Bezoek aan dorp en eierproducent
Met dank aan Anita voor het verslag.
We bezoeken vandaag, 15 juli 2009, een dorp in de buurt van Danfeng. We worden ontvangen door een soort “veldwachter”, hij zegt dat de burgemeester jammer genoeg niet aanwezig kan zijn. Een groot stuk braakliggende grond voor het dorp was bedoeld voor een landingsplaats, maar dit project is (voorlopig) afgelast. Het was bedoeld voor vliegtuigen die ingezet worden voor de landbouw en herbebossing: planten en besproeien. Er zijn nieuwe huizen in aanbouw, bedoeld om boeren, die erg geïsoleerd leven in de bergen, naar het dorp te laten komen. Ze krijgen hiervoor een subsidie van de regering en moeten de rest zelf bijleggen.
De kippenkwekerij van het dorp is een familiebedrijf, gerund door de eigenaar, Mr Lee, met zijn vrouw en 3 kinderen. Als dat aantal ons verbaast, blijkt er nog een andere vrouw te zijn, hij heeft 2 zonen en die vrouw 1 dochter. Vroeger hadden ze liever zonen op het platteland vanwege het harde werk, maar nu is dat minder belangrijk, ze verkiezen hun kind een goede opleiding te geven. Respect voor ouders is erg belangrijk, kinderen zorgen voor hun ouders als die oud zijn.
Er zijn 6000 legkippen op de boerderij, die eigendom zijn van Mr Lee. De eieren worden verkocht aan een tussenpersoon (zakenman), die ze op zijn beurt verkoopt. 1 kip legt 300 eieren op 500 dagen. Daarna worden de kippen verkocht en gebruikt voor het vlees. Het voedsel voor de kippen koopt hij in een andere provincie, hij vindt dit betere kwaliteit dan dat van hier, hoewel het wat duurder is. De prijs voor de eieren is marktbepaald en varieert tussen 2,5 en 3,5 Yuan per pond, nu is het 3 Y. Hij heeft geen loonkosten, zijn gezin werkt in het bedrijf, tijdens de schoolvakanties ook de kinderen. Een kip koopt hij aan 3 Y, voeder per dag per kip kost 0,30 Y. Andere kosten zoals elektriciteit of onderhoud van de gebouwen rekent hij niet mee. Verwarming is niet nodig in de winter, de ramen afdekken met plastiek is voldoende. Hij heeft geen last gehad van de vogelgriep, maar het was toen moeilijk om de eieren te verkopen, hij had inkomensverlies in die periode. De kippenmest wordt verkocht aan boeren als mest voor de fruitteelt en medicinale planten. De kippenkwekerij bestaat 10 jaar, hij had een beginkapitaal van zichzelf (spaargeld) en een lening van de bank van 16000 Y. De rente is 0,3 %. Hij investeerde in kippen, gebouwen, voeder. Hij heeft ook een microkrediet per persoon van de regering. Hij zegt later wel te willen overgaan naar een coöperatief bedrijf, omdat ze dan kunnen samenwerken en mekaar ondersteunen.
Er is geen kwaliteitscontrole vanwege de regering, hij doet zijn best om zo gezond mogelijk te werken. Het kippenvoer bevat enkel voeding, geen antibiotica of medicijnen zegt hij. Hij heeft geen plaats genoeg voor scharrelkippen. Er is communicatie met andere kippenbedrijven over technieken en problemen, niet over prijzen aangezien die bepaald worden door de tussenpersoon (markt). De eieren worden gebruikt in eigen provincie en uitgevoerd naar andere provincies. Voor hij de kippenboerderij begon was hij boer (tarwe en mais), nu heeft hij het beter, vindt hij. Hij woont niet in de kwekerij, maar hoger in de bergen. Hij betaalt geen belastingen, aangezien hij landbouwer is. Op onze vraag of hij veel administratie moet doen, antwoordt hij dat enkel een rapport nodig is in verband met medische verzorging van de kippen, een gezondheidsrapport.
Aan opvolging, eventueel door zijn kinderen, heeft hij nog niet gedacht. Pensioen is er niet, hij zal van zijn spaargeld moeten leven. Het is de gewoonte dat kinderen hun ouders helpen, zo niet kunnen ze wel terecht in bejaardentehuizen. De regering betaalt wel 3000 Y of meer voor alleenstaande ouderen of gehandicapten. Op dorpsniveau wordt soms volgens de leeftijd 10 of 20 Y per maand gegeven, maar niet hier. Het dorp haalt die inkomsten van de regeringstoelage.
Voor gezondheidszorg betalen de landbouwers 20 Y per jaar. De regering betaalt 60 % van de medische verzorging.
De kinderen gingen naar de lagere school in het dorp, nu gaan ze naar het hoger middelbaar of de hogeschool in de nabijgelegen stad, intern. Mr Lee zelf heeft 12 jaar school gelopen en heeft zijn diploma van hoger middelbaar behaald, wat niet zo evident was voor landbouwers toen: in zijn jaar slaagden er slechts 4. Er is 9 jaar gratis onderwijs, daarna betalend (toen 3 Y per jaar). Zijn vrouw is tot 15 jaar naar school geweest (lager middelbaar). Volwassenenonderwijs is er niet in het dorp, hij vindt zich ook te oud voor bijscholing. Op school in het dorp leren de kinderen wel met een computer werken, maar er is geen internet. Er is wel een bibliotheek.
Elke 3 jaar wordt een dorpsraad gekozen, iedereen vanaf 18 jaar heeft stemrecht. De dorpelingen doen voorstellen voor de infrastructuur volgens bepaalde normen, binnen een kader dat de regering bepaalt en betaalt.
We bedanken Mr Lee voor zijn gastvrijheid en medewerking met een fotoboek over België en een foto van onze groep en gaan verder in het dorp op verkenning.
Elk huis heeft zijn tuintje met groenten voor eigen gebruik: tomaten, pompoenen, bonen, aubergines, mais, pepers…, en een varkenshok met enkele varkens waarvan de mest gebruikt wordt voor methaangas voor het gasfornuis. We krijgen een demonstratie hiervan. Van de 400 families in het dorp hebben er 100 zo’n individuele methaangasinstallatie. Een groot percentage van de totale varkensproductie in China is volgens hen afkomstig van deze kleinschalige kweek.
We merken 2 grote gebouwen op: het ene een school, het andere was bedoeld als kantoor voor de geplande luchthaven, maar nu dat project niet doorgaat wordt het omgevormd tot vakantieverblijf voor stedelingen.
We hebben een uitgebreide, lekkere lunch in het restaurant van het dorp, dat ook bedoeld is voor mensen die hun vrije tijd op het platteland willen doorbrengen (“groen toerisme”). We hebben nog de gelegenheid om een gesprek te hebben met de uitbater van het restaurant. Het is een familiezaak met een kok die ingehuurd wordt. De eigenaar heeft 2 dochters die wat Engels praten: de ene heeft juist de middenschool afgemaakt en gaat na de vakantie naar “high school” in Danfeng, een school met meer dan 2000 leerlingen. In de vakantie helpen de kinderen in het restaurant. Het restaurant is een nevenactiviteit, gecombineerd met landbouw (groententeelt). De landbouw gebeurt in de vlakte, ze gaan enkel de bergen in voor hout. Ontbossing is geen probleem, ze planten zelf bomen bij en de regering doet dit ook met vliegtuigen.
Het restaurant draait goed: er komen dagelijks zo’n 20 personen, vooral vanuit naburige dorpen en steden. Er staat een bord langs de baan om reclame te maken en ze geven adreskaartjes mee aan de klanten. De dochter leert internet op school, maar een website zit er voorlopig nog niet in.
De landbouw gebeurt hoofdzakelijk manueel, het planten dan toch, het oogsten gebeurt machinaal. Het vliegtuig om te sproeien wordt nog zelden gebruikt, niet meer dan 1 maal per jaar. Er worden enkel low toxic pesticiden gebruikt, en selectief.
1 keer per jaar is er een meeting van alle dorpelingen, de dorpsraad vergadert regelmatig. De raadsleden worden verkozen, zoals de kippenboer al vertelde, en zijn niet noodzakelijk lid van de communistische partij.
Het gemiddelde inkomen in dit kanton is 1600 Y per persoon per jaar, dus een familie met 4 personen heeft zo’n 6400 Y. Daarbij hebben ze nog hun eigen groenten en varkens. In de bergen ligt dat inkomen lager, hier hoger. Er is geen echte armoede. Een familie betaalt per jaar ongeveer 300 tot 500 Yuan voor elektriciteit. De brommer van de restaurantuitbater kost 4000 Y.
We bedanken ook deze mensen voor hun bereidwilligheid en nemen afscheid om terug te rijden naar Xian.
PS. 1 € = 9.4 Y
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)Leave a Reply
