100ste internationale vrouwendag: Lieve terug in Shanghai!

29 maart, 2010, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Een gezicht als een open boek…

Ons wonen in China ligt anderhalf jaar achter ons en zie, daar komt er reeds een nieuw China-avontuur aan. 2010 wordt een jaar vol China! Sinds november laatstleden weet ik dat ik op de Wereldtentoonstelling Shanghai 2010 aanwezig mag zijn met een installatie met vier schilderijen. Ze hangen in het Belgisch Paviljoen. Daar schrijf ik beslist meer over, eenmaal de Wereldtentoonstelling begonnen is en ik vaak in Shanghai zal zijn. Maar per genadig toeval werd ik enkele weken geleden uitgenodigd door de Vrouwenvereniging van Shanghai en het Nationaal Museum van Shanghai om deel te nemen aan een internationale tentoonstelling naar aanleiding van de 100 ste internationale Vrouwendag. Er namen 25 landen aan deel, het werk van 44 kunstenaressen was te zien.

Shanghai Art Museum

Shanghai Art Museum

Ikzelf was tijdens de tentoonstelling aanwezig in Shanghai. Ik deel dan graag mijn ervaring met u via onderstaand verslag dat ik schreef na mijn thuiskomst:

Bij mijn reisbenodigdheden die ik klaargelegd had om mee te nemen naar China ligt mijn dagboek , geschreven in Shanghai in 1990. Toen, ik was 29 jaar , reisde ik ook alleen naar Shanghai. Via de Vereniging Belgie-China, werd ik uitgenodigd door de Vriendschapsvereniging van Shanghai om jurylid te zijn voor een internationale tekenwedstrijd voor kinderen. Dit werd een ervaring die me meer gevormd heeft dan ikzelf jaren ingeschat heb. Ik schreef tussen mijn 10de jaar en mijn 33 ste jaar steeds dagboeken en heb er nooit ééntje herlezen maar ik besloot nu een inbreuk te plegen op die gewoonte en dit wel eens te doen. De dag voor ik vertrok keek mijn man even naar de foto’s in dat boekje en hij merkte op dat het jureren destijds, maart 1990, doorging in Het Nationaal Museum van Shanghai, net dezelfde plaats waar straks , maart 2010, twee van mijn schilderijen zouden hangen! De toon is gezet: ik voel dat het een reis vol nostalgie wordt.

Het museum heeft inmiddels een nieuwe locatie gekregen en ik word ook niet meer opgewacht door dansende en zingende kinderen met vlaggetjes. Uiteraard niet, bedenk ik maar , ik voel me eigenlijk wel blij dat ik dat allemaal meegemaakt heb en dat ik de veranderingen in dit grote land al 20 jaar van vrij dichtbij meeleef.

Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de Internationale Vrouwendag organiseerde men hier een internationale tentoonstelling voor vrouwelijke artiesten. Er nemen 25 landen deel, er is werk aanwezig van 44 kunstenaressen. Er hangen twee schilderijen van mij.

Samen met collega's voor mijn werk

Samen met collega's voor mijn werk

In het museum

In het museum

Ik word verwacht op een debat over De Vrouwendag. (zie verslag) Ik zie de jonge vrouwen in het debat zitten en misschien ik het wel de eerste keer in mijn leven dat ik denk als een oudere vrouw: zij waren baby’tjes toen ik hier voor het eerst kwam. De tentoonstelling wordt ingeleid door een openingsceremonie, er zijn debatten gedurende de hele week en er is een sluitingsceremonie. Ik ben overal aanwezig.

Openingsbuffet

Openingsbuffet

Sluitingsceremonie op dakterras van Museum

Sluitingsceremonie op dakterras van Museum

Buiten mijn activiteiten in het museum wil ik nu in Shanghai contacten leggen om in de stad tentoon te stellen terwijl er tijdens De Wereldexpo 2010 vier van mijn schilderijen hangen in Het Belgisch Paviljoen. (ik kan nog steeds niet geloven dat er nu hier , van 7 maart tot 12 maart werk van me hangt en straks, van 1 mei tot eind oktober eveneens tijdens de Wereldexpo. Het geeft zo een gevoel van puzzelstukken die samen vallen!)

Ik ga praten met een galerij. De eerste van een reeks die ik aanstipte om te bezoeken. Drie vrouwen ontvangen me. Ik toon hen tussendoor mijn dagboekje van 1990. Ze worden erg nerveus en praten door elkaar, ze halen er een man bij. Ze leggen me uit dat de galerij toebehoort aan deze kunstenaar die dezelfde leeftijd heeft als mij. Maar dat zijn werk in België tentoongesteld werd, rond 1990, rond de tijd dat ik hier aan het werk was voor die kindertekeningen. Ik vraag hem hoe hij in België terecht kwam omdat dit toch niet zo evident was in die tijd. Hij zei dat hij uitgenodigd was door… De Vereniging België -China. Iedereen wordt stil als ik vertel dat ik toen als vrijwilliger samen met Mia , een erg actieve dame destijds in de VBC, tentoonstellingen organiseerde en dat ik wellicht zijn schilderijen heb laten rondreizen.

Na tien dagen van hot naar her lopen in Shanghai waag ik een vraag te stellen die ik eigenlijk te gek vind, bijna gênant . Ik toon mijn dagboek aan een Chinese kennis en vertel dat ik graag mijn gids van destijds, toen een jongen van 22 jaar, zou terugzien. Leven er niet zo’n 18 miljoen inwoners in deze stad? De man bekijkt de naam, zegt dat het een naam is die niet veel voorkomt en zoekt op faceboek. De dag voor ik terugvlieg belt hij me op met de melding dat hij hem vond. Mijn gidsje van toen is nu een man met een hoge functie. Mijn vriend vraagt of hij hem mag contacteren. Ik zeg ‘ later misschien, als ik terugkom in mei’. Nu moet ik alles laten bezinken.

Tijdens mijn terugvlucht herlees ik dan eindelijk mijn dagboek. Ik sta versteld van hoe weinig een mens zijn denken verandert in 20 jaar! Toen , net als nu, vond ik dat ik in situaties terechtkwam die te moeilijk voor me waren, toen net als nu dacht ik dat ik het niet zou slagen in wat ik moest realiseren, toen net als nu had ik de wil het wel degelijk tot een goed einde te brengen en door te zetten niettegenstaande mijn schrik en moeheid van het teveel hooi op mijn vork nemen (wat een troost. Ook nu ben ik moe en dit heeft dus niet met mijn leeftijd te maken?) , toen net als nu voelde ik me zo dankbaar en genoot ik màteloos van elke minuut, van elke uitdaging, van alles wat rond, in, met me gebeurde. Als de Stewart , tussen Londen en Brussel, komt vragen of ik iets wil drinken vraag ik te nadrukkelijk of hij soms iets sterks heeft: hij brengt mij twee flesjes vodka! We schieten beiden in een lach als hij ze me geeft: is mijn gezicht werkelijk zo een open boek? Het mag dan een open boek zijn , ik vermoed dat het nog steeds niet volgeschreven is…

VERSLAG DEBAT:

Plaats debat: Shanghai Art Museum , 8 maart 2010

Rondetafel debat

Rondetafel debat

Aanleiding debat: viering van 100ste verjaardag internationale vrouwendag en de tentoonstelling Aanwezig in het debat: zowel oudere , als jongere mensen, veel vrouwen en enkele mannen:kunstenaressen, uitgevers, journalistes en journalisten, vrouwen van organisatie tentoonstelling…. (samen met een vrouw uit Maleisië waren we de enige buitenlandse deelnemers in het debat, denk ik)

Met Maleisische kunstenares en organisatrice van debat

Met Maleisische kunstenares en organisatrice van debat

Het debat begint meteen pittig: iedereen is blij dat een tentoonstelling voor en door vrouwen georganiseerd werd naar aanleiding van de 100 ste verjaardag van de Internationale Vrouwendag en men oppert dat tentoonstellingen voor vrouwen vaker zouden moeten georganiseerd worden waarop enkele vrouwen zeggen dat dit geen goede zaak is: een onderscheid maken tussen vrouwen en mannen is eigenlijk aanvaarden dat een groep inferieur is aan de andere.

Op het moment dat ik me mag voorstellen zeg ik dat ik het noodzakelijk vind dat er Vrouwenverenigingen zijn en ik geef uitleg over mijn schilderij ‘nooit veraf’ (‘nooit veraf’: twee schoentjes van ingebonden vrouwenvoeten , voor 1900, hangen aan een haakje. De kleine schoentjes zijn voor mij het symbool voor het beperken van de vrijheid van de vrouw: letterlijk en figuurlijk. Net zoals kleine voetjes toen sexy gevonden werden, zo worden hoge hakken nu erotiserend ervaren en beiden beperken ze de vrouw in haar bewegingsvrijheid. Misschien is dit niet zo toevallig. De schoentjes op mijn schilderij hangen losjes aan een haakje waarmee ik bedoel dat het inperken van de vrijheid van een vrouw niet iets is niet iets van honderd jaar geleden in het Verre Oosten maar een gevaar dat steeds aan een haakje hangt, klaar voor hergebruik, en dat vrouwen daar alert moeten voor zijn. ) Vele Chinese vrouwen van het panel zijn het niet met me eens omdat ze het zo niet ervaren. Ze weten niet wat ik bedoel met ‘vechten voor gelijkheid en vrijheid tegenover de man’. Op zich ben ik aangenaam verrast en is mijn nieuwsgierigheid naar hun mening helemaal geprikkeld.

Ze vinden dat ze alle vrijheid hebben en alle keuzes kunnen maken , zonder enige vorm van druk, noch van ouders noch van mannen: studeren , niet studeren, na studie werken of een rijke man zoeken en niets doen. Chinese vrouwen voelen zich erg vrij en ervaren de relatie tussen man en vrouw niet als een strijd. Daar zijn ze het allen over eens.

Lachend voegen ze eraan toe dat zelfs rijk trouwen en niets doen en hele dagen koffie gaan drinken in dure cafetaria aangemoedigd wordt door hun moeders en bijlange niet scheef bekeken wordt. Onze Vrouwendag indachtig zijnde zeg ik dat dit geen vrijheid is. Ik ben opgevoed door een moeder die er heel erg op stond dat we een eigen diploma haalden en ons eigen geld konden verdienen, ook binnen een huwelijk omdat je maar vrij bent als je financieel onafhankelijk bent. En als je dat niet bent dat je huwelijk kan veranderen in een gevangenis. Dat ik geloof dat de strijd een verhaal is dat niet afgesloten is. Dit schokte de jonge vrouwen erg. De Oudere vrouwen applaudisseerden.

Meteen viel de groep uiteen in twee groepen. Vrouwen die me gelijk gaven, meestal de oudere, al waren er ook drie jonge vrouwen die me erg steunden, en boze jonge vrouwen.

Een oudere vrouw gaf een interessante reactie om dit conflict te duiden. Wij , in het westen ervaren dit probleem meer als een strijd omdat wij in het westen individueel, van beneden af moesten strijden voor onze vrijheid. Hier werd het van bovenaf geregeld. De aanwezige oudere vrouwen beleefden gouden tijden tijdens de culturele revolutie, zeiden ze, ze hadden geen nood aan een Vrouwenvereniging : die was heel sterk rond 1967 ,omdat die georganiseerd werd door leider Mao. Hij zei dat de vrouw de helft van de hemel kon dragen, legden ze me uit en daar praten ze met heel veel dankbaarheid over. Er werd kinderopvang op het werk zelf voorzien, maaltijden op het werk en op school zodat er minder boodschappen moesten gedaan worden en minder moest gekookt worden.

De jongeren bevestigen dat ze geen strijd zagen thuis, dat pa en ma dezelfde rechten hadden, samen het huishouden deden en mekaar heel erg respecteerden en dezelfde job konden hebben. Ze zeggen dat het nog zo is in de stad maar niet meer zo is op het platteland. Vroeger dus wel.

(vrouwen van Shanghai hebben doorheen de geschiedenis steeds de reputatie sterke onafhankelijke vrouwen te zijn. )

Inderdaad , toen ik in 1987 door China reisde zag je overal bijvoorbeeld vrouwelijke buschauffeurs, daar was geen sprake van in Europa, in die tijd. Dit hier, in het museum, anno 2010, zo te horen uitleggen aan me door oudere vrouwen die het allen eensgezind beamen, maakt indruk om me. 1967, de culturele revolutie, het klinkt voor mij zo beladen dat ik echt diep in de ogen van de vrouwen kijk om te zien of ze het echt menen en dat blijkt absoluut zo te zijn.

De vrouwen opperen dat ze tegenwoordig teveel moeten werken. De vraag wordt gesteld hoe dit op te lossen is. Opnieuw valt de oplossing: vinden van een rijke man, en dan een poetsvrouw en een nanny nemen. Sommige vrouwen lachen , anderen zwijgen. Ik opper dat de keuze van niet werken is alleen goed indien die zeer goed overwogen is op voorhand , er een goede financiële afspraak gemaakt is én indien de vrouw die tijd invult met cultureel, intellectueel- , of politiek werk.

Op de vraag hoe ik het probleem van teveel taken zou oplossen zei ik dat de regering moet helpen met het organiseren van betaalbare en goede opvang voor kinderen en andere service in functie van het oplossen van huishoudelijke taken (moet een politiek agendapunt zijn) zodat een vrouw of een man echt kan gaan werken als ze/hij dat wil zonder zich uit te putten . Deftige, betaalbare maaltijden op school en op het werk, opvang voor kinderen op het werk, flexibele uren in functie van het gezin zijn enkele mogelijkheden. En dat niet alleen wettelijk maar ook in de praktijk de vrouw moet verdedigd worden indien een man financiële afspraken na een scheiding niet naleeft.

Zeker als de vrouw omwille van omstandigheden ervoor kiest huismoeder te zijn moet er getrouwd worden onder een wettelijk stelsel waarbij man en vrouw de inkomsten en bezittingen vanaf het huwelijk delen.

Na scheiding moet vrouw kunnen gaan ‘stempelen’ zodat er een minimum loon is of terecht kunnen in een huis voor vrouwen, zodat ze een dag boven haar hoofd heeft. Zonder deze voorwaarden is er nooit sprake van keuze en is elke keuze vals. Applaus van de ene groep , boosheid van de andere groep. Het verward me dat sommige jonge vrouwen echt van geen bewuste strijd willen horen.

Een man zei dat hij heel erg de liefde van zijn moeder gewaardeerd heeft en nodig had om volwassen te worden en nu de liefde van zijn vrouw nodig heeft. Dat het belangrijk is om respect te hebben voor mekaar maar dat een gezin de liefde en gevoeligheid van een vrouw nodig heeft. En, dat een man steeds een jager blijft. De woorden van deze man worden dankbaar verteert. Het debat gaat nu even over de vrouwelijkheid in de kunst van vrouwen en het voelen van zeer veel emoties als er met vrouwen gewerkt wordt of door vrouwen iets gerealiseerd wordt. Allen zijn het erover eens dat emoties een grote rol spelen in het leven van de vrouw. De kunstenares van Chinese afkomst wonende in Maleisië, geeft een emotioneel betoog over de positie van de vrouw in Maleisië en vooral de positie van de kunstenares. Ze weent erbij als ze vertelt dat ze niet eens recht hebben om een naaktmodel in de academie.

Er wordt ook geopperd dat vele mannen grote inspanning doen voor kinderen en vrouw. Jonge vrouwen zeggen dat dit zeker zo was in de tijd van hun ouders,maar dat het nu soms lijkt alsof de jonge mannen nu daar lakser in zijn. Of misschien kunnen ze het vanwege de werkdruk ook niet aan.

We praten over politiek en vrouwen, over politiek en kunst. Ik zei dat politiek een grote rol speelt in de appreciatie dat de gemeenschap heeft tegenover de kunstvormen (avant garde kunst of realisme). enkele vrouwen waren heel blij met deze opmerking. Bleek een pijnpunt te zijn: jonge vrouwen in China doen NIET aan politiek. Punt uit, weigeren dat uitgesproken,willen ook het verband niet zien. De oudere vrouwen vinden dit jammer.

Wat mij verontrust is dat het ‘koffie drinken’ , shoppen en niets doen in China erg gestimuleerd wordt terwijl men alom wel weet dat dit lijdt tot vreselijke toestanden: jonge vrouwen moeten van hun man hun gsm met camera meenemen om zich op elk moment van de dag te kunnen filmen en verantwoorden aan hun man. Men weet dit en toch is men bereid deze prijs te betalen. Dit is geen absurd verhaal: iedereen kent ze en wij kenden in Shengyang enkele superrijke vrouwen, rijdend met een BMW, zeer duur gekleed, ze hadden en een nanny en een huishoudster , waren altijd aanwezig in de Starbucks maar moesten constant bereikbaar zijn voor hun man en bewijzen met wie ze praatten. Dat men dit niet wil erkennen als een groot probleem, integendeel , dat men het ophemelt en weglacht, is verontrustend. Ook de verhalen van mannen die meerdere minnaressen hebben en de vrouw die dit aanvaardt omwille van het geld is ook alom bekend.

Verder hadden we het nog over de vrouw in de kunst.

De directeur van het museum zei: vele vrouwen werkten destijds onder een mannennaam. Ik vertel dat dit ook zo was in het Westen en ook nu gebeurt dit terug, las ik onlangs, omdat je als vrouw niet zo ernstig genomen wordt, noch in de kunstwereld zelf , noch door de lezers van vaktijdschriften. Maar er is nog een ander probleem: in de jaren 1900, begin 20ste eeuw schreef men boeken over kunstgeschiedenis en dit is een moment dat vele vrouwen weggelaten werden, ook al waren ze bekend als kunstenares.

Ik gaf de vrouw die een kunsttijdschrift uitgaf een compliment in haar functie en zei dat ze daarom een belangrijke taak had: ervoor zorgen dat we in de geschiedenisboeken geraakten. Misschien begreep ze me niet goed , want ze anwoordde ‘dat een vrouw hier uitgever is ,is bij ons normaal, misschien kennen jullie dat niet in het westen maar hier is dat niets speciaal. Jullie in het Westen leven zoals Chinezen op het platteland’

Ik vond het hier in China jammer dat vooral jonge vrouwen de nood aan bewegingen en solidariteit tussen vrouwen niet zien maar tegelijk waren er minstens drie jonge vrouwen mij na het debat kwamen opzoeken om me heel emotioneel de hand te drukken en te zeggen dat ze het heel erg eens waren met me. Ook de televisie nodigde me onmiddellijk uit voor een interview.

TV-interview

Daarenboven is het ook zo dat dit debat bij ons ook niet eensgezind verloopt . Na mijn terugkomst viel het mij op dat vele jonge vrouwen en mannen vinden dat mannen bij ons echt veel inspanning doen om te helpen in het huishouden en met de kinderen maar dat het debat vast loopt omdat men met mekaar begint ruzie te maken in plaats van door te gaan naar het echte probleem: de werkdruk die te groot geworden is en vooral: de maatschappij die niet gezinsvriendelijk georganiseerd is in die zin dat kinderopvang te schaars en te duur is. Over de noodzaak aan vrouwenorganisaties hoorde ik hier niet debatteren. Een debat loopt te snel vast in emotionele onderwerpen die de aandacht afleiden.

Mijn Besluit:

_Zowel in het Oosten als in Het Westen zijn jonge vrouwen moe. Een situatie die niet makkelijker geworden is door de evolutie van de maatschappijen : minder sociale opvangnetten, hogere prijzen voor allerlei diensten (dit is zeker het geval in het Westen), hard werken voor soms een karig loon in een maatschappij die steeds duurder wordt Sommige vrouwen zoeken een makkelijke oplossing voor dat probleem: het vinden van een rijke man. (Iets wat in China makkelijk is: er zijn veel meer mannen als vrouwen , de vrouwen permitteren zich hun lat heel hoog te leggen). Vaak komt liefde er niet aan te pas. Het uithuwelijken van vroeger, iets wat vroeger onder het Keizerrijk erg gebruikelijk was heeft een nieuwe vorm aangenomen. Huwen zonder gevoelens van echte verliefdheid staat er minder ver van de cultuur als hier )

-hier discussieert men wel degelijk over flexibele uren in functie van het gezin, ook voor mannen maar als men dit niet koppelt aan degelijk georganiseerde kinderopvang, betaalbare, goede maaltijden op school, minder werk- en sociale druk zullen gezinnen het probleem nooit kunnen oplossen.

_ Zowel in Oost als West zijn voor de jonge vrouwen de verworvenheden normaal, voor de Westerse vrouw is de Vrouwenstrijd iets van de vorige generatie , oubollig, afgezaagd en niet meer nodig, voor de jonge Chinese vrouw is het eerder een Westers fenomeen dat zij nooit nodig gehad hebben , er de functie niet van inzien.

Olympische Spelen tot in elke uithoek

30 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

De treinreis van tien uur van Kashgar naar Kuqa werd er eentje van veertien uur: de treinrails hadden last van wateroverlast. Het had veel geregend en daar is de woestijn niet op ‘gebouwd’! Zo sukkelden we doodmoe om drie uur in een hotel. Ik las nog een uur, te moe om te slapen.
[ik lees een zeer erotisch boek over een lesbische vriendschap rond de eeuwwisseling van 1800 naar 1900, tijden waar dit soort verhoudingen nog niet echt getolereerd werden, speelt zich af in Engeland. Ik nam het boek mee omdat het dik was en toch niet veel woog en dacht al dat dit niet echt een goede keuze was omdat het niets met het land te maken heeft waar ik ben maar eigenlijk heeft het wel iets hierover te lezen in een landsdeel met gesluierde vrouwen en waar wellicht ook veel verborgen gebeurt]
Dit is wel erg intens reizen nu. Nadat we even uitsliepen tot tien uur en ontbeten, stapten we een taxi in om ons door prachtige landschappen rond Kuqa te rijden en onderweg ruines en beschilderde grotten te bewonderen. Het zijn de landschappen die ik nooit zal vergeten! Ze deden me denken aan een topreis door deadvalley in de States. Ook hier geniet ik mateloos van zandformaties en de kleuren. Wat heeft de natuur toch veel fantasie! Eerst is er een landschap met roze-rode raar gedraaide kegels, reuze halve bolhoedvormen, molshopen… noem maar op. Later zijn het echt bergwanden die uitgesleten werden door regen in wind in lijnen, nu horizontaal lopend dan weer vertikaal ingesneden. Prachtig. Het grootse, het eindeloze beneemt me de adem. Ik voel me weer heel erg dankbaar en gelukkig.
Bij de ruine, ben ik ook erg emotioneel. Ooit stond hier een ernorme boeddhistische tempel met uiteraard huizen errond die dan veel kleiner waren. 9de tot 12de eeuw. Maar zo’n dikke muren, men geloofde ook dat het eeuwig zou duren!
De kleur van de ruines, rode oker tegenover het grijze van de keitjes in het zand en tegenover het paarse van de bergen in de verte is prachtig. Geel oker ontbreekt niet in het pallet, het zorgt voor de glans en de glitter,net zoals de kronkelende rivierbedding: bruin water , glinsterend in licht, kronkelt er snelstromend doorheen.
 
De muurschilderijen in de grotten zijn ook knap. Niet te vergelijken met die in Dunhang, dat niet maar mooi. Berlijners hebben de mooiste figuren uit de muur gezaagd… we kunnen ze aldaar gaan bezoeken. Jeetje… en opvallend: islamieten haalden alle weergave van kledij van de figuren weg. Zo zie je een muur vol geschilderde boeddha’s met zandkleurig,kleur van de naakte rots, gewaad.
 
We snellen terug door het prachtige landschap om de trein te halen van 7.30 om om middernacht in Korla aan te komen. Nu voelen we de aanwezigheid van de Spelen een beetje teveel: eerder op de dag mochten we een mooi gebied niet in, want er zijn olie- en gasvelden en nu is het gebied tot na de Spelen afgesloten. Ook de controles voor we op een trein geraken zijn strenger al is het aandoenlijk hoe de mannen die ons moeten controleren zich generen en zich excuseren. Ze zouden ons handtasje weer helpen dichtdoen, indien we ze niet tegenhouden en zeggen dat we het wel begrijpen en niet erg vinden. Maar in Korla mogen we niet meer binnen in gewone hotels: we moeten minstens drie sterren nemen, regeling tot na de Spelen.  EN voor we naar onze kamer mogen moet de valies even open. Gewoon open, men kijkt er niet in…
Korla is een grote moderne stad. Een mooie stad, zouden de Chinezen zeggen, maar voor ons ishier niets pittoresks te beleven. Straks om twee uur gaan we bussen voor minstens zes uur naar Urumqi, door de Tiansdhan bergen. Het wordt beslist weer erg mooi, nee, ik krijg niet snel genoeg van woestijnen en gelukkig reizen we graag. Nu moet gezegd: een taxi of eigen jeep kan wel luxe zijn maar dit openbaar vervoer is toch wel echt boeiend. Zelfs het meisje dat op vorige lange treinreis de hele dag sliep maar om middernacht, toen wij wel eens een paar uurtjes wilden dutten, luidop aan een stuk door begon te kletsen met haar buur had ik eigenlijk niet willen missen… Of de zes Oeigoerse jongeren die gierden van het lachen met een spel dat ze speelden, of de vader die zijn zoontje net voor de bus [op een eerdere bustocht dus] zijn drukje liet doen… ze horen erbij!

Gesluierde dames in China!

27 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Vanmorgen een heksenketel overleefd! Intenser genieten van overleven en heksenketels kon ik niet meer, het was prachtig! Ik begrijp nu ten volle dat ik in een heel erg belangrijke stad van de zijderoute ben, maar ik begrijp vooral dat we in een stad zijn waarvan de eerste buurstad van enig formaat op meer dan 1000 kilometer ligt.


Het is DE zondagmarkt van Kashgar die me in geuren, kleuren en de nodige mix van elkaar overheersende geluiden 2000 jaar geschiedenis vertelde en wat de gevolgen zijn van zijn geografische ligging. Ik heb het begrepen. 
Hier liepen tienduizenden mensen te kopen en koopwaar aan te bieden. Van arme sloebers tot prototype sjieke matrones in uitgedoste tenues die ik later met plezier omschrijf!
Maar eerst wil ik de koopwaar in beeld brengen. Op de brug begint het nog rustig, we zijn ook vrij vroeg. Daar staan ze met borstels gemaakt van takken waar de botten nog aanhangen. Zo eentje wil ik wel in mijn buitenkamer. En met ceinturen en gebakken potten en kruiken, ik smelt. Maar eenmaal de brug over verliest deze buitenmarkt alle structuur. Potten, lage tafels, emmers, meloenen, messen, bh’s, honden, hout, ijsjes, kammen, groenten, kinderbedjes, ongediertebestrijder,hoofddeksels, noedelgerechten, schoenen, kebab, fruit, stoffen, sloten, pas geslachte of nog niet geslachte schapen… alles is er te koop. Niet een paar van wat per paar verkocht wordt maar duizenden paren, geen meter maar duizenden meters van al wat te meten valt. De zijden, wollen en katoenen stoffen liggen op bergen gestapeld en de verkopers zitten er bovenop.Anderen stoffen hangen glitterend te wapperen in het zonlicht. En maar keuren en discussieren, er wordt niet zomaar iets gekocht, elke aankoop is een weloverwogen gebeurtenis, dit is duidelijk.
Als ik zo verbluft ben van een teveel aan kleuren en patronen dat ik niet eens aan kopen denk moet het al erg zijn…
 
Aan de mensen, vooral Oeigoeren -Turks sprekende moslims- zie je dat deze stad afgesloten van de wereld ligt. Velen ogen arm maar vooral vuil. Vooral de mannen, we weten niet hoe het komt maar zelfs al zien velen er op zijn zondags uit, zelfs al dragen velen een kostuum, ze ogen nog arm en vuil. Is het de stoppelbaard bij de jonge mannen die ons misleidt? Hun grote gestalten? De andere blik in de ogen? Of het ongemak dat de meesten geen Chinees begrijpen – het is nochtans hun tweede taal op school- ? We zijn natuurlijk erg gaan wennen aan de tengere, haarloze en steeds nette Hanchinezen en die lopen hier niet dik gezaaid.


Heel erg in contrast lopen de vrouwen er als prinsessen bij! Hoge hakken ontbreken nooit! Het gezicht helemaal ingepakt of alleen een dunne voile over het haar, een dure jurk of een arme jurk: de voetjes stappen op hakken. Sommige schoenen hebben geen sluiting meer en toch trippelen de dames erop verder met zware zakken om de pols. 
De jurken verblinden. Bijna bij elke vrouw, zelf mijn dame van het ezelskarretje met watermeloenen die me een stuk sappige vrucht verkoopt zit daar met een paillette-roze-glitterjurk! Je kan een knalrode, zelfs aansluitende glitterjurk zien voorbij wandelen op hakken en met een ingepakt hoofd, babbelend met een vriendin die evenveel glittert maar heel fel gesminkt rondloopt en zonder hoofddoek samen met een andere vriendin die er bijloopt in een wijde jurk en het hoofd bedekt met een bruine gebreide sjaal. Helemaal bedekt: de sjaal hangt over de ogen, over het hele gezicht! Ik kan me niet voorstellen dat je erdoor kan zien, laat staan op een electrische motorfiets rijden!


Onze Oeigoer gids van de oude stad vertelde gisteren dat  vroeger de vrouwen er de eerste vijf jaar na hun huwelijk zo moesten bijlopen. Het gebeurt nog maar de meeste vrouwen die je zo ziet lopen zijn oud en bleven die sjaal dus eeuwig zo dragen. In principe moeten de vrouwen zich nog sluieren, al zijn sommige sluiers slechts een kleine voile boven het haar.Meer en meer vrouwen werken en dan dragen ze geen sluier of ze een kleintje.


In de toeristen gids staat dat wij ons best ook een beetje bedekken. Maar dat blijkt alleen nodig als je een moskee wilt bezoeken. Ik zie dat aan de Hanchinezen die hier rondlopen: zij lopen rond als steeds. De gids bevestigt wat ik vermoed: eigenlijk doet elk hier wat hij wil, er leven hier tientallen minderheden door elkaar, al zijn de meesten Oeigoer, en ze laten mekaar eigenlijk met rust. En ik? Ik mag me nog zo deftig kleden met lange broek en lange vormloze blouze en zelfs een lint in mijn haar dat op een sjaaltje lijkt: men kijkt naar me, men STAART naar me! Dit doet me denken aan wat ik twintig jaar geleden meemaakte op het platteland van China. Ik begrijp niet dat het hier ook gebeurt. Hier komen nochtans veel toeristen. Ze staren letterlijk zo dat hun mond open valt, er komt geen commentaar uit de mond. Eergisteren in Yarkand, stond men met minstens twintig mannen en kinderen heel dicht rond me te staren en te staren. We moesten er weggaan.
 
Ik vroeg de gids of het waar is dat hij als Oeigoer niet kan studeren in een Hanchinese school, zoals een andere jongen ons eerder vertelde. Hij vertelde dat hij studeerde in Xian , een Hanschinese school dus, en er straks nog verder gaat schoollopen. Dit is geen probleem indien je slaagt voor je ingangsexamen en indien je betaalt: elke Chinees die buiten zijn district waar hij woont wil studeren moet betalen.
We vragen aan hem of er spanningen zijn tussen de verschillende minderheden onderling of met de Han. Hij zegt van niet, het is een erg kleine minderheid die ontevreden is want, zo zegt hij, deze regering is goed voor hen. Tja, als zij goed nadenken komen ze natuurlijk snel tot de coclusie dat het er in geen enkel  van hun onmiddelijke buurlanden beter aan toe gaat!
 
We hadden de gids nodig om de oude stad te bezoeken: dit is zo een wirwar van steegjes dat je er zou verloren in lopen. Mooi! Lemen oude huizen, boven elkaar en over de straat gebouwd… soms afgewerkt met knap gesculpteerd hout… maar arm! Vele huisjes zijn ook ingestort. Geld van toeristen kunnen de tienduizend bewoners van dit stadsdeel wel gebruiken. Ze doen je dan ook drie euro betalen om de oude stad in te mogen. Hier heb je een werkloosheid van tachtig percent, maar er wordt hard aan gewerkt,vertelt de gids.

Ah, ik ben zo overbluft van kleuren en geuren, wervelhozen in de woestijn, muziek die zo melancholisch geworden is en nu eens Marokkaans lijkt dan weer eens een tune van een wals laat horen dat ik gisteren zowaar vergat dat het mijn echtgenoot zijn verjaardag was! Vier Duitse toeristen waar we op een drukke, supersfeervolle straathoek mee thee dronken brachten deze kleine ramp door een gekke vraag aan het licht. Maar goed, waarom kan die man niet eens doodgewoon in Tielrode verjaren?
 
Zoals ik de laatste weken snel moet schrijven doe ik het nu ook snel en moet ik afronden…
Morgen reizen we verder naar Kusha, terug oostwaarts . Een treinrit van tien uur.
Waar brengt ons dit heen?

in Hami is de taxi gratis!

23 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Shenyang ligt twee weken achter me. In mijn hart ligt het nog heel dicht bij me maar hier in het Noord Westen van China ligt het zo veraf dat ik me moet forceren niet te vergeten dat ik nog in China ben.

We zijn nu in de oase Hotan, gelegen op de zijderoute, en een van de meest afgelegen steden in China. We lopen hier reeds een dag rond en zagen nog geen enkele toerist. Urumqi, de hoofdstad van hun provincie ligt hier 1.600 kilometer vandaan. Hotan is aan de ene kant van de wereld afgesloten door de Kunlun bergen en aan de andere kant door de Taklamatan woestijn. Het is via deze woestijn dat we de stad bereikten. Een gammele Volkswagen Santana bracht ons hier. De rit duurde twee volle dagen en zag er helemaal anders uit dan in mijn dromen. In mijn dromen zag ik ons racen, alle Chinese chauffeurs zijn toch zotjes in het verkeer ?, in een plaatselijke bus of met een jeep, verhit, gestoofd door een woestijnzon die de temperatuur laat oplopen tot minstens 50 graden. De realiteit was dat we als het ware op handen en voeten door de woestijn kropen met onze Santana en bijna kou hadden. Het regende in de woestijn! Daarenboven zag de woestijn er niet zo woestijnachtig uit want links en rechts lag een gordel groene struiken van twintig meter breedte die door een buizenspel en meer dan 100 waterputten constant geirrigeerd wordt. Dat moet natuurlijk, anders wordt de weg binnen een dag bedekt door een mantel van zand. Daarenboven was onze chauffeur van de Santana was zo voorzichtig dat hij 20 reed, daar waar 40 mocht en 50 daar waar 70 mocht, Frank had echt het gevoel dat we er kruipend sneller zouden komen. Het lijkt ons echt dat de verkeersregels en de controle hier in dit verlaten gebied veel strenger zijn dan in het dichtbevolkte gebied van China. Is dit omdat we in een gebied van de minderheden zijn of is dit doodeenvoudig omdat deze banen bijna uitsluitend zwaar verkeer hebben en dus levensgevaarlijk zijn als ze door een dorp komen? Een keer heeft Frank de moed om Adil, zo heet de man, te vragen sneller te rijden en terwijl hij zijn Chinees samensprokkelt om dat uit te leggen duikt een politiewagen op die ons doet stoppen!
Maar ik, hij natuurlijk ook wel op de momenten dat hij zich niet ergerde, genoot geweldig van deze tocht! Ik ben verlekkerd op woestijnen! Vooral het moment dat we van een heuvel reden en dus de weg met de groene berm voor ons zagen kronkelen tussen eindeloze heuveltjes van zand wist je wel echt waar je was: midden in een woestijn die slechts sinds enkele jaren toegankelijk is per wagen.
 
Nu hebben we wel veel woestijn gehad. De vorige weken doorkruisten we , met een echte grote bus maar dan enkel voor ons twee en een bevriend koppel uit Belgie, stel je voor wat een zicht dat was, een deeltje van de Gobi woestijn en het bekken van Turfan, het diepste punt van Azie, gelegen op 157 m onder de zeespiegel. We volgden de zijderoute. Dit spreekt toch allemaal tot de verbeelding, niet? Ik kon het me niet voorstellen en vind het echt fantstisch dat ik dit meemaak. Maar de verassing tijdens die tocht waren de steden, gelegen in de oases, in de woestijn.  
Die oases bleken veel groter te zijn dan ik dacht, honderden vierkante kilometers. En echte tuinen van Eden: de mensen leven er zo rijkelijk, hebben er zo een weelderige oogst van katoen, mais, bloemen, granen, fruit en groenten dat je in de stad zelf vergeet dat je geisoleerd in een woestijn zit. De steden zijn er welgesteld! Zo zie je maar. Ik was ook verrast om dagen later te weten te komen dat vele van die oases niet zomaar een gift van de goden zijn. Mensenhanden graafden duizenden kilometers kanalen onder de grond, de beroemde karets, die het water uit de bergen naar deze plaats leiden.
Ja, eerder bleek de geschiedenis van dit gebied ons zo onwezenlijk: waarom vocht me hier toch zo om de grenzen te verleggen of te behouden? Dit is toch maar zand, zo dachten we… we begrijpen dat het veel meer geweest is.
 
Het gevoel dat ik niet meer in China ben komt er onder andere door de Oeigoer bevolking: Islamitisch, sterk gesluierde vrouwen, soms alleen de ogen zichtbaar, en sommigen mannen lijken wel Chinees maar anderen helemaal niet. Onze chauffeur bijvoorbeeld lijkt echt een Rus. De meeste mannen zijn groot en eerder dik, de jonge vrouwen zijn gesluierde Oosterse schonen, de oudere vrouwen dikke dames met veel te veel dikke kousen onder de lange rokken. Verder zien we hier overal moskeeen en veel ‘zuivere restaurants’ en brood. Van die prachtige, platte broden die er samen met de muziek, die niets meer met mijn heerlijke Chinese muziek te maken heeft, voor zorgen dat ik me in het Midden Oosten waan en steeds praat over de Oeigoeren en de Chinezen. Dit is erg fout gezien de Oeigoeren ook Chinezen zijn.  Je  praat over Oeigoerchinezen, Hanchinezen, Huichinezen.
 
Het gebrek aan rijst, de overdaad van heerlijke meloenen, druiven en ander vers fruit en rauwe groenten, de temperatuur die wel deglijk tot 50 graden kwam maakt me afhankelijk van darmfloraherstellende pillen en imodium. Toch nog! Dit na twee jaar diarreeloos in China te leven. Mijn gezicht staat erg scherp. [alleen dit deel van mijn lichaam -maak je geen zorgen mama- al mocht het voor mij nog elders ook!] Maar ik wordt gelukkig niet gehinderd in het reizen al ligt het tempo nu wat lager.
 
Verder, totnogtoe, heugt me ook de rit op de rug van een kameel. Al was dit vrij toeristisch, ik genoot ervan en zou wel eens willen terugkomen voor een meerdaagse tocht per kameel. Ook de momenten dat we even van de kameel afstapten en een zandbergje beklommen om er ons dan bloodvoets van af te laten glijden vond ik heerlijk. Het zand was er niet te warm en zo heerlijk zacht van korrel. Bij de volgende stop kwamen we in een echte oase terecht: een meertje, midden in de zandvlakte, ernaast staat een tempel. Ooit moet het hier vol tempels gestaan hebben maar tijdens de culture revolutie werden we vernietigd. Bij overgebleven tempel ligt een prachtige bloementuin, een lapje bloemen heerlijk met hun voetjes in waterbedden, in de woestijn… het kan.


Natuurlijk genoot ik eerder op de reis mateloos van Dunhuang. De Mogao grotten met beelden en muurschilderijen die we bezochten en werelderfgoed zijn vergeet ik nooit. Zo spijtig dat ze over enkele jaren zullen gesloten worden voor het publiek. Ik moest wel lachen om de gids. Als een bedweterige westerling gaf ik haar de opmerking dat de restauratie van de gevels voor de ingangen van de grotten toch wel beschamend lelijk is. Ze legde me resoluut uit dat deze site in 1957 gerenoveerd werd, dat het land toen heel erg arm was en Mao wel het geld voor andere dingen nodig had en het erg bewonderenswaardig geweest is van hem het te restaureren.
Maar in datzelfde Dunhuang genoot ik vooral van het bezoek IN een graftombe. De langwerpige kleistenen van ongeveer 15op25 cm liggen zonder cement in een koepelvormen en ze zijn individueel beschilderd met prachige afbeeldingen van het dagelijkse leven. Zeer vlotte lineaire tekeningen uit zwart, wit en rood. In de eerste koepelvormigekamer vertellen ze verhalen over oogst en jacht: dit is de kamer die als symbool staat voor de voorraadkamer. In de tweede koepel vertellen de tekeningen hoe eten bereid en opgediend wordt. Er zijn ook tekeningen van zijde en zijdewormen. De derde kamer, hier lag het koppel opgebaard, toont tekeningen van juweelkistjes.
Al eerder in Wuwei, bezochten we ook een tombe. De eerste maal dat ik in zo een tombe kwam en toen ook besefte ik hoe onze tombe in het Beilingpark van Shenyang er moet uitzien. Gek dat ik me nooit die vraag stelde! In de tombe van Wuwei vond men ook het erg bekende beeldje van een paard dat steunt op een zwaluw. Het gekke is dat wij dat beeldje thuis hebben en ons verder ook nooit afvroegen wat de geschiedenis ervan was! We wisten gewoon dat het uit China kwam, we dachten uit de streek van Xian! Toen ik in Shenyang door het raam van de kliniek keek tijdens mijn behandeling met de bamboebuizen had ik het paard reuzegroot in het park zien staan. Blijkt het dus nu uit de andere kant van China te komen, gevonden in een tombe in Wuwei die slechts in 1983 ontdekt werd, en in werkelijkheid 34 cm hoog te zijn. Het lag in het graf van een groot veldheer: hij won vele veldslagen omdat hij het geheim van een goede veldslag kende: een paard hebben dat sneller is dan een zwaluw…
Je kan denken dat ik dergelijk samenvallen van gegevens leuk vind!
 
In Jiayuguan, ook gelegen op de zijderoute bezochten we twee weken terug een fort van de grote muur, ten tijde van de Ming dynastie was dit het feitelijke einde van China en van de muur.  Opgebouwd uit zandsteen maar hier opmerkelijk goed bewaard omdat de streek erg droog is.
Dit fort is erg belangrijk omdat de zijderoute erdoorheen liep. Dit fort is 600 jaar oud en voor 70% zoals het oorspronkelijk was. Het is de vijfde keer in mijn leven dat ik op de muur sta. Elke keer ontsluiert de muur zich voor me op een andere manier en telkens is het een avontuur. Hoe ze hier enerzijds in een canyon loopt, de canyon die een natuurlijke verdedigingsgrens vormde en anderszijds over de bergen verdwijnt, de woestijn in. Maar hier is het bezoek aan dat fort op de muur de nieuwigheid voor me. Het fort huisveste destijds een volledig dorp. We bezochten niet alleen de wachttorens maar ook de tempel, het openluchtteater en de woningen van de officieren. 
In het museum vlakbij ontdek ik weer iets dat ik echt niet wist: DE muur bestaat niet! Er hebben wel vijf muren bestaan! Telkens opgebouwd onder diverse dynastien om andere grenzen te verdedigen… Tjonge, waar haalden al die keizers het in hun hoofd dit te laten bouwen? Ik denk dat de symbolische waarde, het effect dat dit bouwwerk op het volk was erg belangrijk moet geweest zijn.

Ik kom nog even terug naar de dagen die net voorbij zijn. Drie dagen terug, net voor we de woestijn introkken bezochten we Hami. Daar beleefden we de gekste dingen. De vrouw van het hotel is verontwaardigd dat we zo slecht Chinees spreken, de taxichauffeur is zo onder de indruk van ons Chinees dat we onze rit naar een mausoleum niet mogen betalen! Het mausoleum is echt heel mooi: een natuurlijke houten koepelconstructie waar wind en licht kan doorheen spelen staat in fel contrast met de koepel ernaast die eerder beantwoordt aan het klassieke beeld van een islamitische koepel die we hebben. Vanuit de tempel zien we een volkse buurt liggen. Niet eenvoudig om die direct op te merken daar huizen en omgeving eenzelfde kleur hebben: de woningen, de graven: alles is opgetrokken uit leem. Daarheen dus. Mannen op weg naar de moskee kijken ons aan, vrouwen slenterend in de straat lachen naar ons. Een vrouw nodigt ons complexloos aan in haar huis. Ze biedt ons brood aan, thee en meloen. Je kan denken dat ik in mijn nopjes ben! Dit is pas reizen! Ze onderbreekt ons gesprek voor haar gebed. Even een zwart sjaaltje om het haar in de plaats van het gele sjaaltje en dan maar bidden en knielen. Daarna gaat ze verder met haar verhaal. Ze had vier dochters en allen studeerden ze aan de universiteit. eentje studeerde in Peking. Dit is het laatste verhaal dat ik in dit islamitisch dorp, veraf gelegen van alles, verwachtte. Haar verhaal druist in tegen het verhaal van de jonge Oeigur die we ‘s avonds ontmoeten. Hij vertelde ons dat hij fan is van de VOA [de voice of America] en luistert naar CNN. Hij gelooft wat hij daar hoort: deze stemmen komen uit landen van vrijheid. Hij klaagt dat China niet naar deze minderheid luistert. Hij vertelt ook dat hij als Oeigurchinees niet kan studeren in scholen waar Hanchinezen studeren. Achteraf bedenken we dat dit misschien komt omdat zijn Chinees niet goed genoeg is, de Oeigurvrouw waar we eerder mee praten sprak perfect Chinees.

Slechts twee dagen later hebben we weer geluk. We bezoeken de dorpen rond Turpan. Prachtige oude dorpen. Grote huizen opgetrokken uit gedroogde stenen. Elk huis heeft een knappe houten ingangspoort die leidt naar een erg grote en vooral hoge centrale ruimte. Het ‘plafond’ van die ruimte is een hoog opgetrokken kubus in honingraat structuur zodat de wind vrij spel heeft. In die ruimte staat een tractor, in die ruimte wordt gekookt, gegeten en geslapen. Het dorp zelf rust in de schaduw van hoge, rechte bomen, dunne wilgen, denk ik. Ook hier worden we binnen gevraagd! Een vrouw met haar kleinzoon en schoondochter verwelkomen ons met thee, snoep, koekjes, fruit en brood. Keihard brood, we zien dat ze het in stukjes laten weken in melk of thee. Ik neem natuurlijk de kans om het grote, eenvoudige maar knappe huis te fotograferen. Hier is dit geen probleem, vele andere mensen hier deden eerder teken dat ik niet mag fotograferen. Wat een verschillen. Verderop in het dorp liggen een kleine meid en een jongen in blote piemel zich op een bed te amuseren met een paraplu. En maar lachen! Trouwens, de bedden staan hier overal buiten op straat, boven op de daken, over brugjes… ook dit doet erg Oosters aan.
 
Nu ik deze twee weken overloop zou ik het nog over veel meer moois en indrukken kunnen hebben, er is zoveel gebeurd! Ook het reizen en de gesprekken met onze kennissen uit belgie was een avontuur. Zij leefden enkele jaren in Shanghai en in de zakenwereld. Bijzonder interessant hun kijk op China te horen! Ik kan er wel uit concluderen: ‘Het’China bestaat niet. En… wat ik ook meer dan ooit besef: ik heb deze twintig jaar waarin ik erg diverse mogelijkheden had om dit land te bezoeken nodig gehad om nu toch wat puzzelstukjes in elkaar te laten vallen… daarenboven: het geeft honger naar nog! Maar nu moet ik gaan: de temperatuur is gezakt: we kunnen de stad bezoeken!
 
Morgen reizen we verder richting ons verste punt, Kashgar. Ik ben een beetje bang. Het is onrustig in deze gebieden, het bevalt me niet. Frank zal dit uitgelegd hebben in zijn verhaal, veronderstel ik. Hier hadden we niet echt rekening mee gehouden maar de Spelen zijn blijkbaar de kans voor velen om hun ongenoegen te uiten…
 

Bye bye Shenyang!

10 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

Zaterdag 5 juli  regende het de hele dag. Een ideale dag om binnen allerlei te regelen en… pannenkoeken te bakken. Ik had nog een flesje cider staan!Zondag ziet het er nog wat wisselvallig uit maar we laten ons niet tegenhouden. Gelukkig want het wordt een stralende dag. We fietsen naar de ZOO. Ligt zo’n 35 km. verderop. We laten ons niet verleiden tot ommetjes en fietsen de hele weg over de splinternieuwe zesvaksbaan. Een beetje saai maar eigenlijk vind ik het ook prettig eens door te kunnen fietsen en mijn gedachten te kunnen laten gaan. Het binnenkomen van de Zoo lijkt me niet aantrekkelijk. Je staat meteen oog in oog met… opgezette dieren! Gelukkig verandert het concept snel. We moeten plaatsnemen in een bus en die bezorgt ons een ware safaritocht… het park is ingedeeld in afzonderlijke parken. In elk park ontmoet je andere dieren. Eerst komen de tijgers aan bod, dan de leeuwen later rijdt je tussen de beren –wat zijn die knap als ze op hun achterpoten tegen de bus aan komen staan in de hoop vlees te krijgen-, er is een park met wolvens, giraffen, olifanten, kamelen,  enz…Na dit bezoek per bus bezoek je de zoo zoals wij een dierentuin gewoon zijn. De witte tijgersn stelen voor mij de show. Knappe beesten!Er is een aardige collectie apen, die trouwens erg sexueel actief zijn als ik voor het raam sta: negen keer na mekaar keert hij naar het vrouwtje terug om te paren, en zij vindt het leuk, dit is duidelijk. Inspirerend!Al even menselijk vind ik de aap die zijn hand tegen het raam legt, tegen de hand van Frank, alleen het glas verhindert hun aanraking.Natuurlijk is er een show met dieren die trucjes en kunstjes moeten uithalen! Dit is zo Chinees! We gaan avondeten op een terras, zicht over het prachtige meer omgeven door bergen. In de herfst aten we hier ook al. Wat ben ik blij dat we nog eens kunnen terugkomen! Net als vorige keer eten we hier een héérlijke vis. We zijn helemaal klaar voor de terugtocht voor 35 kilometer. Zo zelfs dat we beslissen een kortere binnenweg te nemen e langs het water tsen. Al snel blijkt deze beslissing niet de beste te zijn. We rijden ons vast in de modder, zo erg dat de wielen helemaal dichtslibben, ze zitten vast! Met een stok verwijderen we zo goed als kan de kleigrond. Het fietsen verloopt zalig tot Frank na 25 kilometer een lekke band krijgt. Een hersteller mag je langs deze highway wel vergeten. De nacht valt, een taxi zal hem niet eens meer opmerken. Hij stapt anderhalf uur te voet. Ik fiets alleen verder. Wanneer ik onze universiteit nader bedenk ik dat ik wel een duik in het water zou willen. Maar ik heb mijn badpak niet bij. Jammer; toch ga ik naar het badhuis om er te douchen. Maar zoals zo vaak komt er weer een engel langs: een meisje van de balie van onze unief stapt net uit het badhuis, ze heeft mijn maat, ze is net gaan zwemmen! Ik vraag of ik haar badpak mag lenen. Dit is onmiddellijk goed. Wat goed zeg!Ik zwem nog een kleine kilometer, douche, geniet van de sauna en stap naar huis alsof we niets gedaan hebben vandaag! Als ik het meisje zeg dat haar badpak zo goed is geef ze het me. Ik mag het houden want , zo zegt ze, dit is in jouw land zo duur en hier kost dit niets! Ik wil het haar betalen, tenslotte betaalde ze zelf minstens tien euro wat voor een meisje dat niet veel verdient toch veel is maar ze wil dat geld niet. Vervelend! Maandag had ik beloofd Lu me zijn business te laten uitleggen. Ik ga hem oppikken in zijn appartement. Eerst praten we er lang over allerlei. Ik had nog veel kleine vragen en kleine vragen beantwoordt hij met lange antwoorden. Maar ik hoor hem graag vertellen. Hij speelt viool voor me maar het ontbreekt hem aan oefening dus lukt dat niet zo goed. Daarom schakelt hij over op zingen. Zalig! Eerste zingt hij Chinese liederen, daarna Mongoolse. Hij legt het verschil tussen de Chinese ziel en de Mongoolse uit. Inderdaad, een andere ziel, dit kon ik zonder uitleg al in de liederen horen en als hij de dansen toont is alles heel erg duidelijk. Mongoolse gezangen zijn breed, expressief als hun gezichten, theatraal, passioneel. En zoals we al eerder in het park zagen zijn de bewegingen gebaseerd op het melken van koeien, het vliegen van vogels, het paardrijden…Chinese dans is ingetogen, gratieus, elegant.  In de namiddag wil hij me dus meubel- en decoratiezaken tonen. Bedoeling is dat ik goed zie wat de mogelijkheden in China zijn. Hij kan alles, gaande van houten vloerbelegging, tot gordijnen, tot prachtige kranen, baden en design lavabo’s,  lambriseringen, keukens, meubelen zowel traditionele als supermoderne, behangpapier, verlichting, schilderijenlijsten… kortom alles laten maken. Wat Amerika, Italië en Rusland, zijn beste cliënten ook willen: hij laat het maken, volgt het volledige productieproces -zijn ingenieurservaring speelt om alles technisch te kennen- en hij zorgt van A tot Z voor de verscheping. Hij kent voor alles de juiste fabriek. Niet in deze provincie maar in een andere. Waarom niet in deze? Ik moet lachen om het antwoord: Shenyang is historisch gezien de provincie van de zware industrie, ze hebben geen geschiedenis van fijn werk. En als er dan al een fabriek is die fijn werk levert dan staat die te geïsoleerd om een totaal afgewerkt product te geven. In de provincies waar hij werkt vindt je alles voor fijn werk bij elkaar. Dit had ik moeten weten. Ik sta wel verstomd van het aanbod. De knapste design is hier te vinden. Ik beloof over hem te praten met vrienden in België die in het zakelijk leven zitten en uit China zouden willen invoeren. Dat hij wat Engels praat en al jaren ervaring heeft in deze job maar vooral het feit dat hij de normen , de smaak én de eisen van het Westen goed kent vind ik erg belangrijk… voor wie interesse heeft in deze heer: ik heb zijn gegevensIk vond het zelf een erg leerrijke dag.  We willen hem afsluiten met zijn vrouw en zijn vriend Luo die de foto’s van onze uitstap voor ons ontwikkelde. We zoeken een restaurantje waar we buiten kunnen eten. Zoals we al eerder ondervonden is dit in dit stadsdeel moeilijk te vinden maar hij brengt ons met volle overtuiging naar een straat waar dit wel kan. Wat een ontgoocheling: geen tafeltje op de stoep te zien! Hij vraagt uitleg: met de Olympische spelen in zicht is het verboden in bepaalde stadsdelen nog buiten te eten! Alle ‘illegale’ etablissementen moeten weg. Wat een vergissing vind ik dit! Je kan de mensen die zo graag op straat leven toch niet opsluiten in hun torenflats? Straatleven maakt het leven net zo boeiend! Ook mijn fruitwinkeltje, in een tent op een straathoek, is plots verdwenen. En de nachtelijke verlichting van de bordelen in onze rosse buurt! Dit is ook Chinees: alles veel te goed willen doen…Ik breng mijn gezelschap naar een straat waar ik wel weet dat er zelfs nu nog buiten gegeten wordt. Maar zelfs Luo, die ons perse wil trakteren,  en met ons reisde en me al moet kennen,  vind dit te min voor een buitenlander. Lu heeft ontzettend veel overredingskracht nodig om Luo uit te overtuigen dat ik geen last heb van ‘vuil’ of ‘minderwaardig’ eten.  We eten er trouwens overheerlijk! Slecht eten bestaat eigenlijk niet in China, dat is wat ik intussen weet. Ik neem afscheid op zijn Chinees: kordaat en wegwezen. Ik wou dat we drie dagen verder stonden… dit is niet echt leuk maar toch voel ik me doorheen de spijt van weggaan en verdriet van afscheid nemen vooral in en in dankbaar dat ik dit hier allemaal mocht meemaken… van A tot Z: het is een heerlijke tijd,  al vloeit er af en toe een traan.  De volgende dag heeft trouwens nog een grote verassing in petto! Een heel belangrijk kunstenaar, zijn werk hangt tot in het nationaal museum van Peking, wil me ontmoeten. Hij zag mijn werk op foto en wil met me praten. Wat een kans! Moe of niet moe, tussen het inpakken en organiseren door kruip ik in de namiddag in mijn bed omdat ik zowat omver val, we gaan samen uit eten. De kunstenaar, een eind vijftiger is een erg zachte man, een excentrieke man, een kunstenaar in hart en nieren maar een realist. Wat hij me adviseert is allemaal juist, ik kreeg dergelijk advies al eerder. Maar het hier nog eens herhaald te horen geeft me een schudding. Ik moet nadenken. Maar daar geeft hij me geen kans toe. Zacht gaat hij verder. Hij gaat me helpen. Ik daag hem uit: ‘goed, alleen als mijn eerste tentoonstelling in China samen met jou doorgaat…’. Tot mijn grote verwondering sluiten we meteen een akkoord! Hij ziet mijn werk zitten, hij wil dit ook. Ik  voel me heel erg vereerd, gesteund in mijn schilderijen want deze man heeft mij in geen geval nodig, hij is erg befaamd. we klinken: in 2010 zullen we samen tentoonstellen, eerder kan ik uiteraard niet. Het ziet ernaar uit dat de volgende twee jaar weerom gaan voorbijvliegen! Frank moet zowat officieel beloven dat hij me zal steunen. Als hij dat spontaan doet wordt hem de hand geschud! Wat een situatie: ik deel de tafel met vier mannen die unaniem aanbieden alles voor me te doen wat ze kunnen… pfff… ik weet dat ik moet denken ‘eerst zien en dan geloven’ maar ik heb geen tijd om dat te denken, ik heb teveel het gevoel dat de bal in mijn kamp ligt en ik eraan moet ‘beginnen’ (wetende dat ik al tien jaar non-stop bezig ben! Neen, de rust waar ik soms van droom is toch niet voor mij weggelegd blijkbaar)… De volgende dag pak ik verder in: een half appartement vol dozen die hier moeten blijven voor het geval we terug komen, een kwart appartement waar twee rugzakken gevuld moeten worden om straks mee door het westen van China en later door Japan te trekken, een ander kwart appartement waar koffers klaarstaan die straks in Peking blijven staan om later mee te nemen naar België… en alsof dit nog niet genoeg is: nog een doos om morgen op te sturen met de post want we hebben teveel om mee te nemen. Niemand, ook wij niet, kan geloven dat we reeds driehonderd kilo opstuurden in koffers, vorige week! Hoe is het mogelijk dat we zoveel verzamelden in twee jaar? Ik vraag me telkens weer af: wat zit er eigenlijk in al die dozen? Niet te begrijpen! Maar ik pak dapper in en Frank zaagt en zaagt, verwijt en verwijt, voor geen rede meer vatbaar…alsof die dertig schilderijen vanzelf ontstaan zijn en overvliegen…alsof je niets nodig hebt om een huishouden te runnen gedurende twee jaar. Het is waar, hij heeft niets nodig. Lastig is dit. Zelfs het volume van het drukwerk kan hij niet meer voorstellen! Ah, was een pech heeft deze man met zijn vrouw, puur miserie! Vandaag namen we ook afscheid van de school. Iedereen is er heel hectisch bezig. Het gebouw loopt nog vol mensen. Blijkbaar worden hier allerlei examens georganiseerd. Het afscheid is hartelijk… men verwacht ons terug! We lunchen met Wilson. Hij besterft het als ik op zijn Europees wil afscheid nemen met drie kussen en dankt me oprecht voor het advies nooit naar Afrika te gaan: daar geven ze vier kussen… Of we geregeld zullen kunnen bloggen terwijl we door het Westen reizen is een vraag. We zullen proberen want dit wordt beslist een ander China! Trekken langs de zijderoute, vanuit Lanzhou, de hoofdstad van Gansu, blik op Pakistan en Kirgistan, het klinkt niet mis. Wel bloedhete woestijntemperaturen in het vooruitzicht. En daarna eventjes, tussen drie en dertien augustus Japan bezoeken: daar kijk ik werkelijk naar uit. China en Japan, twee compleet verschillende werelden…Om daarna, vanaf zestien augustus terug in Belgenland te zijn… veel enthousiaste verhalen ontvangen we hier echt niet van het thuisfront! Maar goed, de waarschuwingen zijn beslist goedbedoeld, ik zie het wel zitten want ik weet voor mezelf waar ik naar uitkijk. Trouwens, ik zal mijn handen vol hebben met… uitpakken! Frank lacht groen, alhoewel: lachen? Neen, ik zal vooral de handen vol hebben met het voorbereiden van mijn tentoonstelling. Voor wie er meer wil over weten: www.lievedejonghe.be : na thuiskomst zullen we de website eens onder handen nemen, beloofd!Tot onder weg in het Westen!

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin