Moe maar tevreden!
Ook ons bezoek aan de Expo in Shanghai zit er intussen op. Morgen nog een klein dagje vrij rondzwerven in deze overweldigende stad en dan het vliegtuig naar Beijing op.
Vorige keer waren we op weg naar Zhengzhou, hoofdstad van de provincie Henan, na een bezoek aan de facinerende grotten van longmen (400 jaar lang is er tijdens de hoogdagen van hget boeddhisme aan gekapt!) en de nog meer facinerende stuwdam van Xiaolangdi; die dient vooral voor de controle van het waterdebiet van de wispelturige Gele Stroom en er werdt slechts een tiental jaren aangewerkt! De hittegolf is weer terug.
De 14′de juli werd een speciale dag met een bezoek aan het ‘laatste communistische dorp’ Nanjie. Hier is men nog roder dan Mao zelf ooit was, iedereen is er in theorie gelijk en er is niets privé. Het bezoek dat vorig jaar nog een positieve indruk naliet viel deze keer tegen. De toeristische gekleurde ontvangst was beter georganiseerd dan vorig jaar, compleet met hostessen en electrische busjes, maar we kregen eigenlijk niets echt te zien en het dorp zowel als de fabrieken maakte een nogal verlaten indruk. Misschien klopt het wel dat ze sinds 2008 virtueel failliet zijn.
Een lange nacht treinen naar Hangzhou, een half dagje vrij en dan een prachtige avondmassavoorstelling op het Westmeer in choreografie van de beroemde Zhang Yimou die tekende voor alle belangrijke nationale evenementen de laatste jaren, inclusief de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Die man kan het en het decor is gewoonweg feeëriek. Alles gebeurt letterlijk op het meer, op tien cm onder hte oppervlak zijn onzichtbare loopbruggen aangebracht.
Op 16 en 17 juli wacht ons dan weer het ernstiger werk, met eerst bezoek aan enkele heel moderne fabrieken in het plattelandsarrondissement Shengzhou: een fabriek van luidsprekers en digitale TV’s en een fabriek van zijden dassen. Beiden mikken op hget hoge kwaliteitssegment en exporteren ongeveer 100%. Beiden zijn de grootste van hun genre in de wereld- of zeggen dat toch; veel kans dat je TV-szcherm en je zijden das uit Shengzhou komen. Wij onthouden dat de Chinezen allang niet meer loutere producenten van camelot zijn; sommigen zijn heel gesofistikeerd geworden, alleen zien we dat niet als consument omdat ze zich wegstoppen achter westerse merken waarvoor ze produceren.
Ook het plattelandarrondissement Yuyao van de naburige stad Ningbo is al heel fel gemoderniseerd, maar het dorp Xiao Cao’E heeft nog een eindje te gaan. Hier zijn nog echte ‘boerenfabrieken, maar hte moderne industriepark is volop in aanleg! Hier leren we van waar al onze vloeibare zeepjes, muggenverjagers en lotions komen: in een wat oubollig fabriekje worden de basisbestanddelen gemengd, worden PET-flessen geblazen , gevuld en dan grotendeels met de hand verder afgewerkt, gkeurd en verpakt. We hebben er een interessant gesprek met het dorpsbestuur. Blijkt dat van de officieel 8000 boeren in het dorp bijna niemand nog de landbouw als belangrijkste bron van inkomen heeft!
Daarmee zit ons studiekarakter van de reis er bijnan op; tijd om een kort bilan te maken; we hebben het ‘gemiddelde’ platteland gezien in Xi’An, Luoyang en Zhengzhou, en het heel rijke platteland in Hangzhou. Op het weinig overtuigende Nanjie is overal alles privé. Maar in Luoyang zagen we hoe de boeren spontaan hun grond terug poolen in een dorpsondernemeng. En overal ondervonden we dat de overheid een flinke vinger in de pap heeft wanneer het op reglementering van het privé-initiaitef aankomt. Vrije micro-economie, gecontroleerde macro-economie, zei Deng Xiaoping. Of ‘socialisme op zijn Chinees’.
De 18de bezoeken we nog het zijdemuseum en een traditionele theeplantage. Die combineert thee met een stuk toerisme om voldoende inkomen tre vergaren. DE dames uit de groep laten hun koopwoede even los want zowel natuurzijde als Long Jin groene thee moet je nu eenmaal in Hangzhou kopen. De theeboer weigert korting te geven, want in dit dopr worden de prijzen streng door de overheid gecontroleerd; die wil verhinderen dat de boeren mekaar zouden kapot concurreren.
van Hangzhou naar Shanghaiu is het maar drie uur bussen. De eerste avond trekken we gezmanelijk naar de nieuw ingerichte Bund, vanuit de bocht van de rivier heb je een ongelooflijk zicht op de beide ‘s nachts mooi verlichte oevers, het koloniale Puxi van de jaren 20-30 en de nauwelijks tien jaar oude skyline van Pudong met het tweede hoogste gebouw ter wereld.
We besteden twee volle dagen aan de Wereldtentoonstelling, alhoewel de laatste halve dag de gelederen tengevolge van de warmte al flink uitdunnen. De Expo draait intussen op volle toeren , ttz ongeveer 400.000 bezoekers per dag. Alles is piekfijn georganiseerd, boven de wachtrijen zijn sinds mijn eerste bezoek in mei zonneschermen geplaats met verneveling van water; soms zie je de wachtrijen bijnan niet staan, maar in deze toch al vochtige lucht v erkoelt het water nauwelijks. Voor de grote publiekstrekkers zijn er wachttijden van meer dan drie uur. Maar er zijn genoeg interessante themapaviljoenen met veel minder publiek ,dus we trekken onze plan. Als goede Belgen trekken we zelfs meer dan onze plan, sommigen weten via het restaurant van het paviljoen de files te omzeilen, anderen profiteren van onze zeldzaamheid als ‘grote neuzen’ in dit bijna uitsluitend Chinese publiek om de vriendelijke Chinezen te overtuigen hen via de VIP ingangen binnen te laten. En Lieve die intussen zowat heel Shanghai kent, weet onze hele groep zonder wachttijd binnen te krijgen in het Belgisch paviljoen maar ook in de absolute topper Spanje! Bravo! Iedereen in de groep vind uiteindelijk zijn gading.
Morgen 22 juli nog wat vrij rondhangen – er is keuze te over tussen musea, de Yuyuan tuin en de oude stad, het platform boven op de tweede hoogste toren ter wereld, de magnetische zweeftrein aan 435 km per uur,… en ‘s avonds per vliegtuig naar Beijing. Wat ons betreft eist het werk van Lieve zijn rechten op: we gaan morgen kunstgalerijen bezoeken.
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)Eindelijk een teken van leven!
We zijn intussen al weer negen dagen in China! ‘We’, dat is de groep van 28 die op initiatief van de Vereniging Belgie-China voor drie weken het Chinese platteland bezoekt.
Waarom we nog niets lieten horen? Nee, er is niets dramatisch gebeurd, iedereen is in goede doen op wat tourista na. Gewoon elke dag te druk, soms geen internet beschikbaar en regelmnatig uitgeteld van de warmte.
Peking wachtte ons op maandag 5 juli om zes uur ‘s morgens op met een zeldzame hittegolf. ‘Blijf binnen’ raadde de regering de bevolking aan. We lieten het niet aan ons hart komen en begonnen de dag na een slapeloze nacht met een briefing over het platteland door professor Du , Michael Crook en een specialiste van plattelandsgezondheidszorg. Tijd om tijdens de -uiteraard Chinese- lunch, verder kennis te maken met onze Chinese gastheren en met de Chinese studentes Susan en Ruth die ons gaan vergezellen, en daarna duikt iedereen , op een paar moedige Temsenaren en een verloren Limburger na het bed in om te recupereren. Vrije avond.
Dinsdag wordt het meteen menens: na een Chinees ontbijt – sommigen zullen dat zelfs na negen dagen nog niet kunnen verteren- wandelen we in de broerige hitte beschermd door zonneschermen plus fantasierijke hoedjes en petjes door de Verboden Stad en over het Tian An Menplein. Lunch in een restaurant met gerechten en spectakel van minderheden uit het Zuidwesten-iets te veel ‘toeristisch’ en dan op naar de altijd impressionante Tempel van de Hemel. Vervolgens rennen naar het station voor de nachttrein naar Xi’An in couchetten tweede klas.
In Xi’An wisselen we bezoeken aan het platteland af met meer toeristisch werk. Eerst twee dagen het plattelandskanton Danfeng, in de bergen op een goede drie uur bussen op de autostrade van Xi’An naar Shanghai, met bezoek aan een plantage van geneeskundige kruiden, een aantal dorpshuizen gebouwd voor de hervestiging van bergbewoners, een kippenboerderij, het dorpsgezondheidscentrum, een woning die kookt op methaan uit de beerput, een restaurant voor Chinese weekendtouristen; in het ouderlingentehuis geraken we niet want de weg is te modderig wegens de regen die dag. Leerzaam bezoek dat illustreert hoe ‘arme ‘ dorpen niet noodzakelijk arm moeten blijven. Sinds ons bezoek vorig jaar is hier wel niets veranderd. Fantastische avond in het kantonale stadje Danfeng waar wij als toeristische attractie voor de lokale bevolking dienen.
Op de terugweg staan we enkele uren stil in een file wegens een ongeluk in een bergtunnel; een frekwente gebeeurtenis want de lokale boeren staan quasi onmiddelijk klaar met drank en fruit. Wij verbroederen met een bus jonge meisjes die op weg zijn om als gastarbeiders twee maanden lang te gaan werken in de horeca in Weinan, enkele uren verder. We zingen, dansen en spelen spelletje, waarbij dr. Kris zich van zijn beste kant als zanger van Chinese liedjes laat zien. Net wanneer Mark en Katrien een spoedcursus salsa beginnen is de file helaas opgelost. Hilarische dag.’s Avonds bezoeken de moedigen nog de moslimsoek van Xi’An
Na Danfeng de toeristische toppers van Xi’an: terracotta krijgers, provinciaal oudheidkundig museum, fietsen op de stadsmuren uit de Ming periode. Commentaar overbodig. Het regent nog steeds.
‘s Avonds krijgen we een kultureel spectakel over de Tang dynastie die Xi’An groot maakte. Volgens onze experts maar een flauw toeristisch afkooksel. De moeite of niet?
Tijd om af te zakken naar het arrondissement Zhouzhi, op meer dan vier uur rijden, waarvan bijna drie uur langs een smalle bergweg. Daar in een minuskuul bergdorpje met 70 gezinnen krijgen de boeren steun van de regering en het WWF om de roofbouw op de natuur te stoppen en de regio om te toveren tot eccotoerisitische zone voor Chinese toeristen. De laatste kilometer tot het dorp is onbereidbaar voor omze bus wegens de hoge waterstand omwille van de regen.De hele vallei is tot natuurreservaat uitgeroepen. We bezoeken er een ex- boer, nu hotelhouder die zichtbaar goed boert. Toch lijkt het alsof bijna alle huizen in de regio die kamers verhuren in deze topmaanden van het lokale tourisme nog grotendeels wachten op de verwachte toevloed. Iedereen van onze groep had hier graag een of twee dagen langer gebleven om te genieten van de bossen en de bergen en de frisse lucht, om te wandelen of gewoon te luieren.
Terug in Xi’An halen we na de fesstelijke lunch met verjaardagstaart voor Claire nog net de trein naar Luoyang, ‘slechts’ zes uren sporen, die zo voorbij zijn. In Luoyang wacht ons een nieuwe gids. Na de supervlotte Wanlin (Henry) in Xi’An wacht ons nu de oudere Peter Wang. een man die goed getuigt over het verleden maar minder goed Engels praat. Luoyang is naast archeologisch belangrijk gebied vooral een middelgrote oude industriestad waar de hervormingen en de stadsrenovatie laattijdig begonnen. Het loopt duidelijk achter op Xi’An.
Wijzelf besteden de eerste dag, na het troosten van onze Hollandse reisgezellin wegens het voetbalverlies, aan een bezoek aan het kanton Yanshi en bezoeken het dorp Erlitou. Hier komen geen toeristen tenzij een zeldzame Japanner om de sporen te zien van gebouwen uit de Xia dynastie. We discussieren met het gemeentebestuur over de ambitieuwe plannen om een nieuw modeldorp op te bouwen. We hadden gevraagd naar enkele meer formele omtvangsten dan vorig jaar en worden prompt door de top van het kantonbestuur ontvangen. We bezoeken een graanboerderij die gerund wordt door een collectief dorpsbedrijf. Bedoeling is dat alle boeren vqn het dorp binnen drie jaar al hun grond behalve een klein privelapje verpachten aan de firma die een aantal prestaties in natura levert ter compensatie; de boeren gaan dan elders werk zoeken in de industrie of de dienstensector. De firma doet aan gemechaniseerde landbouw en verwerkt bijna alles tot alkohol, meel en cosmetica. Met de winst wordt de dorpskas in evenwicht gehouden. Ik wordt tussendoor ook nog geinterviewd door de televisie van Yanshi, we gaan in kleine groepjes eten in de huizen van de dorpelingen. Verder bezoeken we nog maar een dorpsgezondheidscentrum, een stuk beter dan in Danfeng . en een fabriek van gemotoriseerde driewielers , een filiaal van een grote groep uit Chongqing dat erg belangrijk is voor de plaatselijke tewerkstelling.
Op de terugweg brengen we de bedienden van de post tot wanhoop omdat iedereen van die malle Belgen postzegels wil in plaats van de gebruikelijke stempels. Iedereen is tevreden over de dag.
‘s Avonds bezoekt een deel van ons de ‘oude stad’, een stadsgedeelte met ‘echte’ oude Chinese huizen, heel populair om niet te zeggen grotendeels verkrot, maar nu ontdekt door het plaatselijke toerisme en met een begin van renovatie. Barbeque met bier van ‘t vat bij de lokale bevolking en het is na enkele regen- en wolkendagen opnieuw broeierig warm.
Morgen 13 juni opnieuw een toeristische dag met de beroemde Longmen grotten en de grote stuwdam Xiaolangdi op de Gele Stroom en dan doorrijden naar de provinciehoofdstad Zhengzhou. En opnieuw een verjaardagsfeestje. De tijd is voor iedereen voorbijgevlogen en gelukkig is alles tot nu toe vlekkeloos verlopen.
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)