Olympische Spelen tot in elke uithoek

30 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

De treinreis van tien uur van Kashgar naar Kuqa werd er eentje van veertien uur: de treinrails hadden last van wateroverlast. Het had veel geregend en daar is de woestijn niet op ‘gebouwd’! Zo sukkelden we doodmoe om drie uur in een hotel. Ik las nog een uur, te moe om te slapen.
[ik lees een zeer erotisch boek over een lesbische vriendschap rond de eeuwwisseling van 1800 naar 1900, tijden waar dit soort verhoudingen nog niet echt getolereerd werden, speelt zich af in Engeland. Ik nam het boek mee omdat het dik was en toch niet veel woog en dacht al dat dit niet echt een goede keuze was omdat het niets met het land te maken heeft waar ik ben maar eigenlijk heeft het wel iets hierover te lezen in een landsdeel met gesluierde vrouwen en waar wellicht ook veel verborgen gebeurt]
Dit is wel erg intens reizen nu. Nadat we even uitsliepen tot tien uur en ontbeten, stapten we een taxi in om ons door prachtige landschappen rond Kuqa te rijden en onderweg ruines en beschilderde grotten te bewonderen. Het zijn de landschappen die ik nooit zal vergeten! Ze deden me denken aan een topreis door deadvalley in de States. Ook hier geniet ik mateloos van zandformaties en de kleuren. Wat heeft de natuur toch veel fantasie! Eerst is er een landschap met roze-rode raar gedraaide kegels, reuze halve bolhoedvormen, molshopen… noem maar op. Later zijn het echt bergwanden die uitgesleten werden door regen in wind in lijnen, nu horizontaal lopend dan weer vertikaal ingesneden. Prachtig. Het grootse, het eindeloze beneemt me de adem. Ik voel me weer heel erg dankbaar en gelukkig.
Bij de ruine, ben ik ook erg emotioneel. Ooit stond hier een ernorme boeddhistische tempel met uiteraard huizen errond die dan veel kleiner waren. 9de tot 12de eeuw. Maar zo’n dikke muren, men geloofde ook dat het eeuwig zou duren!
De kleur van de ruines, rode oker tegenover het grijze van de keitjes in het zand en tegenover het paarse van de bergen in de verte is prachtig. Geel oker ontbreekt niet in het pallet, het zorgt voor de glans en de glitter,net zoals de kronkelende rivierbedding: bruin water , glinsterend in licht, kronkelt er snelstromend doorheen.
 
De muurschilderijen in de grotten zijn ook knap. Niet te vergelijken met die in Dunhang, dat niet maar mooi. Berlijners hebben de mooiste figuren uit de muur gezaagd… we kunnen ze aldaar gaan bezoeken. Jeetje… en opvallend: islamieten haalden alle weergave van kledij van de figuren weg. Zo zie je een muur vol geschilderde boeddha’s met zandkleurig,kleur van de naakte rots, gewaad.
 
We snellen terug door het prachtige landschap om de trein te halen van 7.30 om om middernacht in Korla aan te komen. Nu voelen we de aanwezigheid van de Spelen een beetje teveel: eerder op de dag mochten we een mooi gebied niet in, want er zijn olie- en gasvelden en nu is het gebied tot na de Spelen afgesloten. Ook de controles voor we op een trein geraken zijn strenger al is het aandoenlijk hoe de mannen die ons moeten controleren zich generen en zich excuseren. Ze zouden ons handtasje weer helpen dichtdoen, indien we ze niet tegenhouden en zeggen dat we het wel begrijpen en niet erg vinden. Maar in Korla mogen we niet meer binnen in gewone hotels: we moeten minstens drie sterren nemen, regeling tot na de Spelen.  EN voor we naar onze kamer mogen moet de valies even open. Gewoon open, men kijkt er niet in…
Korla is een grote moderne stad. Een mooie stad, zouden de Chinezen zeggen, maar voor ons ishier niets pittoresks te beleven. Straks om twee uur gaan we bussen voor minstens zes uur naar Urumqi, door de Tiansdhan bergen. Het wordt beslist weer erg mooi, nee, ik krijg niet snel genoeg van woestijnen en gelukkig reizen we graag. Nu moet gezegd: een taxi of eigen jeep kan wel luxe zijn maar dit openbaar vervoer is toch wel echt boeiend. Zelfs het meisje dat op vorige lange treinreis de hele dag sliep maar om middernacht, toen wij wel eens een paar uurtjes wilden dutten, luidop aan een stuk door begon te kletsen met haar buur had ik eigenlijk niet willen missen… Of de zes Oeigoerse jongeren die gierden van het lachen met een spel dat ze speelden, of de vader die zijn zoontje net voor de bus [op een eerdere bustocht dus] zijn drukje liet doen… ze horen erbij!

Gesluierde dames in China!

27 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Vanmorgen een heksenketel overleefd! Intenser genieten van overleven en heksenketels kon ik niet meer, het was prachtig! Ik begrijp nu ten volle dat ik in een heel erg belangrijke stad van de zijderoute ben, maar ik begrijp vooral dat we in een stad zijn waarvan de eerste buurstad van enig formaat op meer dan 1000 kilometer ligt.


Het is DE zondagmarkt van Kashgar die me in geuren, kleuren en de nodige mix van elkaar overheersende geluiden 2000 jaar geschiedenis vertelde en wat de gevolgen zijn van zijn geografische ligging. Ik heb het begrepen. 
Hier liepen tienduizenden mensen te kopen en koopwaar aan te bieden. Van arme sloebers tot prototype sjieke matrones in uitgedoste tenues die ik later met plezier omschrijf!
Maar eerst wil ik de koopwaar in beeld brengen. Op de brug begint het nog rustig, we zijn ook vrij vroeg. Daar staan ze met borstels gemaakt van takken waar de botten nog aanhangen. Zo eentje wil ik wel in mijn buitenkamer. En met ceinturen en gebakken potten en kruiken, ik smelt. Maar eenmaal de brug over verliest deze buitenmarkt alle structuur. Potten, lage tafels, emmers, meloenen, messen, bh’s, honden, hout, ijsjes, kammen, groenten, kinderbedjes, ongediertebestrijder,hoofddeksels, noedelgerechten, schoenen, kebab, fruit, stoffen, sloten, pas geslachte of nog niet geslachte schapen… alles is er te koop. Niet een paar van wat per paar verkocht wordt maar duizenden paren, geen meter maar duizenden meters van al wat te meten valt. De zijden, wollen en katoenen stoffen liggen op bergen gestapeld en de verkopers zitten er bovenop.Anderen stoffen hangen glitterend te wapperen in het zonlicht. En maar keuren en discussieren, er wordt niet zomaar iets gekocht, elke aankoop is een weloverwogen gebeurtenis, dit is duidelijk.
Als ik zo verbluft ben van een teveel aan kleuren en patronen dat ik niet eens aan kopen denk moet het al erg zijn…
 
Aan de mensen, vooral Oeigoeren -Turks sprekende moslims- zie je dat deze stad afgesloten van de wereld ligt. Velen ogen arm maar vooral vuil. Vooral de mannen, we weten niet hoe het komt maar zelfs al zien velen er op zijn zondags uit, zelfs al dragen velen een kostuum, ze ogen nog arm en vuil. Is het de stoppelbaard bij de jonge mannen die ons misleidt? Hun grote gestalten? De andere blik in de ogen? Of het ongemak dat de meesten geen Chinees begrijpen – het is nochtans hun tweede taal op school- ? We zijn natuurlijk erg gaan wennen aan de tengere, haarloze en steeds nette Hanchinezen en die lopen hier niet dik gezaaid.


Heel erg in contrast lopen de vrouwen er als prinsessen bij! Hoge hakken ontbreken nooit! Het gezicht helemaal ingepakt of alleen een dunne voile over het haar, een dure jurk of een arme jurk: de voetjes stappen op hakken. Sommige schoenen hebben geen sluiting meer en toch trippelen de dames erop verder met zware zakken om de pols. 
De jurken verblinden. Bijna bij elke vrouw, zelf mijn dame van het ezelskarretje met watermeloenen die me een stuk sappige vrucht verkoopt zit daar met een paillette-roze-glitterjurk! Je kan een knalrode, zelfs aansluitende glitterjurk zien voorbij wandelen op hakken en met een ingepakt hoofd, babbelend met een vriendin die evenveel glittert maar heel fel gesminkt rondloopt en zonder hoofddoek samen met een andere vriendin die er bijloopt in een wijde jurk en het hoofd bedekt met een bruine gebreide sjaal. Helemaal bedekt: de sjaal hangt over de ogen, over het hele gezicht! Ik kan me niet voorstellen dat je erdoor kan zien, laat staan op een electrische motorfiets rijden!


Onze Oeigoer gids van de oude stad vertelde gisteren dat  vroeger de vrouwen er de eerste vijf jaar na hun huwelijk zo moesten bijlopen. Het gebeurt nog maar de meeste vrouwen die je zo ziet lopen zijn oud en bleven die sjaal dus eeuwig zo dragen. In principe moeten de vrouwen zich nog sluieren, al zijn sommige sluiers slechts een kleine voile boven het haar.Meer en meer vrouwen werken en dan dragen ze geen sluier of ze een kleintje.


In de toeristen gids staat dat wij ons best ook een beetje bedekken. Maar dat blijkt alleen nodig als je een moskee wilt bezoeken. Ik zie dat aan de Hanchinezen die hier rondlopen: zij lopen rond als steeds. De gids bevestigt wat ik vermoed: eigenlijk doet elk hier wat hij wil, er leven hier tientallen minderheden door elkaar, al zijn de meesten Oeigoer, en ze laten mekaar eigenlijk met rust. En ik? Ik mag me nog zo deftig kleden met lange broek en lange vormloze blouze en zelfs een lint in mijn haar dat op een sjaaltje lijkt: men kijkt naar me, men STAART naar me! Dit doet me denken aan wat ik twintig jaar geleden meemaakte op het platteland van China. Ik begrijp niet dat het hier ook gebeurt. Hier komen nochtans veel toeristen. Ze staren letterlijk zo dat hun mond open valt, er komt geen commentaar uit de mond. Eergisteren in Yarkand, stond men met minstens twintig mannen en kinderen heel dicht rond me te staren en te staren. We moesten er weggaan.
 
Ik vroeg de gids of het waar is dat hij als Oeigoer niet kan studeren in een Hanchinese school, zoals een andere jongen ons eerder vertelde. Hij vertelde dat hij studeerde in Xian , een Hanschinese school dus, en er straks nog verder gaat schoollopen. Dit is geen probleem indien je slaagt voor je ingangsexamen en indien je betaalt: elke Chinees die buiten zijn district waar hij woont wil studeren moet betalen.
We vragen aan hem of er spanningen zijn tussen de verschillende minderheden onderling of met de Han. Hij zegt van niet, het is een erg kleine minderheid die ontevreden is want, zo zegt hij, deze regering is goed voor hen. Tja, als zij goed nadenken komen ze natuurlijk snel tot de coclusie dat het er in geen enkel  van hun onmiddelijke buurlanden beter aan toe gaat!
 
We hadden de gids nodig om de oude stad te bezoeken: dit is zo een wirwar van steegjes dat je er zou verloren in lopen. Mooi! Lemen oude huizen, boven elkaar en over de straat gebouwd… soms afgewerkt met knap gesculpteerd hout… maar arm! Vele huisjes zijn ook ingestort. Geld van toeristen kunnen de tienduizend bewoners van dit stadsdeel wel gebruiken. Ze doen je dan ook drie euro betalen om de oude stad in te mogen. Hier heb je een werkloosheid van tachtig percent, maar er wordt hard aan gewerkt,vertelt de gids.

Ah, ik ben zo overbluft van kleuren en geuren, wervelhozen in de woestijn, muziek die zo melancholisch geworden is en nu eens Marokkaans lijkt dan weer eens een tune van een wals laat horen dat ik gisteren zowaar vergat dat het mijn echtgenoot zijn verjaardag was! Vier Duitse toeristen waar we op een drukke, supersfeervolle straathoek mee thee dronken brachten deze kleine ramp door een gekke vraag aan het licht. Maar goed, waarom kan die man niet eens doodgewoon in Tielrode verjaren?
 
Zoals ik de laatste weken snel moet schrijven doe ik het nu ook snel en moet ik afronden…
Morgen reizen we verder naar Kusha, terug oostwaarts . Een treinrit van tien uur.
Waar brengt ons dit heen?

in Hami is de taxi gratis!

23 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Shenyang ligt twee weken achter me. In mijn hart ligt het nog heel dicht bij me maar hier in het Noord Westen van China ligt het zo veraf dat ik me moet forceren niet te vergeten dat ik nog in China ben.

We zijn nu in de oase Hotan, gelegen op de zijderoute, en een van de meest afgelegen steden in China. We lopen hier reeds een dag rond en zagen nog geen enkele toerist. Urumqi, de hoofdstad van hun provincie ligt hier 1.600 kilometer vandaan. Hotan is aan de ene kant van de wereld afgesloten door de Kunlun bergen en aan de andere kant door de Taklamatan woestijn. Het is via deze woestijn dat we de stad bereikten. Een gammele Volkswagen Santana bracht ons hier. De rit duurde twee volle dagen en zag er helemaal anders uit dan in mijn dromen. In mijn dromen zag ik ons racen, alle Chinese chauffeurs zijn toch zotjes in het verkeer ?, in een plaatselijke bus of met een jeep, verhit, gestoofd door een woestijnzon die de temperatuur laat oplopen tot minstens 50 graden. De realiteit was dat we als het ware op handen en voeten door de woestijn kropen met onze Santana en bijna kou hadden. Het regende in de woestijn! Daarenboven zag de woestijn er niet zo woestijnachtig uit want links en rechts lag een gordel groene struiken van twintig meter breedte die door een buizenspel en meer dan 100 waterputten constant geirrigeerd wordt. Dat moet natuurlijk, anders wordt de weg binnen een dag bedekt door een mantel van zand. Daarenboven was onze chauffeur van de Santana was zo voorzichtig dat hij 20 reed, daar waar 40 mocht en 50 daar waar 70 mocht, Frank had echt het gevoel dat we er kruipend sneller zouden komen. Het lijkt ons echt dat de verkeersregels en de controle hier in dit verlaten gebied veel strenger zijn dan in het dichtbevolkte gebied van China. Is dit omdat we in een gebied van de minderheden zijn of is dit doodeenvoudig omdat deze banen bijna uitsluitend zwaar verkeer hebben en dus levensgevaarlijk zijn als ze door een dorp komen? Een keer heeft Frank de moed om Adil, zo heet de man, te vragen sneller te rijden en terwijl hij zijn Chinees samensprokkelt om dat uit te leggen duikt een politiewagen op die ons doet stoppen!
Maar ik, hij natuurlijk ook wel op de momenten dat hij zich niet ergerde, genoot geweldig van deze tocht! Ik ben verlekkerd op woestijnen! Vooral het moment dat we van een heuvel reden en dus de weg met de groene berm voor ons zagen kronkelen tussen eindeloze heuveltjes van zand wist je wel echt waar je was: midden in een woestijn die slechts sinds enkele jaren toegankelijk is per wagen.
 
Nu hebben we wel veel woestijn gehad. De vorige weken doorkruisten we , met een echte grote bus maar dan enkel voor ons twee en een bevriend koppel uit Belgie, stel je voor wat een zicht dat was, een deeltje van de Gobi woestijn en het bekken van Turfan, het diepste punt van Azie, gelegen op 157 m onder de zeespiegel. We volgden de zijderoute. Dit spreekt toch allemaal tot de verbeelding, niet? Ik kon het me niet voorstellen en vind het echt fantstisch dat ik dit meemaak. Maar de verassing tijdens die tocht waren de steden, gelegen in de oases, in de woestijn.  
Die oases bleken veel groter te zijn dan ik dacht, honderden vierkante kilometers. En echte tuinen van Eden: de mensen leven er zo rijkelijk, hebben er zo een weelderige oogst van katoen, mais, bloemen, granen, fruit en groenten dat je in de stad zelf vergeet dat je geisoleerd in een woestijn zit. De steden zijn er welgesteld! Zo zie je maar. Ik was ook verrast om dagen later te weten te komen dat vele van die oases niet zomaar een gift van de goden zijn. Mensenhanden graafden duizenden kilometers kanalen onder de grond, de beroemde karets, die het water uit de bergen naar deze plaats leiden.
Ja, eerder bleek de geschiedenis van dit gebied ons zo onwezenlijk: waarom vocht me hier toch zo om de grenzen te verleggen of te behouden? Dit is toch maar zand, zo dachten we… we begrijpen dat het veel meer geweest is.
 
Het gevoel dat ik niet meer in China ben komt er onder andere door de Oeigoer bevolking: Islamitisch, sterk gesluierde vrouwen, soms alleen de ogen zichtbaar, en sommigen mannen lijken wel Chinees maar anderen helemaal niet. Onze chauffeur bijvoorbeeld lijkt echt een Rus. De meeste mannen zijn groot en eerder dik, de jonge vrouwen zijn gesluierde Oosterse schonen, de oudere vrouwen dikke dames met veel te veel dikke kousen onder de lange rokken. Verder zien we hier overal moskeeen en veel ‘zuivere restaurants’ en brood. Van die prachtige, platte broden die er samen met de muziek, die niets meer met mijn heerlijke Chinese muziek te maken heeft, voor zorgen dat ik me in het Midden Oosten waan en steeds praat over de Oeigoeren en de Chinezen. Dit is erg fout gezien de Oeigoeren ook Chinezen zijn.  Je  praat over Oeigoerchinezen, Hanchinezen, Huichinezen.
 
Het gebrek aan rijst, de overdaad van heerlijke meloenen, druiven en ander vers fruit en rauwe groenten, de temperatuur die wel deglijk tot 50 graden kwam maakt me afhankelijk van darmfloraherstellende pillen en imodium. Toch nog! Dit na twee jaar diarreeloos in China te leven. Mijn gezicht staat erg scherp. [alleen dit deel van mijn lichaam -maak je geen zorgen mama- al mocht het voor mij nog elders ook!] Maar ik wordt gelukkig niet gehinderd in het reizen al ligt het tempo nu wat lager.
 
Verder, totnogtoe, heugt me ook de rit op de rug van een kameel. Al was dit vrij toeristisch, ik genoot ervan en zou wel eens willen terugkomen voor een meerdaagse tocht per kameel. Ook de momenten dat we even van de kameel afstapten en een zandbergje beklommen om er ons dan bloodvoets van af te laten glijden vond ik heerlijk. Het zand was er niet te warm en zo heerlijk zacht van korrel. Bij de volgende stop kwamen we in een echte oase terecht: een meertje, midden in de zandvlakte, ernaast staat een tempel. Ooit moet het hier vol tempels gestaan hebben maar tijdens de culture revolutie werden we vernietigd. Bij overgebleven tempel ligt een prachtige bloementuin, een lapje bloemen heerlijk met hun voetjes in waterbedden, in de woestijn… het kan.


Natuurlijk genoot ik eerder op de reis mateloos van Dunhuang. De Mogao grotten met beelden en muurschilderijen die we bezochten en werelderfgoed zijn vergeet ik nooit. Zo spijtig dat ze over enkele jaren zullen gesloten worden voor het publiek. Ik moest wel lachen om de gids. Als een bedweterige westerling gaf ik haar de opmerking dat de restauratie van de gevels voor de ingangen van de grotten toch wel beschamend lelijk is. Ze legde me resoluut uit dat deze site in 1957 gerenoveerd werd, dat het land toen heel erg arm was en Mao wel het geld voor andere dingen nodig had en het erg bewonderenswaardig geweest is van hem het te restaureren.
Maar in datzelfde Dunhuang genoot ik vooral van het bezoek IN een graftombe. De langwerpige kleistenen van ongeveer 15op25 cm liggen zonder cement in een koepelvormen en ze zijn individueel beschilderd met prachige afbeeldingen van het dagelijkse leven. Zeer vlotte lineaire tekeningen uit zwart, wit en rood. In de eerste koepelvormigekamer vertellen ze verhalen over oogst en jacht: dit is de kamer die als symbool staat voor de voorraadkamer. In de tweede koepel vertellen de tekeningen hoe eten bereid en opgediend wordt. Er zijn ook tekeningen van zijde en zijdewormen. De derde kamer, hier lag het koppel opgebaard, toont tekeningen van juweelkistjes.
Al eerder in Wuwei, bezochten we ook een tombe. De eerste maal dat ik in zo een tombe kwam en toen ook besefte ik hoe onze tombe in het Beilingpark van Shenyang er moet uitzien. Gek dat ik me nooit die vraag stelde! In de tombe van Wuwei vond men ook het erg bekende beeldje van een paard dat steunt op een zwaluw. Het gekke is dat wij dat beeldje thuis hebben en ons verder ook nooit afvroegen wat de geschiedenis ervan was! We wisten gewoon dat het uit China kwam, we dachten uit de streek van Xian! Toen ik in Shenyang door het raam van de kliniek keek tijdens mijn behandeling met de bamboebuizen had ik het paard reuzegroot in het park zien staan. Blijkt het dus nu uit de andere kant van China te komen, gevonden in een tombe in Wuwei die slechts in 1983 ontdekt werd, en in werkelijkheid 34 cm hoog te zijn. Het lag in het graf van een groot veldheer: hij won vele veldslagen omdat hij het geheim van een goede veldslag kende: een paard hebben dat sneller is dan een zwaluw…
Je kan denken dat ik dergelijk samenvallen van gegevens leuk vind!
 
In Jiayuguan, ook gelegen op de zijderoute bezochten we twee weken terug een fort van de grote muur, ten tijde van de Ming dynastie was dit het feitelijke einde van China en van de muur.  Opgebouwd uit zandsteen maar hier opmerkelijk goed bewaard omdat de streek erg droog is.
Dit fort is erg belangrijk omdat de zijderoute erdoorheen liep. Dit fort is 600 jaar oud en voor 70% zoals het oorspronkelijk was. Het is de vijfde keer in mijn leven dat ik op de muur sta. Elke keer ontsluiert de muur zich voor me op een andere manier en telkens is het een avontuur. Hoe ze hier enerzijds in een canyon loopt, de canyon die een natuurlijke verdedigingsgrens vormde en anderszijds over de bergen verdwijnt, de woestijn in. Maar hier is het bezoek aan dat fort op de muur de nieuwigheid voor me. Het fort huisveste destijds een volledig dorp. We bezochten niet alleen de wachttorens maar ook de tempel, het openluchtteater en de woningen van de officieren. 
In het museum vlakbij ontdek ik weer iets dat ik echt niet wist: DE muur bestaat niet! Er hebben wel vijf muren bestaan! Telkens opgebouwd onder diverse dynastien om andere grenzen te verdedigen… Tjonge, waar haalden al die keizers het in hun hoofd dit te laten bouwen? Ik denk dat de symbolische waarde, het effect dat dit bouwwerk op het volk was erg belangrijk moet geweest zijn.

Ik kom nog even terug naar de dagen die net voorbij zijn. Drie dagen terug, net voor we de woestijn introkken bezochten we Hami. Daar beleefden we de gekste dingen. De vrouw van het hotel is verontwaardigd dat we zo slecht Chinees spreken, de taxichauffeur is zo onder de indruk van ons Chinees dat we onze rit naar een mausoleum niet mogen betalen! Het mausoleum is echt heel mooi: een natuurlijke houten koepelconstructie waar wind en licht kan doorheen spelen staat in fel contrast met de koepel ernaast die eerder beantwoordt aan het klassieke beeld van een islamitische koepel die we hebben. Vanuit de tempel zien we een volkse buurt liggen. Niet eenvoudig om die direct op te merken daar huizen en omgeving eenzelfde kleur hebben: de woningen, de graven: alles is opgetrokken uit leem. Daarheen dus. Mannen op weg naar de moskee kijken ons aan, vrouwen slenterend in de straat lachen naar ons. Een vrouw nodigt ons complexloos aan in haar huis. Ze biedt ons brood aan, thee en meloen. Je kan denken dat ik in mijn nopjes ben! Dit is pas reizen! Ze onderbreekt ons gesprek voor haar gebed. Even een zwart sjaaltje om het haar in de plaats van het gele sjaaltje en dan maar bidden en knielen. Daarna gaat ze verder met haar verhaal. Ze had vier dochters en allen studeerden ze aan de universiteit. eentje studeerde in Peking. Dit is het laatste verhaal dat ik in dit islamitisch dorp, veraf gelegen van alles, verwachtte. Haar verhaal druist in tegen het verhaal van de jonge Oeigur die we ‘s avonds ontmoeten. Hij vertelde ons dat hij fan is van de VOA [de voice of America] en luistert naar CNN. Hij gelooft wat hij daar hoort: deze stemmen komen uit landen van vrijheid. Hij klaagt dat China niet naar deze minderheid luistert. Hij vertelt ook dat hij als Oeigurchinees niet kan studeren in scholen waar Hanchinezen studeren. Achteraf bedenken we dat dit misschien komt omdat zijn Chinees niet goed genoeg is, de Oeigurvrouw waar we eerder mee praten sprak perfect Chinees.

Slechts twee dagen later hebben we weer geluk. We bezoeken de dorpen rond Turpan. Prachtige oude dorpen. Grote huizen opgetrokken uit gedroogde stenen. Elk huis heeft een knappe houten ingangspoort die leidt naar een erg grote en vooral hoge centrale ruimte. Het ‘plafond’ van die ruimte is een hoog opgetrokken kubus in honingraat structuur zodat de wind vrij spel heeft. In die ruimte staat een tractor, in die ruimte wordt gekookt, gegeten en geslapen. Het dorp zelf rust in de schaduw van hoge, rechte bomen, dunne wilgen, denk ik. Ook hier worden we binnen gevraagd! Een vrouw met haar kleinzoon en schoondochter verwelkomen ons met thee, snoep, koekjes, fruit en brood. Keihard brood, we zien dat ze het in stukjes laten weken in melk of thee. Ik neem natuurlijk de kans om het grote, eenvoudige maar knappe huis te fotograferen. Hier is dit geen probleem, vele andere mensen hier deden eerder teken dat ik niet mag fotograferen. Wat een verschillen. Verderop in het dorp liggen een kleine meid en een jongen in blote piemel zich op een bed te amuseren met een paraplu. En maar lachen! Trouwens, de bedden staan hier overal buiten op straat, boven op de daken, over brugjes… ook dit doet erg Oosters aan.
 
Nu ik deze twee weken overloop zou ik het nog over veel meer moois en indrukken kunnen hebben, er is zoveel gebeurd! Ook het reizen en de gesprekken met onze kennissen uit belgie was een avontuur. Zij leefden enkele jaren in Shanghai en in de zakenwereld. Bijzonder interessant hun kijk op China te horen! Ik kan er wel uit concluderen: ‘Het’China bestaat niet. En… wat ik ook meer dan ooit besef: ik heb deze twintig jaar waarin ik erg diverse mogelijkheden had om dit land te bezoeken nodig gehad om nu toch wat puzzelstukjes in elkaar te laten vallen… daarenboven: het geeft honger naar nog! Maar nu moet ik gaan: de temperatuur is gezakt: we kunnen de stad bezoeken!
 
Morgen reizen we verder richting ons verste punt, Kashgar. Ik ben een beetje bang. Het is onrustig in deze gebieden, het bevalt me niet. Frank zal dit uitgelegd hebben in zijn verhaal, veronderstel ik. Hier hadden we niet echt rekening mee gehouden maar de Spelen zijn blijkbaar de kans voor velen om hun ongenoegen te uiten…
 

Langs de zijderoute, de achtertuin van China

23 juli, 2008, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)


Drie weken langs het Chinese deel van de zijderoute… wij mogen van geluk spreken, in de tijd van de karavanen deden ze er vele maanden over. Je moet er geweest zijn om te beseffen welke prestatie dat was.
We laten het ‘beschaafde’ laatste stuk van de route, tussen Lanzhou en het eindpunt Xian achterwege, en begeven ons westwaarts vanaf Lanzhou naar de meest westelijke stad van China, Kashgar.
Het eerste stuk gaat door de provincie Gansu, meer bepaald door de historische Hexi corridor. Dat is een strook vruchtbare grond van 1000 km lang en 15 tot 100 km breed, tussen de Gobi woestijn in het noorden en de Qilian bergen met het hoogplateau van Qinghai in het Zuiden. De Hexi corridor was destijds de enige doenbare weg om China van het westen binnen te komen.
Deze zesdaagse tocht per huurauto – in ons geval een bus voor 35 personen waar ook nog een stuk familie van de gids en de chauffeur meesreisde, samen met twee Belgische vrienden uit Shanghai bengt ons 1200 kilometer verder naar de meest westelijke stad van Gansu, en ook zowat het verste punt dat de Chinese muur ooit bereikte,Dunhuang . Naarmate we meerwestelijk reizen verdringen de lemen gebouwen de baksteen. Die stoffige lemen dorpen zijn soms nauwelijks van de grond te onderscheiden.

De zijderoute ontstond meer dan tweeduizend jaar geleden tijdens de Chinese Qin en Han dynastieen. Er zijn bewijzen van commerciele uitwisseling met het Romeinse rijk. De Qin dynastie begon met een muur tot in Gansu, maar de Han dynastie ( tweede eeuw voor Chr.- derde eeuw na Chr)veroverde het huidige Gansu definitief, ondermeer op de Hunnen – die dan maar Europa binnen trokken – , bouwde de route vol met garnizoensteden en een nieuwe lange muur. De Han organiseerden een massale migratie van Han-Chinezen -soldaten, misdadigers en verarmde boeren-  naar het gebied, dat sindsdien stevig deel uitmaakt van China.

Onze tocht staat in het teken van de verschillende muren ( de Tang en de Qing zouden er later ook nog nieuwe bouwen), ruines van wachttorens en garnizooenssteden, en Jiayuguan ,de meest bekende poort in de Grote Muur, het begin van de muur tijdens de Qing dynastie. In de Han en Tang dynastie begon de muur veel verder naar het  Westen, daarvan is zo goed als niets meer over, maar de Qing muur, zeshonderd jaar oud, staat er op de meeste plaatsen nog, majestueus gebouwd in gestampte leem, een meter of vier vijf hoog en drie meter dik.
Ook het boeddhisme kwam langs deze route uit India China binnen in de vijfde eeuw.De bij ons meest bekende zijderoute, die naar het Midden Oosten en  de Middellandse zee, had immers nog twee andere trajecten: een route liep ten noorden van de Kaspische zee naar Rusland, en een zuidelijke route over de Karakorum naar Pakistan en India.

Op onze route door Gansu vinden we vooral ‘duizend boeddha grotten’ als spoor hiervan. De handelsroute was destijds immers zeer gevaarlijk, de kooplieden dekten zich in door bij vertrek en na voorspodige terugkeer een stukje grot te laten hakken in en bergwand met zachte zandsteen, en daarin een boeddha te plaatsen. De meest bekende site zijn de Mogao grotten in Dunhuang, met honderden grote gotten, boeddha beelden tot 35 meter hoog en duizenden wandschilderijen, die werden geschonken door rijke kopmansfamilies.
Helaas krijgen we maar een tiental grotten te zien en binnen enkele jaren wordt alles gesloten omdat de adem van de toeristen de schilderijen aantast. De Chinezen willen tegen dan een ‘virtueel’ bezoek aan de grotten op punt stellen.
De oudste grotten hier dateren nog van voor het boeddhisme, en zijn taoistisch- animistisch geinspireerd.
De grotten zijn bekend voor de schilderingen van apsaras, een soort van vliegende dames, engelen, die in het oude Indische boedhisme een rol speelden maar die je verder in China bijna niet vindt.


Dat in Dunhuang de mooiste grotten zijn is geen toeval. Lange tijd eindigde voorbij Dunhuang China en begon het barbarendom, in casu allerlei kleine koninkrijkjes die met mekaar dikwijls in oorlog lagen. De Tang dynastie (7de-10de eeuw) veroverde tenslotte dit ‘verre westen’ tot aan het Aral meer. In Dunhuang splitste de route zich in een zuidelijke en een noordelijke variant, allebei even gevaarlijk. Langs het noorden trok men door het gloeiend heet woestijnbekken van Turpan ; de eerstvolgende grote oase was Hami, op meer dan 300 kilometer, en na Hami volgde weer een stuk woestijn van 350 kilometer tot de volgende grote oase Turpan. Er moest niet veel mislopen om hier door dorst om te komen.Ook dat was een reden om in Dunhuang iets extra in de offerpot te steken.
De Tang dynastie veroverden dus de westelijke gebieden, en noemdem ze Xinjiang, de Nieuwe Gebieden. Maar hun aanwezigheid was een militaire controle, geen integratie van het gebied in China zoals eerder met Gansu gebeurde. In de 9e eeuw trokken Islamitische groepen, de Turks sprekende Oeigoeren, de regio binnen. Ze vormen vandaag nog altijd de grootste bevolkingsgroep van Xinjiang. Je hebt in Xinjiang ook vandaag nog grotendeels het gevoel in Centraal Azie of het Midden Oosten te zijn. Veel mensen spreken hier geen of nauwelijks Chinees, met mijn  gebrekkige kennis van die taal ben ik hier al een hele piet. Latere dynastieen controleerden Xinjiang meer op papier dan op het terrein, de hoogstaande Ming dynastie (14-17e eeuw) vond het de moeite van controle niet waard en de plaatselijke koninkrijkjes kwamen en gingen ten onder in het woestijnzand of onderlinge oorlogen. Het waren de Qing dynastie die in de 18e eeuw besloten hun rechten te laten gelden, met als gevolg opstanden de hele 18de en 19e eeuw, al dan niet gesteund door de Britten en de Russen die allebei de regio wilden inlijven respectievelijk bij India of Siberie.
Na de val van het keizerrijk in 1911 werd China al snel een ‘mislukte staat’ met allerlei lokale potentaten aan de macht. Xinjiang was geen uitzondering; er werden zelfs twee kortstondig onafhankelijke republieken op een deel van het gebied  uitgeroepen. Deze keer zouden de communisten orde op zaken stellen na 1949. In tegenstelling met al hun voorgangers heeft de Volksrepubliek Xinjiang wel geintegreerd in het geheel van China. Het eens ontoegankelijke gebied is nu strategisch en economisch belangrijk,er werden wegen, spoorwegen en luchthavens aangelegd, en het levensniveau van de bevolking ligt boven het nationale gemiddelde. Xinjiang heeft belangrijke olier- en gasvelden.Han Chinezen migreerden naar Xinjiang en zijn nu de tweede grootste ethnishe groep. Het Oeigoer nationalisme is echter niet dood, gemiddeld om de tien jaar zijn er rellen en een aantal Oeigoeren kwam als Elqaeda strijder terecht in Afghanistan en later in Guantanamo. In diverse Chinese steden pleegden Oeigoerse separatisten ook bomaanslagen. In de eerste helft van dit jaar rolde de Chinese politie in Xinjiang 12 groepen op die terroristische acties gedurende de Spelen zouden plannen. Bij een van die acties in Urumqi, begin juli, werd vijf man doodgeschoten. Nochtans werden we niet door de politie gecontroleerd in het eerste deel van onze tocht. Dat veranderde toen we in het Zuidwesten van Xinjiang kwamen, in dorpen en steden met tot 98% Oeigoeren. Je komt er geem stad in of uit zonder via een controlepost te blokkeren. Dat kan natuurlijk te maken hebben met de onopgehelderde bomaanslagen in Kunming eergisteren.
 
Terug naar de zijderoute. Die splitst zich in Xinjiang in een noordelijk en een zuidelijk traject, respectievelijk via de oasen ten noorden en ten zuiden van de grote Taklamatan woestijn, die traditioneel als ondoordringbaar gold. Die woestijn ligt in het bekken van de Tarim rivier, een meer dan duizend kilometer lange rivier die tenslotte in het woestijnzand verdwijnt, en is aan alle kanten door hoge bergen omringd; aan de voet van de bergen lopt een smalle groene strook die profitert van het smeltende sneeuwwater, daar bevinden zich de oasen en voor de rest is het een zandbak van 500 op 1000 kilometer. Ons project is de noordelijke route te volgen tot Korla, 400 kilometer ten westen van Turpan, daar de bus te nemen over een nieuwe route die vijhonderd kilometer door de woestijn loopt – een fameuze technische prestatie-, dan driehonderd kilometer de zuidelijke route te volgen tot de belangrijke karavaanstad Hotan, dan nog eens 4-500 kilometer westwaarts tot de westelijke grensstad Kashgar, waar beide parcours terug samenkomen en vanwaar je kan kiezen: via de Karakorum naar Pakistan en India, of via twee andere passen naar Kirgistan en het Midden Oosten. Vanuit Kashgar keren wij echter 1300 kilometer terug oostwaarts via de noordelijke route tot we weer in Korla zijn. Daarna is het nog een “peulschil” van 300 kilometer over de Tianshan bergen tot de hoofdstad van Xinjiang, Urumqi, vanwaar er vliegtuigen naar Beijing zijn.

Op ons traject in Xinjiang zijn de voornaamste attracties tot nu toe de woestijn, de vergane steden, ooit belangrijk, nu onherkenbaar geerodeerd en in het zand verzonken, de bazaars en typische Oeigoerse lemen woningen, de door de droogte gemummifieerde lichamen van 1500 jaar oud.  De duizend boeddha grotten die ook hier hun deel van het karavaangeld kregen toegeschoven zijn  vernield door moslims of uiteengevallen door gebrek aan interesse en onderhoud. Wanneer we het geboortedorp van onze gids in Gansu bezoeken blijkt toch dat hier iedereen in nieuwe bakstenen huizen woont. Ook de steden waar we door reizen ogen heel erg niew, modern en fancy, zoals overal elders in China. Het echt ver achteraf gelegen zuidelijke deel van de zijderoute loopt ook op dit gebied achter: onmiddelijk achter de luxueuze gebouwen van de hoofdstraat vinden we nog veel lemen gebouwen。


Het traject vanaf Dunhuang in Gansu, waar we afscheid nemen van onze vrienden, hopen we per bus af te leggen. Na de eerste 650 kilometer en 12 uur bussen , die ons in twee keer naar Turpan brengen, hebben we echter al twijfels bij de haalbaarheid van een tocht van dertig uur tussen Korla en Hotan, met een slaapbus; daarop kan je wel redelijk goed slapen, maar van zitten en genieten van het landschap komt weinig in huis. We laten ons uiteindelijk verleiden diep in de geldbeugel te tasten om met een taxi door de woestijn te rijden, in twee dagen, met overnachting, culinaire, sanitaire en fotostops waar we het zelf willen. De laatste 1700 kilometer, van Kashgar naar Urumqi, zullen we proberen minstens gedeeltelijk per trein te doen, zodat de bustrajecten toch een beetje binnen de maat blijven.
Alles bijeen is onze geplande tocht van Lanzhou tot Urumqi, drie weken, 5500 kilometer lang. Hoed af voor die oude kooplieden; wat wij doen is uiteindelijk nog maar het Chinese stuk van hun lange kamelentocht.

Bye bye Shenyang!

10 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

Zaterdag 5 juli  regende het de hele dag. Een ideale dag om binnen allerlei te regelen en… pannenkoeken te bakken. Ik had nog een flesje cider staan!Zondag ziet het er nog wat wisselvallig uit maar we laten ons niet tegenhouden. Gelukkig want het wordt een stralende dag. We fietsen naar de ZOO. Ligt zo’n 35 km. verderop. We laten ons niet verleiden tot ommetjes en fietsen de hele weg over de splinternieuwe zesvaksbaan. Een beetje saai maar eigenlijk vind ik het ook prettig eens door te kunnen fietsen en mijn gedachten te kunnen laten gaan. Het binnenkomen van de Zoo lijkt me niet aantrekkelijk. Je staat meteen oog in oog met… opgezette dieren! Gelukkig verandert het concept snel. We moeten plaatsnemen in een bus en die bezorgt ons een ware safaritocht… het park is ingedeeld in afzonderlijke parken. In elk park ontmoet je andere dieren. Eerst komen de tijgers aan bod, dan de leeuwen later rijdt je tussen de beren –wat zijn die knap als ze op hun achterpoten tegen de bus aan komen staan in de hoop vlees te krijgen-, er is een park met wolvens, giraffen, olifanten, kamelen,  enz…Na dit bezoek per bus bezoek je de zoo zoals wij een dierentuin gewoon zijn. De witte tijgersn stelen voor mij de show. Knappe beesten!Er is een aardige collectie apen, die trouwens erg sexueel actief zijn als ik voor het raam sta: negen keer na mekaar keert hij naar het vrouwtje terug om te paren, en zij vindt het leuk, dit is duidelijk. Inspirerend!Al even menselijk vind ik de aap die zijn hand tegen het raam legt, tegen de hand van Frank, alleen het glas verhindert hun aanraking.Natuurlijk is er een show met dieren die trucjes en kunstjes moeten uithalen! Dit is zo Chinees! We gaan avondeten op een terras, zicht over het prachtige meer omgeven door bergen. In de herfst aten we hier ook al. Wat ben ik blij dat we nog eens kunnen terugkomen! Net als vorige keer eten we hier een héérlijke vis. We zijn helemaal klaar voor de terugtocht voor 35 kilometer. Zo zelfs dat we beslissen een kortere binnenweg te nemen e langs het water tsen. Al snel blijkt deze beslissing niet de beste te zijn. We rijden ons vast in de modder, zo erg dat de wielen helemaal dichtslibben, ze zitten vast! Met een stok verwijderen we zo goed als kan de kleigrond. Het fietsen verloopt zalig tot Frank na 25 kilometer een lekke band krijgt. Een hersteller mag je langs deze highway wel vergeten. De nacht valt, een taxi zal hem niet eens meer opmerken. Hij stapt anderhalf uur te voet. Ik fiets alleen verder. Wanneer ik onze universiteit nader bedenk ik dat ik wel een duik in het water zou willen. Maar ik heb mijn badpak niet bij. Jammer; toch ga ik naar het badhuis om er te douchen. Maar zoals zo vaak komt er weer een engel langs: een meisje van de balie van onze unief stapt net uit het badhuis, ze heeft mijn maat, ze is net gaan zwemmen! Ik vraag of ik haar badpak mag lenen. Dit is onmiddellijk goed. Wat goed zeg!Ik zwem nog een kleine kilometer, douche, geniet van de sauna en stap naar huis alsof we niets gedaan hebben vandaag! Als ik het meisje zeg dat haar badpak zo goed is geef ze het me. Ik mag het houden want , zo zegt ze, dit is in jouw land zo duur en hier kost dit niets! Ik wil het haar betalen, tenslotte betaalde ze zelf minstens tien euro wat voor een meisje dat niet veel verdient toch veel is maar ze wil dat geld niet. Vervelend! Maandag had ik beloofd Lu me zijn business te laten uitleggen. Ik ga hem oppikken in zijn appartement. Eerst praten we er lang over allerlei. Ik had nog veel kleine vragen en kleine vragen beantwoordt hij met lange antwoorden. Maar ik hoor hem graag vertellen. Hij speelt viool voor me maar het ontbreekt hem aan oefening dus lukt dat niet zo goed. Daarom schakelt hij over op zingen. Zalig! Eerste zingt hij Chinese liederen, daarna Mongoolse. Hij legt het verschil tussen de Chinese ziel en de Mongoolse uit. Inderdaad, een andere ziel, dit kon ik zonder uitleg al in de liederen horen en als hij de dansen toont is alles heel erg duidelijk. Mongoolse gezangen zijn breed, expressief als hun gezichten, theatraal, passioneel. En zoals we al eerder in het park zagen zijn de bewegingen gebaseerd op het melken van koeien, het vliegen van vogels, het paardrijden…Chinese dans is ingetogen, gratieus, elegant.  In de namiddag wil hij me dus meubel- en decoratiezaken tonen. Bedoeling is dat ik goed zie wat de mogelijkheden in China zijn. Hij kan alles, gaande van houten vloerbelegging, tot gordijnen, tot prachtige kranen, baden en design lavabo’s,  lambriseringen, keukens, meubelen zowel traditionele als supermoderne, behangpapier, verlichting, schilderijenlijsten… kortom alles laten maken. Wat Amerika, Italië en Rusland, zijn beste cliënten ook willen: hij laat het maken, volgt het volledige productieproces -zijn ingenieurservaring speelt om alles technisch te kennen- en hij zorgt van A tot Z voor de verscheping. Hij kent voor alles de juiste fabriek. Niet in deze provincie maar in een andere. Waarom niet in deze? Ik moet lachen om het antwoord: Shenyang is historisch gezien de provincie van de zware industrie, ze hebben geen geschiedenis van fijn werk. En als er dan al een fabriek is die fijn werk levert dan staat die te geïsoleerd om een totaal afgewerkt product te geven. In de provincies waar hij werkt vindt je alles voor fijn werk bij elkaar. Dit had ik moeten weten. Ik sta wel verstomd van het aanbod. De knapste design is hier te vinden. Ik beloof over hem te praten met vrienden in België die in het zakelijk leven zitten en uit China zouden willen invoeren. Dat hij wat Engels praat en al jaren ervaring heeft in deze job maar vooral het feit dat hij de normen , de smaak én de eisen van het Westen goed kent vind ik erg belangrijk… voor wie interesse heeft in deze heer: ik heb zijn gegevensIk vond het zelf een erg leerrijke dag.  We willen hem afsluiten met zijn vrouw en zijn vriend Luo die de foto’s van onze uitstap voor ons ontwikkelde. We zoeken een restaurantje waar we buiten kunnen eten. Zoals we al eerder ondervonden is dit in dit stadsdeel moeilijk te vinden maar hij brengt ons met volle overtuiging naar een straat waar dit wel kan. Wat een ontgoocheling: geen tafeltje op de stoep te zien! Hij vraagt uitleg: met de Olympische spelen in zicht is het verboden in bepaalde stadsdelen nog buiten te eten! Alle ‘illegale’ etablissementen moeten weg. Wat een vergissing vind ik dit! Je kan de mensen die zo graag op straat leven toch niet opsluiten in hun torenflats? Straatleven maakt het leven net zo boeiend! Ook mijn fruitwinkeltje, in een tent op een straathoek, is plots verdwenen. En de nachtelijke verlichting van de bordelen in onze rosse buurt! Dit is ook Chinees: alles veel te goed willen doen…Ik breng mijn gezelschap naar een straat waar ik wel weet dat er zelfs nu nog buiten gegeten wordt. Maar zelfs Luo, die ons perse wil trakteren,  en met ons reisde en me al moet kennen,  vind dit te min voor een buitenlander. Lu heeft ontzettend veel overredingskracht nodig om Luo uit te overtuigen dat ik geen last heb van ‘vuil’ of ‘minderwaardig’ eten.  We eten er trouwens overheerlijk! Slecht eten bestaat eigenlijk niet in China, dat is wat ik intussen weet. Ik neem afscheid op zijn Chinees: kordaat en wegwezen. Ik wou dat we drie dagen verder stonden… dit is niet echt leuk maar toch voel ik me doorheen de spijt van weggaan en verdriet van afscheid nemen vooral in en in dankbaar dat ik dit hier allemaal mocht meemaken… van A tot Z: het is een heerlijke tijd,  al vloeit er af en toe een traan.  De volgende dag heeft trouwens nog een grote verassing in petto! Een heel belangrijk kunstenaar, zijn werk hangt tot in het nationaal museum van Peking, wil me ontmoeten. Hij zag mijn werk op foto en wil met me praten. Wat een kans! Moe of niet moe, tussen het inpakken en organiseren door kruip ik in de namiddag in mijn bed omdat ik zowat omver val, we gaan samen uit eten. De kunstenaar, een eind vijftiger is een erg zachte man, een excentrieke man, een kunstenaar in hart en nieren maar een realist. Wat hij me adviseert is allemaal juist, ik kreeg dergelijk advies al eerder. Maar het hier nog eens herhaald te horen geeft me een schudding. Ik moet nadenken. Maar daar geeft hij me geen kans toe. Zacht gaat hij verder. Hij gaat me helpen. Ik daag hem uit: ‘goed, alleen als mijn eerste tentoonstelling in China samen met jou doorgaat…’. Tot mijn grote verwondering sluiten we meteen een akkoord! Hij ziet mijn werk zitten, hij wil dit ook. Ik  voel me heel erg vereerd, gesteund in mijn schilderijen want deze man heeft mij in geen geval nodig, hij is erg befaamd. we klinken: in 2010 zullen we samen tentoonstellen, eerder kan ik uiteraard niet. Het ziet ernaar uit dat de volgende twee jaar weerom gaan voorbijvliegen! Frank moet zowat officieel beloven dat hij me zal steunen. Als hij dat spontaan doet wordt hem de hand geschud! Wat een situatie: ik deel de tafel met vier mannen die unaniem aanbieden alles voor me te doen wat ze kunnen… pfff… ik weet dat ik moet denken ‘eerst zien en dan geloven’ maar ik heb geen tijd om dat te denken, ik heb teveel het gevoel dat de bal in mijn kamp ligt en ik eraan moet ‘beginnen’ (wetende dat ik al tien jaar non-stop bezig ben! Neen, de rust waar ik soms van droom is toch niet voor mij weggelegd blijkbaar)… De volgende dag pak ik verder in: een half appartement vol dozen die hier moeten blijven voor het geval we terug komen, een kwart appartement waar twee rugzakken gevuld moeten worden om straks mee door het westen van China en later door Japan te trekken, een ander kwart appartement waar koffers klaarstaan die straks in Peking blijven staan om later mee te nemen naar België… en alsof dit nog niet genoeg is: nog een doos om morgen op te sturen met de post want we hebben teveel om mee te nemen. Niemand, ook wij niet, kan geloven dat we reeds driehonderd kilo opstuurden in koffers, vorige week! Hoe is het mogelijk dat we zoveel verzamelden in twee jaar? Ik vraag me telkens weer af: wat zit er eigenlijk in al die dozen? Niet te begrijpen! Maar ik pak dapper in en Frank zaagt en zaagt, verwijt en verwijt, voor geen rede meer vatbaar…alsof die dertig schilderijen vanzelf ontstaan zijn en overvliegen…alsof je niets nodig hebt om een huishouden te runnen gedurende twee jaar. Het is waar, hij heeft niets nodig. Lastig is dit. Zelfs het volume van het drukwerk kan hij niet meer voorstellen! Ah, was een pech heeft deze man met zijn vrouw, puur miserie! Vandaag namen we ook afscheid van de school. Iedereen is er heel hectisch bezig. Het gebouw loopt nog vol mensen. Blijkbaar worden hier allerlei examens georganiseerd. Het afscheid is hartelijk… men verwacht ons terug! We lunchen met Wilson. Hij besterft het als ik op zijn Europees wil afscheid nemen met drie kussen en dankt me oprecht voor het advies nooit naar Afrika te gaan: daar geven ze vier kussen… Of we geregeld zullen kunnen bloggen terwijl we door het Westen reizen is een vraag. We zullen proberen want dit wordt beslist een ander China! Trekken langs de zijderoute, vanuit Lanzhou, de hoofdstad van Gansu, blik op Pakistan en Kirgistan, het klinkt niet mis. Wel bloedhete woestijntemperaturen in het vooruitzicht. En daarna eventjes, tussen drie en dertien augustus Japan bezoeken: daar kijk ik werkelijk naar uit. China en Japan, twee compleet verschillende werelden…Om daarna, vanaf zestien augustus terug in Belgenland te zijn… veel enthousiaste verhalen ontvangen we hier echt niet van het thuisfront! Maar goed, de waarschuwingen zijn beslist goedbedoeld, ik zie het wel zitten want ik weet voor mezelf waar ik naar uitkijk. Trouwens, ik zal mijn handen vol hebben met… uitpakken! Frank lacht groen, alhoewel: lachen? Neen, ik zal vooral de handen vol hebben met het voorbereiden van mijn tentoonstelling. Voor wie er meer wil over weten: www.lievedejonghe.be : na thuiskomst zullen we de website eens onder handen nemen, beloofd!Tot onder weg in het Westen!

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin