Hoe een actrice haar karma kwijtspeelde
Het staat nu definitief vast: geen selectie als vrijwilliger voor de Spelen! Jammer, ik zag het zo zitten. Meer dan een bedanking voor mijn kandidatuur kwam er niet uit Beijing. Hadden ze dan zoveel buitenlandse kandidaten? Had ik meer kans gehad als vrijwilliger in Shenyang dan in Beijing? Twee weken na de aardbeving, waren er opnieuw enkele zware naschokken, nog maar eens 420.000 huizen ingestort. Wanneer je toch al met vijf miljoen daklozen zit maakt het allicht niet veel verschil meer.Onvoorstelbaar. Intussen worden honderdduizenden mensen geëvacueerd opdat natuurlijke dijken door aardverschuivingen dreigen door te breken. Er zijn nog altijd een kleine twintigduizend vermisten. De regeringswoordvoerders zeggen dat het jaren zal duren vooraleer de situatie terug een beetje normaal wordt. In sommige arrondissementen zijn de berghellingen zo instabiel geworden dat de hele bevolking definitief zal moeten verhuizen. De regering heeft voor de volgende drie jaren 6 miljard dollar jaarlijks uitgetrokken, maar geeft toe dat ze nog geen benul heeft hoeveel er echt zal nodig zijn. Binnen drie maanden hoopt men een overzicht te hebben en een masterplan voor de heropbouw. Moedige Chinezen. Uit heel de wereld worden tenten aangevoerd. Chinese fabrieken produceren op maximale capaciteit prefab huizen, waar de slachtoffers tot drie jaar zullen moeten verblijven in afwachting van definitieve hervestiging. Grote verontwaardiging deze week toen Sharon Stone in Cannes vertelde dat de aardbeving kwam doordat de Chinezen geen goede karma hebben, die verloren ze door onvriendelijk te zijn voor haar goede vriend, de dalai lama. Benieuwd wat haar ‘goede vriend’ van haar uitspraken denkt. Wie er niet kon mee lachen was Dior, die doet in China veel zaken en Sharon Stone is het gezicht van zijn publiciteit. Formele excuses volgden. Waarop Mia Doornaert in De Standaard beweert dat de Chinezen nu ook al buiten China de vrijheid van meningsuiting beperken en hen vergelijkt met fanatieke moslims die tegen de Deense cartoons reageerden; ben benieuwd hoe diezelfde Doornaert de vrijheid van meningsuiting zou verdedigd hebben indien een bekende filmster zou beweerd hebben dat de 11september terroristen door God gestuurd waren om Amerika te straffen?
Op de Chinese televisie lopen er nog altijd permanent programma’s over de hulpverlening. In de internationale pers lees ik over de mogelijks slechte kwaliteit van scholen die te snel instortten, en de ontevredenheid van de ouders. De eerste minister heeft een onderzoek bevolen , het ministerie van onderwijs meldt in een eerste rapport dat scholen dikwijls de oudste en dus de minst stevige gebouwen zijn. Mogelijkse fraude wordt ook nog steeds onderzocht. Op het Chinese internet – dat ik helaas nog altijd niet kan lezen en verstaan – wordt ook de vraag gesteld of er vooraf geen beschermingsmaatregelen konden getroffen worden. Hebben de geologen het gevaar onderschat? Er duiken nu immers allerlei voorspellingen van een nakende aardbeving op. Wisten ze hoe gevaarlijk het was, maar trokken ze niet genoeg aan de alarmbel? De getroffen streek stond immers niet op de lijst met de hoogste gevarenprioriteit. Legden de lokale overheden de waarschuwingen naast zich? Russische raadgevers zouden in de jaren 50 al voorgesteld hebben in deze streek strengere bouwnormen in te voeren. Was de controle op nieuwe bouwprojecten onvoldoende? Er is nu zelfs een geoloog die zegt dat de hele stad Beichuan er nooit had mogen komen, het gevaar voor aardverschuivingen is daar te groot. Eén van mijn beste studenten, Yanting, komt haar hart uitstorten. Ze is een communiste maar gaf te weinig voor de aardbeving; haar lerares heeft haar daarover aangesproken en ze voelt zich nu schuldig; ze realiseert zich nu ook maar ten volle dat toetreden tot de partij op alle gebied grotere verantwoordelijkheid betekent. Het is deel van een reeks twijfels waar ze mee zit. Het is haar niet ontgaan dat er grote verschillen zijn tussen Chinese en Westerse media rond Tibet, ik had het er ook over in de les, en ze leest nu een boek over ‘kritisch denken’. Kritisch denken is een zwak punt bij Chinese studenten, waarvan vooral verwacht wordt dat ze veel van buiten leren. Iedereen klaagt daarover, maar iets veranderen blijkt niet zo snel te gaan. Yanting komt dus advies vragen, hoe men kan weten wat ‘de waarheid’ is. Ik probeer haar te helpen met enkele eenvoudige teksten die ze gemakkelijk kan krijgen. Deng Xiaoping bijvoorbeeld, die kwam in 1978 aan de macht met een bekende theorie over ‘Wat is de waarheid?’: Zijn simpel antwoord: ‘De waarheid vind je in de feiten’. Maar hoe weet je welke feiten juist zijn? Ik geef haar de raad altijd verschillende bronnen te raadplegen en dan met gezond boerenverstand proberen uit te vinden wat waar kan zijn en wat niet. Mao deed ook zijn duit in het zakje, in de jaren veertig gaf hij opleiding aan leden van de Communistiche Partij en schreef daarvoor een bekende tekst: ‘Van waar komen de juiste ideeën?’ Mao’s antwoord: ‘Uit sociale praktijk, de klassenstrijd en het wetenschappelijk onderzoek’, m.a.w leer hoe het er in het echte leven aan toe gaat, welke sociale groepen voordeel bij een idee hebben en welke nadeel en beslis op basis daarvan of het goed of slecht is. Om het wat moeilijker te maken verwijs ik tenslotte nog naar een interessant filosofisch werk van Engels, de ‘Anti-Dühring’. Yanting heeft al afgehaakt; ze is wel communiste sinds de middelbare school, destijds de eerste in haar klas, maar Marxistische teksten proberen te gebruiken hoort daar niet echt bij; het vak Marxisme is in het eerste jaar universiteit verplicht; volgens de unanieme mening van de studenten is het oer-vervelend. Het échte opvoeden van jonge communisten en jongeren in het algemeen is gebaseerd op het bijbrengen van morele principes: je moet een modelwerker zijn ten dienste van het land en van het volk; wees eerlijk, werk hard en help anderen; en respecteer je ouders. Sinds drie jaar werkt de Communistische Partij wel aan nieuwe cursussen Marxisme die aansluiten bij de werkelijkheid van vandaag, maar daar zag ik nog geen resultaten van.
Yanting droomt zoals alle Chinezen van een buitenlandse reis. Dit jaar heeft een obscuur Amerikaans agentschap ontdekt dat met het ronselen van Chinese jobstudenten veel geld te verdienen is. Yanting heeft intussen een contract getekend om deze zomer te gaan werken in de USA. Het agentschap vraagt honderden dollars commissie om zich borg te stellen voor het visum en een adres van een geïnteresseerde werkgever door te sturen. Ze verdient 9,5 dollar per uur (bruto of netto?), werkt veertig uren per week, deelt een kamer met vier aan 75 dollar per persoon per week. Met wat geluk verdient ze genoeg om haar verblijf en een deel van het vliegtuigbiljet te betalen…
Lieve had ook een ‘politieke’ discussie, met een collega, John. John is christelijk, lid van een ‘huiskerk’, een kleine groep gelovigen die thuis samenkomen. Strict genomen is dat illegaal, maar wie maalt daarom? Het heeft John alleszins niet belet een functie in het faculteitsbestuur te krijgen. Hij staat gematigd positief tegenover het communistische bestuur dat de opbouw van China goed aanpakt en hij weet dat godsdienst dikwijls misbruikt wordt. Maar zijn motivatie om goed te werken komt wel degelijk uit het geloof. Alleen geloof in God kan de problemen van de wereld oplossen, geen enkele politieke partij, communistisch of kapitalistisch , kan dat aan. Op de uitspraak van Sharon Stone antwoordt hij lachend: God of ‘het lot’ zou wel heel dom zijn indien dit een straf voor Tibet was daar er in het getroffen gebied heel veel Tibetanen en andere minderheden wonen! Vorige week maakten we een vierdaagse trip die ons op zondag naar Beijing bracht. Het binnenrijden van Beijing per bus is hallucinant; in de industriële voorsteden komen we terecht in files van zwaar geladen vrachtwagens, onbegrijpelijk waar die allemaal heen gaan of vandaan komen. Maar de Olympische Spelen hebben Beijing wel degelijk veranderd. Het verkeer in het centrum is er nu veel ordelijker en vooral stil. De oude bussen zijn vervangen door nieuwe milieuvriendelijke.
Vlakbij ons jeugdhotel is er een nieuw metrostation, maar de lijn zelf vind ik op geen enkele van mijn stadsplannetjes die intussen inderdaad al drie jaar oud zijn. We gaan wandelen in de hutongs, de steegjes die het gezicht van het Pekinese stadscentrum vormen. Er zij er veel afgebroken, maar wat overblijft is snel een toeristische trekpleister aan het worden. Toeristen worden rondgevoerd in riksjas. Overal wordt verbouwd, gerestaureerd.
We bezoeken de vroegere residentie van Mevrouw Song Qing Ling, één van de meest markante Chinese vrouwen in de 20ste eeuw. Ze was de weduwe van de eerste Chinese president, Sun Yat-sen, en steunde in de burgeroorlog de communisten, terwijl haar schoonbroer Tchang Kai-sjek als de leider van de verslagen Guomindang partij naar Taiwan vluchtte. Ons IJslands nichtje Inga verrast me met de vraag waarom Taiwan niet onafhankelijk mag worden indien de bevolking dat wenst; voor de Chinezen hier is het immers zó evident dat Taiwan een deel van China is. De bevolking van Taiwan zelf is erg verdeeld over de vraag naar onafhankelijkheid, maar dat is geen echt antwoord voor Inga. Ja, waarom niet? Hoe zouden wij het vinden indien het rijkste deel van het land, zeg maar Brussel, of Antwerpen, of Knokke-Zoute eenzijdig de onafhankelijkheid zou uitroepen? Of indien Reykjavik zich zou afscheiden van de rest van IJsland? Heeft de bevolking van een klein rijk stukje van het land het recht ‘democratisch’ eenzijdig te beslissen de rest van het land in de steek te laten? We brengen een zonnige zondagnamiddag door rond en op de meren in het stadscentrum, waar stilaan echte cafés met terrasjes (en Westerse prijzen) geopend worden. Nooit geweten dat Beijing zo een vakantiesfeer kon uitstralen.. Daarmee vergeleken is Shenyang maar een provinciestad, niets van vakantiesfeer, de stad heeft meer van een reuze bouwwerf. Op mijn recente rondzwervingen door de stad is me opgevallen hoe men stelselmatig verder gaat met het afbreken van alle ‘oude’ woningen langs de hoofdwegen. Op de hoofd baan die vanaf de luchthaven de stad invoert rijd je naast het ene bouwterrein na het andere; er zijn opnieuw twee wijken gemerkt met het Chinese karakter voor ‘afbreken’; let op, het gaat hier van blokken van zes verdiepingen met appartementen die hooguit twintig jaar oud zijn! Langs de hele baan blijft er nu nog slechts één voorlopig niet tot afbraak veroordeelde wijk over. En wat komt er in de plaats? Torens van 10, 20 of dertig verdiepingen; en naast het marktplein twee kolossen van 300 meter hoog. Wanneer ik er beter begin op te letten valt het ook op hoeveel van die nieuwbouw eigenlijk spookgebouwen zijn; voor zover ik kan zien is de leegstand enorm. En toch maar full-speed blijven bijbouwen? Zitten hier dan zoveel speculanten met geld? En wat gaat er gebeuren wanneer men eindelijk moet besluiten de spookkastelen voor een prijsje te verhuren of te verkopen aan de minder begoeden? De moderne Chinese appartementen zijn niet meer dan een ruwbouw, de koper moet zelf instaan voor de volledige binnenafwerking. Gaan de lagere inkomens dat kunnen betalen? Tijdens de laatste uitstap zag ik voor het eerst politiemannen op de trein. Een deel van de ‘Olympische’ veiligheidscampagne? Twee weken terug werd ik ook al tegengehouden aan de ingang van de technische universiteit vlak bij ons. Ik mocht pas binnen nadat de persoon die ik wilde bezoeken gevonden was en zijn toestemming bevestigd had. En in ons eigen woongebouw is om ‘veiligheidsredenen’ het sluitingsuur van de ingangsdeur vervroegt naar 10 uur ’s avonds. Iedereen ondergaat het begripvol maar men kijkt al uit naar het moment dat al die security na de Spelen weer afgezwakt wordt… Intussen ben ik ook aan de voorlaatste week lesgeven bezig. De Europese cultuur geeft me de kans af en toe te praten met de studenten. Het uitgesproken individualisme van de Europeanen is iets waar ze niet bij kunnen. Evenmin als bij het gebrek aan betrokkenheid van kinderen bij het lot van hun ouders op hoge leeftijd. Over sex reageren ze helemaal niet, toch nog een taboe? Des te meer over echtscheidingen en wat er dan met die arme kindertjes moet gebeuren. Natuurlijk willen ze allemaal weten of ze een kans kunnen hebben om in Europa verder te studeren, zeker nu het moeilijker wordt om hier als afgestudeerde werk te vinden. Tussen het uitgaansleven op een Europese of een Chinese campus gaapt echt een kloof: een campus dient hier namelijk om te studeren, en dat is het dan ook wat er gebeurt. Niet dat het er hier steeds ernstig aan toe gaat, er wordt veel samen gespeeld en samen rondgehangen.
Over de Westerse media denken ze allemaal dat die gemanipuleerd worden door de overheden; het vraagt inspanning om hun uit te leggen dat de meeste media bij ons privé zijn maar dit inderdaad niet betekent dat ze ‘vrij’ en onbevooroordeeld zijn. Chinezen weten dat hun media gecontroleerd wordt door de overheid. Maar naar aanleiding van Tibet vragen ze zich af waarom de meeste westerlingen niet begrijpen hoe Westerse media manipuleren en stellen ze zich de vraag hoe dat in zijn werk gaat. De laatste weken besteed ik aan meer populaire onderwerpen zoals eten, kledij, behuizing. Vakbonden en migranten vormen nog wat ‘plats de consistence’ voor de allerlaatste week. De studenten vinden de westerse gewoonte om op restaurant elk een eigen schotel te bestellen zonder die met de anderen te delen hoogst eigenaardig. Voor Franse culinaire specialiteiten zoals half rauwe biefstuk en verse oesters kan er alleen een ‘disgusting!‘ af. Onder het hoofdstuk kleding amuseren we ons met het uitzoeken van de verschillen tussen China en Europa aan de hand van de Chinese ‘frulletjes’ die de studentes in de klas dragen. Tot mijn verbazing en tevredenheid weten ze in China nog niet goed wat we bedoelen met de jaarlijkse ‘nieuwe mode’. Ik spreek ook over drugs: of er in Shenyang problemen zijn met drugs? Of er op de campus soms drugs te krijgen zijn? Ze bekijken me alsof ze het in Keulen horen donderen.
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)10 kilometer klauteren op de Muur
Woensdag, onze laatste dag Shenyang wordt een ‘zussendag’. Inga gaat in de morgen met Frank een archeologische site bezoeken en in de namiddag is ze blij alleen te zijn…En wij zijn zo blij met ons dagje samen! We babbelen ononderbroken, twaalf uur aan een stuk. De taxichauffeur die ons naar het winkelcentrum brengt zet zijn luisterverhaal extra luid! (Chinezen zijn dol op luisterverhalen) Nu puilt de taxi uit van Chinees-Vlaams getater, want we laten ons niet doen, natuurlijk…
En tussen kijken, passen, kopen en afbieden door blijven we maar babbelen.
Afbieden, daar kan ik een boekje mee vullen! Ik haatte het, Lut haatte het maar je gelooft het niet hoe ze het meespeelt en hoeveel plezier we er uiteindelijk mee hebben, de slappe lach krijgen we er soms van! Je kan hier trouwens niet anders meer dan afbieden, ook zij heeft dit begrepen. Zo paste ze een rokje dat haar echt mooi stond, ze had zelf de prijs gegeven die men vroeg want naar haar IJslandse normen is alles hier wel echt goedkoop. Ik zeg dat ze dat niet mag betalen waardoor ze erg treurig kijkt. De verkoopster vraagt me wat er gebeurt. Ik leg haar uit dat ik ook vind dat ze mooi is met dat rokje maar dat Lut dat niet wil betalen en dat het toch jammer is. Lut verstaat niet wat ik daar allemaal vertel en kijkt nog ongelukkiger waardoor de verkoopster prompt de prijs aanvaardt die ik voorstel, de helft van haar prijs. We mogen mekaar niet meer aankijken!
Soms zeg ik ronduit dat ik genoeg van China ken om te weten dat een prijs te duur is en dat ik ‘zoveel’ betaal en dat zij ook weten dat dit een normaal bedrag is: dit zeggen in het Chinees maakt steeds grote indruk, dan volgt geen tegenkanting meer…enfin, bij elke aankoop probeer ik iets anders uit, ben ongelooflijk inventief en merk dat alle partijen het leuk vinden. Nu moet ik wel zeggen dat ik erg blij ben dat wij in het noorden waar wij wonen dit gedoe niet meemaken voor de dagelijkse voedingsaankopen. Ik vind het vreselijk als je er constant opgelegd wordt omdat je een toerist bent. Dit overkomt ons de volgende dagen ,op weg naar Peking: voor een komkommer vraagt men drie maal de prijs!
Over de middag eten we een broodje gebakken in de olie. Het lijkt een oliebol en smaakt erg lekker. We betalen één kuai, nog geen tien eurocent. Ik wil de vrouw twee kuai extra geven voor het warm water dat ze ons geeft, we hebben oploskoffie en kartonnen bekertjes bij, maar dat weigert ze prompt. Ook dit is China.
Ja, we vonden dat we totnogtoe, al waren we al tien dagen aan het babbelen nog niet veel vertelden aan mekaar. Maar dit onderonsje compenseerde dat klein beetje wat we tekort hadden…al moest het mooiste verhaal nog komen…
Bij het terugrijden leert Lut een stukje Shenyang van de bovenste plank kennen: over het fietspad rijden wagens in twee richting, toeterend en mekaar blokkerend!
Bij thuiskomst zitten Wang Fan, Inga en Frank ons gezellig in gesprek op te wachten. Wang Fan bracht ‘zong zi’ als afscheidsgeschenk. Dat is zo’n lief meisje, daar schieten woorden voor tekort. Gaf ze haar eetgeld aan de slachtoffers van de aardbeving maar geeft ons nu toch nog 14 schattige pakjes: kleverige zoete rijst met een dadel zo in een bamboeblad gewikkeld dat het eindresultaat een groen piramidevormpje wordt. Het witte natuurlijke stukje touw errond houdt het blad samen. Zo mooi! We moeten ze vannacht onder water leggen, zegt ze en morgen meenemen op de trein.
Ik ga er enkele aan onze Japanse buurman geven die dit eerst niet blijkt te kennen maar me later vertelt dat ze iets dergelijks hebben in zijn land.
De avond wordt verder gevuld met inpakken. Daar Lut daar niet goed in is word ik ingeschakeld. Ik moet zeggen dat ik even een paniekaanval moet wegslikken bij het zien van alles wat uitgespreid op bed ligt! Kochten ze werkelijk zoveel? Dat had ook ik niet in de gaten. Wat zal dat worden als ik ons eigen gerief moet schikken?!
Ik slaap niet goed als ik bedenk dat zij met drie loodzware koffers terug moeten. Al mijn afbied-winst zullen ze dubbel en dik verliezen in het bijbetalen van overgewicht, dit staat vast!
Donderdagmorgen vertrekken we met zijn allen op een vierdaagse richting Peking. Deze afstand kunnen we doen per vliegtuig in één uur, of met de sneltrein in vier uur maar wij kiezen voor een omweg en zullen dertien uren in de trein zitten! We hopen dat ons doel de rit waard is. Maar al snel blijkt dat alleen al de rit alles waard is! We reizen door een prachtig berglandschap, met vruchtbare valleien, overal zijn knappe rijstvelden en akkers, al dan niet in terrasbouw. De dorpjes ogen zo mooi! Netjes ook. Hoe verder je de stad achter je laat, hoe netter dorpjes worden, vreemd is dat. Wellicht komt dat omdat me hier veel minder gebruikt maakt van die hatelijke plastiek zakjes die je in en om de stad zo nonchalant krijgt en omdat men hier meer kan verbranden.
De platte daken van Shenyang worden geruild voor de bolle dakpannen die een typische zadeldakvorm scheppen, eindigend in een zwierige punt.
Ik vertelde gisteren dat het mooiste verhaal met mijn zus nog moest komen. Het kwam hier, zittend in deze trein die ons door dit prachtige landschap voert. Daar onze slaapcoupé ingenomen is door rustende mensen hebben we weer een onder onsje omdat we ons terugtrokken aan een tafeltje in de gang. Misschien vreemd om dit zo te lezen maar ik zal dit gesprek koesteren als een schat. Ze vertelt me in het lang en in het breed met arm-, oog-, hand- en mondbewegingen die ik nooit vergeet over haar werk. Niet min, niet meer. Ze werkt in een bejaarden tehuis in Reykjavik. Gisteren legde ze me de problemen uit: de IJslanders vinden dit werk te minnetjes. Zo komt het dat zij vaak als enige IJslands sprekende werkt met allemaal tijdelijke, zelfs ongediplomeerde buitenlanders die de taal helemaal niet kennen. Dit bezorgt haar enorme stress, tenslotte moeten ze omgaan met mensen, oude en vaak demente mensen die sowieso vaste, vertrouwde situaties nodig hebben. Natuurlijk is het daarom dat ze hier zo ontroerd is als ze ziet hoe oude mensen hier onder mekaar genieten van parken en samen allerlei activiteiten delen en hoe de jongere generatie omgaat met die oudjes. Ze kan erbij huilen en vindt haar eigen volk mateloos arrogant. Maar vandaag vertelt ze over de bejaarden zelf. Hoe ze met hen omgaat, wat hen en haar allemaal overkomt. Ik wist dat ze een goede verpleegster was maar zo naar haar luisteren deed zo goed.
Pas als het donker wordt en we echt niets meer zien geven we toe aan slaap.
Om 21.30 uur komen we aan in Chengde, een belangrijke toeristische stad op 250 kilometer van Beijing. Frank reserveerde vannacht nog via internet een hotel, dat was heel slim van hem! Even groen gelach als we alle koffers, die zware van Lut en Inga dus, weer uit de koffer van de taxi moesten halen: de man wou niet rijden op teller en ons dus geen ticket afleveren. Uit principe gaan we daar niet op in en zoeken een andere taxi wat gelukkig makkelijk verloopt.
Het hotel valt reuze mee. Hall én kamers zijn luxueus, de meisjes zijn in hun nopjes, Inga jumpt meteen in het bad, die krijgen we de kamer niet meer uit. Alhoewel… toen Lut de kamer verliet en de sleutelkaart uit de gleuf trok om mee te nemen, bleef Inga na enkele sekonden in het donker achter: het licht viel uiteraard uit. Ze had maar één keus meer: op de tast een badhanddoek zoeken en de deurklink proberen vinden! Net op tijd kon ze ons nog naroepen…
Een kilometertje stadswaarts flokten we ons op het eerste terrasje dat we zagen. Een terrasje, een biertje, een lekker temperatuurtje, samen met je zus en je ventje, wat wil een mens nog meer?
De volgende dag wordt ingezet met een Chinees ontbijt, dit wil zeggen: koude gepekelde groenten, warme groenten, hard gekookte eieren, rijst in water, en allerlei kleine gestoomde broodjes.
We bezoeken het buitenpaleis van ‘onze’ Qing keizer. Ik besef nu pas dat onze Lut de indruk zal krijgen dat heel China vol staat met dergelijke paleizen. Het is erg ongewoon dat een toerist drie keizerlijke paleizen in een reis bezoekt maar de drie die China rijk is liggen nu eenmaal in het noordoosten, in onze streek…we wonen nu eenmaal dichtbij de streek waar de laatste keizers vandaan kwamen, de Mandchoes. Ze zetten nu eenmaal hun eerste paleis in onze stad, hun buitenverblijf hier in Chengde en hun definitief paleis in Peking: ‘de verboden stad’; die gaat Lut over enkele dagen bezoeken.
Dit buitenverblijf hier ligt in een heerlijk park- en tuincomplex. Er lopen ‘wilde’ herten in rond: ze komen uit onze hand eten. Dit paleis was de keizer zijn ‘eenvoudig’ optrekje om tot bezinning en rust te komen. Inderdaad, de ongeschilderde massief houten pilaren die anders geplamuurd en geverfd zijn tot ze dieprood uitslaan ogen sober, mocht dit woord hier op zijn plaats zijn. Een ‘soberheid’ waar we van genieten. Helemaal verkocht zijn we aan de bibliotheek. Het contrast van de naakte pilaren en de schilderingen in het plafond aan de buitenrand van het gebouw die naar boeken verwijzen is mooi. Boeken die zweven tussen de wolken, gestapelde boeken in perspectief geschilderd… hoe meer je kijkt hoe meer je er ontdekt.
Om de rotstuin eromheen te ontdekken hebben we de ogen van Lut nodig: zij wijst op op fossielen in de rotsen. Soms zo fijn dat het lijkt alsof de rots in een spinnenweb zit.
Via een vijver met lotusbladen, de planten staan hier al in een veel verder stadium als bij ons niettegenstaande we slechts 400 kilometer verder zijn, komen we aan tempeltjes en paviljoentjes. Eentje ervan is een prachtig oud theehuis. Wat een rust is hier te vinden, wat een verborgen parel! Ik denk aan het drukke theehuis van Shanghai waar toeristen over elkaars hoofd lopen. Lut kan nog steeds niet begrijpen waarom men zegt dat er zoveel Chinezen zijn… we verwennen haar teveel.
Verder geniet ik nog meer van de overdekte gangen in een tuin waar mensen samen zingen, taiji beoefenen en waar de wind zachtjes uitlegt waarom dit gangenspel gebouwd werd.
We bezoeken er een ruimte waarin een tentoonstelling over de bouwstijl doorgaat: de dame wil eerst het licht niet aansteken omwille van besparingen…
Aha, eindelijk ontmoeten we brutale Chinezen! We hebben blijkbaar hun tafeltje waar zij normaal zitten om te eten ingepalmd en zonder enige fijnheid worden we weggejaagd. De vraag wat we met ons afval moeten doen, begrijpen ze niet. Ook dit is Chinees: als men je niet wil begrijpen begrijpt men je niet!
De vrouw die me daarnet eenvoudigweg haar eigen eetstokjes leende zit er ook bij. We kochten bij haar prefab noedels als middagmaal en ik trok mijn neus op voor het plastieken vorkje dat erbij zat. Prompt veegde ze de stokjes waarmee ze zelf zat te eten af met haar handen en gaf ze me. Sommige problemen worden zonder veel onthaal opgelost.
Diep in het park liggen yourts, jawel! Ooit bouwde de keizer die hier omdat hij een ode wou brengen aan diverse minderheden. De yourts die er nu staan zijn uiteraard niet de oorspronkelijke maar we zien op een schilderij de authentieke situatie van destijds: ook westerlingen werden hier ontvangen, zo te zien. Zo hoorden we een verhaal van een Engelse diplomaat/zakenman die er problemen mee had dat hij een kniebuiging met het voorhoofd tot op de grond moest maken voor de keizer. Uiteindelijk deed hij het toch maar het werd pas pijnlijk toen hij vernam dat de keizer niet geïnteresseerd was in zijn producten!
Na het bezoek aan een prachtige pagode, net achter de yourts, rijden we nog naar een speciale tempel ergens in de stad. Het bijzondere aan deze tempel is de combinatie van Chinese stijl en Tibetaanse stijl, voor ons is duidelijker dan ooit wat het verschil is. Maar ook het reuze beeld van de boeddha met duizend armen, 23 meter hoog en volledig van massief hout was om nooit te vergeten! Dit leek wel gotisch, je moét je een klein mensje voelen als je ernaar kijkt!
Daar de tempel op een heuvel gebouwd is wordt je boven getrakteerd op een mooi panorama over tempel, stad en bergen. In de verte zien we een zeer bijzondere rotsformatie die neerkijkt over de stad. Hij heeft de vorm van een gigantische fallus maar hij draagt de deftige naam van ‘de palmboom’.
Een zeer bijzondere en verhelderende ontdekking is de kopie van het Tibetaanse Potala paleis. In zijn poging van de diverse minderheden in China iets over te nemen liet de keizer rond 1700 hier de Potala herbouwen! Een mooie concrete aanwijzing dat Tibet onder de Qing keizers wel degelijk een deel van China was.
Een duik in het zwembad van ons hotel lonkt ons na deze zware en hete dag. In de lift zagen we een publiciteit voor het flashy zwembad maar al bij het binnenkomen in de entree van het zwembad begrijp ik het: dit is geen zwembad als ‘het mijne’ in Shenyang! Geen vijf meisjes die je welkom heten , geen drie jongens die je schoenen komen aannemen, geen tien andere meisjes die je je locker tonen en zelfs helpen je bh losmaken, zelfs geen handdoeken, zo blijkt. Lut gaat er halen in het hotel terwijl ik al richting water ga. Een muffe geur overweldigt me. Zou ik wel in dit water duiken? Ik overwin mijn weerzin en doe het maar hou het niet langer dan vijf rondjes vol. Hier moet je ziek van worden. Lut, die intussen arriveerde is het met me eens. We gaan douchen, van de zes sproeiers zijn er maar twee waar water uitkomt. Meer dan ooit besef ik welk een gigantisch geluk ik heb met ‘mijn’ zwembad en vraag me af hoe ik het in Shenyang zou uitgehouden hebben zonder deze nooduitgang… mijn compensatie voor een vriendenbezoekje als het eens laag zat of ik eens wat anders wou…
We gaan eten wat men hier adviseert: fazant en hert, de specialiteiten van Chengde. Zoals steeds wordt het een geslaagde maaltijd, een prachtige afronding van de avond. Inga en ik lopen wel in de kijker: we kochten beiden knalrode-roze imitatie Croks. Dat die niet elegant zijn weten we maar stel je maar voor dat je dit draagt tussen vele fijne mensjes die in glazen muiltjes op hakjes treinen nemen en daar zelfs mee in parken lopen alsof het niets is… Frank en Lut die achter ons aan lopen lachen zich een kriek bij het zien van al die hoofden die zich omdraaien naar onze voeten!
Zaterdag nemen we de bus richting Grote Muur te Jinshanling: een stukje avontuur, zo blijkt al snel. De bus vertrekt vanuit een nieuw station in een buitenwijk van Chengde: een half uur met de taxi voor we er komen. Tot Franks spijt rijdt die bus dan terug van waar we komen om daar een half uur stil te staan om mensen te ronselen om mee te rijden…hij had dit liever beter kunnen regelen voor ons, al sta ik sowieso in beate bewondering omdat hij alles kàn regelen…
Een tocht door bergen en dorpen brengt ons in een goeie twee uur naar Jinshanling
Een beetje uitgeteld komen we er toe. Maar het middagmaal brengt ons weer in vorm: we zijn helemaal klaar voor de wandeling op DE grote muur! Na veel bieden en loven aanvaardt de eigenaar van ons restaurant ons voor een redlijke prijs naar de voet van de muur te brengen, vijf kilometer op een zijweggetje.
Voor het vertrek nog even vier hoedjes en een voorraad water kopen want de hitte is hier niet uit te houden..
Het wordt een lastige tocht. Natuurlijk, de muur is tenslotte bovenop de heuvelruggen gebouwd om het de vijand zo moeilijk mogelijk te maken,wat wil je… trappen op, trappen af… de bergen zijn hier erg Chinees: korte steile heuvels, de een volgt de ander. Dit geeft natuurlijk de meest pittoreske beelden die je je kunt voorstellen: de muur die over de ruggen loopt en vanzelf een slingerende rug van een draak wordt. Een prachtig stuk muur is dit! Voor mij is dit mijn vierde muurwandeling, voor Frank zijn achtste en we zijn nog steeds in bekoring. Het grootste gedeelte van de muur is hier nog niet hersteld, men heeft gewoon wat orde in het puin gebracht zodat er bovenop kan gewandeld worden. En in tegenstelling tot het deel muur in Badaling dichtbij Peking zie je hier heel weinig toeristen. De weinige die we tegen komen zijn Fransen. Een hele groep en een familie die in Shanghai woont: hun houding is zoals vele fransen die in Shanghai wonen echt niet sympathiek, werkelijk niet leuk! Gelukkig doen ze wel tof tegen de twee Chinezen die hun kinderen op de rug dragen.
Een Chinese man die ons kruist geeft ons complimenten voor onze t-shirt: we dragen beiden onze ‘I love China’ t-shirt. Nochtans is het opvallend dat er gewoon en eerder weinig op gereageerd wordt. Ook interessant om zien.
Maar wat een geluk hebben we met het Poolse koppeltje dat we halverwege uit de andere richting ontmoeten. Ik moedig hen aan om door te gaan en niet terug te keren naar hun startpunt. Ook wij twijfelden of we de 10.5 kilometer boven op de muur wel aankonden… maar ja, daar je met Dejonghe’s te maken hebt werd er doorgegaan, brandende hitte en trappen of niet… doorgaan doen we! Het koppeltje zegt dat hun probleem is dat aan hun beginpunt een taxi op hen wacht. Daar zie ik meteen een oplossing voor: als wij straks aankomen aan hun vertrekpunt nemen we hun taxi naar ons vertrekpunt, hun aankomstpunt dus. Dit blijkt een geniaal idee te zijn dat alom bijval kent! Ja, mijn organisatie- maar vooral improvisatie talent kan zich wel goed ontwikkelen als men me het op mijn manier laat doen en ik me rustig voel bij het gezelschap. En meteen is voor ons ook een probleem opgelost: wij hadden immers geen flauw benul hoe we terug naar ons vertrekpunt moesten geraken!
Onder het stappen krijgen we geregeld gezelschap van oudere, lokale vrouwen die ons iets proberen te verkopen en als we niet willen kopen volgen ze ons op de voet en overladen ons met complimentjes…in de hoop dat we wel iéts zullen kopen. Blijkt dat Frank een goed keuze maakte met zijn echtgenote: groot en niet té dik, zeggen ze, hij heeft een scherpe blik…
De vrouwen vragen twee euro voor een flesje water dat daarnet 0,3 euro koste. De prijs floept naar beneden als de rug van de draak… maar ik word wel boos als een vrouw Lut moedwillig bedriegt door verkeerd terug te geven, een truc die ik al één keer eerder meemaakte in Shenyang.
Deze dag is een voltreffer, Inga stapt dapper al is ze dergelijke tochten helemaal niet gewoon en vooral: ze geniet met volle teugen. Dat straalt ze werkelijk uit! Hoe wij dan stralen hoeft geen tekeningetje! Trouwens, dit meisje heeft zo een fijne humor en prettige reacties, ik lach me er een kriek mee en wou dat ik alles kon onthouden!
Bij aankomst hebben Frank en ik voldoende aan één blik naar elkaar: we zien medailles liggen. Frank laat er eentje voor elk van hen graveren met hun naam in. Lut laat haar tranen vloeien van ontroering.
We hebben geluk dat we de taxi charterden, want het is de enige die hier staat!.Het vraagt 45 minuten rijden om we aan ons beginpunt, Jinshanling, te geraken. We halen er onze bagage op, kopen wat eten, veranderen van schoeisel, en voilà, daar komt een bus aangereden richting Beijing! Het is een luxebus. De man vraagt 40 kuai, Frank zegt dat dertig voldoende is – dat vertelde de begeleider van de vorige bus hem - en de man pruttelt niet eens tegen.
Het wordt een tocht van drie uur maar iedereen is zo gelukkig, het ene hoofd rust op de schouder van de ander, de ene hand ligt in de hand van een ander. We verwoorden het niet dat dit onze laatste momenten samen zijn, dit is beter.
Het is halfelf wanneer we aankomen. Inga is klaar voor een bad en bed, Frank en ik gaan op stap om iets te eten, door een misverstand hebben we Lut niet mee: jammer. De sfeer in Beijing is super. Warm, overal tafeltjes, nog iedereen aan het eten ook al is het zo laat. en zelfs al zijn we in de hoofdstad: ontwapenende reacties van obers op Frank’s Chinees. Ik kan maar herhalen wat Lut nu constant opmerkt: wat een lief volk! Aan één klein glimlachje hebben ze genoeg om zelf een zon te worden. Maar ze zijn vaak te beschaamd om dit eerste glimlachje zelf te geven, dit vergeten vele toeristen.
Pas om één uur vinden wij ons bedje.
Vorige week op zondag reden we te paard in Mongolie, nu varen we per bootje op het water van het Qianhai meer in hartje Beijing… en tussen de twee activiteiten lijkt het wel alsof er drie weken liggen! Wat kan er veel gebeuren in een week!
Om negen uur gaan we ontbijten in een hutong: het was werkelijk mijn droom om zo onze laatste dag samen te besteden. Een heerlijk ontbijt in een piepklein binnentuintje van een restaurantje waar we door een erg lieve oudere man bediend werden. Ook al stond yoghurt niet op zijn men,: we kregen er met de glimlach: direct ging hij de typische Beijiing yoghurt kopen bij de buurman: ze wordt verkocht in dikke, grijze aarden potten om lekker fris te blijven.
We bezoeken het huis van Mao Dun, een bekend schrijver die nog minister van cultuur werd die pas in de jaren 80 stierf stierf. Daar genoot ik vooral van de kamers achterin het wooncomplex gebouwd omheen de binnentuin. Het leek alsof hij net vertrokken was. Dit moet een rijke man geweest zijn want hij had een eigen badkamer, vrij uitzonderlijk in hutongs waar de toiletten zelfs nu nog publiek zijn. Er stond zelfs een ijskast van 1949.
Daar na bezoeken we het aristocratische huis van mevrouw Song. Zij was de vrouw van de eerste Chinese revolutionaire leider en president Sun Yatsen . Op 25 jarige leeftijd werd zij weduwe van haar oudere man en zette zijn werk voort. Ze richtte een eigen politieke beweging op maar in feite steunde ze steeds de communisten. Dat familiefeestjes daar geen plezier moeten geweest zijn kan je je voorstellen als je weet dat haar eigen zus getrouwd was met Chang Kai-shek, de militaire dictator en grote tegenstander van de communisten! Maar deze vrouw was een dame om U tegen te zeggen. Ze kwam uit een rijke familie, studeerde in Amerika, maar werd één van de topleiders van communistisch China, en kreeg twee weken voor haar dood in 1981 nog een eredoctoraat van een Amerikaanse universiteit. We zagen ze op de foto met onze koningin Elisabeth toen die einde jaren 50 als eerste gekroond hoofd China bezocht.…
In ongenade is ze niet gevallen tijdens de culturele revolutie maar het is opvallend dat er van de periode ’60-’70 geen foto’s zijn, noch veel uitleg. Maar goed, ze bleef ondervoorzitter van het parlement tot enkel jaren voor haar dood op 88-jarige leeftijd. Ik ben onder de indruk en denk een zalig voorstel te doen: gaan varen op het meer. Het niet nemen van een motorbootje maar wel van een fietsbootje zit er toch wel dik naast: lastig dat dit is! Lut bedankt me van harte om haar niet te gunnen zonder pijn te kunnen zijn een dag na het beklimmen van de muur dat ze zo goed doorstond!
Hier, aan de rand van het water samen wat eten: het blinkt in mijn ogen. En eens geen Chinees, we hadden er zoveel de laatste weken, maar een pizza. Ik weet het, ’t kan allemaal niet toeristischer maar ik geniet er eens van. Met de prijs van dit etentje (stel je voor: 30 euro voor vier personen!) betalen we honderd maaltijden in Shenyang maar het sippe gezicht van Frank houdt me niet tegen. Ik vind het zalig.
Via de hutongs komen we terug aan ons hotel om 17 uur, dit was RUIMschoots op tijd, zo had Frank deze morgen na herhaaldelijk vragen bevestigd, want ik haat het me te moeten haasten voor bussen en treinen. Lut slaat blauw uit wanneer mijn echtgenoot bloednerveus wordt om zés na vijf: ‘zes minuten over tijd, hoe is zoiets mogelijk?’ Zo zie je dat je zelfs een begrip als ‘ruimschoots’ aan sommige mensen moet uitleggen. Enfin, het is in elk geval een goede zaak om het afscheid kort en krachtig te houden: een dikke knuffel, een paar laatste instructies en wij twee de taxi in, richting station. Het toppunt is dat we daar nu wel meer dan een uur voor vertrektijd aankomen… maar daar ben ik niet treurig om. Goed om op een terrasje tot mezelf te komen na dit afscheid.
En goed ook om dit nieuwe Beijing goed te bekijken. Alle bussen die we zien voorbijrijden zijn splinternieuw. Ik kan me zonder veel moeite dit station van 25 jaar geleden herinneren: het maakte toen erg veel indruk op me door het chaotische, het gore ook. Het is moeilijk te geloven dat dit dezelfde plaats is: zo netjes, zo stedelijk modern is het nu! Wat een inspanningen heeft me hier toch gedaan! Een pint drinken op een gezellig terras op het stationsplein, dat was bij ons vorig bezoek nog zoiets als een luchtspiegeling.
De vier uur sneltrein gaan voorbij zonder veel hartenpijn… ik stort me in een Agatha Christie! Zelfs na aankomst in ons appartementje, om middernacht ga ik door met lezen tot één uur…
Maar wat een confrontatie was de aankomst in Shenyang! De stad komt ons provincialer over als ooit. Weg met de zuiderse vakantiesfeer die het Beijing van nu onder invloed van het toerisme heeft: hier zijn geen toeristen dus hier heb je deze sfeer niet, duidelijker kan niet. Ook het verkeer in Beijing is meer gedisciplineerd geworden, en getoeter hoor je er niet meer. Wat een verschil met de heksenketel aan ons station! Maar het duurt maar even voor we beseffen: toch goed dat we hier onze twee jaar mochten beleven!
Maandag breekt de tijd van de realiteit aan. Ik schoof veel moeilijke problemen die ik nog moet oplossen uit tot ‘na Lut’, nu is er dus geen ontkomen meer aan. Ook al heeft Frank gedaan met lesgeven over twee weken, we blijven nog tot tien juli omdat ik verder wil werken en me nog geen verlof kan veroorloven. De twee maanden verlof die we in juli en augustus nemen om een deel van de zijderoute af te leggen en het Westen van China te bezoeken (jawel, we waren oorspronkelijk van plan naar Sichuan te gaan… hartje aardbevingszone dus…) en eventueel naar Japan te gaan indien Frank niet geselecteerd wordt voor de spelen, zullen al meer dan lang genoeg zijn als onderbreking gezien mijn naderende tentoonstelling! Ook al ben ik wat mijn schilderijen betreft al voldaan, toch borrelen nog enkele schilderijen in mijn hoofd en die loeten er toch nog uit , en…kunstenaar zijn is niet alleen schilderen. Jammer genoeg is het nu hoogtijd om de logistieke problemen voor de tentoonstelling in december op te lossen.
Na een dagje administratie krijgen we bezoek van Liu Yanting. Ze kreeg net les van Frank over Europese eetgewoonten als ze met hem binnenkomt. Ik bereidde net spaghetti en nodig haar uit te blijven. Ze is vreselijk blij haar les gevisualiseerd te zien. Maar wat wou ik dat Lut, die niet overweg kon met eetstokjes hier was: Yanting kan de vork niet aan! Ze knoeit met spaghetti, vork en lepel dat het een plezier is!
En haar opmerkingen en vragen zijn heerlijk! Zo begrijpt ze niet hoe je in het westen moet reageren als je een gerecht niet lust daar een gerecht bij ons uit slechts drie onderdelen als groenten, aardappel en vlees bestaat die dan vaak nog op één bord en samen opgediend worden. Ze kijkt ook op als ik haar uitleg dat ze moet eten als het eten opgediend wordt en dan niet mag doorpraten en het eten laat afkoelen. Ook ons systeem van staande met Jan en Alleman praten bij een aperitiefje, maar dan blijven zitten eenmaal we echt eten en niet meer heen en weer lopen doet haar nog steeds lachen. Ook hoe wij aangeven dat we nog meer willen of dat we genoeg hebben vindt ze super: ze fotografeert ons gekruiste of niet gekruiste bestek op ons vuile bord.
Maar eigenlijk kwam ze haar hart luchten. Ze voelt zich treurig en verward omdat ze op het matje geroepen is omdat ze zo weinig gaf voor de slachtoffers van de aardbeving. Zij is klasverantwoordelijke en model partijlid: haar partijverantwoordelijke vindt dat ze meer moest geven als voorbeeld voor haar jaargenoten Ik vraag haar of donaties altijd zo publiek zijn in China. Ze zegt van niet. Maar daar er nu veel geld nodig was deed men het wel zo. Ze vertelt dat ze er erg trots op was dat ze al op de middelbare school in de partij mocht, dat dit niet zo evident is dat ze daarvoor aanvaardt werd maar dat ze zich niet realiseerde welke verplichtingen dat met zich meebracht. Toch vindt ze dat ze de partij wil blijven steunen omdat ze China als communistisch land wil steunen. Maar deze situatie verwart haar: ze kon als student niet meer geven, vindt ze. Ze vraagt onze mening. Moeilijk , hoor. We leggen uit dat wij ook ooit geld verzamelden voor een goed doel en er toen ook van geschokt waren dat sommige vrienden nauwelijks een euro geven , terwijl anderen er wel 200 gaven, dat het anoniem geven wel voor velen een excuus is niets te moeten doen. Dat sommige mensen zelfs belachelijk weinig geven voor een feest als het in een anonieme envelop gebeurt. Maar uiteraard dat het publiek geven beslist ook nadelen heeft. Ik vind het zelf ook gênant. Maar goed, als er echt geld nodig is voor een noodsituatie is het wel effectief. Daarenboven, zo vindt Frank, als partijlid moet je wel een voorbeeld zijn maar gezien ze vorige maand, zo zei ze, 500 kuai anoniem schonk voor een medeleerling in financiële nood moet ze maar voor zichzelf uitmaken of ze nu echt niet anders kon…
Dat de nood hier nu heel groot is ziet een blinde… wat een pech heeft dit land dat daarenboven zo heel erg zijn beste doet om de Spelen goed te laten verlopen en om de levensstandaard van het land en van de gewone mensen steeds maar omhoog te krijgen.
Op het eind van de dag belt Lut me op met verslag van haar eerste dagje Beijing zonder ‘moeders’ vleugels. Net na ons vertrek is ze gaan wandelen met Inga en liepen ze verloren! De taxichauffeur kon het kaartje van het hotel blijkbaar niet lezen, hij zette hen tien kilometer verder af! Daarna volgde ze prompt mijn raad: ‘richt je tot jonge mensen, die spreken Engels en ze helpen je beslist! Als je zelf niet panikeert, dààr kunnen ze niet mee om, helpen de Chinezen je tot het eind’. Ze had meteen beet vertelde ze: men begon alom rond te telefoneren om een taxi te vinden die haar helemaal goed en wel thuis bracht!
Vandaag bezocht ze het Olympisch dorp. (We regelden via een vriend een afspraak met een studente uit Beijing die hen vier dagen rondleidt. Terug een schat van een meisje, zo vertelde ze. Al meteen een vriendin voor Inga en weer eentje ‘voor in de valieze’ (dit werd onze uitspraak als we iets moois zagen of een lieverd tegen kwamen) Er is nog erg veel werk aan het Olympisch dorp. Ze raadt ons toch aan het tijdens te Spelen te bezoeken… wij waren eerder van plan Beijing te mijden indien Frank niet als vrijwilliger geselecteerd wordt.
Het deed deugd haar te horen want zoals een Chinees die ooit iemand onder zijn hoede nam kan ik ook haar niet echt goed lossen en blijf me maar zorgen maken. Maar nu ze de vuurproef doorstond ben ik gerust.
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)Wenchuan: achtergronden van de aardbeving
Het centrum van de aardbeving lag in Wenchuan, een arrondissement op ongeveer honderd vijftig kilometer van Chengdu, de hoofdstad van de provincie Sichuan. Wat moeten we ons voorstellen van Sichuan? De naam betekent ‘Vier valleien’, het is een kom waarin de Yangze rivier gevormd wordt uit een waaier van wel 80 zijrivieren. Rondom liggen er bergen, tot meer dan 6.000 meter hoog. Er leven naast de Han Chinezen ook groepen Yi, Tibetanen en Qiang. Sichuan is het ‘land van de overvloed’, maar vandaag zijn de vruchtbare valleien overbevolkt en de boeren arm.
Sichuan is ook rijk aan mineralen en energie. In de jaren 60 werden er fabrieken gebouwd in afgelegen bergstreken, China vreesde toen namelijk een inval van de Amerikanen of de Russen. Sichuan heeft koolmijnen, ijzer- en staalfabrieken. Men bouwt er ook vliegtuigen en militair materiaal.In totaal heeft Sichuan 80 miljoen inwoners. Chengdu ligt 2000 kilometer van de kust, Sichuan ligt ver van de rijke kustprovincies. Het inkomen ligt er onder het Chinese gemiddelde. Chengdu is een moderne stad met tien miljoen inwoners, maar de Sichuanese boeren leveren een groot deel van de interne migranten. In de tweede helft van de jaren 90 besliste de regering dat er iets moest gedaan worden aan de economische achterstand van de provincies diep in het binnenland. Er werd veel geld gepompt in nieuwe infrastructuur, en wie er wil investeren krijgt allerlei voordelen, vooral in de electronische industrie, de informatica, de machinebouw en automobielsector, de farmaceutische sector, en waterkracht energie. Sichuan produceert bouwmaterialen, textiel, en zijde; men bewerkt er hout en verwerkt voedsel. In het getroffen stadje Wenchuan stond men op het punt een aluminiumfabriek op te starten; die is vernietigd. Aluminium maken in de streek heeft zin, want electriciteit van waterkracht is er goedkoop; de aardbeving heeft meer dan 360 stuwdammen getroffen waarvan er gelukkig geen enkele doorgebroken is.
De media focussen tot nu toe volledig op de reddingsacties en op de hulpverlening aan de gekwetsten en de daklozen. Eerste minister Wen Jiabao, 66 jaar, stond de eerste week dag en nacht in de bres.Na de crisis moet de wederopbouw gebeuren. 5 miljoen daklozen. Een streek half zo groot als België die moet opgeruimd worden en volledig terug opgebouwd. Een titanenwerk. Er is al een eerste budget van 6 miljard euro voorzien. En natuurlijk stelt men vragen ten gronde.De bouwwerken in de streek waren niet op een dergelijke zware schok berekend. Nochtans waren ze volgens internationale normen in orde; de kans op een zeer zware aardschok was onderschat. Moet China zijn aardbevingsnormen herzien? Er zouden voortekenen van de aardbeving geweest zijn, en enkele Chinese seismologen hebben al enkele jaren gewaarschuwd dat Sichuan gevaar liep? Heeft iemand de waarschuwingen niet ernstig genoeg genomen? Of waren die inderdaad té vaag om iets concreets mee aan te vangen? Is de hulpverlening in het begin niet efficiënt gebeurd? Drie lagere verantwoordelijken uit de getroffen streek zijn al ontslagen wegens plichtsverzuim bij de reddingsoperaties. Een onevenredig groot aantal slachtoffers zijn kinderen. Klopt het dat scholen sneller instortten dan andere gebouwen? De regering is alvast met een onderzoek gestart naar mogelijke fraude en corruptie bij de bouw van de scholen in de provincie.En dan zijn er de vele stuwdammen en dammetjes. Veel mensen kwamen om door landverschuivingen eerder dan door instortende gebouwen. Waren er meer landverschuivingen dan normaal, doordat de grond rond de stuwmeren met water verzadigd was?
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)Naar de Mongolen en de Koreanen!
Intussen vlogen tien dagen bezoek van mijn zus voorbij. Elke cel in ons lichaam loopt over van de meest uiteenlopende indrukken die een mens in zo een korte tijd kan opdoen. Eén ervan is meeleven met dit land dat kreunt onder het leed tengevolge van de aardbeving. Op de televisie kun je ononderbroken nieuwsuitzendingen vinden die beelden van puin tonen waartussen nog enkele hoogbouwappartementen staan of van weggemaaide bruggen en ingestorte bergen: zo blijken kinderen die uit een school vluchtten gedood te zijn omdat een uiteengespatte berg over hen heen rolde… En meer dan 180 hulpverleners zijn bedolven door verschillende aardverschuivingen. Vreselijk.
Vanmiddag waren er drie minuten rouwbeklag: over het hele land staakte men elke activiteit, de wagens toeterden ononderbroken als teken van solidariteit: je kon niet anders dan er kippenvel van krijgen. ’s Avonds was er slechts één programma op de televisie. Men toonde de beelden van stilte over het hele land. Na drie minuten stilte begon een enorme massa mensen op het Tien An Mian plein slogan te roepen, bij velen liepen de tranen over de wangen: ‘Vooruit China, vooruit Sichuan, lang leve China’. Het land zal drie dagen in rouw zijn.
Ook tijdens het weekend , in Mongolië, ontsnapten we niet aan deze realiteit. De televisie puilde uit van alle initiatieven die dit weekend genomen werden om het land te helpen. Er werd massaal bloed ingezameld en geld geschonken. Vele ‘shows’ werden georganiseerd. Daar zag je zangers en filmsterren die geld schonken en kwamen praten over de situatie en een lied zingen. Tranen vloeiden ook over die wangen. Ze gaven mild, een zanger schonk een miljoen kuai, 100.000 euro.
Zoals hier over weinig geheimzinnig gedaan wordt, zo geeft men ook geld: men ziet in die shows duidelijk welk bedrag elke persoon stort. Eén enkele rijke Chinees zou na het zien van de show 10 miljoen euro gegeven hebben!
Ook op school was zaterdag een hele activiteit waar geld verzameld werd. Jammer dat we er niet bij konden zijn maar vrijdagavond zagen we wel de voorbereidingen op het sportplein. We vragen Frank’s favoriete studente waar we de t-chirts met ‘I love China’ kunnen kopen die door een groep studenten gedragen wordt tijdens hun optreden: twee dagen later komt ze er drie gratis brengen naar ons appartement…
Een andere vriendin van ons, ook een studente vertelde dat ze haar ‘eetgeld’ voor deze maand gaf, 300 kwai (30 euro). In haar klas zitten drie mensen die in het kerngebied van de ramp familie hebben , allen zijn gelukkig ongedeerd. Zijzelf ging in de stad helpen bij bloed- en geldinzamelingen.
Maar hier in Shenyang ging het leven en gingen deze toeristen hun ‘gewone’ gangetje. Gelukkig.
Woensdag bezochten we ons indrukwekkend provinciaal museum op het marktplein. We waren nog niet binnen of een lieve jonge man vroeg of hij ons mocht gidsen: for free, om zijn engels te oefenen. Vanaf elf uur leidde hij ons door de prehistorie van Shenyang, ooit begonnen in een grot, door de afdeling oude muntstukken waar het ons eindelijk duidelijk werd hoe ze de ronde munten met vierkant gat maakten, door de prachtigste kunstwerken van lak, cloisonné, gravures op been, door de afdeling keramiek gebruiksvoorwerpen en veel meer moois om te eindigen in de afdeling met schilderijen op zijden rollen. Daar vond Inga een leuk spelletje. Er was een lange rol waar wel twaalf verschillende Taoistische monniken op afgebeeld waren. We moesten er elk ‘onze’ man kiezen en zeggen waarom we die kozen. Inga en ik vielen voor dezelfde man: de enige figuur die bruiste van het leven, zijn haar en gewaden dartelden in de wind, zijn hand gaf en ontving tegelijk. Lut viel voor de stille, wijze mediterende man, onze gids viel voor de tekening waar een man en een vrouw afgebeeld stonden omdat ze er met twee in harmonie leken te leven…
Om vijf uur leek de ontdekking van Lut op de ontdekking van de schat in het graf van Toetanchamon: in de museumshop stond een koffiemachine! Een man snelde me te hulp om munten in de machine te krijgen: hij en trouwens iedere aanwezige in de buurt zag en hoorde aan ons verrast gegil dat onze nood heel hoog was!
We dankten de jonge man in ‘Het klein patatje’. Hij was erg verrast dat we dit restaurant kenden en Lut kon zich levendig voorstellen hoe enig een aardappelrestaurant in het land van rijst en noedels is…
De dag werd afgerond in een winkelstraat waar onze laatste energie besteed werd aan het uitzoeken van muziek in een cd-shop, muziek die ons moet toelaten China eenmaal terug in onze thuislanden op te roepen.
Donderdagmorgen nemen we met zijn vieren vroeg de taxi naar het station. We willen een dag in de bergen , tussen bomen en tempels doorbrengen. Daar de taxi er op dit spitsuur langer over deed dan voorzien missen we de ‘simpele’ trein en komen we in een luxueuze lange-afstandsbus te zitten. Uiteindelijk tot groot plezier van mijn nichtje: een heel erg knappe jongen stapt ook op. Maar ze heeft een beetje pech: hij is bijlange niet vriendelijk.
We rijden naar Anshan, een middelgrote stad die ooit door Mao als model voor de staalnijverheid naar voor geschoven werd. We komen er aan na bijna twee uur rijden, en Frank ziet onze volgende plaatselijke bus al staan maar we verliezen net wat teveel tijd om van de stopplaats van onze bus tot aan de halte te geraken: hij rijdt weg voor Frank zijn neus. Ik laat dit niet gebeuren en doe het op de Chinese manier: ik loop erachter na en roep. Telkens ik hem bijna nader rijdt hij net weer vooruit. Ik geef het bijna op als een omstaander de situatie juist inschat en nog harder roept: het werkt! De deuren gaan voor ons open. Men heeft plezier met die vier ‘lawaais’ die op de valreep deze bus halen!
Zo kunnen we om elf uur aan onze bergwandeling beginnen.
Onze eerste stop is een tempeltje waar we op het binnenplein onze picknick mogen verorberen. Een taoistisch monnik in een typisch gewaad zegt dat het kan. Hij kijkt geïnteresseerd in ons bord omdat hij wil weten wat we eten. Als ik hem wat komkommer en tomaat aanbied trekt hij zich terug. Een oude taoist , een beeld van een man, komt ons warm water aanbieden.
Naast het klooster ligt een huis van een taoiste die we een half jaar eerder al bezochten. De dame herkent ons meteen, weet nog dat we uit Shenyang komen en is enorm blij dat we terug kwamen. Ze neemt me bij de arm, streelt mijn handen, ze straalt gewoonweg! Ze toont ons terug haar huistempel en we kunnen in haar huis even rusten op haar kang-bed. We vragen om terug een foto met haar te maken. Ze wil zich even opknappen en haar typisch hoofddeksel opzetten. Bij deze handeling zien we iets heel knaps: met een touwtje dat ze om haar hoofd laat glijden van onder naar de kruin strijkt ze al haar haren glad zodat het mooi opgestoken zit in het hoedje! Het afscheid is ontzettend warm, ik ben er echt van onder de indruk. De vrouw is 60 en leeft hier met twee mentaal gehandicapte mannen; wat de juiste relaties is kunnen we niet uitvinden. Zij haalt hout, kweekt groenten, wast en plast.
Vorige keer dat we hier waren deden we massa’s trappen langs een bergflank zo dat we een gigantische tempel zagen liggen aan de andere kant van de vallei. Nu beklimmen we terug duizenden trappen maar dan naar die tempel toe, kijkend op de flank van vorige keer. Het blijkt dat we de moeilijkste weg gekozen hebben. Onderweg komen we aan nog een taoistisch klooster.We vragen de monnik wat uit over het verschil tussen taoisme en boeddhisme, want voor ons lijken de tempels zowat identiek. Oh neen, taoisme is een soort natuurgodsdienst, 5.000 jaar oud, en de taoistische beelden vertegenwoordigen een soort natuurelementen; boeddhisme daarentegen is ‘slechts’ 2.500 jaar oud.
Ook dit wordt een prachtige wandeling. Zo Chinees als maar kan. Het noemt de streek van de duizend heuvels, het is het. Pijnbomen versterken het Chinese karakter. De pijnbomen zijn knap: ze groeien niet rechtdoor maar gekromd en gekronkeld in alle richtingen, dat maakt ze zo uniek. De trappen langs onze kant zijn ongelofelijk smal en steil, echt gevaarlijk. We moeten ons op een bepaald moment door een nauwe spleet wringen; de rotsen zijn versierd met lange rode sjaals.
De tempel, éénmaal boven is groot maar vooral: hij is gloednieuw, van 2005. Gebouwd in wit graniet en met een reusachtig verguld boeddhabeeld. Later horen we bevestigd wat we eigenlijk al vermoedden: vele van die reuzentempels worden eigenlijk alleen maar gebouwd als attractie en zijn winstgevende zaakjes – de prijs van het entréebiljet loog er niet om. Zo worden ze ook benaderd door de Chinezen: een reden om een berg voor op te kruipen. Alhoewel: ‘kruipen?’ neen, Chinezen houden er niet zo van: de meeste maken uiteraard gebruik van de kabellift. De kabellift en de desinteresse voor het authentieke verklaart waarom de taoisten in de tempel hier even onder zeiden dat ze daar nauwelijks een toerist zien. Het was een kleine tempel, een oude die echt gebruikt werd en voor ons overliep van sfeer. Maar dit is duidelijk niet wat de doorsnee bezoeker hier zoekt. Dit is toch wel opmerkelijk!
Even lager wacht ons een tweede tempel; die ziet er wel ‘antiek’ uit. De klassieke tempelwachters staan er, schrikaanjagende beelden, maar waar is boeddha naar toe?! De aanwezige monnik ziet onze verwarring, we zijn allicht niet de enige. Kijk, daar is hij! Door het venster kijken we op een tegenoverliggende rotswand die met wat fantasie op een zittende boeddha gelijkt; hij heeft een rode sjaal om. Het is de plaats waar we daarstraks passeerden! Toen we ons door de spleet wrongen waren we de boeddha achter het oor aan het krabben! Goed gevonden. Dit natuurfenomeen werd overigens maar tien jaar geleden ontdekt, ook dit gebouw is bijna nieuw.
Even de terugweg komen we langs nog maar een gloednieuw groot tempelcomplex waar een groot liggend boeddhabeeld ons lachend verwelkomd. Zijn bladgouden kleur die zijn dikke buik nog meer doet bollen schittert even fel als zijn stralende lach. Hier is alles me te nieuw en te artificieel, ik ben blij dat we de wandeling kunnen eindigen in een authentieke taoistische oude tempel die me nu evenveel bekoort als bij mijn eerste bezoek. Een tempel waar echt rust van uitstraalt, waar een gelukkig gevoel je omarmt.
We gaan eten in de tuin van een huis dat als restaurant gebruikt wordt. Eten in de tuin zie je hier niet zo vaak in dit deel van het land. Helemaal mijn ding, natuurlijk! Intussen is het zeven uur gepasseerd en de laatste bus naar Anshan is weg; dus maar een taxi; ongehoord, we staan geen 10 seconden op de baan of er komt er al één aangereden.
Het treinen naar Shenyang, anderhalf uur, is lastig want we konden alleen biljetten ‘wu zuo’ krijgen, staanplaatsen dus. Maar we gedragen ons net zo rustig als de Chinezen. Zelfs als de wagonverantwoordelijke in anderhalf uur drie keer de overvolle trein komt uitvegen gaan we gewoon een stapje opzij om hem zijn werk te laten doen.
Vrijdag is voor Frank een werkdag terwijl wij lui zijn en ’s avonds de dag afronden in het zwembad. Daar moet ik vreselijk lachen met Inga. Na drie jaar Belgie niet bezocht te hebben is ze al haar Nederlands vergeten. We praten nu samen Engels. Maar als ik haar in het zwembad ongewild doe schrikken roept ze spontaan ‘potverdikke!’. Het is best grappig te horen welke woorden haar geheugen overleefden maar het is natuurlijk nog veel fijner te zien welke ongelooflijk tof meisje ze geworden is. Ik geniet met volle teugen van elk moment samen.
Zaterdagmorgen vertrekken we met de buitenlandse collega’s van de school naar Binnen-Mongolië voor twee dagen. De trimestriële gratis uitstap voor leraren, voorzien in het contract. Was het een goede beslissing om naar graslanden te gaan waar we zouden paardrijden met IJslanders die graslanden hebben bij de vleet en nog veel meer paarden? Maar ze zijn het erover eens: Mongoolse graslanden kunnen net zomin als de Mongoolse paarden gewoon graslanden en paarden genoemd worden alleen al omdat ze in Mongolië liggen! Dit moéten we meemaken.
Na een uur bussen krijgen we een ongewilde pauze in een dorpje omdat de bus pech heeft. Het duurt net lang genoeg om het dorpje en vele van zijn inwoners goed te kunnen bekijken en ons te laten bekijken en dan kunnen we gelukkig verder.
Inderdaad, het Mongolië dat wij vandaag te zien krijgen is ‘niets bijzonder’. Ons hotel in Da Qing Gou, ‘de grote groene vallei’, is gelegen in een buurt omringd door doodgewone bomen. We hadden gedacht tenminste in yourtes –Mongoolse tenten- te slapen, ze mochten dan nog toeristisch zijn maar neen, we hebben een hotel. Het is, zo zegt men, het beste van de omgeving; is het daarom dat niemand onder ons echt alleen is op zijn kamer? Hoe meer vrienden, hoe meer vreugde, ook al zijn de vrienden hier honderd onze-lieve-heer-beestjes en tientallen kleine kakkerlakjes, ze zijn zelfs ons gezelschap in bed! Het seizoen begint hier pas, allicht zijn we de eerste bezoekers en is de lente schoonmaak nog niet gebeurd.
Maar bij het bezoek aan een doodgewoon meer begrijp ik het: een meer, omringd met een landschap vol bomen is NIET gewoon midden in de woestijn en net daarom maakt men er een toeristische trekpleister van. Het ware makkelijker geweest het ongewone van deze omgeving in te schatten indien men ons éérst het zand had getoond!
En wat doe je in een omgeving die zo ‘gewoon’ lijkt en waar vooral Chinese toeristen komen die iets willen BELEVEN?
Je laat de toeristen in een opblaasbaar bootje twee kilometer varen op een riviertje waar tien centimeter water instaat. Geef toe, een riviertje omgeven door bomen in de woestijn is niet gewoon, als je het bedenkt. Dus varen maar. We lachen ons een kriek want je moet weten dat Inga gids bij het raften op wildwater in IJsland!
We worden in een paardenkar terug gereden om verderop door een erg mooi bos te wandelen waar, jawel, een riviertje doorkronkelt. Een bos in de woestijn, het is de kunst niet te vergeten hoe bijzonder dit is anders weet je echt niet wat je daar doet.
Tegen dat we warm water krijgen om te douchen, het is halftien voor dit gebeurt, ligt iedereen al te slapen.
Wat kun je nog meer doen met toeristen in een streek waar ‘niets’ te beleven valt? Je laat ze in een plastiek kuip van een hoge helling afschuiven totdat ze erbij gillen en kraaien van plezier! Weerom, als je niet oplet besef je niet hoe knap en uitzonderlijk het dal vol bomen voor je is, zo prettig is deze glijbaan voor volwassenen!
Als je naar boven klautert voor een nieuw afschuif avontuur kun je zelfs halt houden om te schieten met pijl en boog, op zijn Mongools. Dikke pret wanneer af en toe toch iemand erin slaagt de schietschijf te raken, tot de man die dit zaakje runt ons eens toont hoe je echt moet schieten. Bij het zien van hoe hij die boog spant en lost zodat die pijl wegzoeft en zich paf in het hart van de roos boort, besef je waar je mee bezig bent: je staat tussen échte Mongolen die kunnen jagen en schieten als geen één! Even verderop staat er een duurdere versie van deze attractie aangekondigd: je kan met echte geweren op echte konijnen gaan schieten!
Van de glijbaan rijden we naar de plaats waar we gaan paardrijden. Allen zijn we bang dat we op een mak paardje zullen gezet worden dat even een rondje zal rijden in een piste. Weerom, Inga is zowat geboren op een paard en is erg veel avontuur gewoon in haar barre land. Maar drie dagen na onze Mongoolse trip loopt ze alsof ze nog steeds een paard tussen de knieën heeft en met een gat in de mouw van haar pull dat groot avontuur verraadt!
Je kon mits bijbetalen van vijf euro per persoon een gids huren die je paard de hele tijd leidde. Maar dat kon natuurlijk niet voor onze ervaren ruiters. We legden uit dat we IJslandse ‘specialisten’ zijn en werden daarop zonder enige instructies op een paard gezet en de wijde wereld ingestuurd. Die wijde wereld was eerst een prachtig heide gebied om warempel over te gaan in een echte woestijn! Tijdens de heenweg waren de paarden erg mak. Te mak, Inga kon werkelijk niet geloven dat zij zogezegd een snel paard had.
Na een stop in de woestijn en een te korte rit op een quad tussen de zandduinen, reden we terug. Huiswaarts waren de paarden niet te stuiten! In galop en draf renden ze er met ons vandoor! Velen onder ons hadden nog nooit of nauwelijks op een paard gezeten! Toen we Inga met de gids in volle galop tussen de bomen zagen verdwijnen dachten we eerst dat ze gewoon plezier maakten. Maar toen Inga van tussen de bomen kwam en de gids die geen ervaring had met paardrijden maar bleef doordraven, takken en boomstammen ontwijkend snapten we dat het fout gelopen was: ze konden de beschadigde bril van de jongen en de gescheurde trui van Inga niet verklaren: zo heftig was het eraan toe gegaan! Haar onderbenen liggen open, de billen blauw… een massage in het badhuis zal niet meer aan de orde komen! Ook wij zullen het niet echt leuk vinden dat iemand ons aanraakt de volgende dagen: het onhandig op en neer bonken bij het galopperen zal onze schouders en ruggen beslist een paar dagen overgevoelig maken! Maar allen vonden we deze tocht werkelijk super. Zowel het avontuur op de paarden als het landschap dat we nu zagen was om nooit te vergeten!
Als de gids ons vertelt dat we gaan lunchen in de koele zaal van ons hotel waar we nu al drie keer aten, vraag ik of dit echt zo moet. Jawel, zo blijkt, want het reisagentschap regelde het zo. Maar dit zou China niet zijn, dit zou onze schoolverantwoordelijke Zhao niet zijn, indien er niet op zijn Chinees iets kon geregeld worden! Het eten in het hotel wordt in plastiek zakjes opgehaald en zal ergens thuis zijn weg wel vinden. In geen tijd reserveert men een maaltijd in jawel, een yourte. We krijgen typische én lekkere Mongoolse schotels. Gedroogd rundvlees, gegrild lamsvlees, melkthee, schapensoep, onbekende groenten, zoete koekjes, mongoolse ‘kaas’… ik ben helemaal in mijn nopjes omdat ik durfde zeggen dat we wat anders wilden én dat de Chinezen zo super zijn om daar rekening mee te houden!
Na een busrit van vier uur terug voelen we ons om vijf uur bij aankomst in Shenyang nog fit genoeg om naar het ondergrondse shoppingcentrum te rijden aan de andere kant van de stad. Voormalige schuilgangen zijn er omgebouwd tot een wirwar van kilometerslange ondergrondse steegjes vol kleine winkeltjes. Ik had voorzien dat Inga dit exotisch en tof zou vinden! En jawel, het blijkt dat ik ‘mijn IJslandse dochter’ vrij goed ken… na slecht tien minuten zijn we al gepakt en gezakt!
Een bezoek aan het Beilinpark en zijn keizerlijke Qing graftombe (17e eeuw) had ik uitgesteld tot de zon zich zou laten zien. Maar ook maandag is ze weer niet van de partij. Dan maar zonder haar …
Wat een mooi bospark dit is , en welke prachtige historische site dit is kan je niet beschrijven. En eigenlijk maakte de regen het er alleen maar mooier op. Op je eentje, in alle rust dergelijke plaats kunnen bezoeken is toch wel zalig. Daarenboven liet het water van de regen de ronde gele dakpannen alleen maar heviger schitteren.
Het is zo spannend dat een keizerlijke graftombe zich niet zomaar laat zien. Het is een complex van honderden meters lang. Eerst moet je door een laan waar links en rechts mythologische dieren in marmer en graniet staan: de lievelingsdieren van de keizer. Ze moeten zijn tombe beschermen.
Daarna kom je langs talrijke prachtige Chinese constructies zoals de vier torens met windbellen in de hoeken, waar wachters huisden. Of de muurtjes met keramische bas-reliefs die losstaan in de ruimte en waar je omheen moet voor je de rest mag zien…
Blijkt dat je uiteindelijk een stenen trap opmoet en op de muur die rond het domein loopt moet staan om de tombe te zien. Dit doe je dus en dan verwacht je een impressionante keizerlijke graftombe… zoiets versierd of zoiets met trappen en beelden als een piramide maar niets is meer verrassend dan deze tombe: een sobere gigantische kegel, naakte aarde. Niet min ,niet meer. Wat een contrast met de rijke, gekleurde gebouwen die je hierheen leidden! Prachtig.
We gaan picknicken in een pagode aan het meer in het park. Het is er zo mooi dat we de kou vergeten.
Na een fout idee van me, ik wou in een fotostudio een reportage van ons in traditionele kledij laten maken maar het zag er niet uit zoals ik het in mijn fantasie gepland had, komen we uiteindelijk in een theewinkel terecht waar we wel anderhalf uur thee proeven op de traditionele wijze. Het is erger dan wijn proeven, zo ernstig gaat het eraan toe! Maar wat ben ik blij dat we ook hier tijd voor vinden! Lut en Inga genieten er geweldig van.
Ik vraag de taxi ons naar Xita, de wijk van de Koreaanse minderheid, te brengen. De man begrijpt me niet. Ik denk aan wat Frank me net vertelde, hoe hij het oploste toen ze hem in het station niet begrepen: blijven herhalen. Ik begin op allerlei mogelijke manieren en in alle mogelijke toonhoogtes Xita te zeggen. Lut en Inga lagen dubbel van het lachen en dachten dat de thee me in het hoofd geschoten was. De realiteit was erger: mijn blaas zat zo vol dat ik er alles voor over had om Xita zo snel mogelijk te vinden. We mogen niét meer lachen want we hebben allemaal hetzelfde probleem, na al dat theedrinken!
Het eten van hondensoep, een Koreaanse specialiteit, wordt door ons gezelschap gesmaakt…
Dinsdag is het een heerlijk zonnige en warme dag, de eerste in veertien dagen, wat we nog steeds niet kunnen geloven: vorig jaar was het hier zo warm!
Na een fietstocht door de dorpen in onze buurt, gaan we lunchen in de kantine van de school: een plaats die ik hen toch ook moet tonen. Vele buitenlandse leerkrachten zullen het niet geloven als ik hen vertel dat Inga en Lut net als wij, genoten van het voedsel hier. Ik ben blij dat we Wilson, onze Chinese vriend ontmoeten. Spijtig dat hij zo treurig is om zijn zieke vader. Je ziet de jonge man echt lijden.
We slenteren door onze universiteit en merken op dat de bomen van het centrale plein vol witte origamo-geplooide duiven hangen. Blijkt dat nog volop acties en activiteiten rond de aardbeving bezig zijn. Het is erg ontroerend te zien hoe Chinezen uitdrukking aan hun verdriet en medeleven geven. De Chinese leerkracht van Frank huilde in de les toen ze erover praatte…
We bekijken mijn schilderijen. Dit duurt wel drie uur! Het doet goed ze eens aan iemand te tonen.
Daarna wil ik hen een erg typisch Chinees grootwarenhuis tonen. Ook hier voelen ze zich helemaal thuis. Er wordt gezellig gekocht, bekeken, bestudeerd.
De taxichauffeur die ons naar mijn Chinese vriendin en haar Canadese man brengt blijkt me te kennen, daar moet Lut natuurlijk heel erg om lachen: dit in een miljoenenstad! Het is fijn de vrienden voor te stellen. Al ben ik steeds doodmoe als we bij hen buitenkomen omdat deze familie erg druk is en ze erg opgewonden omgaan met hun kindje; toch voel ik me dan ook steeds blij omdat ze zo warmhartig zijn. Tussen bliksemlichten die de hele hemel roze kleuren en gedonder keren we om elf uur naar huis terug.
Een bijdrage van Lieve | Comments (2)Aardbeving: Hulp is welkom
Om met de deur in huis te vallen: Wie wil kan een gift overschrijven op het rekeningnummer van de Chinese ambassade in België die zal doorsturen naar het Rode Kruis: ING 310-0002542-09. Volgende site geeft nog enkele Chinese banknummers waarop rechtstreeks voor het Rode Kruis en anderen kan gestort worden. http://news.xinhuanet.com/english/2008-05/14/content_8171571.htm. Vier dagen na de beving is zowat heel China gemobiliseerd. Iedere faculteit hier aan de universiteit verzamelt steun zoals ze kunnen. De school voor opleiding van buitenlanders verzamelt geld in een grote rode doos in de lobby van ons gebouw. De faculteit voor vreemde talen waar ik les geef, gaat een grote actie doen op de universitaire sportmeeting dit weekend. Op het centrale plein van de universiteit halen studenten buiten geld op. Ons vreindinnetje Wang Fan gaat dit weekend helpen bij een bloedcollectie in een belangrijke winkelwijk. Zijzelf is van plan 30 euro te geven, dat komt overeen met de som die ze per maand uitgeeft aan voeding. Alle ingezamelde fondsen worden via het Rode Kruis van China en nog één andere Chinese liefdadigheidsorganisatie ter plaatse verdeeld.
Pas woensdag kon men het centrum van de aardbeving bereiken; wegens het slechte weer konden helikopters er niet in, maar een politie eenheid legde de laatste 80 kilometer te voet over de vernielde wegen af. Intussen zijn de vernielde wegen al zo ver opgeruimd dat hulpkonvooien naar de meeste plaatsen kunnen passeren. De door de aardbeving getroffen zone is verdeeld in sectoren, en elke rijke provincie van het land moet naar één sector hulpgoederen sturen. Vanuit de naburige provincies worden massaal zware kranen aangevoerd. Leger en politie worden uit heel het land met logistiek en medisch materiaal, tenten en voedsel aangevoerd. 2000 soldaten repareren een naburige stuwdam die zware barsten vertoont. Het nieuwskanaal van de televisie brengt permanent reportages van de getroffen zone: ontstellende beelden van platgelegde steden en dorpen, met hier en daar nog één rechtstaand gebouw; beelden van mensen die ook vandaag nog levend van onder het puin gehaald worden; beelden van wenende ouders en familie, niet van dodelijke slachtoffers; statistieken over de hulpverlening en de slachtoffers: 22.000 in het centrum, 22.000 in de zone er rond en 160.000 gewonden.De eerste minister was binnen enkele uren ter plaatse. Vandaag reisde ook de president door het getroffen gebied. En deze morgen werd ik door twee collega’s gefeliciteerd wegens de ‘royale donatie van mijn vaderland’. Misschien kunnen jullie ook helpen om die reputatie hoog te houden?
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)