Kennismaking met de ‘modelbedrijven’ van Wenzhou

22 juli, 2009, een bijdrage van Frank | Commentaar (1)

Woensdag 22 juli

Vandaag begonnen we met een doorreis per binnenlandse vlucht vanuit Zhengzhou naar Wenzhou. We moesten vroeg uit de veren (5u00) om tijdig de vlieghaven te bereiken. Geen ontbijt maar een eerder bescheiden lunchpakket  viel ons ten deel.

Frank had een tussenlanding gepland in Hangzhou zodanig dat we twee minuten voor het begin van de totale zonsverduistering het vliegtuig konden verlaten en het spektakel bewonderen. Voor velen onder ons was het de eerste keer.

 p1020408b.jpg

 

Het moment suprême dat de zon terug naast de maan opdook (de ‘diamant’) was verbluffend.dsc_6420b.jpg

Ali was zo onder de indruk dat hij zijn boarding pas verloor. Dan maar met het paspoort alleen proberen! Helaas stond er geen Ali meer op de passagierslijst, want zijn vrouw Julie had zich zonder het te weten met zijn pas ingescheept! Eind goed, al goed, onze schipper Ali is niet per boot moeten doorreizen.

In Wenzhou reden we meteen door naar het eerste bezoek, een fabriek van aanstekers. Wenzhou is de ‘stad van de privé-sector’ in China. Er is alleen lichte nijverheid, bijna allemaal privé. Deze fabriek beweerde dat ze 90% van de wereldmarkt voor metalen aanstekers in handen had.

dsc_6424.JPG 

Uiteraard werden we naar de winkel geloodst waar de rokers hun kooplust konden botvieren; rekordaankoop: zeven aanstekers door één sigarenroker.

dsc_6447.JPG

Vervolgens naar de schoengigant Kangnai, die ook al in Nederland zit en volgend jaar wellicht naar  Antwerpen komt.

dsc_6455.JPG 

Ze maken lederen schoenen, sportschoenen en andere lederwaren. Kangnai voert slechts 20% uit. Zoals de andere fabriek is slechts 40% van het personeel uit de provincie , de rest zijn migranten van elders.

 dsc_6476.JPG

Voor de migranten zijn er slaapzalen (vier personen per kamer), kantines, biljartzaal, karaokelokaal, basketvelden,…

Beide bedrijven worden als modelbedrijven voorgesteld wegens de hoge kwaliteit van hun producten, waardoor ze de concurrentie uit de markt kregen.  

Drie dagen Luoyang en omgeving

21 juli, 2009, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

19-21 juli

De eerste dag bezoeken we een graanveredelingsbedrijf en boeren in het nabije dorp. Het gaat om een familiebedrijf waarvan de eigenaar vroeger boer was en zich opwerkte tot veredelaar van zaaigranen door zelfstudie. Hij levert vijfduizend ton in 11 provincies, en zetelt in het stadsbestuur van Luoyang. Dochter en schoondochter hebben intussen een universitair diploma en werken in het bedrijf. De man betaalt voor een deel de nieuwe wegen en scholen in het dorp.

dsc_6102.JPG

Nadien ontgoocheling: We kunnen geen boeren ontmoeten want ” ze zijn allemaal gaan werken in de stad wegens stil seizoen”. Na stevig aandringen dat dit niet volgens afspraak was, werd in allerijl een bezoek aan een nabijgelegen dorp georganiseerd. Eerst ontmoeting met het gemeentebestuur en dan bezoek aan de huizen van twee families. Anecdote: ze vragen zich af of het wel veilig is ons het dorp binnen te laten wegens het gevaar dat we hen  besmetten met Mexicaanse griep.

dsc_6149.JPG

De tweede dag stond toerisme op het menu: de beroemde boeddhistische grotten van Long Men, 110.000 boeddha’s groot en klein door elkaar, gedurende 500 jaar gekapt in opdracht van leden van de keizerlijke familie en het hof. Mooi maar verstikkend heet. Ook voor de Chinezen is er hittegolf. Gino bereikt als eerste de voet van grote boeddha, 100 trappen hoog.

dsc_6209a.jpg

Verder bezochten we de Xiaolangdi stuwdam met hydrocentrale. Het is de grootste op de Gele Stroom, volgens de gids de grootste van de wereld. Hoezo, en de Drieklovendam dan? Ha, die is nog niet helemaal afgewerkt!

dsc_6237.JPG

Op de terugreis bezoeken we nog een grotwoning. Sinds het overlijden van grootmoeder vorig jaar is ze verlaten en omgevormd in toeristische attractie met souvenirstand. Een Chinees Bokrijk?

dsc_6257.JPG

De derde dag werd een lange busdag met het meest merkwaardige bezoek van de reis totnutoe: een van de enige overgebleven communes ( na de officiele afschaffing in 1985). Het dorp Nanjie heeft vzich van een landbouwcommune omgevormd in een industrieel dorp: noedels, chocoladebiscuits, bier, souvenirs, enz. plus een kleurendrukkerij. Het bezit is er nog altijd gemeenschappelijk gebleven onder de 3.400 bewoners. Gezondheidszorg en educatie, inclusief volwassenen- en kunstonderwijs zijn goed en gratis. Ook de zoningen en alle nutsvoorzieningen. Loon is slechts 30% van het inkomen, 70% bestaat uit voordelen in natura. De bedrijven stellen intussen al 11.000 mensen van buitenaf tewerk.

dsc_6343a.jpg

Vanavond overnachten we in Zhengzhou, een stad met 8 miljoen inwoners die vanaf 1951 uitgebouwd werd tot hoofdstad van de provincie Henan ( 100 miljoen inwoners).

Bezoek aan een modeldorp in het kanton Hu.

21 juli, 2009, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

Met dank aan Hugo voor het verslag.

Donderdag 16 juli ’09

Het dorpsbezoek in Danfeng bracht ons naar een meer welstellende omgeving. Nu trekken we op bezoek naar Hu County, het dorpje Donghan. Dit is armer dan wat we voorheen zagen. We zullen er overnachten bij de boeren. Frank waarschuwt ons dat we ons mogen verwachten aan een arme situatie. Sommige gezinnen slapen met meerdere in een bed. In sommige dorpen zijn er nog lemen woningen en woningen uitgehouwen in de bergwand. Zo’n vaart zal het allicht niet lopen, maar er wordt toch gevraagd om enkel een beetje handbagage mee te nemen, kwestie van geen overlast te bezorgen aan de lokale bewoners.We vertrekken vanuit Xi’An met een laatste blik op het toch wel chique Drum and Bell Tower Hotel.

Na een uurtje rijden buiten de stad komen we aan in Hu County. Maar we rijden daar eveneens door een verstedelijkte omgeving, een zijweg in en nog aansluitend bij deze agglomeratie komen we aan in Donghan (Hu Xian). Hier is het dorp. Er is een ruime parking voorzien aan de inkom van het dorp, en een groot recent gebouw dat het gemeentehuis blijkt te zijn.

We lopen te voet met onze bagage het dorp in om naar de huizen te gaan waar we zullen logeren. Het is een nieuw aangelegd dorp, een dambordpatroon met driegevelwoningen. Een standaardwoning heeft 220 m2 oppervlakte. Beneden kom je binnen in een ontvangst- en leefruimte. We nemen plaats in de ruime zetels, die gericht staan op de plasma tv van zeker een meter, inclusief grote surround sound boxen. Na de obligate thee kunnen we naar onze kamers. Die zijn ruim: 24 m2 voor een tweepersoonskamer met twee brede bedden, kast, weer een tv en een airco. Een gezamenlijke badkamer met douche en toilet is ter beschikking voor de verschillende gasten. Een huis is zo ruim dat heel onze groep van 23 in één grote ruimte aan twee ronde tafels van een goed verzorgde maaltijd kan genieten, wat we die avond ook nog doen.

Dit dorp is pas in 1993-94 opgericht door Shi Ke Xun. Hij was de leider van een dorp hier een eind vandaan, en heeft het plan voorgesteld om een nieuw dorp aan te leggen en naar daar te migreren. Het oude dorp hebben we niet gezien, maar dat bood veel minder comfort. Het nieuwe dorp geldt nu als een model en wordt ook door de overheden zo gezien en gepromoot. De gedenk- en informatieplaten aan de ingang leggen uit hoe het dorp tracht het toerisme te bevorderen. Chinezen die in de stad wonen, komen hier op het platteland verpozen en huren een kamer. Ze kunnen dan de landbouwomgeving zien en de lokale cultuur proeven. Deze vorm van toerisme wordt door de overheid ook aangemoedigd, het is een bijkomende inkomensbron voor de boeren.

Hier is geen gespreksronde georganiseerd met lokale boeren, maar we krijgen wel een rondleiding door het landbouwareaal.

Vele teelten zien we op de velden naast elkaar: mais, soja, sesamzaad, uien, aubergine, tomaat, zonnebloem, peper, meloen, perziken, druiven, enz … allicht ook vele van de groenten die we op ons bord krijgen maar niet herkennen.

Een techniek die in deze streek recent is ingevoerd is de serre. De ommuring van een serre is gemaakt met stenen die lokaal worden geproduceerd. Men graaft daarvoor de leemgrond af waarop ook alle teelten verbouwd worden. De spanten die wel vijf meter overspannen zijn uit beton gemaakt. Over deze spanten worden dan plastiekfolie gelegd om af te dekken. Rieten of strooien matten kunnen erover gelegd worden om zon te weren of om warmte binnen te houden.

We zitten hier op de vlakte maar toch zijn er merkwaardige niveauverschillen. Na een eindje wandelen komen we aan een plots stijl verticaal hoogteverschil van zo’n twee meter. Op die twee meter hoog loopt het veld voort en het is netjes aangeplant tot aan de rand met mais. Dit blijkt de afgraving te zijn voor de leem/grondstof  die diende voor de bouw van de huizen van het dorp alsook voor de serres. Het merkwaardige is dat de ondergrond zo vast is dat deze aarde zo blijft staan als een twee meter hoge muur, het maakt een wat surrealistische indruk.

Verderop staat een koeienstal waar een boer 17 koeien houdt. De koeien staan ofwel op stal of op een klein stuk grond buiten. Ze gaan nooit op de weide want die is er niet, dus worden ze de hele tijd gevoed met veevoeder, en het voer dat de boerderij zelf produceert. Buiten ligt een grote hoeveelheid stro van de boer zelf. Voor een maisveld is een betonnen citern waarin mais en verhakseld loof bewaard wordt als veevoeder. Deze koeien dienen vooral voor de melkproductie en zijn voor lokaal gebruik. Gemiddelde productie per dag bedraagt 35 liter melk. Ze zijn in elk geval een waardevol bezit want een bewaker en twee honden staan in voor bescherming tegen mogelijke diefstal. Een eindje verder verblijft een boerin die eveneens koeien houdt, maar die zijn in de eerste plaats bestemd voor de kweek; we zien dat er nu een kalfje bij staat. Het zijn typische Hollandse-Friese koeien, maar die blijken hier al bijna een eeuw te gast te zijn. De boerin leeft in een eenvoudige lemen woonst vlakbij de koeien en kalveren, ook om haar zaak te bewaken. Haar mooie huis in het dorp verhuurt ze ondertussen aan toeristen uit de stad.

Naast de hoofdactiviteit die bestaat uit verbouwen van graan of maïs ontplooien de boeren ook nevenactiviteiten die soms behoorlijke proporties aannemen. Zo bezochten we een eendenfarm met 4000 eenden die dagelijks voor 2000 eieren zorgen. Deze eieren gaan niet naar de markt voor consumptie – naar het schijnt zijn eenden-eieren niet bijzonder lekker – maar worden aan kwekers verkocht. Een legeend groeit eerst negen maanden op en legt dan gedurende vijf maanden, waarna ze naar het restaurant vertrekt. Naast zovele andere gerechten is ook de eend een Chinese lekkernij. Als we vragen naar de werkverdeling tussen vrouw en man krijgen we als antwoord dat man en vrouw gelijk zijn. Door de mechanisatie lukt het ook om gelijk werk te doen. Maar in de eendenfarm is het werk waarbij meer getild moet worden voor de man en doet de vrouw het kuiswerk.

We vervolgen onze weg en moeten opletten om niet van de sokken gereden te worden door scooters, ook op kleine wegen tussen het land. De meeste van die tuigen hebben net zoals sommige fietsen een elektrische motor waardoor je ze nauwelijks hoort naderen. Gelukkig toeteren ze meestal tijdig.

Dan belanden we bij een varkenskweker, met een stal waarin relatief weinig varkens zitten voor de oppervlakte. De stal is ruim en opmerkelijk proper. De varkensmest komt samen in een betonnen vergaarbak/citern achter de stal. Enkele meters verder ligt de begraafplaats met een aantal zerken. De investering voor de varkensstal is voor een groot deel met eigen middelen gedaan. Maar met wat discreter doorvragen komt het drama voor deze varkensboer aan het licht. Hij was verkoper in de stad en heeft die job laten staan om aan de varkenskweek te beginnen. Zelfs met de bedoeling om na deze stal nog een tweede bij te zetten. Het eerste jaar was de prijs goed, maar daarna stortte de prijs in om twee jaar te laag te zijn, zodat de varkens 30 % onder de productieprijs verkocht moesten worden. De bouw van de tweede stal is daarom gestaakt, en de varkensstapel ingekrompen; vandaar dat die beestjes zo ruim gehuisvest leken. Bovenop kwam nog de ziekte van de echtgenote van deze boer ex-verkoper.

We zagen dus heel wat bloeiende activiteiten en gemiddeld is er zeker een hele materiële vooruitgang, maar de vrije markt resulteert eveneens in dramatische situaties die dikwijls verborgen blijven.

Na onze verdere wandeling langs perziken en druiventrossen belanden we terug in het dorp. Een frisse pint in plastiek bekertjes van een vingerhoed groot is onze welverdiende opkikker. Na dit terrasje gaan we de hoek  om bij een winkel die een typische souvenir van deze streek verkoopt: papierknipkunst. Rond de tafel op een terras mogen we plaatsnemen om die kunst ook eens uit te proberen. We krijgen elk een piepklein schaartje en een rood papier in de handen gestopt en mogen de juffrouw haar instructies netjes opvolgen. Vouwen, knippen en luisteren. We herinneren ons terug die periode in de kleuterklas. Maar het resultaat is …. redelijk tot matig, we mogen tevreden zijn. En dan tovert de juf met een twintigtal knippen een papieren wondertje tevoorschijn: acht rode haantjes in een vierkant! Waarna de hele collectie wordt getoond met echt indrukwekkende kunstwerken erbij. Natuurlijk alles te koop aan de scherpst geknipte prijzen.

Een tweede bezoek leidt nog naar het atelier van de schilderes Pan Xiaoling, die inmiddels al heel wat bekendheid verwierf. (zie www.panxiaoling.com) Zij schildert werken die wat doen denken aan de naïeve kunst (stijl Rousseau). En ze geeft ons ook een demonstratie door erg vlot twee panda’s in een bamboebos op het papier te zetten. Hier hoeven we zelf het penseel niet te hanteren. De muren van het erg grote atelier, dat ook voor schilderlessen wordt gebruikt, zijn behangen met haar schilderwerken. Uiteraard alles te koop aan goede prijzen.

We besluiten naar dagelijkse gewoonte met uitgebreid Chinees avondmaal, dit keer met een boerenaccent.

Bezoek aan dorp en eierproducent

21 juli, 2009, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

Met dank aan Anita voor het verslag.

We bezoeken vandaag, 15 juli 2009, een dorp in de buurt van Danfeng. We worden ontvangen door een soort “veldwachter”, hij zegt dat de burgemeester jammer genoeg niet aanwezig kan zijn. Een groot stuk braakliggende grond voor het dorp was bedoeld voor een landingsplaats, maar dit project is (voorlopig) afgelast. Het was bedoeld voor vliegtuigen die ingezet worden voor de landbouw en herbebossing: planten en besproeien. Er zijn nieuwe huizen in aanbouw, bedoeld om boeren, die erg geïsoleerd leven in de bergen, naar het dorp te laten komen. Ze krijgen hiervoor een subsidie van de regering en moeten de rest zelf bijleggen.

De kippenkwekerij van het dorp is een familiebedrijf, gerund door de eigenaar, Mr Lee, met zijn vrouw en 3 kinderen. Als dat aantal ons verbaast, blijkt er nog een andere vrouw te zijn, hij heeft 2 zonen en die vrouw 1 dochter. Vroeger hadden ze liever zonen op het platteland vanwege het harde werk, maar nu is dat minder belangrijk, ze verkiezen hun kind een goede opleiding te geven. Respect voor ouders is erg belangrijk, kinderen zorgen voor hun ouders als die oud zijn.

Er zijn 6000 legkippen op de boerderij, die eigendom zijn van Mr Lee. De eieren worden verkocht aan een tussenpersoon (zakenman), die ze op zijn beurt verkoopt. 1 kip legt 300 eieren op 500 dagen. Daarna worden de kippen verkocht en gebruikt voor het vlees. Het voedsel voor de kippen koopt hij in een andere provincie, hij vindt dit betere kwaliteit dan dat van hier, hoewel het wat duurder is. De prijs voor de eieren is marktbepaald en varieert tussen 2,5 en 3,5 Yuan per pond, nu is het 3 Y. Hij heeft geen loonkosten, zijn gezin werkt in het bedrijf, tijdens de schoolvakanties ook de kinderen. Een kip koopt hij aan 3 Y, voeder per dag per kip kost 0,30 Y. Andere kosten zoals elektriciteit of onderhoud van de gebouwen rekent hij niet mee. Verwarming is niet nodig in de winter, de ramen afdekken met plastiek is voldoende. Hij heeft geen last gehad van de vogelgriep, maar het was toen moeilijk om de eieren te verkopen, hij had inkomensverlies in die periode. De kippenmest wordt verkocht aan boeren als mest voor de fruitteelt en medicinale planten. De kippenkwekerij bestaat 10 jaar, hij had een beginkapitaal van zichzelf (spaargeld) en een lening van de bank van 16000 Y. De rente is 0,3 %. Hij investeerde in kippen, gebouwen, voeder. Hij heeft ook een microkrediet per persoon van de regering. Hij zegt later wel te willen overgaan naar een coöperatief bedrijf, omdat ze dan kunnen samenwerken en mekaar ondersteunen.

Er is geen kwaliteitscontrole vanwege de regering, hij doet zijn best om zo gezond mogelijk te werken. Het kippenvoer bevat enkel voeding, geen antibiotica of medicijnen zegt hij. Hij heeft geen plaats genoeg voor scharrelkippen. Er is communicatie met andere kippenbedrijven over technieken en problemen, niet over prijzen aangezien die bepaald worden door de tussenpersoon (markt). De eieren worden gebruikt in eigen provincie en uitgevoerd naar andere provincies. Voor hij de kippenboerderij begon was hij boer (tarwe en mais), nu heeft hij het beter, vindt hij. Hij woont niet in de kwekerij, maar hoger in de bergen. Hij betaalt geen belastingen, aangezien hij landbouwer is. Op onze vraag of hij veel administratie moet doen, antwoordt hij dat enkel een rapport nodig is in verband met medische verzorging van de kippen, een gezondheidsrapport.

Aan opvolging, eventueel door zijn kinderen, heeft hij nog niet gedacht. Pensioen is er niet, hij zal van zijn spaargeld moeten leven. Het is de gewoonte dat kinderen hun ouders helpen, zo niet kunnen ze wel terecht in bejaardentehuizen. De regering betaalt wel 3000 Y of meer voor alleenstaande ouderen of gehandicapten. Op dorpsniveau wordt soms volgens de leeftijd 10 of 20 Y per maand gegeven, maar niet hier. Het dorp haalt die inkomsten van de regeringstoelage.

Voor gezondheidszorg betalen de landbouwers 20 Y  per jaar. De regering betaalt 60 % van de medische verzorging.

De kinderen gingen naar de lagere school in het dorp, nu gaan ze naar het hoger middelbaar of de hogeschool in de nabijgelegen stad, intern.  Mr Lee zelf heeft 12 jaar school gelopen en heeft zijn diploma van hoger middelbaar behaald, wat niet zo evident was voor landbouwers toen: in zijn jaar slaagden er slechts 4. Er is 9 jaar gratis onderwijs, daarna betalend (toen 3 Y per jaar). Zijn vrouw is tot 15 jaar naar school geweest (lager middelbaar). Volwassenenonderwijs is er niet in het dorp, hij vindt zich ook te oud voor bijscholing.  Op school in het dorp leren de kinderen wel met een computer werken, maar er is geen internet. Er is wel een bibliotheek.

Elke 3 jaar wordt een dorpsraad gekozen, iedereen vanaf 18 jaar heeft stemrecht. De dorpelingen doen voorstellen voor de infrastructuur volgens bepaalde normen, binnen een kader dat de regering bepaalt en betaalt.

We bedanken Mr Lee voor zijn gastvrijheid en medewerking met een fotoboek over België en een foto van onze groep en gaan verder in het dorp op verkenning.

Elk huis heeft zijn tuintje met groenten voor eigen gebruik: tomaten, pompoenen, bonen, aubergines, mais, pepers…, en een varkenshok met enkele varkens waarvan de mest gebruikt wordt voor methaangas voor het gasfornuis. We krijgen een demonstratie hiervan. Van de 400 families in het dorp hebben er 100 zo’n individuele methaangasinstallatie. Een groot percentage van de totale varkensproductie in China is volgens hen afkomstig van deze kleinschalige kweek.

We merken 2 grote gebouwen op: het ene een school, het andere was bedoeld als kantoor voor de geplande luchthaven, maar nu dat project niet doorgaat wordt het omgevormd tot vakantieverblijf voor stedelingen.

We hebben een uitgebreide, lekkere lunch in het restaurant van het dorp, dat ook bedoeld is voor mensen die hun vrije tijd op het platteland willen doorbrengen (“groen toerisme”). We hebben nog de gelegenheid om een gesprek te hebben met de uitbater van het restaurant. Het is een familiezaak met een kok die ingehuurd wordt. De eigenaar heeft 2 dochters die wat Engels praten: de ene heeft juist de middenschool afgemaakt en gaat na de vakantie naar “high school” in Danfeng, een school met meer dan 2000 leerlingen. In de vakantie helpen de kinderen in het restaurant. Het restaurant is een nevenactiviteit, gecombineerd met landbouw (groententeelt). De landbouw gebeurt in de vlakte, ze gaan enkel de bergen in voor hout. Ontbossing is geen probleem, ze planten zelf bomen bij en de regering doet dit ook met vliegtuigen.

Het restaurant draait goed: er komen dagelijks zo’n 20 personen, vooral vanuit naburige dorpen en steden. Er staat een bord langs de baan om reclame te maken en ze geven adreskaartjes mee aan de klanten.  De dochter leert internet op school, maar een website zit er voorlopig nog niet in.

De landbouw gebeurt hoofdzakelijk manueel, het planten dan toch, het oogsten gebeurt machinaal. Het vliegtuig om te sproeien wordt nog zelden gebruikt, niet meer dan 1 maal per jaar. Er worden enkel low toxic pesticiden gebruikt, en selectief.

1 keer per jaar is er een meeting van alle dorpelingen, de dorpsraad vergadert regelmatig. De raadsleden worden verkozen, zoals de kippenboer al vertelde, en zijn niet noodzakelijk lid van de communistische partij.

Het gemiddelde inkomen in dit kanton is 1600 Y per persoon per jaar, dus een familie met 4 personen heeft zo’n 6400 Y. Daarbij hebben ze nog hun eigen groenten en varkens. In de bergen ligt dat inkomen lager, hier hoger. Er is geen echte armoede. Een familie betaalt per jaar ongeveer 300 tot 500 Yuan voor elektriciteit. De brommer van de restaurantuitbater kost 4000 Y.

We bedanken ook deze mensen voor hun bereidwilligheid en nemen afscheid om terug te rijden naar Xian.

PS. 1 € = 9.4 Y

Bezoek aan een plantage van geneeskundige kruiden

21 juli, 2009, een bijdrage van Frank | Commentaar (0)

Met dank aan Daisy en Sibylle voor het verslag.

0p dinsdag 14 juli 2009 brengt de groep een bezoek aan een teeltbedrijf van medicinale planten in het dorp Shangshan, nabij Danfeng County, op ± 200km ten Oosten van de provinciehoofdstad Xian. We bereiken het dorp via een moderne snelweg, waar vooral vrachtwagens op rijden. De streek heeft een traditie in het kweken van geneeskrachtige planten, er is zuivere lucht en het bedrijf ligt ver genoeg van drukke verkeersaders.

We spreken er met Mr Liu Zheng Hua, de manager en één van de twee overige aandeelhouders van de firma die er sedert drie jaar actief is. In een vorig leven was hij zelf boer. Het kapitaal dat de vennoten investeerden komt van eigen spaarcenten. Onze gids vertelt ons dat plattelands Chinezen voorkeur geven aan sparen boven consumeren!

De plant die er geteeld wordt is de “Tan Shen”(salvia met rode wortel), waarvan de wortel actieve bestanddelen bevat die goed zijn om allerlei hartkwalen te bestrijden. De plant wordt hier handmatig geplant, de grond wordt bemest met meststof van kippen en na 10 maand machinaal geoogst. De oogst wordt geheel door een bedrijf opgekocht, die de wortels verwerkt tot pillen.

Mr Liu laat 300 mu (=20ha) voor de rekening van zijn firma bewerken door een max van 107 arbeiders in de plant-en oogstperiode. In de periode daartussen volstaan een 5-tal werkkrachten. Mannen verdienen er 50Y en vrouwen 30Y per dag. Op de vraag of ze dan verschillend werk verrichten, wordt eerst negatief gereageerd, bij enig aandringen over het waarom van dit – toch wel aanzienlijk – loonverschil wordt enerzijds gezegd dat vrouwen toch wel minder zwaar werk opnemen, en dat het de gewoonte is dat vrouwen minder verdienen. Wij stellen ons de vraag of ‘gelijk loon voor gelijk werk’ bij wet voorzien is.

Het is heet, we staan op het veld en de ene vraag volgt op de andere… de discussie wordt vervolgd in het ‘bureau’ van Mr Liu, die volgens onze indruk eerder een schuur is. De man is nochtans niet van Shangshan zelf, hij woont immers op 7km (in een stadje?) hier vandaan.

Voor het gebruik van de grond moet de firma 1600Y per mu per jaar betalen aan de boeren die hun perceel ter beschikking stellen. In deze prijs zit ook enige arbeid begrepen.

Langsheen het verbouwde perceel dat we bezoeken loopt een irrigatiekanaaltje dat door de dorpelingen aangelegd werd. Voor het water hoeft men niet te betalen, het komt van de nabijgelegen rivier. Er is ook geen belasting te betalen, want landbouw wordt door de overheid aangemoedigd omdat vele dorpsbewoners, jongeren de streek verlaten om o.m. in het nabijgelegen Xian te gaan werken in de industrie.

Wat de afzet betreft, lopen de vennoten geen enkel risico: de kwaliteiten van de plant is – volgens eigen zeggen – van het allerbeste en de markt is zeker: met de firma die de verwerking op zich neemt is er inmiddels een contract van 3 jaar en een kaderoverenkomst van 10 jaar. Het gaat om een groot Chinees bedrijf dat ook naar de USA exporteert.

Naast de 20ha eigen productie, koopt de firma eveneens de oogst op van 60ha die door individuele boeren geteeld worden. Hij betaalt er 8Y per kg voor. Hij zou graag dit segment van hun activiteit uitbreiden, maar vele boeren geven er de voorkeur aan o.a. tarwe en maïs te verbouwen.

Het inkomen van de dorpelingen is sedert de meer open politiek van de huidige overheid aanzienlijk verhoogd, ze spreken de hoop uit dat deze politiek kan doorgezet worden. In het dorp worden verder ook op grote schaal varkens, kippen, koeien en schapen gekweekt. Toch is de inkomensstijging vooral te wijten aan de inkomens van de inwoners die de hele week in Xian in de fabriek werken.

Economische crisis? Onbekend! Dus zeker geen impact tot zo ver!

    About us

    Frank en Lieve waren al vrienden van China, voor ze elkaar leerden kennen.
    Hij bewondert de Chinezen voor wat ze in enkele decennia verwezenlijkten en volgt met belangstelling de evolutie van het Chinese socialisme. Hij was ingenieur en bezocht China beroepshalve zowat 50 maal. Hij was voorzitter van de Vereniging België-China en bestuurder van de Belgisch Chinese Kamer van Koophandel; hij schrijft in het tijdschrift China Vandaag en geeft regelmatig conferenties over China. Na zijn pensioen gaf hij sinds augustus 2006 als vrijwilliger les aan de Shenyang Normal University.

    Zij is kunstschilder en bezocht China drie keer: in 87 individueel; ze had al andere ontwikkelingslanden bezocht en was onder de indruk: iedereen in dit gigantische land had eten, een woning en nette kledij. In 88 werd ze officieel uitgenodigd om een tekenwedstrijd te jureren. In '89 gaf ze een reisverslag, geïllustreerd met haar schetsen uit: 'Kanttekeningen uit China'. Een selectie van haar schilderijen zijn te zien op: lievedejonghe.be.

    Sinds de zomer van 2008 zijn ze terug in België, waar ze verder activiteiten rond China ontwikkelen..

    Links
    Admin