Moe maar tevreden!
Ook ons bezoek aan de Expo in Shanghai zit er intussen op. Morgen nog een klein dagje vrij rondzwerven in deze overweldigende stad en dan het vliegtuig naar Beijing op.
Vorige keer waren we op weg naar Zhengzhou, hoofdstad van de provincie Henan, na een bezoek aan de facinerende grotten van longmen (400 jaar lang is er tijdens de hoogdagen van hget boeddhisme aan gekapt!) en de nog meer facinerende stuwdam van Xiaolangdi; die dient vooral voor de controle van het waterdebiet van de wispelturige Gele Stroom en er werdt slechts een tiental jaren aangewerkt! De hittegolf is weer terug.
De 14′de juli werd een speciale dag met een bezoek aan het ‘laatste communistische dorp’ Nanjie. Hier is men nog roder dan Mao zelf ooit was, iedereen is er in theorie gelijk en er is niets privé. Het bezoek dat vorig jaar nog een positieve indruk naliet viel deze keer tegen. De toeristische gekleurde ontvangst was beter georganiseerd dan vorig jaar, compleet met hostessen en electrische busjes, maar we kregen eigenlijk niets echt te zien en het dorp zowel als de fabrieken maakte een nogal verlaten indruk. Misschien klopt het wel dat ze sinds 2008 virtueel failliet zijn.
Een lange nacht treinen naar Hangzhou, een half dagje vrij en dan een prachtige avondmassavoorstelling op het Westmeer in choreografie van de beroemde Zhang Yimou die tekende voor alle belangrijke nationale evenementen de laatste jaren, inclusief de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Die man kan het en het decor is gewoonweg feeëriek. Alles gebeurt letterlijk op het meer, op tien cm onder hte oppervlak zijn onzichtbare loopbruggen aangebracht.
Op 16 en 17 juli wacht ons dan weer het ernstiger werk, met eerst bezoek aan enkele heel moderne fabrieken in het plattelandsarrondissement Shengzhou: een fabriek van luidsprekers en digitale TV’s en een fabriek van zijden dassen. Beiden mikken op hget hoge kwaliteitssegment en exporteren ongeveer 100%. Beiden zijn de grootste van hun genre in de wereld- of zeggen dat toch; veel kans dat je TV-szcherm en je zijden das uit Shengzhou komen. Wij onthouden dat de Chinezen allang niet meer loutere producenten van camelot zijn; sommigen zijn heel gesofistikeerd geworden, alleen zien we dat niet als consument omdat ze zich wegstoppen achter westerse merken waarvoor ze produceren.
Ook het plattelandarrondissement Yuyao van de naburige stad Ningbo is al heel fel gemoderniseerd, maar het dorp Xiao Cao’E heeft nog een eindje te gaan. Hier zijn nog echte ‘boerenfabrieken, maar hte moderne industriepark is volop in aanleg! Hier leren we van waar al onze vloeibare zeepjes, muggenverjagers en lotions komen: in een wat oubollig fabriekje worden de basisbestanddelen gemengd, worden PET-flessen geblazen , gevuld en dan grotendeels met de hand verder afgewerkt, gkeurd en verpakt. We hebben er een interessant gesprek met het dorpsbestuur. Blijkt dat van de officieel 8000 boeren in het dorp bijna niemand nog de landbouw als belangrijkste bron van inkomen heeft!
Daarmee zit ons studiekarakter van de reis er bijnan op; tijd om een kort bilan te maken; we hebben het ‘gemiddelde’ platteland gezien in Xi’An, Luoyang en Zhengzhou, en het heel rijke platteland in Hangzhou. Op het weinig overtuigende Nanjie is overal alles privé. Maar in Luoyang zagen we hoe de boeren spontaan hun grond terug poolen in een dorpsondernemeng. En overal ondervonden we dat de overheid een flinke vinger in de pap heeft wanneer het op reglementering van het privé-initiaitef aankomt. Vrije micro-economie, gecontroleerde macro-economie, zei Deng Xiaoping. Of ‘socialisme op zijn Chinees’.
De 18de bezoeken we nog het zijdemuseum en een traditionele theeplantage. Die combineert thee met een stuk toerisme om voldoende inkomen tre vergaren. DE dames uit de groep laten hun koopwoede even los want zowel natuurzijde als Long Jin groene thee moet je nu eenmaal in Hangzhou kopen. De theeboer weigert korting te geven, want in dit dopr worden de prijzen streng door de overheid gecontroleerd; die wil verhinderen dat de boeren mekaar zouden kapot concurreren.
van Hangzhou naar Shanghaiu is het maar drie uur bussen. De eerste avond trekken we gezmanelijk naar de nieuw ingerichte Bund, vanuit de bocht van de rivier heb je een ongelooflijk zicht op de beide ‘s nachts mooi verlichte oevers, het koloniale Puxi van de jaren 20-30 en de nauwelijks tien jaar oude skyline van Pudong met het tweede hoogste gebouw ter wereld.
We besteden twee volle dagen aan de Wereldtentoonstelling, alhoewel de laatste halve dag de gelederen tengevolge van de warmte al flink uitdunnen. De Expo draait intussen op volle toeren , ttz ongeveer 400.000 bezoekers per dag. Alles is piekfijn georganiseerd, boven de wachtrijen zijn sinds mijn eerste bezoek in mei zonneschermen geplaats met verneveling van water; soms zie je de wachtrijen bijnan niet staan, maar in deze toch al vochtige lucht v erkoelt het water nauwelijks. Voor de grote publiekstrekkers zijn er wachttijden van meer dan drie uur. Maar er zijn genoeg interessante themapaviljoenen met veel minder publiek ,dus we trekken onze plan. Als goede Belgen trekken we zelfs meer dan onze plan, sommigen weten via het restaurant van het paviljoen de files te omzeilen, anderen profiteren van onze zeldzaamheid als ‘grote neuzen’ in dit bijna uitsluitend Chinese publiek om de vriendelijke Chinezen te overtuigen hen via de VIP ingangen binnen te laten. En Lieve die intussen zowat heel Shanghai kent, weet onze hele groep zonder wachttijd binnen te krijgen in het Belgisch paviljoen maar ook in de absolute topper Spanje! Bravo! Iedereen in de groep vind uiteindelijk zijn gading.
Morgen 22 juli nog wat vrij rondhangen – er is keuze te over tussen musea, de Yuyuan tuin en de oude stad, het platform boven op de tweede hoogste toren ter wereld, de magnetische zweeftrein aan 435 km per uur,… en ‘s avonds per vliegtuig naar Beijing. Wat ons betreft eist het werk van Lieve zijn rechten op: we gaan morgen kunstgalerijen bezoeken.
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)Eindelijk een teken van leven!
We zijn intussen al weer negen dagen in China! ‘We’, dat is de groep van 28 die op initiatief van de Vereniging Belgie-China voor drie weken het Chinese platteland bezoekt.
Waarom we nog niets lieten horen? Nee, er is niets dramatisch gebeurd, iedereen is in goede doen op wat tourista na. Gewoon elke dag te druk, soms geen internet beschikbaar en regelmnatig uitgeteld van de warmte.
Peking wachtte ons op maandag 5 juli om zes uur ‘s morgens op met een zeldzame hittegolf. ‘Blijf binnen’ raadde de regering de bevolking aan. We lieten het niet aan ons hart komen en begonnen de dag na een slapeloze nacht met een briefing over het platteland door professor Du , Michael Crook en een specialiste van plattelandsgezondheidszorg. Tijd om tijdens de -uiteraard Chinese- lunch, verder kennis te maken met onze Chinese gastheren en met de Chinese studentes Susan en Ruth die ons gaan vergezellen, en daarna duikt iedereen , op een paar moedige Temsenaren en een verloren Limburger na het bed in om te recupereren. Vrije avond.
Dinsdag wordt het meteen menens: na een Chinees ontbijt – sommigen zullen dat zelfs na negen dagen nog niet kunnen verteren- wandelen we in de broerige hitte beschermd door zonneschermen plus fantasierijke hoedjes en petjes door de Verboden Stad en over het Tian An Menplein. Lunch in een restaurant met gerechten en spectakel van minderheden uit het Zuidwesten-iets te veel ‘toeristisch’ en dan op naar de altijd impressionante Tempel van de Hemel. Vervolgens rennen naar het station voor de nachttrein naar Xi’An in couchetten tweede klas.
In Xi’An wisselen we bezoeken aan het platteland af met meer toeristisch werk. Eerst twee dagen het plattelandskanton Danfeng, in de bergen op een goede drie uur bussen op de autostrade van Xi’An naar Shanghai, met bezoek aan een plantage van geneeskundige kruiden, een aantal dorpshuizen gebouwd voor de hervestiging van bergbewoners, een kippenboerderij, het dorpsgezondheidscentrum, een woning die kookt op methaan uit de beerput, een restaurant voor Chinese weekendtouristen; in het ouderlingentehuis geraken we niet want de weg is te modderig wegens de regen die dag. Leerzaam bezoek dat illustreert hoe ‘arme ‘ dorpen niet noodzakelijk arm moeten blijven. Sinds ons bezoek vorig jaar is hier wel niets veranderd. Fantastische avond in het kantonale stadje Danfeng waar wij als toeristische attractie voor de lokale bevolking dienen.
Op de terugweg staan we enkele uren stil in een file wegens een ongeluk in een bergtunnel; een frekwente gebeeurtenis want de lokale boeren staan quasi onmiddelijk klaar met drank en fruit. Wij verbroederen met een bus jonge meisjes die op weg zijn om als gastarbeiders twee maanden lang te gaan werken in de horeca in Weinan, enkele uren verder. We zingen, dansen en spelen spelletje, waarbij dr. Kris zich van zijn beste kant als zanger van Chinese liedjes laat zien. Net wanneer Mark en Katrien een spoedcursus salsa beginnen is de file helaas opgelost. Hilarische dag.’s Avonds bezoeken de moedigen nog de moslimsoek van Xi’An
Na Danfeng de toeristische toppers van Xi’an: terracotta krijgers, provinciaal oudheidkundig museum, fietsen op de stadsmuren uit de Ming periode. Commentaar overbodig. Het regent nog steeds.
‘s Avonds krijgen we een kultureel spectakel over de Tang dynastie die Xi’An groot maakte. Volgens onze experts maar een flauw toeristisch afkooksel. De moeite of niet?
Tijd om af te zakken naar het arrondissement Zhouzhi, op meer dan vier uur rijden, waarvan bijna drie uur langs een smalle bergweg. Daar in een minuskuul bergdorpje met 70 gezinnen krijgen de boeren steun van de regering en het WWF om de roofbouw op de natuur te stoppen en de regio om te toveren tot eccotoerisitische zone voor Chinese toeristen. De laatste kilometer tot het dorp is onbereidbaar voor omze bus wegens de hoge waterstand omwille van de regen.De hele vallei is tot natuurreservaat uitgeroepen. We bezoeken er een ex- boer, nu hotelhouder die zichtbaar goed boert. Toch lijkt het alsof bijna alle huizen in de regio die kamers verhuren in deze topmaanden van het lokale tourisme nog grotendeels wachten op de verwachte toevloed. Iedereen van onze groep had hier graag een of twee dagen langer gebleven om te genieten van de bossen en de bergen en de frisse lucht, om te wandelen of gewoon te luieren.
Terug in Xi’An halen we na de fesstelijke lunch met verjaardagstaart voor Claire nog net de trein naar Luoyang, ‘slechts’ zes uren sporen, die zo voorbij zijn. In Luoyang wacht ons een nieuwe gids. Na de supervlotte Wanlin (Henry) in Xi’An wacht ons nu de oudere Peter Wang. een man die goed getuigt over het verleden maar minder goed Engels praat. Luoyang is naast archeologisch belangrijk gebied vooral een middelgrote oude industriestad waar de hervormingen en de stadsrenovatie laattijdig begonnen. Het loopt duidelijk achter op Xi’An.
Wijzelf besteden de eerste dag, na het troosten van onze Hollandse reisgezellin wegens het voetbalverlies, aan een bezoek aan het kanton Yanshi en bezoeken het dorp Erlitou. Hier komen geen toeristen tenzij een zeldzame Japanner om de sporen te zien van gebouwen uit de Xia dynastie. We discussieren met het gemeentebestuur over de ambitieuwe plannen om een nieuw modeldorp op te bouwen. We hadden gevraagd naar enkele meer formele omtvangsten dan vorig jaar en worden prompt door de top van het kantonbestuur ontvangen. We bezoeken een graanboerderij die gerund wordt door een collectief dorpsbedrijf. Bedoeling is dat alle boeren vqn het dorp binnen drie jaar al hun grond behalve een klein privelapje verpachten aan de firma die een aantal prestaties in natura levert ter compensatie; de boeren gaan dan elders werk zoeken in de industrie of de dienstensector. De firma doet aan gemechaniseerde landbouw en verwerkt bijna alles tot alkohol, meel en cosmetica. Met de winst wordt de dorpskas in evenwicht gehouden. Ik wordt tussendoor ook nog geinterviewd door de televisie van Yanshi, we gaan in kleine groepjes eten in de huizen van de dorpelingen. Verder bezoeken we nog maar een dorpsgezondheidscentrum, een stuk beter dan in Danfeng . en een fabriek van gemotoriseerde driewielers , een filiaal van een grote groep uit Chongqing dat erg belangrijk is voor de plaatselijke tewerkstelling.
Op de terugweg brengen we de bedienden van de post tot wanhoop omdat iedereen van die malle Belgen postzegels wil in plaats van de gebruikelijke stempels. Iedereen is tevreden over de dag.
‘s Avonds bezoekt een deel van ons de ‘oude stad’, een stadsgedeelte met ‘echte’ oude Chinese huizen, heel populair om niet te zeggen grotendeels verkrot, maar nu ontdekt door het plaatselijke toerisme en met een begin van renovatie. Barbeque met bier van ‘t vat bij de lokale bevolking en het is na enkele regen- en wolkendagen opnieuw broeierig warm.
Morgen 13 juni opnieuw een toeristische dag met de beroemde Longmen grotten en de grote stuwdam Xiaolangdi op de Gele Stroom en dan doorrijden naar de provinciehoofdstad Zhengzhou. En opnieuw een verjaardagsfeestje. De tijd is voor iedereen voorbijgevlogen en gelukkig is alles tot nu toe vlekkeloos verlopen.
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)100ste internationale vrouwendag: Lieve terug in Shanghai!
Een gezicht als een open boek…
Ons wonen in China ligt anderhalf jaar achter ons en zie, daar komt er reeds een nieuw China-avontuur aan. 2010 wordt een jaar vol China! Sinds november laatstleden weet ik dat ik op de Wereldtentoonstelling Shanghai 2010 aanwezig mag zijn met een installatie met vier schilderijen. Ze hangen in het Belgisch Paviljoen. Daar schrijf ik beslist meer over, eenmaal de Wereldtentoonstelling begonnen is en ik vaak in Shanghai zal zijn. Maar per genadig toeval werd ik enkele weken geleden uitgenodigd door de Vrouwenvereniging van Shanghai en het Nationaal Museum van Shanghai om deel te nemen aan een internationale tentoonstelling naar aanleiding van de 100 ste internationale Vrouwendag. Er namen 25 landen aan deel, het werk van 44 kunstenaressen was te zien.

Shanghai Art Museum
Ikzelf was tijdens de tentoonstelling aanwezig in Shanghai. Ik deel dan graag mijn ervaring met u via onderstaand verslag dat ik schreef na mijn thuiskomst:
Bij mijn reisbenodigdheden die ik klaargelegd had om mee te nemen naar China ligt mijn dagboek , geschreven in Shanghai in 1990. Toen, ik was 29 jaar , reisde ik ook alleen naar Shanghai. Via de Vereniging Belgie-China, werd ik uitgenodigd door de Vriendschapsvereniging van Shanghai om jurylid te zijn voor een internationale tekenwedstrijd voor kinderen. Dit werd een ervaring die me meer gevormd heeft dan ikzelf jaren ingeschat heb. Ik schreef tussen mijn 10de jaar en mijn 33 ste jaar steeds dagboeken en heb er nooit ééntje herlezen maar ik besloot nu een inbreuk te plegen op die gewoonte en dit wel eens te doen. De dag voor ik vertrok keek mijn man even naar de foto’s in dat boekje en hij merkte op dat het jureren destijds, maart 1990, doorging in Het Nationaal Museum van Shanghai, net dezelfde plaats waar straks , maart 2010, twee van mijn schilderijen zouden hangen! De toon is gezet: ik voel dat het een reis vol nostalgie wordt.
Het museum heeft inmiddels een nieuwe locatie gekregen en ik word ook niet meer opgewacht door dansende en zingende kinderen met vlaggetjes. Uiteraard niet, bedenk ik maar , ik voel me eigenlijk wel blij dat ik dat allemaal meegemaakt heb en dat ik de veranderingen in dit grote land al 20 jaar van vrij dichtbij meeleef.
Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de Internationale Vrouwendag organiseerde men hier een internationale tentoonstelling voor vrouwelijke artiesten. Er nemen 25 landen deel, er is werk aanwezig van 44 kunstenaressen. Er hangen twee schilderijen van mij.

Samen met collega's voor mijn werk

In het museum
Ik word verwacht op een debat over De Vrouwendag. (zie verslag) Ik zie de jonge vrouwen in het debat zitten en misschien ik het wel de eerste keer in mijn leven dat ik denk als een oudere vrouw: zij waren baby’tjes toen ik hier voor het eerst kwam. De tentoonstelling wordt ingeleid door een openingsceremonie, er zijn debatten gedurende de hele week en er is een sluitingsceremonie. Ik ben overal aanwezig.

Openingsbuffet

Sluitingsceremonie op dakterras van Museum
Buiten mijn activiteiten in het museum wil ik nu in Shanghai contacten leggen om in de stad tentoon te stellen terwijl er tijdens De Wereldexpo 2010 vier van mijn schilderijen hangen in Het Belgisch Paviljoen. (ik kan nog steeds niet geloven dat er nu hier , van 7 maart tot 12 maart werk van me hangt en straks, van 1 mei tot eind oktober eveneens tijdens de Wereldexpo. Het geeft zo een gevoel van puzzelstukken die samen vallen!)
Ik ga praten met een galerij. De eerste van een reeks die ik aanstipte om te bezoeken. Drie vrouwen ontvangen me. Ik toon hen tussendoor mijn dagboekje van 1990. Ze worden erg nerveus en praten door elkaar, ze halen er een man bij. Ze leggen me uit dat de galerij toebehoort aan deze kunstenaar die dezelfde leeftijd heeft als mij. Maar dat zijn werk in België tentoongesteld werd, rond 1990, rond de tijd dat ik hier aan het werk was voor die kindertekeningen. Ik vraag hem hoe hij in België terecht kwam omdat dit toch niet zo evident was in die tijd. Hij zei dat hij uitgenodigd was door… De Vereniging België -China. Iedereen wordt stil als ik vertel dat ik toen als vrijwilliger samen met Mia , een erg actieve dame destijds in de VBC, tentoonstellingen organiseerde en dat ik wellicht zijn schilderijen heb laten rondreizen.
Na tien dagen van hot naar her lopen in Shanghai waag ik een vraag te stellen die ik eigenlijk te gek vind, bijna gênant . Ik toon mijn dagboek aan een Chinese kennis en vertel dat ik graag mijn gids van destijds, toen een jongen van 22 jaar, zou terugzien. Leven er niet zo’n 18 miljoen inwoners in deze stad? De man bekijkt de naam, zegt dat het een naam is die niet veel voorkomt en zoekt op faceboek. De dag voor ik terugvlieg belt hij me op met de melding dat hij hem vond. Mijn gidsje van toen is nu een man met een hoge functie. Mijn vriend vraagt of hij hem mag contacteren. Ik zeg ‘ later misschien, als ik terugkom in mei’. Nu moet ik alles laten bezinken.
Tijdens mijn terugvlucht herlees ik dan eindelijk mijn dagboek. Ik sta versteld van hoe weinig een mens zijn denken verandert in 20 jaar! Toen , net als nu, vond ik dat ik in situaties terechtkwam die te moeilijk voor me waren, toen net als nu dacht ik dat ik het niet zou slagen in wat ik moest realiseren, toen net als nu had ik de wil het wel degelijk tot een goed einde te brengen en door te zetten niettegenstaande mijn schrik en moeheid van het teveel hooi op mijn vork nemen (wat een troost. Ook nu ben ik moe en dit heeft dus niet met mijn leeftijd te maken?) , toen net als nu voelde ik me zo dankbaar en genoot ik màteloos van elke minuut, van elke uitdaging, van alles wat rond, in, met me gebeurde. Als de Stewart , tussen Londen en Brussel, komt vragen of ik iets wil drinken vraag ik te nadrukkelijk of hij soms iets sterks heeft: hij brengt mij twee flesjes vodka! We schieten beiden in een lach als hij ze me geeft: is mijn gezicht werkelijk zo een open boek? Het mag dan een open boek zijn , ik vermoed dat het nog steeds niet volgeschreven is…
VERSLAG DEBAT:
Plaats debat: Shanghai Art Museum , 8 maart 2010

Rondetafel debat
Aanleiding debat: viering van 100ste verjaardag internationale vrouwendag en de tentoonstelling Aanwezig in het debat: zowel oudere , als jongere mensen, veel vrouwen en enkele mannen:kunstenaressen, uitgevers, journalistes en journalisten, vrouwen van organisatie tentoonstelling…. (samen met een vrouw uit Maleisië waren we de enige buitenlandse deelnemers in het debat, denk ik)

Met Maleisische kunstenares en organisatrice van debat
Het debat begint meteen pittig: iedereen is blij dat een tentoonstelling voor en door vrouwen georganiseerd werd naar aanleiding van de 100 ste verjaardag van de Internationale Vrouwendag en men oppert dat tentoonstellingen voor vrouwen vaker zouden moeten georganiseerd worden waarop enkele vrouwen zeggen dat dit geen goede zaak is: een onderscheid maken tussen vrouwen en mannen is eigenlijk aanvaarden dat een groep inferieur is aan de andere.
Op het moment dat ik me mag voorstellen zeg ik dat ik het noodzakelijk vind dat er Vrouwenverenigingen zijn en ik geef uitleg over mijn schilderij ‘nooit veraf’ (‘nooit veraf’: twee schoentjes van ingebonden vrouwenvoeten , voor 1900, hangen aan een haakje. De kleine schoentjes zijn voor mij het symbool voor het beperken van de vrijheid van de vrouw: letterlijk en figuurlijk. Net zoals kleine voetjes toen sexy gevonden werden, zo worden hoge hakken nu erotiserend ervaren en beiden beperken ze de vrouw in haar bewegingsvrijheid. Misschien is dit niet zo toevallig. De schoentjes op mijn schilderij hangen losjes aan een haakje waarmee ik bedoel dat het inperken van de vrijheid van een vrouw niet iets is niet iets van honderd jaar geleden in het Verre Oosten maar een gevaar dat steeds aan een haakje hangt, klaar voor hergebruik, en dat vrouwen daar alert moeten voor zijn. ) Vele Chinese vrouwen van het panel zijn het niet met me eens omdat ze het zo niet ervaren. Ze weten niet wat ik bedoel met ‘vechten voor gelijkheid en vrijheid tegenover de man’. Op zich ben ik aangenaam verrast en is mijn nieuwsgierigheid naar hun mening helemaal geprikkeld.
Ze vinden dat ze alle vrijheid hebben en alle keuzes kunnen maken , zonder enige vorm van druk, noch van ouders noch van mannen: studeren , niet studeren, na studie werken of een rijke man zoeken en niets doen. Chinese vrouwen voelen zich erg vrij en ervaren de relatie tussen man en vrouw niet als een strijd. Daar zijn ze het allen over eens.
Lachend voegen ze eraan toe dat zelfs rijk trouwen en niets doen en hele dagen koffie gaan drinken in dure cafetaria aangemoedigd wordt door hun moeders en bijlange niet scheef bekeken wordt. Onze Vrouwendag indachtig zijnde zeg ik dat dit geen vrijheid is. Ik ben opgevoed door een moeder die er heel erg op stond dat we een eigen diploma haalden en ons eigen geld konden verdienen, ook binnen een huwelijk omdat je maar vrij bent als je financieel onafhankelijk bent. En als je dat niet bent dat je huwelijk kan veranderen in een gevangenis. Dat ik geloof dat de strijd een verhaal is dat niet afgesloten is. Dit schokte de jonge vrouwen erg. De Oudere vrouwen applaudisseerden.
Meteen viel de groep uiteen in twee groepen. Vrouwen die me gelijk gaven, meestal de oudere, al waren er ook drie jonge vrouwen die me erg steunden, en boze jonge vrouwen.
Een oudere vrouw gaf een interessante reactie om dit conflict te duiden. Wij , in het westen ervaren dit probleem meer als een strijd omdat wij in het westen individueel, van beneden af moesten strijden voor onze vrijheid. Hier werd het van bovenaf geregeld. De aanwezige oudere vrouwen beleefden gouden tijden tijdens de culturele revolutie, zeiden ze, ze hadden geen nood aan een Vrouwenvereniging : die was heel sterk rond 1967 ,omdat die georganiseerd werd door leider Mao. Hij zei dat de vrouw de helft van de hemel kon dragen, legden ze me uit en daar praten ze met heel veel dankbaarheid over. Er werd kinderopvang op het werk zelf voorzien, maaltijden op het werk en op school zodat er minder boodschappen moesten gedaan worden en minder moest gekookt worden.
De jongeren bevestigen dat ze geen strijd zagen thuis, dat pa en ma dezelfde rechten hadden, samen het huishouden deden en mekaar heel erg respecteerden en dezelfde job konden hebben. Ze zeggen dat het nog zo is in de stad maar niet meer zo is op het platteland. Vroeger dus wel.
(vrouwen van Shanghai hebben doorheen de geschiedenis steeds de reputatie sterke onafhankelijke vrouwen te zijn. )
Inderdaad , toen ik in 1987 door China reisde zag je overal bijvoorbeeld vrouwelijke buschauffeurs, daar was geen sprake van in Europa, in die tijd. Dit hier, in het museum, anno 2010, zo te horen uitleggen aan me door oudere vrouwen die het allen eensgezind beamen, maakt indruk om me. 1967, de culturele revolutie, het klinkt voor mij zo beladen dat ik echt diep in de ogen van de vrouwen kijk om te zien of ze het echt menen en dat blijkt absoluut zo te zijn.
De vrouwen opperen dat ze tegenwoordig teveel moeten werken. De vraag wordt gesteld hoe dit op te lossen is. Opnieuw valt de oplossing: vinden van een rijke man, en dan een poetsvrouw en een nanny nemen. Sommige vrouwen lachen , anderen zwijgen. Ik opper dat de keuze van niet werken is alleen goed indien die zeer goed overwogen is op voorhand , er een goede financiële afspraak gemaakt is én indien de vrouw die tijd invult met cultureel, intellectueel- , of politiek werk.
Op de vraag hoe ik het probleem van teveel taken zou oplossen zei ik dat de regering moet helpen met het organiseren van betaalbare en goede opvang voor kinderen en andere service in functie van het oplossen van huishoudelijke taken (moet een politiek agendapunt zijn) zodat een vrouw of een man echt kan gaan werken als ze/hij dat wil zonder zich uit te putten . Deftige, betaalbare maaltijden op school en op het werk, opvang voor kinderen op het werk, flexibele uren in functie van het gezin zijn enkele mogelijkheden. En dat niet alleen wettelijk maar ook in de praktijk de vrouw moet verdedigd worden indien een man financiële afspraken na een scheiding niet naleeft.
Zeker als de vrouw omwille van omstandigheden ervoor kiest huismoeder te zijn moet er getrouwd worden onder een wettelijk stelsel waarbij man en vrouw de inkomsten en bezittingen vanaf het huwelijk delen.
Na scheiding moet vrouw kunnen gaan ‘stempelen’ zodat er een minimum loon is of terecht kunnen in een huis voor vrouwen, zodat ze een dag boven haar hoofd heeft. Zonder deze voorwaarden is er nooit sprake van keuze en is elke keuze vals. Applaus van de ene groep , boosheid van de andere groep. Het verward me dat sommige jonge vrouwen echt van geen bewuste strijd willen horen.
Een man zei dat hij heel erg de liefde van zijn moeder gewaardeerd heeft en nodig had om volwassen te worden en nu de liefde van zijn vrouw nodig heeft. Dat het belangrijk is om respect te hebben voor mekaar maar dat een gezin de liefde en gevoeligheid van een vrouw nodig heeft. En, dat een man steeds een jager blijft. De woorden van deze man worden dankbaar verteert. Het debat gaat nu even over de vrouwelijkheid in de kunst van vrouwen en het voelen van zeer veel emoties als er met vrouwen gewerkt wordt of door vrouwen iets gerealiseerd wordt. Allen zijn het erover eens dat emoties een grote rol spelen in het leven van de vrouw. De kunstenares van Chinese afkomst wonende in Maleisië, geeft een emotioneel betoog over de positie van de vrouw in Maleisië en vooral de positie van de kunstenares. Ze weent erbij als ze vertelt dat ze niet eens recht hebben om een naaktmodel in de academie.
Er wordt ook geopperd dat vele mannen grote inspanning doen voor kinderen en vrouw. Jonge vrouwen zeggen dat dit zeker zo was in de tijd van hun ouders,maar dat het nu soms lijkt alsof de jonge mannen nu daar lakser in zijn. Of misschien kunnen ze het vanwege de werkdruk ook niet aan.
We praten over politiek en vrouwen, over politiek en kunst. Ik zei dat politiek een grote rol speelt in de appreciatie dat de gemeenschap heeft tegenover de kunstvormen (avant garde kunst of realisme). enkele vrouwen waren heel blij met deze opmerking. Bleek een pijnpunt te zijn: jonge vrouwen in China doen NIET aan politiek. Punt uit, weigeren dat uitgesproken,willen ook het verband niet zien. De oudere vrouwen vinden dit jammer.
Wat mij verontrust is dat het ‘koffie drinken’ , shoppen en niets doen in China erg gestimuleerd wordt terwijl men alom wel weet dat dit lijdt tot vreselijke toestanden: jonge vrouwen moeten van hun man hun gsm met camera meenemen om zich op elk moment van de dag te kunnen filmen en verantwoorden aan hun man. Men weet dit en toch is men bereid deze prijs te betalen. Dit is geen absurd verhaal: iedereen kent ze en wij kenden in Shengyang enkele superrijke vrouwen, rijdend met een BMW, zeer duur gekleed, ze hadden en een nanny en een huishoudster , waren altijd aanwezig in de Starbucks maar moesten constant bereikbaar zijn voor hun man en bewijzen met wie ze praatten. Dat men dit niet wil erkennen als een groot probleem, integendeel , dat men het ophemelt en weglacht, is verontrustend. Ook de verhalen van mannen die meerdere minnaressen hebben en de vrouw die dit aanvaardt omwille van het geld is ook alom bekend.
Verder hadden we het nog over de vrouw in de kunst.
De directeur van het museum zei: vele vrouwen werkten destijds onder een mannennaam. Ik vertel dat dit ook zo was in het Westen en ook nu gebeurt dit terug, las ik onlangs, omdat je als vrouw niet zo ernstig genomen wordt, noch in de kunstwereld zelf , noch door de lezers van vaktijdschriften. Maar er is nog een ander probleem: in de jaren 1900, begin 20ste eeuw schreef men boeken over kunstgeschiedenis en dit is een moment dat vele vrouwen weggelaten werden, ook al waren ze bekend als kunstenares.
Ik gaf de vrouw die een kunsttijdschrift uitgaf een compliment in haar functie en zei dat ze daarom een belangrijke taak had: ervoor zorgen dat we in de geschiedenisboeken geraakten. Misschien begreep ze me niet goed , want ze anwoordde ‘dat een vrouw hier uitgever is ,is bij ons normaal, misschien kennen jullie dat niet in het westen maar hier is dat niets speciaal. Jullie in het Westen leven zoals Chinezen op het platteland’
Ik vond het hier in China jammer dat vooral jonge vrouwen de nood aan bewegingen en solidariteit tussen vrouwen niet zien maar tegelijk waren er minstens drie jonge vrouwen mij na het debat kwamen opzoeken om me heel emotioneel de hand te drukken en te zeggen dat ze het heel erg eens waren met me. Ook de televisie nodigde me onmiddellijk uit voor een interview.

Daarenboven is het ook zo dat dit debat bij ons ook niet eensgezind verloopt . Na mijn terugkomst viel het mij op dat vele jonge vrouwen en mannen vinden dat mannen bij ons echt veel inspanning doen om te helpen in het huishouden en met de kinderen maar dat het debat vast loopt omdat men met mekaar begint ruzie te maken in plaats van door te gaan naar het echte probleem: de werkdruk die te groot geworden is en vooral: de maatschappij die niet gezinsvriendelijk georganiseerd is in die zin dat kinderopvang te schaars en te duur is. Over de noodzaak aan vrouwenorganisaties hoorde ik hier niet debatteren. Een debat loopt te snel vast in emotionele onderwerpen die de aandacht afleiden.
Mijn Besluit:
_Zowel in het Oosten als in Het Westen zijn jonge vrouwen moe. Een situatie die niet makkelijker geworden is door de evolutie van de maatschappijen : minder sociale opvangnetten, hogere prijzen voor allerlei diensten (dit is zeker het geval in het Westen), hard werken voor soms een karig loon in een maatschappij die steeds duurder wordt Sommige vrouwen zoeken een makkelijke oplossing voor dat probleem: het vinden van een rijke man. (Iets wat in China makkelijk is: er zijn veel meer mannen als vrouwen , de vrouwen permitteren zich hun lat heel hoog te leggen). Vaak komt liefde er niet aan te pas. Het uithuwelijken van vroeger, iets wat vroeger onder het Keizerrijk erg gebruikelijk was heeft een nieuwe vorm aangenomen. Huwen zonder gevoelens van echte verliefdheid staat er minder ver van de cultuur als hier )
-hier discussieert men wel degelijk over flexibele uren in functie van het gezin, ook voor mannen maar als men dit niet koppelt aan degelijk georganiseerde kinderopvang, betaalbare, goede maaltijden op school, minder werk- en sociale druk zullen gezinnen het probleem nooit kunnen oplossen.
_ Zowel in Oost als West zijn voor de jonge vrouwen de verworvenheden normaal, voor de Westerse vrouw is de Vrouwenstrijd iets van de vorige generatie , oubollig, afgezaagd en niet meer nodig, voor de jonge Chinese vrouw is het eerder een Westers fenomeen dat zij nooit nodig gehad hebben , er de functie niet van inzien.
Een bijdrage van Lieve | Commentaar (0)Ook in 2010 een studiereis
Inderdaad, de kogel is door de kerk, Gung He is akkoord om ons opnieuw te ontvangen en de inschrijvingslijst is hierbij geopend!
Vereniging België-China organiseert in 2010 opnieuw een unieke studiereis naar China.
“Het was een fantastische reis, een heel intense belevenis omdat we zo dicht bij de mensen konden zijn. Als gewone toerist kan je dat onmogelijk meemaken. Ik ben zo blij dat ik meegegaan ben. “ Tot daar een enthousiaste deelnemer in 2009.

Met deze reis ontdekken de deelnemers zoveel mogelijk het ‘echte’ China. De nadruk ligt op het platteland waar nog 55% van de bevolking woont. De reis wordt georganiseerd in samenwerking met de Chinese ngo ‘Gung He’ die aan ondersteuningswerk voor de coöperatieve beweging doet.
Je vindt verslagen over de reis van 2009 op www.frankenlieve.cn
Periode: begin juli
Duur: 17 of 18 dagen
Traject: Beijing en omliggend platteland; Xian en omliggend platteland (eventueel te vervangen door Gansu of Ningxia); Luoyang en omliggend platteland (met ondermeer de commune Nanjie); Wenzhou en de geprivatiseerde collectieve bedrijven (eventueel te vervangen door een stad in de Yangtze delta)
Inhoud: bezoeken aan dorpen en voor Wenzhou bedrijven; gesprekken met locale bevolking, af en toe met verantwoordelijken; in Beijing briefing met plattelandsspecialisten van de Academie voor Sociale Wetenschappen. Bezoek aan enkele toeristische toppers in Beijing, Xian en Luoyang.
Voorbereiding: Vooraf vier informatieve zaterdagnamiddagen , zowel met practische aspecten als inhoudelijke informatie over China
Samenstelling: Maximum twintig personen plus twee Chinese en één Belgische begeleider
Verplaatsingen: trein tweede klasse, bus, vliegtuig voor Wenzhou.
Maaltijden: Chinees ontbijt en lunch georganiseerd; avondmaal vrij doch in budget verrekend
Logement: Twee tot drie sterren Chinese hotels; ook overnachtingen in boerenpensions
Verlenging: Mogelijkheid om individueel te verlengen met toeristisch traject naar keuze
Budget: we mikken all-in op 2.000 euros per persoon
Belangstellenden contacteren Frank Willems, e-mail franki.willems@gmail.com , tel 037714470 of 0471482443
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)Van Cadillac tot kang
23 juli.
Wenzhou is het paradijs van het privé-initiatief dat hier vanaf de late jaren 80 langs alle kanten opborrelde, de antithese van het communistische Nanjie. ‘
We bezochten de eerste namiddag een fabriek van aanstekers, vervolgens een confectiebedrijf – zie ook al het vorige artikel. Het beeld is in beide grosso modo hetzelfde: luxueuze entree, fabriek met bijna uitsluitend plattelandsmigranten, ‘we zijn vastbesloten de eerste te worden, liefst in de wereld’, kwaliteit is onze grootste troef; onze baas is rijk geworden door hard werken, we zijn een modelbedrijf en respecteren alle arbeidsreglementen en sociale zekerheid strikt, we hebben een heel sterke communistische partij in ons bedrijf. En we lijden niet onder de wereldcrisis want onze grootste markt is het binnenland. Vervolgens bezoek aan tentoonstellingsruimte met bijbehorende fabriekswinkel.
We houden het na deze namiddag al bekeken en vragen of er voor morgen niet iets toeristisch kan voorzien worden in plaats van nog meer bedrijfsbezoeken; moeilijk dus, er is hier verder niet veel te zien of je moet ver rijden. Van deze dag onthouden we vooral hoe de private sector graag zijn succes en rijkdom etaleert, en hoe ze tegelijk alles doen om de Communistische Partij te vriend houden. Zolang de partij vindt dat het goed is voor China kan het, wie tegen de strategie van de partij ingaat, mag het vergeten, hoe rijk en succesvol hij/zij ook was.
De volgende dag, donderdag, brengt toch verrassingen. De schoenfabriek ontvangt ons in hun eigen museum van de Chinese schoen; interessant en smaakvol; en eens iets anders als marketing instrument.
We bezoeken ook het atelier dat er proper en goed georganiseerd uitziet. Na de onvermijdelijke koopronde hier volgt opnieuw een confectiebedrijf; het betere werk met productie voor bekende internationale merken zoals Louis Vuitton en Mark’s en Spencer. Opnieuw gelijkaardig aan gisteren.
Hier bezoeken we naast het atelier ook de logementen van de migranten: met zes in een kamer oorspronkelijk voorzien voor acht. Wie promotie maakt komt in kamers van vier, twee of zelfs één voor de kaderleden van de buiten. De kantine oogt proper maar Spartaans. Migranten werken, eten en slapen in het bedrijf. Een kamer of appartement huren buitenaf is over het algemeen te duur voor hen, want zoveel mogelijk geld moet naar hun dorp gestuurd worden, waar ze soms echte villa’s bouwen.
Na een lunch met vis en schaaldieren aan de rivier op naar onze laatste stop: Fapai, een confectiebedrijf met een eigen winkelketen, ook in het buitenland en volgend jaar waarschijnlijk ook in Antwerpen. Deze keer een marketing verrassing: een fabriek in neo-klassieke stijl, een administratief gebouw met enkele van de auto’s van de baas voor de deur, ondermeer een verlengde Cadillac, en binnenin een zeldzame Rolls, geschenk van een Australisch zakenpartner voor de tiende verjaardag van het bedrijf. De patroon staat overal gefotografeerd, in het klein met de president van China, in het groot met Clinton en Schröder; volgens hun brochure mislukte een poging om ook Kofi Annan tot hier te krijgen. Via een door de baas ontworpen zandbak worden we in een pompeuze ontvangstkamer binnengeloodst met een gigantische ook al door de baas ontworpen vergadertafel rond een mini zwembad.
Privé vertelt de PR-secretaresse aan onze gids dat de baas veel van Chinese cultuur houdt, al dat Westers gedoe dient vooral om naar de Chinese markt toe een ‘exotisch’ imago te creëren.
In Wenzhou nemen we afscheid van twee reisgenoten die alleen verder reizen en vieren we mijn verjaardag vervroegd. Met Chinese alkohol.
Op de luchthaven van Wenzhou worden zoals voorspeld de aanstekers die onze rokers in de fabriek kochten , uit de valiezen gehaald wegens veiligheidsredenen; leeg of vol met gas, argumenteren helpt niet; enkele gladde jongens slagen er wel in achter de rug van de veiligheidsdienst de aanstekers terug in hun valies te stoppen; of het de Belgen of de Nederlanders uit de groep waren laten we de lezer raden.
Vrijdag reizen we vroeg af naar Beijing, waar we willen gaan shoppen en de stad ’s avonds gaan ontdekken. Het lot beslist er anders over. Wegens zomerstormen worden we in Shijiazhuang afgezet en duurt onze reis geen 2.5 maar 12 uur. We arriveren juist op tijd om in bed te kruipen na een avondlijke borrel en snack.
Zaterdag wordt een extra zware dag: Grote Muur met Gino die als keizer naar boven gedragen wordt maar toch als held de moeilijke trappen van een wachttoren beklimt.
Vervolgens de experimentele koeienboerderij van Joan Hinton, een beroemde Amerikaanse vrouw in de Chinese revolutionnaire geschiedenis; het wordt een symbolisch bezoek want Joan is al voorbij de 85 en minder alert. Daarna een enthousiast onthaal in een vormingscentrum voor plattelandsvrouwen, een ngo, en tenslotte een debriefing met Michael en prof Du van Gung ho: een heel open gesprek maar ook deze keer tijd te kort voor de te talrijke vragen.
We brengen de nacht door in een echt plattelandsdorpje, met drie samen slapen op de kang – een stenen bed met ingebouwde verwarming door de rookgassen van een kolenfornuis ( in de winter!), drinken behoorlijk wat lokaal bier en genever, biljarten in openlucht en doen onze gemiste Pekinese aankopen dan maar in de dorpswinkel.
Zondagmorgen is het nauwelijks een uur rijden naar de luchthaven. In het paviljoen bij de lotusvijver maken we eerst nog een romantische foto bij van Ali en Julie, die vandaag hun 32ste huwelijksverjaardag vieren.
We schepen in met nauwelijks dertien want acht anderen zijn China nog niet beu en reizen alleen verder. Ook deze keer verloopt alles op de minuut zoals getimed, de halve wereld rond in 13 uur. Brussel heeft voor ons een stralende zon gereserveerd.
We zijn het er allemaal over eens dat dit een plezante, unieke en leerzame reis was. Wordt vervolgd?
Mijn bijzondere dank voor het blogverslag van deze reis gaat uit naar Luc Desmedt die de meeste foto’s maakte en selecteerde en me avond na avond bijstond bij de redactie met de teksten.
Meer gedetailleerde verslagen van de bezoeken werden gemaakt door verschillende deelnemers, in het bijzonder Anita, Hugo, Sonja, Wiebe, Diane, Daisy ,Sybille… en worden later nog gepubliceerd.
Een bijdrage van Frank | Commentaar (0)










