Olympische Spelen tot in elke uithoek

30 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

De treinreis van tien uur van Kashgar naar Kuqa werd er eentje van veertien uur: de treinrails hadden last van wateroverlast. Het had veel geregend en daar is de woestijn niet op ‘gebouwd’! Zo sukkelden we doodmoe om drie uur in een hotel. Ik las nog een uur, te moe om te slapen.
[ik lees een zeer erotisch boek over een lesbische vriendschap rond de eeuwwisseling van 1800 naar 1900, tijden waar dit soort verhoudingen nog niet echt getolereerd werden, speelt zich af in Engeland. Ik nam het boek mee omdat het dik was en toch niet veel woog en dacht al dat dit niet echt een goede keuze was omdat het niets met het land te maken heeft waar ik ben maar eigenlijk heeft het wel iets hierover te lezen in een landsdeel met gesluierde vrouwen en waar wellicht ook veel verborgen gebeurt]
Dit is wel erg intens reizen nu. Nadat we even uitsliepen tot tien uur en ontbeten, stapten we een taxi in om ons door prachtige landschappen rond Kuqa te rijden en onderweg ruines en beschilderde grotten te bewonderen. Het zijn de landschappen die ik nooit zal vergeten! Ze deden me denken aan een topreis door deadvalley in de States. Ook hier geniet ik mateloos van zandformaties en de kleuren. Wat heeft de natuur toch veel fantasie! Eerst is er een landschap met roze-rode raar gedraaide kegels, reuze halve bolhoedvormen, molshopen… noem maar op. Later zijn het echt bergwanden die uitgesleten werden door regen in wind in lijnen, nu horizontaal lopend dan weer vertikaal ingesneden. Prachtig. Het grootse, het eindeloze beneemt me de adem. Ik voel me weer heel erg dankbaar en gelukkig.
Bij de ruine, ben ik ook erg emotioneel. Ooit stond hier een ernorme boeddhistische tempel met uiteraard huizen errond die dan veel kleiner waren. 9de tot 12de eeuw. Maar zo’n dikke muren, men geloofde ook dat het eeuwig zou duren!
De kleur van de ruines, rode oker tegenover het grijze van de keitjes in het zand en tegenover het paarse van de bergen in de verte is prachtig. Geel oker ontbreekt niet in het pallet, het zorgt voor de glans en de glitter,net zoals de kronkelende rivierbedding: bruin water , glinsterend in licht, kronkelt er snelstromend doorheen.
 
De muurschilderijen in de grotten zijn ook knap. Niet te vergelijken met die in Dunhang, dat niet maar mooi. Berlijners hebben de mooiste figuren uit de muur gezaagd… we kunnen ze aldaar gaan bezoeken. Jeetje… en opvallend: islamieten haalden alle weergave van kledij van de figuren weg. Zo zie je een muur vol geschilderde boeddha’s met zandkleurig,kleur van de naakte rots, gewaad.
 
We snellen terug door het prachtige landschap om de trein te halen van 7.30 om om middernacht in Korla aan te komen. Nu voelen we de aanwezigheid van de Spelen een beetje teveel: eerder op de dag mochten we een mooi gebied niet in, want er zijn olie- en gasvelden en nu is het gebied tot na de Spelen afgesloten. Ook de controles voor we op een trein geraken zijn strenger al is het aandoenlijk hoe de mannen die ons moeten controleren zich generen en zich excuseren. Ze zouden ons handtasje weer helpen dichtdoen, indien we ze niet tegenhouden en zeggen dat we het wel begrijpen en niet erg vinden. Maar in Korla mogen we niet meer binnen in gewone hotels: we moeten minstens drie sterren nemen, regeling tot na de Spelen.  EN voor we naar onze kamer mogen moet de valies even open. Gewoon open, men kijkt er niet in…
Korla is een grote moderne stad. Een mooie stad, zouden de Chinezen zeggen, maar voor ons ishier niets pittoresks te beleven. Straks om twee uur gaan we bussen voor minstens zes uur naar Urumqi, door de Tiansdhan bergen. Het wordt beslist weer erg mooi, nee, ik krijg niet snel genoeg van woestijnen en gelukkig reizen we graag. Nu moet gezegd: een taxi of eigen jeep kan wel luxe zijn maar dit openbaar vervoer is toch wel echt boeiend. Zelfs het meisje dat op vorige lange treinreis de hele dag sliep maar om middernacht, toen wij wel eens een paar uurtjes wilden dutten, luidop aan een stuk door begon te kletsen met haar buur had ik eigenlijk niet willen missen… Of de zes Oeigoerse jongeren die gierden van het lachen met een spel dat ze speelden, of de vader die zijn zoontje net voor de bus [op een eerdere bustocht dus] zijn drukje liet doen… ze horen erbij!

Gesluierde dames in China!

27 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Vanmorgen een heksenketel overleefd! Intenser genieten van overleven en heksenketels kon ik niet meer, het was prachtig! Ik begrijp nu ten volle dat ik in een heel erg belangrijke stad van de zijderoute ben, maar ik begrijp vooral dat we in een stad zijn waarvan de eerste buurstad van enig formaat op meer dan 1000 kilometer ligt.


Het is DE zondagmarkt van Kashgar die me in geuren, kleuren en de nodige mix van elkaar overheersende geluiden 2000 jaar geschiedenis vertelde en wat de gevolgen zijn van zijn geografische ligging. Ik heb het begrepen. 
Hier liepen tienduizenden mensen te kopen en koopwaar aan te bieden. Van arme sloebers tot prototype sjieke matrones in uitgedoste tenues die ik later met plezier omschrijf!
Maar eerst wil ik de koopwaar in beeld brengen. Op de brug begint het nog rustig, we zijn ook vrij vroeg. Daar staan ze met borstels gemaakt van takken waar de botten nog aanhangen. Zo eentje wil ik wel in mijn buitenkamer. En met ceinturen en gebakken potten en kruiken, ik smelt. Maar eenmaal de brug over verliest deze buitenmarkt alle structuur. Potten, lage tafels, emmers, meloenen, messen, bh’s, honden, hout, ijsjes, kammen, groenten, kinderbedjes, ongediertebestrijder,hoofddeksels, noedelgerechten, schoenen, kebab, fruit, stoffen, sloten, pas geslachte of nog niet geslachte schapen… alles is er te koop. Niet een paar van wat per paar verkocht wordt maar duizenden paren, geen meter maar duizenden meters van al wat te meten valt. De zijden, wollen en katoenen stoffen liggen op bergen gestapeld en de verkopers zitten er bovenop.Anderen stoffen hangen glitterend te wapperen in het zonlicht. En maar keuren en discussieren, er wordt niet zomaar iets gekocht, elke aankoop is een weloverwogen gebeurtenis, dit is duidelijk.
Als ik zo verbluft ben van een teveel aan kleuren en patronen dat ik niet eens aan kopen denk moet het al erg zijn…
 
Aan de mensen, vooral Oeigoeren -Turks sprekende moslims- zie je dat deze stad afgesloten van de wereld ligt. Velen ogen arm maar vooral vuil. Vooral de mannen, we weten niet hoe het komt maar zelfs al zien velen er op zijn zondags uit, zelfs al dragen velen een kostuum, ze ogen nog arm en vuil. Is het de stoppelbaard bij de jonge mannen die ons misleidt? Hun grote gestalten? De andere blik in de ogen? Of het ongemak dat de meesten geen Chinees begrijpen – het is nochtans hun tweede taal op school- ? We zijn natuurlijk erg gaan wennen aan de tengere, haarloze en steeds nette Hanchinezen en die lopen hier niet dik gezaaid.


Heel erg in contrast lopen de vrouwen er als prinsessen bij! Hoge hakken ontbreken nooit! Het gezicht helemaal ingepakt of alleen een dunne voile over het haar, een dure jurk of een arme jurk: de voetjes stappen op hakken. Sommige schoenen hebben geen sluiting meer en toch trippelen de dames erop verder met zware zakken om de pols. 
De jurken verblinden. Bijna bij elke vrouw, zelf mijn dame van het ezelskarretje met watermeloenen die me een stuk sappige vrucht verkoopt zit daar met een paillette-roze-glitterjurk! Je kan een knalrode, zelfs aansluitende glitterjurk zien voorbij wandelen op hakken en met een ingepakt hoofd, babbelend met een vriendin die evenveel glittert maar heel fel gesminkt rondloopt en zonder hoofddoek samen met een andere vriendin die er bijloopt in een wijde jurk en het hoofd bedekt met een bruine gebreide sjaal. Helemaal bedekt: de sjaal hangt over de ogen, over het hele gezicht! Ik kan me niet voorstellen dat je erdoor kan zien, laat staan op een electrische motorfiets rijden!


Onze Oeigoer gids van de oude stad vertelde gisteren dat  vroeger de vrouwen er de eerste vijf jaar na hun huwelijk zo moesten bijlopen. Het gebeurt nog maar de meeste vrouwen die je zo ziet lopen zijn oud en bleven die sjaal dus eeuwig zo dragen. In principe moeten de vrouwen zich nog sluieren, al zijn sommige sluiers slechts een kleine voile boven het haar.Meer en meer vrouwen werken en dan dragen ze geen sluier of ze een kleintje.


In de toeristen gids staat dat wij ons best ook een beetje bedekken. Maar dat blijkt alleen nodig als je een moskee wilt bezoeken. Ik zie dat aan de Hanchinezen die hier rondlopen: zij lopen rond als steeds. De gids bevestigt wat ik vermoed: eigenlijk doet elk hier wat hij wil, er leven hier tientallen minderheden door elkaar, al zijn de meesten Oeigoer, en ze laten mekaar eigenlijk met rust. En ik? Ik mag me nog zo deftig kleden met lange broek en lange vormloze blouze en zelfs een lint in mijn haar dat op een sjaaltje lijkt: men kijkt naar me, men STAART naar me! Dit doet me denken aan wat ik twintig jaar geleden meemaakte op het platteland van China. Ik begrijp niet dat het hier ook gebeurt. Hier komen nochtans veel toeristen. Ze staren letterlijk zo dat hun mond open valt, er komt geen commentaar uit de mond. Eergisteren in Yarkand, stond men met minstens twintig mannen en kinderen heel dicht rond me te staren en te staren. We moesten er weggaan.
 
Ik vroeg de gids of het waar is dat hij als Oeigoer niet kan studeren in een Hanchinese school, zoals een andere jongen ons eerder vertelde. Hij vertelde dat hij studeerde in Xian , een Hanschinese school dus, en er straks nog verder gaat schoollopen. Dit is geen probleem indien je slaagt voor je ingangsexamen en indien je betaalt: elke Chinees die buiten zijn district waar hij woont wil studeren moet betalen.
We vragen aan hem of er spanningen zijn tussen de verschillende minderheden onderling of met de Han. Hij zegt van niet, het is een erg kleine minderheid die ontevreden is want, zo zegt hij, deze regering is goed voor hen. Tja, als zij goed nadenken komen ze natuurlijk snel tot de coclusie dat het er in geen enkel  van hun onmiddelijke buurlanden beter aan toe gaat!
 
We hadden de gids nodig om de oude stad te bezoeken: dit is zo een wirwar van steegjes dat je er zou verloren in lopen. Mooi! Lemen oude huizen, boven elkaar en over de straat gebouwd… soms afgewerkt met knap gesculpteerd hout… maar arm! Vele huisjes zijn ook ingestort. Geld van toeristen kunnen de tienduizend bewoners van dit stadsdeel wel gebruiken. Ze doen je dan ook drie euro betalen om de oude stad in te mogen. Hier heb je een werkloosheid van tachtig percent, maar er wordt hard aan gewerkt,vertelt de gids.

Ah, ik ben zo overbluft van kleuren en geuren, wervelhozen in de woestijn, muziek die zo melancholisch geworden is en nu eens Marokkaans lijkt dan weer eens een tune van een wals laat horen dat ik gisteren zowaar vergat dat het mijn echtgenoot zijn verjaardag was! Vier Duitse toeristen waar we op een drukke, supersfeervolle straathoek mee thee dronken brachten deze kleine ramp door een gekke vraag aan het licht. Maar goed, waarom kan die man niet eens doodgewoon in Tielrode verjaren?
 
Zoals ik de laatste weken snel moet schrijven doe ik het nu ook snel en moet ik afronden…
Morgen reizen we verder naar Kusha, terug oostwaarts . Een treinrit van tien uur.
Waar brengt ons dit heen?

in Hami is de taxi gratis!

23 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Shenyang ligt twee weken achter me. In mijn hart ligt het nog heel dicht bij me maar hier in het Noord Westen van China ligt het zo veraf dat ik me moet forceren niet te vergeten dat ik nog in China ben.

We zijn nu in de oase Hotan, gelegen op de zijderoute, en een van de meest afgelegen steden in China. We lopen hier reeds een dag rond en zagen nog geen enkele toerist. Urumqi, de hoofdstad van hun provincie ligt hier 1.600 kilometer vandaan. Hotan is aan de ene kant van de wereld afgesloten door de Kunlun bergen en aan de andere kant door de Taklamatan woestijn. Het is via deze woestijn dat we de stad bereikten. Een gammele Volkswagen Santana bracht ons hier. De rit duurde twee volle dagen en zag er helemaal anders uit dan in mijn dromen. In mijn dromen zag ik ons racen, alle Chinese chauffeurs zijn toch zotjes in het verkeer ?, in een plaatselijke bus of met een jeep, verhit, gestoofd door een woestijnzon die de temperatuur laat oplopen tot minstens 50 graden. De realiteit was dat we als het ware op handen en voeten door de woestijn kropen met onze Santana en bijna kou hadden. Het regende in de woestijn! Daarenboven zag de woestijn er niet zo woestijnachtig uit want links en rechts lag een gordel groene struiken van twintig meter breedte die door een buizenspel en meer dan 100 waterputten constant geirrigeerd wordt. Dat moet natuurlijk, anders wordt de weg binnen een dag bedekt door een mantel van zand. Daarenboven was onze chauffeur van de Santana was zo voorzichtig dat hij 20 reed, daar waar 40 mocht en 50 daar waar 70 mocht, Frank had echt het gevoel dat we er kruipend sneller zouden komen. Het lijkt ons echt dat de verkeersregels en de controle hier in dit verlaten gebied veel strenger zijn dan in het dichtbevolkte gebied van China. Is dit omdat we in een gebied van de minderheden zijn of is dit doodeenvoudig omdat deze banen bijna uitsluitend zwaar verkeer hebben en dus levensgevaarlijk zijn als ze door een dorp komen? Een keer heeft Frank de moed om Adil, zo heet de man, te vragen sneller te rijden en terwijl hij zijn Chinees samensprokkelt om dat uit te leggen duikt een politiewagen op die ons doet stoppen!
Maar ik, hij natuurlijk ook wel op de momenten dat hij zich niet ergerde, genoot geweldig van deze tocht! Ik ben verlekkerd op woestijnen! Vooral het moment dat we van een heuvel reden en dus de weg met de groene berm voor ons zagen kronkelen tussen eindeloze heuveltjes van zand wist je wel echt waar je was: midden in een woestijn die slechts sinds enkele jaren toegankelijk is per wagen.
 
Nu hebben we wel veel woestijn gehad. De vorige weken doorkruisten we , met een echte grote bus maar dan enkel voor ons twee en een bevriend koppel uit Belgie, stel je voor wat een zicht dat was, een deeltje van de Gobi woestijn en het bekken van Turfan, het diepste punt van Azie, gelegen op 157 m onder de zeespiegel. We volgden de zijderoute. Dit spreekt toch allemaal tot de verbeelding, niet? Ik kon het me niet voorstellen en vind het echt fantstisch dat ik dit meemaak. Maar de verassing tijdens die tocht waren de steden, gelegen in de oases, in de woestijn.  
Die oases bleken veel groter te zijn dan ik dacht, honderden vierkante kilometers. En echte tuinen van Eden: de mensen leven er zo rijkelijk, hebben er zo een weelderige oogst van katoen, mais, bloemen, granen, fruit en groenten dat je in de stad zelf vergeet dat je geisoleerd in een woestijn zit. De steden zijn er welgesteld! Zo zie je maar. Ik was ook verrast om dagen later te weten te komen dat vele van die oases niet zomaar een gift van de goden zijn. Mensenhanden graafden duizenden kilometers kanalen onder de grond, de beroemde karets, die het water uit de bergen naar deze plaats leiden.
Ja, eerder bleek de geschiedenis van dit gebied ons zo onwezenlijk: waarom vocht me hier toch zo om de grenzen te verleggen of te behouden? Dit is toch maar zand, zo dachten we… we begrijpen dat het veel meer geweest is.
 
Het gevoel dat ik niet meer in China ben komt er onder andere door de Oeigoer bevolking: Islamitisch, sterk gesluierde vrouwen, soms alleen de ogen zichtbaar, en sommigen mannen lijken wel Chinees maar anderen helemaal niet. Onze chauffeur bijvoorbeeld lijkt echt een Rus. De meeste mannen zijn groot en eerder dik, de jonge vrouwen zijn gesluierde Oosterse schonen, de oudere vrouwen dikke dames met veel te veel dikke kousen onder de lange rokken. Verder zien we hier overal moskeeen en veel ‘zuivere restaurants’ en brood. Van die prachtige, platte broden die er samen met de muziek, die niets meer met mijn heerlijke Chinese muziek te maken heeft, voor zorgen dat ik me in het Midden Oosten waan en steeds praat over de Oeigoeren en de Chinezen. Dit is erg fout gezien de Oeigoeren ook Chinezen zijn.  Je  praat over Oeigoerchinezen, Hanchinezen, Huichinezen.
 
Het gebrek aan rijst, de overdaad van heerlijke meloenen, druiven en ander vers fruit en rauwe groenten, de temperatuur die wel deglijk tot 50 graden kwam maakt me afhankelijk van darmfloraherstellende pillen en imodium. Toch nog! Dit na twee jaar diarreeloos in China te leven. Mijn gezicht staat erg scherp. [alleen dit deel van mijn lichaam -maak je geen zorgen mama- al mocht het voor mij nog elders ook!] Maar ik wordt gelukkig niet gehinderd in het reizen al ligt het tempo nu wat lager.
 
Verder, totnogtoe, heugt me ook de rit op de rug van een kameel. Al was dit vrij toeristisch, ik genoot ervan en zou wel eens willen terugkomen voor een meerdaagse tocht per kameel. Ook de momenten dat we even van de kameel afstapten en een zandbergje beklommen om er ons dan bloodvoets van af te laten glijden vond ik heerlijk. Het zand was er niet te warm en zo heerlijk zacht van korrel. Bij de volgende stop kwamen we in een echte oase terecht: een meertje, midden in de zandvlakte, ernaast staat een tempel. Ooit moet het hier vol tempels gestaan hebben maar tijdens de culture revolutie werden we vernietigd. Bij overgebleven tempel ligt een prachtige bloementuin, een lapje bloemen heerlijk met hun voetjes in waterbedden, in de woestijn… het kan.


Natuurlijk genoot ik eerder op de reis mateloos van Dunhuang. De Mogao grotten met beelden en muurschilderijen die we bezochten en werelderfgoed zijn vergeet ik nooit. Zo spijtig dat ze over enkele jaren zullen gesloten worden voor het publiek. Ik moest wel lachen om de gids. Als een bedweterige westerling gaf ik haar de opmerking dat de restauratie van de gevels voor de ingangen van de grotten toch wel beschamend lelijk is. Ze legde me resoluut uit dat deze site in 1957 gerenoveerd werd, dat het land toen heel erg arm was en Mao wel het geld voor andere dingen nodig had en het erg bewonderenswaardig geweest is van hem het te restaureren.
Maar in datzelfde Dunhuang genoot ik vooral van het bezoek IN een graftombe. De langwerpige kleistenen van ongeveer 15op25 cm liggen zonder cement in een koepelvormen en ze zijn individueel beschilderd met prachige afbeeldingen van het dagelijkse leven. Zeer vlotte lineaire tekeningen uit zwart, wit en rood. In de eerste koepelvormigekamer vertellen ze verhalen over oogst en jacht: dit is de kamer die als symbool staat voor de voorraadkamer. In de tweede koepel vertellen de tekeningen hoe eten bereid en opgediend wordt. Er zijn ook tekeningen van zijde en zijdewormen. De derde kamer, hier lag het koppel opgebaard, toont tekeningen van juweelkistjes.
Al eerder in Wuwei, bezochten we ook een tombe. De eerste maal dat ik in zo een tombe kwam en toen ook besefte ik hoe onze tombe in het Beilingpark van Shenyang er moet uitzien. Gek dat ik me nooit die vraag stelde! In de tombe van Wuwei vond men ook het erg bekende beeldje van een paard dat steunt op een zwaluw. Het gekke is dat wij dat beeldje thuis hebben en ons verder ook nooit afvroegen wat de geschiedenis ervan was! We wisten gewoon dat het uit China kwam, we dachten uit de streek van Xian! Toen ik in Shenyang door het raam van de kliniek keek tijdens mijn behandeling met de bamboebuizen had ik het paard reuzegroot in het park zien staan. Blijkt het dus nu uit de andere kant van China te komen, gevonden in een tombe in Wuwei die slechts in 1983 ontdekt werd, en in werkelijkheid 34 cm hoog te zijn. Het lag in het graf van een groot veldheer: hij won vele veldslagen omdat hij het geheim van een goede veldslag kende: een paard hebben dat sneller is dan een zwaluw…
Je kan denken dat ik dergelijk samenvallen van gegevens leuk vind!
 
In Jiayuguan, ook gelegen op de zijderoute bezochten we twee weken terug een fort van de grote muur, ten tijde van de Ming dynastie was dit het feitelijke einde van China en van de muur.  Opgebouwd uit zandsteen maar hier opmerkelijk goed bewaard omdat de streek erg droog is.
Dit fort is erg belangrijk omdat de zijderoute erdoorheen liep. Dit fort is 600 jaar oud en voor 70% zoals het oorspronkelijk was. Het is de vijfde keer in mijn leven dat ik op de muur sta. Elke keer ontsluiert de muur zich voor me op een andere manier en telkens is het een avontuur. Hoe ze hier enerzijds in een canyon loopt, de canyon die een natuurlijke verdedigingsgrens vormde en anderszijds over de bergen verdwijnt, de woestijn in. Maar hier is het bezoek aan dat fort op de muur de nieuwigheid voor me. Het fort huisveste destijds een volledig dorp. We bezochten niet alleen de wachttorens maar ook de tempel, het openluchtteater en de woningen van de officieren. 
In het museum vlakbij ontdek ik weer iets dat ik echt niet wist: DE muur bestaat niet! Er hebben wel vijf muren bestaan! Telkens opgebouwd onder diverse dynastien om andere grenzen te verdedigen… Tjonge, waar haalden al die keizers het in hun hoofd dit te laten bouwen? Ik denk dat de symbolische waarde, het effect dat dit bouwwerk op het volk was erg belangrijk moet geweest zijn.

Ik kom nog even terug naar de dagen die net voorbij zijn. Drie dagen terug, net voor we de woestijn introkken bezochten we Hami. Daar beleefden we de gekste dingen. De vrouw van het hotel is verontwaardigd dat we zo slecht Chinees spreken, de taxichauffeur is zo onder de indruk van ons Chinees dat we onze rit naar een mausoleum niet mogen betalen! Het mausoleum is echt heel mooi: een natuurlijke houten koepelconstructie waar wind en licht kan doorheen spelen staat in fel contrast met de koepel ernaast die eerder beantwoordt aan het klassieke beeld van een islamitische koepel die we hebben. Vanuit de tempel zien we een volkse buurt liggen. Niet eenvoudig om die direct op te merken daar huizen en omgeving eenzelfde kleur hebben: de woningen, de graven: alles is opgetrokken uit leem. Daarheen dus. Mannen op weg naar de moskee kijken ons aan, vrouwen slenterend in de straat lachen naar ons. Een vrouw nodigt ons complexloos aan in haar huis. Ze biedt ons brood aan, thee en meloen. Je kan denken dat ik in mijn nopjes ben! Dit is pas reizen! Ze onderbreekt ons gesprek voor haar gebed. Even een zwart sjaaltje om het haar in de plaats van het gele sjaaltje en dan maar bidden en knielen. Daarna gaat ze verder met haar verhaal. Ze had vier dochters en allen studeerden ze aan de universiteit. eentje studeerde in Peking. Dit is het laatste verhaal dat ik in dit islamitisch dorp, veraf gelegen van alles, verwachtte. Haar verhaal druist in tegen het verhaal van de jonge Oeigur die we ’s avonds ontmoeten. Hij vertelde ons dat hij fan is van de VOA [de voice of America] en luistert naar CNN. Hij gelooft wat hij daar hoort: deze stemmen komen uit landen van vrijheid. Hij klaagt dat China niet naar deze minderheid luistert. Hij vertelt ook dat hij als Oeigurchinees niet kan studeren in scholen waar Hanchinezen studeren. Achteraf bedenken we dat dit misschien komt omdat zijn Chinees niet goed genoeg is, de Oeigurvrouw waar we eerder mee praten sprak perfect Chinees.

Slechts twee dagen later hebben we weer geluk. We bezoeken de dorpen rond Turpan. Prachtige oude dorpen. Grote huizen opgetrokken uit gedroogde stenen. Elk huis heeft een knappe houten ingangspoort die leidt naar een erg grote en vooral hoge centrale ruimte. Het ‘plafond’ van die ruimte is een hoog opgetrokken kubus in honingraat structuur zodat de wind vrij spel heeft. In die ruimte staat een tractor, in die ruimte wordt gekookt, gegeten en geslapen. Het dorp zelf rust in de schaduw van hoge, rechte bomen, dunne wilgen, denk ik. Ook hier worden we binnen gevraagd! Een vrouw met haar kleinzoon en schoondochter verwelkomen ons met thee, snoep, koekjes, fruit en brood. Keihard brood, we zien dat ze het in stukjes laten weken in melk of thee. Ik neem natuurlijk de kans om het grote, eenvoudige maar knappe huis te fotograferen. Hier is dit geen probleem, vele andere mensen hier deden eerder teken dat ik niet mag fotograferen. Wat een verschillen. Verderop in het dorp liggen een kleine meid en een jongen in blote piemel zich op een bed te amuseren met een paraplu. En maar lachen! Trouwens, de bedden staan hier overal buiten op straat, boven op de daken, over brugjes… ook dit doet erg Oosters aan.
 
Nu ik deze twee weken overloop zou ik het nog over veel meer moois en indrukken kunnen hebben, er is zoveel gebeurd! Ook het reizen en de gesprekken met onze kennissen uit belgie was een avontuur. Zij leefden enkele jaren in Shanghai en in de zakenwereld. Bijzonder interessant hun kijk op China te horen! Ik kan er wel uit concluderen: ‘Het’China bestaat niet. En… wat ik ook meer dan ooit besef: ik heb deze twintig jaar waarin ik erg diverse mogelijkheden had om dit land te bezoeken nodig gehad om nu toch wat puzzelstukjes in elkaar te laten vallen… daarenboven: het geeft honger naar nog! Maar nu moet ik gaan: de temperatuur is gezakt: we kunnen de stad bezoeken!
 
Morgen reizen we verder richting ons verste punt, Kashgar. Ik ben een beetje bang. Het is onrustig in deze gebieden, het bevalt me niet. Frank zal dit uitgelegd hebben in zijn verhaal, veronderstel ik. Hier hadden we niet echt rekening mee gehouden maar de Spelen zijn blijkbaar de kans voor velen om hun ongenoegen te uiten…
 

Bye bye Shenyang!

10 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

Zaterdag 5 juli  regende het de hele dag. Een ideale dag om binnen allerlei te regelen en… pannenkoeken te bakken. Ik had nog een flesje cider staan!Zondag ziet het er nog wat wisselvallig uit maar we laten ons niet tegenhouden. Gelukkig want het wordt een stralende dag. We fietsen naar de ZOO. Ligt zo’n 35 km. verderop. We laten ons niet verleiden tot ommetjes en fietsen de hele weg over de splinternieuwe zesvaksbaan. Een beetje saai maar eigenlijk vind ik het ook prettig eens door te kunnen fietsen en mijn gedachten te kunnen laten gaan. Het binnenkomen van de Zoo lijkt me niet aantrekkelijk. Je staat meteen oog in oog met… opgezette dieren! Gelukkig verandert het concept snel. We moeten plaatsnemen in een bus en die bezorgt ons een ware safaritocht… het park is ingedeeld in afzonderlijke parken. In elk park ontmoet je andere dieren. Eerst komen de tijgers aan bod, dan de leeuwen later rijdt je tussen de beren –wat zijn die knap als ze op hun achterpoten tegen de bus aan komen staan in de hoop vlees te krijgen-, er is een park met wolvens, giraffen, olifanten, kamelen,  enz…Na dit bezoek per bus bezoek je de zoo zoals wij een dierentuin gewoon zijn. De witte tijgersn stelen voor mij de show. Knappe beesten!Er is een aardige collectie apen, die trouwens erg sexueel actief zijn als ik voor het raam sta: negen keer na mekaar keert hij naar het vrouwtje terug om te paren, en zij vindt het leuk, dit is duidelijk. Inspirerend!Al even menselijk vind ik de aap die zijn hand tegen het raam legt, tegen de hand van Frank, alleen het glas verhindert hun aanraking.Natuurlijk is er een show met dieren die trucjes en kunstjes moeten uithalen! Dit is zo Chinees! We gaan avondeten op een terras, zicht over het prachtige meer omgeven door bergen. In de herfst aten we hier ook al. Wat ben ik blij dat we nog eens kunnen terugkomen! Net als vorige keer eten we hier een héérlijke vis. We zijn helemaal klaar voor de terugtocht voor 35 kilometer. Zo zelfs dat we beslissen een kortere binnenweg te nemen e langs het water tsen. Al snel blijkt deze beslissing niet de beste te zijn. We rijden ons vast in de modder, zo erg dat de wielen helemaal dichtslibben, ze zitten vast! Met een stok verwijderen we zo goed als kan de kleigrond. Het fietsen verloopt zalig tot Frank na 25 kilometer een lekke band krijgt. Een hersteller mag je langs deze highway wel vergeten. De nacht valt, een taxi zal hem niet eens meer opmerken. Hij stapt anderhalf uur te voet. Ik fiets alleen verder. Wanneer ik onze universiteit nader bedenk ik dat ik wel een duik in het water zou willen. Maar ik heb mijn badpak niet bij. Jammer; toch ga ik naar het badhuis om er te douchen. Maar zoals zo vaak komt er weer een engel langs: een meisje van de balie van onze unief stapt net uit het badhuis, ze heeft mijn maat, ze is net gaan zwemmen! Ik vraag of ik haar badpak mag lenen. Dit is onmiddellijk goed. Wat goed zeg!Ik zwem nog een kleine kilometer, douche, geniet van de sauna en stap naar huis alsof we niets gedaan hebben vandaag! Als ik het meisje zeg dat haar badpak zo goed is geef ze het me. Ik mag het houden want , zo zegt ze, dit is in jouw land zo duur en hier kost dit niets! Ik wil het haar betalen, tenslotte betaalde ze zelf minstens tien euro wat voor een meisje dat niet veel verdient toch veel is maar ze wil dat geld niet. Vervelend! Maandag had ik beloofd Lu me zijn business te laten uitleggen. Ik ga hem oppikken in zijn appartement. Eerst praten we er lang over allerlei. Ik had nog veel kleine vragen en kleine vragen beantwoordt hij met lange antwoorden. Maar ik hoor hem graag vertellen. Hij speelt viool voor me maar het ontbreekt hem aan oefening dus lukt dat niet zo goed. Daarom schakelt hij over op zingen. Zalig! Eerste zingt hij Chinese liederen, daarna Mongoolse. Hij legt het verschil tussen de Chinese ziel en de Mongoolse uit. Inderdaad, een andere ziel, dit kon ik zonder uitleg al in de liederen horen en als hij de dansen toont is alles heel erg duidelijk. Mongoolse gezangen zijn breed, expressief als hun gezichten, theatraal, passioneel. En zoals we al eerder in het park zagen zijn de bewegingen gebaseerd op het melken van koeien, het vliegen van vogels, het paardrijden…Chinese dans is ingetogen, gratieus, elegant.  In de namiddag wil hij me dus meubel- en decoratiezaken tonen. Bedoeling is dat ik goed zie wat de mogelijkheden in China zijn. Hij kan alles, gaande van houten vloerbelegging, tot gordijnen, tot prachtige kranen, baden en design lavabo’s,  lambriseringen, keukens, meubelen zowel traditionele als supermoderne, behangpapier, verlichting, schilderijenlijsten… kortom alles laten maken. Wat Amerika, Italië en Rusland, zijn beste cliënten ook willen: hij laat het maken, volgt het volledige productieproces -zijn ingenieurservaring speelt om alles technisch te kennen- en hij zorgt van A tot Z voor de verscheping. Hij kent voor alles de juiste fabriek. Niet in deze provincie maar in een andere. Waarom niet in deze? Ik moet lachen om het antwoord: Shenyang is historisch gezien de provincie van de zware industrie, ze hebben geen geschiedenis van fijn werk. En als er dan al een fabriek is die fijn werk levert dan staat die te geïsoleerd om een totaal afgewerkt product te geven. In de provincies waar hij werkt vindt je alles voor fijn werk bij elkaar. Dit had ik moeten weten. Ik sta wel verstomd van het aanbod. De knapste design is hier te vinden. Ik beloof over hem te praten met vrienden in België die in het zakelijk leven zitten en uit China zouden willen invoeren. Dat hij wat Engels praat en al jaren ervaring heeft in deze job maar vooral het feit dat hij de normen , de smaak én de eisen van het Westen goed kent vind ik erg belangrijk… voor wie interesse heeft in deze heer: ik heb zijn gegevensIk vond het zelf een erg leerrijke dag.  We willen hem afsluiten met zijn vrouw en zijn vriend Luo die de foto’s van onze uitstap voor ons ontwikkelde. We zoeken een restaurantje waar we buiten kunnen eten. Zoals we al eerder ondervonden is dit in dit stadsdeel moeilijk te vinden maar hij brengt ons met volle overtuiging naar een straat waar dit wel kan. Wat een ontgoocheling: geen tafeltje op de stoep te zien! Hij vraagt uitleg: met de Olympische spelen in zicht is het verboden in bepaalde stadsdelen nog buiten te eten! Alle ‘illegale’ etablissementen moeten weg. Wat een vergissing vind ik dit! Je kan de mensen die zo graag op straat leven toch niet opsluiten in hun torenflats? Straatleven maakt het leven net zo boeiend! Ook mijn fruitwinkeltje, in een tent op een straathoek, is plots verdwenen. En de nachtelijke verlichting van de bordelen in onze rosse buurt! Dit is ook Chinees: alles veel te goed willen doen…Ik breng mijn gezelschap naar een straat waar ik wel weet dat er zelfs nu nog buiten gegeten wordt. Maar zelfs Luo, die ons perse wil trakteren,  en met ons reisde en me al moet kennen,  vind dit te min voor een buitenlander. Lu heeft ontzettend veel overredingskracht nodig om Luo uit te overtuigen dat ik geen last heb van ‘vuil’ of ‘minderwaardig’ eten.  We eten er trouwens overheerlijk! Slecht eten bestaat eigenlijk niet in China, dat is wat ik intussen weet. Ik neem afscheid op zijn Chinees: kordaat en wegwezen. Ik wou dat we drie dagen verder stonden… dit is niet echt leuk maar toch voel ik me doorheen de spijt van weggaan en verdriet van afscheid nemen vooral in en in dankbaar dat ik dit hier allemaal mocht meemaken… van A tot Z: het is een heerlijke tijd,  al vloeit er af en toe een traan.  De volgende dag heeft trouwens nog een grote verassing in petto! Een heel belangrijk kunstenaar, zijn werk hangt tot in het nationaal museum van Peking, wil me ontmoeten. Hij zag mijn werk op foto en wil met me praten. Wat een kans! Moe of niet moe, tussen het inpakken en organiseren door kruip ik in de namiddag in mijn bed omdat ik zowat omver val, we gaan samen uit eten. De kunstenaar, een eind vijftiger is een erg zachte man, een excentrieke man, een kunstenaar in hart en nieren maar een realist. Wat hij me adviseert is allemaal juist, ik kreeg dergelijk advies al eerder. Maar het hier nog eens herhaald te horen geeft me een schudding. Ik moet nadenken. Maar daar geeft hij me geen kans toe. Zacht gaat hij verder. Hij gaat me helpen. Ik daag hem uit: ‘goed, alleen als mijn eerste tentoonstelling in China samen met jou doorgaat…’. Tot mijn grote verwondering sluiten we meteen een akkoord! Hij ziet mijn werk zitten, hij wil dit ook. Ik  voel me heel erg vereerd, gesteund in mijn schilderijen want deze man heeft mij in geen geval nodig, hij is erg befaamd. we klinken: in 2010 zullen we samen tentoonstellen, eerder kan ik uiteraard niet. Het ziet ernaar uit dat de volgende twee jaar weerom gaan voorbijvliegen! Frank moet zowat officieel beloven dat hij me zal steunen. Als hij dat spontaan doet wordt hem de hand geschud! Wat een situatie: ik deel de tafel met vier mannen die unaniem aanbieden alles voor me te doen wat ze kunnen… pfff… ik weet dat ik moet denken ‘eerst zien en dan geloven’ maar ik heb geen tijd om dat te denken, ik heb teveel het gevoel dat de bal in mijn kamp ligt en ik eraan moet ‘beginnen’ (wetende dat ik al tien jaar non-stop bezig ben! Neen, de rust waar ik soms van droom is toch niet voor mij weggelegd blijkbaar)… De volgende dag pak ik verder in: een half appartement vol dozen die hier moeten blijven voor het geval we terug komen, een kwart appartement waar twee rugzakken gevuld moeten worden om straks mee door het westen van China en later door Japan te trekken, een ander kwart appartement waar koffers klaarstaan die straks in Peking blijven staan om later mee te nemen naar België… en alsof dit nog niet genoeg is: nog een doos om morgen op te sturen met de post want we hebben teveel om mee te nemen. Niemand, ook wij niet, kan geloven dat we reeds driehonderd kilo opstuurden in koffers, vorige week! Hoe is het mogelijk dat we zoveel verzamelden in twee jaar? Ik vraag me telkens weer af: wat zit er eigenlijk in al die dozen? Niet te begrijpen! Maar ik pak dapper in en Frank zaagt en zaagt, verwijt en verwijt, voor geen rede meer vatbaar…alsof die dertig schilderijen vanzelf ontstaan zijn en overvliegen…alsof je niets nodig hebt om een huishouden te runnen gedurende twee jaar. Het is waar, hij heeft niets nodig. Lastig is dit. Zelfs het volume van het drukwerk kan hij niet meer voorstellen! Ah, was een pech heeft deze man met zijn vrouw, puur miserie! Vandaag namen we ook afscheid van de school. Iedereen is er heel hectisch bezig. Het gebouw loopt nog vol mensen. Blijkbaar worden hier allerlei examens georganiseerd. Het afscheid is hartelijk… men verwacht ons terug! We lunchen met Wilson. Hij besterft het als ik op zijn Europees wil afscheid nemen met drie kussen en dankt me oprecht voor het advies nooit naar Afrika te gaan: daar geven ze vier kussen… Of we geregeld zullen kunnen bloggen terwijl we door het Westen reizen is een vraag. We zullen proberen want dit wordt beslist een ander China! Trekken langs de zijderoute, vanuit Lanzhou, de hoofdstad van Gansu, blik op Pakistan en Kirgistan, het klinkt niet mis. Wel bloedhete woestijntemperaturen in het vooruitzicht. En daarna eventjes, tussen drie en dertien augustus Japan bezoeken: daar kijk ik werkelijk naar uit. China en Japan, twee compleet verschillende werelden…Om daarna, vanaf zestien augustus terug in Belgenland te zijn… veel enthousiaste verhalen ontvangen we hier echt niet van het thuisfront! Maar goed, de waarschuwingen zijn beslist goedbedoeld, ik zie het wel zitten want ik weet voor mezelf waar ik naar uitkijk. Trouwens, ik zal mijn handen vol hebben met… uitpakken! Frank lacht groen, alhoewel: lachen? Neen, ik zal vooral de handen vol hebben met het voorbereiden van mijn tentoonstelling. Voor wie er meer wil over weten: www.lievedejonghe.be : na thuiskomst zullen we de website eens onder handen nemen, beloofd!Tot onder weg in het Westen!

HET RODE GORDIJN

5 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

1 juli: Inderdaad, een dagje op het matje in het Beiling park is niet gelukt, het regent de hele dag. Maar het dagje in het bedje thuis is ook helend. Zo zelfs dat ik me in de vooravond helemaal in vorm voel om naar de kapper te gaan want ’s avonds zijn we uitgenodigd bij de mensen van Michelin. Bij de kapper wordt ik bedankt om steeds terug te komen, zelfs nadat ze mijn haar per ongeluk in het oranje verfden! Ze begrijpen mijn uitleg als ik zeg dat dit wel het laatste bezoek is. Een jongen vraagt er me Belgische munten. Ik ben blij nog enkele munten te vinden, hij ook! Er is nog even tijd over om langs te gaan in het grootwarenhuis om kruiden (ja, Viaantje, je ziet dat ik je niet vergeten ben!). ’s Avonds wil ik er een pakje geven aan de mensen van Michelin zodat ze deze heerlijkheid leren kennen maar ze bedanken me: ze eten zelden Chinees, houden niet van de geur, noch van de Chinese kruiden… Ik hoop dat ze hun mening kunnen bijsturen gedurende hun verblijf, het is wel zo dat je voor sommige dingen in dit vreemde land tijd nodig hebt, ook ik heb dit ondervonden al verloor ik mijn hart wel héél snel aan deze kruiden …Toch ben ik aangenaam verrast dat deze mensen, drie koppels die allen een kaderfunctie hebben in deze multinational, unaniem heel erg positief staan tegenover het land, heel erg open staan, genieten van de mensen en allen van mening zijn dat de houding van het Westen tegenover China heel onfair en te betreuren is, ook wat Tibet betreft. Er is geen spoor van gemeenpraat of spot met de Chinezen te bespeuren, integendeel. Al slaag ik er deze avond geenszins in om mijn draai in het Frans te vinden, ik kan nu zeggen: ‘chapeau!’. De quiches lorraines en de tarte à tatins smaken ons overheerlijk, ook al hebben we net beweerd dat we ‘afgekickt’ zijn van het Westers eten!

De volgende dag moeten we vroeg uit de veren om naar een Mandchoe district op het het platteland te rijden met onze Mongoolse-Shenyangse vrienden, Didi en Erge. Luo is er ook bij, de man die me hielp met schilderijen fotograferen. We zijn erg opgewonden te weten hoe deze dagen zullen verlopen, te zien hoe zo’n uitstap opgevat wordt. We worden opgewacht door een minibus van een vriend, en de vriend wordt ook chauffeur van dienst. De koffer blijkt volgestouwd met waterflesjes en eten. We hebben erg veel spijt dat we de Olympische spelen niet zullen meemaken maar eigenlijk kregen we vandaag een voorsmaakje. We merken dat doorheen de hele stad ontzettend veel politie, leger, en allerlei soorten geüniformeerden staan. Het blijkt een oefendag voor de doortocht van de Olympische fakkel in Shenyang te zijn. Erge had zich erg veel zorgen gemaakt omdat de weg naar het stadje Xin Bing zou weggespoeld zijn. Totaal overbodig, want tijdens de twee jaar dat hij hier niet meer was legde men een voorbeeld van een snelweg aan!

Langs de weg stoppen we even om een streekspecialiteit te bewonderen: men kapt de mooiste sculpturen uit vreemd gevormde boomwortelformaties. Ik bewonder de theetafels. Ze hebben de meest grillige vormen en zijn opgebouwd in verschillende verdiepingen zodat het hete spoelwater waar de theekopjes telkens mee overgoten en dus opgewarmd worden voor elk gebruik, van de ene etage naar de andere loopt om zo in de grond te verdwijnen. Didi legt uit dat deze tafels vooral aan het Zuiden van China verkocht worden, daar staan ze in de tuinen. Shenyang is te koud in de winter om dit te kunnen doen. Ikzelf zie al zo’n tafel in Tielrode staan: prachtig! Didi die dus meubelen naar het buitenland exporteert merkt terecht op dat het spijtig is dat ze het hout te sterk bijkleuren en veel te glanzend vernissen.
img_0397.jpg
Eerst leggen we nog uit dat het landschap rondom niet veel verschilt van onze Ardennen. Maar al snel moeten we onze opmerking bijschaven: we komen in een landschap terecht dat je misschien alleen maar in China vindt. Niet dat de bergen hoog worden maar die heuvelruggen worden heuvelruggetjes, de één na en voor de ander. De regen geeft het alleen maar de sfeer die het landschap nodig heeft om glorieus te worden en om mijn hart in zijn diepst te raken.

Bij aankomst in het Mandchoe dorpje Hetuala wordt naar een hotel gezocht. We wilden toch op de buiten logeren, echt op zijn boers? Geen geklaag dus dat we op een harde ‘kang’ – een verwarmd stenen platform- terecht komen en dat het vlees in de frigo naast de deur van onze kamer ruikt tot in ons bed… voor semi-vegetariers geen aantrekkelijk parfum. Maar het oogt netjes en luchtig, het is een nieuw gebouw. Waarover de broers nog zolang praten met de eigenaars weten we niet. Ik heb Frank verwittigd dat we ons dit beter nooit afvragen, dat ze kunnen palaveren op zijn Afrikaans, het beste is ze laten palaveren. Feit is dat de plannen uiteindelijk veranderd worden en we verder rijden. Dat dit dé beslissing van de trip zal zijn blijkt al snel! We komen nu in een boerderij van 300 jaar oud terecht. En daar zullen we echt op zijn boers slapen: allen in één kamer! In de praktijk: ik met vijf mannen waarvan, ik zeg het eerlijk, er drie zijn, misschien zelfs vier (?!), die vreselijk van deze Belgische artieste met al haar energie genieten! Tot spijt voor wie het benijdt: ik zal er ook van genieten en het koor van het gesnurk erbij nemen!

Vier mannen zullen op de ene kang slapen, wij op de andere. En als in een heerlijk romantische film: boven onze kang hangt opgerold een prachtig rood gordijn met bloemmotief dat vanavond mooi afgerold wordt…,kwestie van het koppel privacy te geven. Het komt niet tot aan de grond, ook net niet tot aan de bovenkant van het slaapoppervlak: zij zullen ons wel degelijk zien liggen door het spleetje en wij hen! Schattiger kan het allemaal niet. Ik bedenk dat ik erg blij ben met de garderobe die ik samen ritste, ik kan het deftig houden, oef. Het grappigste is dat ik zelfs mijn Chinese knalrode kamerjas met een gele draak op de rug geborduurd, 27 jaar geleden gekocht in Brugge, bijheb. Misschien zullen ze me niet eens opmerken in deze omgeving!
img_0347.jpg
De uitleg die we krijgen over alle voorwerpen in huis is werkelijk een kers op de taart van een lang verblijf in China. Zo vertelde Didi ons dat de schoenmal die hier ligt eigenlijk een vorm is om in de sok te schuiven zodat je de zool van de schoen makkelijk kon herstellen en bijwerken. De zolen versleten heel snel, ze waren van stof of riet gemaakt. Om het wat warmer te hebben in deze schoenen, werd er in de winter een soort gedroogd gras ingestopt. Deze streek is trouwens bekend om een speciaal soort stro die daar erg geschikt voor was. Maar ook voor gensing en bevers heeft dit gebied een reputatie. De pot met varkenswervels is een spel. Een variatie op onze teerlingen. De andere pot waarvan gezegd wordt dat je ze in elke boerderij vindt, blijkt een pot te zijn waar warme as in lag waaronder er aardappelen bedolven liggen zodat er steeds aardappelen te eten waren. Op het schabbetje aan de muur stonden de tabletten met de namen van de voorvaderen die geëerd werden. Die tabletten zijn verdwenen, de houten sokkeltjes staan er nog. Maar wat meteen meest in het oog springt in elk oud huis dat we al bezochten, of het nu een boerenwoning of een paleis is, is de kinderwieg die met lange dikke touwen opgehangen is aan het plafond. Zo lief! Een eenvoudige ovalen schuit waarin een typisch hoofdsteuntje in de vorm van een tijgertje ligt. Het behangpapier aan de muur zijn kranten; stapels gekleurde dekens en balkvormige neksteunen met knap geborduurde zijkanten liggen klaar. Die lange pijpen die we overal al zagen liggen werden vooral door vrouwen gebruikt. De pijp was lang om de nicotine te reduceren, ook al besefte men niet dat het over nicotine ging, dat het ‘het slechte’ van de tabak verminderde wist men wel, zegt Didi, hij is één van de drie kettingrokers van ons gezelschap. Deze huizen hadden vroeger – en hier zelfs nu nog- geen glas in de ramen. Ze werden met doorschijnend papier afgeplakt. In deze streek gebeurde dat aan de buitenkant, in de winter werd er gewoon nat papier tegen het houten raam gestreken en dat vroor dan meteen zonder reten vast. Didi wordt wild enthousiast dat hij ons alles kan tonen en uitleggen én dat we dit plekje vonden. Hij weet dat dit onze ‘cup of tea’ is. We zitten met zijn allen op één kang als hij dat vertelt. Deze kang is de hele dag verwarmd. In de kamer naast ons, de ingang en tevens keuken staan de kookoven: die warmte loopt onder dit bed naar de schouw die buiten staat.Dit huis heeft centraal een keuken en links en recht een kamer met telkens twee kangs. Dit betekent dat er in de vier hoeken van de keuken een kookoven staat. Onze kang wordt pas tegen slaaptijd verwarmd, want om ons avondeten te bereiden gebruikt men dan twee ovens. Er staat op de kang een lage tafel, we drinken er eerste thee, eten er later omheen. Het is even oefenen, zo zitten met gekruiste benen.
img_0152.jpg
Ook nu bedenk ik dat de keuze van mijn kledij zo goed was: ik draag een caleçon onder mijn korte rokje. Zelfs een jeans zou me te strak geweest zijn voor deze houding. De mannen wijzen me erop dat het uitzonderlijk is dat ik hier mag zitten, een vrouw zat hier niet. Een vrouw zat nooit. Een vrouw werkte, kookte, bediende… Ik snuif een beetje, niet teveel want het is duidelijk dat ze zich schamen over dit ‘verleden’. Ze tonen ook hoé de mannen zaten, heel fier en rechtop! Alleen als er geen bezoek is mochten ze eens doorzakken. Mijn Flanke gaat meteen in houding zitten, dit zegt hem wel wat… voor eventjes. We zijn al snel blij dat ze een extra kussentje brengen voor ons. Allen vertellen ze ons dat ze gek zijn op deze kangs en hoeveel jaren ze erop sliepen… dat dit overeenkomt met het aantal jaren dat elk van hen op de boerenbuiten doorbracht tijdens de culturele revolutie is me intussen duidelijk.

We bezoeken enkele historische gebouwen. Dit dorp is belangrijk omdat het de hoofdstad van de Qing dynastie was toen die nog maar plaatselijke regenten waren. We kunnen nu zeggen dat we alle belangrijke plaatsen van de Qing bezochten, van bij het begin hier, via de opkomende macht in Shenyang, tot de triomf van Beijing en de zomerresidentie Chengde. Destijds charmeerde de ronde hemeltempel van Peking me bijna meer dan de verboden stad zelf, ook nu ben ik erg onder de indruk van een achtkantig gebouwtje, een vorm geïnspireerd om de yourt, de mongoolse tent. Daar staat het stil te wezen, gracieus op een verhoog, links op een groot verlaten plein waarvan de granieten plaveien door de regen glanzen als een spiegel en het geheel betoveren. Dat dit geen keizerlijk gebouw was en dat er dus noch geel, noch groen aan te pas kwam maar alleen grijze en blauwe tinten is een verademing, een harmonie met de regen die steeds zoeter wordt. Alleen het rood van de muur rondom zorgt voor dat tikkeltje warmte dat deugd doet aan je hart zonder je het echt beseft. Het gebouwtje was de plaats waar de Qing leiders de stamhoofden uit de streek ontvingen voor officiële plechtigheden. Buiten dit paleis, is er in de ommuurde historische site een waterput die erg in ere gehouden wordt. Die voorzag  destijds een verborgen leger van tienduizenden van drank. Waarom verborgen? De Qing bereidden in het geheim een opstand voor tegen de Ming keizers in Beijing. De oude, zelfs lemen boerderijen met strodak, zijn niet meer bewoond. Ze zijn er om te bezoeken en geven een goed beeld van de tijd van toen. Het grondplan van destijds en het grondplan van de huidige boerderij komt overeen: een ommuurd erf met aan de diepste zijde het huis en links en rechts van het plein woningen voor de bedienden en stallen. De hut op palen in de hoek naast de poort was en is de graanschuur.  Het ‘vogelnestje’ op een hoge paal bij elke boerderij kwam er dankzij een legende, of is het geen legende? Ooit werd de toekomstige eerste Qing-keizer bijna gevat door de vijand. Hij legde zich voor dood op de grond om de vijand te misleiden en de kraaien bewezen hem een dienst door om hem heen te cirkelen en de indruk te geven dat er een lijk lag. Sindsdien legde de keizer zijn onderdanen op de kraaien te voederen.  

Ik loop al de hele dag met een liedje van Axelle Red in mijn hoofd: ‘depuis tu es dans ma vie j’aime les perles de pluie…’ en daar hangen ze aan een spinnenweb: prachtige waterparels!

 img_0223.jpg

Luo, de fotograaf deelt mijn enthousiasme en herinnert me eraan dat ik een fijnschilder ben, hij vindt het heerlijk hoe ik op details let. Daar sta ik natuurlijk niet meer bij stil. Maar het viel me inderdaad alweer op hoeveel tijd ik nodig heb om alles te zien, ook al mag ik niet zeggen dat ik me maar één seconde opgejaagd voel door deze mannen. Integendeel, ze komen ons overal in tegemoet, meer zelfs drinken elke blik, elke opmerking op als een zoetigheid. De reconstructie van een wel 300 meter lange gaanderij vol historische fresco’s is toch bedenkelijk. De gaanderij werd prachtig herbouwd, ze zigzagt over het terrein, er komt geen einde aan, maar de fresco’s zijn van zo een bedenkelijke kwaliteit dat het zonde is van de energie en de kosten. Jammer. Ook het herbouwen van een oude dorpsstraat blijkt een flop te zijn: in het hele straatje is er nog slechts één winkelier en één restaurant te bespeuren. Maar hier moet ik zeggen dat de verlatenheid en het oprukkende verval me wel bevalt.  

Op het plein voor een taoistische tempel ligt een groot yinyang teken ingewerkt in het plaveisel.  Erge gaat er taiqi op oefenen; wat is dit toch een excentrieke man! Zijn plooien in zijn gezicht, zijn o-zo Mongools-Chinese ogen, een uitgesproken mond met grote witte tanden, zijn enorme expressies, zijn witte hoed: ik geraak er niet op uit gekeken. Vanmorgen gaf hij me de novelle die hij schreef, een autobiografie van zijn leven op het platteland. Jammer toch dat ik dit niet kan lezen! Flanke neemt zich voor een poging te ondernemen.

img_0271.jpgIk noem hem, Erge, tweede broer. Zo noemt Didi (jongste broer) hem. Daar zijn echte  naam moeilijk is vraag ik of ik hem Erge zo mag noemen. Hij is er heel erg door ontroerd als ik dit vraag, neemt me vast, heeft de tranen in zijn ogen. O, wat doet hij zijn beklag dat ik geen Chinees kan praten, wat zou deze kunstenaar graag meer willen delen met me. Ik ook met hem, dat is een feit. Trouwens de ‘ge’ in deze aanspreektitel wordt uitgesproken als mijn Westvlaamse ‘ke’ die ik zo graag achter namen zet. Zo hoorde ik eerder iemand Didi groeten met: ‘goeiemorgen Luge’ en sindsdien noem ik Didi ook Luge. Luge betekent eigenlijk ‘broer van de Lu-familie’. Ze vinden het heerlijk als ik hen vertel dat mijn vader en sommige van mijn beste vrienden mij ‘Lieveke’ noemen en wat dit eigenlijk betekent… ze proberen het ook maar dan klinkt het als ‘liefoeke’. Ik luister er graag naar.  We bezoeken de taotempel. Naar traditie slaan de mannen een eindeloos lang praatje met de taoistische nonnen en monniken. Erge was hier al eerder. Hij wees hen op een zeer waardevolle stele die ze hier staan hebben: een stele van wel vier meter hoog, gekapt uit kippenbloedsteen: een zeer zeldzame rode marmer soort die van heel ver hiervandaan aangebracht is en waarvan er volgens Erge maar twee vindplaatsen bestaan. Dit klooster beseft niet wat het in zijn bezit heeft. De steen vertoonde barsten alom, Erge bekloeg zich er destijds over en merkt nu tot zijn fierheid dat men rekening hield met zijn opmerking en al wat barsten herstelde. Maar hij wijst hen nu, ellenlang op andere behandelingen die de steen zou moeten krijgen.  

Didi daarentegen palavert vooral over de levenswijsheid van het taoïsme en gaat in debat met de zuster overste.Hij is een erg filosofisch man, uitzonderlijk in combinatie met zijn ingenieursopleiding en zijn zakelijk leven.Tussen het filosoferen door regelen ze wel iets anders dat fantastisch is voor ons en uitermate uitzonderlijk: er zal net een taoïstisch ritueel plaatshebben en… we mogen het meemaken! Normaal gebeurt dat altijd zonder bezoekers.Een vrouw, een jong hip ding, schonk de tempel veel geld. Daarom kwamen monniken en nonnen van heinde en ver om samen met haar te bidden voor het geluk van haar voorvaderen en  haar huidige en toekomstige familieleden. Acht jonge kloosterlingen, de mannen en vrouwen die daarnet in een witte pofbroek met witte laarzen of lange witte sokken met witte sportschoenen en een wit los hemd rondliepen, zijn nu gehuld in een knalrode kazuifel. In de tempel zingen ze. Heel lang, monotoon. Er worden allerlei muziekinstrumenten gebruikt. Die zorgen niet voor leven maar versterken het monotone, het repetitieve. Het meisje dat geld schonk zit voor de drempel, buiten de tempel, op de knieën. Een soort misdienaar houdt alles in het oog. Als de kloosterlingen op de knieën gaan zitten gaat hij bij elk de jas mooi over de schoenen leggen…Na een lange zangstonde gaan ze buiten naar een offeraltaar die ik eerder zag opstellen. Daar wordt geofferd –speciale papieren zakken en wierookstokjes worden verbrand – en er wordt weer gezongen. Ze stappen naar een andere plaats buiten, voor een beeld. Een god, dat is duidelijk. Er wordt terug gezongen. Ze stappen terug de tempel in. Daar gaat het zingen nog een uur door. ik verlies geen seconde de aandacht, Frank houdt het al sneller voor bekeken. Onze Chinese vrienden discussiëren de hele tijd verder met de overste.Uiteindelijk gaat men buiten het tempelcomplex naar een offerplaats. Een soort schrijn. Ik zag ze al vaker maar kende het gebruik er niet van. Nu zie ik dat men daar langwerpige zakken vol ‘gedachten’  gaat verbranden, het meisje dat offerde en de ‘misdienaar’ doen dit. De kloosterlingen zingen verder. Vrij bruusk eindigt het gezang. Ze doen hun kazuifels uit, plooien die op en gaan weg. Zonder boe of ba, niet naar het meisje, niet naar ons. Het meisje verbrandt verder, wij gaan. Ik ben heel erg onder de indruk. Ik dacht dat Erge meer uitleg zou kunnen geven maar het klooster waar hijzelf zat als kind was boeddhistisch, niet taoïstisch en ook voor hem en de anderen was dit meemaken de eerste keer. Wat een voorrecht voor ons allen! 

Bij thuiskomst wordt ons een kom warm water aangeboden om de voeten in te wassen. Na een lange dag doet dit goed en is het ook aangewezen om hierop in te gaan zodat we straks zonder schaamrode wangen terug samen op die kang kunnen zitten. Er wordt ons een lekkere boerenmaaltijd geserveerd. Frank merkt terecht op dat hij hier meer van geniet dan van sommige verfijnde maaltijden in chique restaurants.Daarenboven deden ze erg hun best: er worden onder andere een soort jonge scheuten van een boom opgediend. Een schotel die heel wat werk vroeg om te verzamelen en uiteraard maar een kleine periode kan opgediend worden. De anderen komen er nauwelijks aan: wij moeten er van genieten…En er staan  ook nog een soort varens op het menu, een andere plaatselijke specialiteit.Wat is het delen van al die schotels toch heerlijk! Luke vertelt dat hij het in het begin toen hij Europa bezocht zo erg vond dat hij niet in andermans bord mocht zitten peuteren! Er worden allerlei verhalen vertelt. De vrouw des huizes vertelt dat ze al eerder buitenlanders had. Eén topic was dat ze ooit buitenlanders had die hun eigen slaapzakken bovenhaalden en de dekens van hen weigerden. Dit vond iedereen zo grappig, wij keken mekaar even aan: we hadden overwogen hetzelfde te doen! Na wat klinken met rijstwijn en nog meer gezellig  praten over allerlei gaan we slapen.Bij het opzoeken van het toilet beslis ik toch dat ik het me tijdens de nacht makkelijker zal maken en het dichter bij het huis zal zoeken, zo ver ligt het! Al is de wandeling erheen onder een lange gang overwelfd door een druivelaar best romantisch, een avondlijk wandelingetje van enkele minuutjes dat ik meedraag in mijn hart. Wij mogen achter het gordijn! Midden in de nacht hoor ik iemand sakkeren in het donker. Hij vindt het licht niet, vindt de deur niet,krijgt de grendels niet open;  is dit Chinees vloeken? Ik heb een zaklamp en denk er wijs aan te doen in de bres te springen. Het is Erge. Ik profiteer van de situatie om ook te gaan plassen, hij blijft beschermend bij me… ach… Al staat zijn expressieve gezicht op ‘donderwolk’ en daar blijft het de hele tijd op staan. Niet te doen zoals hij ontwapend reageert, wars van alle ‘moeten’. Zo in contrast met de diplomatie van jonge broer, Luge al is die ook erg theatraal als hij met anderen praat. Ik denk steeds dat hij boos is. Het ledigen van mijn blaas draagt er niet bij toe dat ik beter slaap op deze harde kang met het gehoest en gesnurk in alle toonaarden… maar het geeft niet, zo verlies ik geen tijd en kan ik alles overdenken en opnieuw beleven. 

 Om halfzeven sta ik op en ga buiten zitten genieten van de stille natuur. Het lijkt mijn tuin in Tielrode wel. Het gekraai van de haan komt me ook al zo bekend voor; wat is dit lang geleden dat ik dat hoorde! Ik mis alleen nog mijn katje, Omar…Ik hoop dat de tijger niet opduikt! Deze streek is een uitloper van het grote Changbai-gebergte, hier zaten vroeger Siberische tijgers. Die zijn allang verdwenen maar in 1996 dook er plots weer eentje op. Dit bleek een bewijs voor het herstel van de oorspronkelijke voedselketen waarin hazen en wolven een hoofdrol speelden. Een herstel waarvoor men grote inspanning deed. Jammer genoeg, of gelukkig voor mij- hebben plaatselijke boeren de tijger gedood. Dit leverde hen jaren gevangenisstraf want deze tijger is een bedreigde diersoort. Het gedode dier zien we later in het museum. Binnen ligt nog eentje te slapen. Ik ga wat verderop op die kang zitten kijken hoe het ochtendlicht speelt op het rode gordijn. Een film heeft er niets aan. Chinezen zouden beslist een mooie titel vinden voor deze film: ‘het rode gordijn’, klinkt dat goed? We ontbijten buiten, kan het beter?

Ik teken een beetje en we vertrekken richting Yong Ling graftombe.Een bijzonder bouwwerk: Nuerhache, de eerste Qing leider die tegen de Ming keizer in opstand kwam, bouwde hier postuum vier grafgebouwen voor zijn voorvaderen. In elk bouwstel staat een stele. De steles staan als gewoonlijk op de rug van een schildpad, die schildpad brengt de steles geduldig naar de eeuwigheid. Maar in tegenstelling met de stenen schildpadden die ik eerder zag werd deze ooit beschilderd. De tijd patineerde de kleur op de steen, prachtig! Ik wordt weer sentimenteel van al dat moois maar herpak me, dit moet er komen nog teveel emoties de volgende dagen. We zijn weerom verrast als we de graven zelf zien: gewoon vier heuveltjes en daar ze niet gekuist zijn, zijn ze volgegroeid met onkruid en nog onzichtbaarder… 

We rijden verder naar een bospark, naar de apenkopberg.…. Als we er op de middag  toekomen denken wij alleen aan eten maar geen van deze Chinezen deelt deze gedachte. Ze aten teveel voor ontbijt! Pezige maar graatmagere Luke zei vanmorgen al: ‘indien ik een week met jullie optrek kom ik zo tien kilo bij’. Misschien moeten wij nog een week met hem optrekken om tien kilo te verliezen? Het is de bedoeling dat we in de heuvels gaan wandelen. Maar Erge en de chauffeur haken af, ze zijn te moe.Na een wandeling van twee uur bergop zitten Luke en Luo er helemaal door; ze vallen gewoon achterover van onze energie. Ze weten niet wat ze zien! Blijkbaar valt mijn stap hen erg op. Ik denk aan mijn moeder van 83 jaar die stapt als een meisje van twintig… ‘moeder, ik lijk steeds meer op jou?’

Onderwijl beleefden we nog iets dat hen ontzettend trof. Aan een boeddha beeld, we stonden er naar de berg voor ons te kijken die ook al de vorm van een boeddha had, lag net voor ons een opgerolde slang. Weerom een slang! De hoeveelste is dit nu al sinds we in China zijn? Maar het opmerkelijkste is: er komt net een oude man langs die hier woont, we tonen hem de slang, de man bekijkt ons, bekijkt de slang, bekijkt ons en begint warm en zo zacht te glimlachen en voor ons te buigen en ons welkom te heten. Hij legt uit dat hij hier zo nog nooit een slang zag; het is erg uitzonderlijk dat een slang op een steen gaat liggen en daarenboven blijft liggen  niettegenstaande onze aanwezigheid. Hij legt uit dat deze slang hierheen gekomen is omdat hij wist dat wij kwamen, de slang is gestuurd door boeddha. Het betekent dat wij goede mensen zijn, dat wij iets bijzonders in ons dragen. Hij kan er niet over zwijgen en wil nog wat bij ons blijven. Hij wandelt een eind met ons verder, wil ons nog een bijzondere bergformatie tonen, ook een heilige berg, ze heeft de vorm van twee schildpadden.Deze man is de goedheid in persoon. Ik voel me verlegen om de eer die hij ons toeschrijft en het zegt vooral veel over hem. Een gedachte die ik in dit land echt begrepen heb. Ik heb me soms erg klein gevoeld.  

Aan een stalletje eten we koude noedels. Het bijzondere hieraan is dat we zien hoe de vrouw de noedels kookt om ze dan snel af te koelen en met geraspte komkommer en suiker en wat vlees te serveren. Koreaanse noedels, heet dit gerecht.Blijkbaar hebben onze twee mannen, toch nog de moed om een berg op te klauteren. De echtgenoot van de vrouw aan het eetstalletje zegt dat die wandeling echt de moeite waard is!. Natuurlijk is Frank niet tegen te houden als hij dit hoort. Ik voelde me moe maar de noedels gaven mij blijkbaar ook voldoende energie om er weer tegen te kunnen. Het wordt klauteren op veel stenen en trappen, wel zeshonderd. Het is echt pijnlijk om te zien hoe onze twee kettingrokers lijden en geregeld moeten stoppen om een sigaretje op te steken. Nu weet ik echt wel hoe je je lichaam kunt kapot maken én hoe het loont om goed voor je lichaam te zorgen! Maar het is aandoenlijk hoe gelukkig ze eruit zien. En Luke kan van die gevatte antwoorden geven als je hem iets vraagt. ‘Gelukkig Luke?’ hij gaat door letterlijk door de knieën en antwoordt stralend ‘ik bezwijk van geluk, geluk is een te klein woord’. We komen aan een prachtige rotsformatie. Ze heeft de vorm van een apenkop. Wat verder is de ‘wand met de honderden boeddha’s’, zo heet het. Verderop moeten we ons door een zeer lange dunne spleet tussen twee rotsen wringen, volgens onze gids de langste van Azië.. Frank die er als eerste inkruipt vindt het beklemmend, hij geraakt er met moeite door en stelt ik vraag of ik me met mijn ‘familiejuweel’ hier ooit door zal kunnen worstelen. Hij ‘overschat’ me, het valt goed mee voor mij!Ik denk dat we in oktober 2009 moeten terug komen want er staan veel esdoorns. Wil ik beslist in herfsttenue zien!De echtgenoot van het stalletje liep de hele weg met ons mee… zomaar.  Aan een bron drinken we nog wat heilig water, via een bergriviertje wandelen we terug. Dit was zalig! Ik voel me helemaal opgeladen. De mannen weten echt niet meer wat ze zien, de twee die de hele namiddag sliepen nog veel minder. De slimmerds huurden een kamer in een hotel, stel je voor…Erge doet boos teken dat ik nu moet slapen. Ik slapen en het landschap missen? Geen sprake van! Hij verandert in een stralende lach. 

Bij aankomst in Shenyang zijn de chauffeur en alle Shenyangers even gedesoriënteerd: ze herkennen dit kruispunt niet. Wij wel: ‘jawel, dit is de straat die jullie zoeken, ze hebben alleen even vlug de brug half afgebroken en weer herbouwd zodat er minder op en afritten zijn, dat is alles…’Het afscheid bij aankomst is erg bruusk. Ze rennen haast weg zonder boe noch ba. We bedenken dat deze reactie misschien wel heel erg Chinees is. We wéten dat ze màteloos genoten… ze vroegen ons diverse keren te immigreren en vinden het ongelooflijk spijtig dat we weggaan. We zijn als één familie voor hen, vonden ze. Eigenlijk vond ik dit ook: ik voelde me werkelijk op mijn gemak en Frank gaf dezelfde indruk. En bij het afscheid ben ik blij dat ik me sterk voel vandaag. De natuur én de vriendschap heeft me weer wat kracht gegeven.  

VRIJDAG ga ik nog wat winkelen en ’s avonds hebben we ook een interessante ervaring. We willen drie koppels trakteren. Allen Chinezen, een collega van Frank, een lerares van hem en een dekaan van een andere faculteit die we eerder ontmoeten. Allemaal personeel van dezelfde universiteit dus, maar ze hadden mekaar nog nooit ontmoet.We eten gezellig, praten over allerlei.Alles loopt rustig tot de man van de collega erbij komt. Een hoge militair, verantwoordelijk voor de public relations van het leger in deze provincie; we gingen al eerder met hem eten. Hij komt een uur te laat, want moest eerst nog naar een ander diner met belangrijke bezoekers.We herkennen zijn stijl meteen: klinken en drinken, liefst ad fundum  maar het ergste moet nog komen! Als we zeggen dat we in België positief zullen praten over China, dat we veel verwachtingen hadden van dit land omdat we er al jaren meer bezig waren maar dat het onze verwachtingen overtrof zijn allen heel erg ontroerd en dankbaar. De decaan die tien jaar in het buitenland woonde bedankt me, de collega zegt dat het westen niets over Tibet weet en toch maar een mening vormt maar de militair uit zich te sterk: hij zegt dat het vriendelijk is dat we hen uitnodigden maar dat hij de rekening betaalt. Wat moet een mens daarmee aanvangen? Protest wordt genegeerd. Even later komt nog een verrassing: hij bracht een geschenk mee. Er wordt ons een doosje afgegeven. Frank wil het bescheiden opzij zetten, kwestie van de anderen niet in verlegenheid te brengen maar neen, hij moet het openen  én naar de prijs kijken die er nog aanhangt: 280 euro! Alstublieft! Ik besterf het. Feit is dat deze man erg veel verdient, hij moet steeds ter beschikking zijn voor zijn job, maar met zijn geld geen blijf weet. Hij mag als militair niet naar het buitenland reizen. Daardoor overlaadt hij zijn vrouw en dus ook zijn bezoekers iets te graag met dure geschenken…Hij voert het hoogste woord , de decaan vindt hij wel een interessant contact maar de lerares van Frank ziet hij niet eens zitten. Ze is al zo een onzeker meisje en wordt het nu helemaal. Ze voelt zich niets, fluistert ze. Ik zeg uitdrukkelijk dat het al dan niet van iemand niets te maken heeft met rang of geld. De dicaan beaamt. De andere man blijft maar praten en vooral veel drinken. Ik zeg Frank dat hij moet ingrijpen want ik voel dat de dekaan en zijn vrouw op hete kolen komen te zitten. Maar Frank slaat in paniek en zegt dat hij dit niet aankan, dat hij deze man niet kan stoppen. Ik beslis het dan maar zelf te doen. Als ik opsta, het glas hef en meld dat dit de laatste drank is op de vriendschap, resoluut weiger dat hij nogmaals de glazen vult en ook niet ga zitten als hij dat wel doet, is hij zo onder de indruk dat hij gedwee opstaat en ook gaat…De dekaan, zijn vrouw en Frank zijn opgelucht! Ik ook. Wat zou dit koppel hiervan denken? Een Chinese stijl die hen bekend is? Ik zal het hen vragen want we zien mekaar nog eens deze week… dit moet ik echt weten. Het is de tweede keer dat we dergelijke situatie meemaken: een man met een hoge positie komt bijzitten, hij overpraat en overdrinkt iedereen en  neemt de rekening van het hele gezelschap voor zich… vreemd. 

Kan ik anders dan zaterdag tot tien uur in mijn bed liggen om én te slapen én alles te herwerken, dankbaar te herbeleven?

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin