in Hami is de taxi gratis!

23 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Shenyang ligt twee weken achter me. In mijn hart ligt het nog heel dicht bij me maar hier in het Noord Westen van China ligt het zo veraf dat ik me moet forceren niet te vergeten dat ik nog in China ben.

We zijn nu in de oase Hotan, gelegen op de zijderoute, en een van de meest afgelegen steden in China. We lopen hier reeds een dag rond en zagen nog geen enkele toerist. Urumqi, de hoofdstad van hun provincie ligt hier 1.600 kilometer vandaan. Hotan is aan de ene kant van de wereld afgesloten door de Kunlun bergen en aan de andere kant door de Taklamatan woestijn. Het is via deze woestijn dat we de stad bereikten. Een gammele Volkswagen Santana bracht ons hier. De rit duurde twee volle dagen en zag er helemaal anders uit dan in mijn dromen. In mijn dromen zag ik ons racen, alle Chinese chauffeurs zijn toch zotjes in het verkeer ?, in een plaatselijke bus of met een jeep, verhit, gestoofd door een woestijnzon die de temperatuur laat oplopen tot minstens 50 graden. De realiteit was dat we als het ware op handen en voeten door de woestijn kropen met onze Santana en bijna kou hadden. Het regende in de woestijn! Daarenboven zag de woestijn er niet zo woestijnachtig uit want links en rechts lag een gordel groene struiken van twintig meter breedte die door een buizenspel en meer dan 100 waterputten constant geirrigeerd wordt. Dat moet natuurlijk, anders wordt de weg binnen een dag bedekt door een mantel van zand. Daarenboven was onze chauffeur van de Santana was zo voorzichtig dat hij 20 reed, daar waar 40 mocht en 50 daar waar 70 mocht, Frank had echt het gevoel dat we er kruipend sneller zouden komen. Het lijkt ons echt dat de verkeersregels en de controle hier in dit verlaten gebied veel strenger zijn dan in het dichtbevolkte gebied van China. Is dit omdat we in een gebied van de minderheden zijn of is dit doodeenvoudig omdat deze banen bijna uitsluitend zwaar verkeer hebben en dus levensgevaarlijk zijn als ze door een dorp komen? Een keer heeft Frank de moed om Adil, zo heet de man, te vragen sneller te rijden en terwijl hij zijn Chinees samensprokkelt om dat uit te leggen duikt een politiewagen op die ons doet stoppen!
Maar ik, hij natuurlijk ook wel op de momenten dat hij zich niet ergerde, genoot geweldig van deze tocht! Ik ben verlekkerd op woestijnen! Vooral het moment dat we van een heuvel reden en dus de weg met de groene berm voor ons zagen kronkelen tussen eindeloze heuveltjes van zand wist je wel echt waar je was: midden in een woestijn die slechts sinds enkele jaren toegankelijk is per wagen.
 
Nu hebben we wel veel woestijn gehad. De vorige weken doorkruisten we , met een echte grote bus maar dan enkel voor ons twee en een bevriend koppel uit Belgie, stel je voor wat een zicht dat was, een deeltje van de Gobi woestijn en het bekken van Turfan, het diepste punt van Azie, gelegen op 157 m onder de zeespiegel. We volgden de zijderoute. Dit spreekt toch allemaal tot de verbeelding, niet? Ik kon het me niet voorstellen en vind het echt fantstisch dat ik dit meemaak. Maar de verassing tijdens die tocht waren de steden, gelegen in de oases, in de woestijn.  
Die oases bleken veel groter te zijn dan ik dacht, honderden vierkante kilometers. En echte tuinen van Eden: de mensen leven er zo rijkelijk, hebben er zo een weelderige oogst van katoen, mais, bloemen, granen, fruit en groenten dat je in de stad zelf vergeet dat je geisoleerd in een woestijn zit. De steden zijn er welgesteld! Zo zie je maar. Ik was ook verrast om dagen later te weten te komen dat vele van die oases niet zomaar een gift van de goden zijn. Mensenhanden graafden duizenden kilometers kanalen onder de grond, de beroemde karets, die het water uit de bergen naar deze plaats leiden.
Ja, eerder bleek de geschiedenis van dit gebied ons zo onwezenlijk: waarom vocht me hier toch zo om de grenzen te verleggen of te behouden? Dit is toch maar zand, zo dachten we… we begrijpen dat het veel meer geweest is.
 
Het gevoel dat ik niet meer in China ben komt er onder andere door de Oeigoer bevolking: Islamitisch, sterk gesluierde vrouwen, soms alleen de ogen zichtbaar, en sommigen mannen lijken wel Chinees maar anderen helemaal niet. Onze chauffeur bijvoorbeeld lijkt echt een Rus. De meeste mannen zijn groot en eerder dik, de jonge vrouwen zijn gesluierde Oosterse schonen, de oudere vrouwen dikke dames met veel te veel dikke kousen onder de lange rokken. Verder zien we hier overal moskeeen en veel ‘zuivere restaurants’ en brood. Van die prachtige, platte broden die er samen met de muziek, die niets meer met mijn heerlijke Chinese muziek te maken heeft, voor zorgen dat ik me in het Midden Oosten waan en steeds praat over de Oeigoeren en de Chinezen. Dit is erg fout gezien de Oeigoeren ook Chinezen zijn.  Je  praat over Oeigoerchinezen, Hanchinezen, Huichinezen.
 
Het gebrek aan rijst, de overdaad van heerlijke meloenen, druiven en ander vers fruit en rauwe groenten, de temperatuur die wel deglijk tot 50 graden kwam maakt me afhankelijk van darmfloraherstellende pillen en imodium. Toch nog! Dit na twee jaar diarreeloos in China te leven. Mijn gezicht staat erg scherp. [alleen dit deel van mijn lichaam -maak je geen zorgen mama- al mocht het voor mij nog elders ook!] Maar ik wordt gelukkig niet gehinderd in het reizen al ligt het tempo nu wat lager.
 
Verder, totnogtoe, heugt me ook de rit op de rug van een kameel. Al was dit vrij toeristisch, ik genoot ervan en zou wel eens willen terugkomen voor een meerdaagse tocht per kameel. Ook de momenten dat we even van de kameel afstapten en een zandbergje beklommen om er ons dan bloodvoets van af te laten glijden vond ik heerlijk. Het zand was er niet te warm en zo heerlijk zacht van korrel. Bij de volgende stop kwamen we in een echte oase terecht: een meertje, midden in de zandvlakte, ernaast staat een tempel. Ooit moet het hier vol tempels gestaan hebben maar tijdens de culture revolutie werden we vernietigd. Bij overgebleven tempel ligt een prachtige bloementuin, een lapje bloemen heerlijk met hun voetjes in waterbedden, in de woestijn… het kan.


Natuurlijk genoot ik eerder op de reis mateloos van Dunhuang. De Mogao grotten met beelden en muurschilderijen die we bezochten en werelderfgoed zijn vergeet ik nooit. Zo spijtig dat ze over enkele jaren zullen gesloten worden voor het publiek. Ik moest wel lachen om de gids. Als een bedweterige westerling gaf ik haar de opmerking dat de restauratie van de gevels voor de ingangen van de grotten toch wel beschamend lelijk is. Ze legde me resoluut uit dat deze site in 1957 gerenoveerd werd, dat het land toen heel erg arm was en Mao wel het geld voor andere dingen nodig had en het erg bewonderenswaardig geweest is van hem het te restaureren.
Maar in datzelfde Dunhuang genoot ik vooral van het bezoek IN een graftombe. De langwerpige kleistenen van ongeveer 15op25 cm liggen zonder cement in een koepelvormen en ze zijn individueel beschilderd met prachige afbeeldingen van het dagelijkse leven. Zeer vlotte lineaire tekeningen uit zwart, wit en rood. In de eerste koepelvormigekamer vertellen ze verhalen over oogst en jacht: dit is de kamer die als symbool staat voor de voorraadkamer. In de tweede koepel vertellen de tekeningen hoe eten bereid en opgediend wordt. Er zijn ook tekeningen van zijde en zijdewormen. De derde kamer, hier lag het koppel opgebaard, toont tekeningen van juweelkistjes.
Al eerder in Wuwei, bezochten we ook een tombe. De eerste maal dat ik in zo een tombe kwam en toen ook besefte ik hoe onze tombe in het Beilingpark van Shenyang er moet uitzien. Gek dat ik me nooit die vraag stelde! In de tombe van Wuwei vond men ook het erg bekende beeldje van een paard dat steunt op een zwaluw. Het gekke is dat wij dat beeldje thuis hebben en ons verder ook nooit afvroegen wat de geschiedenis ervan was! We wisten gewoon dat het uit China kwam, we dachten uit de streek van Xian! Toen ik in Shenyang door het raam van de kliniek keek tijdens mijn behandeling met de bamboebuizen had ik het paard reuzegroot in het park zien staan. Blijkt het dus nu uit de andere kant van China te komen, gevonden in een tombe in Wuwei die slechts in 1983 ontdekt werd, en in werkelijkheid 34 cm hoog te zijn. Het lag in het graf van een groot veldheer: hij won vele veldslagen omdat hij het geheim van een goede veldslag kende: een paard hebben dat sneller is dan een zwaluw…
Je kan denken dat ik dergelijk samenvallen van gegevens leuk vind!
 
In Jiayuguan, ook gelegen op de zijderoute bezochten we twee weken terug een fort van de grote muur, ten tijde van de Ming dynastie was dit het feitelijke einde van China en van de muur.  Opgebouwd uit zandsteen maar hier opmerkelijk goed bewaard omdat de streek erg droog is.
Dit fort is erg belangrijk omdat de zijderoute erdoorheen liep. Dit fort is 600 jaar oud en voor 70% zoals het oorspronkelijk was. Het is de vijfde keer in mijn leven dat ik op de muur sta. Elke keer ontsluiert de muur zich voor me op een andere manier en telkens is het een avontuur. Hoe ze hier enerzijds in een canyon loopt, de canyon die een natuurlijke verdedigingsgrens vormde en anderszijds over de bergen verdwijnt, de woestijn in. Maar hier is het bezoek aan dat fort op de muur de nieuwigheid voor me. Het fort huisveste destijds een volledig dorp. We bezochten niet alleen de wachttorens maar ook de tempel, het openluchtteater en de woningen van de officieren. 
In het museum vlakbij ontdek ik weer iets dat ik echt niet wist: DE muur bestaat niet! Er hebben wel vijf muren bestaan! Telkens opgebouwd onder diverse dynastien om andere grenzen te verdedigen… Tjonge, waar haalden al die keizers het in hun hoofd dit te laten bouwen? Ik denk dat de symbolische waarde, het effect dat dit bouwwerk op het volk was erg belangrijk moet geweest zijn.

Ik kom nog even terug naar de dagen die net voorbij zijn. Drie dagen terug, net voor we de woestijn introkken bezochten we Hami. Daar beleefden we de gekste dingen. De vrouw van het hotel is verontwaardigd dat we zo slecht Chinees spreken, de taxichauffeur is zo onder de indruk van ons Chinees dat we onze rit naar een mausoleum niet mogen betalen! Het mausoleum is echt heel mooi: een natuurlijke houten koepelconstructie waar wind en licht kan doorheen spelen staat in fel contrast met de koepel ernaast die eerder beantwoordt aan het klassieke beeld van een islamitische koepel die we hebben. Vanuit de tempel zien we een volkse buurt liggen. Niet eenvoudig om die direct op te merken daar huizen en omgeving eenzelfde kleur hebben: de woningen, de graven: alles is opgetrokken uit leem. Daarheen dus. Mannen op weg naar de moskee kijken ons aan, vrouwen slenterend in de straat lachen naar ons. Een vrouw nodigt ons complexloos aan in haar huis. Ze biedt ons brood aan, thee en meloen. Je kan denken dat ik in mijn nopjes ben! Dit is pas reizen! Ze onderbreekt ons gesprek voor haar gebed. Even een zwart sjaaltje om het haar in de plaats van het gele sjaaltje en dan maar bidden en knielen. Daarna gaat ze verder met haar verhaal. Ze had vier dochters en allen studeerden ze aan de universiteit. eentje studeerde in Peking. Dit is het laatste verhaal dat ik in dit islamitisch dorp, veraf gelegen van alles, verwachtte. Haar verhaal druist in tegen het verhaal van de jonge Oeigur die we ‘s avonds ontmoeten. Hij vertelde ons dat hij fan is van de VOA [de voice of America] en luistert naar CNN. Hij gelooft wat hij daar hoort: deze stemmen komen uit landen van vrijheid. Hij klaagt dat China niet naar deze minderheid luistert. Hij vertelt ook dat hij als Oeigurchinees niet kan studeren in scholen waar Hanchinezen studeren. Achteraf bedenken we dat dit misschien komt omdat zijn Chinees niet goed genoeg is, de Oeigurvrouw waar we eerder mee praten sprak perfect Chinees.

Slechts twee dagen later hebben we weer geluk. We bezoeken de dorpen rond Turpan. Prachtige oude dorpen. Grote huizen opgetrokken uit gedroogde stenen. Elk huis heeft een knappe houten ingangspoort die leidt naar een erg grote en vooral hoge centrale ruimte. Het ‘plafond’ van die ruimte is een hoog opgetrokken kubus in honingraat structuur zodat de wind vrij spel heeft. In die ruimte staat een tractor, in die ruimte wordt gekookt, gegeten en geslapen. Het dorp zelf rust in de schaduw van hoge, rechte bomen, dunne wilgen, denk ik. Ook hier worden we binnen gevraagd! Een vrouw met haar kleinzoon en schoondochter verwelkomen ons met thee, snoep, koekjes, fruit en brood. Keihard brood, we zien dat ze het in stukjes laten weken in melk of thee. Ik neem natuurlijk de kans om het grote, eenvoudige maar knappe huis te fotograferen. Hier is dit geen probleem, vele andere mensen hier deden eerder teken dat ik niet mag fotograferen. Wat een verschillen. Verderop in het dorp liggen een kleine meid en een jongen in blote piemel zich op een bed te amuseren met een paraplu. En maar lachen! Trouwens, de bedden staan hier overal buiten op straat, boven op de daken, over brugjes… ook dit doet erg Oosters aan.
 
Nu ik deze twee weken overloop zou ik het nog over veel meer moois en indrukken kunnen hebben, er is zoveel gebeurd! Ook het reizen en de gesprekken met onze kennissen uit belgie was een avontuur. Zij leefden enkele jaren in Shanghai en in de zakenwereld. Bijzonder interessant hun kijk op China te horen! Ik kan er wel uit concluderen: ‘Het’China bestaat niet. En… wat ik ook meer dan ooit besef: ik heb deze twintig jaar waarin ik erg diverse mogelijkheden had om dit land te bezoeken nodig gehad om nu toch wat puzzelstukjes in elkaar te laten vallen… daarenboven: het geeft honger naar nog! Maar nu moet ik gaan: de temperatuur is gezakt: we kunnen de stad bezoeken!
 
Morgen reizen we verder richting ons verste punt, Kashgar. Ik ben een beetje bang. Het is onrustig in deze gebieden, het bevalt me niet. Frank zal dit uitgelegd hebben in zijn verhaal, veronderstel ik. Hier hadden we niet echt rekening mee gehouden maar de Spelen zijn blijkbaar de kans voor velen om hun ongenoegen te uiten…
 


Trackback URI | Comments RSS

Leave a Reply

Name (verplicht)

Email (verplicht)

Website

Speak your mind

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin