Ne me quitte pas…
Maandag 9 juni
Ik loop al drie dagen met een krop in de keel. ‘Kan je ongelukkig worden van teveel liefde?’, vraag ik mijn moeder als we mekaar opbellen. Niet alleen de liefde die ons omringd maar de liefde van de familie onder elkaar waar we dit weekend logeerden. Die trof me mateloos.
We logeerden op het platteland bij Wang Fan. We wisten al dat zij echt een engel is, nu weten we waarom. Als je op je 22ste jaar kan zeggen dat je je ouders nooit een woord te hoog of te laag hoorde praten tegen mekaar, dat je vader steeds veel respect toonde voor je moeder, dat je zus waar je steeds over praat eigenlijk je zus niet is maar je nicht maar het aanvoelt als een nicht, zo ook met alle andere neven en nichten, dat misvormde tante (gezond geboren maar door een kinderziekte is ze klein en heeft ze een bultrug) die blijkbaar steeds in huis is de beste tante is die er bestaat en de beste dumplings ter wereld maakt… dan kan je niet anders dan een engel worden… dit huis trilde van de eenvoudige, oprechte liefde, rust, genegenheid en het respect voor mekaar. Ik was er echt niet goed van. En neen, ik heb zelf geen slechte jeugd gehad, ver van, maar dit is werkelijk totaal anders. Dit kruipt in je keel.
En wij werden ontvangen als koningen. Dit eenvoudige gezin dat er duidelijk veel moet voor doen om hun dochter te laten studeren, kocht voor ons nieuwe badhanddoeken, nieuwe lakens en eten veel te veel om ooit te kunnen opeten.
Ze bestelde voor ons een minibus om samen naar ‘het rode strand’ te rijden, veertig kilometer verderop. De moeder, een knappe vrouw van mijn leeftijd, had nog nooit de zee gezien! Toen ik om de reden vroeg was ‘teveel werk en nog andere redenen’ het antwoord. Geen geld, noch tijd voor luxe, dus.
Maar in het terugrijden trakteerden ze ons met veel teveel schotels in het tofste, wellicht het duurste restaurant van de buurt. Rondom een vijver waren diverse patio’s op palen gebouwd. Een zigzag brug uit bamboe bracht je naar je superromantische plaatsje. Rode lampionnen sierden het bamboegewelf. Van zelf betalen was absoluut geen sprake.
Daarenboven keerden we huiswaarts met een valies vol giften: meloenen voor twee weken, dumplings die we samen maakten, rijstpakjes die we alom zullen moeten uitdelen, zoveel zijn het er…
Hier moet je van bekomen.
Maandagmorgen rijdt ik naar broere voor een behandeling. Het staat hem niet aan dat ik mijn duim nog voel, hij zal alles doen opdat dit niet meer zo is.
Om negen uur, na het doktersbezoek, heb ik een afspraak met Frank op ‘mijn’ plaatsje bij de dansers, in het park. Ik ben al van halfzeven in de weer en denk bij aankomst alleen aan éten. Prompt loop ik voorbij die opgedirkte man met zijn witte hoed, zijn nette witte pak, zijn verwachtingsvolle ogen. Ik bedenk: ‘die ziet het vandaag wel zitten, hier moet een liefje aan te pas komen!’ Maar dromend van mijn ontbijtje negeer ik even zijn ogen, ik heb geen zin in een praatje. We verorberen een yoghurtje, appeltje en een pakje rijst van Wang Fan en dàn besef ik het: dat witte pak, die witte hoed, die stralende ogen stonden MIJ op te wachten! Hij was de man waar ik vorige week mee praatte, hij was degenen die vroeg of ik nog terugkwam en waartegen ik losweg zei dat ik maandag om negen uur hier zou zijn! Daarnet liep ik hem zomaar voorbij? Wat een manieren! Ik zoek snel de menigte af, ik vind hem niet meer. Pijnlijk! Hij zal gedacht hebben: ‘Zie ze eens, haar man is erbij en nu doet ze zo!’. En het was werkelijk duidelijk dat de man het hele weekend naar dit moment toe geleefd had…ook de volgende dagen daagt hij niet meer op.
Enkele dagen later turnt vlak naast ‘mijn’ ontbijttafeltje een vrouwtje. Het dansen is niet meer aan haar besteed maar ze tilt haar been langs de boomstam hoger dan ik zou kunnen. Ze ziet dat ik haar bewonder en komt ongedwongen met me praten, alsof het normaal is dat ik Chinees praat. Ze vertelt me dat ze 89 jaar is! Echt moeilijk te geloven!
Feit is dat mijn ochtendlijke tochtjes door dit park, te danken aan mijn doktersbezoeken, werkelijk de kers op de taart zijn. Als ik ooit terugkom, als ik ooit een woning in Shenyang zoek moet het er eentje dicht bij dit park zijn, zoveel is zeker. Het moet hier aangenaam oud worden zijn.
Vrijdagmorgen is Frank te motiveren om om 6u30 op te staan en samen naar het park te fietsen. Daar ontbijten we samen; genietend van honderden dansende mensen, hij keert huiswaarts om om 8u20 present te zijn in zijn Chinese klas, ik ga naar mijn dokter. Didi is er om te vertalen want er wordt uitgelegd dat men start met een andere behandeling. De hete, zuigende bamboebuizen staan niet meer op het menu, in de plaats daarvan wordt mijn hals gerokken. Ik hang twintig minuten met mijn kin in een lus die omlaag getrokken wordt door gewichten. Het is geen zicht maar ik kan me wel voorstellen waarom ik dit moet doen.
Op mijn vraag hoe ernstig ik het probleem van mijn gigantisch opgezwollen benen moet nemen wuift de dokter resoluut met de hand. Niets ernstig, ik overbelaste ze toen mijn zus hier was. Zij heeft inderdaad net hetzelfde probleem. Ik moet eventjes rusten en stappen afwisselen, en alles kalm aanpakken. Geen uren zitten schilderen vandaag, bijvoorbeeld. Ik ben bang voor deze man zijn temperament, hij is kordaat in vingers en taal, als hij me masseert moet ik niet lachen maar nu hij ontdekt dat ik mijn vloeibaar medicament niet regelmatig nam is het ziekenhuis te klein. Dreigend vraagt hij me de reden waarom ik dat niet neem. Als een op het matje geroepen kind kan ik alleen maar zeggen dat ik het niet lekker vind… nu ga ik helemaal af. Iedereen zit te lachen omwille van de waterval uitbranders die ik krijg. Didi vertaalt ze niet, de lieve diplomaat. (van privacy heeft men ook hier nog niet gehoord: terwijl de dokter mij behandelt staat de deur open én zitten wel drie andere patiënten bij ons).
Daar ik niet mag werken vraag ik of Didi tijd heeft om met me naar de tentoonstelling in het Beilingpark over het leven van de concubines in De Verboden Stad, onder het feodalisme te gaan. Hij is er erg blij mee want hij had er nog niet van gehoord.
Ik verneem er dat de keizer 72 officiële vrouwen had en 3000 concubines. Als de keizer trouwde was er feest en bleef hij twee dagen bij zijn nieuwe vrouw. Vanaf dan moest ze wachten tot hij nog ooit eens zin had om langs te komen. Een waterdichte administratie hield alles wat in het paleis gebeurde heel nauwkeurig bij. Ook bij wie de keizer de volgende nacht zou slapen. Dit was niet alleen goed om de vrouw te verwittigen zodat ze wist dat ze zich schoon moest maken, niet meer mocht eten want ze mocht het risico niet lopen te moeten boeren, daar had de keizer een hekel aan en daar stond een zware straf op, dat ze geen scampi’s noch look mocht eten enzomeer maar dat was ook goed om elke zwangerschap te kunnen verifiëren: was deze wel van de keizer?
Elke handeling, hun héle leven stond onder controle. Ze leerden zelfs hoe ze moesten slapen, waar hun handen moesten liggen en dat ze tijdens het slapen zeker nooit op hun rug mochten liggen. Kwestie van de zedelijkheid te bewaren. Didi wist niet wat hij hoorde toen ik vertelde dat 35 jaar geleden in Belgie ook dergelijke obsceniteiten bestonden maar dan niet gelanceerd door een keizer maar door nonnen: een kotgenoot van me maakte het mee dat de nonnen haar geboden recht te staan op de fiets als ze op kasseien reed! Didi lag dubbel van het lachen en verwondering. Hij dacht dat Europa steeds veel vrijer was en zoiets alleen hier bestond dankzij hun keizer. Keizer of kerk… zo zie je maar!
De vrouwen mochten nooit roepen, alleen maar fluisteren. Daarom hadden ze een geheime taal via klappen in de handen bijvoorbeeld om iemand te ‘roepen’ dat het eten klaar was. Alleen de wettige vrouwen mochten zich tooien. Weliswaar in kledij dat niets van vrouwelijk lichaamsvormen prijs gaf maar toch, er mochten borduurwerk en juwelen aan te pas komen. De concubines daarentegen droegen van hun dertien, het jaar dat ze rijp waren voor deze job, tot hun 28ste jaar, het jaar dat ze als oud en versleten afgeschreven werden en dus dringend aan vervanging toe waren, precies dezelfde type sobere, witte jurk. Eén juweel in de vorm van een bloem in het haar, dat was toegelaten.
Als ze afgeschreven waren mochten ze terug naar huis. Een thuis dat ze nooit meer bezocht hadden. Ze hadden hoogstens een keer de familie kunnen zien, vanachter een glazen wand. Maar een maal thuis stond hen geen mooi leven te wachten: geen kans op een nieuwe man, en zelf waren ze een mond meer aan de tafel.
De vrouwen die echtgenoot of concubine werden waren vrouwen van stand, vrouwen met educatie. De mannen die in aanmerking kwamen om eunuch (sexloze mannen, gecastreerd dus) te worden daarentegen konden eender welk verleden hebben. Er waren er 3000. Sommige concubines mochten samenwonen met een eunuch. Maar het was me niet duidelijk wie deze ‘eer’ toekwam.
Eunuchen mocht je overal slaan, de vrouwen ook maar toch niet in het gezicht.
Een dokter mocht niet dichter bij de vrouw dan de afstand van ‘de rode stok’ komen. Indien hij dat wel deed riskeerde en hij maar ook zijn familie zware straffen tot en met doodstraffen.
Enfin, er stonden nog veel meer verhalen op de borden maar ik wou Didi toch niet helemaal uitputten, daarenboven het was half twee en we hadden nog niet gemiddagmaald. Dit moet een marteling zijn voor een Chinees die normaliter om half twaalf eet. We vinden een tafeltje ergens op de straat voor een restaurantje: mijn hele wereld is Parijs!
We eten sober maar heerlijk en ik kan alle vragen stellen die ik wil: deze man doet zaken met Amerika, Denemarken en Italië waar hij vaak heen reist, dus geen enkele vraag choqueert hem. Jawel, zowel bij hem als bij zijn broers werd het huwelijk door de ouders geregeld. Maar hij heeft geluk gehad, zegt hij, hij heeft een goede vrouw. Toch is hij blij dat de tijden erg veranderd zijn. Al schrikt hij er soms van hoe erg de tijden veranderen. Onlangs vroeg hij zijn zoon van 22 hoe die zal reageren als hij hoort dat zijn vrouw geen maagd meer is antwoordde de jongen doodgemoedereerd: ‘maar pa, dat is geen probleem, ik slaap ook met wie ik wil waarom zou mijn vriendin dat dan niet mogen doen?’
Als ik vraag aan Didi sinds wanneer hij vindt dat China open is antwoordt hij: ‘Het is te danken aan de opendeurpolitiek van Deng maar dat het niet eerder zo was had niets te maken met Mao. Toen was openheid ook mogelijk, wettelijk, maar niet in praktijk omdat de mensen nog leefden volgens de normen van het feodalisme. Sommige mensen dragen er nog heel diep sporen van. Zo wil ik bijvoorbeeld huishoudelijk werk doen maar ik mag doodeenvoudig niet van mijn vrouw, ook al is zij een hoogontwikkelde vrouw met een topfunctie in een bank.’
Ik geniet enorm van dit gesprek want ook nu vallen puzzelstukjes op hun plaats. Het is meer dan ooit duidelijk: in het westen praat men over het communisme zonder de historische context te willen zien maar vijftigers van China kennen de geschiedenis maar al te goed: Mao bevrijdde het land, punt uit. Dit land zat in het moeras van een feodaal systeem waar het uit moest en als Mao er niet gekomen was dan had het Westen het helemaal ingenomen en dat zou niet goed geweest zijn. Dat is de conclusie, zelfs van iemand zoals Didi die acht jaar geleden heeft door de exploten van de culturele revolutie. Mao begon alleen, zo zegt Didi. Hij kreeg tegenwind van de Guomindang die door het Westen gesteund werd en toch heeft hij het stap per stap gehaald, niettegenstaande hij deze nieuwe ‘regeringsvorm’ zo goed als zelf moest uitvinden: hij haalde het. En dit kon alleen omdat het land, de bevolking het nodig vond. Hier kan geen sprake zijn van dictatuur, zo zegt hij. En als je doorpraat komt men steeds tot één conclusie: het communisme is de enige oplossing voor dit grote land, het moet zo blijven. Ik stel me voor de zoveelste keer de vraag waar het Westen zich toch steeds meer moeit en waar ze het in hun hoofd halen dit land steeds zo af te breken en bedenk voor de zoveelste maal: we moeten hen helpen en steunen en hun manier respecteren in de plaats van af te breken. En ja, je kunt zoveel kritiek geven op dit land als je maar wil, o ja! Daar is iedereen het hier ook mee eens: er is nog heel veel werk aan de winkel maar… ‘we doen ons best’ zo luidt het.
Enfin, het werd voor ons een blijde dag: ik blij zo met iemand te kunnen praten, hij blij voor deze frisse wind in zijn leven: een westerse artieste, daar geniet hij van. Hij heeft het op zakelijk gebied momenteel niet druk en zal me vanaf nu graag helpen met allerlei problemen die we nog moeten oplossen voor we naar huis gaan. Waar heb ik het toch aan te danken dat ik steeds op het juiste moment een engel ontmoet?
En inderdaad de volgende dagen zijn we bijna constant in mekaars gezelschap omdat hij me inderdaad van A tot Z helpt met alle problemen. Ja, vraag een Chinees hulp en ze laten je niet meer los! Soms word je erdoor in verlegenheid gebracht.
Ik heb beslist mijn uitnodigingen voor mijn tentoonstelling hier te laten drukken. In België is dit steeds een grote klus maar hier een nog véél grotere… er komen etentjes en etentjes aan te pas en veel sigaretten-uitdelen. En maar bespreken en bespreken: ik dacht eerlijk, dat het alleen Afrikanen waren die zo konden palaveren, bespreken en bespreken…
Je kan je voorstellen dat mijn hart stilstaat: als dit niet goed afloopt doet mijn man een hartaderbreuk en als hij er geen zal krijgen zal hij wel zo sakkeren dat ik er dan eentje opdoe!
Ikzelf kan sowieso niet schilderen als ik dergelijke zaken aan mijn hoofd heb. Daarenboven ben ik niet alleen met mijn drukwerk bezig maar wil ik ook nog veel aankopen doen voor we onze koffers opsturen, denken aan de reis die ons wacht, én piekeren over het verhuizen… neen, ik kan niet meer schilderen maar dat stoort mij niet: ik zie dit als een prachtige ervaring en geniet van elk moment! Ook al is het op zijn Chinees en is logica en efficiëntie veraf voor deze Westerling: je moet dit eens meegemaakt hebben!
En intussen hoor ik van Didi maar verhalen: toen hij voor het eerst naar Denemarken vloog zaten drie andere Chinezen op het vliegtuig die de hele vlucht geen eten hadden durven aannemen omdat ze niet wisten dat het gratis was! Een jong Deens koppel met baby verwittigde Didi, ze zagen dat hij Engelse boeken las, en daarna hielpen zij de onwetende Chinezen in Denemarken met het invullen van alle douaneformaliteiten, ook al hadden ze zo de luchthaven kunnen uitstappen met hun baby, na zo een lange vlucht.
En hoe lang het duurde voor hij het gebaar voor goed (duim omhoog) en slecht (duim naar beneden) doorhad: in China is élke richting met de duim een goed teken, het gebruik van de pink is een slecht teken. Daar sta je dan lachend en stralend te beamen als iemand met de duim omlaag je iets duidelijk maakt over je werk!
Ik leer ook veel over belastingen en taksen betalen in China. Dat wij tot 60% taksen betalen kan er bij hem niet in. In China ligt dit veel, veel lager. En als een bedrijf gehandicapte mensen aanneemt betalen ze bijna niets of krijgen ze geld toegestopt. Jammer dat er weinig controle is of er echt ook effectief gehandicapte mensen werken…
Ook het verhaal over een familielid die werk in Australië kreeg: hij kon er maar niet aan wennen dat hij op de meeste dagen hooguit twaalf mensen zag. Ook al zou hij een berg van goud verdienen hij wou er geen verlenging van zijn contract!
In het dumpling restaurant, een eenvoudig keetje vlakbij zijn huis, vertelt hij dat de restauranthouders dezer dagen erg kreunen. De gasprijs steeg van 30 kwai naar 120 kwai. Dit kleine restaurantje heeft een fles om de drie dagen nodig maar kan de prijs van de dumplings niet verhogen. Ook de huur van het pandje, 1.500 kwai (150 euro) en de sterk gestegen varkensvleesprijs van vorig jaar wegen door. We betalen er voor twee grote kommen wontonsoep en twee schotels dumplings 15 kwai, anderhalve euro.
Enfin, het doet me al raar om zaterdagavond Frans te moeten spreken met de mensen die we destijds in Mongolië ontmoeten en waar we nu mee afspraken. We brengen hen naar een tuin, de enige oude tuin waar gebarbecued wordt. Daar ik wist dat deze mensen bij Michelin werken en een vrij beschermd comfortabel leven leiden had ik me voorzien: ik had servetjes mee, kartonnen borden enzomeer… want eten in deze tuin is supergezellig maar wel op zijn Chinees: ‘losjes’. Het wordt een overheerlijke avond!
Zo erg zelfs dat we ’s anderendaags afspreken om mijn schilderijen te bekijken, jawel, en bij ons te ontbijten!
Zondag 15 juni
Dat ik niet eens zes borden, koppen, messen heb, dat in mijn buurt geen stokbrood te koop is, dat mijn appartement geen zes mensen kan huisvesten, daar had ik niet aan gedacht toen ik dit voorstel lanceerde. Maar ik trek mijn plan! De diepvries lijkt nog genoeg te bieden, er is zelfs boter en kaas! Papieren borden en koppen redden ons en op de universiteit vind ik toch wel een prachtig plaatsje aan de vijver waar we kunnen zitten zeker? Frank haalt er stoelen uit het restaurant bij, na wat aandringen krijgt hij ze, en klaar is Kees: het wordt een super gezellig ontbijt!
Het tonen van de schilderijen is emotioneel, zowel voor mij als voor hen: ze genieten.
We tonen nog een beetje universiteit en nemen afscheid want wij moeten nog naar de stad om één en ander te regelen. We fietsen, ook al is het snikheet.
Na het regelen van de dingen die moesten en nog wat rondhangen gaan we in de antiekwinkel eens kijken of de kunstenaar, Didi’s broer, er is. Hij zit voor de deur te wachten op zijn vrouw. Wat ziet hij er excentriek en knap uit in zijn jeans , zijn lang haar, witte hoed op en dat Mongoolse gezicht! Maar wat erg grappig is: ook al trek ik al een week met zijn broer op: ik dacht dat het Didi zelf was die daar zat: zo lijken die broers op mekaar!
We nodigen hem uit om een kop koffie te gaan drinken: on-Chinezer kan niet. Dit voorstel stuit dan ook op onbegrip: Didi wordt opgebeld voor extra vertaling en wij worden uitgenodigd om samen te gaan eten. ZO gaat het er hier aan toe, en niet anders!
We komen in een ‘plattelandsrestaurant’ terecht: een curiosum in de grootstad, ook voor hen. De muren hangen vol kranten en souvenirs uit de tijd van Mao, de overheerlijke kip is een loopkip en geen batterijkip.
erwijl we naar huis fietsen worden we aan het Beilingpark nog eens heerlijk verrast: er is een zangstonde omwille van de Spelen. Een hele groep mensen zingt er losjes samen. Mooi! Weerom de krop in de keel. Het lied ‘Zonder communistische partij geen Nieuw China’ klinkt me vertrouwelijk in de oren en inderdaad: ook Frank herinnert zich dat het vorige oktober gezongen werd op school ter gelegenheid van het nationale partijcongres.
We ontmoeten er een Fransman van 86 jaar: pretlichtjes in de ogen, je kan het niet beschrijven. Ik kan zijn leeftijd niet geloven. ‘le vin Bordelais’ zou de reden zijn, maar ook dat geloof ik niet. Ik kijk eerder richting vrouw: een veel jongere Chinese. Hijzelf komt enkele keren per jaar naar China, en het leven is erg mooi…
Ik ben klaar voor een weekje verder werken aan drukwerk en nog meer palaveren. Zelfs zondag moeten we naar de drukkerij. Frank gaat mee. Dit is goed want nu ziet hij het hoe het eraan toe gaat al herinnert het hem natuurlijk wel aan zijn eigen zakenreizen. Na een uur ligt ie in slaap van verveling!
Maar voor mij is het erg intensief: alles moet goed gecontroleerd worden: alles. Zowel lay-out , als elk woord want zij hebben uiteraard geen idee wat ze gedrukt hebben, dit maakt het er niet makkelijker op voor hen. Dit is voor hen Chinees!
We fietsen, twee uur later dan voorzien nog een uur verder naar onze Belgische vriend. We vieren afscheid… ja, het zal vanaf nu wel echt beginnen!
Maandag ben ik klaar om de proefdruk te bekijken, alles ziet er bewonderenswaardig goed uit en het enig foutje dat ik bespeur is een foutje in de lay-out van de affiche dat… mijn schuld is. Wat een frustratie is me dat!
Dinsdag ga ik shoppen op een plaats waar ik al veel over hoorde maar nog niet kende: verkoop aan groothandelsprijzen. Ik wil een ‘hotpot’ stel kopen om onze vrienden in België te kunnen verwennen met een typisch gerecht van Noord China. Maar na enkele uren zoeken geef ik het op. Ik schakel Didi in. Hij wees me er onlangs op hoeveel soorten schoenen hier nu in de winkels staan, toen hij kind was had een vrouw keuze tussen hooguit vijf modellen, in nog geen twintig jaar tijd heeft China een aanbod groter als dit van heel Europa en Amerika samen. Maar zoals er keuze schoenen bestaat, zo blijkt er haast keuze in de hot pot, gelukkig kan hij me helpen!
Na deze aankoop smeekt hij me even mee binnen te springen bij zijn beste vriend die hier dichtbij woont. Daar ik het zo druk heb zag ik het eerst niet zitten maar dit bezoek is echt verrassend. Zijn vriend woont in een blok waarvan je denkt: waarom sloopt men deze niet, zo midden in stad? Vijf verdiepingen hoog, grauw, elk appartement een ander soort en kleur raam., een gang die niet grijzer en grauwer kan zijn… en dan kom je binnen in een klein maar supermodern ingericht appartement!
Ook met deze man kun je heel open en direct praten. Ik heb erg veel spijt dat ik een etentje moet afslaan. Hij vertelt dat het nu zo prettig is in China, nu het zo open is. Dat het lastig was dat men vroeger niet zomaar met vreemdelingen mocht praten. Als ik hem zeg dat ik dat wel deed destijds antwoordt hij dat dit alleen kon in bepaalde gebieden: op sommige plaatsen in een stad of helemaal in de boerenbuiten, maar op plaatsen waar ‘de middenklasse intellectueel’ woonde, mocht dat niet. Of hij dat erg vond? ‘Ja, maar het kon niet anders’ zegt hij en om dat te begrijpen zou hij veel meer moeten uitleggen over de geschiedenis, voegt hij eraan toe. Hij blijkt erg verrast als Didi vertelt dat we er veel van weten. En ja, hij vindt dat het communisme de enige vorm van regeren is die China kan blijven redden. Alleen jammer dat de jonge generatie niet meer weet waarom het communisme bestaat, hoe en waarom het er kwam. En nog erger: dat ze geenszins weten wat het kapitalisme is…
We staan stil bij de gedachte dat ook in China men alleen aan rijke landen denkt als het over kapitalisme gaat, maar niet aan Zuid-Amerika, Afrika, Indie, en al die andere arme landen die ook kapitalistisch zijn. Dat men dat in het Westen niet graag zo stelt ja, maar dat die gedachte ook in China niet onderstreept wordt is eigenlijk wel vreemd… ja, hij zou graag veel meer praten. Ik ook, hij is een erg fijne man. Maar ik moet gaan.
Michael en Joy, onze Canadese vriend en zijn Chinese vrouw nodigden uit om afscheid te nemen. Michael is apetrots als hij ons ‘onze’ Brel kan laten horen maar zijn ‘ne me quitte pas…’ kan ik nu werkelijk niet aan. Voor ik vertrok naar China had de zoon van goede vrienden dit op zijn gitaar voor mij gespeeld, toen kon ik het nét wel aan, nu niet. Gelukkig kan ik al lachen doorheen mijn tranen als Michael beteuterd zegt dat hij me alleen maar wou verrassen en vrolijk stemmen met zijn Brel. Jeetje, ik zal op mijn tanden moeten bijten…maar dan haal ik het gezicht van een vriend, vriendin, de kinderen of een familielid waar ik naar verlang voor mijn ogen en dan gaat het al een stuk beter. Daarenboven ontvang ik zo nu en dan een mail die me vertelt dat men ginder ver ook naar mij verlangt…oef!
Weet je, eerder deze week bezocht ik het appartement van Didi. Ook hij woont in een oude blok midden in de stad. Drie verdiepingen hoog, grijze hall, oogt zo arm. Hij heeft meer dan geld genoeg om een nieuwbouw te kopen, zo legt hij uit, maar hij wil niet verhuizen. Het wonen in zo een koele toren spreekt hem niet aan, en deze oude blokken met kleine tuintjes lijken een dorp in de stad. Zo rustig ook. Hij heeft gelijk. Net als bij zijn vriend heeft zijn appartement slechts twee kamers, een halletje, en wc waar boven de wc-pot ook een doucheknop hangt omdat het zo klein is, en een keukentje. Net zoals bij zijn vriend doet het echtelijk bed dienst als salon. Geen aparte slaapkamer. Het duurt even voor ik doorheb dat het opgeplooide tafeltje in de gang waarnaast twee kleine stoeltjes gestapeld staan eigenlijk de eetkamer is…
Bij hem geen moderniteit te bespeuren wel supergezelligheid én degelijkheid: hij doet in uitvoer van meubelen en binnenhuisinrichting.
Hij verraste me ook door me mee te nemen in een ander appartement. Dit bleek geen privé-woning te zijn: voor een beetje geld kan je er de hele dag mahjong spelen! Dit aan supergesofistikeerde tafels waar de mahjongblokken in verdwijnen en netjes op een rij terug omhoogrijzen… zelfs het werpen van de teerlingen gaat automatisch -wat een contrast met de omgeving.
’s Avonds ging ik mijn inkopen afronden in de winkel dicht bij onze universiteit: nog wat kruiden kopen om mee te nemen zodat ik China thuis ook een beetje kan ruiken en proeven.
Vergat ik toch wel rollen met drukwerk in een taxi zeker? Gelukkig had ik een ticketje gevraagd waarop het nummer van de taxi stond. Toch was het een hele bedoening om mijn rollen terug in handen te krijgen. De chauffeur wou ze niet brengen. Uiteindelijk mocht ik zaterdag naar een adres in de stad rijden, hem daar opbellen en dan zou hij zelf naar die plaats komen. Zo gezegd, zo gedaan maar toen ik hem daar opbelde nam die lelijkerd de telefoon niet op. Ik stond voor een grote bank, ging er binnen en vroeg of er iemand Engels sprak. Ik had geluk. De bediende hielp me, net zoals het er hier steeds aan toe gaat, tot mijn probleem opgelost werd. Hij belde de taxiorganisatie op, gaf het nummer van de chauffeur door en die zouden hem wel op het matje roepen. Inderdaad, een uur later stond daar iemand met mijn rol. Ik dankte de bediende enthousiast. Zijn collega kwam prompt aanzetten met een gastenboek: of ik er een goed woordje voor haar collega wou in schrijven? Graag.
Na wat shoppen op mijn eentje, ik geniet er nu erg van, gaan Frank en ik uit eten met Didi en de kunstenaar Erge, de twee broers, de twee excentrieke mongolen. Erge wil met ons op reis! Hij wil met ons twee dagen naar een mooi historisch dorpje, onbekend voor enig buitenlander. Dit vertelde hij ons al enkele weken geleden. Maar dit realiseren gaat niet zo makkelijk. Daar Didi het een beetje beu werd om tussenpersoon te spelen stelde hij dit etentje voor. Het blijkt dat de weg deels weggespoeld is door de hevige regen maar als het ons niet stoort kunnen we er via een omweg komen, misschien wel vier uur rijden. Het stoort ons niet.
Dit wordt aan een tafeltje buiten op straat besproken. Didi leidde ons daarheen omdat hij weet dat ik verlekkerd ben op buiten eten maar wat een gezicht zette Erge op? Dit was toch veel te min voor de ‘lawaai’ (buitenlanders)? Het kost hem enige tijd om te ontdooien en te begrijpen dat deze lawaai echt wel avonturiers zijn en dit net reuze vinden. Ja, dat Didi veel ervaring heeft in het buitenland en Erge niet is wel te voelen. Maar Erge zo een expressief man, hij kan zo’n gezichten opzetten, ik hoef zijn taal niet te spreken om te snappen wat er aan de hand is. Hij is een prachtige creatie! Uiteindelijk geniet hij ook van het samen zijn als hij ziet dat de ‘lawaais’ gelukkig zijn! Ook Luo, een vriend van Didi die mijn schilderijen fotografeerde, en betaling voor zijn werk weigerde, is van de partij. Hij heeft trouwens geschenken mee voor me: een kalligrafie op rol waarop geschreven staat: ‘waar de hemel en de mens mekaar ontmoeten ontstaat creatie’. Hang ik beslist in mijn atelier op. Maar het schilderij rol met rode bloemen en een vlinder is helemaal top. Hij vertelt me dat hij in de vlinder mij ziet: fladderend van bloem tot bloem om alle kennis op te zuigen, de bloem is China.
Zondag gaan we afscheid nemen bij het pas getrouwde stel: Yang en zijn vrouw. Frank zijn eerste Chinese vriend, we waren met onze Lut en Inga op zijn huwelijksfeest.
We stoten tijdens onze fietstocht op geknal en gefeest: bleek het de start van een gigantisch bouwwerf te zijn: zelfs de bouwkranen hadden een grote rode papieren bloem om! Ja, Chinezen houden van feesten: elke gelegenheid is goed voor een groots vertoon! Wanneer we later de foto’s aan yang tonen wordt hij wild: Maar dat is de bouwwerf van het nieuwe appartement dat we kochten.Ze hopen er binnen een jaar te kunnen intrekken.
We vinden het appartement niet en de GSM redt ons weerom: we geven die aan een Chinees ter plaatse en die legt dan uit aan onze vriend waar we staan en zo wordt naar een oplossing gezocht om ons uit te leggen hoe we verder moeten…
Als naar Chinese gewoonte worden we nog voor we kunnen zitten verwelkomd op cola en watermeloen, pinda noten en bonen op zoutwater.
Hij toont ons trots zijn bed: puur hout. En de matras is gevuld met een natuurlijke vezel uit een bekende streek. Ook het deken is geweven van bamboevezel. Ze voelt zalig aan, als linnen. Op de matras liggen enkele muntjes. Dat brengt geluk e n rijkdom. Frank vindt in zijn portefeuille nog een vijf eurocent muntje dat onze vrienden extra fortuin zal bezorgen.
In de eetplaats hangt een uurwerk: de plaat is een trouwfoto van het stel. Het meisje zit erbij met een kroon, als een koningin.
Er hangt ook nog en reuzengrote trouwfoto. Een soort collage. Ik herken onze Yang nauwelijks: geen brilletje, geen pokdalige huid o nee, een velletje zo glad als een babybilletje! Niettegenstaande ze pas een maand getrouwd zijn moeten ze nu al denken: ‘wat zagen we er toen jong en mooi uit!’. Ik geniet ervan naar Yang te kijken: hij is gelukkig, zoveel is duidelijk. En dan kan hij zo knap worden als hij lacht, zo anders. Zijn vrouwtje glimlacht al naar ons, ziet er ontspannen uit, dit is een grote sprong voorwaarts in vergelijking met onze eerste ontmoeting. We bedanken haar en haar ouders nogmaals heel oprecht voor de manier waarop ze ons en mijn zus ontvingen op de trouw. Ze zegt dat ze spijt heeft dat protesterende boze boeren ons de toegang naar de heilige berg ontzegden toen we die wilden bezoeken met haar familie, maar dat ze dit opnieuw voor ons zullen regelen als we terugkomen: ik was het voorval al vergeten!
Wat we verder begrijpen is dat wij véél te snel eten. Het is eigenlijk de bedoeling dat je op dergelijke dag in stukjes en brokjes eet, een namiddagvullende activiteit, zonder dessert of koffie: gewoon het eten zelf traag verorberen, en babbelen, uren aan een stuk…
Hij ziet er zo gelukkig uit! ach
We rijden vandaag drie lekke banden… een beetje teveel van het goede. Een van onze binnenbanden is op tien maanden tijd al verstorven en springt gewoon open. Maar toch genieten we weerom van deze fietstocht die ons naar de andere kant van de stad leidde.
Vandaag ontmoet ik de broers weerom. De ene broer heb ik nodig voor vertaling en om iets te regelen in een winkel, de andere omdat ik in zijn antiekzaak een theepot wil kopen, een mooie dag voor een grote aankoop, het is onze huwelijksverjaardag. Het werd een bijzonder emotionele dag. Er werd over hun jeugd en leven vertelt. Wat een verhalen! Bij allen stroomden veel tranen. Bij elk smaakten de tranen wellicht anders. Doorheen sommige tranen stroomde de hele jeugd. Andere klonterden door trauma’s en nooit vergeten pijn. Of van gemis. Maar er waren ook tranen die geurden als een parfum die je nooit wil vergeten: die tranen stroomden uit dankbaarheid deze verhalen te kunnen delen.
Erge is de man die het turbulentste leven had, Didi, die de jongste was, de man die al het verdriet van oudere broers en ouders zag en ieders eigen standpunt begreep. De man die van de mensen met de verschillende standpunten evenveel hield. In hem zie ik veel van mezelf: ik was ook de jongste en weet heel goed wat het betekent om als klein kind conflicten en zoektochten van oudere broers, zussen en ouders mee te maken. Ik was ook zo’n kind die het allemaal zàg en aanvoelde en daartussen probeerde te jongleren, lief te zijn voor alle partijen omdat ik ze allen begreep.Soms denk ik dat je daardoor als jongste minder kans krijgt om kind te zijn…
Zijn relatie met zijn broer is ontzettend diep. Ook al was hij ook het verwende nest, het kind dat alle liefde van de moeder kreeg die overbleef, of de liefde die ze te weinig aan de oudere gaf, er is geen jaloersheid omwille van die verwendheid…
Toen Erge vijf jaar oud was, besloot de moeder die uit Mongolie kwam te gaan studeren. Ze wou dokter worden, net als haar man. Een dokter voor vrouwen. Vier kinderen opvoeden en studeren was te zwaar. Daar verwacht werd dat elk gezin één monnik leverde werd Erge toen naar een klooster gestuurd, een klooster waar de broer van de grootvader leefde. Na vijf jaar, na de studie van de moeder , Erge was toen tien jaar oud, liet de moeder Erge terug naar huis komen want ze wist dat het kind daar niet gelukkig was. Maar het kind was zo ontworteld van zijn thuis dat het helemaal niet van zijn moeder moest weten en zich toch helemaal vastklampte aan de oude monnik. Zo erg zelfs dat men besloot de oude man in huis te nemen. Het kind hing constant aan de man, weigerde alles van de moeder, zelfs een blik. Die situatie duurde te lang, de moeder verloor haar geduld, de spanning steeg.
En net toen het een beetje op zijn plooi kwam, Erge was 17 jaar, besloot Mao dat jongeren uit de stad naar het platteland moesten om het ware leven te leren kennen, om de problemen van China beter te begrijpen, om er mannen te worden. Terug een ontworteling voor de jongen. Het afscheid was zo verdrietig, de jongen leek zo wanhopig. Didi die toen twaalf was gooide zijn spaarpot stuk en gaf hem de drie kwai dat hij in zijn leven bij mekaar gespaard had. Eigenlijk heeft deze geste de rest van hun leven bepaald. Erge is er nog steeds van geroerd en eigenlijk is Didi, het kleine jongetje de grote broer geworden voor Erge, de broer die altijd Didi zal helpen in woord en daad, ook nu nog.
Twee jaar nadat Erge naar het platteland gestuurd werd moest de familie ook vertrekken: het was de tijd dat Mao de intellectuelen uit de stad het platteland wou laten kennen. Zijn familie was een rijke familie. Maar het fortuin werd bij mekaar gespaard omdat ze dokters waren van generatie op generatie. Niet omdat ze zakenmannen waren of omdat ze oneerlijke praktijken hadden. Daarom geraakten ze nooit echt in ongenade. Daarenboven had de partij dokters nodig, zeker op het platteland. Toch werden de ooit zo geëerde mensen plots door buren en vrienden gemeden, het was geen leuke tijd. En op het platteland was het van nul herbeginnen. Ze verbleven er acht jaar. Maar Erge zat op een andere plaats en zag zijn familie alleen met het Chinese nieuwjaar. Daarenboven zag hij drie jaar niemand omdat hij in een heropvoedingskamp terecht kwam. De boeren kregen in die tijd te veel macht over de jongeren die naar het platteland kwamen.. Sommige boeren waren heel erg goed en wisten wat Mao bedoelde met deze hervorming, andere wisten het niet, wilden het niet weten of maakten moedwillig misbruik van hun situatie. Zij behandelden de jongens en meisjes uit de stad slecht. Maar klagen konden die niet want de boeren kregen toch gelijk. De boer van Erge was zo een slecht man, hij misbruikte zelfs meisjes uit de stad. Erge en zijn vrienden konden er niet meer tegen, ze besloten de boer een lesje te leren en vielen hem aan met messen. Het verhaal eindigde in drie jaar heropvoedingskamp. In beroep gaan kon niet want de heropvoeding werd door het lokale bestuur opgelegd, niet door een rechtbank. Mao onderschatte deze problemen, hij geloofde in de positieve resultaten van stedelingen en intellectuelen naar het platteland te sturen. Enfin, een harde tijd voor Erge. Na thuiskomst was de jongen 27, tijd om uitgehuwelijkt te worden maar uiteraard zou het vreemd geweest zijn had een huwelijk met zo een basis stand gehouden.
Er volgde een scheiding en jaren van zoeken naar de juiste plaats in de wereld.
Didi hielp hem. Daar Erge als kind al bezig was met verzamelen van oude spulletjes, en opzoeken van de oorsprong ervan leek lesgeven in geschiedenis een oplossing. Dat deed Erge een aantal jaren maar toen kwam Didi in de handel met het buitenland terecht, verdiende erg goed zijn brood en stimuleerde en hielp hij zijn broer om ook een zaak te beginnen, een antiekzaak. Ze doen alle inkopen en betalingen samen want Erge blijft een kunstenaar, geen zakenman, Didi wel. Al kreeg hij een gigantische financiële klop tijdens de Aziatische crisis in 1997. Didi zelf laat het gigantische financiële verlies van toen niet aan zijn hart komen en is blij met wat hij nog heeft. Hij zegt: ik leef ik het kleinste, oudste, lelijkste appartement van ons vier, heb bijna niets maar als zij meubels tekort hebben om hun veel te grote appartement in te richten geef ik hen die. (Hij zit in de meubelsector. Laat hier meubelen maken, en levert aan winkels in het buitenland.). ‘Ik ben gelukkig met wat ik heb’, zo zegt hij en hij toont zijn eigen sofa, waar de springveren eruit schoten is die bedekt met een plaat en een plaid…Nu weet ik waarom hij het zo fantastisch vindt dat ik zoveel oude kleren draag die ik steeds een nieuw leven geef!
Als ik Didi vraag of hij als kind genoeg liefde kreeg van zijn moeder doorheen al dit gerommel vloeien de tranen. Heel veel liefde, ontzettend veel. Hij toont me een zeer persoonlijke herinnering van zijn moeder. Te aangrijpend. Ook ik word geconfronteerd met mijn grote zwakte: ik ween niet makkelijk maar als ik begin kan ik niet meer ophouden.
Als ik nogmaals vraag hoe zij aankijken tegenover de geschiedenis zijn de meningen iets verdeeld. Erge ziet de culturele revolutie als een miskleun van een periode, zonder meer, ik bedoel zonder reden om dit goed te praten. Didi ziet het meer in een geheel, fout maar te zien in zijn context. Beiden zijn ze het er wel over eens: Mao bevrijdde het land, het zou dit land niet zijn zonder Mao, en het land heeft alles te danken aan zijn communisme en het moet zo blijven én verder evolueren zoals het bezig is. De geschiedenis van China is goed geweest voor China…
Om wat te ontspannen vertel ik over onze huwelijksverjaardag. Prompt kijken ze mekaar aan en verdwijnen. Ze komen terug met een mand vol rode rozen! Ik neem de taxi huiswaarts om uit eten te gaan met Frank.
Alleen met Frank is hier niet mogelijk, zelfs vandaag niet. We hadden een afspraak met Yanting, het meisje dat altijd in de bres springt als we om het even welk probleem hebben. Volgende week vertrekt ze voor twee maanden naar Amerika als jobstudente, haar grote droom om het ginds eens mee te maken. Dit afscheidsetentje verloopt met nog heel veel bedenkingen en vragen over het leven: dit meisje denkt ontzettend veel na. Over haar land, over haar opvoeding, over haar toekomst. Ze ziet ons als haar grote raadgevers en is Frank als laoshe (leraar) heel erg dankbaar. Ze bewondert zijn intelligentie; zijn bijnaam in de klas is Einstein!
En zoals het staat bij Einstein: hij weet zich niet te gedragen bij het afscheid en reikt haar stuntelig de hand. Ik duw hem in haar armen en laat hen eens goed knuffelen en doe hetzelfde! Natuurlijk doet dit deugd, ze was en is echt een goed vriendinnetje geweest, we hopen nog van haar te horen!
Thuisgekomen leg ik de laatste hand aan de koffers: morgen 1 juli worden ze afgehaald en naar de haven van Dalian gebracht. Het zal me niet spijten dat dit achter de rug is. Alleen maar hopen dat ze heelhuids toekomen! Nu deze klus geklaard is ben ik doodop. Ik doe het morgen rustig aan zodat ik onze tweedaagse uitstap naar de Mandchoes aankan, ik kijk er heel erg naar uit. Jammer dat het weer gaan regenen is. Ik had ervan gedroomd enkele uren in het Beiling park op een matje te gaan soezen…
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)
