Eerste indrukken van bezoekers
Lut en Inga zijn hier slechts vijr dagen en ze kunnen al een boek volpennen!
Donderdag 8 mei ben ik niet te houden: mijn IJslandse zus en haar dochter komen op bezoek: hun eerste reis naar een niet-Europees land.
Voor het eerst sinds we hier wonen hebben we op weg naar de luchthaven autopech! Een ‘Agatha Christie’ was eerder op de dag mijn redding om de trage uren bij de kapper te overleven, ook nu is het mijn redder in nood, terwijl we wachten op een andere taxi.
We komen net op tijd om onze gasten, achter het glas van de douane te zien binnenkomen: een klein madammeke met een lang jong ding (is mijn ‘dochtertje’, ze noemt me vaak mama-Tielrode, intussen echt zoveel groter als haar moeder? Het is drie jaar geleden dat we elkaar zagen, een getal dat gelukkig niet overeenstemt met ons gevoel).
Onderweg naar ons appartement reageren ze op het groene van onze stad, het grootse, het moderne, en op het verkeer… natuurlijk. Ze begrijpen onmiddellijk dat opzij kijken in de taxi de beste optie is.
Hun verblijf wordt ingehuldigd met champagne en IJslandse zalm: een hele doos van de allerheerlijkste voedingswaren smokkelden ze het land binnen!
We wandelen door de universiteit: het wordt al heel snel duidelijk dat Inga nàtuurlijk het prinsesje van Shenyang en wellicht héél China wordt! Wat is ze mooi, horen we de hele tijd rond ons. Twee moeders fier als een gieter…
We vliegen er direct in en gaan in een plaatselijk restaurantje ‘over de brug noedels’ eten. En ik die zo overtuigd ‘natuurlijk’ antwoordde toen Frank me vroeg of mijn zus wel met stokjes kon eten! Neen, dus. En noedels met kleine glibberige kwarteleitjes zijn wel wat uitdagend, ik geef het toe!
Vrijdag wordt de dag voor drie vierden verslapen en verbabbeld, natuurlijk. Maar het vierde dat overschiet gaf stof genoeg om verse hersencellen op hol te laten slaan. We nemen de trein naar Kaiyuan, een stadje op 120 kilometer, om morgen het huwelijksfeest van onze Chinese vriend, Yang mee te maken. Een nichtje van hem en een collega vergezellen ons. Als je iemand wil ontzien neem je hier de snelle en comfortabele lange-afstandsbus maar onze bezoekers ontzien is nu echt het laatste wat we willen. De trein tweede klas is zoveel meer avontuur. Wij zitten er maar goed anderhalf uur op, onze buurman moet wat verder, hij komt pas de volgende dag om zeven uur aan. Binnen de 24 uur in China heeft Inga hier al een allerliefst schattig vriendinnetje van 22 jaar, dat nichtje van Yang, studeert ze al intens Chinees en dit met een klein Chineesje op haar schoot dat ‘ergens’ vandaan kwam en heeft ze natuurlijk ontelbaar vele ogen op haar gericht. ‘Treinen is reizen’ dat weten we!
We worden door de aanstaande bruidegom zelf opgehaald en naar een restaurant gebracht waar al zo’n acht ‘oude’ klasgenoten van de van hem zitten. Hij is de laatste ongetrouwde, maar al die anderen zijn hier alleen gekomen , het is niet de gewoonte om je partner mee te nemen naar een huwelijksfeest in een andere stad ; zeggen dat wij hier ineens met ons vieren opduiken! Er wordt ons een overheerlijke maaltijd aangeboden. Lut en Inga genieten van bijna elke schotel, Inga probeert zelfs de kippenpoten! Het zaligste vindt ze dat je hier alle afval onder de tafel mag kieperen. Lut haar ogen rollen in haar hoofd als ze ziet hoe Yang een bierrestje uit een glas over de tafel gooit, zomaar om zijn glas te ledigen. Onze tafelgenoten zijn erg intelligente mensen, de gesprekken zijn vrij diepgaand voor dergelijk eerste contact. Inga heeft hier meteen een aanbidder. De jongen smelt voor haar, ik zié het gebeuren. Maar ik zie nog iets anders gebeuren: zijn oogjes worden heel erg rood: teveel alcohol in de aderen: zijn vader, de nonkel van de bruid en de man die de avond moet animeren houdt heel erg van ‘kan bei’, ad fundum. We moeten ons haasten om tussendoor te kunnen eten. Zijn vrouw probeert haar man in te tomen, totaal tevergeefs.
We worden naar het ‘sjiekste’ hotel van de stad gebracht. Gezien er hier ‘maar’ zeshonderd duizend inwoners zijn vindt de bevolking dit eerder een dorp en heeft het een dorpsmentaliteit, zo zegt men. Het is wel waar dat je de fietstaxi’s met knaloranje of knalroze stoeltjes en gordijntjes die hier rondrijden niet vaak meer tegenkomt in China.
Het hotel is niet zo netjes, de lakens lijken bedenkelijk, de boiler voor warm water in onze kamer werkt niet, ik mag niet bedenken dat mijn blote voeten over het tapijt zouden lopen, sigarettenpeuken kijken ons uitdagend aan vanonder het bed, maar we zijn erg dankbaar: tenslotte biedt de familie ons, vier buitenlanders, dit zomaar aan! Stel je voor.
Blijkt dat Yang ook in dit hotel logeert. Frank komt hem ’s morgens om zeven uur tegen in de gang: in jeans en t-shirt. Als Frank hem erop wijst dat hij om halfacht eigenlijk paraat moet zijn slaat hij in paniek. Om 7u20 heeft hij dringend een mesje nodig, Frank zegt dat ik er eentje heb en komt het halen maar Yang stormt hem voorbij, recht de kamer in. Ik zit in mijn ondergoed en berisp Frank hiervoor. Hij wijst me erop dat er met een aanstaande bruidegom in paniek niet te praten valt!
Om 7u25, vijf minuten voor de afgesproken tijd, moeten we ons reppen naar het busje dat ons opwacht, wat voor een stipte persoon als ik, erg oncomfortabel is.
Ik ben helemaal door de dolle heen van blijdschap: we mogen erbij zijn als Yang de bruid gaat ophalen! Dit is de eerste maal.
Voor het appartementsgebouw liggen grote rode vellen papier op de binnenkoer. Het appartement van de familie is versierd met rode lampions. De bruid zit op het bed in een witte bruidsjurk, achter een gesloten deur. Yang moet kloppen, de vrouwen van de familie die bij de bruid zijn zeggen dat hij niet binnen mag. Yang moet smeken om binnen te mogen. Dan stellen ze hem allerlei vragen: of hij goed zal zijn voor haar, of hij de afwas zal doen, of hij haar zal helpen in het huishouden enzovoorts… hij moet van alles beloven, dan pas mag hij binnen. Er wordt geld op het bed gegooid en snoep. Daarna moet Yang de bruid noedels voeden, en zij hem. Daarna volgt een fotosessie: het bruidspaar én de schoonouders op het bed, het bruidspaar en de oma op bed, het bruidspaar met de buitenlanders op bed, …
Later wordt het meisje naar beneden gedragen, de auto in. Dat dit geen makkelijke klus is met een bruid die zo een ingewikkelde jurk draagt is duidelijk. En we snappen nu ook waarom de meisjes hier zo mager willen blijven!
Eenmaal in de auto doet een neef haar schoenen aan de voeten, rode schoenen. Yang draagt rode sokken, dat viel al eerder op!
Aan het restaurant wacht ons de traditionele opgeblazen feestboog op. Gekleurde dunne sliertjes worden uit een spuitbus over het koppel heen gespoten. Een soberder onthaal dan de huwelijken die we eerder zagen, toen werd confetti uit kanonnen geschoten. De bruidegom en de bruid komen op het gekende liedje de zaal binnen, twee allerschattige kinderen dragen de sleep.
De maaltijd voor ongeveer tweehonderd gasten wordt vooraf gegaan door de afgifte van het trouwboekje en een korte toespraak door een stadsambtenaar. Daarna drinkt het koppel een glas, armen in elkaar verstrengeld.De bruidegom schuift een ring met een diamant over de vinger van de bruid, zij biedt hem een mooi uurwerk aan. Dan kunnen de speeches beginnen. Frank bereidde er gisteren eentje voor in het Chinees maar vandaag heeft hij de track. Ik forceer hem eigenlijk een beetje omdat ik weet dat hij een goede vriend van Yang is, en omdat de mensen het eindeloos zullen waarderen. Mijn arme Frank heeft haast geen stem van de zenuwen maar ik ben apetrots op hem. Hij krijgt heel veel appreciatie.
We zitten aan de eerste tafel samen met de andere door de bruidegom uitgenodigde gasten. De familie van Yang is hier niet, noch zijn moeder, noch zijn oudere zus. Ze wonen 400 kilometer verderop en zijn niet rijk.
We worden wonderwel gespaard van veel toosten en drinken en kunnen vrij rustig eten. Yang had ons dat beloofd. Ook hij wou een sober feest. Past bij zijn mentaliteit en eigenlijk ook bij zijn budget: uitzonderlijk is het hier de schoonfamilie die alles betaald.
De tijd om het knalrode omslagje met wensen en centen af te geven is aangebroken: de bruid trok intussen een rode jurk aan (straks komt er ook nog een blauwe), een volwassen bruidsmeisje volgt met een opvallend handtasje dat dienst doet als spaarpotje, ze bieden elk een sigaret aan. Wij hebben intussen al geleerd dat dit het moment niet is om te zeggen dat we niet roken, maar mijn superzuivere zusje nog niet. Lachend en onwennig vraagt ze haar buur of ze nu echt die brandende sigaret onder de tafel mag laten verdwijnen, dit adviseerden we haar. Het had beter geweest dat ze dat deed zonder vragen: onder de tafel is het een afvalberg en zelden zie je gebeuren hoe die opgebouwd werd! Het is hét moment om over de grootste gevoeligheid van dit volk te praten: het gezichtsverlies. Je mag hier zowat alles maar sommige gestes, sommige dingen los je beter zo op dat iedereen het wel ziet maar dat ze kunnen doen alsof ze het niet zien… dit is de Chinese manier, niet om achterbaks te doen maar om mekaar niet te beledigen. Het heeft me jaren gekost om een beetje te begrijpen hoever dit gaat en hoever dit mààr gaat en wanneer wel en wanneer niet. Maar geen nood wat Lut betreft natuurlijk, ze reageren uiteraard lachend, van een pas aangekomen buitenlander kan je alles verwachten.
Onze tafelgenoten eten nauwelijks. Wij die al ons ontbijt misten eten smakelijk. Ze zeggen dat ze niet kunnen eten omdat ze nog een kater van gisterenavond hebben wat niet onwaarschijnlijk is; na het avondeten gingen ze samen nog pinten pakken. Maar later ontdekken nog een andere reden: nadat de gasten weggegaan zijn, het is intussen elf uur in de voormiddag en het feest is dus afgelopen, worden wij naar een zijkamer gebracht. Daar worden we onthaald op … een nieuwe tafel vol overheerlijke spijzen, weliswaar dezelfde als daarnet. Dit maakten we nooit eerder mee. Ik had wel al begrepen dat het bruidspaar en de familie achteraf samen ‘moesten’ eten daar ze tijdens het feestmaal steeds rondlopen, maar nu wij weer? Interessant om mee te maken en Inga amuseert zich als geen één met haar vriendinnetje. We zitten in een zaaltje met de bruidegom en zijn nauwste vrienden, de bruid zit in een ander zaaltje met haar familie, ze komt wel even dag zeggen en nog een glas met ons drinken.
Rond 13 uur begrijpen we dat ze ons naar het station willen brengen. Er is blijkbaar maar één voertuig en de VIP’s worden in groepjes weggebracht. Wij leggen uit dat we liever de stad even zouden bezoeken en wel op eigen kracht in het station komen. Maar dit druist uiteraard in tegen alle Chinese gastvrijheid en protocol! De hele familie staat nu in rep en roer, er wordt heen en weer getelefoneerd, we moeten wachten. Na een uur organiseren mogen we een minibus instappen: men begeleidt ons naar de ‘Ivoorberg’, een heilige berg waar boeddhistische tempels en pagodes staan. De rit daarheen bekoort Lut en Inga mateloos. Net als ik worden ze op slag verliefd op het platteland!
Aan de berg gekomen leren we dat boze boeren boos kunnen zijn, all over the world! De weg is afgespannen met een touw en wat takkenbossen. Ze demonstreren omdat ze een stuk land verloren om de tempel makkelijker bereikbaar te maken en niet of onvoldoende gecompenseerd werden. Niemand komt erin, er staan al enkele bussen langs de weg en de boeddhistische pelgrims staan er gelaten bij. De leider van de groep, een oudere boer met een Streuvelskop zwaait vervaarlijk met een sikkel. Dat er buitenlanders aankomen brengt de boze boeren niet op andere ideeën: niemand zal vandaag de heilige berg bezoeken, zoveel is duidelijk! Onze gastheren zijn enorm verveeld met de situatie. Zeker ‘het gele T-shirtje’ –zo noemen we de knappe jonge die sinds gisteren wegsmelt voor Inga – is bijna bereid het op te nemen tegen de boze boeren! Hij dreigt wat met telefoneren naar ‘de autoriteiten’, maar de oude boer zegt dat hij niet bang is; de snotneus kan de pot op.
Vlakbij ligt een schattig oud dorpje waar men net een TV-serie met een heel bekende lokale acteur opnam: de rode lantaarns hangen overal, we wanen ons in de film! Je kan op alle boerenerven vrij binnenlopen. Dit bezoek maakt voor ons alles goed! Inga laat er zelfs haar toekomst voorspellen! Dat ze ‘probeert te vissen in de bomen’ en ‘niet weet of ze schapens of varkens wil kweken’ wordt goed gemaakt met het feit dat ze ‘de wind in de zeilen zal hebben’, oef!
’t Geel T-shirtje laat nog een foto maken van hem en Inga en lucht zijn hart bij me: ze is zo knap…jammer dat ze maar twee weken blijft.
In de plaats van ons op de trein te zetten, heeft de familie intussen besloten ons per auto naar Shenyang te brengen! De gastvrijheid van de mensen is hier enorm.
Tot veel te laat in de nacht bekijken we nog foto’s van onze reis naar Nieuw-Zeeland en Australië… Wat een hoop indrukken voor deze kersverse Chinezen!
Zondag duiken we in het oude China: bezoek aan Gugong, het 17de-eeuwse paleis van de koning van Mandsjoerije, wiens zoon keizer van heel China zou worden. Wat is het leuk hen van àlles te zien genieten! Niets ontgaat hun nieuwsgierig oog! Naast de pracht van het paleis is er ook geen Chinees die aan hun aandacht ontsnapt, echt waar, en het omgekeerde is zeker waar.
Van het paleis belanden we op zoek naar eten in een overdekte markt vol groenten, vleeshompen, vis. Ik was bang dat mijn zusje uit de medische sector hier heel erg sceptisch zou tegenover staan maar ze vindt het allemaal fantastisch, en zelfs netjes!
We kuieren verder, kopen lokale hapjes zoals de zoete rijst in bamboebladen gewikkeld, (2 kwai, enkele dagen later zien we ze in het Sheraton hotel liggen voor 198 kwai per twee , je krijgt er dan wel een kopje thee bij!), en een gestoomd broodje gevuld met zoete rode bonenpasta: alles valt in de smaak. Na nog een volle portie kuieren door winkelstraten, oude wijken, nieuwe wijken, langs historische panden en tussen de lichtjes van de avond wordt de dag afgerond in een vrij trendy restaurant waar men Peking eend serveert en waarvan ik vorige week dacht:hier wil ik komen met de IJslandertjes. Naar traditie worden kleine sneetjes gelakte eend in een plat pannenkoekje gewikkeld samen met een bruine saus en wat fijne sliertjes prei. Het smaakt heerlijk.
Maandag verslapen en verbabbelen we weer de halve dag, maar vanaf de middag gaan we op pad: taxi in om een Tibetaanse tempel en stoepa te bezoeken die ikzelf niet ken omdat ik het bezoek uitstelde tot hun komst. Dit bezoek is trouwens een prima aanleiding voor mij om de kaart van de stad grondig te bestuderen en alle gekende plekken die voor mij totnogtoe los van mekaar stonden aan mekaar te knopen én om eindelijk alleen op pad te durven gaan.
De sfeer in de tempel is overweldigend want hij wordt effectief gebruikt. Het doet me vreemd aan de sfeer van Tibet zo levendig terug te vinden in Shenyang! Wat een eigenzinnige stoepa: de kleuren en afbeeldingen erop zag ik nog niet eerder op dergelijk monument.
Mijn hart springt op als ik mensen zie dansen in het park. Dit is het China dat ik dolgraag wou tonen. Lut is helemaal onder de indruk van de sfeer tussen deze oudjes. Ze denkt aan de oudjes waar zij voor zorgt in IJsland, hoe treurig schat ze hun situatie in als ze dit hier ziet! Even verderop, in het park langs het water moeten Inga en ik haar goed in het oog houden of ze dwaalt helemaal weg tussen kaartende en blokjes-met-vreemde-figuren-leggende ouderen. Zoals Inga en ik smelten als we een schattig baby’tje zien met van die gekke kapseltjes, blote billetjes of schattige kleren zo reageert zij op deze oudjes met heel warme ogen, zo zegt ze. Inga en ik kregen van een man een zitplaatsje in de gaanderij van het park waar een man en een vrouw zingend een verhaal vertellen, begeleid door twee erhu’s. Ronduit schitterend!
Het begint te regenen. We gooien de dag overhoop en gaan nu een restaurant bezoeken die ik hen toch wou laten zien om daarna de rest van de dag in het badhuis vertoeven.
Het gigantische restaurant waar zeehonden in het aquarium zitten, waar opgediend wordt op rolschaatsen, is eigenlijk een immense serre die getransformeerd is tot een grote exotische tuin vol bomen, planten, nepbloesems, -zwanen, -hertjes, Chinese bruggetjes en nepstraatjes met nephuisjes: je kan het zo gek niet bedenken. We vragen ons af hoe het toch mogelijk is dat dit hier niet kitscherig overkomt ook al is het kitsch van jewelste!
Het huisgebrouwen bier dat naar Hoegaarden smaakt is lekker.
Zelfs het doorkruisen van de stad stemt Lut zo positief: ze vindt de mensen hier erg positief omgaan met het verkeer en met elkaar, hetgeen me zelf pas recent beginnen opvallen is. Zij vindt dit volk ongelooflijk onschuldig, lief, zachtaardig, wars van agressie. Het is alsof ikzelf een compliment krijg. Ik ben verrast dat ze het zo ervaart.
We zijn nu werkelijk helemaal klaar voor het badhuis. Wat ben ik benieuwd of ze dit ook zo een fantastische plaats vinden als ik! Zal Lut het water van het zwembad wel betrouwbaar genoeg vinden? Ze vinden het overheerlijk! Superzacht, fris, je lijkt erin te blijven drijven, zo zeggen ze.
We laten ons bij de dames scrubben en masseren. Je hebt er geen idee van hoe ik ernaar verlangde dit met hen te delen. En genieten doen ze! Na jaren zelf oude mensen te hebben verwend en verzorgd, wat ze beslist ongelooflijk goed doet, wordt zij hier nu eens negentig minuten lang in de watten gelegd als nooit tevoren. Helemaal ‘gaga’ verlaat ze de massagetafel: ‘nu weet ik waarom jij er zo goed uitziet, en wat zal jij straks veel moeten missen!’, is het eerste wat ze mompelt: ze genoooot màteloos. Wat doet me dat deugd!
Dinsdag gaan we de hele dag shoppen. Ze staan verstomd van mijn afdingtalent. Jawel, het is waar, ik heb erg veel bijgeleerd en kan me nu zelfs amuseren bij dit spel. Inga vindt het schitterend zoals ik het aanpak. In elk geval:onze dag levert ons het gewenste resultaat. Ook voor mij: het is de eerste keer dat ik echt uit winkelen ga en aankoop. Terwijl we naar het restaurant stappen waar we met Frank afspraken, worden we overvallen door een wolkbreuk. Een mooi excuus om binnen te springen in één van de weinige café’s die we hebben. Net als vorige keer toen we hier kwamen worden we erg lief ontvangen. We krijgen bij onze Weense koffie een glas warm water met citroen, een schaaltje zonnebloempitten en een lach om te stelen van de jongens en meisjes die opdienen. We beslissen een héél grote koffer te kopen en alles wat ons bevalt daar in te steken en mee te nemen, inclusief die tintelende oogjes alom.
Eentje gaat voor de deur water wegvegen: de straat is helemaal ondergelopen, de wielen van de fietsers en auto’s zitten tot halverwege onder water! Hoe geraken wij straks aan de overkant? Maar welk een zin heeft het vegen van die jongen? Later zien we dat het water vrij plaatselijk de straat blank zette en dat het dus nog meevalt. Toch komt Frank te laat op de afspraak: de chaos in de stad door de wateroverlast is groot.
Wel een luguber idee om de dag na zo’n immense aardbeving te gaan eten in het draaiend restaurant van de tv-toren op 300 meter hoogte. Stel je voor…
Het eerste moment dat je boven komt lijkt het restaurant wel te snel te draaien. In amper één uur heb je de hele toer gemaakt. Maar goed, na een tijdje went het. We zien de stad nog bij daglicht en kunnen daarna genieten van de lichtjes van Shenyang.
Met onze handen vol tasjes van de shopping mall vlakbij waar het duurste stuk toch maximum 15 euro kost, lopen we even binnen in het Marvelot hotel (de vroegere Marriot die verchineest werd) en de Sheraton: de verkoopsters van de winkels daar hebben meteen door dat ze niet veel moeite moeten doen ons te benaderen. Ze hebben gelijk, 150 euro voor een panty en 500 euro voor een jeans vol gaten vind ik nét even te duur. We nemen een kijkje in de sigarenbar en in de karaoke-bar, kortom, overal waar we de kans zien onze neus binnen te steken. ’t Ja, nu weten we allen wat sjiek is en we begeven ons nederig naar ons hotelleke waar we ons thuis voelen.
Op TV worden de hele dag beelden getoond van de aardbeving , commentaar gegeven, opgeroepen voor hulp. Hoe jammer voor China, sowieso is dat een gigantische ramp maar zeker nu ze zoveel energie wilden steken in de Spelen. Jammer voor iedereen, een ramp voor zij die daar wonen.
Het is ongeveer de streek die wij deze zomer wilden bezoeken…
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)