Chinezen rijstpap leren eten

24 juni, 2008, een bijdrage van Frank | Commentaar (1)

Kennis gemaakt met een studente van het College for international business. Ze is bevriend met sommige van de Amerikanen die hier een maand lang Chinees komen leren. Ze is vierdejaars en vertelt dat ze in het derde jaar met een aantal anderen iedere zondag aan huis ging bij een Amerikaanse collega, om religieuze muziek te spelen en gospels te zingen. En elke woensdag was er bijbel-leesavond bij een Australische collega van dezelfde huiskerk. Heeft dat haar bekeerd? Helemaal niet, zingen en muziek maken is plezant en de bijbel lezen is een goede, zij het wat vervelende oefening Engels. De aanwezige Amerikanen trekken een raar gezicht. Mogen leraren hier religieuze propaganda maken bij hun leerlingen? Ik stelde de vraag ooit aan onze partijsecretaris. ‘Zolang het niet in de les gebeurt trekken we het ons niet aan’.  

Een vliegtuigbiljet naar Japan bestellen, een koud kunstje?  Natuurlijk, je kan via internet bij je gebruikelijk reisbureau in Belgie gaan bestellen, maar we zijn hier in Azië, en proberen het dus op de lokale manier. Het lokale  reisbureel waar ik al binnenlandse vluchten bestelde, slaat tilt wanneer ik vluchten  van Shenyang naar Nagoya, onze bestemming in Japan vraag. Nagoya? Onbekend! Hoe heet dat in het Chinees? Ja, dat weet ik ook niet. Er wordt wat over en weer getelefoneerd , we moeten naar ‘Mingguwu’! De prijs en vooral de 120 euro  ‘taksen’ vallen nogal tegen.  Volgens hen wachten we beter om te bestellen, de prijzen zouden nog dalen; eigenaardig, het Belgische reisbureel zegt net het omgekeerde: hoe vroeger je internationale vluchten boekt, hoe beter. Wie geloven? Ik vraag naar de vluchten van Beijing naar Nagoya,die komen ons beter uit. Opnieuw lichte paniek: wij zijn sterk op vluchten vanuit Shenyang, over de rest hebben we niet veel informatie,  ‘maar ze zijn zeker duurder’.  Dan maar een ander spoor gevolgd: ‘elong’, een firma die biljetten via het internet verkoopt en veel publiciteit maakt. Deze keer meer succes: er is een goedkopere vlucht, dus meteen bestellen. Bij de betaling loop ik vast: ik wil cash betalen en zij verkiezen betaalkaarten. Is er een alternatief? Ja, het biljet zelf afhalen op hun bureel nabij de luchthaven in Beijing. Maar er zit een giftig addertje ander het gras: de boeking én de prijs worden maar bevestigd wanneer ik me met het geld in Beijing aanbied; niet zo geruststellend. Maar Chinezen vinden wel een oplossing: stort het geld gewoon op onze rekening.  

Ik dus  naar de Industrial and Commercial Bank, gelukkig één van de grootste in China met filialen overal. Ik moet een kleine 20 minuten fietsen, maar zo simpel is het niet. Zonder paspoort kan je in de bank niets, zelfs niet geld voor iemand anders afgeven! Dus maar terug naar huis, gelukkig kan ik nog tegen halfvier terug zijn- om vier uur sluit de kassier zijn loket.De bediende verzoekt mij het overschrijvingsformulier in te vullen, in het Chinees. Mis, het bedrag schrijf je niet in dat formaat! Herbeginnen! De tweede keer lijkt het beter, twee bedienden zetten zich aan het speuren in mijn paspoort om nationaliteit en nummer te vinden; het eindigt ermee dat ze het me gewoon vragen. De tweede bediende bekijkt intussen het formulier eens, opnieuw mis: Ik had bij de naam van de bestemmeling ‘firma’ geschreven, maar zij weet dat het een ‘vennootschap met beperkte aanssprakelijkheid ‘ is; slimme meid, ik had dat maar weggelaten want er was geen plaats genoeg. Nog eens herbeginnen, om fouten te vermijden schrijft ze de naam van de bestemmeling in mijn plaats; ik moet wel nog ondertekenen. De pen van de bank is intussen aan de andere kant van het venster beland, ik haal mijn eigen blauwe bic uit en onderteken. Weer mis! Blauw mag niet! Hopelijk voor de laatste keer herbeginnen! De vierde keer is inderdaad de goede keer, ik krijg na precies vijfentwintig minuten het bewijs van mijn overschrijving..  

De natte lente is hier bijna ongemerkt overgegaan in een te vroeg zomerregenseizoen. Echt klagen mogen we niet, buiten verstopte straatriolen en verkeerscaos blijven de gevolgen beperkt. Vergeleken met de overstromingen elders  leven we hier probleemloos. Maar we zitten wel veel meer binnen dan vorig jaar.Mij geeft dat de gelegenheid om me intensiever op de Chinese taal met zijn ontelbare quasi synoniemen te gooien. Lieve van haar kant is gestopt met schilderen. Te veel werk in voorbereiding van haar tentoonstelling in december: Uitnodigingen, posters, enz. laten drukken. China is goedkoop, tenminste wanneer je niet al de uren rekent die je zelf verliest door dergelijke zaken op te volgen. Maar daar krijgen jullie van haarzelf wel verslag van, wanneer ze eens tijd heeft om naar adem te happen.  

Recentelijk zaten we in de immobiliën. Bezoek aan een Belgisch-Chinees en een Belgisch-Canadees koppel. De Belg woont in een zijn eigen duplex penthouse op de zesde verdieping. Het is fantastisch, maar vraagt veel onderhoud wegens zwakke kwaliteit van afwerking. Volgens hem moet je hier om de twee of drie jaar schilderen. Zijn dakterras heeft hij nog niet ingericht, hij kijkt hoe de buren dat doen, welke het mooiste/meest practische is, en vooral, welk systeem het best de winterkoude en de zomerzon doorstaat. Hij woont hier nu twee jaar, en vanop het dak toont hij ons al de torengebouwen die hier toen nog niet stonden. Deze wijk,  Tiexi, was vroeger een zware industriezone. De Russen bouwden er in de jaren 50 grote fabrieken, inclusief arbeiderswoningen. De laatste daarvan worden nu afgebroken. Niet zonder problemen, want die Russen hadden het zekere voor het onzekere genomen: stop er maar beton  genoeg in! Vlakbij het appartement van onze vrienden zijn verschillende groene zones en zelfs twee duivenmelkers. 

Onze Canadese vriend daarentegen heeft nog altijd niet beslist waar hij wil kopen, hij huurt een mooi appartement in een prachtige verkaveling. Zijn vrouw heeft hier intussen al veel vrienden, ze zou liefst een appartement vlakbij vinden. Vlak naast de deur zijn ze net begonnen met een nieuwe verkaveling; het wordt nu of nooit kopen! Alleen, het meest interessante appartement ligt naast een groot restaurant, en in China betekent dat dag in- dag uit lawaai van ventilatoren. De prijzen in deze goed gelegen wijk bedragen nu 550 euro per vierkante meter.Onze vriend klaagt ook over de altijd maar strengere veiligheidsmaatregelen; naast sleutels voor de voordeur heeft hij nu al twee badges nodig, ééntje om de poort van de verkaveling te openen- daar staaat wel een bewaker bij, maar dat is alleen om mensen tegen te houden, niet om gasten zonder badge te helpen binnengeraken; een tweede badge dient om de lift in beweging te krijgen; overigens zit er in de hall van het appartementsblok nog een andere bewaker.. De obsessie van de hedendaagse Chinezen voor veiligheid is fenomenaal. Het bevordert de tewerkstelling wel. 

In het weekend trek ik er alleen op uit met de fiets, wanneer het wat opklaart. Lieve moet immers ook op zondag fotografen, drukkers, adviseurs enz. bezoeken. Mijn bestemming is deze keer het museum van de militaire luchtvaartbouw., op de terreinen van de  NV. Vliegtuigindustire van Shenyang, voorheen Staatsbedrijf n° 112. Je kan er al de modellen straaljagers zien die ze er ooit gemaakt hebben, sinds halfweg de jaren 50. De invloed van de Russen was echt groot. De fabriek maakte deel uit van een pakket van 160 megaprojecten die de Soviet-Unie voor de Chinezen realiseerde in de jaren 50. De straaljagers, ook al wordt uitdrukkelijk vermeld dat het Chinese modellen zijn, hebben een hoog Mig-gehalte. Tot en met het allernieuwste model,een Chinese versie van een Russische Sukhoi.  Opvallend veel Russen op de foto’s , op die van de jaren 50 en  op de hedendaagse. Je ziet er het korenveld van de jaren 50, toen buiten de stad, terwijl  nu de landingsbaan en de fabriek al bijna in het stadscentrum liggen!

De tentoonstelling is goed uitgewerkt, met videovoorstellingen en pedagogische uitleg  over de verschillende technieken die bij zo een straaljager komen kijken, inclusief een schaalmodel van een schietstoel. Als ex-ingenieur kan ik me hier best bezig houden ,gelukkig is Lieve er niet bij!Vanaf de jaren 90 bouwen ze een model dat speciaal ontworpen is voor de uitvoer; hoeveel ze er al verkochten kan ik niet ontdekken. In dezelfde periode zijn ze ook volop begonnen met diversifieren, ze maken nu ook al autobussen , brandweerapparatuur en nog 120 andere niet-militaire producten – inclusief onderdelen voor Boeing en Airbus. Hoeveel volk hier werkt en vroeger gewerkt heeft heb ik evenmin gevonden –over gekeken?- maar het moeten er vele tienduizenden geweest zijn. Alle Chinese leiders kwamen hier op bezoek en werden op foto vereeuwigd, bekende buitenlanders zijn er niet te zien.  

De verdere tocht brengt me naar een militaire begraafplaats in dezelfde stadswijk, een memoriaal van de oorlog in korea (1950-53). Een studente had me uitgelegd hoe ik er kon geraken, ze was er met onze faculteit op een zaterdagmorgen naar toe moeten wandelen, iets in de stijl van mijn jeugd toen we op 11 november naar het graf van de onbekende soldaat trokken. Maar ik laat me verleiden tot een kortere weg door een volkswijk, en meteen dertig of vijftig jaar terug in de tijd: huisjes zonder verdieping , smalle kronkelende modderstegen, rommel overal; een overblijfsel van een dorp dat door de stad ingekapseld is. De hedendaagse dorpen in de streek zijn gemoderniseerd en de boerenhuizen redelijk groot en confortabel, maar in deze veroordeelde wijk heeft niemand de moeite gedaan te investeren. Het is intussen heet en stofferig, aan een barakje staan vaten bier buiten, ik laat me verleiden tot een paar grote pinten en een schotel groenten. De uitbaatster wil checken of ik Chinees versta en vraagt of ik de Chinese meisjes mooi vind!  Dat zal wel, maar ik ben al getrouwd, dank u.

Het resultaat van door de stegen dwalen is natuurlijk dat ik de ingang van het memoriaal niet vind, ik rijd een tamelijk grote poort binnen en beland in een ouderlingengesticht; het onthaal van de mensen die er buiten op banken zitten is hartelijk, ik vraag of ze het hier naar hun zin hbben. Twee mannen reageren enthousiast. En hoe oud ze wel zijn? 67 en 60! Slik. Ik mag er gaan bijzitten. 

Een eind verder is er dan toch een monumentale ingangspoort. Hier liggen honderden Chinese soldaten begraven die in de Koreaanse oorlog sneuvelden. De zoon van Mao zelf sneuvelde ook in die oorlog, samen met een half miljoen andere Chinezen. Maar ze dreven wel de Amerikanen achteruit. Alle graven zijn identiek, een rond voetstuk met een halfronde koepel boven, met een diameter van zowat twee meter . Apart staat er een stele met de gedetailleerde levensloop van de soldaat. Bij sommigen  tenminste, want de meerdeheid zijn zo te zien onbekende soldaten.  In het midden staat een obelisk voor de martelaars, en rond de begraafplaats is een parkbos. De weinige bezoekers lopen in dat bos, er groeien daar eetbare bessen die juist nu rijp zijn – de bezoekers noemen het ‘kersen’. Her museumgebouwtje is gesloten ‘wegens verbouwingen’. In een apart deel van het park vind ik de graven van Russen die in deze oorlog gersneuveld zijn. Rusland gaf wel wapens maar stuuurde officieel nooit soldaten. Wie zijn dit dan? Aan het einde ligt een grotere groep Russische tanksoldaten die sneuvelden tegen de Japanners. Na de val van Duitsland verklaarde Rusland aan Japan de oorlog en begon hen buiten te kuisen uit dit deel van China. De speciale gedenksteen is volgens het opschrift maar drie jaar oud. 

Aan de universiteit begint iedereen naar het einde te kijken. Vorige week was er een feestelijk prograam voor de gediplomeerden van de faculteit. Maar er waren bijna geen vers afgestudeerde studenten aanwezig. Bijna allemaal zijn ze elders op zoek naar werk, of indien ze al werk hebben, kan een vrije dag voor de ceremonie er niet meer af. De offficiele ceremonie gebeurt door één afgevaardigde per klas.Het feest wordt gedragen door de jongere studenten, die een programma met dans, zang en voordracht brengen.

Ik ontmoet er wel Liu Xue Yin, één van mijn beste studenten vorig jaar. Ze vertrekt naar Warwick, daar kan ze in één jaar een masterdiploma in ‘translation’ halen; bovendien straat Warwick in de Britse top tien. Het kost wel 10.000  pond per jaar, alleen voor de inschrijving, en ook de prijs van het logement is berekend op welstellende buitenlanders.Hoe kunnen haar ouders dat betalen? Wel , ze zijn allebei staatsambtenaren, en binnenkort gepensioneerd. Bovendien is haar zestien jaar oudere broer al lang afgestudeerd en aan het werk in een bedrijf dat IC’s vervaardigt in Beijing. Chinese families ‘investeren’ letterlijk in de opleiding van hun kinderen, zelfs indien ze zich daarvoor in de schulden moeten steken.Een van Liu’s klasgenoten, een jongen, is al vertrokken naar Senegal in Afrika. Hij heeft een contract van twee jaar, zonder tussentijdse terugreis.  

Ik sprak met  de oudste bediende van ons bureel voor internationale betrekkingen, een man van 35-40 jaar. Hij heeft zich een jaar geleden een Chinese auto gekocht,  een standaard familiewagen voor 8500 euro.  Het is de eertse keer dat ik er hem mee op het werk zie. In 2007 werden voor het eerst meer dan 10 miljoen auto’s verkocht. Een wagen is hier snel een middenklasse symbool aan het worden. 

In de klas Chinees zijn er deze week examens, alhoewel de lessen officieel nog tot in juli lopen is de uittocht begonnen. Maandag werd er geen les gegeven, er stond internationale gastronomie op het programma van onze klas. De Koreanen en de Chinese lerares hadden hun best gedaan, maar de drie Russen lieten het afweten. Ik hield het bij rijstpap met bruine suiker. Ze schenen het nog te lusten ook! Het moeilijkste was hun uit te leggen dat ze dit gerecht niet moesten mengen met de pikante Koreaanse kimchi, in dit deel van de wereld worden alle smaken door elkaar gegeten. En de rijstpap was een dankbaar onderwerp van gesprek, in het Chinees uiteraard, ik had me grondig voorbereid. . Hoe komt het dat op de zestiende eeuwse boerenbruiloft van Breugel  rijstpap geserveerd wordt? In een land dat noch rijst, noch kaneel, noch safraan heeft.En waar is in ’s hemelsnaam de bruidegom op dat schilderij gebleven?

Panjin, zijn rijst, zijn krabben, zijn wadden, ….zijn olie.

20 juni, 2008, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

Het was niet duidelijk wat we ons van Panjin moesten voorstellen toen Wang Fan ons uitnodigde om het drakenbootfestival bij haar thuis op het platteland door te brengen. We zouden de zaterdagmorgen met de bus vertrekken voor een tocht van twee uur, de avond voordien belt ze op: alle bussen zitten vol, we kunnen ten vroegste om één uur in de namiddag weg; het is niet voor niets een verlengd weekend. De reusachtige wachtzaal van de busterminal zit ook om halféén nog stampvol, maar het kopen van een biljet gaat heel vlot, op de gebruikelijke discussie over wie de biljetten mag betalen na – ik schuif Wang Fan kordaat opzij, maar kan niet  passen, waarop zij weer voor mij wipt en het juiste bedrag betaalt;  we komen er uiteindelijk uit- elk het zijne! De bus kost vijf euro per persoon, naar Chinese normen veel. De reis verloopt door rijstvelden, over een afgrijselijk slechte weg – we zien naast ons de nieuwe autostrade lopen, maar dat is een tolweg, die nemen de ‘lokale’ bussen niet.

 In een voorstad van Panjin stappen we over op een taxi, het valt me op dat hij zijn meter niet gebruikt, dat doet hier niemand zegt Wang Fang, op de buiten wordt de prijs afgesproken. In dit geval één euro voor een goed kwartier rijden. De taxi rijdt algauw over een nieuwe baan zo breed als een voetbalveld; hier stonden vorig jaar nog boerenhuizen maar nu komt er een stadsuitbreiding; het mega-gemeentehuis en een eerste groep flatgebouwen staan er al. We slaan af, vinden na een kilometer een dorpje, rijden er dwars door en komen via een modderweg terecht bij een tiental boerenhuizen in aanbouw. Wang Fan’s ouders wonen in het laatste, aan de rand van de rijstvelden. Ze vertelt doodleuk dat ze hier zelf voor het eerst komt, haar ouders zijn twee weken geleden verhuisd. Het is een klassiek boerenhuis, 140 vierkante meter , zonder verdieping. Nog geen binnendeuren en alle muren kaal, op een toilet zonder aansluiting na, dat in een betegelde ruimte staat. En in wat allicht de keuken moet worden een traditioneel haardvuur, dat ze met riet en planken van afbraakhout opstoken. Daarop wordt in één grote wok alles gekookt. De warme lucht van het vuur loopt onder de kang – een stenen bed waar minstens voor vijf man plaats op is- vooraleer hij door de schouw verdwijnt . Er staan in die slaapkamer twee grote kisten, verder zijn er in het huis nog een stuk of vier stoeltjes, één ronde plooitafel en in een andere ruimte nog een éénpersoonsbed.

Ik moet naar het toilet? Tien meter door de modder en dan op een stelling boven het eerste rijstveld, min of meer door golfplaten afgeschermd. En passant merk ik dat er tussen de schoenen op het terras voor de deur een slang kruipt, een vinger dik en een goeie halve meter lang; ik roep er de anderen bij, Wang Fan slaat een ijselijke gil, ze heeft dat al tien jaar niet meer gezien; haar vader zegt dat het beestje niet giftig is, vangt het in een emmer en kiepert het in het rijstveld.  Het huis maakt een armtierige indruk, maar de vader verzekert me dat het binnen twee maanden piekfijn af zal zijn, met alle confort, inbegrepen electrische radiatoren voor de winter. Vader en moeder, ongeveer zo oud als Lieve, begroeten ons hartelijk, bieden ons een gevarieerde schotel fruit aan, en laten ons meteen weer aan ons lot over ; er moet hier gewerkt worden. De man heeft een eigen vrachtwagen, en hoewel hij vandaag niet meer rijdt, staat de telefoon zelden stil. Moeder maakt de traditionele zongzi, de rijstpiramides in bamboebladeren; die zijn hier veel groter dan in de stad, en er zit alleen een Chinese dadel in, in plaats van de ‘acht schatten’ van de stad. Tante is mee komen helpen; die tante heeft op haar drie jaar een ziekte gekregen en er een zware bochel aan overgehouden; triest om zien, maar het heeft haar niet belet de handigste van de familie te zijn; ze is ook getrouwd en heeft een wolk van een dochter, 16 jaar, die Wang fan konsekwent haar jongere zus noemt; dat doen alle Chinezen met nichten , verre nichten en zelfs goede vrienden, bij gebrek aan echte zussen en broers. Dat laatste gaat wel niet op voor Wang Fan, ze heeft wel degelijk een echte broer, 17 jaar, maar die is er vandaag zaterdag, niet; hij werkt zeven dagen per week in een privé-bedrijfje dat metalen deuren fabriceert; alleen morgen voor de feestdag heeft hij vrijaf. Nichten en neven heeft ze ook genoeg, haar vader die uit deze streek is, heeft acht broers en zussen, die bijna allemaal twee kinderen hebben; ik wil vragen hoe het hier zit met de één-kind-per-gezinpolitiek, maar het komt er niet van. We kijken wat rond, bij het huis hoort een kleine perfect onderhouden moestuin, maar geen rijstvelden.

We worden met Wang fan en één van haar ‘broers’ die een eigen vervoersfirma met één lichte vrachtwagen heeft, op pad gestuurd om eten te gaan kopen voor de feestdagen, op de overdekte markt van de nabije voorstad. Natuurlijk hebben we er bekijk! Er worden onvoorstelbare hoeveelheden groenten, fruit, vlees, vet ingeslagen en ook vis: die kies je levend, hij wordt ter plaatse doodgemept en al spartelend gekuist, ik kan er niet naar kijken. Na wat discussie mogen wij de drank offreren, een  kist van 18 flessen bier.Ook buiten wordt nog van alles verkocht, er zit een oude vrouw met zelfgemaakte amuletten. Lieve koopt voor een appel en een ei bijna haar hele voorraad op, terwijl een groep toeschouwers discussieert welke de mooiste zijn.Voor deze feestdag dragen de meisjes traditioneel gekleurde draadjes als amulet rond beide polsen, voeten  en hals; die moeten ze dragen tot ze er vanzelf afvallen, een week of zo.

Het is al laat, zeven uur of zo, wanneer ‘broer’ ons afzet aan het ‘oude huis’, waar we samen gaan eten en wij de nacht gaan doorbrengen. Dat ‘oude huis’  is een appartement met drie slaapkamers, volledig confortabel ingericht, in een wijk die er nog maar vijf jaar staat! Gebouwd voor de leraren van een nabije school, maar doorverkocht aan de ouders van Wang Fan. We snappen er niets meer van, en proberen stukje bij beetje de puzzel in mekaar te passen: Onze gastheren woonden na hun huwelijk in een andere stad, Jingzhou, waarvan de vrouw afkomstig is. Ze hadden er gronden met drie appelboomgaarden op. Toen ontdekten ze dat het levensnivo in Panjin ,waarvan de man afkomstig is, hoger ligt, en besloten vijf jaar geleden te verhuizen. Hun grond in Jingzhou ging terug naar de staat, in ruil daarvoor zouden ze in Panjin grond krijgen; maar dat bleek niet mogelijk, ze kregen een terrein om een huis op te bouwen en een som geld. Daarmee kochten ze het appartement en de camion van de man. Daarmee verdient hij het gezinsinkomen, want de vrouw heeft last van migraine en werkt thuis. Maar waarom dit nieuwe huis? Intussen hebben ze genoeg verdiend om dat te bouwen, ze leven liever op het platteland tussen hun familie dan in dit appartement. En daarbij, ze verwachten dat het hele dorp waar ze nu bouwen binnen vijf of maximum tien jaar toch gesloopt wordt voor stadsuitbreiding , en met het geld van de onteigening kunnen ze dan een nieuw mooier appartement vlakbij kopen! Dus jullie verwachten maar vijf of hoogstens tien jaar in dat nieuwe huis te wonen? Natuurlijk! En jullie mogen daar nog bouwen? Ja, geen probleem; er zijn wel maar een tiental bouwgronden uitgedeeld, die zijn ze nu allemaal aan het volzetten. Rare jongens, die Chinezen.

Intussen is ook de moeder en de tante in het oude huis aangekomen, in een rekordtijd wordt een maaltijd van een kleine tien schotels klaargestoomd en gewokt, er zijn intussen ook nog een andere oom en tante en nog een ‘broer’ opgeroepen om de gasten gezelschap te houden, en we kunnen aan tafel schuiven. De maaltijd wordt afgesloten met   zongzi, de keuken opgeruimd en onze gastheren verdwijnen naar hun nieuwe huis; Wang Fan en haar ‘zus’ blijven bij ons (we hebben het kind het hele weekend niet veel anders zien doen dan Engelse woordenlijsten van buiten leren, dat is hier een beproefde methode). Wij krijgen de kamer van Wang Fan, met een dubbel bed waar voor de gelegenheid NIEUWE lakens opliggen; er zijn ook nieuwe handdoeken; deze mensen hebben zich echt in de kosten gestoken om ons te ontvangen!s’Ochtends hebben we de kans te testen hoe goed de moderne appartementen gebouwd zijn; in de badkamer is niets meer wat normaal werkt, we noteren wel een nieuw kussen op de WC-bril.

Het ontbijt gaat door in het nieuwe huis, de familie, intussen compleet met de echte broer, zit op de drie aanwezige krukjes, en wij met ons tweeën op de kang; het is een feestelijk ontbijt, niet de gewone waterige rijst met gepickelde kruiden, maar vier verschillende warme schotels en natuurlijk opnieuw zongzi.

Wat gaan we vandaag doen? De stad bezoeken of het bekende rode strand van Panjin? De keuze is rap gemaakt, bovendien moeten we om naar het strand te gaan – 50 kilometer verder- toch door het stadscentrum rijden. Wang Fan’s mama wil niet mee, ze moet koken voor tegen wanneer we terugkomen, traditionele jiaozi, dumplings. Blijkt dat ze nog nooit de zee gezien heeft! We dringen aan, laat de kans toch niet liggen, we helpen wel met de jiaozi, je kan ons leren hoe je dat maakt! We trekken er met de hele bende op uit, inclusief ‘zus’ maar zonder broer zijn we met zessen, teveel voor een taxi. Geen nood, onze vrachtwagenchauffeur belt een collega op die een minibusje heeft, en tien minuten later zijn we op weg. Het centrum van Panjin is veel kleiner dan Shenyang, maar volledig herbouwd met prachtige parken, pleinen en monumenten. Volgens Wang Fan is Panjin de rijkste stad van de provincie Liaoning, rijker dan Shenyang of Dalian. Panjin, zijn rijst, zijn krabben , zijn rood strand, zijn staalfabriek, maar vooral zijn olievelden, de derde grootste van China. We passeren inderdaad langs honderden ja-knikkers tussen de rijstvelden, tot en met in het dorp van Wang Fan, en langs een reusachtige raffinaderij- annex petrochemisch bedrijf. De woonwijken in die buurt ogen bijzonder goed. We passeren ook voorbij een hele grote middelbare school, waar precies een Vlaamse kermis aan de gang is; vandaag is de dag dat alle Chinese laatstejaars van het middelbaar hun ‘bac’ , het nationale ingangsexamen voor het hoger onderwijs, kunnen afleggen; van het resultaat hangt af of, wat en waar je eventueel verder kan studeren.  De ouders brengen hun kinderen naar het examen – als het even kan per auto- en wachten dan de hele dag voor de poort.

We komen uiteindelijk aan de zeedijk. Het is een waddenlandschap met hier en daar een plukje hoogpurper. Is dat nu het rode strand? Ja, het is nog te vroeg, de planten beginnen nog maar juist op te schieten. Ontgoochelend, ook al zijn de wadden  uitgestrekt; hier beweren ze dat het de grootste van Azië zijn.Wij wagen ons enkele meter op de glibberige modder, genoeg om wat aangespoelde planten te kunnen onderzoeken. Dat purper is een soort zeegras, zeewier. Het wad zit vol kleine gaten, zogauw we dichter komen kruipt in elk gat een minuskuul krabbetje. Weinig sensationeel, we proberen nog een wandeling langs de dijk te forceren, maar dat is zonder de Chinese afkeer van inspanningen-in-de-vrije-tijd gerekend. We worden weer in het busje geladen en rijden enkele kilometer verder. Hier is het landschap plots heel mooi; eindeloze purperen velden. Prachtig! Maar…. Het is haast niet te geloven! Het olieveld loopt hier door onder zee. Het purperen wad is doorsneden met dijkjes die naar groepjes ja-knikkers en naar een laadplatform leiden. Een hallucinant zicht. Het voordeel is dat we op die manier met propere voeten door het wad kunnen wandelen. En de krabben zien! Langs de kant  van het opkomende water kruipen de grote krabben met duizenden rond; ze huizen in gaten bijna gelijk konijnenpijpen. En die beesten kunnen er gevaarlijk uitzien! Ze richten zich op hun twee achterpoten op en staan dan met hun scharen recht omhoog te dreigen. Onze gastvrouw geniet zichtbaar van haar eerste zeebries en er worden volop foto’s getrokken.

Na het bezoek is het hoog tijd voor middageten. Iets simpel stellen we voor, noedels of zo… Vergeet het maar. Onze gastheer kent hier elke hoek, hij is tenslotte chauffeur. We trekken naar een Koreaans dorpje – Koreanen zijn in onze provincie de grootste minderheid. In dat dorp is een afgelegen maar goedgekend restaurant, waar men buiten kan eten onder een rieten parasol aan de rand van een vijver; echt on-Chinees. Onze gastheer vraagt of we hondenvlees lusten, en besteld meteen een compleet ‘hondenmenu’( sorry voor de lezers die een huisdier hebben!). Hij nodigt aan dit festijn ook nog zijn baas uit, we vernemen dat hij eigenlijk vooral als onderaannemer voor een ‘echt’ transportbedrijf werkt. De baas komt er inderdaad al aan, in een rode sportwagen die een kruising van een Ferrari en een Lamborghini voorstelt, made in China. Als trouwe klant neemt hij hier meteen het heft in handen ‘Doe maar speciale inspanningen voor jullie gerechten, voor één keer dat jullie buitenlandse gasten hebben!’. Er worden nog wat schotels en nog een aantal flessen bier bijgesteld, en daar gaan we. Het is goed drie uur wanneer we gegeten hebben ,en dan ontdekken we dat de Chinezen ook onder elkaar kunnen vechten over het betalen van de rekening. Maar de patron is nu eenmaal de patron, hij beslist dat hijzelf alles gaat betalen en daar is geen maren bij. Lieve geeft hem bij het afscheid een officieel naamkaartje zodat hij zeker niet vergeet welke beroemde buitenlandse artieste op bezoek was bij zijn medewerker.

Wanneer we terug in het nieuwe huis toekomen zouden we eigenlijk meteen een taxi moeten zoeken en vertrekken, want de laatste bus passeert aan de halte om halfzes. Maar dat kan natuurlijk niet. Er moeten jiaozi gemaakt een gegeten worden!.Dus maar aan het werk. In het Chinees zegt men ‘dumplings inpakken’. Je maakt eerst een worst van je deeg, knijpt daar dan kleine brokjes af, rolt die uit tot kleine pannekoekjes, die je vult met een mengeling van vet varkensgehakt, groenten en kruiden. Daarna moet je ze op een bepaalde manier plooien en dichtknijpen. Tante die ook weer is komen helpen, maakt er kunstwerkjes van, maar de enkele die wij in mekaar krijgen zijn vormeloze zakjes, die van Lieve weliswaar iets artistieker dan de mijne. De dumplings worden in allerijl op bamboebladeren in een beetje water in de wok gelegd en gestoomd. Om nog te eten is er geen tijd meer want we moeten de bus halen. Dacht je maar! ‘Het is te laat om de bus te halen, blijf hier toch eten en slapen!’ Lieve wil morgen schilderen, dus we slaan het aanbod beleefd af. Is dit echt de laatste bus? Ja, maar misschien kunnen jullie per trein proberen? Alleen zijn er geen gereserveerde plaatsen, je zal misschien moeten recht staan. Het wordt stilaan laat en we zien het echt niet zitten om nog te blijven eten.

Er wordt een taxi gebeld en Wang Fan vergezelt ons samen met ‘broer’ naar het station, je kan een vreemdeling daar toch niet alleen naar toe sturen, wie weet wat er dan gebeurt. Bij het vertrek krijgen we nog een grote portie warme dumplings mee, een zak met zongzi die weegt als lood, en een paar kilo fruit- meloenen en appelen. We hadden wel een grote propyleen zak bij, maar of die het zal uithouden? Natuurlijk mag ik weer de taxi niet betalen, de chauffeur weigert pertinent want hij moet onze twee begeleiders  nog terugvoeren. De gastvrijheid die we hier ondervonden is ontroerend. En we zijn altijd welkom indien we willen terugkomen! Op de valreep zegt Wang Fan nog dat ze ons vanwege haar ouders moet bedanken voor de cadootjes die we meebrachten. Toen we die de dag voordien uitdeelden hadden ze ze naar Chinese gewoonte niet eens geopend. Het station van Panjin Noord, waar per dag enkele TGV’s stoppen, is volledig afgebroken en we moeten in een tijdelijke barak zijn. Biljetten kopen? Regel dat maar op de trein! Zodra de poort naar het perron opent, stormen  we met onze compagnons naar boven; ‘broer zal voor ons een zitplaats zoeken, en wij volgen zwaarbeladen. Niet nodig blijkt, op deze feestdag is de trein verbijsterend leeg! De wagonverantwoordelijke wuift me weg wanneer ik biljetten wil kopen; ‘Regel dat maar in Shenyang’. Tot onze grote verassing rijdt deze trein non-stop tot Shenyang. We zijn er rapper dan met de bus, met meer confort en aan minder dan de helft van de prijs! Aan  het station van Shenyang is er het gebruikelijke gehakketak met de taxichauffeurs die geen meter willen gebruiken en te veel vragen. We hebben geen zin kilometers te slepen met onze zak en beginnen dan maar af te bieden. Ik zeg vlakaf tegen de chauffeur dat ik de juiste prijs naar huis ken, het is zoveel – veel minder dan hij vraagt- en we geven geen cent meer. Hij glimlacht en zegt ‘Stap maar in’. Onderweg hebben we zelfs een prettig gesprek met hem, hij blijkt goed op de hoogte van de wereld. Ook dat is China, ze proberen je erop te leggen, maar indien het niet lukt, ook goed, we blijven de beste vrienden; het leven lijkt hier soms één groot schouwtoneel.

Zomers weekend

16 juni, 2008, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

De temperaturen zijn hier eindelijk ‘normaal’, 35 °C, en iedereen leeft zoveel mogelijk buiten. Zaterdagavond en zondagmorgen werden ‘westerse’ dagen. Lieve leerde een aantal Michelin mensen kennen die nog niet lang  aangekomen zijn – die firma bouwt in onze stad de grootste bandenfabriek van de wereld- en we dineerden en ontbeten samen. Het is het klassieke beeld van kaderleden van een buitenlands bedrijf: mooi appartement, eigen auto met chauffeur, privé-leraar voor de kinderen en voor mevrouw die Chinees studeert, veel bezoeken aan restaurants in de vier- en vijfsterrenhotels; georganiseerde trips naar belangrijke toeristische bezienswaardigheden. Wij proberen met hen een populaire barbecue in de tuin van een Chinees hotel, en een ontbijt aan de vijvers van onze campus; ze zijn tevreden dat we hen eens wat iets tonen van het echte China. Die firma Michelin is hier met een klein leger Fransen aanwezig. Dag en nacht verschil met de ‘Westvlaamse’ mentaliteit van Bekaert, dat in Shenyang twee fabrieken runt zonder één enkele permanent aanwezige buitenlander. Zondag trokken we op boodschappen naar de andere kant van de stad. Aan een slakkengangetje en met een steivge zonnepet op. De chauffeurs hebben ook last van de hitte, me dunkt, want het verkeer wordt alsmaar chaotsicher en de frequentie van de botsingen die we tegenkomen neemt maar toe.En natuurlijk is er de ‘oliercrisis’. Oliecrisis in China? Ja, de regering heeft besloten dat de prijzen aan de pomp niet te snel mogen stijgen. De oliefirma’s moeten de bittere pil maar doorslikken, ze maken anders winsten genoeg. Die oliefirma’s doen dan ook alles om zo weinig mogelijk benzine of diesel te verkopen. Veel pompen staan leeg, en waar ze open zijn is de file ellendig lang: aanschuiven in twee rijen op de baan, één op het fietspad en één op het voetpad. Probeer daar als fietser maar eens doorheen te geraken! Enfin, hier zijn de vrachtwagenchauffeurs tenminste niet in staking. Op onze zwerftcht springen we ‘even’ binnen bij een antiquair-vriend van Lieve. Hij heeft juist zijn winkel gesloten, wacht op zijn vrouw om naar huis te gaan, en nodigt ons meteen uit om samen te gaan eten. Waarheen? Een barbecue in de straat? Specialiiteiten van de minderheden? Het wordt uiteindelijk een ‘Boerenrestaurant”. Zeer lekker eten, kip met vrije loop, paling, heerlijke pattatenstoemp en om te besluiten maispap. Ik was al enkele keren in zo een etablissement, zelfs een jaar of vijftien geleden al, maar nu wordt me stilaan duidelijk wat er zo speciaal aan is: ze zijn allemaal ‘boers’ ingericht: lange houten tafels, houten banken, geen porceleinen maar geëmailleerd ijzeren eetgerei…. De muren zijn er niet geschilderd of bezet, maar behangen met vergeeld krantenpapier. En portretten van Mao alom. Opvallend hoe Mao op zo een systematische manier met de boeren geassocieerd wordt. Stedelingen doen dikwijls minachtend over de regeerperiode van Mao: de economische vooruitgang was niet snel genoeg, iedereen was even arm- ttz. de stedelingen hadden wel meer dan de boeren, maar niet zoveel meer als vandaag; en intellectuelen waren soms gedwongen om handenarbeid te doen. Maar niemand schijnt er hier aan te twijfelen dat de boeren nog altijd achter Mao staan! Ik las juist een boek over de recente geschciedenis van China, geschreven door een uitgeweken zoon van boeren die nu in Australië professor is: die schrijft dat de grote meerderheid van boeren die hij interviewde Mao beter vinden dan Deng; de boeren hadden destijds minder materiële welstand, maar meer sociale zekerheid en een hogere sociale status. Het is al donker wanneer we naar huis fietsen, onze tocht gaat tegenwoordig dwars door het Beilingpark, het grootste van de stad. Op het voorplein ziet het zwart van het volk.  Ze zijn aan het zingen! Een enkele muzikant geeft de melodie aan op een mondharmonica, en op een verhoogje staat een ‘koorleider’ te dirigeren. En een publiek dat enthoesiast zingt! Er hangt een spandoek op: ‘ Samen dingen doen ter gelegenheid van de Olympische Spelen: De nachten van  het Beilingpark, massazang’. Het publiek zingt allerlei vlotte liedjes, we kunnen bijna meedoen. Op het einde komt er zelfs eentje dat ik herken: ‘ Zonder Communistische Partij geen Nieuw China’. Hersenspoeling of dwang, denkt de lezer misschien, maar hier ziet het er wel spontaan en overtuigd uit. We worden onverwachts in het Frans aangesproken. Een krasse 83-jarige Fransman uit Bordeaux, gepensioneerd spoorwegarbeider, ontmoet een veel jongere dienster in een Chinees restaurant en volgt haar uiteindelijk naar Shenyang. Aan de man te zien ben je nooit te oud voor avontuur! Lang kunnen we niet praten, want hij moet naar huis, om te gaan kaarten! 

We moeten ook onder de spaghettiknoop van de ringlaan door. Alles loopt hier op viaducts, op de begane grond is het een respectabel groot park geworden. Ook hier zit het vanavond stampvol: aan de ene kant honderden kaarters, in het schijnsel van de wegverlichting, aan de andere kant enkele groepjes zangers en muzikanten, elk met een geluidsinstallatie genoeg voor een gemiddelde feestzaal.

Maandagmorgen Chinese klas: We gaan een verhaal lezen ‘over moederliefde’. De lerares nodigt me uit iets te vertellen over vaderdag. Dat werd gisteren gevierd. Oeps, helemaal vergeten ( mijn kinderen blijkbaar ook).  Dan komt de hoofdschotel: verschillende Koreaanse klasgenoten geven voorbeelden van moederliefde uit hun eigen leven. Binnen de korste keren vloeien de traantjes. Die gasten zijn dan wel 18-22 jaar,  maar ver weg van hun ouders. En Koreanen zijn blijkbaar even – of nog meer- emotioneel dan de Chinezen.

 

Drakenbootfestival

11 juni, 2008, een bijdrage van Frank | Commentaar (1)

Het Duan Wu feest, het Drakenbotenfestival op 9 juni,  zit erop. Voor het eerst in de geschiedenis hebben de Chinezen drie dagen verlof voor dit festival. Dat werd begin dit jaar beslist na een ruime opiniepeiling. We brachten de laatste dag door in het Beilin park, het grootste van het stad. Wat een leven en activiteit! Wij waren er al rond halfacht, Lieve moest immers voor behandeling in het traditioneel Chinees ziekenhuis vlakbij zijn. Van wat oudere parkgangers leren we dat de grote maasa hier  al vanaf vijf uur ’s morgens toekomt! De controle van de toegangsbiljetten begint immers maar om zes uur. Op dat vroege uur, en ook ’s avonds na zes uur wordt er veel gezwommen in de vijvers; het mag niet maar op dat uur is er geen controle…. Ik voel me bijna thuis, het clandestiene zwemmen in de kleiputten van Tielrode is ook mijn geliefkoosde zomersport.Zoals gewoonlijk zijn er verschillende danspartijen aan de gang, in verschillende stijlen: Chinees, Westers ‘op zijn Chinees’, modern, latino,…voor elk wat wils. Iemand brengt een muziekinstallatie mee, en daar gaan we; of je laat gewoon enkele muzikanten live dansmuziek spelen; alles gratis en vrij toegankelijk.Is het omwille van de feestdag? Langs de centrale laan van het park staat het deze keer vol met stalletjes die eten, speelgoed, souvenirs verkopen. Lieve weerstaat niet aan een kip die zeepbellen kan blazen. Op zijn Chinees weliswaar: van blazen is geen sprake, daarvoor gebruik je een mini ventilator met een batterijtje, en de kip, die kraait als een haan. Ze amuseert zich als een kind, zeker wanneer de grote bellen op het oppervlak van de vijver terugkaatsen en door de wind verder geblazen worden. Wat verder verkoopt een man artistieke hoeden van gevouwen en geknipt papier. We draaien en keren de creatie langs alle kanten, en nog kunnen we niet achterhalen hoe je dat papier zo regelmatig ineen gevlochten krijgt. Nog een souvenir voor onze valies. We installeren ons op het voetstuk van het beeld van Huangtaiji, de Qing keizer die in dit park begraven ligt. Een jonge vrouw stopt me haar baby in de armen, om samen een foto te nemen. Vanaf negen uur komen de groepen toeristen voorbij, op weg naar de graftombe. Aan hun accent te horen, gasten van de andere kant van China,- of misschien wel van Taiwan. We zien ook TWEE buitenlanders, de enige voor vandaag. De vijvers zitten vol bootjes, allemaal keurig electrisch – Chinezen verspillen geen energie aan roeien in hun vrije tijd. Voor de volwassenen is er een romantische Chinese boot, maar ook een drijvende auto. Voor de kinderen een soort varende rubberband; er wordt een machinegeweer bijgeleverd waarmee je op een boei moet schieten; wanneer je raakt spuit het water een paar seconden op,  gelukkig hebben de bootjes een dak. We raken verzeild in een deel van het park dat we niet goed kennen. Rond een vijver met waterlelies en kikkers spelen enkele muzikanten erhu en zingt een vrouw opera. Maar wijzelf vormen de grootste attractie: De plaatselijk fotoclub schuimt elke dag het park af met kanonnen van toestellen, en heeft in ons een fotogeniek onderwerp gevonden. We voelen ons stars met een meute paparazzi achter ons; voor tien minuten is het niet onaangenaam. Vlakbij staat nog een expo-paviljoen. Er loopt een tentoonstelling over het ‘echte’ leven aan het keizerlijk hof op het einde van de negentiende eeuw. Het is helemaal opgevat in vraag en antwoord stijl. Lieve is verbluft door de prachtig gedecoreerde stukken – maar een klein deeltje van wat er ooit was, want Tchang Kai-shek nam in 1949 alles wat hij kon dragen mee  naar Taiwan. Voor mij is het een soort examen Chinees, het lukt me de meeste vragen te vertalen. De antwoorden zijn over het algemeen wat te hoog gegrepen. Zo is er een vraag: Hoeveel vrouwen had de keizer? Zou het kunnen dat de vrouwen van de keizer in acht niveaus opgedeeld waren? Een vijftiental zaten in de vier hoogste kategorieën, terwijl in de laagste categorie 3000 meisjes zich ter beschikking moesten houden? Ze mochten intussen wel officieel trouwen met één van de eunuchen? Enfin, er is nog werk aan mijn Chinees vooraleer ik het fijne van de hofintrigues zal weten. Nog deze: Waarom zie je in het paleis geen toiletten? Wel, de keizer en zijn familie en topvrouwen hadden in hun woonvertrekken een soort ‘gemak’ (we hebben hier in het paleis van Shenyang trouwens per toeval het gemak van de belangrijke concubines in een halfverduisterd kamertje ontdekt).Nog een eindje verder komen we nog maar eens voorbij een musicerende, zingende en dansende groep. Een vrouw heeft zich in kledij van de minderheden gestoken en danst bijzonder elegant. Lieve wordt meteen uitgenodigd om mee te doen. Het is gemakkelijk, zegt de vrouw, in deze Mongoolse dans moet je alleen maar de koeien melken en te paard rijden. Lieve trekt rond drie uur willens nillens naar huis, een schilderij wacht, maar ikzelf blijf nog tot ’s avonds hangen; van mijn oorspronkelijk plan, een dagje rustig Chinees studeren in het park , is niet veel terecht gekomen; je zit nauwelijks neer of er komt al iemand met je praten. Het meest ontroerend was een meisje van elf jaar. Ze was met haar ouders in het park en werd prompt naar mij gestuurd om haar Engels te oefenen. Om dat beter te leren gaat ze elke zaterdag en zondag naar een privé-school. Nochtans zijn haar ouders niet zo rijk; ik meen te begrijpen dat haar vader op zoek is naar werk. De conversatie met het meisje, dat stokstijf voor me blijft staan en me yeye –bompa-noemt, verloops wat stroef, maar uiteindelijk maken we er een spelletje van. We laten de nieuwsgierigen rond ons vragen stellen, die moet zij dan in het Engels vertalen en dan antwoord ik en mag zij nog eens vertalen. Ik moet haar af en toe wel helpen en dat geeft mij dan de kans nog wat Chinees op te steken. Het feest is voorbij en de zongzi komen er langs mijn oren uit. De zongzi zijn bamboebladeren die gevuld worden met kleverige rijst en wat zoetigheden zoals een dadel, en dan in pyramidevorm geplooid en gebonden. De eerste kreeg ik twee drie weken geleden, dat ging nog. Maar vorige week kwamen ze plots van alle kanten. De ouders van Wang Fan stopten ons bij het afscheid na ons bezoek nog een zak van een paar kilo in de hand. We hebben ze hier al aan verschillende buren uitgedeeld, maar het verzadigingspunt is niet allen bij ons bereikt. Vanmorgen kwam bovendien onze lerares Chinees in de klas ook nog met een zak af; gekregen van het werk van haar man, veel te veel en dus maar uitdelen aan de klas… Voor mij is het schooljaar voorbij. Mijn resultaten zijn opgestuurd, eigenaardig genoeg had mijn afdeling er niet eens naar gevraagd!De opvolging van de buitenlandse leraars blijft een zwak punt. Voor de Chinezen is er een website en om de paar weken een vergadering, maar buitenlanders zijn aan hun lot overgelaten. Eigenlijk zijn de buitenlandse leerkrachten  in veel gevallen wel een soort huurlingen, die hier komen voor het geld of omdat ze hier een vrouw of lief zitten hebben, maar toch, de school zou er bij winnen indien ze de capaciteiten en inzet van sommige buitenlanders wat beter zouden inschatten en niet iedereen als huurling behandelen. Mijn jonge Franse collega is ontslagen, en kreeg zelfs geen goede aanbevelingsbrief. Indien hij niet goed gewerkt heeft, tot daar. Maar hoelang heeft hij hier aan alle deuren moeten kloppen vooraleer iemand hem wilde vertellen waarom? De ene keer is zijn accent niet goed; de andere keer heeft hij geen lerarendiploma. Hij is behoorlijk gefrustreerd en niet te spreken over het faculteitsbestuur. Ik vermoed dat er nog meer  redenen zijn: zijn gedrag is soms erg onvolwassen, zo hoorde ik hem kritieken geven over de faculteit tegenover zijn eigen studenten; studenten die overigens komen vertellen dat ze mij zo missen…Tja, het is nu eenmaal niet de taak van onze faculteit om hem te leren lesgeven, maar op deze manier maken ze er wel geen vriend van. De vorige week organiseerde ik een laatste test voor de leerlingen. Over de Europese cultuur liet ik hen zelf rond verschillende onderwerpen verschillen tussen China en Europa naar voor brengen. Dat verliep nogal voorspelbaar: de Chinezen hechten meer aan hun familie dan de Europeanen, ze respecteren de ouderen meer, ze hechten nauwelijks belang aan privacy, ze vinden hun voedsel gezonder enz. Ze wantrouwen unaniem de Westerse media maar bewonderen Europa voor zijn sociale zekerheid en bijna gratis onderwijs.  Dé verrassing kwam in het hoofdstuk man-vrouw relaties: een grote groep studenten vindt dat de Europese vrouw meer geëmancipeerd is. Chinese mannen doen niet veel in het huishouden, Chinese vrouwen moeten soms thuisblijven wanneer ze een kind hebben, de Chinese vrouw is nog niet wettelijk gelijk aan de man, de vrouwen worden gediscrimineerd op het werk en geraken niet aan hoge posities in de politiek, enz. Eigenlijk komt dat ook wel wat overeen met onze ervaring: zelfs bij verschillende van de jonge koppels die we kennen is het de man die de plak zwaait, en op restaurant bestaat de grote meerderheid altijd uit mannen. En we kennen inderdaad een aantal ‘moeders aan de haard’. Mao heeft heel hard gewerkt  aan de vrouwenemancipatie in een maaatschappij waar de vrouw nog geen lastdier waard was, maar de post-Mao markteconomie heeft de positie van de vrouwen opnieuw verzwakt. Voor mij zijn de klassen dan wel gedaan, het schooljaar duurt nog vijf weken- blok en examens incluis. Het is nog geen afscheid, maar het begint stilaan. Ik liet de studenten tot afscheid iets schrijven op een T-shirt en ze vlogen er met hun 160 enthousiast op af. Veel namen, maar ook dingen zoals: ‘Welkom terug in China!’ En verschillende keren:’Ik ben trots een Chinees te zijn’. Enkele van de meest enthouisiaste studentes kwamen privé vertellen dat ze me zo zouden missen en eentje schreef een bedankingsmailtje aan haar ‘teacher forever’. Eerlijk gezegd, ik zal hen ook missen Zelfs indien we in 2009 terugkomen dan is deze groep al afgestudeerd en zien we ze niet meer terug. Eigenlijk zouden we met sommigen wel contact willen houden en weten hoe het hen verder vergaat. Jammer dat ze in België niet goed verder Engels kunnen studeren, zoniet zouden we er eentje uitnodigen. Op de campus lopen dagelijks groepjes studenten rond in toga en met magister hoed, om zich te laten fotograferen. Ik kan haast niet meer buitenkomen zonder dat één of andere groep me vraagt met hen op de foto te staan. Niet dat dit mijn ex-studenten zouden zijn, helemaal niet; ze willen gewoon een foto van hun diplomering met een buitenlander, dat geeft cachet. Mijn ex-studenten van vorig jaar die nu afstuderen zijn trouwens allemaal al maanden verdwenen. Tot vorige week plotseling mijn grootste favoriete op straat achter me aan liep om te vertellen dat ze op 29 juni haar diploma krijgt. Ze heeft meegedaan oon het ingangsexamen voor de masters en haalde zo een goed resultaat dat ze in Shanghai mag gaan verder studeren. Filosofie en psychologie. En wat ze dan na haar master diploma daarmee wil aanvangen? Wel, dan studeer ik verder voor doctor! Aan ambitie ontbreekt het die meiden niet. De laatste keer dat ik er nog een zag was het ook al om te zeggen dat ze naar Engeland verder gaat studeren, alles was al geregeld. Vandaag kwam ik mijn vroegere baas John tegen. Hij is druk bezig met de organisatie van allerlei activiteiten voor de ‘korte termijn’ de blokperiode van drie weken vóór de examens.Volgens hem hebben ook alle buitenlandse leerkrachten de opdracht gekregen een activiteit op touw te zetten. Hij is verbaasd dat mijn huidige bazin mij niets gevraagd heeft. Ik kan het niet laten haar een sneer te geven, naar mij toe doet ze haar werk inderdaad niet goed. John is meer bij de pinken; hij engageert me meteen als jurylid voor een Engelse voordrachtwedstrijd, later deze week. Deze morgen besloot ik eindelijk nog eens iets te doen aan mijn conditie: een stevige fietstocht dus. Op mijn tocht langs onze lokale ‘Durme’ zag ik dat een smalle brug die normaal afgesloten is, nu open stond. Onweerstaanbaar. Blijkt daar in een bocht van de rivier een kleine wijk te liggen met villaatjes en tuintjes! Overal vervaarlijk blaffende honden, maar aan het laatste huis vind ik toch een bewoner voor een praatje. De huizen staan er er al tien jaar- heel oud dus- en zijn ze niet duur – 200 euro per m² bebouwd opervlak. Een idyllische wijk, zeker wanneer je weet dat de vervuilde rivier binnen de twee jaar moet gesaneerd zijn voor Nieuw Noord Shenyang. De man nodigt me uit om zondag langs te komen voor een pint, indien ik tijd heb. Misschien moeten we het doen en eens wta meer inlichtingen inwinnen. Indien we ooit terug komen zou dit ee n goede plaats kunnen zijn om Tielrode te ontwennen.. Jammer dat het bijna twintig kilometer van het stadcentrum is.  ’s Namiddags staat een fietstrip naar de andere kant van de stad op het programma: Lieve’s camera, een nieuwe sinds Nieuwjaar, is voor de tweede keer kapot, de reparatie gebeurt in de ‘computer’straat. Wat is er aan de hand in Shenyang? De belangrijkste verkeersader van de stad is opgebroken, een ingewikkeld klaverblad aan het kruispunt met de ringlaan wordt met de grond gelijk gemaakt. Ik weet niet hoever de werken reiken en rijd me hopeloos vast; met onderweg nog twee platte banden! Wanneer ik uiteindelijk weggeraak van de werken volgt een onoverzienbare  verkeerschaos; de autos die niet op de hoofdweg mogen  moeten toch ergens naartoe! Over goed vijftien kilometer doe ik twee uur. Het laatste stuk , in de computerstraat zelf , is normaal al erg druk, maar nu is het voetpad er ook nog opgebroken, massa’s voetgangers lopen op de baan, rijden is uitgesloten. Is dat allemaal deel van de grote opsmuk voor de Olympische Spelen? Gaan ze dat echt allemaal afkrijgen tegen binnen 50 dagen? Ik kom aan het reparatieatelier om kwart na vijf, het is op de zestiende verdieping, het duurt eindeloos lang want van de zes liften werken er maar drie en die stoppen  op elke versieping naar beneden en naar boven. Niemand meer in het atelier! Hadden ze niet gezegd dat ze tot 18 uur werkten? Het is me mijn dagje wel.  Dichter bij huis komen de werken voor de metro langzaam aangekropen. Nog drie kilometer en ze zijn bij ons, en dan steekt half Shenyang van Zuid naar Noord en van Oost naar West  weg achter panelen voor de metrowerken. 

HELP! WAAR BEN IK NU AAN BEGONNEN?

7 juni, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

image32.jpg

 

Maandag, 2 juni. Wat een dag is dit weer geworden! Na een dag intensief schilderen ga ik zwemmen. Daar ik de avond rustig wil houden laat ik me door een dame schrobben. Ze doet dit met de harde washand en melk. Al ruik ik dat niet graag, mijn huid voelt achteraf zalig aan. De vrouw legt me in allerlei bochten, kwestie van overal , werkelijk overal aan te kunnen. Als een echte Chinese breng ik daarna minstens nog een half uur onder de douche door. Ik stond er voor het zwemmen ook al minstens twintig minuten onder! In de kleedkamer moet ik aan mijn moeder denken: zij zou goedkeurend de dame bekijken die zicht in ‘gaine’ en korset wringt! De ‘gaine’ heeft billen tot aan de knieën, het korset bedekt de buik maar laat de borsten, die bedekt zijn door een bh, vrij. Erg populair in China. Het korset duwt zo het front naar boven. Ja, onze moeder pleitte er jaren voor, ze heeft het inmiddels goddank, opgegeven!

Het klinkt ongeloofwaardig maar ik mag spijt hebben dat ik zoveel tijd ‘verloor’ in het badhuis. Frank sms’te me dat ik dringend naar de opera van de universiteit moest gaan; het is 21 uur als ik er aankom, nog net op tijd om de laatste drie bedrijven van elf te zien. Het programma begon om 19uur30. Het is een opera van topniveau, uit Guangzhou, verschillend van de Peking stijl. De Lomeo en Julia van China. Vijfentwintig zangers. De slotscéne doet me de tranen in de ogen krijgen: woorden en adem tekort om dit te beschrijven. Acht zangers op de traditionele plateauschoenen dragen jurken waardoor ze vlinders worden. Prachtige, elegante kleurrijke vlinders. Puur klasse! Eerst bewegen ze zich samen in een cirkel, van alle kanten worden ze door rook omgeven, zoveel rook dat ze er uiteindelijk in oplossen. Ze komen los van mekaar en dansen nu per twee. Wie kan zoiets ontwerpen? Konden we deze groep maar in België krijgen! Ooit organiseerde ik iets dergelijks voor de Vereniging België China, maar dit zorgde uiteraard voor een financiële kater.

Frank gaat samen met de rector van de universiteit en de VIPS’s waar hij tussen zat mee het podium op om hen te feliciteren en voor de foto. Ik hou me afzijdig maar op de valreep ziet een dame me: de ‘bekende schilderes’ wordt naar het podium geloodst, de lichten die inmiddels gedoofd werden gaan weer aan, enkele artiesten worden terug geroepen, alsook de fotografen. Sta ik hier met mijn natte haren en ongemaquilleerd gezicht, groter kan het contrast met deze theatraal geschminkte dames niet zijn! Dit was ‘een’ maandagavondje…

 

Vorige week tijdens het etentje met de Mongoolse broers klaagde ik over het feit dat mijn duim en arm soms pijn doen van het schilderen. Dàt had ik niet mogen doen. Natuurlijk willen ze het oplossen! En kon ik weten dat er nog een broer was, een dokter in de traditionele geneeskunde, wel te begrijpen. Didi regelde meteen een afspraak voor me. Ik was zo beleefd dat ik niet eens durfde zeggen dat ik momenteel niet écht veel pijn heb. Frank is in zijn nopjes, hij vindt dit reuze als ervaring!

Dus fietste ik woensdagmorgen met een klein hartje naar het ziekenhuis. Didi wachtte me op. Zijn broer leek minder onder de indruk van deze groteneus, hij ging even verder met zijn ding. Toen mocht ik vertellen wat mijn klacht was, Didi vertaalde want broere spreekt geen Engels. Arm pijn, hand pijn. ‘kijk in mijn ogen’ gesticuleerde hij kordaat. Iets wat ik graag doe en wat normaal een nogal goed effect heeft op mannen, maar niet bij deze, spijts onze Lut vond dat ik er zo goed uitzag?! En hij krulde helemaal zijn neus bij het zien van mijn tong: heeft allemaal te maken met mijn nek…Ik wist al wel iets van de meridianen maar de sprong tussen ogen en tong naar nek was voor mij moeilijk. Gelukkig kan ik die van nek naar arm en duim wel volgen. Er zijn vijf behandelingen, daar ik niet direct een keuze kan maken beslist hij voor mij: alle vijf, dit gedurende tien dagen. Ik leg nog maar eens stuntelig uit dat ik maar een heel klein beetje pijn heb, momenteel maar broere is niet echt iemand die op een beslissing terugkomt.

Maar zijn GSM-tune kalmeert me helemaal. Ik schreef al eerder dat er een knap Chinees liedje is die me al twee jaar op de fijnste momenten achtervolgt. Wel, dat liedje onderbrak ons even, het maakte me helemaal blij en ik kon met een vrij grote overtuiging ‘ja’ antwoorden op zijn vraag of ik vertrouwen had in de Chinese traditionele geneeskunde! (25 jaar geleden had ik hier een zeer effectieve accupunctuur behandeling tegen hoge koorts en diarree)

 

Ik mag meteen naar een zaal waar ik mijn hoofd op een hoofdsteuntje mag leggen, er wordt op mijn nek een kruidenzakje gelegd, en daarop schijnt een lamp. Mmm, dat bevalt me wel, met de bamboefluit muziek op de achtergrond hou ik dit wel tien keer vol. Tot ik door heb dat de warmte zo geleidelijk aan toeneemt dat ik me afvraag of dit nog gezond is. Men raadt me aan alleen te roepen als ik denk dat ik verbrand… tja, moeilijk te zeggen. Didi krijgt al medelijden en klopt enkele malen op het zakje en dit doet warempel goed.

Met hoogrode rug mag ik nu naar een andere zaal. Terwijl ik omgekeerd op een stoel ga zitten, hoofd steunend op de leuning worden dikke stukken holle bamboestengels gekookt in een grote pot met kruiden. De geur is me inmiddels bekend: het hele ziekenhuis ruikt er naar, lekker geurtje, het heeft op mij effect als de bamboefluitmuziek. Bij ons wordt ik van de chloroform geur alleen maar depri.

Die hete bamboestengels worden op mijn rug geplaatst. Ze zuigen zich vast op mijn huid. Wat een zicht moet dit zijn! Als een variatie op een stekelvarken moet ik me twintig minuten zo stilhouden. Daarna worden de buizen verwijderd. Dit doet even pijn want ze zaten goed vast! Rode kringen in het beste geval, een blauwe cirkel in het slechtste geval zijn de sporen… nu wordt ik pas echt als Chinees aanvaard want bijna iedereen loopt er hier zo bij, zo merkte ik al in het zwembad!

Mijn experiment wordt afgerond bij broere die me in de plaats van een ma-ssage een ma-rteling geeft! Dit doet géén deugd… hij constateert echter wel dat mijn probleem niet ernstig is! Toch verwacht hij me tien maal terug en wordt ik geladen met dertig zakjes vloeibare kruidenmengeling, wegend als een dode hond, en met een zakje pilletjes. Ik betaal 120 euro voor de reeks van 10 behandelingen.

Eenmaal buiten vraag ik Didi hoe arme mensen dit betalen, dit is toch een behoorlijke som en ik weet dat dit de gewone prijs is. (broere geeft me zelfs de massage gratis omdat ik hun vriendin ben) Didi legt me uit dat de meeste mensen dat wel kunnen betalen maar dat er een regeling is voor de zeer arme: zij betalen 20% van de som, de plaatselijke regering 40% en de nationale regering de andere 40%.

Ik had me voorgenomen een dag vrij te nemen en vraag Didi of hij me de taoïstische tempel met de super feng shui wil tonen. Ik laat mijn fiets achter in het ziekenhuis en we nemen samen de taxi.

In de tempel heerst een drukte van jewelste. Er wordt ontzettend intens gebeden. Maar niet gewoon bidden. Neen, er wordt om raad gevraagd aan de monniken. Eerst koopt men een ticket, met dat ticket in de hand schuift men aan in een heel lange rij tot men aan de beurt komt om met een dikke bamboebuis te schudden en er een lang stokje uit te halen. Op het stokje staat een nummer. Aan de muur hangen boekjes waarop je dit nummer terug vindt, en waarop dan uitleg staat. Je mag jouw uitleg afscheuren.  Maar die uitleg is zo moeilijk dat je best maar weer aanschuift tot je met de monnik kan praten die de tekst uitlegt Die monnik betaal je opnieuw.

Nu ga je weer aanschuiven om een langwerpige zak te kopen waar je je tekst in steekt om nu weer aan te schuiven tot het jouw beurt is de zak te verbranden en  te bidden terwijl de zak brandt.

Er staat ook een bronzen paard. Ik zie dat mensen bijvoorbeeld wrijven aan de ogen van het paard en dan aan de eigen ogen, of aan zijn teelballen en dan aan de eigen teelballen, als je daar eigenaar van bent, uiteraard. Er gaat een lichtje branden! Aha, ik heb broere helemaal niet meer nodig! Alleen een beetje pech: ik vind de duim van dat paard niet… wat nu? Toch maar bij broere blijven zeker?

Het is een zeer knappe tempel, twee verdiepingen, 300 jaar oud. 

En inderdaad, de tempel ligt 2 meter dieper dan de straat. Sinds Didi kind was kwam hij hier spelen en nooit stond de tuin blank. Hijzelf gelooft niet maar dit laat hem niet onverschillig. Of hij ook bidt? Ja, als het moet en als een spel want op deze manier gelooft hij niet. Hij gelooft wel dat een mens moet hoop hebben en er een manier moet zijn om tot die hoop te spreken. We zijn het erover eens dat het taoïsme dat geen paus of dalai lama heeft maar de natuur als uitgangspunt neemt op zich wel wat biedt…

Ik nodig hem uit om samen te eten, ik heb nog zoveel vragen! Ik zie dat hij ook geniet van m’n gezelschap dus is het snel geregeld. We belanden in een noedelrestaurant, eenvoudig en héérlijk.

Ik ga ertegenaan. ‘Of hij me wil vertellen hoe zij de culturele revolutie beleefden’. Het was voor zijn hele familie een vreselijke tijd. Zijn vader was dokter, ze woonden in een huis, een mooi huis, van het ziekenhuis, met meubelen van het ziekenhuis. Geen eigendommen dus. Maar zo zei hij, wie intellectueel was was een kapitalist, zo heette het en die moest het platteland leren kennen om te weten wat het boerenleven was. Ze werden met zijn allen, vader, moeder en vier kinderen naar het platteland gestuurd. Daar moesten ze van nul beginnen, kregen niet eens een dak boven het  hoofd, vertelt hij. Hij was elf jaar. Acht jaar moesten ze er blijven! (later voegt Frank eraan toe dat het idee van de stadsbewoners naar het platteland te sturen opdat zij er een idee zouden van krijgen hoe 80% van de mensen, de plattelandsbewoners,  leefden niet zo slecht was. De situatie was abominabel en dat wisten ze in de stad niet. Bovendien moesten stadsdokters gaan helpen om daar een systeem van ‘blotevoetendokters’ op te zetten. Maar of dat nu echt acht jaar moest duren?, vraagt hij zich af.) Het kostte Didi en zijn jongste broer een opleiding. De twee oudste broers waren intussen dokter en ingenieur. Zijn moeder zorgde ervoor dat ze toch konden naar school gaan, in een dorp twintig kilometer verderop. Daar moesten ze te voet heen wandelen, twee maal per week. Geen wegen, over de bergpaden.

Of hij Mao erg haat? Hij zegt dat zijn familie werkelijk alle reden heeft om dat te doen en hij haat hem voor die 30% maar hij ziet de 70% goeds ook, zegt hij. Wat China is heeft het aan Mao te danken, dat is geen twijfel aan. Persoonlijk was er bij sommigen leed maar voor het land was het in zijn geheel goed. Zo is hij nooit vergeten dat vóór Mao er kwam er in Shanghai een  park was met ‘verboden toegang voor honden en Chinezen’! Dit was het China vóór de revolutie. Mao heeft het land bevrijd,  zegt hij.

Op mijn vraag wat de situatie van de vrouw in China is, antwoordt hij dat die niet goed is maar eveneens dankzij Mao, veel verbeterd is. Voor de revolutie was een vrouw minder dan een dier. Al was haar man een crimineel, ze kon niet scheiden. De vrouw had volgens Mao drie bergen op haar rug: het feodaal systeem, de familie en de tradities. Toch is de situatie van de vrouw op heden nog niet goed. De man en de familie van de man, is nog steeds te dominant. Scheiden en hertrouwen is echter geen probleem meer.

Verder heeft hij het over de minachting van de westerlingen voor de Chinezen. Amerikanen vindt hij het toppunt. Die gaan er nooit vanuit dat een ander ook verstandig kan zijn. Hijzelf heeft veel meegemaakt doorheen zijn zakenreizen door Europa. Zo kwam hij ooit in de gevangenis van Spanje terecht omdat hij aan het joggen was zonder paspoort. Ze geloofden hem niet eens als hij uitlegde dat hij in een vijfsterren hotel logeerde… Knap van hem dat hij voor ons zoveel wil doen en de intelligentie heeft niet iedereen over dezelfde kam te scheren.

 

We nemen afscheid. Ik wil nog wat alleen ronddolen. Ik loop de antiekbuurt af maar er is een verzadigingspunt: het is teveel, ik kan geen keuze maken en veronderstel dat ik met lege handen huiswaarts keer.

 

Wauw, mijn man heeft last van een romantische bui? Hij stuurt me voor het eerst in zijn leven een beeldsms: een roos! Ik stuur hem enthousiast een hart terug.

Ik zoek in de winkelwandelstraat een Starbucks en ben trots op mezelf dat ik die vind.

Heerlijk, buiten op het terras koffie drinken! Lang zit ik niet alleen. Een vrouw komt op me af en zegt me te kennen. Ze praatte anderhalf jaar geleden met me bij dokter Li. We trekken wat samen op, gaan winkelen. Maar ik hoop haar verder niet te ontmoeten. Het enige wat ik in haar kan waarderen is haar eerlijkheid: ze komt er ronduit voor uit dat ze met een 17 jaar oudere Canadees trouwde voor het geld, floreert in haar BMW, lui is, en om de twee dagen gaat shoppen en dan telkens minstens 100 euro uitgeeft. Haar Canadees hoop ik nooit te ontmoeten maar dat gevaar zit er niet erg in: hij komt slechts vijf keer per jaar, telkens voor twee weken. Zij moét elke dag minstens twee uur per dag chatten met hem. Het liefst zou hij hebben dat ze een telefoon met camera koopt zodat hij steeds ziet waar ze is. Ik zeg fijntjes dat ze er toch eens goed moet over nadenken dat ze maar één leven heeft. Ze is nu 37 jaar.

Is het dit vrouwtje , de luide muziek in alle winkels of de ma-rteling van broere: ik heb meer hoofd- en nekpijn als ooit tevoren. En ik word nogal ongerust als ik de brandwonde op het meisje haar rug zie: ooit kreeg ze ook bamboecilinders op haar rug…

Ik bel Frank op om samen te dineren in het beste dumplingrestaurant van Shenyang,hier vlakbij en vraag vanwaar zijn romantische bui. ‘Wel’ zo zegt hij ‘ik had examentoezicht en zat me te vervelen. Daarom onderzocht ik mijn gsm en ontdekte dit. Maar zo enthousiast hoefde je nu ook niet te reageren: je stuurde me 80 keer je hart op!’ Ik was vergeten mijn telefoon te vergrendelen! Arm hart van me, gezwegen van mijn telefoonrekening? Ik herlaadde gisteren net mijn kaart…

 

Bij thuiskomst laat ik Frank in het Chinees op een briefje schrijven: ‘oppassen voor brandwonden aub’: dit toon ik morgen beslist aan de verpleegsters.

 

Donderdag: WAT EEN ONTROERENDE DAG!

Om zeven uur neem ik de taxi naar het ziekenhuis. De chauffeur is een vrouw van mijn leeftijd. Ze had heel Shenyang willen rondrijden met me, zoveel is duidelijk. En maar vragen stellen! Eenmaal ze merkt dat ik doorheen mijn Chinees ben, leert ze me nieuwe woorden. Ikzelf ben blij dat we er zijn want op mijn nuchtere maag vind ik dat nogal lastig. Op mijn vraag of ze blij is met haar job schudt ze het hoofd: teveel last van de slechte lucht. Opvallend hoe kritisch de mensen daarmee omgaan. Wees maar gerust dat men daar inspanningen voor doet, het zal niet anders kunnen. Maar de vrouw heeft gelijk. Op dit uur zit één van de vele achtvaksbanen die Shenyang rijk is tjokvol, ik was er sneller per fiets geweest.

 

Broere wacht me al op! Hij sleurt zowat de oorhangers uit mijn oren tijdens zijn massage, auw…

Ik toon mijn briefje aan de verpleegsters, ze lezen het, begrijpen het, zeggen ze.

Om negen uur haal ik mijn fiets op die ik hier gisteren liet staan, de bewaker van de fietsenstalling was al ongerust.

In het Beiling park installeer ik me aan een tafeltje met zicht op een dansende menigte. Ik krijg er de tranen van in de ogen! Hier in dat park, aan de rand van het meer waar we deze winter schaatsten, wordt er zomaar gedanst, wel vijftig mensen samen. Vanaf 45 jaar tot… jaar. Rustig, elegant, er zijn geen woorden voor. De muziek is hedendaagse romantische Chinese muziek.

Thermoskannetje boven halen, bruin pistoletje dat onze Lut meebracht van IJsland appeltje, yoghurtje… o, wat zal ik veel missen. Vanmorgen, tussen het verkeer droomde ik van mijn fietstocht langs onze mooie Durme, nu bedenk ik dat die Durme wel eens zeer saai zou kunnen overkomen: waar vind ik kaartende, spelende, zingende, musicerende mensen langs de Durme? Ik stapel de beelden in mijn hart.

De muziek wordt heviger. Sommige mensen dansen verder met dezelfde zachte passen, anderen ‘headbangen’ zowaar!

Gelukkig wordt het daarna weer rustig, een ritme waar een klein meisje zich helemaal in vindt. Ze is nauwelijks drie jaar en zweeft mee. Als het lied eindigt steelt ze de show door een pose te blijven aannemen! Haar oma’s lachen zich een kriek. Mooi toch ook om te zien hoe kinderen hier gekoesterd worden door die grootouders.

 

Een vrouw passeert me om even naar het toilet te gaan. ze blijft verder zweven terwijl ze wandelt, neuriet. Lacht naar me alsof ze droomt. Als ze terugkomt praat ze met me. Of ik wil dansen? Ik kan dit niet. Maar ze geeft me haar man: hij zal het me leren. Ah, waarom niet, laat je gaan Lieve! Hoeveel keer krijg je nog in je leven de kans om ’s morgens om tien uur te dansen in een Chinees park? Mijn leraar is goed, ik geniet er zelfs van, ook al mag ik de tel niet kwijtraken, één twee drie… één twee drie…Ik kom er zelfs toe om net als de Chinezen elegant met mijn armen in de lucht te bewegen, erop lettend dat ik mijn handen mooi meebeweeg…

 

Even verderop is men ook aan het dansen maar op iets vluggere muziek. De leeftijdsgroep begint daar al rond de 25 maar de tachtigers laten zich niet kennen en doen ook hier mee! In kleine groepjes van vier zes mensen probeert men pasjes uit, deelt men ervaring, lacht men om de vondsten. Anderen trekken zich niets aan van de dansers en ‘pluimen’ wat of staan ter plaatse wat te trappelen, kwestie van in vorm te blijven.

 

Al van ver hoor ik muziek uit een ferme geluidsinstallatie komen. Mijn verwondering is groot als ik daar maar twee mensen bespeur: een man en een vrouw. Hij zingt mee in een micro, zij danst. Eind vijftigers. Haar gezicht vergeet ik nooit! Ze heeft een blik van een vrouw die net heel intens bemind werd, geen rimpel te bespeuren, zo gaaf, zo voldaan, zo gelukkig! Ik schrik er haast van. Als ze me opmerkt lacht ze alleen nog een beetje gelukkiger en danst nog een beetje eleganter verder. De armen zweven. Ah, als Lut dit zou zien? Ik weet dat zij hier ook heel erg zou van ontroerd zijn.

De vrouw bedankt me met een buiging en een knikje als ik applaudisseer en wegga.

Hun laatste lied was een Russisch lied. Ik zing het verder terwijl ik zes mannen voorbij fiets: prompt vallen ze me allen zingend bij!  Stel je voor…

 

Feit is dat op deze manier het schilderen niet echt snel vooruit zal gaan: ik vind pas om 11 uur mijn ezeltje …

Na de middag nodig ik een Chinese kunstleraar uit in mijn atelier. Hij reageert enthousiast op mijn werk.

Terwijl hij bij me is moet ik dat zakje vloeibaar medicament nemen. Dit is zo ongelooflijk slecht dat ik de pot jam in aanslag heb. Maar hij legt uit dat ik dit niet mag combineren: in jam zit zuur en dat vernietigt de werking van mijn medicament. Heb ik even geluk met deze uitleg. Koffie met veel suiker bijvoorbeeld, dat mag wel.

 

Vrijdag vertrek ik om zeven uur op de fiets, gewapend met een ontbijt en mijn waarschuwend briefje: opgepast voor brandwonden. Er wordt weer begrijpend geknikt maar ik kom thuis met de vellen los op de rug… help, wat moet ik nu toch doen? er mee stoppen? Ik ben al blij dat ik dit weekend niet kan komen, maandag zien we wel. Maar mijn buur Paul, die zo negatief is over Chinezen is nu toch wel erg te spreken over deze behandeling zeker? Nu had ik eens steun gezocht in zijn negativisme!

Maar voor ik thuisgeraakte maakte ik eerst nog kennis met de hemel en daarna met de hel.

Eerst de hemel natuurlijk. Of neen, eerst nog even iets aards: voor het Beiling park wordt een demonstratie door de politie gegeven. Ze tonen hoe ze voorbereid zijn op de Olympische Spelen. Eerst marcheerden er honderden politieagenten, mannen en vrouwen. Daarna demonstreerden tien politiemannen het kunnen van hun honden. En daarna kwam het zwaar geschut naar boven: twintig politieagenten mét kap over het hoofd en mitrailleur in aanslagen toonden wat zij kunnen! Zich laten zich vallen en springen weer recht maar het grappigste was toen een man in burger het plein opliep met een handgranaat in de hand. Ze wierpen zich op hem, voerden hem en een kompaan weg, maar die kon ontsnappen, zij er weer achter, hem vatten, natuurlijk, enfin, overtuigend was het. Ik bedenk: indien hier nu een Westerse fotograaf tussen stond dan had hij weerom prachtige beelden de ether kunnen insturen! Een ‘passend’ ondertiteltje en klaar was kees…

Ik werd vaak afgeleid door een kleine baby die de armen van zijn oma beu was en ook die van de politieagent die er even mee rondliep. Hij voelde zich blijkbaar alleen maar gelukkig op mijn arm. Is dat niet leuk?

 

Er zijn niet zoveel dansers meer, het is al laat. maar toch voldoende om blij te ontbijten. Een man komt iets tegen me zeggen. Al snel begrijp ik dat ik zijn taaltje niet begrijp en zeg dat ik geen Rus ben. Mijn gok was goed: hij probeerde zijn Russisch uit op me. Maar hij kan ook een beetje Engels. We hebben maandagmorgen al een nieuwe afspraak.

 

Ik blijf veel te lang hangen. Tja, als ik eenmaal de weg naar buiten gevonden heb, vind ik de weg terug niet echt makkelijk, dat is geweten.

En zeker vandaag niet. Er zijn blijkbaar wat ongelukken gebeurd op de weg. Het deel naar huis is één grote chaos. Ik was net aan het bedenken dat ik zoveel rustiger geworden ben tijdens het fietsen in vergelijking met toen ik hier net was. Ik roep zo niet meer, en sta zoals de Chinezen al makkelijker eens op mijn rem om doodeenvoudig een stapje opzij te doen en dan doodeenvoudig weer verder te fietsen.

Maar net als ik dat bedacht heb ga ik me als een echt koloniaal gedragen!

De baan zit tjokvol dus rijden de autos maar op het fietspad dat misschien zes meter breed is. Maar daarop rijden blijkt niet voldoende: daar moet je dan ook nog een andere auto inhalen! En als er dan nog een auto in tegenovergestelde richting, op datzelfde fietspad afkomt, en ook op datzelfde fietspad een man met een karretje pal in het midden van het pad geparkeerd staat om dumplings te verkopen loopt het fout. De wagen die probeerde in te halen moet stoppen, bruusk, vlak voor mijn wiel. Vlak  naast me, ook op dat pad staat een politiewagen met open raam (dit maakt in het totaal drie wagens naast mekaar, op een fietspad!). Ik daag het lot uit. Ik klop op het raam van de wagen voor me. Geschrokken kijkt een meisje om. Ze komt uit de wagen om de dumpingverkoper te vragen zijn kar te verplaatsen. Ik zeg in het Vlaams: ‘beste kind, die man moet zijn kar niet verplaatsen, jij moet dáár rijden met je auto, dit is een fietspad, dit is voor ons!’ De lectuur van de politieman in de wagen is bijzonder interessant, hij kijkt niet op. De vrouw lacht een beetje en knikt verontschuldigend en instemmend, iedereen lacht een beetje en knikt met volle begrip en ik lach maar mee… tenslotte is dit het beste wat je kan doen: er eens goed om lachen want zie dit hier nu toch… ik vrees dat de metro die men hier aanlegt er alleen maar zal voor zorgen dat nog meer wagens vrij spel krijgen of zal men hier wel de moed hebben de autohandel wat aan banden te leggen? Ik ben benieuwd…

Half vergiftigd bereik ik de school en eet vlug een yoghurtje, psychologisch geeft me dit het gevoel een beetje te ontgiften. Volgende keer gebruik ik beslist de mondbeschermers die Lut meebracht uit het ziekenhuis.

 

Geen tijd om te middagmalen, ik werk door tot 19 uur. Met mijn arm gaat het goed maar mijn duim wordt er niet gelukkiger op… ik zag op een prent in het ziekenhuis dat de meridiaan uit de duim vooraan op de schouder uitmondt en niet op de rug. Ik zal maandag nog eens zeggen dat het mijn duim is die meest tegenstribbelt. Al kan ik me niet voorstellen dat hij me zo gaat ma-rtelen vooraan op mijn lichaam… stel je voor!

 Morgen en overmorgen gaan we op stap. We zijn uitgenodigd op het platteland bij de ouders van Wangfan, het superlieve meisje waar we samen al wat tijd mee doorbrachten om haar de kans te geven Engels te praten. We zijn erg benieuwd wat dit weekend ons nu weer brengt. De Chinezen hebben drie dagen verlof, het is een traditionele feestdag en zondag eet iedereen ‘zong ze’, kleverige rijst met zoete bonenpasta of ‘acht schatten’, in bamboebladeren verpakt in de vorm van mini pyramides.

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin