HET RODE GORDIJN

5 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (1)

1 juli: Inderdaad, een dagje op het matje in het Beiling park is niet gelukt, het regent de hele dag. Maar het dagje in het bedje thuis is ook helend. Zo zelfs dat ik me in de vooravond helemaal in vorm voel om naar de kapper te gaan want ’s avonds zijn we uitgenodigd bij de mensen van Michelin. Bij de kapper wordt ik bedankt om steeds terug te komen, zelfs nadat ze mijn haar per ongeluk in het oranje verfden! Ze begrijpen mijn uitleg als ik zeg dat dit wel het laatste bezoek is. Een jongen vraagt er me Belgische munten. Ik ben blij nog enkele munten te vinden, hij ook! Er is nog even tijd over om langs te gaan in het grootwarenhuis om kruiden (ja, Viaantje, je ziet dat ik je niet vergeten ben!). ’s Avonds wil ik er een pakje geven aan de mensen van Michelin zodat ze deze heerlijkheid leren kennen maar ze bedanken me: ze eten zelden Chinees, houden niet van de geur, noch van de Chinese kruiden… Ik hoop dat ze hun mening kunnen bijsturen gedurende hun verblijf, het is wel zo dat je voor sommige dingen in dit vreemde land tijd nodig hebt, ook ik heb dit ondervonden al verloor ik mijn hart wel héél snel aan deze kruiden …Toch ben ik aangenaam verrast dat deze mensen, drie koppels die allen een kaderfunctie hebben in deze multinational, unaniem heel erg positief staan tegenover het land, heel erg open staan, genieten van de mensen en allen van mening zijn dat de houding van het Westen tegenover China heel onfair en te betreuren is, ook wat Tibet betreft. Er is geen spoor van gemeenpraat of spot met de Chinezen te bespeuren, integendeel. Al slaag ik er deze avond geenszins in om mijn draai in het Frans te vinden, ik kan nu zeggen: ‘chapeau!’. De quiches lorraines en de tarte à tatins smaken ons overheerlijk, ook al hebben we net beweerd dat we ‘afgekickt’ zijn van het Westers eten!

De volgende dag moeten we vroeg uit de veren om naar een Mandchoe district op het het platteland te rijden met onze Mongoolse-Shenyangse vrienden, Didi en Erge. Luo is er ook bij, de man die me hielp met schilderijen fotograferen. We zijn erg opgewonden te weten hoe deze dagen zullen verlopen, te zien hoe zo’n uitstap opgevat wordt. We worden opgewacht door een minibus van een vriend, en de vriend wordt ook chauffeur van dienst. De koffer blijkt volgestouwd met waterflesjes en eten. We hebben erg veel spijt dat we de Olympische spelen niet zullen meemaken maar eigenlijk kregen we vandaag een voorsmaakje. We merken dat doorheen de hele stad ontzettend veel politie, leger, en allerlei soorten geüniformeerden staan. Het blijkt een oefendag voor de doortocht van de Olympische fakkel in Shenyang te zijn. Erge had zich erg veel zorgen gemaakt omdat de weg naar het stadje Xin Bing zou weggespoeld zijn. Totaal overbodig, want tijdens de twee jaar dat hij hier niet meer was legde men een voorbeeld van een snelweg aan!

Langs de weg stoppen we even om een streekspecialiteit te bewonderen: men kapt de mooiste sculpturen uit vreemd gevormde boomwortelformaties. Ik bewonder de theetafels. Ze hebben de meest grillige vormen en zijn opgebouwd in verschillende verdiepingen zodat het hete spoelwater waar de theekopjes telkens mee overgoten en dus opgewarmd worden voor elk gebruik, van de ene etage naar de andere loopt om zo in de grond te verdwijnen. Didi legt uit dat deze tafels vooral aan het Zuiden van China verkocht worden, daar staan ze in de tuinen. Shenyang is te koud in de winter om dit te kunnen doen. Ikzelf zie al zo’n tafel in Tielrode staan: prachtig! Didi die dus meubelen naar het buitenland exporteert merkt terecht op dat het spijtig is dat ze het hout te sterk bijkleuren en veel te glanzend vernissen.
img_0397.jpg
Eerst leggen we nog uit dat het landschap rondom niet veel verschilt van onze Ardennen. Maar al snel moeten we onze opmerking bijschaven: we komen in een landschap terecht dat je misschien alleen maar in China vindt. Niet dat de bergen hoog worden maar die heuvelruggen worden heuvelruggetjes, de één na en voor de ander. De regen geeft het alleen maar de sfeer die het landschap nodig heeft om glorieus te worden en om mijn hart in zijn diepst te raken.

Bij aankomst in het Mandchoe dorpje Hetuala wordt naar een hotel gezocht. We wilden toch op de buiten logeren, echt op zijn boers? Geen geklaag dus dat we op een harde ‘kang’ – een verwarmd stenen platform- terecht komen en dat het vlees in de frigo naast de deur van onze kamer ruikt tot in ons bed… voor semi-vegetariers geen aantrekkelijk parfum. Maar het oogt netjes en luchtig, het is een nieuw gebouw. Waarover de broers nog zolang praten met de eigenaars weten we niet. Ik heb Frank verwittigd dat we ons dit beter nooit afvragen, dat ze kunnen palaveren op zijn Afrikaans, het beste is ze laten palaveren. Feit is dat de plannen uiteindelijk veranderd worden en we verder rijden. Dat dit dé beslissing van de trip zal zijn blijkt al snel! We komen nu in een boerderij van 300 jaar oud terecht. En daar zullen we echt op zijn boers slapen: allen in één kamer! In de praktijk: ik met vijf mannen waarvan, ik zeg het eerlijk, er drie zijn, misschien zelfs vier (?!), die vreselijk van deze Belgische artieste met al haar energie genieten! Tot spijt voor wie het benijdt: ik zal er ook van genieten en het koor van het gesnurk erbij nemen!

Vier mannen zullen op de ene kang slapen, wij op de andere. En als in een heerlijk romantische film: boven onze kang hangt opgerold een prachtig rood gordijn met bloemmotief dat vanavond mooi afgerold wordt…,kwestie van het koppel privacy te geven. Het komt niet tot aan de grond, ook net niet tot aan de bovenkant van het slaapoppervlak: zij zullen ons wel degelijk zien liggen door het spleetje en wij hen! Schattiger kan het allemaal niet. Ik bedenk dat ik erg blij ben met de garderobe die ik samen ritste, ik kan het deftig houden, oef. Het grappigste is dat ik zelfs mijn Chinese knalrode kamerjas met een gele draak op de rug geborduurd, 27 jaar geleden gekocht in Brugge, bijheb. Misschien zullen ze me niet eens opmerken in deze omgeving!
img_0347.jpg
De uitleg die we krijgen over alle voorwerpen in huis is werkelijk een kers op de taart van een lang verblijf in China. Zo vertelde Didi ons dat de schoenmal die hier ligt eigenlijk een vorm is om in de sok te schuiven zodat je de zool van de schoen makkelijk kon herstellen en bijwerken. De zolen versleten heel snel, ze waren van stof of riet gemaakt. Om het wat warmer te hebben in deze schoenen, werd er in de winter een soort gedroogd gras ingestopt. Deze streek is trouwens bekend om een speciaal soort stro die daar erg geschikt voor was. Maar ook voor gensing en bevers heeft dit gebied een reputatie. De pot met varkenswervels is een spel. Een variatie op onze teerlingen. De andere pot waarvan gezegd wordt dat je ze in elke boerderij vindt, blijkt een pot te zijn waar warme as in lag waaronder er aardappelen bedolven liggen zodat er steeds aardappelen te eten waren. Op het schabbetje aan de muur stonden de tabletten met de namen van de voorvaderen die geëerd werden. Die tabletten zijn verdwenen, de houten sokkeltjes staan er nog. Maar wat meteen meest in het oog springt in elk oud huis dat we al bezochten, of het nu een boerenwoning of een paleis is, is de kinderwieg die met lange dikke touwen opgehangen is aan het plafond. Zo lief! Een eenvoudige ovalen schuit waarin een typisch hoofdsteuntje in de vorm van een tijgertje ligt. Het behangpapier aan de muur zijn kranten; stapels gekleurde dekens en balkvormige neksteunen met knap geborduurde zijkanten liggen klaar. Die lange pijpen die we overal al zagen liggen werden vooral door vrouwen gebruikt. De pijp was lang om de nicotine te reduceren, ook al besefte men niet dat het over nicotine ging, dat het ‘het slechte’ van de tabak verminderde wist men wel, zegt Didi, hij is één van de drie kettingrokers van ons gezelschap. Deze huizen hadden vroeger – en hier zelfs nu nog- geen glas in de ramen. Ze werden met doorschijnend papier afgeplakt. In deze streek gebeurde dat aan de buitenkant, in de winter werd er gewoon nat papier tegen het houten raam gestreken en dat vroor dan meteen zonder reten vast. Didi wordt wild enthousiast dat hij ons alles kan tonen en uitleggen én dat we dit plekje vonden. Hij weet dat dit onze ‘cup of tea’ is. We zitten met zijn allen op één kang als hij dat vertelt. Deze kang is de hele dag verwarmd. In de kamer naast ons, de ingang en tevens keuken staan de kookoven: die warmte loopt onder dit bed naar de schouw die buiten staat.Dit huis heeft centraal een keuken en links en recht een kamer met telkens twee kangs. Dit betekent dat er in de vier hoeken van de keuken een kookoven staat. Onze kang wordt pas tegen slaaptijd verwarmd, want om ons avondeten te bereiden gebruikt men dan twee ovens. Er staat op de kang een lage tafel, we drinken er eerste thee, eten er later omheen. Het is even oefenen, zo zitten met gekruiste benen.
img_0152.jpg
Ook nu bedenk ik dat de keuze van mijn kledij zo goed was: ik draag een caleçon onder mijn korte rokje. Zelfs een jeans zou me te strak geweest zijn voor deze houding. De mannen wijzen me erop dat het uitzonderlijk is dat ik hier mag zitten, een vrouw zat hier niet. Een vrouw zat nooit. Een vrouw werkte, kookte, bediende… Ik snuif een beetje, niet teveel want het is duidelijk dat ze zich schamen over dit ‘verleden’. Ze tonen ook hoé de mannen zaten, heel fier en rechtop! Alleen als er geen bezoek is mochten ze eens doorzakken. Mijn Flanke gaat meteen in houding zitten, dit zegt hem wel wat… voor eventjes. We zijn al snel blij dat ze een extra kussentje brengen voor ons. Allen vertellen ze ons dat ze gek zijn op deze kangs en hoeveel jaren ze erop sliepen… dat dit overeenkomt met het aantal jaren dat elk van hen op de boerenbuiten doorbracht tijdens de culturele revolutie is me intussen duidelijk.

We bezoeken enkele historische gebouwen. Dit dorp is belangrijk omdat het de hoofdstad van de Qing dynastie was toen die nog maar plaatselijke regenten waren. We kunnen nu zeggen dat we alle belangrijke plaatsen van de Qing bezochten, van bij het begin hier, via de opkomende macht in Shenyang, tot de triomf van Beijing en de zomerresidentie Chengde. Destijds charmeerde de ronde hemeltempel van Peking me bijna meer dan de verboden stad zelf, ook nu ben ik erg onder de indruk van een achtkantig gebouwtje, een vorm geïnspireerd om de yourt, de mongoolse tent. Daar staat het stil te wezen, gracieus op een verhoog, links op een groot verlaten plein waarvan de granieten plaveien door de regen glanzen als een spiegel en het geheel betoveren. Dat dit geen keizerlijk gebouw was en dat er dus noch geel, noch groen aan te pas kwam maar alleen grijze en blauwe tinten is een verademing, een harmonie met de regen die steeds zoeter wordt. Alleen het rood van de muur rondom zorgt voor dat tikkeltje warmte dat deugd doet aan je hart zonder je het echt beseft. Het gebouwtje was de plaats waar de Qing leiders de stamhoofden uit de streek ontvingen voor officiële plechtigheden. Buiten dit paleis, is er in de ommuurde historische site een waterput die erg in ere gehouden wordt. Die voorzag  destijds een verborgen leger van tienduizenden van drank. Waarom verborgen? De Qing bereidden in het geheim een opstand voor tegen de Ming keizers in Beijing. De oude, zelfs lemen boerderijen met strodak, zijn niet meer bewoond. Ze zijn er om te bezoeken en geven een goed beeld van de tijd van toen. Het grondplan van destijds en het grondplan van de huidige boerderij komt overeen: een ommuurd erf met aan de diepste zijde het huis en links en rechts van het plein woningen voor de bedienden en stallen. De hut op palen in de hoek naast de poort was en is de graanschuur.  Het ‘vogelnestje’ op een hoge paal bij elke boerderij kwam er dankzij een legende, of is het geen legende? Ooit werd de toekomstige eerste Qing-keizer bijna gevat door de vijand. Hij legde zich voor dood op de grond om de vijand te misleiden en de kraaien bewezen hem een dienst door om hem heen te cirkelen en de indruk te geven dat er een lijk lag. Sindsdien legde de keizer zijn onderdanen op de kraaien te voederen.  

Ik loop al de hele dag met een liedje van Axelle Red in mijn hoofd: ‘depuis tu es dans ma vie j’aime les perles de pluie…’ en daar hangen ze aan een spinnenweb: prachtige waterparels!

 img_0223.jpg

Luo, de fotograaf deelt mijn enthousiasme en herinnert me eraan dat ik een fijnschilder ben, hij vindt het heerlijk hoe ik op details let. Daar sta ik natuurlijk niet meer bij stil. Maar het viel me inderdaad alweer op hoeveel tijd ik nodig heb om alles te zien, ook al mag ik niet zeggen dat ik me maar één seconde opgejaagd voel door deze mannen. Integendeel, ze komen ons overal in tegemoet, meer zelfs drinken elke blik, elke opmerking op als een zoetigheid. De reconstructie van een wel 300 meter lange gaanderij vol historische fresco’s is toch bedenkelijk. De gaanderij werd prachtig herbouwd, ze zigzagt over het terrein, er komt geen einde aan, maar de fresco’s zijn van zo een bedenkelijke kwaliteit dat het zonde is van de energie en de kosten. Jammer. Ook het herbouwen van een oude dorpsstraat blijkt een flop te zijn: in het hele straatje is er nog slechts één winkelier en één restaurant te bespeuren. Maar hier moet ik zeggen dat de verlatenheid en het oprukkende verval me wel bevalt.  

Op het plein voor een taoistische tempel ligt een groot yinyang teken ingewerkt in het plaveisel.  Erge gaat er taiqi op oefenen; wat is dit toch een excentrieke man! Zijn plooien in zijn gezicht, zijn o-zo Mongools-Chinese ogen, een uitgesproken mond met grote witte tanden, zijn enorme expressies, zijn witte hoed: ik geraak er niet op uit gekeken. Vanmorgen gaf hij me de novelle die hij schreef, een autobiografie van zijn leven op het platteland. Jammer toch dat ik dit niet kan lezen! Flanke neemt zich voor een poging te ondernemen.

img_0271.jpgIk noem hem, Erge, tweede broer. Zo noemt Didi (jongste broer) hem. Daar zijn echte  naam moeilijk is vraag ik of ik hem Erge zo mag noemen. Hij is er heel erg door ontroerd als ik dit vraag, neemt me vast, heeft de tranen in zijn ogen. O, wat doet hij zijn beklag dat ik geen Chinees kan praten, wat zou deze kunstenaar graag meer willen delen met me. Ik ook met hem, dat is een feit. Trouwens de ‘ge’ in deze aanspreektitel wordt uitgesproken als mijn Westvlaamse ‘ke’ die ik zo graag achter namen zet. Zo hoorde ik eerder iemand Didi groeten met: ‘goeiemorgen Luge’ en sindsdien noem ik Didi ook Luge. Luge betekent eigenlijk ‘broer van de Lu-familie’. Ze vinden het heerlijk als ik hen vertel dat mijn vader en sommige van mijn beste vrienden mij ‘Lieveke’ noemen en wat dit eigenlijk betekent… ze proberen het ook maar dan klinkt het als ‘liefoeke’. Ik luister er graag naar.  We bezoeken de taotempel. Naar traditie slaan de mannen een eindeloos lang praatje met de taoistische nonnen en monniken. Erge was hier al eerder. Hij wees hen op een zeer waardevolle stele die ze hier staan hebben: een stele van wel vier meter hoog, gekapt uit kippenbloedsteen: een zeer zeldzame rode marmer soort die van heel ver hiervandaan aangebracht is en waarvan er volgens Erge maar twee vindplaatsen bestaan. Dit klooster beseft niet wat het in zijn bezit heeft. De steen vertoonde barsten alom, Erge bekloeg zich er destijds over en merkt nu tot zijn fierheid dat men rekening hield met zijn opmerking en al wat barsten herstelde. Maar hij wijst hen nu, ellenlang op andere behandelingen die de steen zou moeten krijgen.  

Didi daarentegen palavert vooral over de levenswijsheid van het taoïsme en gaat in debat met de zuster overste.Hij is een erg filosofisch man, uitzonderlijk in combinatie met zijn ingenieursopleiding en zijn zakelijk leven.Tussen het filosoferen door regelen ze wel iets anders dat fantastisch is voor ons en uitermate uitzonderlijk: er zal net een taoïstisch ritueel plaatshebben en… we mogen het meemaken! Normaal gebeurt dat altijd zonder bezoekers.Een vrouw, een jong hip ding, schonk de tempel veel geld. Daarom kwamen monniken en nonnen van heinde en ver om samen met haar te bidden voor het geluk van haar voorvaderen en  haar huidige en toekomstige familieleden. Acht jonge kloosterlingen, de mannen en vrouwen die daarnet in een witte pofbroek met witte laarzen of lange witte sokken met witte sportschoenen en een wit los hemd rondliepen, zijn nu gehuld in een knalrode kazuifel. In de tempel zingen ze. Heel lang, monotoon. Er worden allerlei muziekinstrumenten gebruikt. Die zorgen niet voor leven maar versterken het monotone, het repetitieve. Het meisje dat geld schonk zit voor de drempel, buiten de tempel, op de knieën. Een soort misdienaar houdt alles in het oog. Als de kloosterlingen op de knieën gaan zitten gaat hij bij elk de jas mooi over de schoenen leggen…Na een lange zangstonde gaan ze buiten naar een offeraltaar die ik eerder zag opstellen. Daar wordt geofferd –speciale papieren zakken en wierookstokjes worden verbrand – en er wordt weer gezongen. Ze stappen naar een andere plaats buiten, voor een beeld. Een god, dat is duidelijk. Er wordt terug gezongen. Ze stappen terug de tempel in. Daar gaat het zingen nog een uur door. ik verlies geen seconde de aandacht, Frank houdt het al sneller voor bekeken. Onze Chinese vrienden discussiëren de hele tijd verder met de overste.Uiteindelijk gaat men buiten het tempelcomplex naar een offerplaats. Een soort schrijn. Ik zag ze al vaker maar kende het gebruik er niet van. Nu zie ik dat men daar langwerpige zakken vol ‘gedachten’  gaat verbranden, het meisje dat offerde en de ‘misdienaar’ doen dit. De kloosterlingen zingen verder. Vrij bruusk eindigt het gezang. Ze doen hun kazuifels uit, plooien die op en gaan weg. Zonder boe of ba, niet naar het meisje, niet naar ons. Het meisje verbrandt verder, wij gaan. Ik ben heel erg onder de indruk. Ik dacht dat Erge meer uitleg zou kunnen geven maar het klooster waar hijzelf zat als kind was boeddhistisch, niet taoïstisch en ook voor hem en de anderen was dit meemaken de eerste keer. Wat een voorrecht voor ons allen! 

Bij thuiskomst wordt ons een kom warm water aangeboden om de voeten in te wassen. Na een lange dag doet dit goed en is het ook aangewezen om hierop in te gaan zodat we straks zonder schaamrode wangen terug samen op die kang kunnen zitten. Er wordt ons een lekkere boerenmaaltijd geserveerd. Frank merkt terecht op dat hij hier meer van geniet dan van sommige verfijnde maaltijden in chique restaurants.Daarenboven deden ze erg hun best: er worden onder andere een soort jonge scheuten van een boom opgediend. Een schotel die heel wat werk vroeg om te verzamelen en uiteraard maar een kleine periode kan opgediend worden. De anderen komen er nauwelijks aan: wij moeten er van genieten…En er staan  ook nog een soort varens op het menu, een andere plaatselijke specialiteit.Wat is het delen van al die schotels toch heerlijk! Luke vertelt dat hij het in het begin toen hij Europa bezocht zo erg vond dat hij niet in andermans bord mocht zitten peuteren! Er worden allerlei verhalen vertelt. De vrouw des huizes vertelt dat ze al eerder buitenlanders had. Eén topic was dat ze ooit buitenlanders had die hun eigen slaapzakken bovenhaalden en de dekens van hen weigerden. Dit vond iedereen zo grappig, wij keken mekaar even aan: we hadden overwogen hetzelfde te doen! Na wat klinken met rijstwijn en nog meer gezellig  praten over allerlei gaan we slapen.Bij het opzoeken van het toilet beslis ik toch dat ik het me tijdens de nacht makkelijker zal maken en het dichter bij het huis zal zoeken, zo ver ligt het! Al is de wandeling erheen onder een lange gang overwelfd door een druivelaar best romantisch, een avondlijk wandelingetje van enkele minuutjes dat ik meedraag in mijn hart. Wij mogen achter het gordijn! Midden in de nacht hoor ik iemand sakkeren in het donker. Hij vindt het licht niet, vindt de deur niet,krijgt de grendels niet open;  is dit Chinees vloeken? Ik heb een zaklamp en denk er wijs aan te doen in de bres te springen. Het is Erge. Ik profiteer van de situatie om ook te gaan plassen, hij blijft beschermend bij me… ach… Al staat zijn expressieve gezicht op ‘donderwolk’ en daar blijft het de hele tijd op staan. Niet te doen zoals hij ontwapend reageert, wars van alle ‘moeten’. Zo in contrast met de diplomatie van jonge broer, Luge al is die ook erg theatraal als hij met anderen praat. Ik denk steeds dat hij boos is. Het ledigen van mijn blaas draagt er niet bij toe dat ik beter slaap op deze harde kang met het gehoest en gesnurk in alle toonaarden… maar het geeft niet, zo verlies ik geen tijd en kan ik alles overdenken en opnieuw beleven. 

 Om halfzeven sta ik op en ga buiten zitten genieten van de stille natuur. Het lijkt mijn tuin in Tielrode wel. Het gekraai van de haan komt me ook al zo bekend voor; wat is dit lang geleden dat ik dat hoorde! Ik mis alleen nog mijn katje, Omar…Ik hoop dat de tijger niet opduikt! Deze streek is een uitloper van het grote Changbai-gebergte, hier zaten vroeger Siberische tijgers. Die zijn allang verdwenen maar in 1996 dook er plots weer eentje op. Dit bleek een bewijs voor het herstel van de oorspronkelijke voedselketen waarin hazen en wolven een hoofdrol speelden. Een herstel waarvoor men grote inspanning deed. Jammer genoeg, of gelukkig voor mij- hebben plaatselijke boeren de tijger gedood. Dit leverde hen jaren gevangenisstraf want deze tijger is een bedreigde diersoort. Het gedode dier zien we later in het museum. Binnen ligt nog eentje te slapen. Ik ga wat verderop op die kang zitten kijken hoe het ochtendlicht speelt op het rode gordijn. Een film heeft er niets aan. Chinezen zouden beslist een mooie titel vinden voor deze film: ‘het rode gordijn’, klinkt dat goed? We ontbijten buiten, kan het beter?

Ik teken een beetje en we vertrekken richting Yong Ling graftombe.Een bijzonder bouwwerk: Nuerhache, de eerste Qing leider die tegen de Ming keizer in opstand kwam, bouwde hier postuum vier grafgebouwen voor zijn voorvaderen. In elk bouwstel staat een stele. De steles staan als gewoonlijk op de rug van een schildpad, die schildpad brengt de steles geduldig naar de eeuwigheid. Maar in tegenstelling met de stenen schildpadden die ik eerder zag werd deze ooit beschilderd. De tijd patineerde de kleur op de steen, prachtig! Ik wordt weer sentimenteel van al dat moois maar herpak me, dit moet er komen nog teveel emoties de volgende dagen. We zijn weerom verrast als we de graven zelf zien: gewoon vier heuveltjes en daar ze niet gekuist zijn, zijn ze volgegroeid met onkruid en nog onzichtbaarder… 

We rijden verder naar een bospark, naar de apenkopberg.…. Als we er op de middag  toekomen denken wij alleen aan eten maar geen van deze Chinezen deelt deze gedachte. Ze aten teveel voor ontbijt! Pezige maar graatmagere Luke zei vanmorgen al: ‘indien ik een week met jullie optrek kom ik zo tien kilo bij’. Misschien moeten wij nog een week met hem optrekken om tien kilo te verliezen? Het is de bedoeling dat we in de heuvels gaan wandelen. Maar Erge en de chauffeur haken af, ze zijn te moe.Na een wandeling van twee uur bergop zitten Luke en Luo er helemaal door; ze vallen gewoon achterover van onze energie. Ze weten niet wat ze zien! Blijkbaar valt mijn stap hen erg op. Ik denk aan mijn moeder van 83 jaar die stapt als een meisje van twintig… ‘moeder, ik lijk steeds meer op jou?’

Onderwijl beleefden we nog iets dat hen ontzettend trof. Aan een boeddha beeld, we stonden er naar de berg voor ons te kijken die ook al de vorm van een boeddha had, lag net voor ons een opgerolde slang. Weerom een slang! De hoeveelste is dit nu al sinds we in China zijn? Maar het opmerkelijkste is: er komt net een oude man langs die hier woont, we tonen hem de slang, de man bekijkt ons, bekijkt de slang, bekijkt ons en begint warm en zo zacht te glimlachen en voor ons te buigen en ons welkom te heten. Hij legt uit dat hij hier zo nog nooit een slang zag; het is erg uitzonderlijk dat een slang op een steen gaat liggen en daarenboven blijft liggen  niettegenstaande onze aanwezigheid. Hij legt uit dat deze slang hierheen gekomen is omdat hij wist dat wij kwamen, de slang is gestuurd door boeddha. Het betekent dat wij goede mensen zijn, dat wij iets bijzonders in ons dragen. Hij kan er niet over zwijgen en wil nog wat bij ons blijven. Hij wandelt een eind met ons verder, wil ons nog een bijzondere bergformatie tonen, ook een heilige berg, ze heeft de vorm van twee schildpadden.Deze man is de goedheid in persoon. Ik voel me verlegen om de eer die hij ons toeschrijft en het zegt vooral veel over hem. Een gedachte die ik in dit land echt begrepen heb. Ik heb me soms erg klein gevoeld.  

Aan een stalletje eten we koude noedels. Het bijzondere hieraan is dat we zien hoe de vrouw de noedels kookt om ze dan snel af te koelen en met geraspte komkommer en suiker en wat vlees te serveren. Koreaanse noedels, heet dit gerecht.Blijkbaar hebben onze twee mannen, toch nog de moed om een berg op te klauteren. De echtgenoot van de vrouw aan het eetstalletje zegt dat die wandeling echt de moeite waard is!. Natuurlijk is Frank niet tegen te houden als hij dit hoort. Ik voelde me moe maar de noedels gaven mij blijkbaar ook voldoende energie om er weer tegen te kunnen. Het wordt klauteren op veel stenen en trappen, wel zeshonderd. Het is echt pijnlijk om te zien hoe onze twee kettingrokers lijden en geregeld moeten stoppen om een sigaretje op te steken. Nu weet ik echt wel hoe je je lichaam kunt kapot maken én hoe het loont om goed voor je lichaam te zorgen! Maar het is aandoenlijk hoe gelukkig ze eruit zien. En Luke kan van die gevatte antwoorden geven als je hem iets vraagt. ‘Gelukkig Luke?’ hij gaat door letterlijk door de knieën en antwoordt stralend ‘ik bezwijk van geluk, geluk is een te klein woord’. We komen aan een prachtige rotsformatie. Ze heeft de vorm van een apenkop. Wat verder is de ‘wand met de honderden boeddha’s’, zo heet het. Verderop moeten we ons door een zeer lange dunne spleet tussen twee rotsen wringen, volgens onze gids de langste van Azië.. Frank die er als eerste inkruipt vindt het beklemmend, hij geraakt er met moeite door en stelt ik vraag of ik me met mijn ‘familiejuweel’ hier ooit door zal kunnen worstelen. Hij ‘overschat’ me, het valt goed mee voor mij!Ik denk dat we in oktober 2009 moeten terug komen want er staan veel esdoorns. Wil ik beslist in herfsttenue zien!De echtgenoot van het stalletje liep de hele weg met ons mee… zomaar.  Aan een bron drinken we nog wat heilig water, via een bergriviertje wandelen we terug. Dit was zalig! Ik voel me helemaal opgeladen. De mannen weten echt niet meer wat ze zien, de twee die de hele namiddag sliepen nog veel minder. De slimmerds huurden een kamer in een hotel, stel je voor…Erge doet boos teken dat ik nu moet slapen. Ik slapen en het landschap missen? Geen sprake van! Hij verandert in een stralende lach. 

Bij aankomst in Shenyang zijn de chauffeur en alle Shenyangers even gedesoriënteerd: ze herkennen dit kruispunt niet. Wij wel: ‘jawel, dit is de straat die jullie zoeken, ze hebben alleen even vlug de brug half afgebroken en weer herbouwd zodat er minder op en afritten zijn, dat is alles…’Het afscheid bij aankomst is erg bruusk. Ze rennen haast weg zonder boe noch ba. We bedenken dat deze reactie misschien wel heel erg Chinees is. We wéten dat ze màteloos genoten… ze vroegen ons diverse keren te immigreren en vinden het ongelooflijk spijtig dat we weggaan. We zijn als één familie voor hen, vonden ze. Eigenlijk vond ik dit ook: ik voelde me werkelijk op mijn gemak en Frank gaf dezelfde indruk. En bij het afscheid ben ik blij dat ik me sterk voel vandaag. De natuur én de vriendschap heeft me weer wat kracht gegeven.  

VRIJDAG ga ik nog wat winkelen en ’s avonds hebben we ook een interessante ervaring. We willen drie koppels trakteren. Allen Chinezen, een collega van Frank, een lerares van hem en een dekaan van een andere faculteit die we eerder ontmoeten. Allemaal personeel van dezelfde universiteit dus, maar ze hadden mekaar nog nooit ontmoet.We eten gezellig, praten over allerlei.Alles loopt rustig tot de man van de collega erbij komt. Een hoge militair, verantwoordelijk voor de public relations van het leger in deze provincie; we gingen al eerder met hem eten. Hij komt een uur te laat, want moest eerst nog naar een ander diner met belangrijke bezoekers.We herkennen zijn stijl meteen: klinken en drinken, liefst ad fundum  maar het ergste moet nog komen! Als we zeggen dat we in België positief zullen praten over China, dat we veel verwachtingen hadden van dit land omdat we er al jaren meer bezig waren maar dat het onze verwachtingen overtrof zijn allen heel erg ontroerd en dankbaar. De decaan die tien jaar in het buitenland woonde bedankt me, de collega zegt dat het westen niets over Tibet weet en toch maar een mening vormt maar de militair uit zich te sterk: hij zegt dat het vriendelijk is dat we hen uitnodigden maar dat hij de rekening betaalt. Wat moet een mens daarmee aanvangen? Protest wordt genegeerd. Even later komt nog een verrassing: hij bracht een geschenk mee. Er wordt ons een doosje afgegeven. Frank wil het bescheiden opzij zetten, kwestie van de anderen niet in verlegenheid te brengen maar neen, hij moet het openen  én naar de prijs kijken die er nog aanhangt: 280 euro! Alstublieft! Ik besterf het. Feit is dat deze man erg veel verdient, hij moet steeds ter beschikking zijn voor zijn job, maar met zijn geld geen blijf weet. Hij mag als militair niet naar het buitenland reizen. Daardoor overlaadt hij zijn vrouw en dus ook zijn bezoekers iets te graag met dure geschenken…Hij voert het hoogste woord , de decaan vindt hij wel een interessant contact maar de lerares van Frank ziet hij niet eens zitten. Ze is al zo een onzeker meisje en wordt het nu helemaal. Ze voelt zich niets, fluistert ze. Ik zeg uitdrukkelijk dat het al dan niet van iemand niets te maken heeft met rang of geld. De dicaan beaamt. De andere man blijft maar praten en vooral veel drinken. Ik zeg Frank dat hij moet ingrijpen want ik voel dat de dekaan en zijn vrouw op hete kolen komen te zitten. Maar Frank slaat in paniek en zegt dat hij dit niet aankan, dat hij deze man niet kan stoppen. Ik beslis het dan maar zelf te doen. Als ik opsta, het glas hef en meld dat dit de laatste drank is op de vriendschap, resoluut weiger dat hij nogmaals de glazen vult en ook niet ga zitten als hij dat wel doet, is hij zo onder de indruk dat hij gedwee opstaat en ook gaat…De dekaan, zijn vrouw en Frank zijn opgelucht! Ik ook. Wat zou dit koppel hiervan denken? Een Chinese stijl die hen bekend is? Ik zal het hen vragen want we zien mekaar nog eens deze week… dit moet ik echt weten. Het is de tweede keer dat we dergelijke situatie meemaken: een man met een hoge positie komt bijzitten, hij overpraat en overdrinkt iedereen en  neemt de rekening van het hele gezelschap voor zich… vreemd. 

Kan ik anders dan zaterdag tot tien uur in mijn bed liggen om én te slapen én alles te herwerken, dankbaar te herbeleven?

Ne me quitte pas…

1 juli, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Maandag 9  juni

Ik loop al drie dagen met een krop in de keel. ‘Kan je ongelukkig worden van teveel liefde?’, vraag ik mijn moeder als we mekaar opbellen. Niet alleen de liefde die ons omringd maar de liefde van de familie onder elkaar waar we dit weekend logeerden. Die trof me mateloos.

We logeerden op het platteland bij Wang Fan. We wisten al dat zij echt een engel is, nu weten we waarom. Als je op je 22ste jaar kan zeggen dat je je ouders nooit een woord te hoog of te laag hoorde praten tegen mekaar, dat je vader steeds veel respect toonde voor je moeder, dat je zus waar je steeds over praat eigenlijk je zus niet is maar je nicht maar het aanvoelt als een nicht, zo ook met alle andere neven en nichten, dat misvormde tante (gezond geboren maar door een kinderziekte is ze klein en heeft ze een bultrug) die blijkbaar steeds in huis is de beste tante is die er bestaat en de beste dumplings ter wereld maakt… dan kan je niet anders dan een engel worden…  dit huis trilde van de eenvoudige, oprechte liefde, rust, genegenheid en het  respect voor mekaar. Ik was er echt niet goed van. En neen, ik heb zelf geen slechte jeugd gehad, ver van,  maar dit is werkelijk totaal anders. Dit kruipt in je keel.

En wij werden ontvangen als koningen. Dit eenvoudige gezin dat er duidelijk veel moet voor doen om hun dochter te laten studeren, kocht voor ons nieuwe badhanddoeken, nieuwe lakens en eten veel te veel om ooit te kunnen opeten.

 

Ze bestelde voor ons een minibus om samen naar ‘het rode strand’ te rijden, veertig kilometer verderop. De moeder, een knappe vrouw van mijn leeftijd, had nog nooit de zee gezien! Toen ik om de reden vroeg was ‘teveel werk en nog andere redenen’ het antwoord. Geen geld, noch tijd voor luxe, dus.

Maar in het terugrijden trakteerden ze ons met veel teveel schotels in het tofste, wellicht het duurste restaurant van de buurt. Rondom een vijver waren diverse patio’s op palen gebouwd. Een zigzag brug uit bamboe bracht je naar je superromantische plaatsje. Rode lampionnen sierden het bamboegewelf. Van zelf betalen was absoluut geen sprake.

Daarenboven keerden we huiswaarts met een valies vol giften: meloenen voor twee weken, dumplings die we samen maakten, rijstpakjes die we alom zullen moeten uitdelen, zoveel zijn het er…

Hier moet je van bekomen.

Maandagmorgen rijdt ik naar broere voor een behandeling. Het staat hem niet aan dat ik mijn duim nog voel, hij zal alles doen opdat dit niet meer zo is.

Om negen uur, na het doktersbezoek, heb ik een afspraak met Frank op ‘mijn’ plaatsje bij de dansers, in het park. Ik ben al van halfzeven in de weer en denk bij aankomst alleen aan éten. Prompt loop ik voorbij die opgedirkte man met zijn witte hoed, zijn nette witte pak, zijn verwachtingsvolle ogen. Ik bedenk: ‘die ziet het vandaag wel zitten, hier moet een liefje aan te pas komen!’ Maar dromend van mijn ontbijtje negeer ik even zijn ogen, ik heb geen zin in een praatje. We verorberen een  yoghurtje, appeltje en een pakje rijst van Wang Fan en dàn besef ik het: dat witte pak, die witte hoed, die stralende ogen stonden MIJ op te wachten! Hij was de man waar ik vorige week mee praatte, hij was degenen die vroeg of ik nog terugkwam en waartegen ik losweg zei dat ik maandag om negen uur hier zou zijn! Daarnet liep ik hem zomaar voorbij? Wat een manieren! Ik zoek snel de menigte af, ik vind hem niet meer. Pijnlijk! Hij zal gedacht hebben: ‘Zie ze eens, haar man is erbij en nu doet ze zo!’. En het was werkelijk duidelijk dat de man het hele weekend naar dit moment toe geleefd had…ook de volgende dagen daagt hij niet meer op.

Enkele dagen later turnt vlak naast ‘mijn’ ontbijttafeltje een vrouwtje. Het dansen is niet meer aan haar besteed maar ze tilt haar been langs de boomstam hoger dan ik zou kunnen. Ze ziet dat ik haar bewonder en komt ongedwongen met me praten, alsof het normaal is dat ik Chinees praat. Ze vertelt me dat ze 89 jaar is! Echt moeilijk te geloven!

Feit is dat mijn ochtendlijke tochtjes door dit park, te danken aan mijn doktersbezoeken, werkelijk de kers op de taart zijn. Als ik ooit terugkom, als ik ooit een woning in Shenyang zoek moet het er eentje dicht bij dit park zijn, zoveel is zeker. Het moet hier aangenaam oud worden zijn.

Vrijdagmorgen is Frank te motiveren om om 6u30 op te staan en samen naar het park te fietsen. Daar ontbijten we samen; genietend van honderden dansende mensen, hij keert huiswaarts om om 8u20 present te zijn in zijn Chinese klas, ik ga naar mijn dokter. Didi is er om te vertalen want er wordt uitgelegd dat men start met een andere behandeling. De hete, zuigende bamboebuizen staan niet meer op het menu, in de plaats daarvan wordt mijn hals gerokken. Ik hang twintig minuten met mijn kin in een lus die omlaag getrokken wordt door gewichten. Het is geen zicht maar ik kan me wel voorstellen waarom ik dit moet doen.

Op mijn vraag hoe ernstig ik het probleem van mijn gigantisch opgezwollen benen moet nemen wuift de dokter resoluut met de hand. Niets ernstig, ik overbelaste ze toen mijn zus hier was. Zij heeft inderdaad net hetzelfde probleem. Ik moet eventjes rusten en stappen afwisselen, en alles kalm aanpakken. Geen uren zitten schilderen vandaag, bijvoorbeeld. Ik ben bang voor deze man zijn temperament, hij is kordaat in vingers en taal, als hij me masseert moet ik niet lachen maar nu hij ontdekt dat ik mijn vloeibaar medicament niet regelmatig nam is het ziekenhuis te klein. Dreigend vraagt hij me de reden waarom ik dat niet neem. Als een op het matje geroepen kind kan ik alleen maar zeggen dat ik het niet lekker vind… nu ga ik helemaal af. Iedereen zit te lachen omwille van de waterval uitbranders die ik krijg. Didi vertaalt ze niet, de lieve diplomaat. (van privacy heeft men ook hier nog niet gehoord: terwijl de dokter mij behandelt staat de deur open én zitten wel drie andere patiënten bij ons).

Daar ik niet mag werken vraag ik of Didi tijd heeft om met me naar de tentoonstelling in het Beilingpark over het leven van de concubines in De Verboden Stad, onder het feodalisme te gaan. Hij is er erg blij mee want hij had er nog niet van gehoord.

Ik verneem er dat de keizer 72 officiële vrouwen had en 3000 concubines. Als de keizer trouwde was er feest en bleef hij twee dagen bij zijn nieuwe vrouw. Vanaf dan moest ze wachten tot hij nog ooit eens zin had om langs te komen. Een waterdichte administratie hield alles wat in het paleis gebeurde heel nauwkeurig bij. Ook bij wie de keizer de volgende nacht zou slapen. Dit was niet alleen goed om de vrouw te verwittigen zodat ze wist dat ze zich schoon moest maken, niet meer mocht eten want ze mocht het risico niet lopen te moeten boeren, daar had de keizer een hekel aan en daar stond een zware straf op, dat ze geen scampi’s noch look mocht eten enzomeer maar dat was ook goed om elke zwangerschap te kunnen verifiëren: was deze wel van de keizer?

Elke handeling, hun héle leven stond onder controle. Ze leerden zelfs hoe ze moesten slapen, waar hun handen moesten liggen en dat ze tijdens het slapen zeker nooit op hun rug mochten liggen. Kwestie van de zedelijkheid te bewaren. Didi wist niet wat hij hoorde toen ik vertelde dat 35 jaar geleden in Belgie ook dergelijke obsceniteiten bestonden maar dan niet gelanceerd door een keizer maar door nonnen: een kotgenoot van me maakte het mee dat de nonnen haar geboden recht te staan op de fiets als ze op kasseien reed! Didi lag dubbel van het lachen en verwondering. Hij dacht dat Europa steeds veel vrijer was en zoiets alleen hier bestond dankzij hun keizer. Keizer of kerk… zo zie je maar!

 

De vrouwen mochten nooit roepen, alleen maar fluisteren. Daarom hadden ze een geheime taal via klappen in de handen bijvoorbeeld om iemand te ‘roepen’ dat het eten klaar was. Alleen de wettige vrouwen mochten zich tooien. Weliswaar in kledij dat niets van vrouwelijk lichaamsvormen prijs gaf maar toch, er mochten borduurwerk en juwelen aan te pas komen. De concubines daarentegen droegen van hun dertien, het jaar dat ze rijp waren voor deze job, tot hun 28ste jaar, het jaar dat ze als oud en versleten afgeschreven werden en dus dringend aan vervanging toe waren, precies dezelfde type sobere, witte jurk. Eén juweel in de vorm van een bloem in het haar, dat was toegelaten.

Als ze afgeschreven waren mochten ze terug naar huis. Een thuis dat ze nooit meer bezocht hadden. Ze hadden hoogstens een keer de familie kunnen zien, vanachter een glazen wand. Maar een maal thuis stond hen geen mooi leven te wachten: geen kans op een nieuwe man, en zelf waren ze een mond meer aan de tafel.

 

De vrouwen die echtgenoot of concubine werden waren vrouwen van stand, vrouwen met educatie. De mannen die in aanmerking kwamen om eunuch (sexloze mannen, gecastreerd dus) te worden daarentegen konden eender welk verleden hebben. Er waren er 3000. Sommige concubines mochten samenwonen met een eunuch. Maar het was me niet duidelijk wie deze ‘eer’ toekwam.

Eunuchen mocht je overal slaan, de vrouwen ook maar toch niet in het gezicht.

Een dokter mocht niet dichter bij de vrouw dan de afstand van ‘de rode stok’ komen. Indien hij dat wel deed riskeerde en hij maar ook zijn familie zware straffen tot en met doodstraffen.

Enfin, er stonden nog veel meer verhalen op de borden maar ik wou Didi toch niet helemaal uitputten, daarenboven het was half twee en we hadden nog niet gemiddagmaald. Dit moet een marteling zijn voor een Chinees die normaliter om half twaalf eet. We vinden een tafeltje ergens op de straat voor een restaurantje: mijn hele wereld is Parijs!

 

We eten sober maar heerlijk en ik kan alle vragen stellen die ik wil: deze man doet zaken met Amerika, Denemarken en Italië waar hij vaak heen reist, dus geen enkele vraag choqueert hem. Jawel, zowel bij hem als bij zijn broers  werd het huwelijk door de ouders geregeld. Maar hij heeft geluk gehad, zegt hij, hij heeft een goede vrouw. Toch is hij blij dat de tijden erg veranderd zijn. Al schrikt hij er soms van hoe erg de tijden veranderen. Onlangs vroeg hij zijn zoon van 22 hoe die zal reageren als hij hoort dat zijn vrouw geen maagd meer is antwoordde de jongen doodgemoedereerd: ‘maar pa, dat is geen probleem, ik slaap ook met wie ik wil waarom zou mijn vriendin dat dan niet mogen doen?’

 

Als ik vraag aan Didi sinds wanneer hij vindt dat China open is antwoordt hij: ‘Het is te danken aan de opendeurpolitiek van Deng maar dat het niet eerder zo was had niets te maken met Mao. Toen was openheid ook mogelijk, wettelijk, maar niet in praktijk omdat de mensen nog leefden volgens de normen van het feodalisme. Sommige mensen dragen er nog heel diep sporen van. Zo wil ik bijvoorbeeld huishoudelijk werk doen maar ik mag doodeenvoudig niet van mijn vrouw, ook al is zij een hoogontwikkelde vrouw met een topfunctie in een bank.’

 

Ik geniet enorm van dit gesprek want ook nu vallen puzzelstukjes op hun plaats. Het is meer dan ooit duidelijk: in het westen praat men over het communisme zonder de historische context te willen zien maar vijftigers van China kennen de geschiedenis maar al te goed: Mao bevrijdde het land, punt uit. Dit land zat in het moeras van een feodaal systeem waar het uit moest en als Mao er niet gekomen was dan had het Westen het helemaal ingenomen en dat zou niet goed geweest zijn. Dat is de conclusie, zelfs van iemand zoals Didi die acht jaar geleden heeft door de exploten van de culturele revolutie. Mao begon alleen, zo zegt Didi. Hij kreeg tegenwind van de Guomindang die door het Westen gesteund werd en toch heeft hij het stap per stap gehaald, niettegenstaande hij deze nieuwe ‘regeringsvorm’ zo goed als zelf moest uitvinden: hij haalde het. En dit kon alleen omdat het land, de bevolking het nodig vond. Hier kan geen sprake zijn van dictatuur, zo zegt hij. En als je doorpraat komt men steeds tot één conclusie: het communisme is de enige oplossing voor dit grote land, het moet zo blijven. Ik stel me voor de zoveelste keer de vraag waar het Westen zich toch steeds meer moeit en waar ze het in hun hoofd halen dit land steeds zo af te breken en bedenk voor de zoveelste maal: we moeten hen helpen en steunen en hun manier respecteren in de plaats van af te breken. En ja, je kunt zoveel kritiek geven op dit land als je maar wil, o ja! Daar is iedereen het hier ook mee eens: er is nog heel veel werk aan de winkel maar… ‘we doen ons best’ zo luidt het.

Enfin, het werd voor ons een blijde dag: ik blij zo met iemand te kunnen praten, hij blij voor deze frisse wind in zijn leven: een westerse artieste, daar geniet hij van. Hij heeft het op zakelijk gebied momenteel niet druk en zal me vanaf nu graag helpen met allerlei problemen die we nog moeten oplossen voor we naar huis gaan. Waar heb ik het toch aan te danken dat ik steeds op het juiste moment een engel ontmoet?

En inderdaad de volgende dagen zijn we bijna constant in mekaars gezelschap omdat hij me inderdaad van A tot Z helpt met alle problemen. Ja, vraag een Chinees hulp en ze laten je niet meer los! Soms word je erdoor in verlegenheid gebracht.

Ik heb beslist mijn uitnodigingen voor mijn tentoonstelling hier te laten drukken. In België is dit steeds een grote klus maar hier een nog véél grotere… er komen etentjes en etentjes aan te pas en veel sigaretten-uitdelen. En maar bespreken en bespreken: ik dacht eerlijk, dat het alleen Afrikanen waren die zo konden palaveren, bespreken en bespreken…

Je kan je voorstellen dat mijn hart stilstaat: als dit niet goed afloopt doet mijn man een hartaderbreuk en als hij er geen zal krijgen zal hij wel zo sakkeren dat ik er dan eentje opdoe!

 

Ikzelf kan sowieso niet schilderen als ik dergelijke zaken aan mijn hoofd heb. Daarenboven ben ik niet alleen met mijn drukwerk bezig maar wil ik ook nog veel aankopen doen voor we onze koffers opsturen, denken aan de reis die ons wacht, én piekeren over het verhuizen… neen, ik kan niet meer schilderen maar dat stoort mij niet: ik zie dit als een prachtige ervaring en geniet van elk moment! Ook al is het op zijn Chinees en is logica en efficiëntie veraf voor deze Westerling: je moet dit eens meegemaakt hebben!

En intussen hoor ik van Didi maar verhalen: toen hij voor het eerst naar Denemarken vloog zaten drie andere Chinezen op het vliegtuig die de hele vlucht geen eten hadden durven aannemen omdat ze niet wisten dat het gratis was! Een jong Deens koppel met baby verwittigde Didi, ze zagen dat hij Engelse boeken las, en daarna hielpen zij de onwetende Chinezen in Denemarken met het invullen van alle douaneformaliteiten, ook al hadden ze zo de luchthaven kunnen uitstappen met hun baby, na zo een lange vlucht.

En hoe lang het duurde voor hij het gebaar voor goed (duim omhoog) en slecht (duim naar beneden) doorhad: in China is élke richting met de duim een goed teken, het gebruik van de pink is een slecht teken. Daar sta je dan lachend en stralend te beamen als iemand met de duim omlaag je iets duidelijk maakt over je werk!

Ik leer ook veel over belastingen en taksen betalen in China. Dat wij tot 60% taksen betalen kan er bij hem niet in. In China ligt dit veel, veel lager. En als een bedrijf gehandicapte mensen aanneemt betalen ze bijna niets of krijgen ze geld toegestopt. Jammer dat er weinig controle is of er echt ook effectief gehandicapte mensen werken…

Ook het verhaal over een familielid die werk in Australië kreeg: hij kon er maar niet aan wennen dat hij op de meeste dagen hooguit twaalf mensen zag. Ook al zou hij een berg van goud verdienen hij wou er geen verlenging van zijn contract!

 

In het dumpling restaurant, een eenvoudig keetje vlakbij zijn huis, vertelt hij dat de restauranthouders dezer dagen erg kreunen. De gasprijs steeg van 30 kwai naar 120 kwai. Dit kleine restaurantje heeft een fles om de drie dagen nodig maar kan de prijs van de dumplings niet verhogen. Ook de huur van het pandje, 1.500 kwai (150 euro) en de sterk gestegen varkensvleesprijs van vorig jaar wegen door. We betalen er voor twee grote kommen wontonsoep en twee schotels dumplings 15 kwai, anderhalve euro.

Enfin, het doet me al raar om zaterdagavond Frans te moeten spreken met de mensen die we destijds in Mongolië ontmoeten en waar we nu mee afspraken. We brengen hen naar een tuin, de enige oude tuin waar gebarbecued wordt. Daar ik wist dat deze mensen bij Michelin werken en een vrij beschermd comfortabel leven leiden had ik me voorzien: ik had servetjes mee, kartonnen borden enzomeer… want eten in deze tuin is supergezellig maar wel op zijn Chinees: ‘losjes’. Het wordt een overheerlijke avond!

Zo erg zelfs dat we ’s anderendaags afspreken om mijn schilderijen te bekijken, jawel, en bij ons te ontbijten!

Zondag 15 juni

Dat ik niet eens zes borden, koppen, messen heb, dat in mijn buurt geen stokbrood te koop is, dat mijn appartement geen zes mensen kan huisvesten, daar had ik niet aan gedacht toen ik dit voorstel lanceerde. Maar ik trek mijn plan! De diepvries lijkt nog genoeg te bieden, er is zelfs boter en kaas! Papieren borden en koppen redden ons en op de universiteit vind ik toch wel een prachtig plaatsje aan de vijver waar we kunnen zitten zeker? Frank haalt er stoelen uit het restaurant bij,  na wat aandringen krijgt hij ze, en klaar is Kees: het wordt een super gezellig ontbijt!

Het tonen van de schilderijen is emotioneel, zowel voor mij als voor hen: ze genieten.

We tonen nog een beetje universiteit en nemen afscheid want wij moeten nog naar de stad om één en ander te regelen. We fietsen, ook al is het snikheet.

 

Na het regelen van de dingen die moesten en nog wat rondhangen gaan we in de antiekwinkel eens kijken of de kunstenaar, Didi’s broer, er is. Hij zit voor de deur te wachten op zijn vrouw. Wat ziet hij er excentriek en knap uit in zijn jeans , zijn lang haar, witte hoed op en dat Mongoolse gezicht! Maar wat erg grappig is: ook al trek ik al een week met zijn broer op: ik dacht dat het Didi zelf was die daar zat: zo lijken die broers op mekaar!

We nodigen hem uit om een kop koffie te gaan drinken: on-Chinezer kan niet. Dit voorstel stuit dan ook op onbegrip: Didi wordt opgebeld voor extra vertaling en wij worden uitgenodigd om samen te gaan eten. ZO gaat het er hier aan toe, en niet anders!

We komen in een ‘plattelandsrestaurant’ terecht: een curiosum in de grootstad, ook voor hen. De muren hangen vol kranten en souvenirs uit de tijd van Mao, de overheerlijke kip is een loopkip en geen batterijkip.

 

erwijl we naar huis fietsen worden we aan het Beilingpark nog eens heerlijk verrast: er is een zangstonde omwille van de Spelen. Een hele groep mensen zingt er losjes samen. Mooi! Weerom de krop in de keel. Het lied ‘Zonder communistische partij geen  Nieuw China’ klinkt me vertrouwelijk in de oren en inderdaad: ook Frank herinnert zich dat het vorige oktober gezongen werd op school ter gelegenheid van het nationale partijcongres.

We ontmoeten er een Fransman van 86 jaar: pretlichtjes in de ogen, je kan het niet beschrijven. Ik kan zijn leeftijd niet geloven. ‘le vin Bordelais’ zou de reden zijn, maar ook dat geloof ik niet. Ik kijk eerder richting vrouw: een veel jongere Chinese. Hijzelf komt enkele keren per jaar naar China, en het leven is erg mooi…

Ik ben klaar voor een weekje verder werken aan drukwerk en nog meer palaveren. Zelfs zondag moeten we naar de drukkerij. Frank gaat mee. Dit is goed want nu ziet hij het hoe het eraan toe gaat al herinnert het hem natuurlijk wel aan zijn eigen zakenreizen. Na een uur ligt ie in slaap van verveling!

Maar voor mij is het erg intensief: alles moet goed gecontroleerd worden: alles. Zowel lay-out , als elk woord want zij hebben uiteraard geen idee wat ze gedrukt hebben, dit maakt het er niet makkelijker op voor hen. Dit is voor hen Chinees!

We fietsen, twee uur later dan voorzien nog een uur verder naar onze Belgische vriend. We vieren afscheid… ja, het zal vanaf nu wel echt beginnen!

Maandag ben ik klaar om de proefdruk te bekijken, alles ziet er bewonderenswaardig goed uit en het enig foutje dat ik bespeur is een foutje in de lay-out van de affiche dat… mijn schuld is. Wat een frustratie is me dat!

Dinsdag ga ik shoppen op een plaats waar ik al veel over hoorde maar nog niet kende: verkoop aan groothandelsprijzen. Ik wil een ‘hotpot’ stel kopen om onze vrienden in België te kunnen verwennen met een typisch gerecht van Noord China. Maar na enkele uren zoeken geef ik het op. Ik schakel Didi in. Hij wees me er onlangs op hoeveel soorten schoenen hier nu in de winkels staan, toen hij kind was had een vrouw keuze tussen hooguit vijf modellen, in nog geen twintig jaar tijd heeft China een aanbod groter als dit van heel Europa en Amerika samen. Maar zoals er keuze schoenen bestaat, zo blijkt er haast keuze in de hot pot, gelukkig kan hij me helpen!

Na deze aankoop smeekt hij me even mee binnen te springen bij zijn beste vriend die hier dichtbij woont. Daar ik het zo druk heb zag ik het eerst niet zitten maar dit bezoek is echt verrassend. Zijn vriend woont in een blok waarvan je denkt: waarom sloopt men deze niet, zo midden in stad? Vijf verdiepingen hoog, grauw, elk appartement een ander soort en kleur raam., een gang die niet grijzer en grauwer kan zijn… en dan kom je binnen in een klein maar supermodern ingericht appartement!

 

Ook met deze man kun je heel open en direct praten. Ik heb erg veel spijt dat ik een etentje moet afslaan. Hij vertelt dat het nu zo prettig is in China, nu het zo open is. Dat het lastig was dat men vroeger niet zomaar met vreemdelingen mocht praten. Als ik hem zeg dat ik dat wel deed destijds antwoordt hij dat dit alleen kon in bepaalde gebieden: op sommige plaatsen in een stad of helemaal in de boerenbuiten, maar op plaatsen waar ‘de middenklasse intellectueel’ woonde, mocht dat niet. Of hij dat erg vond? ‘Ja, maar het kon niet anders’ zegt hij en om dat te begrijpen zou hij veel meer moeten uitleggen over de geschiedenis, voegt hij eraan toe. Hij blijkt erg verrast als Didi vertelt dat we er veel van weten. En ja, hij vindt dat het communisme de enige vorm van regeren is die China kan blijven redden. Alleen jammer dat de jonge generatie niet meer weet waarom het communisme bestaat,  hoe en waarom het er kwam. En nog erger: dat ze geenszins weten wat het kapitalisme is…

We staan stil bij de gedachte dat ook in China men alleen aan rijke landen denkt als het over kapitalisme gaat, maar niet aan Zuid-Amerika, Afrika, Indie, en al die andere arme landen die ook kapitalistisch zijn. Dat men dat in het Westen niet graag zo stelt ja, maar dat die gedachte ook in China niet onderstreept wordt is eigenlijk wel vreemd…  ja, hij zou graag veel meer praten. Ik ook, hij is een erg fijne man. Maar ik moet gaan.

Michael en Joy, onze Canadese vriend en zijn Chinese vrouw nodigden uit om afscheid te nemen. Michael is apetrots als hij ons ‘onze’ Brel kan laten horen maar zijn ‘ne me quitte pas…’ kan ik nu werkelijk niet aan. Voor ik vertrok naar China had de zoon van goede vrienden dit op zijn gitaar voor mij gespeeld, toen kon ik het nét wel aan, nu niet. Gelukkig kan ik al lachen doorheen mijn tranen als Michael beteuterd zegt dat hij me alleen maar wou verrassen en vrolijk stemmen met zijn Brel. Jeetje, ik zal op mijn tanden moeten bijten…maar dan haal ik het gezicht van een vriend, vriendin, de kinderen of een familielid waar ik naar verlang voor mijn ogen en dan gaat het al een stuk beter. Daarenboven ontvang ik zo nu en dan een mail die me vertelt dat men ginder ver ook naar mij verlangt…oef!

Weet je, eerder deze week bezocht ik het appartement van Didi. Ook hij woont in een oude blok midden in de stad. Drie verdiepingen hoog, grijze hall, oogt zo arm. Hij heeft meer dan geld genoeg om een nieuwbouw te kopen, zo legt hij uit, maar hij wil niet verhuizen. Het wonen in zo een koele toren spreekt hem niet aan, en deze oude blokken met kleine tuintjes lijken een dorp in de stad. Zo rustig ook. Hij heeft gelijk. Net als bij zijn vriend heeft zijn appartement slechts twee kamers, een halletje, en wc waar boven de wc-pot ook een doucheknop hangt omdat het zo klein is, en een keukentje. Net zoals bij zijn vriend doet het echtelijk bed dienst als salon. Geen aparte slaapkamer. Het duurt even voor ik doorheb dat het opgeplooide tafeltje in de gang waarnaast twee kleine stoeltjes gestapeld staan eigenlijk de eetkamer is…

Bij hem geen moderniteit te bespeuren wel supergezelligheid én degelijkheid: hij doet in uitvoer van meubelen en binnenhuisinrichting.

Hij verraste me ook door me mee te nemen in een ander appartement. Dit bleek geen privé-woning te zijn: voor een beetje geld kan je er de hele dag mahjong spelen! Dit aan supergesofistikeerde tafels waar de mahjongblokken in verdwijnen en netjes op een rij terug omhoogrijzen… zelfs het werpen van de teerlingen gaat automatisch -wat een contrast met de omgeving.

 ’s Avonds ging ik mijn inkopen afronden in de winkel dicht bij onze universiteit: nog wat kruiden kopen om mee te nemen zodat ik China thuis ook een beetje kan ruiken en proeven.  

Vergat ik toch wel rollen met drukwerk in een taxi zeker? Gelukkig had ik een ticketje gevraagd waarop het nummer van de taxi stond. Toch was het een hele bedoening om mijn rollen terug in handen te krijgen. De chauffeur wou ze niet brengen. Uiteindelijk mocht ik zaterdag naar een adres in de stad rijden, hem daar opbellen en dan zou hij zelf naar die plaats komen. Zo gezegd, zo gedaan maar toen ik hem daar opbelde nam die lelijkerd de telefoon niet op. Ik stond voor een grote bank, ging er binnen en vroeg of er iemand Engels sprak. Ik had geluk. De bediende hielp me, net zoals het er hier steeds aan toe gaat, tot mijn probleem opgelost werd. Hij belde de taxiorganisatie op, gaf het nummer van de chauffeur door en die zouden hem wel op het matje roepen. Inderdaad, een uur later stond daar iemand met mijn rol. Ik dankte de bediende enthousiast. Zijn collega kwam prompt aanzetten met een gastenboek: of ik er een goed woordje voor haar collega wou in schrijven? Graag.

Na wat shoppen op mijn eentje, ik geniet er nu erg van, gaan Frank en ik uit eten met Didi en de kunstenaar Erge, de twee broers, de twee excentrieke mongolen. Erge wil met ons op reis! Hij wil met ons twee dagen naar een mooi historisch dorpje, onbekend voor enig buitenlander. Dit vertelde hij ons al enkele weken geleden. Maar dit realiseren gaat niet zo makkelijk. Daar Didi het een beetje beu werd om tussenpersoon te spelen stelde hij dit etentje voor. Het blijkt dat de weg deels weggespoeld is door de hevige regen maar als het ons niet stoort kunnen we er via een omweg komen, misschien wel vier uur rijden. Het stoort ons niet.

Dit wordt aan een tafeltje buiten op straat besproken. Didi leidde ons daarheen omdat hij weet dat ik verlekkerd ben op buiten eten maar wat een gezicht zette Erge op? Dit was toch veel te min voor de ‘lawaai’ (buitenlanders)? Het kost hem enige tijd om te ontdooien en te begrijpen dat deze lawaai echt wel avonturiers zijn en dit net reuze vinden. Ja, dat Didi veel ervaring heeft in het buitenland en Erge niet is wel te voelen. Maar Erge zo een expressief man, hij kan zo’n gezichten opzetten, ik hoef zijn taal niet te spreken om te snappen wat er aan de hand is. Hij is een prachtige creatie! Uiteindelijk geniet hij ook van het samen zijn als hij ziet dat de ‘lawaais’ gelukkig zijn! Ook Luo, een vriend van Didi die mijn schilderijen fotografeerde, en betaling voor zijn werk weigerde, is van de partij. Hij heeft trouwens geschenken mee voor me: een kalligrafie op rol waarop geschreven staat: ‘waar de hemel en de mens mekaar ontmoeten ontstaat creatie’. Hang ik beslist in mijn atelier op. Maar het schilderij rol met rode bloemen en een vlinder is helemaal top. Hij vertelt me dat hij in de vlinder mij ziet: fladderend van bloem tot bloem om alle kennis op te zuigen, de bloem is China.

Zondag gaan we afscheid nemen bij het pas getrouwde stel: Yang en zijn vrouw. Frank zijn eerste Chinese vriend, we waren met onze Lut en Inga op zijn huwelijksfeest.

We stoten tijdens onze fietstocht op geknal en gefeest: bleek het de start van een gigantisch bouwwerf te zijn: zelfs de bouwkranen hadden een grote rode papieren bloem om! Ja, Chinezen houden van feesten: elke gelegenheid is goed voor een groots vertoon! Wanneer we later de foto’s aan yang tonen wordt hij wild: Maar dat is de bouwwerf van het nieuwe appartement dat we kochten.Ze hopen er binnen een jaar te kunnen intrekken.

We vinden het appartement niet en de GSM redt ons weerom: we geven die aan een Chinees ter plaatse en die legt dan uit aan onze vriend waar we staan en zo wordt naar een oplossing gezocht om ons uit te leggen hoe we verder moeten…

Als naar Chinese gewoonte worden we nog voor we kunnen zitten verwelkomd op cola en watermeloen, pinda noten en bonen op zoutwater.

Hij toont ons trots zijn bed: puur hout. En de matras is gevuld met een natuurlijke vezel uit een bekende streek. Ook het deken is geweven van bamboevezel. Ze voelt zalig aan, als linnen. Op de matras liggen enkele muntjes. Dat brengt geluk e n rijkdom. Frank vindt in zijn portefeuille nog een vijf eurocent muntje dat onze vrienden  extra fortuin zal bezorgen.

In de eetplaats hangt een uurwerk: de plaat is een trouwfoto van het stel. Het meisje zit erbij met een kroon, als een koningin.

Er hangt ook nog en reuzengrote trouwfoto. Een soort collage. Ik herken onze Yang nauwelijks: geen brilletje, geen pokdalige huid o nee, een velletje zo glad als een babybilletje! Niettegenstaande ze pas een maand getrouwd zijn moeten ze nu al denken: ‘wat zagen we er toen jong en mooi uit!’. Ik geniet ervan naar Yang te kijken: hij is gelukkig, zoveel is duidelijk. En dan kan hij zo knap worden als hij lacht, zo anders. Zijn vrouwtje glimlacht al naar ons, ziet er ontspannen uit, dit is een grote sprong voorwaarts in vergelijking met onze eerste ontmoeting. We bedanken haar en haar ouders nogmaals heel oprecht voor de manier waarop ze ons en mijn zus ontvingen op de trouw. Ze zegt dat ze spijt heeft dat protesterende boze boeren ons de toegang naar de heilige berg ontzegden toen we die wilden bezoeken met haar familie,  maar dat ze dit opnieuw voor ons zullen regelen als we terugkomen: ik was het voorval al vergeten!

Wat we verder begrijpen is dat wij véél te snel eten. Het is eigenlijk de bedoeling dat je op dergelijke dag in stukjes en brokjes eet, een namiddagvullende activiteit, zonder dessert of koffie: gewoon het eten zelf traag verorberen, en babbelen, uren aan een stuk…

Hij ziet er zo gelukkig uit! ach

We rijden vandaag drie lekke banden… een beetje teveel van het goede. Een van onze binnenbanden is op tien maanden tijd al verstorven en springt gewoon open. Maar toch genieten we weerom van deze fietstocht die ons naar de andere kant van de stad leidde.   

Vandaag ontmoet ik de broers weerom. De ene broer heb ik nodig voor vertaling en om iets te regelen in een winkel, de andere omdat ik in zijn antiekzaak een theepot wil kopen, een mooie dag voor een grote aankoop, het is onze huwelijksverjaardag. Het werd een bijzonder emotionele dag. Er werd over hun jeugd en leven vertelt. Wat een verhalen! Bij allen stroomden veel tranen. Bij elk smaakten de tranen wellicht anders. Doorheen sommige tranen stroomde de hele jeugd. Andere klonterden door trauma’s en nooit vergeten pijn. Of van gemis. Maar er waren ook tranen die geurden als een parfum die je nooit wil vergeten: die tranen stroomden uit dankbaarheid deze verhalen te kunnen delen.

Erge is de man die het turbulentste leven had, Didi, die de jongste was, de man die al het verdriet van oudere broers en ouders zag en ieders eigen standpunt begreep. De man die van de mensen met de verschillende standpunten evenveel hield. In hem zie ik veel van mezelf: ik was ook de jongste en weet heel goed wat het betekent om als klein kind conflicten en zoektochten van oudere broers, zussen en ouders mee te maken. Ik was ook zo’n kind die het allemaal zàg en aanvoelde en daartussen probeerde te jongleren, lief te zijn voor alle partijen omdat ik ze allen begreep.Soms denk ik dat je daardoor als jongste minder kans krijgt om kind te zijn…

Zijn relatie met zijn broer is ontzettend diep. Ook al was hij ook het verwende nest, het kind dat alle liefde van de moeder kreeg die overbleef, of de liefde die ze te weinig aan de oudere gaf, er is geen jaloersheid omwille van die verwendheid…

Toen Erge vijf jaar oud was, besloot de moeder die uit Mongolie kwam te gaan studeren. Ze wou dokter worden, net als haar man. Een dokter voor vrouwen. Vier kinderen opvoeden en studeren was te zwaar. Daar verwacht werd dat elk gezin één monnik leverde werd Erge toen naar een klooster gestuurd, een klooster waar de broer van de grootvader leefde. Na vijf jaar, na de studie van de moeder , Erge was toen tien jaar oud, liet de moeder Erge terug naar huis komen want ze wist dat het kind daar niet gelukkig was. Maar het kind was zo ontworteld van zijn thuis dat het helemaal niet van zijn moeder moest weten en zich toch helemaal vastklampte aan de oude monnik. Zo erg zelfs dat men besloot de oude man in huis te nemen. Het kind hing constant aan de man, weigerde alles van de moeder, zelfs een blik. Die situatie duurde te lang, de moeder verloor haar geduld, de spanning steeg.

 

En net toen het een beetje op zijn plooi kwam, Erge was 17 jaar, besloot Mao dat jongeren uit de stad naar het platteland moesten om het ware leven te leren kennen, om de problemen van China beter te begrijpen, om er mannen te worden. Terug een ontworteling voor de jongen. Het afscheid was zo verdrietig, de jongen leek zo wanhopig. Didi die toen twaalf was gooide zijn spaarpot stuk en gaf hem de drie kwai dat hij in zijn leven bij mekaar gespaard had. Eigenlijk heeft deze geste de rest van hun leven bepaald. Erge is er nog steeds van geroerd en eigenlijk is Didi, het kleine jongetje de grote broer geworden voor Erge, de broer die altijd Didi zal helpen in woord en daad, ook nu nog.

 

Twee jaar nadat Erge naar het platteland gestuurd werd moest de familie ook vertrekken: het was de tijd dat Mao de intellectuelen uit de stad het platteland wou laten kennen. Zijn familie was een rijke familie. Maar het fortuin werd bij mekaar gespaard omdat ze dokters waren van generatie op generatie. Niet omdat ze zakenmannen waren of omdat ze oneerlijke praktijken hadden. Daarom geraakten ze nooit echt in ongenade. Daarenboven had de partij dokters nodig, zeker op het platteland. Toch werden de ooit zo geëerde mensen plots door buren en vrienden gemeden, het was geen leuke tijd. En op het platteland was het van nul herbeginnen. Ze verbleven er acht jaar. Maar Erge zat op een andere plaats en zag zijn familie alleen met het Chinese nieuwjaar. Daarenboven zag hij drie jaar niemand omdat hij in een heropvoedingskamp terecht kwam. De boeren kregen in die tijd te veel macht over de jongeren die naar het platteland kwamen.. Sommige boeren waren heel erg goed en wisten wat Mao bedoelde met deze hervorming, andere wisten het niet, wilden het niet weten of maakten moedwillig misbruik van hun situatie. Zij behandelden de jongens en meisjes uit de stad slecht. Maar klagen konden die niet want de boeren kregen toch gelijk. De boer van Erge was zo een slecht man, hij misbruikte zelfs meisjes uit de stad. Erge en zijn vrienden konden er niet meer tegen, ze besloten de boer een lesje te leren en vielen hem aan met messen. Het verhaal eindigde in drie jaar heropvoedingskamp. In beroep gaan kon niet want de heropvoeding werd door het lokale bestuur opgelegd, niet door een rechtbank. Mao onderschatte deze problemen, hij geloofde in de positieve resultaten van stedelingen en intellectuelen naar het platteland te sturen. Enfin, een harde tijd voor Erge. Na thuiskomst was de jongen 27,  tijd om uitgehuwelijkt te worden maar uiteraard zou het vreemd geweest zijn had een huwelijk met zo een basis stand gehouden.

 

Er volgde een scheiding en jaren van zoeken naar de juiste plaats in de wereld.

Didi hielp hem. Daar Erge als kind al bezig was met verzamelen van oude spulletjes, en opzoeken van de oorsprong ervan leek lesgeven in geschiedenis een oplossing. Dat deed Erge een aantal jaren maar toen kwam Didi in de handel met het buitenland terecht, verdiende erg goed zijn brood en stimuleerde en hielp hij zijn broer om ook een zaak te beginnen, een antiekzaak. Ze doen alle inkopen en betalingen samen want Erge blijft een kunstenaar, geen zakenman, Didi wel. Al kreeg hij een gigantische financiële klop tijdens de Aziatische crisis in 1997. Didi zelf laat het gigantische financiële verlies van toen niet aan zijn hart komen en is blij met wat hij nog heeft. Hij zegt: ik leef ik het kleinste, oudste, lelijkste appartement van ons vier, heb bijna niets maar als zij meubels tekort hebben om hun veel te grote appartement in te richten geef ik hen die. (Hij zit in de meubelsector. Laat hier meubelen maken, en levert aan winkels in het buitenland.). ‘Ik ben gelukkig met wat ik heb’, zo zegt hij en hij toont zijn eigen sofa, waar de springveren eruit schoten is die bedekt met een plaat en een plaid…Nu weet ik waarom hij het zo fantastisch vindt dat ik zoveel oude kleren draag die ik steeds een nieuw leven geef!

Als ik Didi vraag of hij als kind genoeg liefde kreeg van zijn moeder doorheen al dit gerommel vloeien de tranen. Heel veel liefde, ontzettend veel. Hij toont me een zeer persoonlijke herinnering van zijn moeder. Te aangrijpend. Ook ik word geconfronteerd met mijn grote zwakte: ik ween niet makkelijk maar als ik begin kan ik niet meer ophouden.

Als ik nogmaals vraag hoe zij aankijken tegenover de geschiedenis zijn de meningen iets verdeeld. Erge ziet de culturele revolutie als een miskleun van een periode, zonder meer, ik bedoel zonder reden om dit goed te praten. Didi ziet het meer in een geheel, fout maar te zien in zijn context. Beiden zijn ze het er wel over eens: Mao bevrijdde het land, het zou dit land niet zijn zonder Mao, en het land heeft alles te danken aan zijn communisme en het moet zo blijven én verder evolueren zoals het bezig is. De geschiedenis van China is goed geweest voor China…

Om wat te ontspannen vertel ik over onze huwelijksverjaardag. Prompt kijken ze mekaar aan en verdwijnen. Ze komen terug met een mand vol rode rozen! Ik neem de taxi huiswaarts om uit eten te gaan met Frank.

Alleen met Frank is hier niet mogelijk, zelfs vandaag niet. We hadden een afspraak met Yanting, het meisje dat altijd in de bres springt als we om het even welk probleem hebben. Volgende week vertrekt ze voor twee maanden naar Amerika als jobstudente, haar grote droom om het ginds eens mee te maken. Dit afscheidsetentje verloopt met nog heel veel bedenkingen en vragen over het leven: dit meisje denkt ontzettend veel na. Over haar land, over haar opvoeding, over haar toekomst. Ze ziet ons als haar grote raadgevers en is Frank als laoshe (leraar) heel erg dankbaar. Ze bewondert zijn intelligentie; zijn bijnaam in de klas is Einstein!

En zoals het staat bij Einstein: hij weet zich niet te gedragen bij het afscheid en reikt haar stuntelig de hand. Ik duw hem in haar armen en laat hen eens goed knuffelen en doe hetzelfde! Natuurlijk doet dit deugd, ze was en is echt een goed vriendinnetje geweest, we hopen nog van haar te horen!

Thuisgekomen leg ik de laatste hand aan de koffers: morgen 1 juli worden ze afgehaald en naar de haven van Dalian gebracht. Het zal me niet spijten dat dit achter de rug is. Alleen maar hopen dat ze heelhuids toekomen! Nu deze klus geklaard is ben ik doodop. Ik doe het morgen rustig aan zodat ik onze tweedaagse uitstap naar de Mandchoes aankan, ik kijk er heel erg naar uit. Jammer dat het weer gaan regenen is. Ik had ervan gedroomd enkele uren in het Beiling park op een matje te gaan soezen…

  

                                       

HELP! WAAR BEN IK NU AAN BEGONNEN?

7 juni, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

image32.jpg

 

Maandag, 2 juni. Wat een dag is dit weer geworden! Na een dag intensief schilderen ga ik zwemmen. Daar ik de avond rustig wil houden laat ik me door een dame schrobben. Ze doet dit met de harde washand en melk. Al ruik ik dat niet graag, mijn huid voelt achteraf zalig aan. De vrouw legt me in allerlei bochten, kwestie van overal , werkelijk overal aan te kunnen. Als een echte Chinese breng ik daarna minstens nog een half uur onder de douche door. Ik stond er voor het zwemmen ook al minstens twintig minuten onder! In de kleedkamer moet ik aan mijn moeder denken: zij zou goedkeurend de dame bekijken die zicht in ‘gaine’ en korset wringt! De ‘gaine’ heeft billen tot aan de knieën, het korset bedekt de buik maar laat de borsten, die bedekt zijn door een bh, vrij. Erg populair in China. Het korset duwt zo het front naar boven. Ja, onze moeder pleitte er jaren voor, ze heeft het inmiddels goddank, opgegeven!

Het klinkt ongeloofwaardig maar ik mag spijt hebben dat ik zoveel tijd ‘verloor’ in het badhuis. Frank sms’te me dat ik dringend naar de opera van de universiteit moest gaan; het is 21 uur als ik er aankom, nog net op tijd om de laatste drie bedrijven van elf te zien. Het programma begon om 19uur30. Het is een opera van topniveau, uit Guangzhou, verschillend van de Peking stijl. De Lomeo en Julia van China. Vijfentwintig zangers. De slotscéne doet me de tranen in de ogen krijgen: woorden en adem tekort om dit te beschrijven. Acht zangers op de traditionele plateauschoenen dragen jurken waardoor ze vlinders worden. Prachtige, elegante kleurrijke vlinders. Puur klasse! Eerst bewegen ze zich samen in een cirkel, van alle kanten worden ze door rook omgeven, zoveel rook dat ze er uiteindelijk in oplossen. Ze komen los van mekaar en dansen nu per twee. Wie kan zoiets ontwerpen? Konden we deze groep maar in België krijgen! Ooit organiseerde ik iets dergelijks voor de Vereniging België China, maar dit zorgde uiteraard voor een financiële kater.

Frank gaat samen met de rector van de universiteit en de VIPS’s waar hij tussen zat mee het podium op om hen te feliciteren en voor de foto. Ik hou me afzijdig maar op de valreep ziet een dame me: de ‘bekende schilderes’ wordt naar het podium geloodst, de lichten die inmiddels gedoofd werden gaan weer aan, enkele artiesten worden terug geroepen, alsook de fotografen. Sta ik hier met mijn natte haren en ongemaquilleerd gezicht, groter kan het contrast met deze theatraal geschminkte dames niet zijn! Dit was ‘een’ maandagavondje…

 

Vorige week tijdens het etentje met de Mongoolse broers klaagde ik over het feit dat mijn duim en arm soms pijn doen van het schilderen. Dàt had ik niet mogen doen. Natuurlijk willen ze het oplossen! En kon ik weten dat er nog een broer was, een dokter in de traditionele geneeskunde, wel te begrijpen. Didi regelde meteen een afspraak voor me. Ik was zo beleefd dat ik niet eens durfde zeggen dat ik momenteel niet écht veel pijn heb. Frank is in zijn nopjes, hij vindt dit reuze als ervaring!

Dus fietste ik woensdagmorgen met een klein hartje naar het ziekenhuis. Didi wachtte me op. Zijn broer leek minder onder de indruk van deze groteneus, hij ging even verder met zijn ding. Toen mocht ik vertellen wat mijn klacht was, Didi vertaalde want broere spreekt geen Engels. Arm pijn, hand pijn. ‘kijk in mijn ogen’ gesticuleerde hij kordaat. Iets wat ik graag doe en wat normaal een nogal goed effect heeft op mannen, maar niet bij deze, spijts onze Lut vond dat ik er zo goed uitzag?! En hij krulde helemaal zijn neus bij het zien van mijn tong: heeft allemaal te maken met mijn nek…Ik wist al wel iets van de meridianen maar de sprong tussen ogen en tong naar nek was voor mij moeilijk. Gelukkig kan ik die van nek naar arm en duim wel volgen. Er zijn vijf behandelingen, daar ik niet direct een keuze kan maken beslist hij voor mij: alle vijf, dit gedurende tien dagen. Ik leg nog maar eens stuntelig uit dat ik maar een heel klein beetje pijn heb, momenteel maar broere is niet echt iemand die op een beslissing terugkomt.

Maar zijn GSM-tune kalmeert me helemaal. Ik schreef al eerder dat er een knap Chinees liedje is die me al twee jaar op de fijnste momenten achtervolgt. Wel, dat liedje onderbrak ons even, het maakte me helemaal blij en ik kon met een vrij grote overtuiging ‘ja’ antwoorden op zijn vraag of ik vertrouwen had in de Chinese traditionele geneeskunde! (25 jaar geleden had ik hier een zeer effectieve accupunctuur behandeling tegen hoge koorts en diarree)

 

Ik mag meteen naar een zaal waar ik mijn hoofd op een hoofdsteuntje mag leggen, er wordt op mijn nek een kruidenzakje gelegd, en daarop schijnt een lamp. Mmm, dat bevalt me wel, met de bamboefluit muziek op de achtergrond hou ik dit wel tien keer vol. Tot ik door heb dat de warmte zo geleidelijk aan toeneemt dat ik me afvraag of dit nog gezond is. Men raadt me aan alleen te roepen als ik denk dat ik verbrand… tja, moeilijk te zeggen. Didi krijgt al medelijden en klopt enkele malen op het zakje en dit doet warempel goed.

Met hoogrode rug mag ik nu naar een andere zaal. Terwijl ik omgekeerd op een stoel ga zitten, hoofd steunend op de leuning worden dikke stukken holle bamboestengels gekookt in een grote pot met kruiden. De geur is me inmiddels bekend: het hele ziekenhuis ruikt er naar, lekker geurtje, het heeft op mij effect als de bamboefluitmuziek. Bij ons wordt ik van de chloroform geur alleen maar depri.

Die hete bamboestengels worden op mijn rug geplaatst. Ze zuigen zich vast op mijn huid. Wat een zicht moet dit zijn! Als een variatie op een stekelvarken moet ik me twintig minuten zo stilhouden. Daarna worden de buizen verwijderd. Dit doet even pijn want ze zaten goed vast! Rode kringen in het beste geval, een blauwe cirkel in het slechtste geval zijn de sporen… nu wordt ik pas echt als Chinees aanvaard want bijna iedereen loopt er hier zo bij, zo merkte ik al in het zwembad!

Mijn experiment wordt afgerond bij broere die me in de plaats van een ma-ssage een ma-rteling geeft! Dit doet géén deugd… hij constateert echter wel dat mijn probleem niet ernstig is! Toch verwacht hij me tien maal terug en wordt ik geladen met dertig zakjes vloeibare kruidenmengeling, wegend als een dode hond, en met een zakje pilletjes. Ik betaal 120 euro voor de reeks van 10 behandelingen.

Eenmaal buiten vraag ik Didi hoe arme mensen dit betalen, dit is toch een behoorlijke som en ik weet dat dit de gewone prijs is. (broere geeft me zelfs de massage gratis omdat ik hun vriendin ben) Didi legt me uit dat de meeste mensen dat wel kunnen betalen maar dat er een regeling is voor de zeer arme: zij betalen 20% van de som, de plaatselijke regering 40% en de nationale regering de andere 40%.

Ik had me voorgenomen een dag vrij te nemen en vraag Didi of hij me de taoïstische tempel met de super feng shui wil tonen. Ik laat mijn fiets achter in het ziekenhuis en we nemen samen de taxi.

In de tempel heerst een drukte van jewelste. Er wordt ontzettend intens gebeden. Maar niet gewoon bidden. Neen, er wordt om raad gevraagd aan de monniken. Eerst koopt men een ticket, met dat ticket in de hand schuift men aan in een heel lange rij tot men aan de beurt komt om met een dikke bamboebuis te schudden en er een lang stokje uit te halen. Op het stokje staat een nummer. Aan de muur hangen boekjes waarop je dit nummer terug vindt, en waarop dan uitleg staat. Je mag jouw uitleg afscheuren.  Maar die uitleg is zo moeilijk dat je best maar weer aanschuift tot je met de monnik kan praten die de tekst uitlegt Die monnik betaal je opnieuw.

Nu ga je weer aanschuiven om een langwerpige zak te kopen waar je je tekst in steekt om nu weer aan te schuiven tot het jouw beurt is de zak te verbranden en  te bidden terwijl de zak brandt.

Er staat ook een bronzen paard. Ik zie dat mensen bijvoorbeeld wrijven aan de ogen van het paard en dan aan de eigen ogen, of aan zijn teelballen en dan aan de eigen teelballen, als je daar eigenaar van bent, uiteraard. Er gaat een lichtje branden! Aha, ik heb broere helemaal niet meer nodig! Alleen een beetje pech: ik vind de duim van dat paard niet… wat nu? Toch maar bij broere blijven zeker?

Het is een zeer knappe tempel, twee verdiepingen, 300 jaar oud. 

En inderdaad, de tempel ligt 2 meter dieper dan de straat. Sinds Didi kind was kwam hij hier spelen en nooit stond de tuin blank. Hijzelf gelooft niet maar dit laat hem niet onverschillig. Of hij ook bidt? Ja, als het moet en als een spel want op deze manier gelooft hij niet. Hij gelooft wel dat een mens moet hoop hebben en er een manier moet zijn om tot die hoop te spreken. We zijn het erover eens dat het taoïsme dat geen paus of dalai lama heeft maar de natuur als uitgangspunt neemt op zich wel wat biedt…

Ik nodig hem uit om samen te eten, ik heb nog zoveel vragen! Ik zie dat hij ook geniet van m’n gezelschap dus is het snel geregeld. We belanden in een noedelrestaurant, eenvoudig en héérlijk.

Ik ga ertegenaan. ‘Of hij me wil vertellen hoe zij de culturele revolutie beleefden’. Het was voor zijn hele familie een vreselijke tijd. Zijn vader was dokter, ze woonden in een huis, een mooi huis, van het ziekenhuis, met meubelen van het ziekenhuis. Geen eigendommen dus. Maar zo zei hij, wie intellectueel was was een kapitalist, zo heette het en die moest het platteland leren kennen om te weten wat het boerenleven was. Ze werden met zijn allen, vader, moeder en vier kinderen naar het platteland gestuurd. Daar moesten ze van nul beginnen, kregen niet eens een dak boven het  hoofd, vertelt hij. Hij was elf jaar. Acht jaar moesten ze er blijven! (later voegt Frank eraan toe dat het idee van de stadsbewoners naar het platteland te sturen opdat zij er een idee zouden van krijgen hoe 80% van de mensen, de plattelandsbewoners,  leefden niet zo slecht was. De situatie was abominabel en dat wisten ze in de stad niet. Bovendien moesten stadsdokters gaan helpen om daar een systeem van ‘blotevoetendokters’ op te zetten. Maar of dat nu echt acht jaar moest duren?, vraagt hij zich af.) Het kostte Didi en zijn jongste broer een opleiding. De twee oudste broers waren intussen dokter en ingenieur. Zijn moeder zorgde ervoor dat ze toch konden naar school gaan, in een dorp twintig kilometer verderop. Daar moesten ze te voet heen wandelen, twee maal per week. Geen wegen, over de bergpaden.

Of hij Mao erg haat? Hij zegt dat zijn familie werkelijk alle reden heeft om dat te doen en hij haat hem voor die 30% maar hij ziet de 70% goeds ook, zegt hij. Wat China is heeft het aan Mao te danken, dat is geen twijfel aan. Persoonlijk was er bij sommigen leed maar voor het land was het in zijn geheel goed. Zo is hij nooit vergeten dat vóór Mao er kwam er in Shanghai een  park was met ‘verboden toegang voor honden en Chinezen’! Dit was het China vóór de revolutie. Mao heeft het land bevrijd,  zegt hij.

Op mijn vraag wat de situatie van de vrouw in China is, antwoordt hij dat die niet goed is maar eveneens dankzij Mao, veel verbeterd is. Voor de revolutie was een vrouw minder dan een dier. Al was haar man een crimineel, ze kon niet scheiden. De vrouw had volgens Mao drie bergen op haar rug: het feodaal systeem, de familie en de tradities. Toch is de situatie van de vrouw op heden nog niet goed. De man en de familie van de man, is nog steeds te dominant. Scheiden en hertrouwen is echter geen probleem meer.

Verder heeft hij het over de minachting van de westerlingen voor de Chinezen. Amerikanen vindt hij het toppunt. Die gaan er nooit vanuit dat een ander ook verstandig kan zijn. Hijzelf heeft veel meegemaakt doorheen zijn zakenreizen door Europa. Zo kwam hij ooit in de gevangenis van Spanje terecht omdat hij aan het joggen was zonder paspoort. Ze geloofden hem niet eens als hij uitlegde dat hij in een vijfsterren hotel logeerde… Knap van hem dat hij voor ons zoveel wil doen en de intelligentie heeft niet iedereen over dezelfde kam te scheren.

 

We nemen afscheid. Ik wil nog wat alleen ronddolen. Ik loop de antiekbuurt af maar er is een verzadigingspunt: het is teveel, ik kan geen keuze maken en veronderstel dat ik met lege handen huiswaarts keer.

 

Wauw, mijn man heeft last van een romantische bui? Hij stuurt me voor het eerst in zijn leven een beeldsms: een roos! Ik stuur hem enthousiast een hart terug.

Ik zoek in de winkelwandelstraat een Starbucks en ben trots op mezelf dat ik die vind.

Heerlijk, buiten op het terras koffie drinken! Lang zit ik niet alleen. Een vrouw komt op me af en zegt me te kennen. Ze praatte anderhalf jaar geleden met me bij dokter Li. We trekken wat samen op, gaan winkelen. Maar ik hoop haar verder niet te ontmoeten. Het enige wat ik in haar kan waarderen is haar eerlijkheid: ze komt er ronduit voor uit dat ze met een 17 jaar oudere Canadees trouwde voor het geld, floreert in haar BMW, lui is, en om de twee dagen gaat shoppen en dan telkens minstens 100 euro uitgeeft. Haar Canadees hoop ik nooit te ontmoeten maar dat gevaar zit er niet erg in: hij komt slechts vijf keer per jaar, telkens voor twee weken. Zij moét elke dag minstens twee uur per dag chatten met hem. Het liefst zou hij hebben dat ze een telefoon met camera koopt zodat hij steeds ziet waar ze is. Ik zeg fijntjes dat ze er toch eens goed moet over nadenken dat ze maar één leven heeft. Ze is nu 37 jaar.

Is het dit vrouwtje , de luide muziek in alle winkels of de ma-rteling van broere: ik heb meer hoofd- en nekpijn als ooit tevoren. En ik word nogal ongerust als ik de brandwonde op het meisje haar rug zie: ooit kreeg ze ook bamboecilinders op haar rug…

Ik bel Frank op om samen te dineren in het beste dumplingrestaurant van Shenyang,hier vlakbij en vraag vanwaar zijn romantische bui. ‘Wel’ zo zegt hij ‘ik had examentoezicht en zat me te vervelen. Daarom onderzocht ik mijn gsm en ontdekte dit. Maar zo enthousiast hoefde je nu ook niet te reageren: je stuurde me 80 keer je hart op!’ Ik was vergeten mijn telefoon te vergrendelen! Arm hart van me, gezwegen van mijn telefoonrekening? Ik herlaadde gisteren net mijn kaart…

 

Bij thuiskomst laat ik Frank in het Chinees op een briefje schrijven: ‘oppassen voor brandwonden aub’: dit toon ik morgen beslist aan de verpleegsters.

 

Donderdag: WAT EEN ONTROERENDE DAG!

Om zeven uur neem ik de taxi naar het ziekenhuis. De chauffeur is een vrouw van mijn leeftijd. Ze had heel Shenyang willen rondrijden met me, zoveel is duidelijk. En maar vragen stellen! Eenmaal ze merkt dat ik doorheen mijn Chinees ben, leert ze me nieuwe woorden. Ikzelf ben blij dat we er zijn want op mijn nuchtere maag vind ik dat nogal lastig. Op mijn vraag of ze blij is met haar job schudt ze het hoofd: teveel last van de slechte lucht. Opvallend hoe kritisch de mensen daarmee omgaan. Wees maar gerust dat men daar inspanningen voor doet, het zal niet anders kunnen. Maar de vrouw heeft gelijk. Op dit uur zit één van de vele achtvaksbanen die Shenyang rijk is tjokvol, ik was er sneller per fiets geweest.

 

Broere wacht me al op! Hij sleurt zowat de oorhangers uit mijn oren tijdens zijn massage, auw…

Ik toon mijn briefje aan de verpleegsters, ze lezen het, begrijpen het, zeggen ze.

Om negen uur haal ik mijn fiets op die ik hier gisteren liet staan, de bewaker van de fietsenstalling was al ongerust.

In het Beiling park installeer ik me aan een tafeltje met zicht op een dansende menigte. Ik krijg er de tranen van in de ogen! Hier in dat park, aan de rand van het meer waar we deze winter schaatsten, wordt er zomaar gedanst, wel vijftig mensen samen. Vanaf 45 jaar tot… jaar. Rustig, elegant, er zijn geen woorden voor. De muziek is hedendaagse romantische Chinese muziek.

Thermoskannetje boven halen, bruin pistoletje dat onze Lut meebracht van IJsland appeltje, yoghurtje… o, wat zal ik veel missen. Vanmorgen, tussen het verkeer droomde ik van mijn fietstocht langs onze mooie Durme, nu bedenk ik dat die Durme wel eens zeer saai zou kunnen overkomen: waar vind ik kaartende, spelende, zingende, musicerende mensen langs de Durme? Ik stapel de beelden in mijn hart.

De muziek wordt heviger. Sommige mensen dansen verder met dezelfde zachte passen, anderen ‘headbangen’ zowaar!

Gelukkig wordt het daarna weer rustig, een ritme waar een klein meisje zich helemaal in vindt. Ze is nauwelijks drie jaar en zweeft mee. Als het lied eindigt steelt ze de show door een pose te blijven aannemen! Haar oma’s lachen zich een kriek. Mooi toch ook om te zien hoe kinderen hier gekoesterd worden door die grootouders.

 

Een vrouw passeert me om even naar het toilet te gaan. ze blijft verder zweven terwijl ze wandelt, neuriet. Lacht naar me alsof ze droomt. Als ze terugkomt praat ze met me. Of ik wil dansen? Ik kan dit niet. Maar ze geeft me haar man: hij zal het me leren. Ah, waarom niet, laat je gaan Lieve! Hoeveel keer krijg je nog in je leven de kans om ’s morgens om tien uur te dansen in een Chinees park? Mijn leraar is goed, ik geniet er zelfs van, ook al mag ik de tel niet kwijtraken, één twee drie… één twee drie…Ik kom er zelfs toe om net als de Chinezen elegant met mijn armen in de lucht te bewegen, erop lettend dat ik mijn handen mooi meebeweeg…

 

Even verderop is men ook aan het dansen maar op iets vluggere muziek. De leeftijdsgroep begint daar al rond de 25 maar de tachtigers laten zich niet kennen en doen ook hier mee! In kleine groepjes van vier zes mensen probeert men pasjes uit, deelt men ervaring, lacht men om de vondsten. Anderen trekken zich niets aan van de dansers en ‘pluimen’ wat of staan ter plaatse wat te trappelen, kwestie van in vorm te blijven.

 

Al van ver hoor ik muziek uit een ferme geluidsinstallatie komen. Mijn verwondering is groot als ik daar maar twee mensen bespeur: een man en een vrouw. Hij zingt mee in een micro, zij danst. Eind vijftigers. Haar gezicht vergeet ik nooit! Ze heeft een blik van een vrouw die net heel intens bemind werd, geen rimpel te bespeuren, zo gaaf, zo voldaan, zo gelukkig! Ik schrik er haast van. Als ze me opmerkt lacht ze alleen nog een beetje gelukkiger en danst nog een beetje eleganter verder. De armen zweven. Ah, als Lut dit zou zien? Ik weet dat zij hier ook heel erg zou van ontroerd zijn.

De vrouw bedankt me met een buiging en een knikje als ik applaudisseer en wegga.

Hun laatste lied was een Russisch lied. Ik zing het verder terwijl ik zes mannen voorbij fiets: prompt vallen ze me allen zingend bij!  Stel je voor…

 

Feit is dat op deze manier het schilderen niet echt snel vooruit zal gaan: ik vind pas om 11 uur mijn ezeltje …

Na de middag nodig ik een Chinese kunstleraar uit in mijn atelier. Hij reageert enthousiast op mijn werk.

Terwijl hij bij me is moet ik dat zakje vloeibaar medicament nemen. Dit is zo ongelooflijk slecht dat ik de pot jam in aanslag heb. Maar hij legt uit dat ik dit niet mag combineren: in jam zit zuur en dat vernietigt de werking van mijn medicament. Heb ik even geluk met deze uitleg. Koffie met veel suiker bijvoorbeeld, dat mag wel.

 

Vrijdag vertrek ik om zeven uur op de fiets, gewapend met een ontbijt en mijn waarschuwend briefje: opgepast voor brandwonden. Er wordt weer begrijpend geknikt maar ik kom thuis met de vellen los op de rug… help, wat moet ik nu toch doen? er mee stoppen? Ik ben al blij dat ik dit weekend niet kan komen, maandag zien we wel. Maar mijn buur Paul, die zo negatief is over Chinezen is nu toch wel erg te spreken over deze behandeling zeker? Nu had ik eens steun gezocht in zijn negativisme!

Maar voor ik thuisgeraakte maakte ik eerst nog kennis met de hemel en daarna met de hel.

Eerst de hemel natuurlijk. Of neen, eerst nog even iets aards: voor het Beiling park wordt een demonstratie door de politie gegeven. Ze tonen hoe ze voorbereid zijn op de Olympische Spelen. Eerst marcheerden er honderden politieagenten, mannen en vrouwen. Daarna demonstreerden tien politiemannen het kunnen van hun honden. En daarna kwam het zwaar geschut naar boven: twintig politieagenten mét kap over het hoofd en mitrailleur in aanslagen toonden wat zij kunnen! Zich laten zich vallen en springen weer recht maar het grappigste was toen een man in burger het plein opliep met een handgranaat in de hand. Ze wierpen zich op hem, voerden hem en een kompaan weg, maar die kon ontsnappen, zij er weer achter, hem vatten, natuurlijk, enfin, overtuigend was het. Ik bedenk: indien hier nu een Westerse fotograaf tussen stond dan had hij weerom prachtige beelden de ether kunnen insturen! Een ‘passend’ ondertiteltje en klaar was kees…

Ik werd vaak afgeleid door een kleine baby die de armen van zijn oma beu was en ook die van de politieagent die er even mee rondliep. Hij voelde zich blijkbaar alleen maar gelukkig op mijn arm. Is dat niet leuk?

 

Er zijn niet zoveel dansers meer, het is al laat. maar toch voldoende om blij te ontbijten. Een man komt iets tegen me zeggen. Al snel begrijp ik dat ik zijn taaltje niet begrijp en zeg dat ik geen Rus ben. Mijn gok was goed: hij probeerde zijn Russisch uit op me. Maar hij kan ook een beetje Engels. We hebben maandagmorgen al een nieuwe afspraak.

 

Ik blijf veel te lang hangen. Tja, als ik eenmaal de weg naar buiten gevonden heb, vind ik de weg terug niet echt makkelijk, dat is geweten.

En zeker vandaag niet. Er zijn blijkbaar wat ongelukken gebeurd op de weg. Het deel naar huis is één grote chaos. Ik was net aan het bedenken dat ik zoveel rustiger geworden ben tijdens het fietsen in vergelijking met toen ik hier net was. Ik roep zo niet meer, en sta zoals de Chinezen al makkelijker eens op mijn rem om doodeenvoudig een stapje opzij te doen en dan doodeenvoudig weer verder te fietsen.

Maar net als ik dat bedacht heb ga ik me als een echt koloniaal gedragen!

De baan zit tjokvol dus rijden de autos maar op het fietspad dat misschien zes meter breed is. Maar daarop rijden blijkt niet voldoende: daar moet je dan ook nog een andere auto inhalen! En als er dan nog een auto in tegenovergestelde richting, op datzelfde fietspad afkomt, en ook op datzelfde fietspad een man met een karretje pal in het midden van het pad geparkeerd staat om dumplings te verkopen loopt het fout. De wagen die probeerde in te halen moet stoppen, bruusk, vlak voor mijn wiel. Vlak  naast me, ook op dat pad staat een politiewagen met open raam (dit maakt in het totaal drie wagens naast mekaar, op een fietspad!). Ik daag het lot uit. Ik klop op het raam van de wagen voor me. Geschrokken kijkt een meisje om. Ze komt uit de wagen om de dumpingverkoper te vragen zijn kar te verplaatsen. Ik zeg in het Vlaams: ‘beste kind, die man moet zijn kar niet verplaatsen, jij moet dáár rijden met je auto, dit is een fietspad, dit is voor ons!’ De lectuur van de politieman in de wagen is bijzonder interessant, hij kijkt niet op. De vrouw lacht een beetje en knikt verontschuldigend en instemmend, iedereen lacht een beetje en knikt met volle begrip en ik lach maar mee… tenslotte is dit het beste wat je kan doen: er eens goed om lachen want zie dit hier nu toch… ik vrees dat de metro die men hier aanlegt er alleen maar zal voor zorgen dat nog meer wagens vrij spel krijgen of zal men hier wel de moed hebben de autohandel wat aan banden te leggen? Ik ben benieuwd…

Half vergiftigd bereik ik de school en eet vlug een yoghurtje, psychologisch geeft me dit het gevoel een beetje te ontgiften. Volgende keer gebruik ik beslist de mondbeschermers die Lut meebracht uit het ziekenhuis.

 

Geen tijd om te middagmalen, ik werk door tot 19 uur. Met mijn arm gaat het goed maar mijn duim wordt er niet gelukkiger op… ik zag op een prent in het ziekenhuis dat de meridiaan uit de duim vooraan op de schouder uitmondt en niet op de rug. Ik zal maandag nog eens zeggen dat het mijn duim is die meest tegenstribbelt. Al kan ik me niet voorstellen dat hij me zo gaat ma-rtelen vooraan op mijn lichaam… stel je voor!

 Morgen en overmorgen gaan we op stap. We zijn uitgenodigd op het platteland bij de ouders van Wangfan, het superlieve meisje waar we samen al wat tijd mee doorbrachten om haar de kans te geven Engels te praten. We zijn erg benieuwd wat dit weekend ons nu weer brengt. De Chinezen hebben drie dagen verlof, het is een traditionele feestdag en zondag eet iedereen ‘zong ze’, kleverige rijst met zoete bonenpasta of ‘acht schatten’, in bamboebladeren verpakt in de vorm van mini pyramides.

Fotos van Lut in China

2 juni, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

image01.jpg

Aankomst!

image41.jpg

Nog lachen na 1000 trappen in de Duizend Heuvels

image31.jpg

De grootste van China en hij staat bij ons in Shenyang

image21.jpg

Typische trouwfoto

image15.jpg

Wie niet kan eten met stokjes heeft een goede schoonbroer nodig… of vermagert.

image5.jpg

Kijk nog maar eens goed!

image6.jpg

Ook dit prachtig keizersgraf is in Shenyang

image7.jpg

13 uur trein naar Chengde maar we zijn in stemming

image8.jpg

Theehuis in Chengde

image9.jpg

Tibetaans-Boedhistische tempel in Chengde

image10.jpg

De Chinese keizer wilde in zijn zomerpaleis iets typisch uit elk deel van China; daarom deze kopie van de Potala in Chengde.

image11.jpg

Wauw, de Muur!

image13.jpg

Klauteren in Simatai.

image14.jpg

Wandelen voor het zwaarbewaakte Amerikaanse consulaat in Shenyang

Feng shui uitgeregend, maar een gastschrijfster snelt ter hulp

2 juni, 2008, een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)

Donderdag belt mijn zus Lut op vanuit de taxi die haar naar de luchthaven in Peking brengt: de taxichauffeur weet niet naar welke terminal ze moet! Hij spreekt trouwens geen Engels. Ik ren met mijn gsm naar het bureau waar men vertaalt. Ik zou meer op mijn gemak geweest zijn indien ze vandaag ook haar gidsje bij zich hield dat we voor haar voorzagen en die haar de voorbije dagen begeleidde. Maar ze dacht niet dat er nog problemen konden komen. Ik ben opgelucht dat ze me even later nog eens belt dat alle OK is en dat ze zelfs zonder bijbetalen voor overgewicht kon inchecken!

Mijn engeltje in het badhuis kreunt ‘aouwéé’ als ik zeg dat mijn zus en dochter vertrokken zijn. Ze droogt mijn haar af, haakt mijn bh vast, houdt mijn hand vast! Dit meisje moet al veel afscheid genomen hebben om verdriet zo te kunnen aanvoelen. Al is mijn verdriet beperkt hoor, ik geniet nog teveel na.

Een vrouw naast me in de douche vertelt me met handen en voeten daar haar dochter in Parijs studeert. Dat blijft me verrassen! Wat is de wereld klein voor Chinezen.

Voor mijn zus moet de schok terug te komen in IJsland niet zo groot geweest zijn.

Ze valt gewoon van het ene schokkend land in het andere…

Daar ik maandag en dinsdag niet schilder maar met administratie bezig ben vergeet ik helemaal hoe de week in elkaar zit en val helemaal uit de lucht als ik ‘woensdagavond’ van Frank hoor dat we vrijdagavond zijn. Akelig is dat. Het is al 20u30 als ik dat voor het eerst, gezeten op een terrasje nabij onze universiteit te horen krijg. Even ervoor wou ik naar het badhuis fietsen maar weeral een lekke band veranderde mijn plannen. Ik zocht een fietsenmaker op de straat. Zo kwam ik terecht in een buurt hier niet ver vandaan waar ik niet vaak kom. Ik was zo aangenaam verrast door de gezellige drukte die daar heerste dat ik in vakantiestemming vloog. Overal verkocht men spullen op straat: die liggen dan op kranten of zeilen op de grond uitgestald of tentoongesteld op leurdertafels en aan rekken. Ook de eetstalletjes die eigenlijk omgebouwde bakfietsen zijn komen gezellig over. Terwijl ik wacht op mijn fiets, er zit een nagel in mijn band, koop ik een gevulde pannenkoek aan een stalletje. Gevuld met reepjes droge tofu en groentjes. Het smaakt heerlijk! Ook dat hebben we te weinig gedaan: kopen aan die stalletjes. Het kost me twee kuai, 0,2 euro, ik schaam me haast dit te betalen. Mijn fietshersteller vraagt drie kuai.

Ik bel Frank op om te komen meegenieten. We kiezen voor een tafeltje buiten: de eerste keer dat dit kan deze zomer. Eindelijk! Al is het nog niet echt warm.  We herkennen meteen de typische, lekkere kruiden die men hier gebruikt op alles wat op de bbq terecht komt: men gebruikt ze zowel op de boontjes, als op de kip, als op de gestoomde broodjes.

Uit ons restaurant komen twee ladderzatte mannen. Elk stappen ze in hun auto; achter het stuur en vertrekken… niemand reageert.

Om halftien ga ik toch nog zwemmen, al vraagt het me heel veel moed: achteraf ben ik er zo blij om! Zalig!

Zaterdag gaan we per taxi naar de stad omdat ik schilderijen bij heb die ik ’s avonds aan een collega kunstenaar wil tonen. Onderweg zien we dat een fietser omvergereden is: het slachtoffer is weg, maar zijn hoedje ligt nog op de grond, de politie is alles nauwkeurig aan het opmeten.

We maken er een leuke namiddag van: slenteren door de straten, ijsje kopen, (een echt Amerikaans van Baskin en Robbins, heel lekker, drie euro voor twee bolletjes, neen even niet denken aan de 0,2 euro voor  het eten…), ‘flokken’ ons aan een tafeltje waar we een koffietje drinken en kuieren door een straat die we al tweehonderd keer doorfietsen en toch nog bekijken alsof het de eerste keer is dat we er lopen. Vooral al die prikkeldraad rond het Amerikaanse en Zuidkoreaans consulaat met al die wachters, zo midden in deze volksbuurt is toch wel een zicht, hoor.

In het park zitten een Chinees jongetje en een Westers jongetje, vlak voor die muur van prikkeldraad in een speelgoedtreintje dat gezellig rondjes rijdt. Het Westerse jongetje zit er met een gigantisch groot speelgoedgeweer op schoot. Een hallucinant beeld.

We hebben vanavond een etentje met twee Mongolen, daarenboven is één ervan kunstenaar. Dàt geeft leven in de brouwerij! De kunstenaar en zijn vrouw spreken alleen Chinees maar zijn didi (jongere broer) spreekt, met wat fantasie, Engels. Hij doet zaken met Italie, Spanje, Roemenie, Denemarken, Rusland enzomeer. Hij bezocht al die landen.

Ik krijg een prachtige jaden armband, Frank een bolvorm aan een touwtje. We vragen ons af of wij ook iets hadden moeten meebrengen, dit overkwam ons nog niet eerder… wij nodigen uit, zou dat voldoende zijn?

De kunstenaar, een bekend kalligraaf, werkt aan een boek van aub 500.000 karakters. Een boek over het leven van Djengis Khan, een streekgenoot van hem. Hij heeft acht jaar aan het boek geschreven! En ik zucht al eens bij mijn fijnschilderijen als ze twee weken of honderd uren duren!

Aan hun gezichten zie je heel goed dat het Mongolen zijn, maar ook als ze naar zichzelf wijzen om te tonen dat ze over zichzelf praten: dit doen ze met hun wijsvinger wijzend naar hun neus! Toen Lut en ik dat voor het eerst in Mongolië zagen dachten we dat ze over onze neus roddelden!

Ze zijn reuzenenthousiast bij het zien van mijn olieverfschilderijen. En dat ze het menen weet ik: ik toonde hem al eerder mijn aquarellen en die bekeek hij niet eens. Maar nu schieten superlatieven tekort. Didi vertaalt enthousiast. ‘neen, hij zegt niet mooi, hij zegt….’  Hij biedt me aan een tentoonstelling, geen verkoopstentoonstelling maar ene in een echt museum voor mij te organiseren in Peking. Hij heeft er contacten. Alle Chinezen (als ik bedenk hoéveel dat er zijn!) zullen me daarna kennen, zegt hij. Terug de confrontatie dat ik tijd tekort heb in mijn leven. Ik slaap er ’s nachts niet goed van want al relativeer ik dit aanbod wel, toch is het zeker waar dat het doodzonde is dat ik mijn werk hier nergens toonde. In elk geval beloven we contact te houden voor de toekomst. Zij van hun kant voorspellen dat Shenyang onze tweede thuis wordt. Eén van de zovelen die niet begrijpen waarom we weggaan! Raar is dat! Ik kan u verzekeren dat de situatie ongelooflijk veel veranderd is vergeleken bij 20 jaar geleden, wie had deze verandering kunnen voorspellen? Toen had iedereen jaloers geweest op ons, het toen onbekende Westen was zo aantrekkelijk…Nu wil iedereen het wel bezoeken maar over er zich vestigen wordt nauwelijks gesproken.

‘Didi’ vertelt ons over de fengshui die over Shenyang hangt: hier zijn geen natuurrampen. Nooit geweest. Hij vertelt ook hetgeen we weten: dat de lucht hier zo verbeterd is sinds twintig jaar, toen was hier veel zware industrie. Toch kreunen ze nog omdat er teveel zandstof uit Mongolie komt, omdat er teveel mensen te dicht op mekaar leven wat ongezonde lucht veroorzaakt. ‘Maar’ zo zegt hij ‘het is u beslist opgevallen hoe dapper men hier bomen plant’.

Hij legt uit hoe de omgeving hoe de oude stad eruit zag toen hij kind was: volledig omringd door historische stadswallen, bijna helemaal afgebroken tijdens de culturele revolutie. De culturele revolutie die volgens hem cultuur én de cultuur inhet hart van de mensen vernietigde. Toch heeft China zijn wederopstanding aan Mao te danken, hij was een prachtig man voor het land maar behaalde 70% van de punten, 30% verloor hij door die revolutie, toen was hij niet meer goed bij het hoofd. Een analyse die we hier zowat van iedereen te horen krijgen. Het is wel interessant: Frank ontving net een boek over de culturele revolutie uit Australië, geschreven door een Chinees, die daar nu universiteitsprofessor is; die man staat niet zo negatief tegenover die periode: het was een harde tijd voor intellectuelen, maar gewone boeren en arbeiders vonden dat ze nooit zoveel rechten hadden als toen; alleen komen die stemmen nu nog maar weinig aan bod. Zeker goed om nu verder te lezen en dit te toetsen aan de mening van de mensen hier, indien we nog de kans hebben! Het laatste woord is er nog niet over gezegd.

Het gezelschap eet weer opvallend weinig, wij zijn weerom de smullers…

We nemen afscheid met vele beloftes en een warm gevoel. We voelen ons allen op ons gemak samen, ook al verloopt de communicatie moeizaam.

Zondag is een dag in mineur. Het giet de hele dag. Wat een verschil bij vorig jaar. Ons humeur dat al niet zo goed was wordt er niet beter door. Het kan eens geen kwaad om mekaar te mijden vandaag. Didi vertelde me gisteren dat er een Taoistische tempel is waar de tuin twee meter dieper ligt dan de straat, doch er staat nooit water in die tuin, al staat de hele omgeving blank. Levendig bewijs van de goede fengshui van Shenyang. Dit vandààg eens onderzoeken lijkt me de ideale dag. Ik ben zo klaar om taoiste te worden en de fengshui zou hopelijk op mij overslaan. Maar de regen is te hevig. De fengshui krijgt geen kans. Ik zoek het op de plaats waar ik altijd gelukkig ben, waar ik steeds fengshui voel: mijn atelier. En zondag of niet: ik werk heerlijk.

’s Avonds gaan we eten in ons Indisch restaurant, we wanen ons zo in een sloppenwijk van Mumbai (maar dan zonder al die mensen). Het restaurant oogt niet florissant, de televisie zendt Indische programma’s uit op volle volume, de steeg is één groot modderbad, kortsluitingsvonken springen uit de elektriciteitskabels. Ik denk dat zowel wijk als elektriciteitskabels zwart aangelegd zijn. Deze plaats is geen lang leven meer beschoren, toch zijn we blij ze gevonden te hebben. En gek hoe een goede kok zijn reputatie wint: bijna iedere keer zit hier nog iemand te eten die van onze universiteit komt…

Een beetje opgewarmd in ons hart door die overheerlijke en hete Indische kruiden die niet zuinig gebruikt worden fietsen we naar huis. Onderweg worden we getrakteerd op een prachtig vuurwerk,  er moeten weer boze geesten verdreven worden! En hopelijk drijven ze ook onze boze geesten weg…

O, nog een leuke anekdote: ik vertelde eerder dat Frank een boek leest? Nu ontdekte hij vandaag dat de schrijver een artikel van hem vermeldt bij zijn referenties! Als dat niet leuk is!

 En als uitsmijter  krijgen jullie de impressies van een gastschrijfster, mijn nichtje  Inga.

The journey started on the 7th of May 2008 when my mother and I were finally on our way to China after some months of excitement, to visit my aunt and uncle.

We knew from the start that this wasn’t going to be a normal trip for us, where we would get to see the most famous tourist spots, but we realized early on that we were experiencing something that most people never get to see. We went to a wedding in a nearby town, and there we got the wedding rite straight in the vein, and I guess there are not a lot of travelers who get to see these kinds of things.

When you travel it’s inescapable that you learn something about cultures and countries. I have also found out that traveling is one of the best ways to get to know yourself, the most challenging journey of them all. Going to China was my biggest challenge so far. We were determined to start the trip with open mind and not too many preconceptions about what we were about to see and I believe that helped us a lot in a community quite different from our own.

We also saw a lot of temples, gardens and some palaces, thereof the Temple of Heaven and The Forbidden City in Beijing. We were lucky to have seen the Emperors Palace in Shenyang before we went to the Forbidden City, because it’s quite similar, and somewhat smaller. Frank and Lieve filled us in on the brief version of the history, which made everything so much more interesting. The architecture and history behind these sites is quite extraordinary. The most intriguing place for me was the Great Wall. There was something so mysterious and charming about it, and the landscape was amazing!

Of course there were a lot of things we did but I can’t write down because it would take a book to cover them all in details!

We drove to Inner-Mongolia for a weekend and there we visited a national park with some activities and rode Mongolian horses. At first I was not too happy with the riding! My horse was lazy and the saddle uncomfortable, but as it turned out I couldn’t have been more wrong about the horse. On our way back my horse and another one with him galloped like rockets all the way home, with small inconvenience caused by trees, but we had a great time.

I’m proud when I tell people that I ride horses in Iceland, but my pride was a little wounded the next day when I saw two huge bruises and another two burns from the saddle. But even if I might get a small scar after the horse ride, I will look at it with a smile and remember the adventurous time and happy moments with family and friends in a beautiful region, somewhat underestimated by many people.

China is rich of extraordinary nature and loving people. Somehow the atmosphere can make even a tense person from Iceland calm down and embrace the flowers, that are to often ignored at home, in a hectic and materialist society.

Of course, China is a huge country and we only got to see a little part of it. Like in every country the people are very diverse and not the same in city and countryside. I’m very grateful that we got to know such wonderful people living in Shenyang, they were extremely helpful and kind. Even though the communication wasn’t at an advanced level it didn’t seem to matter. In Beijing the people were also very friendly, but not as open as in the countryside, which is a common phenomenon where I have traveled.

While we were there an earthquake shook China and ten thousands of  people lost their lives. The media showed horrible pictures and the whole country was mourning. I was pleasantly surprised to see that a huge nation like the Chinese could feel so intimate, like one big family.

            Going to China has taught me a lot about people and the world seems to be bigger now than before I left. Seeing the people deal with a catastrophic event gives you a good view of the general ideas in the society. Even if the country has its flaws like every other country, China has a lot of potential and in the future I will say with pride: I love China.      

  

To Frank and Lieve I would like to say: Thank you for this great opportunity, for investing time and efforts to take us to magical places and for everything you have given us. 

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin