Een fietstochtje op de buiten

15 april, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

Tja, ik eindigde mijn vorig schrijven met de bedenking dat ik nu beter inzie hoe een ‘grote sprong voorwaarts’ hier mogelijk was, maar na het volgen van het Westerse nieuws deze week begrijp ik nu ook hoe men ertoe kwam zigeuners en joden zo te haten…wat kunnen de media mensen opjutten! Ik word treurig van deze gedachte. Het gaat over een sportevenement, kan sport bij ons niet meer losgekoppeld worden van de kassa-kassa-realiteit, noch van politiek? En hoe is het mogelijk dat ik tot ik deze zomer in Australië was niet besefte hoe mensonwaardig de Aboriginals behandeld worden? Waarom kwam dit bij de vorige spelen niet ter sprake? Spelen mensenrechten geen rol als het over een land als Australië gaat, waar zit hem het verschil? Wat hoop ik dat de heer Rogge het hoofd kan blijven koel houden, al moet de druk op die man gigantisch zijn. In elk geval, nu weten de Chinezen hoe ‘de westerse wereld’ (door al die media aandacht voor zij die tegen zijn lijkt het alsof iedereen in Amerika en Europa zo denkt) China bekijkt. Laten we maar rekenen op hun relativeringzin, van een andere houding zou niemand beter worden. Je een beetje ergeren als je dan weer op tijd ontspant kan geen kwaad. Ik hoef niet eens het badhuis binnen te gaan om gekriebeld te worden: daar zorgen zeven mannen voor! Ze stonden elk aan een boom te plassen, daar waar ik mijn fiets steeds rond een stam vastleg. Wat een uitgelezen kans voor me om mannen te plagen, vooral plassende mannen , dat doe ik graag! Ik stapte prompt naar ‘mijn’ boom, vlak bij hen. Geschrokken en plassend draaiden ze zich in alle richtingen, weg van mij. Daar er veel wind zat moet dit voor ongemak gezorgd hebben. Ze gaven me een hele uitleg en maar lachen! Waarop ik in het Vlaams zei: ‘maar mannen toch, ik heb geen probleem hoor!’ waarop ze ernstig en schuldbewust zeiden:’ja, we weten het…’ in het Chinees weliswaar. En dan één voor één, goed articulerend: ‘I’am(e) sorry!’ en maar gieren. Ik ook. Het vraagt wat lengtes voor ik het zwemmen terug leuk vind, het is een weekje geleden, maar dan kan ik er haast niet mee stoppen, zo gaat het vaak. Zaterdag maak ik aardbeien confituur. Ik vraag Frank waarom dit zo’n huiselijk gevoel geeft. Prompt krijg ik een typisch nuchter antwoord: ‘omdat je zoiets normaal alleen maar thuis maakt’. Dat zal het zijn… Ik was de aardbeien op de boerenmarkt, hier vlakbij gaan kopen. Ze kennen me er al. De huajia (schilder) is er! Het is er leuk inkopen doen, je moet er niet afbieden, prijs is prijs maar ze hebben wel een ander trucje dat ik nu pas doorheb omdat het er bij de aardbeienman te dik oplag: ik vraag vijf jin (halve kilo) en hij geeft er me zes. Zo gaat het vaak: ze geven je steeds meer met als excuus dat ze dan tot een rond getal komen of dat ze geen kleingeld hebben om terug te geven. Terwijl ik stond te betalen kwamen twee arme jongens een aardbei vragen aan de man. Ze mochten er enkele nemen, ‘maar slechts voor die éne keer’ hoorde ik hem nog roepen.

Frank droomt er al heel lang van een héél erg grote fietstocht tot aan een pagode ergens ver weg te maken. Twee weken geleden begonnen we eraan maar na amper twee uur mochten we rechtsomkeer maken omdat de hemel inktzwart werd. Maar als je denkt dat dit dan een verloren dag geworden is dan denk je er niet aan dat we in China zitten en hier alles een ervaring is. Ook schuilen tegen de regen. Bij de eerste stop werden we door een moderne, jonge dame binnengevraagd en kregen we heet water te drinken. Ze was aan het werk in haar atelier. Ze maakte er een imitatieschouwtje. Dit ateliertje bleek een deeltje te zijn van haar fabriek. Ze maken er allerlei beelden (van Confucius tot Einstein) en kitscherige toestanden om in tuinen te zetten. Typisch Chinees, dachten we maar haar grootste afnemers waren Amerikanen en Canadezen! Je had het noch het fabriekje, noch het meisje toegekend zo internationaal bezig te zijn. Bleek dat ze ook de imponerende beelden van voor het Amerikaans gebouw in onze school gemaakt had… kleine wereld, dit China! En ja, wanneer het ‘ateliertje’ volop draait werken er 300 mensen.Ook onder onze tweede schuilplaats stonden we niet lang: een poort van een fabriek van auto-onderdelen, een privé-bedrijf. De portier vroeg ons meteen binnen in zijn loge. We maakten een interessant praatje met hem, hij vond dat hij weinig verdiende (120 euro per maand, dat het moeilijk is om werk te vinden enz… hij bood ons aan ons naar huis te laten brengen… wat we niet aannamen maar lief was dit wel! Lief is men steeds: vorige week tijdens ons uitstapje deelden we de taxi met een jonge vrouw. Zij veranderde haar traject om ons te helpen in het station en bij een stop kocht ze twee kippenbilletjes voor ons… ah… Maar goed, deze week vatten we dé grote tocht aan in de hoop geen hulp van doen te hebben, van niemand… o ijdele hoop!Ik kan nu stilletjes aan zeggen dat ik weet hoe het platteland er in het noorden uitziet. Het wordt een bijzondere tocht. We fietsen kilométers op een rechte baan waar links en rechts een rij prachtige oude bomen staan, de harde wind blaast ons niet echt tegen maar toch bijna. De zon is van de partij. Het feit dat het oude bomen zijn langs de weg, is bijzonder, maar de combinatie van een goede baan en weinig verkeer is hier erg uitzonderlijk. Kilometers velden. Sommige zijn droge velden, wachtend op water om rijst te kunnen laten groeien en bloeien, andere eindeloze priëlen liggen al in ploeggleuven uitkijkend naar zaadjes en plantjes. Eindeloos, vlak. We passeren een fabriek die een rijstpellerij blijkt te zijn, de gevangenis van Shenyang- een enorm en modern complex- , en boerendorpen. De dorpen zien er netjes en aantrekkelijk uit, hier geen zwervende plastiekzakjes. Ze zijn rijker dan de boerendorpen die we vorige week zagen. We belanden aan een restaurant waar normaalgezien alleen feesten gegeven worden, zo begrijpen we ietsje te laat, maar het geeft niet: we zijn welkom. Als ik vraag of we een tafeltje buiten mogen zetten, de binnenkoer is te aantrekkelijk om dit niet te doen, gelooft de dame niet wat ze hoort maar zegt ‘ja’. Wat ben ik daar reuzenblij om! In geen tijd bereiden ze iets voor ons. Daar we haar uitleg niet goed begrepen mochten we in de keuken iets uitzoeken. Het werd een gehaktbal met groentescheuten. We hadden maïskoeken bij gevraagd, dit hadden ze niet, zei ze waarop we zeiden dat noedels ook prima waren. Toch stormde ze weg met haar fiets en kwam terug met… maïskoeken…Ze profiteert van de gelegenheid om haar engels wat op te poetsen. Hoe zeg ik in het Engels ‘renshi nin wo hen gaoxing’? Frank antwoordt prompt: ‘nice to meet you’. Verder fietsen mag ik vergeten: lekke band! Maar het geluk staat aan onze zij: op honderd meter vinden we een hersteller. Daar staan we meteen in volle belangstelling. Komen we echt van Shenyang? En willen we naar de pagode? Zo ver? Dit is toch onmogelijk. Of we moe zijn? ‘neen,wé zijn niet moe’, zegt Frank. Of we thee willen? Gratis. Hoe oud we zijn, of we kinderen hebben, waar die zijn, enzovoort enzovoort…Uren fietsen we verder. Vrij eentonig maar knap. We komen op een dijk. Daar hebben we de wind helemaal voor. Zie ons daar ploeteren door een eindeloos landschap ergens in China! En daar ploeteren we nog verkeerd ook. Pijnlijk. We moeten terug, gelukkig gaat dit vanzelf. Zo vinden we met enige uitleg van toevallige passanten, het zijn er hier niet veel, de vlotbrug over de Liaoning rivier, de grootste rivier van de provincie die er trouwens haar naam aan ontleent. Rond de rivier oogt het duinachtig. Vanaf nu geen asfalt meer, alhoewel deze baan als de enige hoofdweg op de kaart staat. (het is trouwens niet te geloven hoe Frank dat hier allemaal ontdekt en uitpluist op zijn grote kaart aan de muur. Waar is de tijd dat hij met een wereldbol naar Italië reed, nietwaar Herman?) De verharde aardeweg is goed en vooral: vanaf nu wordt het echt prachtig. De velden stralen veel poëzie uit, wellicht omdat geen asfalt hen doorklieft. De knappe oude bomen langs de weg en in het veld hoor je steunen in de wind. Je kan zien dat het net pas ‘Tomb cleaning day’ of Chinees Allerheiligen was: overal in de velden en langs de rivieren staan goed onderhouden graftomben. Nu pas begrijpen we dat het onderhouden van de graven mannenwerk is: het is een hoop aarde, mooi in een puntvorm afgewerkt, minstens een meter hoog, soms wel twee of drie meter. Bovenaan ligt er een steen op en bij de wat rijkeren staat er een grafsteen voor, en dan is de hoop aarde ook groter. Wellicht doordat de aarde snel weggeblazen wordt waren ons die graven nog niet eerder opgevallen. Verse graven zijn bedekt met witte en kleurige papieren bloemenkransen. Als we tussen vier huizen komen die het dorp voorstellen heb ik weerom lekke band! Met ietsje minder geluk nu: we moeten naar het volgende dorp stappen, twee kilometer verderop. Twee kilometer, valt ook nog mee. Frank fietst al vooruit met de fiets aan de hand. Ik geniet van mijn wandelingetje alleen, door de velden. De weg loopt haaks over een dijk. Eenmaal op de hoogte van de dijk ligt een dorp aan mijn voeten. Zo mooi! Frank zal ik daar wel ergens vinden, veronderstel ik. Alsof de enige vrouw die hier loopt mijn gedachten kan lezen, zegt ze dat mijne man rechtdoor gegaan is. Ik veronderstel dat het dat is wat ze me zegt en zeg overtuigend in het Chinees ‘aha, dat is goed, bedankt’ en nu maar hopen dat ze niets meer terugzegt.De daken van de huizen zijn hier nog anders dan alle andere die ik al zag. Een langwerpige zadelvorm. Zo chinees! Bij de fietsenmaker, gezeten op een stoeltje midden in de straat, vraagt men met ongeloof of wij uit België komen om de pagode te zien. We veronderstellen de pagode nu snel te vinden? Valt tegen: we moeten nog kilometers verder over een andere dijk. Bij het erop rijden val ik en beschadig mijn pedaal een beetje. Vervelend, ik schuif er wat af terwijl ik fiets. We worden getroost: daar staat de Liao Bin Ta , de ‘Pagode op de oever van de Liao rivier’! Veraf maar veelbelovend en hij is het ook: een prachtige pagode uit de twaalfde eeuw. Ze is veertien verdiepingen hoog, wel dertig meter. En al ligt ze in the middle of nowhere: men is het klooster aan het herbouwen!Er is geen keuze: we moeten dezelfde weg terug. Ik denk dat ik slim ben als ik voorstel om de dijk af te rijden om een hoek af te snijden, door de velden en achterom de dorpen te rijden die we daar in de diepte zien liggen. Er geen rekening mee houdend dat de achtertuin van een dorp meestal niet zo netjes is. En jawel, meteen prijs: derde lekke band voor vandaag! We gaan terug naar dezelfde fietsenmaker van daarnet. Het is al vijf uur en hij is al weg, maar zijn vrouw gaat hem meteen halen. De man die daarstraks maar twee kwai (20 eurocent) vroeg durft nu niets vragen. En nochtans is hij erg arm: hij woont met zijn vrouw in een klein huisje: één kamertje is zijn atelier én keuken, de andere kamer is slaap- en eetkamer. Er staat een tafel opgeplooid, een groot stenen bed en twee grote kisten. Hij schrikt als ik hem toch geld geef. Na enkele uren staan we bij onze eerste fietsenmaker, het is al 19uur, we hebben 80 kilometer in de benen en we zouden nog 35 km. verder moeten fietsen in het donker. Ik ben doodop. Ik stel voor bij die vriendelijke fietsenmaker hulp te vragen. Meteen begrijpt men ons probleem: we krijgen thee en er wordt volop getelefoneerd tot men iemand vindt met een grote wagen waar wij met onze fietsen in kunnen. Intussen is men met GSM’s in de weer om foto’s van ons te maken en wordt er veel gelachen, vooral het feit dat we drie lekke banden hadden blijkt de grap van de dag te worden. We tonen onze foto’s van de pagode als bewijs dat we er wel degelijk geraakten.Frank en ik komen tot de conclusie: we zijn hier bijna twee jaar (ik ben nu voor het eerst in mijn leven langer dan zeven maanden aan één stuk weg van huis…)en hebben hier alleen maar dergelijke, en goede ervaringen met mensen, de twee keer dat ik bestolen ben buiten beschouwing gelaten. Een jonge boer brengt ons naar huis met zijn minibus. Hij bezit een kwart hectare waar hij maïs op kweekt: verdient te weinig. Zal wel, een kwart hectare is echt niet veel om van te leven! Om acht uur staan we voor de universiteit, de man weet niet hoeveel hij ons moet vragen maar is best tevreden met zijn 100 kwai (tien euro). Frank laat zijn fiets vallen: schakelsysteem kapot! Het was ons dagje wel, wat fietsen betreft maar alles was de dag meer dan waard!Een lange douche moet de dikke laag stof uit lijf en haar krijgen, een Dejonghe-pastaatje met pesto zorgt ervoor dat we ons snel weer prima voelen, al wacht ik niet lang om de lakens op te zoeken! De temperatuur is hier intussen gestegen tot 23° overdag, 16° ’s nachts. We worden warm weggeblazen overdag, er is veel wind. Zeggen dat het laatste ijs op de vijver maar tien dagen geleden smolt!Dat ik er nog bij loop als een eskimo (ik overdrijf een beetje) tussen als die jeansjes- katoentjes- tierlantijntjes- rokjes- kousjes- poppetjes is alleen omdat het in mijn atelier nog altijd koud is. Ik schrik als ik buiten kom:”Hé, ben ik soms iets vergeten? Ach nee, het is de lente die me hier vergat…”Maar ook goed zo: welkom zomer! O ja, Frank heeft intussen beslist niet te solliciteren voor de job als vertegenwoordiger van de provincie Oost-Vlaanderen en de Universiteit Gent in Peking. Hij wil eerst één en ander doen om in België eerstehands informatie over China te verspreiden. Spijtig, ik had nog een jaar Peking wel zien zitten

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin