetjes: ik zal hier toch eens een nachtje komen doorbrengen met mijn zus! (o, wat kijk ik uit naar haar bezoek! Ik sta te popelen om dit alles met haar te delen en om haar en haar dochters’ reactie te zien op dit alles!) Ja, alle sociaal contact gebeurt in het badhuis. Ik dacht dat het alleen een veredeld ‘rollenbollen’ huis was maar er gebeurt toch veel meer.Die badhuizen, dat is toch wel een fenomeen: hoeveel er zijn in deze stad? Massa’s: grote luxueuze gebouwen met een imponerende gevel met véél bladgoud, overal in de stad vind je er. Alsook, naar oude traditie en om het gebrek aan een eigen badkamer in de oude gebouwen te compenseren, zijn er vele kleine die niet opvallen. Ik mis trouwens in het zwembad mijn badmeesters. Allen zijn ze weg. Wat zou er aan de hand zijn? Nu, ik kan wel rustiger zwemmen, dat is dan wel het voordeel! Zaterdag werd een heerlijke dag! Terwijl we poetsten stopte ik de winterkledij weg, haalde de zomerkledij uit. Een jaarlijks ritueel dat me steeds vlinders bezorgd! En hier zeker, ik loop al de hele week zo zot als een kanon want we haalden de dertig graden! Daarenboven kregen we terug een kaart van de post: er ligt een pakje. (Ik vermoed wat het is: de merino trui die ik in Nieuw Zeeland bestelde.) Leuk alibi om te fietsen. Ik wil fietsen via ons prachtige Beilin park, koffie meenemen, Monique-chocolade mee, een leesboekje en ons onder een boom flokken. Klinkt al heerlijk op zich maar dat we dan ook nog zoude getrakteerd worden in het park op een indringende, sensuele jasmijngeur, overtreft zelfs mijn dromen: alle bomen staan in bloei. Zo zit ik jasmijn te snuiven, te lezen, te genieten van chocolaatje en koffietje, terwijl onder de boom naast ons een man Chinese trompet speelt. Om jaloers te worden op je eigen schaduw, toch?… Het pakje is de trui. Blij dat die aankwam. We fietsen langs de Carrefour: van de boycott is niets te zien, het was een oproep via internet. Het gaat erom dat de Carrefour en ook the Bodyshop, overgenomen door Loreal, geld geven aan de daila lama. Dit zal wellicht geen geld zijn om een nieuw hoedje te kopen… Ik verbijt mijn zin in een stokbroodje en ben solidair, al compenseer ik mijn opoffering met… een ijsje bij …Mc Donalds. Foei! Terwijl we buiten ons ijsje verorberen zien we een jongetje dat de rugzak uit onze fietsmand wil stelen, hij ziet ons nochtans zitten op een meter van de fiets. In de moderne wijk, rond de markt ontdekken we een enorme supermarkt waar alleen thee verkocht wordt. Ik kan niet weerstaan en sla er zelfs mijn voorraadje voor België op: een fluweelzachte groene thee: Long Jin (Drakenbron) van het Westelijke Meer (50 euro per kilo) . Later kom ik beslist terug voor jasmijnthee. (ik zal extra koffers mogen kopen, wat is het hard om te beseffen dat alles vergescheept moet worden)

Als we aan de provinciale schouwburg naar het programma staan kijken willen zwartverkopers ons een kaart verkopen: er begon net een spektakel. Welk wordt maar niet duidelijk. We twijfelen en de prijs zakt van 20 euro naar 5 euro. Het blijkt een soort wijkfeest, georganiseerd door de ‘club van eigenaars van de Tienduizend Gasten verkaveling’. Er wordt op amateuristische manier gezongen, gedanst, toneel opgevoerd. Ook het mooie salsa dansende koppeltje, een kleinzoon met zijn oma van 67 gekleed in het nodige minirokje en topje, ontbreken niet. De avond wordt afgesloten als naar gewoonte: een houterig emotioneel toneeltje, eerder dialoogjes, waarin mama, papa, oma, opa geëerd worden en voor deze gelegenheid: waarin herhaaldelijk gezegd wordt hoe gelukkig ze zijn in hun nieuwbouwappartement. Even dachten we dat het een promotiestunt van een immobiliënburo was maar het bleek dat er niets verkocht werd. Ik ben blij dat ook meegemaakt te hebben, vooral de zingende en dansende kleintjes zijn om te stelen, en vooral blij dat ik zo de binnenkant van het moderne theater eens zag.

Vóór het theater, op de ‘grote markt’ van Shenyang, wordt actief gevliegerd, gedanst, gerapt, ‘gepluimd’ (ik koop er mij ook eentje en zal dat eens uit proberen met Frank). Kun je je voorstellen welk aroma aan de pan ontsnapt als ik het deksel van mijn kookpot optil en hoe ik me dan voel? Dat sterke moment van snuiven aan walmen van gesnipperde lente-uitjes, gember, look en vijfsterrenkruid. Ah, zo lekker. Even intens en opwekkend als die ontsnappende geur die direct erna oplost, strelen de bloesemgeuren me terwijl we naar huis fietsen. ‘he, rook je het?’ ‘nu je het zegt, ja…’ Een stop aan het fruithoekje waar we verwelkomd worden op een ‘Waar zijn jullie zolang gebleven? En vanwaar komen jullie nu? En kom maar snel terug, wacht niet zo lang meer’. Een stop bij mijn bloemenmeisje: ‘Ah, je bent daar weer? Vanwaar komen jullie? Wat hebben jullie gegeten? Eten jullie rijst of alleen maar aardappelen?’ Ze snauwt nogal en Frank begreep het laatste woord niet. Energiek gaat ze in de keuken rommelen: ‘Ah ja, een aardappel, ja dat kennen we.’ ‘Eten jullie dat in stukken en gekookt of rauw geraspt?’ (wordt vaak gedaan in China, met vinaigrette en wat koriander erdoor, lékker!) ‘En je kleren zijn weer zo zot’ zegt ze lachend. Tussen al haar aframmelen duw ik erdoor: ‘Ik nam zes witte lelies en drie gele’. ‘Ik moet het allemaal niet weten, neem wat je wil en geef me 14 yuan, het is allemaal goed’ Ze geeft me er vijf terug op mijn briefje van twintig. Ik gaf haar een foto van ons twee die ik liet ontwikkelen, ze gilt het uit en vindt zichzelf zo lelijk. Je kan niet anders dan in je bed nog liggen lachen als je aan die meid denkt. Zondagmorgen gaan we voor de eerste maal buiten aan de vijver ontbijten, en ons boekje verder lezen. In de namiddag willen we een experiment doen: een doos opsturen naar België. In welk postkantoor kan dit? Zijn er dozen, hoe groot zijn die? Hoeveel kost het? Hoe lang doet het erover en zal alles er nog inzitten bij aankomst? Al zijn onze ervaring van hetgeen we ontvangen heel goed, we hoorden diverse verhalen over het terugsturen van spullen: er zou wel eens wat verdwijnen. Ik vul de doos met gewone en enkele aantrekkelijke spullen voor controleurs en douaneambtenaren… Het versturen zelf valt mee: het kan vanuit het postkantoor op onze universiteit, het kost ons 25 euro voor elf kilo, tarief trage post. Al mag ik niet bedenken hoeveel dozen ik zal nodig hebben, al zullen we sowieso terug een kist laten opsturen. Maar goed, dit is al interessant om weten. De rest zijn echt zorgen voor later… We fietsen nog even tot aan het centrale plein waar het enorme beeld van Mao staat; daar vlakbij is een van de grootste boekenwinkels. Eventjes meer dan een uur heen en evenveel terug, we draaien er onze hand niet meer voor om. Maar toch dom dat we zo laat kwamen, het is 17u en het sluit om 18 uur. Ik verzeil ook op verzoek van mijn zus in de kunstafdeling , iets wat ik eigenlijk probeerde te vermijden. Te martelend. NOG een doos meer te versturen?! Ik zal deze week eens terug komen. Pas nu zou ik dat op mijn eentje durven, kun je je voorstellen dat het zolang duurde? Ja, met mijne Frank om me heen ben ik groot en zelfs grootsprakerig hoor, maar om alleen te fietsen in deze reuzenstad tussen alleen Chinese karakters en met een voor mij onleesbaar stadsplan, ik durfde het niet. Maar nu begin ik goed de weg te kennen. Het werd tijd. Toch nog een jaartje blijven? Grapje… We eten in de drukke winkelstraat. Neonverlichting alom.Onder de winkelstraat, in de oude schuilkelder-gangen waar nu allemaal winkeltjes zijn heerst meer de sfeer van de Marokkaanse soeks. Gezien het bijna sluitingstijd is, acht uur, is het er niet zo druk vind ik het er wel leuk. Het soek-achtige vol zotte kleurtjes en prints op de kledij, trekt me meer aan dan de chique winkelstraten boven. We kopen op de valreep een jeans en twee hemdjes voor Frank en ook hier wil ik terugkomen, mét hem want alleen zou ik beslist nooit meer de goede uitgang vinden! Mét hem ook niet, maar dàt is niet erg. (het wordt werkelijk tijd dat ik terug beroep kan doen op een bruikbare lees- en schrijftaal waarin ik mijn onafhankelijk karakter kan botvieren! Deze situtatie is wel romantisch maar ik zal blij zijn terug helemaal op eigen benen te staan en Frank blij niet meer voor mij ‘te moeten zorgen’ denk ik. Al hoop ik dat hij terug zal kunnen wennen aan zijn vrije vogel!) We duizelen even bij de gedachte waar we vorige week zondag vertoefden: op het platteland in een heel andere wereld maar alles op fietsafstand. Ik slaap er zelfs slecht van: lichtjes en boerendorpjes wisselen mekaar af in mijn gedachten, massa’s postdozen flippen voor mijn ogen, massa’s kleren en prints, het moeilijk schilderij dat ik moet aanpakken passeert de revue…

Maar met de kalmerende geur van jasmijn nog in mijn gedachten wordt ik toch monter wakker, klaar om de week aan te pakken… en het schilderij.

Dissidente stemmen over China

18 april, 2008, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

Voor wie eens een andere stem over Tibet wil horen, hier een link met 5 opinies van VIP’s.

De teksten bevinden zich in het bulletin Nr. 12

http://www.bloggen.be/nieuwsbriefchina/

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin